Bijlage 5b - reactie Provincie Overijssel op RTP_geanonimiseerd
Tekst van het document
Reactie provincie Overijssel op Ruimtelijk Toekomst Perspectief gemeente Zwolle 2 mei 2025
ALGEMEEN Allereerst complimenten voor dit document waarin de grote thema’s goed opgenomen zijn. Verder ook waardering voor het feit dat de visie doorkijkt tot 2050, dit geeft wat meer ruimte om ambitie uit te spreken dan de focus op 2040. Hieronder is voor een aantal thema’s een reactie van onze kant uitgeschreven. Er is onvoldoende tijd geweest voor een volledige redactionele slag. Het is meer een bundeling van reacties vanuit diverse beleidsvelden.
BLAUW GROEN Het ruimtelijk toekomst perspectief maakt duidelijk dat de gemeente zich zeer bewust is van haar ligging in de lage delta. Als gemeente zetten jullie in op een robuuste blauw-groene structuur binnen de gemeentegrens die richting geeft aan gebiedsontwikkelingen en anderzijds bijdraagt aan klimaatverandering en de (gebruiks)waarde voor mens en dier. Ook provincie vindt dit een verstandige keuze. Duidelijk wordt omschreven hoe rekening dient te worden gehouden met de verschillende watersystemen die van invloed zijn op de delta van Zwolle ook richting de verdere toekomst. Ook bij de toekomstige woningbouw wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de benodigde sponswerking. In de presentatie van 28 april is duidelijk geworden dat ook de gemeente er zich van bewust is dat voor woningbouw bij gebied Vechtpoort 1 gelet de lage ligging wel een flinke uitdaging ligt. Deze locatie is vanuit Water en Bodem Sturend (WBS) gezien een minder logische locatie. Het zou goed zijn als we als drie overheden (gemeente, waterschap en provincie op korte termijn nog een keer het gesprek hierover kunnen voeren. Wij bemerken ook bij het waterschap deze behoefte.
Vitale en kwetsbare infrastructuur Er komt het nodige bij aan energie-infrastructuur. Gelet de ligging van Zwolle in een lage delta dient rekening te worden gehouden dat deze vitale infrastructuur kwetsbaar is gelet ligging in overstroombaar gebied. Graag aandacht voor dit aspect in RTP. Bij de ontwikkeling van de Ceintuurbaan (toegang tot ziekenhuis, crisiscentrum waterschap) zal ook met de stressfactor wateroverlast (bij extreme neerslag) rekening moeten worden gehouden. We gaan ervanuit dat de gemeente haar stresstestkaarten goed verwerkt in toekomstige ontwikkelingen.
WONEN Voor woningbouw en verstedelijking zitten de hoofdlijnen er goed in. Er wordt een goede verwijzing gemaakt naar regionale afspraken. Insteek om zoveel mogelijk via inbreiding te realiseren is in lijn met ons ruimtelijk beleid. Ook het stimuleren voor doorstroming juichen wij toe.
We waarderen het dat de gemeente voor een zo compact mogelijke stad gaat en begrijpen dat voor woningbouw voor sommige doelgroepen toch ingezet wordt op uitleglocaties. En dat dit soort gebiedsontwikkeling ook kan bijdragen aan de benodigde blauw-groenstructuur zoals hiervoor is vermeld.
ECONOMIE EN VRIJETIJDS ECONOMIE Gemeente Zwolle had in haar presentatie op 28 april jl. het over specifieke profielen van de 3 bedrijventerreinen Hessenpoort, Marslanden en (door ons geholpen) Voorst. Graag Voorst beter opnemen in de teksten en presentaties. Het profiel van bedrijventerrein Voorst is enerzijds watergebonden bedrijvigheid maar zeker ook maakindustrie. Op bedrijventerrein Voorst is de kern van de Zwolse maakindustrie gevestigd met HMC bedrijven als Scania, Van Wijhe Verf, Abbott, Sensus, IJzerleeuw, Betoncentrales. Daarmee heeft juist de economische toegevoegde waarde van Voorst grote impact op Zwolse economie. Overige opmerkingen aan de hand van paginaverwijzing: -
-
-
-
-
Op pagina 16 staat: ‘de regionale vraag naar grootschalige bovenregionale bedrijventerrein(en) in de regio Zwolle betreft 250 hectare (Regionale Bouwsteen Economie, regio Zwolle).’ o Het leest nu erg als een specifiek geraamde vraag. Graag zouden we dit iets algemener formuleren: ‘de regionale vraag naar grootschalige bovenregionale bedrijventerreinen in de regio Zwolle is groot. Om in deze vraag te voorzien zijn er in de Ruimtelijk Economische Bouwsteen – Regio Zwolle zoeklocaties voor de tijdshorizon tot 2040 met een omvang van 200 tot 300 ha aangewezen’. o Er wordt gesproken over regionale bouwsteen economie -> graag aanpassen in Ruimtelijk Economische Bouwsteen Regio Zwolle Pagina 17: ‘Uit onderzoek blijkt dat er behoefte is aan circa 30.000 m2, bruto vloeroppervlak.’ o Vooral uit interesse, kan Zwolle ook duiden voor wat voor type functies deze oppervlakte nodig is? Als dit ‘leisure-activiteiten’ zijn, waar denkt Zwolle dan concreet aan? Stemmen jullie dit ook af i.r.t. bestaand aanbod in de rest van de regio? (Weerribben-Wieden etc.) Pagina 44: ‘We kiezen ervoor de circulaire economie fysiek een plek te geven’ o We lezen vervolgens niet iets over watergebonden kavels / Voorst. Daar nog iets over opnemen? o Aanvullend op pag.
44 ‘fysiek een plek geven aan circulaire economie’: ▪ We veronderstellen dat Zwolle bedoelt dat circulaire economie op onderdelen extra fysieke ruimte vraagt. Dit gaat met name om de haveneconomie met veel op- en overslag, verwerking, recycling, bulk. Pagina 46: is er al een inschatting te maken over hoeveel ha bedrijventerrein er met inbreiding te realiseren is (op bv. Marslanden)? En ligt daar (net zoals in Almelo) ook een stevige ambitie van de raad onder? Pagina 47: Hier wordt nader ingegaan op het specifieke karakter van Voorst voor watergebondenheid en HMC bedrijven. Dit kwam in de presentatie niet op deze manier naar voren.
MOBILITEIT De positie van Zwolle als schanierpunt voor auto, logistiek en spoor is een terechte constatering en een belangrijke positie voor de brede welvaart binnen de gemeente Zwolle.
Op de bijeenkomst van 28 april zijn nog de volgende zaken over mobiliteit aangehaald: Verkeerstromen N764 in beeld?
Er is in het RTP veel aandacht voor de problematiek van autoverkeer aan de oost- /noordkant van Zwolle. Verwachting is dat met groei van Reeve (gemeente Zwolle) ook het woon-werkverkeer over de N764 zal gaan toenemen (naast verkeer op N50). Goed als in het RTP hier rekening mee wordt gehouden.
Aandacht voor inzet fietsverkeer (richting de stad) In de presentatie lijkt het vooral te gaan om OV en autoverkeer richting de stad (naast het STOMP-principe in de stad). Graag ook aandacht voor fietsverkeer richting de stad.
ENERGIE Op energiegebied zien we dat alle relevante zaken staan vermeld. Wat ons nog wel enigszins stoort is dat het kaartmateriaal slecht aansluit bij de tekst. Bijvoorbeeld op de kaart over Energie worden (conform de tekst) in de legenda zoekgebieden voor TenneT-hoogspanningsstations aangekondigd. Maar op de kaart zelf staan die niet ingetekend. Ook staat er een regelstation 380kV in de legenda (en die is er ook op Hessenpoort), maar die staat ook niet op de kaart. Dat is verwarrend. En ook op andere kaarten staan in de legenda veel meer zaken dan op de kaart. Een aandachtspunt voor de toekomstige kaarten in de omgevingsvisie.
SLEUTELGEBIEDEN De meeste sleutelgebieden lijken wat ons betreft goed gekozen. Het enige sleutelgebied waar we wel een kanttekening bij zetten is Bedrijventerreinen. De belangrijkheid van het bedrijventerrein Voorst, komt door toepassing van de kaartjes voor Hessenpoort en Marslanden (beide met uitbreidingsrichting) minder uit verf, terwijl dit bedrijventerrein met o.a. maakindustrie voor de (regionale)economie van zeer groot belang is. Graag hier nog wat meer evenwicht in aanbrengen.
OVERIGE OPMERKINGEN WEIDEVOGELS Het uiteindelijke Omgevingsplan van de gemeente Zwolle zou niet in strijd moeten zijn met onze Omgevingsverordening . Daarom geven we bij onze reactie op dit Ruimtelijk Toekomst Perspectief ook beleidsinformatie mbt weidevogels mee. Om die reden zal de gemeente, voor afwijking van lid 3 van artikel 4.65 van onze Omgevingsverordening, in kaart moeten brengen of er in redelijkheid alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn. Als er alternatieve locaties buiten Leefgebied weidevogels zijn waar de ingreep in redelijkheid ook mogelijk is, dan gaan die alternatieve locaties voor. Daarnaast zal ook aan de overige voorwaarden moeten worden voldaan van artikel 4.66, lid 3, van onze Omgevingsverordening. Daarvoor is inzicht nodig in of en waar gecompenseerd kan worden. Dat is onder andere afhankelijk van het beheer dat nu op de betrokken arealen aanwezig is en de effecten op het Leefgebied weidevogels. Zie ook uitgebreider hieronder. Ontwikkelingen binnen Leefgebied weidevogels Een wezenlijk uitgangspunt voor de bescherming van de leefgebieden weidevogels is dat het omvang van het in onze Omgevingsverordening aangewezen Leefgebied weidevogels niet verder verkleind mag worden. De afgelopen jaren is er al heel veel leefgebied voor weidevogels verloren gegaan en de stand van de weidevogels is op veel plekken dramatisch achteruit gegaan.
In de Omgevingsverordening van Overijssel is daarom opgenomen dat Omgevingsplannen die betrekking hebben op functies binnen leefgebieden voor weidevogels,
voorzien in een specifieke, daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. Het gaat om het areaal dat in de Omgevingsverordening is opgenomen als Leefgebied weidevogels. Dit areaal wordt volgens planning aangepast met de geactualiseerde Omgevingsverordening die geldt vanaf 1 mei 2025. Gezien de proceduretermijnen zal daaraan moeten worden getoetst. We voorzien problemen bij het opnemen van ontwikkelingen richting de Ontwerp Omgevingsvisie van gemeente Zwolle die niet passen binnen de functie zoals omschreven voor Leefgebied weidevogels en die niet voldoen aan de criteria voor ontwikkelingen binnen Leefgebied voor weidevogels zoals omschreven in de Omgevingsverordening van Overijssel. Wij adviseren daarom om in kaart te brengen in hoeverre daaraan kan worden voldaan. In art. 4.65 lid 3 van de Omgevingsverordening staat dat Omgevingsplannen die betrekking hebben op functies binnen leefgebieden voor weidevogels, voorzien in een specifieke, daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. In art.
4.66 derde lid van de Omgevingsverordening staat dat in afwijking van het bovenstaande een omgevingsplan ontwikkelingen binnen leefgebieden voor weidevogels kan toelaten indien dat mogelijk is op basis van Artikel 4.7 tot en met Artikel 4.10 van de Omgevingsverordening als: • daardoor de omvang van een leefgebied voor weidevogels niet wordt verkleind; • er per saldo sprake is van een versterking van de kwaliteit van het leefgebied voor weidevogels; • er is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn; • overblijvende negatieve effecten op leefgebieden voor weidevogels in voldoende mate worden gecompenseerd. De artikelen 4.7 tot en met 4.10 gaan over ruimtelijke kwaliteit. In de toelichting op dit artikel wordt verwezen naar de voorwaarden voor het benodigde compensatieplan, zoals omschreven in het Natuurbeheerplan Overijssel 2025. In het Ruimtelijk Toekomst Perspectief van de gemeente Zwolle vinden wij geen natuurcompensatiegebied terug. Hoe denkt de gemeente om te gaan met een (mogelijke) verslechtering van de populatie weidevogels als gevolg van mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeentegrens. Het RTP gaat alleen in op weidevogelproblematiek bij Tolhuislanden. Hoe ziet gemeente dit bij de ontwikkeling van een stadspark bij Stadsbroek? Dit gebied is deels weidevogelgebied en deels nationaal landschap IJsseldelta.
Op aanwezigheid van delen Nationaal Landschap IJsseldelta binnen de gemeentegrens wordt voor zover wij kunnen overzien niet ingegaan. Toch een ruimtelijk aspect wat wel noemenswaardig is. Als provincie begrijpen wij het dilemma van stedelijke ontwikkelingen die om ruimte vragen en daarmee in conflict komen met andere ruimtevragers, zoals in dit geval de weidevogels. Goed om samen te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de diverse ruimtevragers zo goed mogelijk te bedienen. CULTUURHISTORIE In het ruimtelijk toekomst perspectief komt aandacht voor cultuurhistorische waarden van de stad en het buitengebied wel op enkele plekken terug (o.a. bij de Regionale Gebiedsbiografie). Wij onderschrijven het gebruik van bestaande ruimtelijke kwaliteiten (o.a. cultuurhistorie) bij toepassing in ruimtelijke ontwikkelingen. Wij zijn daarbij ook benieuwd of inwoners bij ontwikkelingen hun zegje kunnen doen wat zij waardevol vinden qua cultuurhistorie.