Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg_Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied, Hessenweg Berkummerbroekweg
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 10
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid 2.1.1 Rijksbeleid 2.1.2 Provinciaal beleid 2.1.3 Gemeentelijk beleid 2.2 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.3 Verkeersbeleid 2.4 Groenbeleid 2.5 Waterbeleid 2.6 Milieubeleid
12 12 12 15 21 25 26 27 28 30
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Planopzet en uitgangspunten 3.2 Archeologie en cultuurhistorie 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Duurzaamheid 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Natuur 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Water 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Milieu 3.7.1 Geluid 3.7.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.7.3 Trillingen 3.7.4 Luchtkwaliteit 3.7.5 Stikstof 3.7.6 Bodemkwaliteit 3.7.7 Externe veiligheid 3.7.8 Ontplofbare oorlogsresten 3.7.9 Kabels, leidingen, straalpaden en EM-velden 3.7.10 M.e.r. beoordeling
33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 35 35 35 35 35 39 39 39 39 44 44 45 48 48 49 49 50 51 52 53
Hoofdstuk 4
54
Juridische aspecten
2/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Inleiding Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Bijlagen Handboek
54 57 57 58 59 59 59
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg
60 60 60 60 61
3/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
4/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Toelichting
5/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Steeds meer mensen hebben een elektrische auto, gaan elektrisch koken of verwarmen hun huis elektrisch. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonneparken. Onder de naam 'Drents Overijsselse Netversterking' (hierna: DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerders Enexis Netbeheer en Rendo, het elektriciteitsnetwerk in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Voorliggend plan maakt deel uit van de DON. Het betreft de uitbreiding van het bestaande 110-220-380 kV hoogspanningsstation Hessenpoort aan de Berkummerbroekweg 24-26 in Zwolle, inclusief benodigde inlussingen op het hoogspanningsnetwerk. De inlussingen en de uitbreiding van het hoogspanningsstation overschrijden de gemeentegrens en lopen deels over grondgebied van de gemeente Dalfsen. Daarom zijn voor deze ontwikkeling twee bestemmingsplannen opgesteld. Op grond van artikel 20a van de Elektriciteitswet valt de uitbreiding van het 380 kV hoogspanningsstation onder de rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening.
Dit betekent dat voor een dergelijk project de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het bevoegd gezag is. Voor dit project is echter besloten om de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten. Het bevoegd gezag is daarmee overgedragen van het Rijk naar de gemeente voor de uitbreiding van het 380 kV hoogspanningsstation 'Zwolle', gelegen in de gemeente Zwolle en de reconstructie van de bijbehorende hoogspanningsverbinding die zich bevindt in de gemeenten Zwolle en Dalfsen, alsmede de uitbreiding van het 220 kV hoogspanningsstation Zwolle-Hessenweg.
1.2
Plangebied
Hoogspanningsstation Hessenpoort ligt ten oosten van het Zwolse industriegebied Hessenpoort aan de Berkummerbroekweg. Aan de zuidkant wordt het plangebied begrenst door de provinciale weg N340. Aan de westkant wordt de grens van het plangebied gevormd door de spoorlijn Zwolle-Meppel. Ten noorden van de Berkummerbroekweg wordt het station uitgebreid met een 110kV station. Deze uitbreiding loopt door tot de kruising van het westelijk gelegen spoor en de oostelijk gelegen primaire watergang, die tevens de gemeentegrens met Dalfsen vormt. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de gemeentegrens met Dalfsen. Aan de oostkant van het bestaande station loopt een landbouwweg, die vanaf de Berkummerbroekweg onder de provinciale weg N340 doorloopt. Het plangebied wordt deels gevormd door het bestaande station. Het bestaande station maakt echter geen deel uit van het plangebied van voorliggend plan. De rood omlijnde gebieden in onderstaande figuur geven globaal weer waar de bestaande en nieuwe activiteiten/ontwikkelingen plaatsvinden en hoe de bestaande situatie zich verhoudt tot de omgeving.
6/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Figuur 1.1: plangebied ontwikkelingen station Hessenpoort In het kader van de DON wordt het huidige hoogspanningsstation Hessenpoort, dat bestaat uit een 380kV station en een 110/220kV station uitgebreid met een nieuw 110kV station ten noorden van de Berkummerbroekweg. Tevens komt er een nieuw 110kV station ten zuidwesten van het bestaande 110/220kV station. Deze is ter vervanging van het huidige 110 kV station (nr. 7). Daarnaast wordt het 380kV station naar het zuiden en oosten toe uitgebreid tot aan de provinciale weg de N340. Hiervoor wordt de verbinding vanuit het oosten omgezwaaid van het huidige station naar het nieuwe 380kV deel. Daarnaast maakt de te realiseren grondwal aan de oostzijde van het 380kV station. Omdat de inlussing binnen de gemeente Dalfsen valt, wordt hier een apart bestemmingsplan voor opgesteld. Omdat de beoogde locatie van het nieuwe (noordelijke) 110kV station zich onder bestaande 220kV hoogspanningslijnen bevindt, worden deze hoogspanningslijnen aangepast. Dit gebeurt deels op het grondgebied van de gemeente Dalfsen. In figuur 1.2 is het vlekkenplan met daarin het bebouwingsgebied in de nieuwe situatie opgenomen.
7/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Figuur 1.2: Vlekkenplan met in paars weergegeven het bebouwingsgebied en roodomlijnd de bestaande bebouwing van station Hessenpoort TenneT is tevens voornemens om langs de provinciale weg N340 een veiligheidsscherm te realiseren. Het veiligheidsscherm maakt echter geen deel uit van dit bestemmingsplan, omdat dit vanuit de gemeentes Zwolle en Dalfsen en de provincie nog een nader uit te werken ontwerpopgave betreft. Voorliggend bestemmingsplan is van toepassing op de ontwikkelingen in de gemeente Zwolle. Voor de volledigheid worden ook de ontwikkelingen in de gemeente Dalfsen hieronder puntsgewijs samengevat. (zie ook figuur 1.3). Ontwikkeling binnen de gemeente Zwolle Uitbreiding 380 kV station; Bouw twee nieuwe 110 kV stations; Aanpassing 220 kV lijnen; Aanleg ondergrondse kabelverbindingen tussen de stations op deze locatie; Bouw nieuw 20 kV station (Enexis); Aanpassing 380 kV lijn; Realisatie grondwal; Aanpassing geluidscontour (geluidzone - industrie);
8/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Realisatie landschappelijke inpassing. Ontwikkeling binnen de gemeente Dalfsen Aanpassing 380 kV lijn; Aanpassing 220 kV lijnen; Uitbreiding 380 kV station naar het oosten; Realisatie grondwal; Aanpassing geluidscontour (geluidzone - industrie); Realisatie landschappelijke inpassing.
9/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Figuur 1.3: Overzicht ontwikkelingen station Hessenpoort en omgeving. Op deze tekening is het nieuwe 110 kV station niet opgenomen.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan
Status
Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden
Onherroepelijk, vastgesteld, 17 • Enkelbestemming Agrarisch; • december 2012 Enkelbestemming Bos • Enkelbestemming Water (eerste herziening vastgesteld • Dubbelbestemming Leiding – d.d. 2 maart 2015) Hoogspanningsverbinding; • Gebiedsaanduiding Geluidzone – Industrie 1; • Gebiedsaanduiding Geluidzone – Industrie 2.
(incl. eerste herziening)
Bestemming en aanduidingen plangebied
Buitengebied, Berkummerbroekweg 24, 26
Onherroepelijk, vastgesteld op 4 oktober 2021
• Enkelbestemming Bedrijf Nutsbedrijf • Enkelbestemming Bos • Enkelbestemming Groen • Dubbelbestemming Hoogspanningsverbinding • Gebiedsaanduiding Geluidzone – Industrie 1; • Gebiedsaanduiding Geluidzone – Industrie 2. • Bouwvlak • Maatvoering - Maximum bebouwingspercentage 3% • Maatvoering - Maximum bouwhoogte 13 meter
Zwolle, parapluplan parkeren
Onherroepelijk, vastgesteld op 3 juli 2017
n.v.t.
Provinciaal Inpassingsplan N340 Onherroepelijk, vastgesteld op / N48 12-07-2012
n.v.t.
Provinciaal Inpassingsplan N340 Onherroepelijk, vastgesteld op / N48 11-04-2018
* Verkeer * Waarde - Archeologie * Gebiedsaanduiding Geluidzone industrie
Het nieuwe 110kV station ten noorden van de Berkummerbroekweg, een deel van het nieuwe 110kV station in het zuidwesten van het plangebied en een deel van de uitbreiding van het 380kV station worden op de bestemming 'Agrarisch' gerealiseerd. Binnen deze bestemming zijn openbare nutsvoorzieningen toegestaan. In de praktijk worden hiermee kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen bedoeld, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen. Een station van deze omvang, valt hier niet 10/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
onder. Daarnaast mogen bouwwerken enkel binnen bouwvlakken en ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd. De uitbreiding van het 380kV station en de realisatie van het resterende deel van het in het zuidwesten beoogde 110kV station vindt verder plaats op de bestemming 'Bos'. De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en de natuur- en landschap. Ook hier zijn openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet hoger worden gebouwd dan 4 meter. De bouw van het station past dus niet binnen deze bestemming. Daarnaast gelden de gebiedsaanduidingen 'Geluidzone - Industrie 1' en 'Geluidzone - Industrie 2' binnen het plangebied. Deze gebiedsaanduidingen geven aan dat de aangewezen gronden mede bestemd zijn voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Het gehele hoogspanningsstation zelf valt op grond van de Wet geluidhinder onder de zogenaamde 'grote lawaaimakers'. Dit betekent dat het station geluidzoneringsplichtig is.
11/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid
2.1.1
Rijksbeleid
2.1.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. Dit is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden.
Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050.
De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te
12/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten.
Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen, zodat plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit, en in samenhang gerealiseerd kunnen worden. Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied. Belangrijk vraagstuk voor de regio is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio. Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Zwolle worden gerealiseerd. De grootste uitdaging voor de regio zit in het "klimaatadaptief verstedelijken". Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid.
Er is een actualisatie van de NOVI in voorbereiding. Met de programma's Mooi Nederland en NOVEX wordt ingezet op aanscherping en versnelling van de NOVI. Het streven is de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid.
Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo'n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Toetsing aan de NOVI De uitbreiding van het hoogspanningsstation draagt bij aan de energietransitie en het garanderen van een goede leveringszekerheid voor de toenemende vraag naar (duurzame) energie.
Daarmee maakt het project 13/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
economisch groeipotentieel mogelijk. Netuitbreiding is een randvoorwaarde om de groeiambities van de stad zoals nieuwe gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Het project draagt dan ook bij aan de doelstellingen van de NOVI. 2.1.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. Daarna is het Barro op onderdelen nog gewijzigd. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Toetsing aan het Barro De bestaande hoogspanningsverbindingen van 220kV en hoger in het plangebied zijn als zodanig in het Barro opgenomen. In het Barro zijn de hoogspanningsverbindingen Ens - Zwolle, Zwolle - Hengelo en Meeden - Zwolle aangewezen (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1: hoogspanningsverbindingen Barro Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe. Een bestemmingsplan wijst alleen onder strikte voorwaarden een ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan. Dit is alleen mogelijk na schriftelijk advies van de beheerder van het hoogspanningsnet. Conclusie In onderhavig plan wordt de uitbreiding van het 380kV station ingelust op het bestaande hoogspanningsnet, waarmee het tracé wordt aangepast. Omdat deze ontwikkeling is geïnitieerd door TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, is een schriftelijk advies niet benodigd. De uitbreiding van het hoogspanningsstation is in overeenstemming met het Barro.
14/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
2.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de plantoelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Dit wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking genoemd. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan bestemmingsplannen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buitenstedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kan vinden. Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dan moet er getoetst worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gekeken of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd. Indien de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De uitbreiding van het hoogspanningsstation betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien de bouw van een hoogspanningsstation niet als een stedelijke ontwikkeling beschouwd wordt (zie ABRVS 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123). De ladder hoeft dus niet te worden doorlopen. 2.1.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Na de eerste vaststelling van de Omgevingsvisie is deze meerdere malen geactualiseerd. De laatste actualisering van november 2022. In de Omgevingsvise worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke
15/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is 16/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 2.2: uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel).
Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Overijssel 2017 en Omgevingsverordening Indien het initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt het volgende opgemerkt. Er is sprake van een buitenstedelijke ontwikkeling. De provinciale keuzes hierin zijn vertaald naar de omgevingsverordening. In dat verband zijn de volgende onderdelen uit de verordening van belang: Artikel 2.1 Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. Hier zijn artikelen opgenomen die in het algemeen van toepassing zijn op elke ontwikkeling zoals principe van concentratie, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 - Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
17/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Lid 2 - Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing aan artikelen 2.1.3 en 2.1.6 Omgevingsverordening Conform het basisprincipe dat het toevoegen van nieuwe bebouwing de kwaliteit van het gebied aantast is gekeken of het verlies aan ruimtelijke kwaliteit gecompenseerd kan worden en deze ontwikkelruimte kan worden toegekend. Het betreft hier een uitbreiding van een gebiedsneutrale functie.
Het gaat daarbij om een bijzondere voorziening van groot maatschappelijk nut. De ontwikkeling kan daarnaast niet worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Voor de uitbreiding en het nieuwe 110kV station is het namelijk van belang dat zij in contact staan met het bestaande hoogspanningsstation. Voor meer capaciteit zijn de ontwikkelingen die dit plan mogelijk maakt noodzakelijk. Volgens het KGO beleid (KwaliteitsImpuls Groene Omgeving ) vraagt dit een (basis)inpassing; een goede ruimtelijke inpassing en goede beeldkwaliteit van de uitbreiding. Hieraan is invulling gegeven met een landschappelijke inpassingsplan (zie hiervoor bijlage 1 en paragraaf 3.1 Stedenbouw). Daarin is zorgvuldig omgegaan met het spanningsveld tussen veiligheid van de locatie, versus de uitstraling van het geheel. In het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de voorgestelde inrichtingsmaatregelen op een goede manier te borgen. Ontwikkelingsperspectieven Op de kaart ontwikkelingsperspectief wordt het plangebied aangeduid als Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters.
Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). De geprojecteerde bebouwing sluit aan bij het bestaande hoogspanningsstation. Door de aanwezigheid van dit hoogspanningsstation is het ontwikkelingsperspectief van de omliggende agrarische gronden vermindert. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom relatief weinig invloed op de ontwikkelingsperspectieven van de agrarische gronden. Bovendien wordt de toekomstige bebouwing ontsloten via de bestaande weginfrastructuur. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag Op de Gebiedskenmerkenkaarten blijkt voor het perceel dat de natuurlijke laag van het plangebied aangemerkt dient te worden als 'Beekdalen en natte laagtes'. Hiervoor gelden de volgende regels:
18/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Norm Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Richting Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Betekenis in bestemmingsplan Voor dit bestemmingsplan is een landschapsplan opgesteld, waarin ook het aspect 'water' een plek krijgt. Zo kan het water langer vastgehouden worden. Het gebiedskenmerk 'Beekdalen en natte laagtes' is gestoeld op de waterhuishouding. Voor de onderbouwing wordt naast het landschapsplan, tevens verwezen naar de waterparagraaf in 3.6. Het voorgenomen plan heeft geen negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. Agrarisch cultuurlandschap Het agrarische cultuurlandschap wordt aangeduid als 'Laagveenontginningen' voor de uitbreiding van het 380kV station.
Norm De laagveenontginningen krijgen – mede voor weidevogels – een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de ter plaatse karakteristieke maat en schaal van de ruimte, met onderscheid tussen gebieden met grote open ruimtes en gebieden met een langgerekte kavelstructuur met beplanting. In de laagveenontginningen is het waterpeil niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Richting Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. Het slotenpatroon en, waar aanwezig, de houtsingels als accentuering van de ruimtelijke structuur respecteren en versterken bij de verdere ontwikkeling van de agrarische functie. Betekenis in bestemmingsplan Om het agrarische cultuurlandschap zo min mogelijk aan te tasten, sluit het ontwerp van de uitbreiding van het station aan op het reeds bestaande station. Hierbij is rekening gehouden met de bestaande verkavelingsstructuur in het gebied. In het landschapsplan (zie bijlage 1) wordt hier nader op ingegaan. Voor het nieuwe 110 kV station geldt het 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. Norm De jonge heide- en broekontginningslandschappen krijgen in gebieden met weidevogels een beschermende bestemmingsplanregeling, gericht op instandhouding van de openheid.
Richting Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Betekenis in bestemmingsplan Om het jonge heide- en broekontginningslandschap in stand te houden houdt voorliggende ontwikkeling rekening met de bestaande rechtlijnige structuren van het landschap. In het landschapsplan (zie bijlage 1) wordt hier nader op ingegaan.
19/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Laag van beleving De laag van de beleving is aangemerkt als Donkerte. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op-en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Richting In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Inspiratie Behoud van het rustige en onthaaste karakter van de 'donkere' gebieden. Betekenis in bestemmingsplan In dit plan wordt kunstlicht selectief ingezet, om het rustige en onthaaste karakter in het gebied te behouden. De meeste beheer- en controlewerkzaamheden worden bij daglicht uitgevoerd.
Enkel in het geval van calamiteiten is inzet van kunstlicht vereist. Stedelijk e laag De stedelijke laag is niet aangeduid. Overige regels Omgevingsverordening Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. In bovenstaande subparagrafen is reeds ingegaan op de relevante regels uit de Omgevingsverordening. Daarnaast is het plangebied in de Omgevingsverordening op kaart 11 Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming volledig gelegen in een gebied aangeduid als 'intrekgebied'. Bestemmingsplannen binnen deze gebieden voorzien in een aanduiding, waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening. In afwijking hiervan kunnen ook nieuwe niet-risicovolle en grote risicovolle functies worden toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan het stand still-principe. Niet-risicovolle functies zijn alle functies behalve harmoniërende functies en grotere of grootschalige risicovolle functies. Harmoniërende functies zijn functies die goed samengaan met de drinkwaterwinning.
Grote en grootschalige risicovolle functies zijn functies die gelet op de risico's voor de grondwaterkwaliteit én als zodanig ongewenst zijn in grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden. Nieuwe grootschalige risicovolle functies kunnen alleen worden toegestaan als dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken en mits voldaan wordt aan het stap vooruit-principe. Dat is het beginsel dat erop gericht is de risico's op verontreiniging van het grondwater te verminderen en de grondwaterkwaliteit te verbeteren. Voorliggend plan betreft een plan van groot maatschappelijk belang. Daarnaast sluit dit plan aan op het reeds bestaande hoogspanningsstation, zodat zorgvuldig met ruimtegebruik omgegaan wordt. Het plangebied ligt tevens volledig in 'overstroombaar gebied', aangeduid op kaart 12 Watergebiedsreserveringen. Bestemmingsplannen binnen dit gebied voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden zijn gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. Het bestemmingsplan dient voorzien te worden van een 'overstromingsparagraaf' die inzicht biedt in de risico's van overstroming en de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen dan wel te beperken.
20/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Paragraaf 3.6.2.1 gaat nader op dit onderwerp in. Het plangebied ligt tevens volledig in het gebied aangewezen als 'Regionale verdringingsreeks onttrekking Twentekanalen/Overijsselse Vecht (aangegeven op kaart 16 Waterkeringen en peilbesluiten). De regionale verdringingsreeks biedt helderheid over welke behoefte in een situatie van watertekort voorgaat boven de anderen en draagt bij aan een slagvaardig en eenduidig optreden van de waterbeheerder in situaties van watertekorten. De prioritering is opgenomen in de Omgevingsverordening, maar is niet relevant voor het bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.1.3
Gemeentelijk beleid
2.1.3.1 Landschapsontwikkelingsplan Zwolle - Zwartewaterland - Kampen De gemeenten Zwolle, Zwartewaterland en Kampen hebben in 2010 een integraal landschapsontwikkelingsplan opgesteld. Hierin wordt de gezamenlijke visie op de inrichting van het buitengebied van de drie gemeenten vastgelegd. Het vormt een beleidskader waarop ruimtelijke plannen kunnen worden getoetst. Het onderhavige plangebied valt binnen de aanduiding 'veld- en hoogveenontginningen' op de landschaptypenkaart. Dit landschap wordt onder andere gekenmerkt door het bedrijventerrein Hessenpoort waar het plangebied aan grenst. Ongewenste ontwikkelingen binnen dit landschapstype zijn: Schaalverkleining Differentiatie los van dambordpatroon Monotoon landbouwkundig gebruik Volledige bebossing Onderbreking van beplantingscasco; wegen deels onbeplant Verstoring natuurwaarden op gebied van weidevogels Gewenste ontwikkelingen binnen dit landschapstype zijn: Grootschaligheid handhaven, stimuleren Dambordpatroon van grote kavels met verschillend landbouwkundig gebruik Beplantingscasco versterken; hoofdwegen beplanten, rekening houden met natuurwaarden Voldoende maat houden voor weidevogels Erfbeplantingen stimuleren, mits natuuwaarden dat toestaan Recreatief medegebruik Input geven voor vormgeving/begrenzing Hessenpoort Betekenis voor het plan In het kader van de onderhavige ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld
(bijlage 1). Hierin worden landschappelijke inrichtingsmaatregelen voorgesteld, waarmee het plangebied zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving wat grotendeels bestaat uit landelijk gebied. Daarnaast wordt in dit landschapsplan een voorstel gedaan voor diverse soorten beplanting, waarbij tevens rekening gehouden wordt met de natuurwaarden in de directe omgeving. Conclusie Gelet op het bovenstaande past het onderhavige plan binnen het landschapsontwikkelingsplan van de gemeenten Zwolle, Zwartewaterland en Kampen.
21/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
2.1.3.2 Ons Zwolle van morgen 2030 - Omgevingsvisie Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Hier staat de volgende ambititie centraal: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.
De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
Figuur 2.3: leidende ambities gemeente Zwolle.
Ruimtelijke koers Sturen op kwalitatieve ontwikkeling
22/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad. 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Ontwikkelingen vinden daarnaast plaats binnen een aantal randvoorwaarden: Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. 1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur.
Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist. Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema's. Toets aan de gemeentelijke Omgevingsvisie Zoals te zien in figuur 2.4 valt het projectgebied binnen het gebied dat is aangeduid als 'Mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein Hessenpoort'.
In de Omgevingsvisie is opgenomen dat Hessenpoort zich nog verder ontwikkelt. De komende jaren wordt daar een keuze in gemaakt, gebaseerd op twee zoekrichtingen; noordelijk en oostelijk. Kritische voorwaarden voor de uitbreiding van Hessenpoort zijn een goede landschappelijke inpassing, de omgang met natuurwaarden, een klimaatadaptieve benadering, goede bereikbaarheid en het benutten van kansen in de energietransitie. Voor het gebied ten noorden van de Vecht als geheel gaat de gemeente met het gebied en omliggende gemeenten werken aan een gebiedsvisie. Het gebied heeft in de toekomst mogelijk een belangrijke rol om onze ambities te realiseren voor duurzame energie. Grootschalige opwekking van elektriciteit vanuit zon en wind is hier mogelijk.
23/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Figuur 2.4: uitsnede kaart Omgevingsvisie (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Verder maakt het plangebied gedeeltelijk onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur. Deze stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur – en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers zoals gesteld in de Omgevingsvisie is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur. Bij verandering in de hoofdgroenstructuur streeft men naar behoud en/of verbetering van de biodiversiteit. De nieuw te bouwen hoogspanningssstations worden gedeeltelijk in de vastgestelde hoofdgroenstructuur gerealiseerd.
Door middel van het landschapsplan is getracht daar waar mogelijk invulling te geven aan de hoofdgroenstructuur. Daar waar dit niet mogelijk is door de bouw van de hoogspanningsstations, wordt dit op een andere locatie binnen het gebied gecompenseerd. Met het landschapsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de betekenis (ecologische verbindingszone) van de hoofdgroenstructuur.
24/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Figuur 2.5: uitsnede kaart Omgevingsvisie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) In de Omgevingsvisie wordt ook specifiek gesproken over station Hessenpoort. Voor de geproduceerde warmte en elektriciteit geldt dat deze ook van en naar de gebruiker op een veilige en betaalbare wijze wordt getransporteerd. Hiervoor zal infrastructuur moeten worden aangelegd of worden versterkt. Zowel de opwek van energie als het transport heeft impact op de fysieke leefomgeving. Voor elektriciteit geldt dat zowel de hoofdinfra als de ‘haarvaten’ van bestaande elektriciteitsnetten worden versterkt. Overdracht stations (HS/MS) van TenneT naar de regionale netbeheerder Enexis worden uitgebreid of er moeten nieuwe worden gesticht. Bij voorkeur zal -vanwege de bestaande netcongestie en de te verwachten groei van duurzame energieproductie in de omgeving van Hessenpoort (en de omliggende gebieden van buurgemeenten) – deze versterking nabij Hessenpoort moeten plaatsvinden. Onderhavige ontwikkeling omvat de uitbreiding van het hoogspanningsstation ten oosten van het bedrijventerrein Hessenpoort. De ontwikkeling is dus in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
2.2
Archeologisch en cultuurhistorisch beleid
Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische
25/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.
Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Het berschermingsregime zoals opgenomen in landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving is, aldus de Omgevingsvisie, voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor en als inspiratiebron bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Op grond van de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. Uitgangspunt is dat de cultuurhistorische waarden in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Cultuurhistorie geldt verder als inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Er is geen beschermende regeling opgenomen omdat er zich geen objecten met een cultuurhistorisch hoge waarde in het plangebied bevinden.
2.3
Verkeersbeleid
Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden
26/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Zie figuur 2.6. De tunnel onder de N340 wordt afgesloten voor verkeer en over de Berkummerbroekweg worden nadere afspraken gemaakt. De tunnel blijft wel toegankelijk voor klein wild. Achter de loods loopt een bestaand weggetje en die blijft wel behouden om de agrarische percelen op grondgebied van Dalfsen bereikbaar te houden. Het plan is daarmee in overeenstemming met het verkeersbeleid.
Figuur 2.6: relevante wegen in het plangebied.
2.4
Groenbeleid
Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2021 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren, zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart
27/68
bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg
aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan ligt gedeeltelijk binnen de hoofdgroenstructuur zoals aangegeven op de Groene Kaart.Voor het kappen van deze beschermde houtopstanden wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. De gekapte houtopstanden worden elders binnen het plangebied herplant conform het landschapsplan (bijlage 1)
2.5
Waterbeleid
Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2027 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is.