CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Quickscan natuurtoets_Schuttevaerkade 80_Zwolle

Raad Besluitvormingsronde 25 mei 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Transformatie kantoorpand Schuttevaerkade 80-88 tot woningbouw3.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming)

Slokker Vastgoed

Definitief

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming)

20-010

4 maart 2020

Definitief

K. (Kelly) Meinesz en M. (Marco) van der Sluis

A. (Astrid) van Teeffelen

Slokker Vastgoed bv

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Meinesz, K. en M. van der Sluis (2020). Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming). Rapport 20-010. Ecogroen bv, Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 1.3 Leeswijzer

2 2 2 3

2.

Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode

4 4 4

3.

Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.3 Broedvogels 3.4 Amfibieën 3.5 Overige soortgroepen

6 6 6 10 11 11

4.

Geraadpleegde bronnen

12

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Slokker Vastgoed is voornemens om de bebouwing aan de Schuttevaerkade 80 in Zwolle te slopen en een appartementencomplex te realiseren. Uitvoering van dit plan kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Op verzoek van Slokker Vastgoed heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets (onderdeel soortbescherming) uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden door de beoogde werkzaamheden.

Soortbescherming • In aanwezige bebouwing in het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Binnen het plangebied zijn geen onmisbare vliegroutes en/of foerageergebieden aanwezig. • Er zijn oude sporen (uitwerpselen) van steenmarter aangetroffen. Van voortplantingsplaatsen of andere vaste verblijfplaatsen van de soort is geen sprake. • Dichte bosschages in het plangebied zijn mogelijk geschikt als verblijfplaats van egel. • Nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nestlocaties zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden niet aangetroffen en deze worden ook niet verwacht. Wel zijn gedurende de broedtijd enkele algemene vogelsoorten broedend te verwachten binnen het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. • Er zijn geen verblijfplaatsen/ groeiplaatsen van flora, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Overijssel.

Advies • Door de sloop van de bebouwing gaan potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te laten voeren. Wanneer verblijfplaatsen van vleermuizen door de werkzaamheden verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. • Door de verwijdering van dichte bosschages gaan mogelijk verblijfplaatsen van de egel verloren. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van egel. Bij het aantreffen van een egelverblijfplaats binnen het plangebied is het noodzakelijk om een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen. • Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor 15 februari en na 15 december. Wanneer werkzaamheden binnen deze periode worden opgestart adviseren we om een broedvogelcontrole uit te voeren door een ter zake deskundige.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

01

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Slokker Vastgoed is voornemens om de bebouwing aan de Schuttevaerkade 80 in Zwolle te slopen en een appartementencomplex te realiseren. Voor het uitvoering van het plan is een bestemmingsplanwijziging nodig. Uitvoering van dit plan kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Op verzoek van Slokker Vastgoed heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets (onderdeel soortbescherming) uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden door de beoogde werkzaamheden. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomsten van deze toetsing beschreven.

1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied is gelegen aan de Schuttevaerkade 80 en ligt ten noorden van het oude centrum van Zwolle (zie figuur 1.1). De bebouwing betreft een kantoorgebouw (zie foto voorzijde rapport) welke grotendeels leeg staat. Rondom het gebouw zijn een verhard parkeerterrein, begroeiing en enkele bomen aanwezig. Er zijn plannen om de bebouwing in 2021 te slopen en begroeiing direct rondom het gebouw te rooien. In afstemming met de gemeente vinden mogelijk ook aanpassingen plaats aan het gemeentelijke groen rondom het plangebied. Op het vrijkomende perceel wordt vervolgens een nieuw appartementencomplex gebouwd.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (binnen rode omlijning). Bron luchtfoto: Google Earth.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

02

1.3 Leeswijzer Voorliggend rapport gaat in hoofdstuk 2 in op het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde soorten (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

03

2. Kader en methode 2.1 Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Staatsblad, 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552. In dit rapport wordt ingegaan op de soortbescherming. Conform de uitvraag wordt het onderdeel gebiedsbescherming en houtopstanden niet getoetst. In kader 2.1 geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan.

2.2 Onderzoeksmethode Literatuuronderzoek Om de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van het plangebied in beeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Hierbij is onderzocht of beschermde soorten bekend zijn in of in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2020).

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

04

Onderzoek beschermde soorten De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 13 januari 2020 (6°C, weinig wind, droog en bewolkt) is uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek zijn het plangebied en de directe omgeving onderzocht, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Speciale aandacht is uitgegaan naar aanwezigheid van (mogelijke) jaarrond beschermde nesten van broedvogels in de bebouwing en bomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Daarnaast zijn bomen en bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid als vaste verblijfplaats voor vleermuizen en grondgebonden zoogdieren zoals steenmarter.

Effectbeoordeling en bepalen vervolgstappen Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek en een ontheffingsaanvraag) vereist zijn.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

05

3. Soortbescherming 3.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten of plantensoorten van de Rode Lijst aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

3.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis aangetroffen in de bebouwing binnen het plangebied. Potentiële verblijfplaatsen zijn aanwezig in de vorm van kieren/ ruimten achter gevelplaten (zie figuur 4.1). Bomen met holten en/of spleten die als potentiele verblijfplaatsen kunnen dienen, zijn niet aangetroffen in het plangebied. Door de sloop van de bebouwing gaan deze potentiële verblijfplaatsen verloren.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

06

Figuur 3.1 Kieren tussen platen in de bebouwing die als potentiële verblijfplaats kunnen dienen voor vleermuizen.

Voor het wegnemen van verblijfplaatsen van vleermuizen is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (of verklaring van geen bedenkingen1) noodzakelijk. Hierbij is van belang dat de functionele leefomgeving van de aanwezige vleermuizen niet in gevaar komt. Het is noodzakelijk om de volgende actie(s) te ondernemen: Aanvullend onderzoek • Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk conform kennisdocumenten (BIJ12, 2017a en b) en landelijk vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017). In deze situatie is het noodzakelijk om in de periode half mei tot en met september vier nachtelijke bezoeken te brengen. Met de informatie die met gericht onderzoek wordt verzameld, kan maatwerk worden geleverd met betrekking tot de te nemen mitigerende maatregelen. Mitigerende maatregelen (indien verblijfplaatsen aanwezig blijken te zijn) Mochten in de bebouwing verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn (indien aangetoond door aanvullend onderzoek), dan zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: • Bij aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor vleermuizen, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden.

De looptijd van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken; ________________________________________________________________________________ 1 Indien de Wet natuurbescherming aanhaakt in een Omgevingsvergunningprocedure.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

07

• Bij de planning van de sloop dient rekening gehouden te worden met de seizoensactiviteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (kraam-, paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. De precieze planning is afhankelijk van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek en de (verwachte) functie die het plangebied heeft voor vleermuizen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het uitvoeren van sloopwerkzaamheden 1 oktober - 15 november en 1 april -15 mei (weersafhankelijk); • Voorafgaand aan de sloop is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door tochtgaten te maken. Hiervoor zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren en het verwijderen van kozijnen en gevelplaten. Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn; NB: Het ongeschikt maken is alleen toegestaan met een ontheffing Wet natuurbescherming en volgens de voorschriften in de ontheffing; • Ter vervanging van de te verwijderen verblijfplaatsen dienen vervangende verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Als tijdelijke voorziening om de periode tussen sloop en nieuwbouw te overbruggen, kunnen vleermuiskasten opgehangen worden. De kasten dienen in de meeste gevallen minimaal drie maanden voorafgaand aan de sloop geplaatst te worden.

Daarnaast dienen in de nieuwbouw of in omliggende gebouwen permanente verblijven aangebracht te worden; • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige. Ontheffing voor soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis wordt bij vrijwel alle aanvragen verleend, waarbij vooral de (on)mogelijkheid om alternatieve voorzieningen aan te brengen bepalend is voor het al dan niet verlenen van de ontheffing. Aan de ontheffingsvoorwaarde kan gezien onderstaande criteria worden voldaan, waardoor de ontheffing verleend kan worden: • In voorliggende situatie kan de functionaliteit van de leefomgeving gegarandeerd worden door het realiseren van nieuwe verblijfplaatsen voor vleermuizen in bijvoorbeeld de nieuwbouw en vleermuizen tijdens het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden te ontzien door de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen. • Het belang van de sloop van de huidige asbesthoudende bebouwing kan worden onderbouwd met het volgende belang: In het kader van de volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.

• Het ontbreken van alternatieven kan onderbouwd worden door aan te geven dat vervangende nieuwbouw een duurzame oplossing vormt de ontstane ongewenste situatie (o.a. met leegstand en asbest). Op basis van bovenstaande is aangetoond dat er uitzicht is op ontheffing: de Wet natuurbescherming staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg ten aanzien van gebouwbewonende vleermuizen. Vliegroutes en foerageergebieden Door aanwezigheid van opgaande lijnvormige structuren worden de randen van het plangebied mogelijk (beperkt) gebruikt als foerageergebied en vliegroute voor soorten als gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis (NDFF, 2020).

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

08

In de omgeving zijn voldoende alternatieve, geleidende elementen aanwezig in de vorm van singels en bebouwing die als vliegroute kunnen dienen. Ook zijn er in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden, zoals watergangen, bomenlanen en stadsparkjes. De voorgenomen plannen geven dan ook geen aanleiding schade te veronderstellen aan onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Tijdens het veldbezoek zijn op de bovenste etage van het gebouw enkele oude uitwerpselen van steenmarter aangetroffen. Vanwege de afwezigheid van andere sporen zoals verse uitwerpselen en prooiresten worden geen voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van steenmarter verwacht in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen voor steenmarter is niet aan de orde. Egel In de directe omgeving van het plangebied meerdere waarnemingen bekend van egel. Zo is in 2018 een egel 200 meter ten westen van het plangebied waargenomen (NDFF, 2020). Mogelijk zijn dichte bosschages in het plangebied geschikt als verblijfplaats en beperkt als foerageergebied voor egel. Van onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de hoeveelheid alternatief foerageergebied in de omgeving (bijvoorbeeld tuinen, gazons en overig groen). Door de verwijdering van dichte begroeiing gaan de potentiële zomerverblijfplaatsen van de egel verloren. Vervolgstappen ten aanzien van egel zijn noodzakelijk. Vervolgstappen Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van egel binnen het plangebied. Vervolgonderzoek vindt plaats aan het begin en eind van de nacht in de actieve periode van de egel (mei tot en met september). In voorliggende situatie kan het benodigde egelonderzoek gecombineerd worden met het nachtelijke onderzoek naar vleermuizen.

Hierbij wordt gelet op rondscharrelende egels die een indicatie zijn voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen. Door verspreid in de periode mei tot en met september vier nachtelijke bezoeken uit te voeren ontstaat een betrouwbaar beeld van het terreingebruik door egel. Bij het aantreffen van een egelverblijfplaats binnen het plangebied is het noodzakelijk om een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen bij het bevoegd gezag (provincie Overijssel). Er dienen in dat geval mitigerende maatregelen te worden getroffen om de functionaliteit van de verblijfplaats van egel te waarborgen. Overige zoogdieren Vaste verblijfplaatsen van overige beschermde grondgebonden zoogdieren worden op basis van terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied vaste verblijfplaatsen van een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere huisspitsmuis en bosmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdie-

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

09

ren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

3.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt in de praktijk onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1).

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat de nestlocatie inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Kader 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF, 2020). Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen (geschikte) nestlocaties of onmisbaar foerageergebied aangetroffen van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Vervolgstappen zijn niet aan de orde voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten.

Overige broedvogels In en nabij het plangebied is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als kauw (bebouwing), houtduif, winterkoning, roodborst, merel, Turkse tortel en heggenmus (groenstroken). Door sloop van de bebouwing en het rooien van beplanting gaan mogelijk nestlocaties van algemeen voorkomende broedvogels verloren. In de omgeving van het plangebied blijven ruim voldoende alternatieve nestlocaties beschikbaar als een nestlocatie verloren gaat. Werkzaamheden die zorgen voor schade aan of ernstige verstoring van bewoonde nesten (leidend tot het verlaten van nesten), dienen te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (half december tot half februari). Met name te verwachten soorten als houtduif en merel kunnen tot laat in het seizoen doorgaan met broeden en ook vroeg in het seizoen starten met broeden. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart dan is voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcontrole nodig door een ter zake deskundige. Mochten broedende vogels aanwezig zijn dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

10

3.4 Amfibieën In het plangebied ontbreekt (permanent) oppervlaktewater, waardoor voortplanting van amfibieën is uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (o.a. NDFF, 2020) wordt ook overwintering van de soorten in de Habitatrichtlijn, de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling (zoals knoflookpad, poelkikker en heikikker) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel is -hetzij beperkt- overwintering van algemene amfibieënsoorten zoals gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander te verwachten in aanwezige ruigtes, rommelhoekjes, (muizen)holen en de strooisellaag in het plangebied. Bij realisatie van de plannen kunnen enkele exemplaren van bovengenoemde vrijgestelde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

3.5 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde vissen, ongewervelden en reptielen. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

11

4. Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van EZ (2015). Besluit van de Minister van Economische zaken van 15 oktober 2015, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

Internet NDFF (2020). Nationale Databank Flora en Fauna (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 13 januari 2020. RAVON.nl (Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). Sovon.nl (Website met soortinformatie over vogels). Vlinderstichting.nl (Website met soortinformatie over vlinders en libellen). Zoogdierenvereniging.nl (Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren).

Quickscan natuurtoets Schuttevaerkade 80, Zwolle

12

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=4a44deb9-6bd7-4334-8624-8b619e2f4898