CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16_vastgesteld_2_TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 13 juni 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Bergkloosterweg 12, 14 en 1619.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16 vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193.BP21007-0004

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever Opdrachtnemer ECR Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP21007-0004 Datum:

juni 2022

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Inhoudsopgave

TOELICHTING

3

Hoofdstuk 1

4

Inleiding

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planopzet

6 6 7

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.2.1 Rijksbeleid 3.2.2 Provinciaal beleid 3.2.3 Gemeentelijk beleid 3.2.4 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

12 12 12 12 12 16 18

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Archeologie 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Verkeer 4.4 Groen en natuur 4.5 Water 4.6 Wonen 4.7 Milieu 4.7.1 Geluid 4.7.2 Bedrijvigheid 4.7.3 Luchtkwaliteit 4.7.4 Geur 4.7.5 Bodem 4.7.6 Externe veiligheid 4.7.7 Kabels, leidingen 4.7.8 Besluit milieu-effectrapportage 4.8 Duurzaamheid

21 21 22 23 24 28 32 33 33 36 37 37 38 39 41 41 42

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

44 44 47 47 49 50

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

52 52 52

2/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

TOELICHTING

3/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Hoofdstuk 1

Inleiding

Aan de Bergkloosterweg 16 bevindt zich een melkrundveehouderijbedrijf. De eigenaar heeft het voornemen het bedrijf te beeindigen en in plaats daarvan het bedrijfsperceel en de omliggende agrarische gronden een nieuwe invulling te geven in de vorm van wonen en natuur.

Locatie plangebied De locatie maakt deel uit van het bestemmingsplan Buitengebied-Langenholte, Vecht e.o. (vastgesteld op 10 juni 2013). Tevens geldt het bestemmingsplan Zwolle, parapluplan parkeren. Het heeft de bestemming Agrarisch met waarden-Landschap, met ter plekke van de percelen Bergkloosterweg 12 en 16 één agrarisch bouwvlak. Het direct aangelegen bestaande woonperceel Bergkloosterweg 14 heeft de bestemming Wonen en Tuin. Verder komen de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie, Waarde-Cultuurhistorie en Waterstaat-Waterkering voor. Deze bestemmingen laten de gewenste functieverandering niet toe. Met het bestemingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16 wordt de ontwikkeling mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan omvat de percelen Bergkloosterweg 12, 14 en 16 en de omliggende agrarische gronden die onderdeel uitmaken van de ontwikkeling. Het nabij gelegen woonperceel Bergkloosterweg 18 maakt geen deel uit van het initiatief en heeft geen directe ruimtelijke relatie daarmee en is dan ook niet opgenomen binnen het plangebied.

4/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Plangebied

Geldende bestemmingsplankaart

5/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het landschap in en om het plangebied is gevormd door weer, wind en water. Het is een dynamisch landschap met een samenhang tussen rivier, uiterwaarden, dijken, wielen, oeverwallen, komgronden en rivierduinen. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een kleine verhoging in het landschap, een lage landduin. Het zandige materiaal van de oeverwallen verwaaide in de omgeving van de oeverwal hier en daar tot 'rivierduinen' en langs de Vecht tot duinen. De landbouw was samen met de rivier de vormende kracht achter dit landschap zoals te zien is in de verkaveling en bewoninggeschiedenis. Verkavelingen zijn gebaseerd op de richting van de rivier en de hoogteligging. Binnendijks zijn de oeverwallen een kleinschalig (mix) mozaïeklandschap (bebouwing, boomgaarden, akkerbouw, wegen paden) met blokverkaveling. Beplanting is hoog opgaand en met name te vinden langs wegen en op de erven. Daarnaast zijn er komgronden met regelmatige blokverkaveling met weilanden, waarin de patronen van de rivier soms nog te af te lezen zijn. De dijk vormt de scherpe grens en is een markant ruimtelijk element met aan de dijk en op de oeverwal concentraties van bebouwing en beplanting. Het kleinschalig mozaïek van de oeverwallen staat onder druk van toenemende bebouwing en schaalvergroting ten behoeve van landbouwkundig gebruik. Mede door de komst van de A28 is het landschap fors gewijzigd.

De dijk is verlegd, het talud met brug is aangelegd en er zijn enkele woningen en wegen verdwenen. De ontstaansgeschiedenis van het cultuurlandschap en relatie van gebruik met het reliëf is daardoor minder herkenbaar en beleefbaar.

Op het perceel Bergkloosterweg 16 staan twee stallen met een oppervlak van totaal 1.500 m2, een schuur en een gebouw waarin gewoond wordt. Voor het overige bestaat het perceel grotendeels uit verharding en

6/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

kuilplaten. Op het aangrenzende perceel Bergkloosterweg 12 staat een T-boerderij, waarin gewoond wordt, met een aantal bijgebouwen. Beide percelen vormen samen met Bergkloosterweg 14 een ruimtelijk cluster. Nummer 14 is een zelfstandig perceel waarop in de voormalige hallenhuisboerderij gewoond wordt. De drie percelen hebben een gezamenlijke ontsluiting op de Bergkloosterweg. Noordoostelijk hiervan ligt nog een woonperceel. Het betreft Bergkloosterweg 18. De oorspronkelijke T-boerderij met bijgebouwen op nummer 12, de hallenhuisboerderij op nummer 14 en de schuur op nummer 16 vormen samen met het bijbehorend erf een ensemble en hebben als zodanig cultuurhistorische waarde. De T-boerderij en de hallenhuisboerderij zijn ook afzonderlijk, als oudste gebouwen op het erf, waardevol.

De directe omgeving bestaat uit agrarische gronden in de vorm van open weide. In noordwestelijke richting krijgt de omgeving een meer stedelijk beeld met overwegend woningen. Aan de oostzijde vorm de rivierdijk de grens van het plangebied. Achter de dijk liggen de uiterwaarden van de Vecht, die deel uitmaken van het Natura 2000 gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de snelweg A28.

2.2

Planopzet

Het melkrundveehouderijbedrijf wordt beëindigd. De agrarische opstallen, met een oppervlak van circa 1.500 m2, en de verharding worden gesloopt. De ruimte die hierdoor ontstaat wordt benut om twee nieuwe woningen en een beheerschuur te bouwen en het erf nieuw in te richten. Tevens wordt met dit initiatief het bewoonde gebouw op het perceel Bergkloosterweg 16 herbouwd en als zodanig bestemd. Dat laatste geldt ook voor het wonen op perceel Bergkloosterweg 12. De omliggende gronden rond het erf worden ingezet om de landschappelijke kwaliteit te versterken en de biodiversiteit te verhogen. Circa drie hectare wordt ingericht als natuur.

7/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Inrichting erf Een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van het erf is dat het bestaande landschap wordt gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. In de basis gaat de ontwikkeling van het erf ervan uit dat de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de rivierduinen wordt versterkt en het omliggende open landschap een impuls krijgt. Door het erf op te ruimen, verharding te verwijderen en landschapsontsierende bebouwing te slopen krijgt het erf een kwaliteitsimpuls. In hoofdzaak wordt het erf met forse nieuwe erfbeplanting op een gebiedseigen manier versterkt. Een combinatie van forse erfbomen en windsingels versterken het karakter van het erfensemble op de rivierduin. Hierdoor ontstaat een naar binnen gekeerd groen erf met zichten naar de omliggende gronden. De oorspronkelijke indeling met een representatief groen voorerf en meer ondergeschikt achtererf wordt hersteld. De bestaande bomen en erfbeplanting blijven behouden en wordt versterkt.

8/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

De nieuwe schuurwoning en beheerschuur komen op het informele achtererf aan de gezamenlijke erfverharding. De bestaande forse schuren worden gesloopt en in de plek daarvoor komt een nieuwe schuurwoning (750 m³) aan de noordzijde op een perceel van 1.000 m². En ernaast aan de oostzijde een gezamenlijke beheerschuur (max. 300 m²) passend binnen de informele uitstraling van de plek. De schuurwoning heeft dan ook maximaal 1,5 bouwlagen passend bij de plek. De gezamenlijk beheerschuur kan dienstdoen voor opslag van materieel voor het beheer van de (omliggende) agrarische en natuurgronden. Door de beheerschuur zo te plaatsen en te ontwerpen is het mogelijk dat de schuur als het ware een scherm vormt om een geluidsluwe omgeving te creëren voor de nieuwe schuurwoning. Met de plaatsing van de schuur op deze exacte locatie is het tevens mogelijk om de bestaande kelder en fundering onder de huidige stal te gebruiken voor de nieuwe schuur voor opslag van hemelwater voor beregening. Op de beheerschuur komen zonnepanelen te liggen. Het geheel van schuren op het achtererf wordt ontsloten met een informeel karrespoor over de bestaande kuilplaten vanaf de Bergkloosterweg. De bestaande verkeersontsluiting van het erf op de Bergkloosterweg blijft intact.

Het kleine boerderijtje (nummer 12) op de schakel van het achtererf naar de historische bebouwing aan de zuidzijde geldt als inspiratie voor herbouwen van de woning nummer 16. Vanwege het cultuurhistorische karakter van de plek en de bestaande bebouwing geldt de huidige bebouwing als inspiratie voor ontwikkeling. De representatieve gevel aan de zuidzijde met leilindes blijft ook na herontwikkeling de blikvanger. Een aanbouw kan worden aangebouwd aan het bestaande boerderijtje (nummer 16) en zo kan het geheel worden gerestaureerd, gemoderniseerd en behouden voor de toekomst. Het is ook mogelijk om de bestaande bebouwing te slopen en het huidige grondvlak her te gebruiken. Met een knipoog naar het

9/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

verleden kan zo een nieuwe woning (750 m³) worden herbouwd passend bij de moderne wensen, gelijkvloers in één bouwlaag met kap. Deze woning staat op een perceel van 1.000 m². Het in slechte staat verkerende bijgebouw aan de westzijde van de huidige woning numer 16, met een oppervlak van 200 m2 wordt vervangen. Dit op het grondvlak van het bijgebouw, zodat het als 'waardevol volume' bestempeld bijgebouw de functie in het erfensemble behoudt. Door de erfverharding en kuilplaten op te ruimen ontstaat er ruimte op het centrale deel van de rivierduin en op de locatie langs de Bergkloosterweg. Deze kans wordt benut om op een gebiedseigen manier een nieuwe woning (750 m³ + 100 m² bijgebouw) toe te voegen aan het lint van de Bergkloosterweg. De woning heeft op deze locatie, in tegenstelling tot de bebouwing op het historische erf, meer de uitstraling van een burgerwoning zoals die ook in de omgeving staan. Met een landelijke knipoog, georiënteerd op de weg en maximaal 2 lagen met kap (kelder mogelijk). De woning heeft een privé tuin en ligt daarmee op een perceel van 1.000 m². De overige gronden worden ingezet voor de landschappelijke inrichting van de randen van het erf.

In het verleden zijn enkele historische landschapslijnen verdwenen. Het voorliggende plan hersteld deze lijnen door ze aan te zetten met beplanting. Dit zijn forse winterlindes (hoofdsoort) en wintereiken met daaronder beukenhagen. Hiermee wordt de noordelijke woning op een gebiedseigen manier landschappelijk ingepast aan de Bergkloosterweg. De verbinding van de rivierduin met de dijk wordt versterkt door bij de opgangen naar de dijk vanaf de erven bomenrijen aan te planten. Inrichting landschap

10/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Het plangebied ligt dicht bij de natuur. Door op deze locatie natuur te ontwikkelen zijn er drie voordelen. Ten eerste worden de percelen onttrokken aan de reguliere landbouw, waardoor de hoeveelheid voedingsstoffen in de vorm van mestgift tot het systeem wordt verminderd. Daarnaast is de zone met natuur ten oosten van de locatie vrij smal (soort bottleneck). Herbestemming tot natuur leidt hierdoor tot het verhogen van een robuuste verbinding. Het aanbrengen van beplanting in de vorm van struweel rond het erf draagt ook bij aan de ontsnippering van het gebied en sluit aan bij de beplanting die aan de noord- en zuidkant van het plangebied. Deze maatregelen leiden uiteindelijk ook tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit (landschap) en een prettigere leefomgeving. De omliggende gronden rond het historische erf en de rivierduin worden ingezet om de landschappelijke kwaliteit te versterken en de biodiversiteit te verhogen (nieuwe natuur). Drie hectare aan binnendijkse gronden wordt afgewaardeerd naar natuur. Dit wordt gedaan met omvormings- en eindbeheer naar (schraal) grasland en de aanleg van een (wild)akker. Extensief beheer en een natuurlijkere beplanting hebben een (ecologische) meerwaarde ten opzichte van het huidige intensieve agrarische gebruik met chemische bestrijdingsmiddelen en bemesting.

Met een variatie in opgaande beplanting als groene dooradering en schraler grasland als ondergrond levert het plangebied een blijvende meerwaarde voor diverse diersoorten, wild en de natuur in het algemeen met landschappelijke meerwaarde en opwaardering van de leefomgeving. Versnippering wordt tegengegaan en de biodiversiteit gestimuleerd.

11/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

iIn dit hoofdstuk wordt het beleidskader behandeld. Aan de orde komt het meest relevant geachte integrale ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Relevant sectoraal beleid en regelgeving komt aan de orde in hoofdstuk 4.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1

Rijksbeleid

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Aard en omvang van deze planherziening is dusdanig dat de Nationale Omgevingsvisie geen betekenis heeft. Ook is de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening, niet aan de orde. De ladder is van toepassing bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De planherziening maakt zo'n stedelijke ontwikkeling, zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van het Bro, niet mogelijk. 3.2.2

Provinciaal beleid

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel. Onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur komen aan bod. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. De visie bestaat uit drie delen. Deel 1 geeft de opgaven en kansen waar de provincie voor staat. Deze zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's, waaronder wonen, mobiliteit en natuur. Deel 3 bevat een nadere uitwerking van de centrale beleidsambities

12/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Ambities bij het beleidsthema Wonen richten zich onder meer op de Groene Omgeving. In Overijssel moet er een passend aanbod zijn van aantrekkelijke woonmilieus waarmee ingespeeld kan worden op veranderende woonbehoeften. De visie maakt het mogelijk om in de Groene Omgeving nieuwe woningen te realiseren. Vanuit het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik moet daarvoor zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande erven (bijvoorbeeld van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing). Met toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving kunnen ook nieuwe woonmilieus gerealiseerd worden op (nieuwe) landgoederen en andere plekken als daardoor de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving een extra impuls krijgt. Het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is een hulpmiddel en bevat principes en referenties die gemeenten en provincie gebruiken bij de toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving in de praktijk. Het is bedoeld als een gereedschapskist met tools die bij de toepassing van de kwaliteitsimpuls benut kunnen worden. De centrale beleidsambities voor de negen beleidsthema's worden benaderd vanuit de - overkoepelende rode draden duurzaamheid en ruimtelijke en sociale kwaliteit, waarvoor - themaoverstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Dit zijn de leidende principes bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Deel 2 van de omgevingsvisie geeft het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de omgevingsvisie geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de

13/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Andere generieke beleidskeuzes betreffen onder andere de reserveringen voor waterveiligheid, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Het beleid uit de Omgevingsvisie heeft doorwerking gekregen in de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er is sprake van een ontwikkeling in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Dit betekent dat bij de afweging onder andere artikel 2.1.6, lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de verordening van belang is.

Tevens zijn artikelen 2.1.2 (Principe van concentratie), 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.4 (Toekomstbestendigheid) en 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) relevant. Toetsing aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2017 Generiek e beleidskeuze Het plan voorziet in de beëindiging van een veehouderij in de nabijheid van Natura 2000 en sloop van de agrarische opstallen en verharding. Het bestaande erf krijgt een passende, toekomstbestendige en kwalitatief hoogwaardige nieuwe inrichting, onder andere in de vorm van nieuwe erfbeplanting, waarbij het

14/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

bebouwde oppervlak substantieel afneemt. De beoogde woningen op het erf dragen bij aan een divers en passend woningaanbod. De omliggende agrarische gronden worden omgezet naar natuur. Dit alles aansluitend op de in het gebied aanwezige landschappelijke, natuur en cultuurhistorische waarden en conform het KGO-beleid. Met dit plan wordt op een toekomstbestendige, duurzame wijze een impuls gegeven aan de kwaliteit en de warden van de locatie en de omgeving. Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Met dit plan krijgt een bestaand agrarisch bouwperceel een nieuwe functie in de vorm van wonen. Dit op een zodanige manier dat op de locatie en in de omgeving aanwezige waarden worden behouden en versterkt. De nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief.

Gebiedsk enmerken De volgende gebiedskenmerken zijn ter plaatse van het plangebied aanwezig: Natuurlijke laag: Oeverwallen De ambitie is de oeverwallen weer als ruimtelijk herkenbare structuren langs de rivieren te ontwikkelen. Het is voornamelijk een cultuurlandschap, de natuurlijke kwaliteiten kunnen hier met name in de keuze van de beplanting sterker ontwikkeld worden. Op een aantal plekken kan de natuurlijke overgang van de hoge oeverwal naar de dynamische uiterwaarden hersteld worden. De beleefbaarheid en zichtbaarheid van het water, de natuurlijke dynamiek in relatie tot de cultuurhistorie zijn daarbij een belangrijk uitgangspunt. Als ontwikkelingen plaats vinden op de oeverwallen, dan dragen deze bij aan herstel van de natuurlijke variatie: bos op de hogere delen, open ruigte langs de voet van de oeverwal. Laag agrarisch cultuurlandschap: Oeverwallen Langs de IJssel ligt het kenmerkende rivierlandschap. Door de verschillende functies is het rivierenlandschap opmerkelijk dynamisch. De verkaveling is gebaseerd op de richting van de rivier en de hoogteligging. Het kleinschalig mozaïek van de oeverwallen (boomgaarden, erven, akkers, singels) staat onder druk van toenemende bebouwing en perceel vergroting ten behoeve van landbouwkundig gebruik.

De ambitie is de contrasten tussen het dynamische natuurlijke winterbed, de kleinschalige oeverwallen met dorpen, boomgaarden en beplantingen en lage grote open komgronden met verspreide erven op duintjes te vergroten en meer beleefbaar te maken. Op de oeverwallen wordt gestreefd naar mix van functies (wonen, werken, landbouw). Als ontwikkelingen plaats vinden op de oeverwallen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het gevarieerde patroon van lanen, wallen, agrarische percelen, afgewisseld met boomgaarden en bebouwing. Stedelijke laag: Verspreide bebouwing De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Bij de transformatie van de erven vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is Levende erven. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. De ontwikkeling van nieuwe erven draagt bij aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit overeenkomstig de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. 15/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Laag van de beleving: IJssellinie inundativeld Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar 'tijds- diepte' tot intense indrukken leidt. Met dit plan krijgt het bestaande agrarische erf een nieuwe functie en inrichting. Uitgangspunt bij de inrichting van het erf is dat het bestaande landschap wordt gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De ontwikkeling wordt op een natuurinclusieve en duurzame manier gedaan met een meerwaarde voor mens en natuur. In de basis gaat de ontwikkeling van het erf ervan uit dat de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de rivierduinen wordt versterkt en het omliggende open landschap een impuls krijgt. Dit met zorg voor natuur waarop een plus geleverd kan worden op deze unieke locatie. Het plan voorziet in de opwaardering en het herstel van het historisch erf, het versterken van het lint Bergkloosterweg en de inzet van de omliggende gronden voor (nieuwe) natuur en landschap. Hiermee sluit het erf goed aan bij de gebiedskenmerken van het omliggend landschap en wordt het initiatief op een passende wijze ingepast in het landschap.

De nieuwe ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, dragen bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 3.2.3

Gemeentelijk beleid

De op 13 september 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle. De "drager" van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand "fundament" om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.

16/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. Wat betekent dit. De gebiedsdoelen en ambities en de opgaven in thematische raamwerken zijn leidend. De initiatieven dragen bij aan het bereiken van doelen en lossen opgaven op. De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden. Met raamwerken zijn de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle vastgelegd. Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van Zwolle gaat hand in het met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle. Voor initiatieven in het buitengebied werken we volgens de principes van het provinciale beleid over de 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving'.

Dit wil zeggen dat nieuwe initiatieven in het Zwolse buitengebied een bijdrage leveren aan ruimtelijke kwaliteit; bijvoorbeeld door sloop van overtollige (agrarische) bebouwing, de aanleg van landschapselementen of de realisatie van nieuwe natuur. De kwaliteitsbijdrage van een initiatief vindt bij voorkeur in of nabij het plangebied plaats. Mocht dat niet lukken dan behoort een financiële afdracht in een landschapsfonds tot de mogelijkheden. De opzet van een landschapsfonds vindt plaats, volgend op deze Omgevingsvisie. De Handreiking ruimtelijke initiatieven buitengebied van 6 juli 2011 geeft verdere richting aan het KGO-beleid. De handreiking beschrijft het proces om te komen tot een nieuw initiatief en geeft regels en instrumenten dit te bereiken. Toetsing aan de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen

17/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Het plangebied heeft het gebiedsprofiel Gemengd landelijk gebied. Het gemengd landelijk gebied heeft een rol als uitloopgebied voor de inwoners van Zwolle en als gebied waar de band tussen burger en landbouw is te versterken. Daarom biedt de gemeente in het gemengd landelijk gebied ruimte voor een mix aan functies, biologische- en stadslandbouw, verbreding van landbouwbedrijven, recreatie, landschap, natuur, cultuurhistorie, wonen, klimaatadaptatie en kleinschalige niet agrarische bedrijvigheid. Ontwikkelingen zijn mogelijk als die passen bij de kenmerken, maat en schaal van het landschap. We willen verdere verrommeling van het gemengd landelijk gebied tegengaan. Uitgangspunt is daarom de ontwikkeling van bestaande erven. Het plan voorziet in een transformatie van een bestaand erf van agrarisch naar wonen. Dit op een bij de kenmerken van het gebied passende wijze. Het past binnen het profiel voor het gemengd landelijk gebied. Relevante thematische raamwerken zijn: Groen-Hoofdgroenstructuur, Landschap-Zeer waardevol landschap, Cultuurhistorie-Zeer waardevol en Milieu-Geluidscontour A28. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst in essentie behouden blijft, of aangeheeld waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel.

Er wordt in principe een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur. Initiatieven hierin worden afgewogen aan de groene functies die de hoofdgroenstructuur ter plaatse moet vervullen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principe bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Geluid speelt een belangrijke rol rondom de infrastructuur, waarbij met name de A28 een belangrijke rol speelt. Het verkeer op de A28 is dag en nacht aanwezig waardoor de impact groot kan zijn. De voortdurende balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidshinder veroorzakende functies enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid in gebieden met geluidsgevoelige functies anderzijds blijft in de toekomst een belangrijke afweging om bij plan- en beleidsvorming mee te nemen. Het plan houdt rekening met al deze thematische raamwerken.

Het plan voorziet in de opwaardering en het herstel van het historisch erf, het versterken van het lint Bergkloosterweg en de inzet van de omliggende gronden voor (nieuwe) natuur en landschap. Het versterkt daarmee de hoofdgroenstructuur en de landschappelijke waarde van het gebied. De geluidseffecten door de A28 zijn onderzocht. Ook vanuit dit aspect kan een aanvaardbaar woonklimaat worden gerealiseerd. Hoofdstuk 4 gaat hier verder op in. 3.2.4

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

De herontwikkeling van agrarische erven in het buitengebied van Zwolle, is mogelijk, als er sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn en een ruimtelijke kwaliteitsinvestering optreedt. De te bereiken kwaliteitsinvestering dient in evenwicht te staan met de geboden ontwikkelingsruimte die een initiatiefnemer krijgt. De ontwikkelingsruimte in dit plan is aan de hand van de Handreiking ruimtelijke initiatieven buitengebied in balans gebracht met de ruimtelijke kwaliteitsinvestering. Het gaat in deze om de 'Rood voor Rood-regeling' en 'Rood voor Groen-regeling'. Er zijn drie wegingsfactoren die in samenhang richting kunnen geven aan het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsprestaties die nodig zijn voor het bereiken van een goede balans. 1. Het onderscheid in gebiedseigen en gebiedsvreemde functies geeft een indicatie voor de mogelijke bijdrage van de functie zelf aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Een

18/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

gebiedseigen functie heeft veelal minder impact op de omgeving dan een gebiedsvreemde functie. 2. De omvang van het initiatief op zich en de verhouding daarvan tot de bestaande bebouwing kan als criterium worden gebruikt om de hoogte van de kwaliteitsprestaties te bepalen. Hoe groter de ontwikkelingsruimte is die verkregen wordt, hoe meer kwaliteitsprestaties er nodig zijn voor een goede balans. 3. Als er sprake is van een maatschappelijk belang dan is er een bijdrage vanuit de functie zelf aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In de directe omgeving van het erf aan de Bergkloosterweg liggen geen agrarische bedrijven. Met de ontwikkeling wordt de agrarische bestemming gewijzigd in een woonbestemming. Dit sluit aan bij bestemmingen in de omgeving, waardoor de ontwikkeling wordt aangemerkt als gebiedseigen. Onderdeel van de investering is de sloop van alle landschapsontsierende opstallen, maar ook het opnieuw inrichten van het erf. Daarnaast kan worden gesteld dat de ontwikkeling van nieuwe natuur en het beëindigen van stikstofemissie nabij het Natura 2000-gebied Uiterwaarde Zwarte Water en Vecht een maatschappelijk belang dient. Rood voor Rood De spelregels van Rood voor Rood geven aan hoeveel er gesloopt moet worden om nieuwe bebouwing terug te bouwen.

Deze spelregels sluiten deels globaal aan bij de oorspronkelijke provinciale regeling, maar geven ook inhoud aan de Zwolse wens om te komen tot een divers woningbestand in het buitengebied. In ruil voor de sloop van (agrarisch) bedrijfsgebouwen in het buitengebied mag onder voorwaarden één woning worden teruggebouwd, namelijk: Indien er > 500 m2 wordt gesloopt, een woning tot 400 m3. Indien er > 700 m2 wordt gesloopt, een woning tot 600 m3. Indien er > 850 m2 wordt gesloopt, een woning tot 750 m3. Daarbij worden op het erf alle niet-karakteristieke bedrijfsgebouwen, voer- en mestplaten, mestzakken, foliebassins, sleufsilo's, erfverhardingen en kavelpaden, voer- en mestsilo's en kassen gesloopt. De oppervlakten van voer- en mestplaten, mestkelders, mestzakken, foliebassins, sleufsilo's, erfverhardingen en kavelpaden tellen niet mee bij de bepaling van de oppervlakte. Maar leveren wel een belangrijke kwaliteitsimpuls. Op het erf aan de Bergkloosterweg wordt in totaal 1.490 m2 agrarische schuren gesloopt. Daarnaast worden een aantal sleufsilo's en een groot oppervlak aan erfverharding gesaneerd. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe woning van 750 m3 te realiseren en zou conform de spelregels ten minste 850 m2 agrarische schuren moeten slopen. Met de sloop van 1.490 m2 agrarische schuren wordt ruimschoots aan deze sloopvoorwaarde voldaan.

Bergkloosterweg 16 krijgt met het voorliggende plan een woonbestemming. De 'resterende sloopmeters' vanuit de Rood voor Roodregeling worden hiervoor ingezet. Bij sloop van agrarische bedrijfsgebouwen is de locatiekeuze van de nieuwe woning aan de orde. In principe kan deze op het ontruimde erf worden gebouwd, met name wanneer het een oude bebouwingsplek betreft en de beide bouwvolumes (oud en nieuw) niet te veel verschillen. Om dit te bereiken is ervoor gekozen om geen losse bijgebouwen te realiseren, maar deze te bundelen in een gezamenlijk bijgebouw. Het bijgebouw is gepland op de voormalige locatie van de agrarische schuur. Verder is bij de locatiekeuze relevant dat het Dekzandruggenlandschap en de hoogten en dijken in het Rivierlandschap bijzonder geschikt zijn voor nieuwe woningen op het erf. Deze landschapstypen zijn terug te vinden in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP). Het erf aan de Bergkloosterweg is gelegen in het Dekzandruggenlandschap Zwartewater- en Vecht en is dus bijzonder geschikt voor de bouw van woningen

19/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

op het erf. Rood voor Groen Bij Rood voor Groen hangt de locatiekeuze hoofdzakelijk samen met de wenselijkheid om het landschap ter plaatse sterk te verdichten (bosaanleg of aanleg nieuw landgoed). Deze locaties zijn beperkt beschikbaar. Bij de diverse kleinschalige initiatieven Rood voor Groen is de beoordeling van de locatie maatwerk. Het erf aan de Bergkloosterweg behoort tot het gemengd landelijk gebied en grenst daarbij aan het uitwerkingsgebied voor Natura 2000-maatregelen. Door deze unieke ligging biedt de locatie volop kansen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. Het erf aan de Bergkloosterweg is gelegen in een natuurlijke omgeving langs de Vecht. Door de ligging langs de Vecht leent niet alleen het erf, maar ook de omliggende agrarische grond zich uitstekend voor de realisatie van meer groen en natuur. Daarom is voor de gewenste ontwikkeling ook gekeken naar de spelregels Rood voor Groen. De spelregels Rood voor Groen beschrijven de mogelijkheden die er zijn om op een andere wijze ruimtelijke kwaliteit te genereren in ruil voor nieuwe bebouwing. Door middel van kleinschalige investeringen in het landschap kan binnen Rood voor Groen een bouwrecht voor een woning worden verkregen. Het plan voorziet in de bouw van zo'n extra woning van 750 m3.

Leidraad is dat de investeringen in het groen in balans zijn met het ruimtelijke effect van het initiatief (basisinspanning) en met de economische meerwaarde die door de planologische procedure ontstaat. De kwaliteitsinspanning bij de kleinere initiatieven Rood voor Groen wordt gerelateerd aan de investeringsopgave van het initiatief. Ze bestaat uit een basisinspanning, een extra inspanning op locatie, en uit een inspanning buiten de locatie. De basisinspanning bestaat uit het landschappelijk goed inpassen van de nieuwe woningbouwkavel. Ten oosten van het erf ligt aangrenzend aan het erf een uitwerkingsgebied voor de realisatie /uitbreiden van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Uiterwaarde Zwarte Water en Vecht. Door de ligging nabij het uitwerkingsgebied voor Natura 2000 liggen er rondom het erf aan de Bergkloosterweg kansen om een grote meerwaarde te bieden met de realisatie van nieuwe natuur. Er wordt binnendijks 3 ha nieuwe natuur gerealiseerd, waarbij de agrarische bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Natuur'. Algehele conclusie is dat het plan past binnen de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen en het KGO-beleid en financieel in balans is. Met de situering van de bestemmings- en bouwvlakken en specifieke planregels wordt dit geborgd.

Deze regels richten zich onder andere op het gebruik van het erf, de maatvoering van de bebouwing, de sloop van de agrarische opstallen en de aanleg en instandhouding van de nieuwe natuur.

20/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

Doel van dit bestemmingsplan is om een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling toe te laten. Zodanig dat de omgeving een kwaliteitsimpuls krijgt, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bereikt wordt en rekening gehouden wordt met de effecten op en waarden in de omgeving. Dit hoofdstuk gaat in op de diverse onderwerpen die hierbij betrokken zijn. Ingegaan wordt onder andere op sectorale regelgeving en beleidskaders. Per onderwerp wordt afgesloten met de uitgangspunten die aangehouden zijn bij de planregels.

4.1

Archeologie

Kaders Het besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) geeft aan dat de plantoelichting moet beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het gemeentelijke archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Volgens de Archeologische Waarderingskaart Zwolle heeft het gebied een waarde van 50% en dient er bij een bodemingreep van meer dan 100 m2 en 0,5 diep een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied Langenholte, Vecht e.o. heeft het plangebied de dubbelbestemming Waarde-Archeologie.

Het berschermingsregime zoals opgenomen in landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving is, aldus de Omgevingsvisie, voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Beoordeling De archeologische waarde van 50 % is gebaseerd op de natuurlijke ondergrond en de aanwezigheid van drie boerenerven en een kleiner huis of erf aan de noordzijde van het plangebied. Deze boerderijen zijn al op het oudste kadastraal minuutplan van 1832 aangegeven en gaan mogelijk terug tot de Late Middeleeuwen. Een deel van deze erven was in die tijd grootgrondbezit van geestelijke instanties of bijvoorbeeld de bisschop van Utrecht. De natuurlijke ondergrond bestaat vooral uit dekzandafzettingen met daarop later gevormde rivierduinen. Dit waren de locaties waar in de Prehistorie en Middeleeuwen werd gewoond. Indien de bodemingrepen tot een minimum beperkt blijven is er geen archeologisch onderzoek nodig. Dit is het geval bij de bouw van schuren op een bestaande fundering en het eventueel ophogen van kavels om daar vervolgens op te bouwen. Bij een bodemingreep van meer dan 100 m2 en 0.5 meter diep is wel archeologisch onderzoek noodzakelijk. In het plan lijkt dit vooral op de plek van een schuurwoning (groen) en de burgerwoning (rood) het geval te zijn.

Hier is in het verleden sprake geweest van een jongveestal met mestkelder en is op de plek van de nieuwe burgerwoning de grond tot 2 meter diep geroerd voor het inkuilen. Op deze plekken is geen archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven of een opgraving nodig. Wel is in dit gebied een archeologische begeleiding noodzakelijk, om zo vast te stellen of er sporen van bewoning aanwezig zijn geweest en om tevens de verwachtingswaarde te verifiëren.

21/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Uitgangspunt bestemmingsplan De geldende dubbelbestemming Waarde-Archeologie wordt overgenomen in dit bestemmingsplan.

4.2

Cultuurhistorie

Kaders Het besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) geeft aan dat de plantoelichting moet beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied Langenholte, Vecht e.o. heeft een deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie. Met het in procedure zijnde bestemmingsplan Parapluplan bouw- en cultuurhistorie wordt deze herzien naar de dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie 1. Deze dubbelbestemming richt zich op het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de in dat bestemmingsplan opgenomen lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren.

Het beschermingsregime zoals opgenomen in landelijke en gemeentelijke regelgeving is, aldus de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen, voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Verder geeft de omgevingsvisie als spelregels: benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen inspiratiebron voor ontwikkelingen in de

22/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

fysieke leefomgeving; hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voor keur boven nieuwbouw. Beoordeling Met de beoogde herontwikkeling blijven de aanwezige cultuurhistorische waarden behouden. Door het erf op te ruimen, verharding te verwijderen en landschapsontsierende bebouwing te slopen krijgt het erf een kwaliteitsimpuls. Het erf wordt met forse nieuwe erfbeplanting op een gebiedseigen manier versterkt. De oorspronkelijke indeling met een representatief groen voorerf en meer ondergeschikt achtererf wordt hersteld. Het kleine boerderijtje op de schakel van het achtererf naar de historische bebouwing aan de zuidzijde geldt als inspiratie voor het herbouwen van de woning nummer 16. Vanwege het cultuurhistorische karakter van de plek en de bestaande bebouwing geldt de huidige bebouwing als inspiratie voor ontwikkeling. De representatieve gevel aan de zuidzijde met leilindes blijft ook na herontwikkeling de blikvanger. De schuur die als waardevol volume is bestempeld is in zeer slechte staat en zal herbouwd worden, met in acht neming van het bestaande volume. Er zitten veel scheuren in de muren, de buitenmuur zakt uit elkaar, het dak bevat asbest en zit vol houtworm. De fundering kan mogelijk nog hergebruikt worden voor herbouw.

Conclusie is dat bij de herinrichting in voldoende mate rekening wordt gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt bestemmingsplan De geldende dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. De situering van de bestemmings- en bouwvlakken en de maatvoering wordt mede gericht op het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.3

Verkeer

Kaders Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks - en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De Regeling Parkeernormen 2016 (versie 2021) is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, bestemmingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers CROW. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit De Regeling Parkeernormen 2016 van de gemeente Zwolle t.a.v. maatvoering en bruikbaarheid.

Het geldende bestemmingsplan bevat een regel waarmee geborgd is dat er bij bestemmingen voldoende parkeergelegenheid aanwezig is . Beoordeling De beoogde ontwikkeling vereist geen nieuwe infrastructurele voorzieningen of aanpassingen in de openbare ruimte en leidt niet tot een wezenlijke toename van het aantal verkeersbewegingen. Gebruik wordt gemaakt van de bestaande erfontsluitingen. Op het erf is voldoende ruimte beschikbaar om te kunnen voldoen aan

23/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

de Regeling Parkeernormen. Uitgangspunt bestemmingsplan De geldende planregel over parkeren wordt overgenomen.

4.4

Groen en natuur

Kaders Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming geeft regels ter bescherming van gebieden en soorten. Het plangebied ligt nabij Natura 2000 gebied 'Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht', wat ook deel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland. Gebiedsbescherming Nederland heeft met de aanwijzing van Natura2000 gebieden de gebiedsbescherming van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zorgt aan de hand van een vergunningenstelsel voor een zorgvuldige afweging rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. De provincie is hiervoor het bevoegd gezag. Ook projecten buiten de aangewezen gebieden kunnen van invloed zijn op de instandhoudingsdoelstellingen hiervan (externe werking). Om te bekijken of er sprake is van negatieve externe werking is natuuronderzoek gebiedsbescherming nodig. Het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Deze bescherming kent geen "externe werking" zoals wel het geval is bij de Natura2000 gebieden.

Met een natuurtoets moeten de effecten op beschermde gebieden worden onderzocht (Natura 2000 en NNN). Alle potentieel verstorende (externe) effecten moeten hierbij betrokken worden. Als onderdeel hiervan dient een AERIUS-berekening voor alle fasen (sloop, aanleg en gebruik) te worden uitgevoerd om de (mogelijke) depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden te bepalen Soortbescherming De Wet natuurbescherming is eveneens op de soortbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van deze soorten. Bij negatieve effecten op beschermde soorten door een andere ruimtelijke inrichting moet er een goedgekeurde gedragscode van toepassing zijn, of een ontheffing of een vrijstelling worden gevraagd. Om te bekijken of hiervan sprake is moet er onderzoek worden gedaan naar de eventueel in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Gemeentelijk beleid De landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd.

Vanuit landschap en natuur zijn dat: Natuurwaarden: de natura 2000-gebieden in Zwolle zijn beschermt via Europese wetgeving en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving;

24/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

Natuurwaarden: de NNN-gebieden zijn beschermt via provinciale regelgeving, namelijk via de provinciale Omgevingsverordening en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; Landschap en natuurwaarden: ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken; Landschap en natuurwaarden: een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. De concept Bomenverordening 2021 geeft regels over het vellen van bomen. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven hoofdgroenstructuur is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bomen in de hoofdgroenstructuur hebben een hoge waardering.

Het beschermen van de natuur, het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering, het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, de beeldbepalende waarde van houtopstand, de cultuurhistorische waarde van houtopstand en het houden van een kwalitatief goed bomenbestand wordt bij de afweging betrokken.

Beoordeling

Wet natuurbescherming Het plangebied ligt nabij Natura 2000 gebied 'Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht', wat ook deel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland. De herinrichting voorziet onder andere in de sloop van opstallen en verhardingen en ingrepen in de omliggende gronden. Met een natuurtoets zijn de effecten op beschermde gebieden onderzocht (Natura 2000 en NNN). Als onderdeel hiervan is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de (mogelijke) depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden te bepalen Om zicht te krijgen op de aanwezigheid van en de invloed van het plan op beschermde flora en fauna is onderzoek uitgevoerd. Het betreft: Toetsing Wet Natuurbescherming Bergkloosterweg 16, 1 maart 2021, Eelerwoude Nader onderzoek flora en fauna Bergkloosterweg 16, 13 oktober 2021, Eelerwoude Projectplan Wet natuurbescherming Herontwikkeling Bergkloosterweg 16, 19 oktober 2010 Stikstofberekening Bergkloosterweg 16, Zwolle, 25 februari 2022, Eelerwoude. De onderzoeken maken als bijlage deel uit van deze toelichting.

Gebiedsbescherming De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven waardoor er geen aanleiding is tot een nadere toetsing naar de effecen op Natura 2000. De als bijlage bij deze toelichting gevoegde stikstofberekening (middels AERIUS) toont aan dat de stikstofdepositie voor de gebruiksfase van de nieuwe woningen aan de Bergkloosterweg niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Met de inwerkingtreding van de Wet en het besluit Stikstofreductie en Natuurverbetering is geen nadere onderbouwing noodzakelijk van de stikstofemissie voor de werkzaamheden in de bouwfase. Het plangebied ligt tegen bestaand NNN-gebied. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een positief effect verwacht ten aanzien van de wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied. Met de bedrijfsbeëindiging vindt verdere extensivering van het grondgebruik in het gebied plaats. Daarnaast wordt 3 hectare natuur

25/54

juni 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Bergkloosterweg 12, 14 en 16

gerealiseerd, waarbij maatregelen genomen ten gunste van de aanwezige fauna Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN is het plan uitvoerbaar. Ook vanuit de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedenbescherming en houtopstanden.

Soortbescherming Voor de soortbescherming is nader onderzoek uitgevoerd en een projectplan opgesteld. Op basis van de eerste toetsing is geconcludeerd dat nader onderzoek nodig is naar vleermuizen, huismus en boerenzwaluw om te achterhalen of, en zo ja welke functie het plangebied heeft voor deze soorten. Uit het nadere flora- en faunaonderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de beschermde soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, huismus en boerenzwaluw. Er zijn geen verblijfplaatsen of essentiële functies aangetroffen binnen het plangebied van vleermuizen. Er treedt geen verstoring van leefgebied of vliegroutes op. Er dient wel te allen tijden rekening gehouden te worden met verlichting, door verlichting tot een minimum te beperken en directe verlichting van de omgeving en onverlichte gebiedsdelen te voorkomen. In het plangebied zijn 10 territoria van huismus en 10 nestlocaties van boerenzwaluw vastgesteld in de melkveestal. Deze soorten beschikken over een aangewezen jaarrond beschermd nest. Als gevolg van de geplande werkzaamheden treedt daardoor verstoring en vernietiging van nestlocaties op voor de huismus en boerenzwaluw. Hiervoor is een ontheffing aangevraagd en worden compenserende en mitigerende maatregelen genomen.

In het projectplan wordt onder andere de effecten op de aangetroffen beschermde soorten en de te treffen maatregelen beschreven.

Planning werkzaamheden Het ongeschikt maken van de melkveestal voor vogels wordt voor de start van het broedseizoenuitgevoerd. Om schade aan individuen zoveel te voorkomen wordt er gewerkt buiten de kwetsbare periodes van de in het plangebied vastgestelde soorten. Voor huismus en boerenzwaluw geldt dat de melkveestal voor beide soorten een functie heeft als voortplantingsplaats (nestgelegenheid). Buiten het broedseizoen trekken de vogels naar andere gebieden. Daarom is het slopen van de melkveestal tussen eind september en begin maart het meest gunstig, omdat beide soorten dan niet aanwezig zijn. Ook dient rekening gehouden te worden met broedvogels door geen werkzaamheden uit te voeren in de aanwezige beplanting gedurende het broedseizoen. Tenzij een ecologisch deskundige heeft bepaald dat hierin geen nesten van broedvogels aanwezig zijn. Maatregelen huismus: Nieuw leefgebied wordt gecreëerd door het groen inrichten van het woonerf waaronder rommelhoekjes, kruidenrijke stroken, hagen en composthopen; Aanbieden van alternatieve nestgelegenheid voor tenminste 10 broedparen, door het toepassen van bijvoorbeeld vogelschroot op de tweede panlat van de nieuwe woning zodat er voldoende nestruimte beschikbaar blijft, of plaatsen van geschikte, duurzame nestkasten. De voorzieningen worden onder begeleiding van een ter zake kundige geplaatst.

De exacte locatie van de nestkasten worden nader bepaald onder de ecologische randvoorwaarden van het BIJ12 Kennisdocument voor huismus. Maatregelen boerenzwaluw: Aanbieden van permanente alternatieve nestgelegenheid middels kunstmatige nestkommen aan de te realiseren schuren. Er is geen compensatiefactor vastgesteld voor boerenzwaluw. Voor de soort zullen tenminste 20 nieuwe nestplaatsen op geschikte plaatsen in de nieuwe schuren (richting noord of oost)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7d50a58c-98cc-4b08-8b9a-db6259c70b86