CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9_Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten_Antea_Group_Sekdoornse_Plas_DEFINITIEF_Redacted

Raad Besluitvormingsronde 15 september 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen, uitbreiding zandwinning Sekdoornse Plas3.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BB22-323-VO-01

Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

BB22-323-VO-01 53 20 januari 2023 Concept

BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:

+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl

KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: Bewoners helpen de Amerikaanse boordschutter in veiligheid na de crash van zijn bommenwerper op 11 januari 1944 in de omgeving van Berkum bij Zwolle. Bron: Collectie Overijssel.

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Inhoud

Conclusie en aanbevelingen ..............................................................................................................5 Inleiding .............................................................................................................................................6 1. Algemeen .......................................................................................................................................7 1.1 Aanleiding..................................................................................................................................7 1.2. Begrenzing onderzoeks- en projectgebied ..............................................................................7 1.3. Doel ..........................................................................................................................................8 1.4. Terminologie ............................................................................................................................8 1.5. Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) en ontplofbare oorlogsresten.................................................................................................................................9 1.6. Eerder uitgevoerde onderzoeken.......................................................................................... 11 2.

Vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) ................................................................................ 13 2.1. Inleiding ................................................................................................................................. 13 2.2. Literatuur ............................................................................................................................... 13 2.3. Gemeentearchief en provinciaal archief ................................................................................ 15 2.4. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ..................................................... 16 2.5. Nationaal Archief Den Haag (NA) .......................................................................................... 18 2.6. Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) ................................ 19 2.7. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ................................... 19 2.8. Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ......................................................................... 19 2.9. Krantenberichten .................................................................................................................. 22 2.10.

Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) collecties 409 en 575 ........... 22 2.11. National Archives, Kew, Surrey............................................................................................. 23 2.12. Bundesarchiv/Militärarchiv ................................................................................................... 24 2.13. The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) ................... 24 2.14. Getuigenverklaringen .......................................................................................................... 25 2.15. Kadaster ............................................................................................................................... 25 2.16. Héritage Canadiana .............................................................................................................. 25 2.17. Overige bronnen .................................................................................................................. 25 3. Bronnenanalyse ........................................................................................................................... 27 3.1. Algemeen ............................................................................................................................... 27 3.2.

Chronologische gebeurtenissenlijst ...................................................................................... 27 3.3. Mijnenvelden ......................................................................................................................... 36 3.4. Ruimingen ontplofbare oorlogsresten (1945-heden)............................................................ 37 4. Luchtfotoanalyse ......................................................................................................................... 39 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 39 4.2. Resultaat luchtfotoanalyse ................................................................................................... 39 4.3. Hoogteverschillen ................................................................................................................. 42

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

5. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal................................................................................ 44 5.2. Indicaties ............................................................................................................................... 44 5.3. Contra-Indicaties ................................................................................................................... 44 5.4. Leemten in de kennis ............................................................................................................ 44 5.5. Mogelijk aan te treffen (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten ........................................ 45 5.6. Horizontale afbakening verdacht gebied .............................................................................. 45 5.7. Verticale afbakening verdacht gebied ................................................................................... 47 5.8. Overzicht naoorlogse bodemingrepen ................................................................................. 47 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................ 51 Bijlage 1. BB22-323-VO-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART .............................................................. 52 Bijlage 2.

BB22-323-VO-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART ............................................................ 53

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Conclusie en aanbevelingen Ten behoeve van project Sekdoornse Plas Zwolle in de gemeente Zwolle staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Zwolle zoals getoond in dit vooronderzoek. Daar het CS-VROO nog geen concrete richtlijnen kent met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, is tevens gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het tot 1 januari 2021 van kracht zijnde Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, versie juli 2016). In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn enkele feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Verdacht gebied afwerpmunitie (500 lb, Brits, afgeworpen) Op basis van de geraadpleegde bronnen, is vastgesteld dat het projectgebied gedeeltelijk verdacht is op de aanwezigheid van afwerpmunitie met een gewicht van max. 500 lb.

Dergelijke ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen tot een diepte van 4,50 meter minus maaiveld. Advies: Vanwege de geringe mate van naoorlogse bodemroering adviseert BeoBOM over te gaan tot het uitvoeren van een opsporingsproces als beschreven in het CS-OOO. Middels een opsporingsproces wordt de bodem waarin zal worden gewerkt, ingemeten/gedetecteerd op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In het geval dat er verdachte verstoringen worden waargenomen, zullen deze benaderd worden en indien nodig worden verwijderd. Voor het gedeelte van het opsporingsgebied dat heden ten dage is afgegraven ten behoeve van zandwinning geldt dat het gebied verdacht is vanaf de onderzijde van het afgegraven gebied tot 4,00 m-MV. Indien er binnen de verdachte gebieden geen werkzaamheden gepland zijn, zijn vervolgwerkzaamheden m.b.t. opsporen OO niet noodzakelijk. Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het vooronderzoek betrekking heeft. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven.

Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

1.3. Doel Een vooronderzoek heeft als doel te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen (indicaties) voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen bestaan, het verdachte gebied af te bakenen. Een dergelijk onderzoek bestaat zowel uit het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Het eindresultaat is voorliggende rapportage en een bijbehorende Gebeurtenissenkaart en Bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten. 1.4. Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken worden voor alle ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd. Het CS-VROO schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien.

Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 5 (indien van toepassing). Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Wanneer sprake is van een opsporingsgebied dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, welke kunnen bestaan uit een opsporingsproces als omschreven in het CS-OOO, maar ook uit aanvullend bureauonderzoek of andere beheersmaatregelen. Onverdacht gebied – het gebied dat op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten niet als ‘verdacht gebied’ is aangemerkt. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

8

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Figuur 2. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

1.5. Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) en ontplofbare oorlogsresten In de praktijk worden vaak de termen NGE (Niet Gesprongen Explosieven) of CE (conventionele explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met ontplofbare oorlogsresten. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. CE was de term waarmee binnen het WSCS-OCE gedoeld werd op: ‘Fabrieksmatig geproduceerde explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn.’ Binnen deze definitie vielen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan. Met de ingang van 2021 is het WSCS-OCE als het ware opgesplitst in een tweetal nieuwe certificatieschema’s, te weten het CS-OOO (Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) en het CS-VROO (Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten). Deze laatste heeft betrekking op het voorliggende vooronderzoek.

Onder ontplofbare oorlogsresten wordt verstaan alle achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (1997). Artikel 4.10 luidt als volgt: Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. ontplofbare munitie: conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake ontplofbare oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb. 2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen;

9

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

b. achtergelaten ontplofbare munitie: ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid; c. niet-gesprongen munitie: in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; d. ontplofbare oorlogsresten: achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. 2. In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. 3. Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit wordt een nader onderzoek ingesteld. 4.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten , worden die ontplofbare oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen. 5. Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister of een door hem aangewezen certificerende instelling. 6. De arbeid ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken defensiemedewerkers of het Register veilig werken met explosieve stoffen, bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen b of d, dan wel door een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en die deze arbeid verricht onder voortdurend toezicht van een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen. 7. Het ruimen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door explosievenopruimingseenheden van het Ministerie van Defensie. 8.

Een bewijs van registratie en herregistratie in het Register veilig werken met explosieve stoffen dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig. 9. Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing. 10. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede tot en met vijfde lid. Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: Klein-kalibermunitie (KKM); Geschutmunitie; Handgranaten; Geweergranaten; Munitie voor granaatwerpers; Raketten; Afwerpmunitie; Submunitie; Onderwatermunitie; Landmijnen; Valstrikken; Explosieve stoffen; 10

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Vuurwerken; Vernielingsmiddelen; Ontstekingsinrichtingen; Toebehoren van munitie.

1.6. Eerder uitgevoerde onderzoeken In het kader van dit vooronderzoek is nagegaan of in het verleden in, of in de nabijheid van, het projectgebied reeds (voor)onderzoeken door derden zijn uitgevoerd. Hiervoor heeft BeoBOM de volgende bronnen geraadpleegd: De VEO bommenkaart; Gemeenten waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen; ProRail indien in het onderzoeksgebied railinfrastructuur aanwezig is; Rijkswaterstaat, waterschap en/of provincie indien in het onderzoeksgebied infrastructuur aanwezig is die in het beheer van één of meerdere van deze organisaties is. Uit deze inventarisatie zijn onderstaande (voor)onderzoeken naar voren gekomen: Geel: Expload Explosievenadviseurs, Spoor Zwolle-Wierden (kenmerk: RVCE-14021-02, 19-09-2014) In opdracht van ProRail heeft Expload in 2014 een historisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de spoorlijn Zwolle-Wierden. Wat betreft het gebied dat overlappend is met het voorliggende projectgebied stelt Expload dat er indicaties zijn voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) in de bodem. Conform het WSCS-OCE hebben zij een verdacht gebied afgebakend op afwerpmunitie dat grofweg overeenkomt met het afgebakende gebied in dit vooronderzoek.

Paars: Expload Explosievenadviseurs, Aanvullend vooronderzoek Conventionele Explosieven Zwolle - Vliegtuigwrak (kenmerk: RN-18094-1.0 06-07-2018) Expload voerde tevens in 2018 een aanvullend onderzoek uit naar de exacte locatie van de crashlocatie van een Vickers Wellington X bommenwerper, dit keer in opdracht van de gemeente Zwolle. Het doel van het onderzoek was om precies vast te stellen waar de crash plaatsvond en tevens te achterhalen of delen van het toestel, stoffelijke resten van de bemanning en mogelijk ook OO in de bodem zijn achtergebleven. Op basis van het meest waarschijnlijke scenario dat Expload schetst in de analyse van het bronmateriaal, zien zij geen aanleiding om een verdacht gebied af te bakenen en adviseren zij om de uitvoeringswerkzaamheden regulier te laten plaatsvinden.

11

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). Klep, C. en Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945: oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Specifiek voor het huidige projectgebied zijn daarnaast onderstaande literatuurbronnen verzameld en geraadpleegd: Aarts, H, Harmens, P., 40-45 Zwolle (z.p. 2014) Hagedoorn, J. (red), Als een strootje in de maalstroom: Zwolle tijdens de Tweede Wereldoorlog (Zwolle 1985). Ribbens, K., Bewogen jaren: Zwolle in de Tweede Wereldoorlog (Zwolle 1995). J. Foreman, S. W. Parry & J. Matthews, Luftwaffe Night Fighter Combat Claims, 1939-1945 (z.p. 2003). J.L. Schotman, Zij vielen rondom Zwolle – Geallieerde piloten en hun vliegtuigen, 1940 – 1945 (Kampen 2001).

14

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl; zwolsehistorischevereniging.nl; wijthmen.nl

26

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

5. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal 5.2. Indicaties Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: Op 4 november 1944 wordt er deels binnen het projectgebied een bombardement uitgevoerd door zeven Typhoons van No. 440 Squadron. Er worden in totaal veertien bommen afgeworpen van 500 lb. Op luchtfotomateriaal van 24 december 1944 zijn tien inslagen van afwerpmunitie waarneembaar. Twee van de tien inslagen liggen binnen het projectgebied. Op 5 mei 1943 stort een vliegtuig van het type Vickers Wellington X bommenwerper neer binnen of in de directe omgeving van het projectgebied.

5.3. Contra-Indicaties De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten zijn aangetroffen: Voor zover bekend vinden er tijdens de meidagen geen grondgevechten plaats binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. Voor zover bekend vinden er in 1941 geen voor het projectgebied relevante oorlogshandelingen plaats. Op basis van het tijdstip waarop de Vickers Wellington X wordt aangevallen door een Duitse nachtjager en neerkomt te Ittersum, wijst het Aanvullend Vooronderzoek van Expload uit dat er haast met zekerheid kan worden aangenomen dat het toestel reeds boven Dortmund ontdaan was van zijn bommenlast. Ook uit verslagen van de Gemeentepolitie blijkt dat het toestel niet of nauwelijks de bodem was ingedrongen. Het toestel is dus naar alle waarschijnlijkheid volledig geruimd. Voor zover bekend vinden er tijdens de bevrijding van Zwollerkerspel geen relevante oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied. Hoewel Zwolle tijdens de Bevrijdingsdagen een dag onder Duits artillerievuur ligt vanuit het westen, bevestigt het gebrek aan munitievondsten door de EODD en afwezigheid van verstoringen op het beschikbare luchtfotomateriaal de afwezigheid van inslagen van geschutmunitie binnen het projectgebied.

5.4. Leemten in de kennis De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is in principe mogelijk dat ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden. 44

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Het maximale aantal nog aanwezige blindgangers Het verwachte aantal blindgangers Type bommenwerper Wijze van afwerpen / toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee; Verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag Of er aanwijzingen zijn dat Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze Ontplofbare Oorlogsresten een relatie hebben met het bombardement. De meeste van de bovenstaande factoren zijn niet of niet voldoende bekend. Voor elk van de afgebakende verdachte gebieden wordt hieronder weergegeven welke informatie wel bekend is, indien van toepassing: Verdacht gebied afwerpmunitie (500 lb, Brits) Uit het onderzoek is gebleken dat diverse locaties binnen en in de directe omgeving van het projectgebied zijn getroffen door bombardementen met brisantbommen. Op het luchtfotomateriaal van 24 december 1944 1945 en 15 maart 1945 zijn binnen het projectgebied meerdere inslagen van afwerpmunitie waargenomen. De inslagen kunnen worden in verband worden gebracht met het bombardement dat plaatsvond op 4 november 1944 en waarbij een veertien tal bommen van 500 lb werden afgeworpen in verschillende kaartvakken.

Het is mogelijk dat de overige vier bommen zijn afgeworpen in een gebied dat het beschikbare luchtfotomateriaal niet dekt. Aangezien de twee inslagen binnen het projectgebied, vanwege de onderlinge afstand van 109 meter, niet kunnen worden beschouwd als onderdeel van een volledig kraterpatroon, dient er om ieder van de inslagen een risicostraal te worden gehanteerd. Dit komt in het geval van het projectgebied neer op een risicostraal van in totaal 41 meter (28 meter (de grootste afstand tussen de twee kraters binnen één van de patronen) + 5 meter luchtfotocorrectie + 8 meter ondergrondse verplaatsing). Dit resulteert in een verdacht gebied afwerpmunitie binnen het projectgebied, als weergegeven in onderstaande afbeelding.

46

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Conclusie en aanbevelingen Ten behoeve van project Sekdoornse Plas Zwolle in de gemeente Zwolle staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Zwolle zoals getoond in dit vooronderzoek. Daar het CS-VROO nog geen concrete richtlijnen kent met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, is tevens gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het tot 1 januari 2021 van kracht zijnde Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, versie juli 2016). In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn enkele feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Verdacht gebied afwerpmunitie (500 lb, Brits, afgeworpen) Op basis van de geraadpleegde bronnen, is vastgesteld dat het projectgebied gedeeltelijk verdacht is op de aanwezigheid van afwerpmunitie met een gewicht van max. 500 lb.

Dergelijke ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen tot een diepte van 4,50 meter minus maaiveld. Advies: Vanwege de geringe mate van naoorlogse bodemroering adviseert BeoBOM over te gaan tot het uitvoeren van een opsporingsproces als beschreven in het CS-OOO. Middels een opsporingsproces wordt de bodem waarin zal worden gewerkt, ingemeten/gedetecteerd op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In het geval dat er verdachte verstoringen worden waargenomen, zullen deze benaderd worden en indien nodig worden verwijderd. Voor het gedeelte van het opsporingsgebied dat heden ten dage is afgegraven ten behoeve van zandwinning geldt dat het gebied verdacht is vanaf de onderzijde van het afgegraven gebied tot 4,00 m-MV. Indien er binnen de verdachte gebieden geen werkzaamheden gepland zijn, zijn vervolgwerkzaamheden m.b.t. opsporen OO niet noodzakelijk. Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het vooronderzoek betrekking heeft. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven.

Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

51

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 1. BB22-323-VO-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART (losbladig)

52

BB22-323-VO-01

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 2. BB22-323-VO-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART (losbladig)

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f9995604-8d86-4f73-8a32-09ce50dc3401