Bijlage 9 Adviesrapport_actualisatie_definitief_Ecogroen_12-09-2024
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuur- en regelgeving
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Definitief
(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl
Colofon Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuur- en regelgeving
24-191
12 september 2024
Definitief
Dijksterhuis, M. (Mirjam) & Olthof, R. (Rutger)
Dijksterhuis, M. (Mirjam)
Apperloo, R. (Rienk)
Waterschap Drents Overijsselse Delta
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Dijksterhuis, M. & Olthof, R. (2024). Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuur- en regelgeving. Rapport 24-191. Ecogroen bv
Inhoud Samenvatting
4
1.
Werkzaamheden en planning 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer
6 6 7 8
2.
Wettelijk kader en methode 2.1 Omgevingswet 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Bureaustudie 2.2.2 Quickscan-onderzoek 2.2.3 Toets flora- en fauna-activiteit 2.2.4 Toets Natura 2000-activiteit 2.2.5 Toets Natuurnetwerk Nederland
9 9 9 9 9 9 10 10
3.
Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Stikstofdepositie 3.1.3 Specifieke zorgplicht Natura-2000 3.2 Natuurnetwerk Nederland
11 11 11 11 12 12
4.
Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.2.1 Vleermuizen 4.2.2 Egel en kleine marterachtigen 4.2.3 Overige zoogdieren 4.3 Vogels 4.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 4.3.2 Vogels zonder jaarrond beschermde nesten 4.4 Amfibieën 4.5 Vlinders 4.5.1 Sleedoornpage 4.5.2 Overige beschermde vlinders 4.6 Overige soortgroepen 4.7 Specifieke zorgplicht
13 13 13 13 14 14 15 15 15 16 16 16 16 16 17
Geraadpleegde bronnen
18
Bijlagen Bijlage 1 - Natuur in de omgevingswet: wettelijke kaders Bijlage 2 - Ecologisch logboek
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
Samenvatting Aanleiding en doelstelling Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is voornemens een zonnepark te realiseren op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Spoolde in Zwolle. Daarnaast wordt een deel van het terrein ingericht als natuur. Deze quickscan is een actualisatie van eerder uitgevoerd natuuronderzoek. Wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van het waterschap heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor de onderdelen gebiedsbescherming en soortbescherming. Onderdeel ‘houtopstanden’ is niet aan de orde aangezien in het projectgebied geen bomen worden gekapt. Deze quickscan natuurtoets is bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden.
Gebiedsbescherming • Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op 220 meter van het projectgebied. Gezien deze afstand en tussenliggende structuren zijn geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden te verwachten, uitgezonderd stikstofemissie. • Het projectgebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het meest nabij gelegen NNNgebied ligt op circa 60 meter van het projectgebied. Vanwege de afstand, tussenliggende dijk, de aard en omvang van het voornemen worden negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig.
Soortenbescherming • Er zijn geen essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen te verwachten. Ook worden geen verblijfplaatsen binnen het projectgebied verwacht door het ontbreken van bebouwing en bomen. Vervolgstappen voor vleermuizen zijn niet aan de orde. • Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Wel is geschikt broedbiotoop aangetroffen voor algemeen voorkomende soorten. • De werkzaamheden leiden niet tot verlies of verstoring van groei-, nest- en/of verblijfplaatsen en/of essentieel foerageergebied van flora, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling van vergunningplicht geldt in de provincie Overijssel. Wel geldt de specifieke zorgplicht.
04
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Advies en vervolgstappen • Aanvullend onderzoek is nodig om de effecten van stikstofemissie tijdens de werkzaamheden op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen. Geadviseerd wordt om zogenoemde stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS Calculator uit te (laten) voeren om te beoordelen of er vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet nodig zijn voor Natura 2000-gebieden. • Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen moeten altijd worden voorkomen. Hierom dient de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen begin maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ecologisch deskundige uit te laten voeren. Bij het aantreffen van in gebruik zijnde nesten van vogels wordt in overleg met de ecologisch deskundige bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd. • De specifieke zorgplicht ten aanzien van soorten is altijd van toepassing. In paragraaf 4.7 zijn voorzorgsmaatregelen genoemd.
Indien volgens deze voorzorgsmaatregelen wordt gewerkt én dit wordt vastgelegd in een logboek (of ecologisch werkprotocol) kan worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt.
05
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
1. Werkzaamheden en planning 1.1
Aanleiding en doelstelling Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is voornemens een zonnepark te realiseren op (delen van) het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) in Zwolle (zie figuur 1.1). Binnen dit projectgebied wordt een deel van het terrein ingericht als natuur. Voorliggende natuurtoets is bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door werkzaamheden tijdens de aanlegfase en gebruiksfase. Wet- en regelgeving voor bescherming van natuur verplichten vooraf te toetsen of activiteiten conflicteren met beschermde natuurwaarden. In 2019 is reeds een quickscan natuurtoets door Ecogroen uitgevoerd (Lindhout & de Gelder, 2019). Omdat deze gegevens verouderd zijn, dienen de onderzoeksresultaten geactualiseerd te worden.
Figuur 1.1 Locatie projectgebied in Zwolle (rood omlijnd). Direct ten noorden van het projectgebied loopt de Spoolderenkweg.
06
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Figuur 1.2 Weergave van het projectgebied. Boven: overzichtsfoto van het veld. Links: het aanwezige slootje. Rechts: de houtwal (met o.a. sleedoorn) aan de zuid- en oostzijde van het projectgebied.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het waterschap is voornemens om een zonnepark te realiseren op een grasland direct buiten het RWZI-terrein Spoolde in Zwolle. Het grasland wordt begrensd door de Spoolderenkweg in het noorden, een houtwal met struweel, struiken en bomen in het oosten en zuiden en een rij knotwilgen in het westen. Aan de noordzijde bevindt zich een klein stukje sloot dat naar verwachting tot diep in de zomer waterhoudend is. Ook bevindt zich in het noorden een oude meidoornhaag. Binnen het projectgebied zijn geen bebouwing en bomen aanwezig. Werkzaamheden bestaan uit graafwerkzaamheden met een kleine graafmachine voor de aanleg van verzamelkabels en de montage van de zonnepaneleninstallatie dat voornamelijk handmatig wordt uitgevoerd. De fundering wordt gerealiseerd door gebruik te maken van schroefpaalfunderingen.
07
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Werkzaamheden met een mogelijk groot verstorend effect, zoals heiwerkzaamheden, maken geen onderdeel uit van de plannen. Het slootje en meidoornhaag blijven behouden. De werkzaamheden worden bij daglicht uitgevoerd en hebben naar verwachting een doorlooptijd van vijf weken. Het meest westelijke deel van het projectgebied wordt ingericht als natuur. Gedurende de gebruiksfase van het zonnepark is enkel onderhoud en vervanging van onderdelen noodzakelijk. Onderhoud en vervanging worden emissieloos verricht: daarbij worden geen mobiele werktuigen ingezet. Ook het reguliere maaionderhoud wordt minder doordat de oppervlakte onder het zonnepark minder intensief onderhouden hoeft te worden. De onderhoudswerkzaamheden zijn dusdanig beperkt van aard dat effecten op beschermde natuurwaarden op voorhand zijn uitgesloten.
1.3
Leeswijzer Het juridische kader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Vervolgens wordt beschreven of er beschermde gebieden (hoofdstuk 3) en beschermde soorten (hoofdstuk 4) voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedssfeer van het initiatief en of er mogelijk schadelijke handelingen worden verricht. Hierbij is aangegeven welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn om schadelijke handelingen te voorkomen en of een vergunningplicht van toepassing is.
08
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
2. Wettelijk kader en methode 2.1
Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Een groot deel van de regels over de fysieke leefomgeving is hiermee gebundeld in één wet. De Omgevingswet bestaat, naast de Omgevingswet zelf, uit vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en één ministeriële regeling. De Omgevingswet regelt onder meer de bescherming van flora en fauna, Natura 2000-gebieden, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In dit rapport wordt ingegaan op het onderdelen flora en fauna verwoord in de hoofdstukken gebiedsbescherming (hoofdstuk 3) en soortbescherming (hoofdstuk 4). Bijlage 1 bevat een samenvatting van de relevante wetteksten.
2.2
Onderzoeksmethode
2.2.1
Bureaustudie Om een beeld te krijgen van aanwezige natuurwaarden in en in de omgeving van het projectgebied, is gestart met een literatuurstudie. Hierbij zijn onder andere bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en de onderzoeksresultaten van het eerder uitgevoerde quickscanonderzoek (Lindhout & de Gelder, 2019) geraadpleegd. Bij het raadplegen van de NDFF is een zoekgebied van ruim vijf kilometer rondom het projectgebied aangehouden en is gezocht naar waarnemingen in de afgelopen tien jaar. Daarnaast is de Informatiekaart Natuur (IKN) geraadpleegd om een beeld te krijgen van de ligging van nationaal en provinciaal beschermde gebieden in en rondom het projectgebied.
2.2.2
Quickscan-onderzoek De verzamelde informatie uit de bureaustudie vormt de basis voor een veldbezoek dat op 25 maart 2024 (8°Celsius, droog, licht bewolkt) is uitgevoerd door een ecoloog van Ecogroen. Tijdens het veldbezoek zijn het projectgebied en directe omgeving (zone circa 50 meter rondom het projectgebied onderzocht, waarbij aandacht is besteed aan (biotoop van) beschermde soorten. Specifiek is gelet op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels en potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen.
2.2.3
Toets flora- en fauna-activiteit Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of er beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedsfeer van het project. Vervolgens is
09
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
bepaald of er schadelijke handelingen kunnen optreden als gevolg van het project op beschermde soorten en/of hun leefgebied. Tot slot is beoordeeld of er vervolgstappen nodig zijn, zoals het nemen van mitigerende maatregelen, vervolgonderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. 2.2.4
Toets Natura 2000-activiteit Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of het project kan leiden tot (significant) nadelige gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Er is gestart met het bepalen van de (mogelijke) negatieve effecten die kunnen optreden als gevolg van het project. Vervolgens is beoordeeld of negatieve gevolgen te verwachten zijn voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden, en zo ja, of deze significant (kunnen) zijn. Als er mogelijk sprake is van significant nadelige gevolgen is er advies gegeven over te nemen vervolgstappen.
2.2.5
Toets Natuurnetwerk Nederland Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of er effecten kunnen optreden op de wezenlijk kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. Indien dit het geval is, is er een advies opgenomen over de te nemen vervolgstappen.
10
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
3. Gebiedsbescherming 3.1
Natura 2000-gebieden
3.1.1
Algemeen Het projectgebied is niet gesitueerd binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op 220 meter afstand (zie figuur 3.1). Gezien de tussenliggende infrastructuur, afscherming door dijken en houtwallen, de aanwezigheid van industrie in de vorm van het RWZI-terrein en de aard van de werkzaamheden (zie paragraaf 1.1) worden negatieve effecten door geluid of trilling op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden uitgesloten.
Figuur 3.1 Het projectgebied (rood omlijnd) t.o.v. Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (groen). Bron ondergrond: Luchtfoto actueel/PDOK.
3.1.2
Stikstofdepositie Indirecte nadelige gevolgen door stikstofdepositie tijdens de werkzaamheden (verzuring en/of vermesting) kunnen niet op voorhand worden uitgesloten, gezien de reikwijdte van stikstofdepositie en relatief korte afstand tot het Natura 2000-gebied. Omdat er in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot plaatsvindt, is het voor de gebruiksfase niet nodig om de stikstofdepositie te berekenen.
11
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Geadviseerd wordt om zogenoemde stikstofberekening voor de werkzaamheden met het rekenmodel AERIUS Calculator uit te (laten) voeren om te beoordelen of er vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet nodig zijn. 3.1.3
Specifieke zorgplicht Natura-2000 Vanuit de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor Natura 2000 (zie ook bijlage 1, kader B1.3). De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000-activiteiten maar ook voor activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, maar die niet significant zijn (zoals verstorende of verslechterende gevolgen). Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden, waardoor er bij voorliggend project geen vervolgstappen aan de orde zijn in het kader van de specifieke zorgplicht Natura 2000. Een eventuele uitzondering hierop geldt voor de mogelijke nadelige gevolgen door stikstofdepositie. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of dit aan de orde is (zie paragraaf 3.1).
3.2
Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het meest nabij gelegen NNN-gebied ligt op circa 60 meter van het projectgebied (zie figuur 3.2). Vanwege de tussenliggende afstand en dijk zijn directe effecten op het NNN, zoals oppervlakteverlies, op voorhand uitgesloten. Provincie Overijssel hanteert geen externe werking. Het is echter mogelijk dat ook ontwikkelingen buiten de NNN van invloed zijn op het functioneren van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Dit zijn indirecte invloeden zoals verstoring. In lijn met vaste jurisprudentie , is het voornemen getoetst in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen: goede ruimtelijke ordening) (zie ook bijlage 1, kader B1.4). Tussen het projectgebied en het NNN liggen een dijk en een doorgaande weg. Vanwege deze tussenliggende infrastructuur, de aard en omvang van het voornemen worden negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Dat wil zeggen dat rust, donkerte, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, waterhuishouding, oppervlakte, robuustheid, aaneengeslotenheid en de samenhang van het NNN niet worden aangetast door de beoogde plannen. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van het NNN is niet aan de orde.
Figuur 3.2 De ligging van het projectgebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groen is land, blauw is water). Bron ondergrond: Luchtfoto actueel/PDOK.
12
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
4. Soortbescherming 4.1
Flora In het projectgebied en de directe omgeving bevindt zich extensief beheerd weiland met soorten als speenkruid, Engels raaigras, madelief, kruipende boterbloem, ridderzuring, gewone paardenbloem, gewone berenklauw (langs randen), kleine veldkers en pinksterbloem. Langs het slootje op de grens van het projectgebied staan soorten die houden van wat meer vochtiger omstandigheden zoals rietgras, liesgras, moeraswalstro, heermoes, echte valeriaan en grote brandnetel. Aan de oostzijde en zuidzijde van het projectgebied bevindt zich een houtwal waar o.a. sleedoorn groeit. Tijdens het veldbezoek zijn geen plantensoorten aangetroffen waarvoor een vergunningplicht geldt. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2024) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Omgevingswet niet aan de orde.
4.2
Zoogdieren
4.2.1
Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bijvoorbeeld bomen, huizen en kelders. Dit kunnen kraamverblijven, zomerverblijven, baltslocaties, paarverblijven en winterverblijven zijn. Het verstoren, beschadigen, vernietigen of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Vleermuizen gebruiken vaak jarenlang dezelfde structuren om zich te oriënteren tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Als alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘essentieel’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water, zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen heeft binnen de Omgevingswet echter geen juridische bescherming, tenzij het essentieel is voor het voortbestaan van een populatie.
13
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Verblijfplaatsen In de omgeving van het projectgebied zijn enkele waarnemingen van gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis bekend (NDFF, 2024). In het projectgebied worden geen verblijfplaatsen van vleermuizen verwacht omdat bebouwing en bomen binnen het projectgebied ontbreken. Tijdens de werkzaamheden worden er geen verblijfplaatsen van vleermuizen geschaad. Vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde. Vliegroutes en foerageergebieden Het projectgebied wordt mogelijk gebruikt als foerageergebied door vleermuizen. Binnen dit projectgebied zijn er geen lijnvormige elementen aanwezig die gebruikt kunnen worden als vliegroute. Effecten op vliegroutes worden op voorhand uitgesloten. Door de werkzaamheden gaat hooguit een klein aandeel foerageergebied verloren doordat het grasland deels bedekt wordt door zonnepanelen. Echter is er in de directe omgeving ruim voldoende geschikt foerageergebied aanwezig in de vorm van oppervlaktewater en graslanden waardoor er van onmisbaar foerageergebied geen sprake is. Verstoring van foeragerende en/of migrerende vleermuizen wordt voorkomen door de werkzaamheden overdag uit te voeren. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. 4.2.2
Egel en kleine marterachtigen In de directe omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van egel (dichtstbijzijnde waarneming op 270 meter) en wezel (1000 meter) (NDFF, 2024). Aan de noordzijde van het projectgebied bevindt zich een meidoornhaag met een stukje braamstruweel waarin potentiële verblijfplaatsen voor egel, hermelijn, bunzing en wezel aanwezig zijn. Er zijn geen egels of kleine marterachtigen aangetroffen tijdens het quickscan veldbezoek. Leefgebied en verblijfplaatsen van egel en kleine marterachtigen worden niet geschaad of verstoord tijdens de werkzaamheden omdat de meidoornhaag en het braamstruweel behouden blijven. Daarom is het nemen van vervolgstappen niet aan de orde.
4.2.3
Overige zoogdieren (Vaste) verblijfplaatsen en/of essentieel foerageergebied van andere beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling (zoals das en veldspitsmuis) worden op basis van de terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2024) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn binnen het projectgebied vaste verblijfplaatsen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten bekend en/of te verwachten. Dit zijn onder andere de haas, huisspitsmuis, veldmuis en rosse woelmuis. Bij werkzaamheden in het projectgebied kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van het verbodsartikel voor het beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- en rustplaatsen. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van dieren. Het nemen van mitigerende maatregelen is nodig om opzettelijk doden bij uitvoering van de werkzaamheden te voorkomen. Als dit niet mogelijk is, is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. De mitigerende maatregelen zijn opgenomen in paragraaf 4.7. Daarnaast geldt de specifieke zorgplicht (zie paragraaf 4.7).
14
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
4.3
Vogels Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime. Van veel vogels zijn alleen in gebruik zijnde nesten beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.3). Kader 4.3 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van vogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
4.3.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het quickscan veldbezoek is een potentieel nest van buizerd of torenvalk aangetroffen in de houtwal op de grens van het projectgebied. Echter blijkt uit een aanvullende inspectie op 5 april 2024 dat het nest gebruikt wordt als nestplaats door zwarte kraai1. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten of onmisbaar foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten wordt niet binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden verwacht. Het nemen van vervolgstappen voor vogels met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde.
4.3.2
Vogels zonder jaarrond beschermde nesten In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich bomen en struiken die mogelijk geschikt broedbiotoop vormen voor enkele vogelsoorten zoals aalscholver, brandgans, fuut, merel, kauw, kievit, scholekster en meerkoet. Specifiek is één nest van zwarte kraai aangetroffen in de houtwal buiten het projectgebied. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Verstoren is echter alleen verboden wanneer de storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor de te verwachten soorten kan verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding (altijd) worden voorkomen door te werken buiten het broedseizoen. In het kader van de Omgevingswet wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Daarmee is het dus van belang of een broedgeval wordt beschadigd of verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen begin maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Vooral soorten als merel en houtduif kunnen tot laat in het seizoen doorgaan met broeden en ook vroeg in het seizoen starten met broeden.
Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren. Bij het aantreffen van nesten van vogels wordt in overleg met een ecologisch deskundige bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd.
________________________________________________________________________________ 1 De ecoloog van Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft op 5 april 2024 vastgesteld dat het nest gebruikt wordt door
zwarte kraai.
15
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
4.4
Amfibieën Aan de rand van het projectgebied bevindt zich een slootje dat vermoedelijk tot diep in de zomer waterhoudend is. Voortplanting van amfibieën is hierdoor mogelijk. Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2024) wordt voortplanting en overwintering in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën niet verwacht. Wel is voortplanting van amfibieën met een provinciale vrijstelling te verwachten waaronder bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en bastaardkikker. Zo is tijdens het quickscan veldbezoek een bruine kikker in de sloot waargenomen en is het voorkomen van de gewone pad in de omgeving van het projectgebied bekend (NDFF, 2024). Daarnaast is in beperkte mate geschikt overwinteringshabitat aanwezig binnen het projectgebied in (oude) muizenholen in het grasland. Bij de geplande ingrepen blijft het voortplantingswater (het slootje) ongemoeid maar kunnen exemplaren en verblijfplaatsen van deze amfibieën geschaad worden door werkzaamheden in en op het grasland (overwinteringshabitat). In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van het verbodsartikel voor het beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsen rustplaatsen. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van dieren.
Het nemen van mitigerende maatregelen is nodig om opzettelijk doden bij uitvoering van de werkzaamheden te voorkomen. Als dit niet mogelijk is, is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. De mitigerende maatregelen zijn opgenomen in paragraaf 4.7. Daarnaast geldt de specifieke zorgplicht (zie paragraaf 4.7).
4.5
Vlinders
4.5.1
Sleedoornpage In de omgeving van Zwolle zijn waarnemingen bekend van de sleedoornpage, waarbij de dichtstbijzijnde op 1,6 kilometer van het projectgebied (NDFF, 2024). Net buiten het projectgebied bevinden zich in de houtwal meerdere plekken met sleedoorn. Voor haar voortplanting is sleedoornpage afhankelijk van sleedoorn waarop ze haar eitjes afzet, waardoor mogelijk sprake is van voortplantingsbiotoop van de sleedoornpage. Omdat dit sleedoornstruweel niet zonbeschenen is kan het worden aangemerkt als een suboptimaal voortplantingsbiotoop van de sleedoornpage. Omdat de sleedoornstruiken aan de rand van het projectgebied behouden blijven, gaan geen exemplaren en/ of voortplantingsbiotoop van sleedoornpage verloren. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
4.5.2
Overige beschermde vlinders Overige beschermde vlinders (zoals grote weerschijnvlinder) worden op basis van het uitgevoerde onderzoek, terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht binnen het projectgebied (NDFF, 2024). Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet niet aan de orde voor deze soorten.
4.6
Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2024) worden in het projectgebied geen vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde soortgroepen. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet zijn niet aan de orde voor deze soortgroepen.
16
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
4.7
Specifieke zorgplicht Vanuit de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor soorten. De specifieke zorgplicht schrijft voor dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen en beperkt moeten worden. Dit betekent dat er bij de uitvoering van de aanleg van Zonnepark Spoolde voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om invulling aan deze specifieke zorgplicht te geven. Er zijn aanwijzingen dat er soorten - waarvoor de specifieke zorgplicht geldt - kunnen voorkomen in het projectgebied. Het betreft soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, insecten en vogels. De werkzaamheden kunnen nadelige gevolgen hebben voor die soorten (nesten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren). Met onderstaande maatregelen wordt invulling gegeven aan de specifieke zorgplicht voor soortbescherming. Geadviseerd wordt om de maatregelen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden vast te leggen in een logboek. Met behulp van het logboek kan in geval van handhaving worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt. Een voorbeeld van een logboek is bijgevoegd in bijlage 2. Maatregelen: • De werkzaamheden dienen zoveel mogelijk overdag uitgevoerd te worden, waarbij ’s nachts geen gebruik wordt gemaakt van verlichting.
• Eventuele maaiwerkzaamheden dienen bij voorkeur in de periode september t/m december (buiten de voortplantingsperiode van de haas) uitgevoerd te worden. • Controleer voorafgaand aan de werkzaamheden (bijv. maaiwerkzaamheden) of er zoogdieren of amfibieën in het veld zitten en/of maai met een zogenoemde ‘wildredder’. • Markeer het sleedoornstruweel in de houtwal met bijvoorbeeld lint, zodat er geen verwarring kan ontstaan dat deze behouden moet blijven.
17
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsaanleg aanlegzonnepark zonneparkSpoolde Spoolde(actualisatie), (actualisatie),Zwolle Zwolle
Geraadpleegde bronnen Literatuur Lindhout, S. en de Gelder, A. (2019). Quickscan natuurtoets realisatie zonneparken acht RWZI locaties. Rapport 19-372. Ecogroen bv Zwolle.
Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel). Laatste raadpleging in april 2024. NDFF (2024). Nationale databank flora en fauna. Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging in september 2024. Vlinderstichting (2024). (https://vlinderstichting.nl) Website met soortinformatie over vlinders en libellen. Laatste raadpleging in april 2024. Zoogdiervereniging (2024). (https://www.zoogdiervereniging.nl) Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren. Laatste raadpleging in april 2024.
18
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Bijlagen
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Bijlage 1 Natuur in de omgevingswet: wettelijke kaders Kader B1.1: Algemene zorgplicht Algemene zorgplicht (Afd 1.3 Omgevingswet) De Omgevingswet kent een algemene zorgplicht, uitgewerkt in de artikelen 1.6, 1.7 en 1.7a van de Omgevingswet. Deze geeft aan dat eenieder (overheden, bedrijven en burgers) verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Het bevat ook een algemeen verbod op het verrichten van activiteiten die leiden tot aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. In principe geldt de algemene zorgplicht altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht is uitgewerkt voor bepaalde activiteiten.
Kader B1.2: Flora en fauna Specifieke zorgplicht flora en fauna In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle in het wild levende dieren en planten, met inbegrip van de relevante directe leefomgeving van soorten (foerageergebied, rustplaatsen). Deze specifieke zorgplicht komt in de plaats van de algemene zorgplicht (zie kader B1.1). Iedereen die een activiteit uitvoert met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten (‘flora- en fauna-activiteit’), moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.27 lid 1 van het Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht. In het tweede lid onder a is er met betrekking tot de reikwijdte van de zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten aangegeven dat deze plicht in ieder geval inhoudt dat onderzoek wordt verricht naar het voorkomen van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn.
Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I VR en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de VR; Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V van de HR; dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten; nationaal beschermde soorten (bijlage IX van het Bal). De kern van de zorgplichtbepaling voor flora- en fauna-activiteiten is dat als er sprake is van nadelige gevolgen op in het wild voorkomende soorten, deze, indien redelijkerwijs kan worden gevergd, moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt. Ook in art. 11.27, tweede lid, van het Bal wordt verwezen naar passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen. Een voorbeeld van een dergelijke maatregel is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. In art. 11.27, tweede lid, onder b, van het Bal wordt aangegeven dat er moet worden ‘vastgesteld’ of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Om aantoonbaar aan de voorwaarden van de specifieke zorgplicht te hebben voldaan, is het noodzakelijk dat de toetsing aan de zorgplichtbepalingen in een quickscan of nader onderzoek wordt vastgelegd.
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Flora- en fauna-activiteit Bij het uitvoeren van activiteiten in de leefomgeving moet op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet beoordeeld worden of sprake is van: 1. een flora- en fauna-activiteit en 2. of voor de gevolgen van een flora- en fauna-activiteit een omgevingsvergunningplicht geldt. Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. In de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de handelingen genoemd waarvoor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist is ten aanzien van de daarin genoemde beschermde dieren en planten in het wild. Het betreft de bescherming van: Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 van het Bal), in de praktijk vaak onderverdeeld in: Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 11.46 van het Bal. Andere soorten (artikel 11.54 van het Bal), onderverdeeld in: Soorten waarvoor een omgevingsvergunning vereist kan zijn (bijlage IX van de HR).
Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt (artikel 11.56 van het Bal). Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer ervoor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken, aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt. Voorafgaand aan het vaststellen van een plan moet in het geval van schadelijke handelingen zijn beoordeeld of er zicht is op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Als aantoonbaar zicht is op het verkrijgen van een omgevingsvergunning kan het plan worden vastgesteld.
Kader B1.3: Natura 2000-gebieden Specifieke zorgplicht Natura 2000-gebieden In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden (en bijzondere nationale natuurgebieden) (art. 11.6 van het Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevlogen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6 lid 1 van het Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht. Er moet worden nagegaan of nadelige gevolgen op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Als nadelige gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, dan verplicht de specifieke zorgplicht om met betrekking tot deze mogelijke gevolgen passende preventieve maatregelen te nemen (art. 11.6 lid 2 onder d van het Bal), of, als dit niet gaat, om passende herstelmaatregelen te treffen (art. 11.6 lid 2 onder f van het Bal). Daarnaast verplicht de zorgplicht ook dat de effectiviteit van deze maatregelen worden gemonitord.
De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000activiteiten maar ook voor activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, maar die niet significant zijn (zoals verstorende of verslechterde gevolgen). Natura 2000-activiteit De Omgevingswet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Bij een project moet beoordeeld worden of sprake is van een ‘Natura 2000-activiteit’. Dat is een ‘activiteit (het realiseren van een project) die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’. Of sprake is van een Natura-2000-activiteit wordt onderzocht in een voortoets. Een Natura 2000-activiteit is vergunningplichtig (art. 5.1 lid 1 van de Omgevingswet). De term ‘Natura 2000-activiteit’ geldt alleen voor projecten. Voor plannen is er een ander afwegingskader dat, hoewel vergelijkbaar met een Natura 2000-activiteit, elders in het stelsel Omgevingswet is verankerd. Een plan mag volgens art. 10.24 Bkl
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
worden vastgesteld als uit een passende beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid, van de Omgevingswet de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Als er uit de voortoets naar voren komt dat de activiteit geen ‘Natura 2000-activiteit’ is, of als er sprake is van een vergunningsvrij geval, is er mogelijk nog wel sprake van een ‘activiteit die nadelige (maar zeker geen significante) gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’. Hoewel voor deze type activiteit geen vergunningplicht geldt, blijft de specifieke zorgplicht voor deze activiteiten van toepassing.
Kader B1.4: Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en uitgewerkt in provinciale omgevingsverordeningen. In het Bkl staat dat bij omgevingsverordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen, waarbij tevens de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden worden vastgesteld. Bij omgevingsverordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van omgevingsplannen en projectbesluiten. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen of nabij het NNN, waarbij een omgevingsplan gewijzigd moet worden dan wel een projectbesluit wordt verleend, geldt een ‘ja, mits’-afweging. Dit houdt kortweg in dat aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN alleen toegestaan is als deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in de omgevingsverordening en verankerd in de omgevingsplannen.
Quickscan natuurtoets aanleg zonnepark Spoolde (actualisatie), Zwolle
Bijlage 2 Ecologisch logboek Handeling
Datum
Locatie
Paraaf ecologisch toezichthouder
Eventuele bijzonderheden/opmerkingen