Bijlage Groen_Schuttevaerkade 80-88 Zwolle
Tekst van het document
DE ZWAAN SCHUTTEVAERKADE ZWOLLE TOELICHTING GROEN T.B.V. SOP 01-04-2020 (UPDATE 22 -10-2020)
AMBITIES
STADSVERGROENING; GEEN DOEL MAAR MIDDEL
Klimaatadaptatie staat hoog op de agenda bij de gemeente Zwolle. Nieuwe ontwikkelingen worden ingezet om het stadsklimaat en de waterhuishouding te verbeteren, de biodiversiteit te versterken en de belevings- en gebruikswaarde te vergroten. Stadsvergroening is op deze wijze geen doel op zich, maar een middel om verschillende agenda’s te dienen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Het biedt op deze wijze ruimtelijke bouwstenen om invulling te geven aan de verbetering hiervan. De bouwstenen bevinden zich in verschillende ruimtelijke domeinen: de bebouwing, het openbare gebied, en private buitenruimtes en interieurs.
AT
W
STA
VERGROENING
ITE
VI NG
V DI BIO
ER S
OP EN
VAAT PR I
VERGROENING
W
AR BA
MA I L
ER AT
DS K
GEBOU
IT
BE
LE
DIVERSE AGENDA’S
VERSCHILLENDE DOMEINEN
AMBITIES AGENDA’S
STADSKLIMAAT De temperatuur in verstedelijkt gebied is gemiddeld hoger
onder andere uitstoot van uitlaatgassen en concentratie van gebruikers, leidt dit tot temperatuurstijging. Dat
STA
wordt warmte daardoor (langer) vastgehouden. Samen met
T
W
ER AT
warmte op en stralen die weer uit. In omsloten ruimtes
DS K
dan in ruraal gebied. Verharding en bebouwing vangen
A A M LI
WATERHUISHOUDING Weeromstandigheden worden extremer. Periodes van hevige regenval en droogte wisselen mekaar steeds vaker af. Overvloedige neerslag levert problemen op om water tijdig af te voeren. Bij droogte kan de stad juist voordeel halen uit het hergebruik van opgeslagen water. Het is daarom van belang dat steden in staat zijn om water tijdelijk vast te houden. Daarbij is het essentiëel dat oppervlaktewater wordt
van groengebieden en vegetatie kan beheersing van het
afgescheiden van afvalwater. Groenzones kunnen daarin een
stadsklimaat worden verbeterd.
belangrijke rol spelen.
BIO V DI
ER S
BIODIVERSITEIT
ITE IT
VI NG
heet ‘het Urban Heat Island effect’. Door het integreren
LE E B
BELEVING
UItgebreide infrastructuur en verharde publieke ruimte
De ontwikkeling van verkeer en infrastructuur heeft de
maakten van de stad een weinig aantrekkelijke biotoop voor
afgelopen decennia een sterke druk gelegd op het publieke
vele soorten. Teruglopende biodiversiteit heeft een rampzalige
domein van vele steden. Vaak ging dit
impact op het wereldwijde ecosysteem. Herinrichting van
verblijfsruimte en -kwaliteit. Het groeiend aantal inwoners
stedelijk gebied op een manier die bijdraagt aan het vergroten
van de stad verhoogt ook de eisen en verwachtingen voor het
van de algemene soortenrijkdom is daarom van groot belang.
publieke domein als kwalitatieve verblijfsruimte. Vergroening
Vergroening is daarvoor een essentiële bouwsteen.
van
vandaag
ontoegankelijk
gebied
verblijfsruimte aan de stad toevoegen.
ten koste van
kan
belangrijke
AMBITIES
INZET VERSCHILLENDE DOMEINEN
Vergroening van de stad gebeurt in verschillende ruimtelijke domeinen. Er is onderscheid te maken tussen ‘gebouw’, ‘openbaar domein’ en ‘privaat terrein’.
van het exterieur bij zowel dak- en gevelinrichting. De
OP EN
alsook
de
cultuurhistorische
betekenis van de verschijningsvorm van het complex.
2
AA T
constructieve mogelijkheden van (bestaande) gebouwen bepalend,
W
IV PR
Op gebouwniveau zijn er mogelijkheden voor vergroening
daarbij
GEBOU
AR BA
1. GEBOUW
zijn
1
2. OPENBAAR GEBIED Het openbare domein biedt kansen voor een optimalere inrichting van parken en pleinen, waterpartijen en rivierlopen,
straten
en
overige
verkeersruimtes.
Mogelijkheden worden bepaald door plaatsspecifieke kenmerken, en de (potentiële) positie en betekenis van een bepaalde ruimte in grotere netwerken (water, mobiliteit,...).
3. PRIVAAT TERREIN Private tuinen en semi-private binnenhoven kunnen aanzienlijk bijdragen aan waterhuishouding, stadsklimaat en stedelijke biodiversiteit. De mate waarin ze publiek toegankelijk zijn, is bepalend voor hun bijdrage aan de beleving van de stad.
3
AMBITIES
INTEGREREN EN COMBINEREN
VERGROENING
INTEGREREN AGENDA’S
COMBINEREN DOMEINEN
Vergroening van de stad kan fundamenteel bijdragen aan
Bestaande en potentiële groenzones moeten worden
In dit ontwerp worden ingrepen in afzonderlijke domeinen
een gezonde leefomgeving als verschillende agenda’s
verrijkt met maatregelen die bijdragen aan het verbeteren
(bebouwing, publieke ruimte, privaat domein) onderling
worden geintegreerd en afzonderlijke domeinen worden
van biodiversiteit, het beheersen van het stadsklimaat, het
verbonden. Deze relatie kan diverse vormen hebben:
gecombineerd. Daarvoor moeten groene gevels, daken
realiseren van een flexibel waterbeheer én het verhogen
een fysieke verbinding, een functionele link, of een
en openbare ruimte intelligenter en effectiever worden
van de belevingswaarde in de stad. Ingrepen die uitsluitend
aanvullende/complementaire werking. Daardoor kunnen
ingericht.
één bepaalde agenda dienen worden fysiek gecombineerd.
ingrepen worden afgewogen op hun doeltreffendheid.
Waar
uitgebreid,
Maatregelen op gevels kunnen bijvoorbeeld kostbaarder
samengevoegd of aangepast zodat ze meerdere agenda’s
en minder effectief zijn dan in het publieke gebied, of
dienen. Combinatie en prioritisering van bepaalde agenda’s
omgekeerd. Daarnaast wordt de impact van afzonderlijke
is afhankelijk van plaatsspecifieke condities.
ingrepen versterkt door ze te koppelen tot een integraal
mogelijk
worden
maatregelen
samenwerkend systeem.
DE ZWAAN
GROEN BOLWERK De locatie van De Zwaan was van oudsher onderdeel van het rurale gebied buiten de stadsgracht. In het begin van de 20e eeuw ontstond hier kleinschalige industrie. Na de stadsuitbreidingen van de jaren 50 werd het plangebied ingesloten, en ontstond het huidige binnenstedelijke bedrijfsgebied. De inrichting is rommelig en stenig, met weinig groen. De bebouwing is massief en staat parallel aan het water, waardoor achterliggende woonwijk wordt afgesloten van de stadsgracht. De Zwaan brengt het historische karakter van deze plek terug. Het wordt opnieuw een uitbundig groen gebied, met een ensemble van losse gebouwen die in silhouet en vorm refereren naar het industriële verleden. De buitenruimtes tussen de gebouwen worden geschakeld door wandelroutes, die de achterliggende woonbuurten terug met de stadsgracht verbinden. De nieuwe buurt opent zich naar de Schuttevaerkade, en wordt onderdeel van de Hoofdgroenstructuur van de stad. Op die manier worden bestaande en nieuwe biotopen ook gekoppeld aan de hoofdgroenstructuur van de stad. Het foerageergebied van bijvoorbeeld vogels en insecten wordt daardoor geschakeld en vergroot.
DE ZWAAN
GROEN STADSLANDSCHAP
Om het gebied autovrij te maken, wordt onder de bebouwing een gedeelde parkeergarage gerealiseerd. Het dek van de garage wordt van gevel tot gevel ingericht als een natuurlijk groengebied van ca. 2.100m2, waar een netwerk van paden doorheen loopt. Er wordt voldoende pakketdikte voorzien om een rijke mix van vaste planten en struiken te realiseren, die in alle seizoenen aantrekkelijk en bijzonder is. Er worden verdiepte zones gemaakt met moerasvegetatie waar water wordt vastgehouden, en verhoogde heuveltjes waar vegetatie komt die houdt van een droger milieu. Daarnaast worden er een aantal uitsparingen in de garage gemaakt, als ruime en duurzame groeiplaatsen voor grote bomen. Deze bevinden zich centraal in de tuinruimtes en bij de aansluiting met de Schuttevaerkade. De Zwaan realiseert daarmee niet uitsluitend een fijne woonbuurt, maar draagt ook nadrukkelijk bij aan een duurzame waterhuishouding, beheersing van het stedelijk klimaat, het verhogen van de algehele biodiversiteit. Regenwater wordt maximaal vastgehouden, wordt opgenomen door beplanting of verdampt. We kiezen voor een combinatie van bloeiende planten, waardoor gedurende het hele jaar een interessant milieu ontstaat voor bijen en insecten. We selecteren vruchtdragende struiken en bloeiende bomen die voedsel en nestgelegenheid bieden aan vogels.
Door de groene inrichting van het binnenterrein, en de verdamping van het vastgehouden oppervlaktewater, wordt hittestress bij extreme weersomstandigheden verminderd.
BEPLANTING
MATRIXBEPLANTING MET VEEL INHEEMSE SOORTEN
Gevarieerd landschap Een gevarieerd landschap met afwisselend struiken, bomen en planten biedt schuil- en broedplekken voor vogels en helpt vlinders zich te oriënteren. Door kleine hoogteverschillen aan te brengen in de daktuin worden gradiënten in de hydrologische situatie gemaakt en ontstaat een biodiverse beplanting. Inheemse struiken zoals vlinderstruik en klimop bieden voedsel aan vlinders, bijen en andere insecten die op hun beurt weer vogels aantrekken. De tuin kan functioneren als steppingstone tussen grotere groengebieden. Kleine zoogdieren zoals de egel kunnen de tuin gebruiken om van het ene naar het andere groengebied te gaan.
Boomkeuze De boomkeuze wordt bepaald door een scala aan factoren. Enerzijds moet de soort afgestemd zijn op zijn omgeving. Er moet immers worden voorkomen dat de bomen overlast veroorzaken of niet goed aanslaan. Daarnaast spelen esthetische afwegingen en de ecologische meerwaarde een rol. Daarom is onze keuze gevallen op perenbomen. Deze grote fruitbomen met een halfopen kroon bieden het jaar rond een mooie aanblik. Bovendien zijn dit drachtbomen. Ze bieden hiermee een grote bijdrage aan de voedselvoorziening van de bij. Het bloeiend oppervlak van een boom is vele malen groter dan de kroonprojectie en levert verhoudingsgewijs meer bloemen op dan een gewas op straatniveau.
Bloemenidylle Eén van de oorzaken van insectensterfte is het gebrek aan bloemen. Een gebrek aan bloeiende planten leidt voor vlinders, bijen, hommels en vele andere insecten tot een tekort aan nectar en, vooral voor bijen en hommels, stuifmeel. De bloemrijke beplanting van de daktuin is niet alleen aantrekkelijk voor de bewoners maar ook afgestemd op de behoefte van insecten en vogels. Door het toepassen van verschillende soorten zoals wilde hyacint, sneeuwbal, vlinderstruik en herfstaster bloeit de nieuwe daktuin in verschillende seizoenen en biedt nectar van de lente tot de herfst.
Waterbergen De huidige inrichting is sterk verhard en water wordt direct op het HWA stelstel geloosd. In de nieuwe inrichting wordt water binnen de daktuin gebufferd voordat het wordt afgevoerd. Hierdoor wordt de piekbelasting op het riool teruggebracht. De planten en het substraat van een groendak kunnen, afhankelijk van de uitvoering, tot wel 50% van de regen per jaar vasthouden. Bovendien heeft de buffering van regenwater op het groendak een verkoelende werking in de zomer en wordt hittestress tegen gegaan.
BEPLANTING DAKOPBOUW
Vaste planten Intensief substraat 25 cm Filterlaag Waterretentielaag FKD 60 6cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
Vaste planten Intensief substraat 25 cm Filterlaag Waterretentielaag FKD 60 6cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
Heester 1,5-2m Intensief substraat 40cm Filterlaag Waterretentielaag FKD 60 6cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
Heester 1,5-2m Intensief substraat 44cm Filterlaag Waterretentielaag FKD 60 6cm EPS150 25cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
Betontegels 5cm lavasplit 8-16mm, 25cm EPS150 50cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
1,5%
0.75+P
0.21 +P
0.06 +P 0.00 +P
0.06 +P 0.00 +P
VASTE BEPLANTING OP KANAALPLAATVLOER
VASTE BEPLANTING OP KANAALPLAATVLOER
0.06 +P 0.00 +P
HEESTERBEPLANTING OP KANAALPLAATVLOER
0.00 +P
HEESTERBEPLANTING OP PIEPSCHUIM
Heesers en kruiden
15 kg
Heesers en kruiden
20 kg
Heesers en kruiden
20 kg
Lavasplit (ca.1200 kg/m3)
84 kg
Intensief dakuinsubstraat (ca.1500 kg/m3)
225 kg
Intensief dakuinsubstraat (ca.1500 kg/m3)
600 kg
Intensief dakuinsubstraat (ca.1500 kg/m3)
660 kg
Belasting per m2
60 kg 264 kg
Belasting per m2
60 kg
Filterlaag + Waterretentielaag FKD 60
300 kg
Belasting per m2
Filterlaag + Waterretentielaag FKD 60
60 kg
60 kg
EPS 150
7 kg
680 kg
Belasting per m2
747 kg
0.06 +P 0.00 +P
0.00 +P
TERRASSEN
120 kg
Filterlaag + Waterretentielaag FKD 60
0.80+P
0.31 +P 0.25 +P
Grind (ca. 1500 kg/m3)
Filterlaag + Waterretentielaag FKD 60
0.80+P
0.50 +P
0.46+P
0.21 +P
Heester 2-3m Intensief substraat 60cm Filterlaag Waterretentielaag FKD 60 6cm Beschermlaag Druklaag 7 cm Kanaalplaatvloer
HEESTERBEPLANTING BOVEN KOLOMMEN
Tegeverharding (50 mm)
120 kg
Heesers en kruiden
Lavasplit (ca.1200 kg/m3)
228 kg
Intensief dakuinsubstraat (ca.1500 kg/m3)
EPS 150
13 kg
Filterlaag + Waterretentielaag FKD 60
Belasting per m2
361 kg
Belasting per m2
30 kg 1.110 kg
60 kg 1.200 kg
BEPLANTING
OPGAANDE HEESTERS EN STRUIKEN
BEPLANTING
TOPOGRAFIE EN PAKKETDIKTE
LEGENDA + 20cm boven betondek + 30cm boven betondek + 40cm boven betondek + 50cm boven betondek + 60cm boven betondek + 70cm boven betondek + 80cm boven betondek + 90cm boven betondek + 100cm boven betondek
BEPLANTING
BOMEN IN VOLLE GROND
BEPLANTING
BOMEN IN VOLLE GROND Duurzame groeiplaats voor bomen In de daktuin wordt er naar gestreefd de groeiomstandigheden van de bomen zo goed mogelijk te maken. Dit gebeurt op de volgende manieren: Wanneer bomen op daken worden aangeplant is de groeiplaats vaak gelimiteerd door de draagkracht van de constructie. Dit stelt beperkingen aan het gewicht en de omvang van het wortelpakket waardoor wortels zich niet goed ontwikkelen en onvoldoende water en voedingstoffen worden opgenomen. Bij De Zwaan wordt deze situatie voorkomen door de parkeergarage als het ware om de groeiplaats van de bomen heen te bouwen. Hierdoor kunnen de bomen in de volle grond worden aangeplant en wordt de dikte van het grondpakket niet beperkt door de constructie van het dak. De boom kan hierdoor breder wortelen (zowel in de daktuin als in de plantplaats t.p.v. de parkeergarage) en bovendien staat de groeiplaats zo ook in contact met het grondwater. Door de grond voor aanplant te verrijken tot een organische stof gehalte van 5% wordt voor de boom een goede uitgangssituatie gecreëerd; het bodemleven krijgt een impuls en er ontstaat een zelfredzaam systeem. Door de klimaatverandering komen extreme weersomstandigheden steeds vaker voor. Ook hier is rekening mee gehouden. Enerzijds wordt de soortkeuze hier op afgestemd.
Anderzijds wordt elke boom voorzien van een beluchtingssyteem, watergeefsysteem en kluitverankering. Hiermee wordt gegarandeerd dat het zuurstof- en vochtgehalte ook onder de meest extreme omstandigheden op peil blijft. Daarnaast wordt de stabiliteit van de boom ook bij hevige wind gewaarborgd. Tot slot zal de aanplant en het onderhoud worden uitgevoerd door een gespecialiseerd groenaannemer om er op toe te zien dat bovenstaande ambities in de praktijk ook worden gerealiseerd.
NATUURINCLUSIEVE MAATREGELEN
PLANTEN EN DIEREN ALS MEDEGEBRUIKER VAN DE TUIN
5
3
Hotels en stenen voor insecten
7
6 1
Groene gevel
Vlinder- en bijenidylle
4
Waterdak
Groendak
Natuurinclusief bouwen Door natuurinclusief te bouwen kunnen nieuwe nest en fourageergebieden worden gecreeerd voor zowel vogels, zoogdieren als insecten.
Nestkasten voor vogels
Vogelsoorten die in stedelijk gebied broeden zijn vaak afhankelijk van vaste nestplaatsen in gebouwen. In de architectuur van de nieuwbouw zullen er speciale inbouwneststenen worden opgenomen. Hiermee kan nestgelegenheid worden gemaakt voor soorten zoals de Huismus, Gierzwaluw, Spreeuw en de Slechtvalk.
2
Kasten voor vleermuizen
Ook vleermuizen verblijven graag in gebouwen. Ook vleermuiskasten kunnen in de gevel worden ingepast. Open dilatatievoegen en de kieren tussen huizen bieden ook een goede paarverblijfplaats voor vleermuizen. De voegen en kieren mogen dan niet worden afgesloten met bijvoorbeeld isolatiemateriaal.
NATUURINCLUSIEVE MAATREGELEN
PLANTEN EN DIEREN ALS MEDEGEBRUIKER VAN DE TUIN
1
Nestkasten vogels aandachtssoort: huismus en gierzwaluw koloniebroeder: min. 6 kasten naast elkaar • in schaduw van dakgoot / overstek • aanvliegroute: h min/max = 3 / 15m, met opgaand groen binnen 5m van nestkast (Amelanchier) • nestkasten: ca 30x30cm • openingen min. 50cm uit elkaar • materiaal: hout (niet chem. behandeld) • uitbouw, zichtbaar maken
2
Kasten voor vleermuizen • aandachtssoort: n.t.b. zomerkast: h min. = 4m, alle windrichtingen • kraamkast: h min. = 4m, zuid of west, in de beurt van groen en water • algemeen: bij inmetselen voldoende isolatie achter de neststeen om koudebruggen te voorkomen • materiaal: houtbeton • uitbouw, zichtbaar maken en beter leefklimaat voor vleermuizen
3
Hotels en stenen voor insecten • geïntegreerd in plantenbakken groene randen • types: insectenhotel, bijensteen en/of boom stronk (n.t.b.) • keuze beplanting afgestemd op bijen en insecten • zonnepanelen als schuilplek voor vliegende insecten en vogels
6
Waterdak • toepassing van retentiedak in combinatie met intensief groendak • buffering / opslag van een gedeelte van de neerslag
7
Vlinder- en bijenidylle • Bloem- en kruidenrijke beplanting welke naast dat het een aantrekkelijk tuin voor mensen vormt ook als belangrijke voedingsbron voor vogels, vlinders, hommels en bijen functioneert.
Bijenbaaksteen
4
Groen dak • natuurdak substraatdiktes tussen 10-60cm • bloemrijk grasmengsel, extensief beheerd en intensiever daktuin 1e verdieping met vaste planten en meerstammige struiken
5
Groene gevel • klimplanten tegen gevel blok
vlinder- en bijenidylle
nestkast in gevel
BESTAANDE BEPLANTING INMETING
Huidige bomen De huidige beplanting is geïnventariseerd. Op en rond het bouwkavel zijn 25 bomen aanwezig. Het betreft hoofdzakelijk pionierssoorten (voornamelijk esdoorn) waarvan het merendeel hier al ruim 30 jaar staat. De bomen geven een groen karakter aan een verder erg verharde omgeving. Helaas zijn niet alle bomen in even goede staat. Negen bomen hebben een matig tot slechte conditie en een toekomstverwachting van minder dan 10 jaar. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van conditie, boomsoort, aantastingen en een beperking van de ondergrondse en/of bovengrondse groeiruimte. Dit laatste betreft met name de bomen op eigen terrein. Nog eens 7 bomen worden in hun ontwikkeling gelimiteerd door de hoge mate van verdichting in het terrein die de ondergrondse groeiruimte beperkt.
Bestaande onderbeplanting De huidige onderbeplanting is monotoon en bestaat voor voor meer dan 90% uit sneeuwbes. Met name aan de noordzijde van het terrein is de conditie van deze beplanting matig. De soort is ecologisch niet waardevol. Wij achten het niet wenselijk deze beplanting te behouden.
BESTANDE BEPLANTING BESTAANDE EN TE KAPPEN BOMEN
Te behouden en te kappen bomen Bij de herinrichting van het terrein wordt er zo veel mogelijk naar gestreefd de bestaande bomen te handhaven. Dit is echter lastig. Het benodige aantal parkeerplaatsen kan alleen op een landschappelijke en groene wijze worden ingepast door een ondergrondse parkeergarage te maken over het volledige kavel. Dit maakt het onmogelijk de bomen op eigen terrein te behouden. De stedenbouwundige wens van de gemeente Zwolle om de bebouwing aan de buitenkant van het kavel te positioneren zorgt er voor dat de huidige laanbomen aan de Schuttevaerkade te dicht op de bebouwing komen te staan om deze op een duurzame wijze te behouden. Dit betekent dat er hier helaas 7 Noorse esdoorns en één ruwe berk zullen worden gekapt. Deze zullen worden gecompenseerd door 9 nieuwe haagbeuken aansluitend op de boomstructuur langs het naastgelegen kavel (zie volgende pagina). Ook aan de noordzijde conflicteren de huidige bomen met de nieuwe bebouwing. Hier gaat het om 2 esdoorns, die in slechte staat en vergunningsvrij te kapen zijn, en een mooie eik die helaas niet duurzaam te behouden is in de buurt van de gevel de grens van het kavel. Deze eik zal worden gecompenseerd door de aanplant van 2 nieuwe bomen op het kavel.
LEGENDA
bestaande boom
te kappen boom, eigen terrein
te kappen boom, vergunningsvrij
te kappen boom, vergunningsplichtig
NIEUWE BEPLANTING
HOOFDGROENSTRUCTUUR VERSTERKEN Hoofdgroenstructuur versterken De esdoorns en beuk worden vervangen door zuilvormige haagbeuken, van de soort Carpinus Betulus ‘Frans Fontaine’. Hiermee wordt de laanboomstructuur langs het campanile hotel, op het naastgelegen kavel, doorgetrokken en versterkt. Er ontstaat zo een uniforme bomenlaan aan de noordzijde van de Schuttevaerkade. Haagbeuken zijn zeer toekomstbestendig. Klimaatverandering zorgt voor drogere zomers en de aanwezigheid van verhardig en bebouwing vergroot de hittestress. Haagbeuken zijn hier bijzonder goed tegen bestand. Bovendien hebben haagbeuken minder doorwortelbare ruimte nodig zodat de bomen bijzonder geschikt zijn voor deze locatie en zich hier duurzaam kunnen ontwikkelen. Aanvullend op deze nieuwe bomenlaan zal ook worden ingezet op robuuste onderbeplanting aansluitend bij de bij de beplanting op het dak, met name daar waar bomen door de breedte van het trottoir niet mogelijk zijn. Op deze wijze pwordt het groen in de binnentuin maximaal verbonden met de hoofdgroenstructuur.
LEGENDA
nieuwe boom
bestaande boom
Laanbomen langs het campanile hotel. Deze laan zal worden doorgetrokken.