Bijlage 4 Toekomstige ontwikkelingen IBT jaargang 2026
Tekst van het document
Ontwikkelingen Interbestuurlijk Toezicht 2026 Het interbestuurlijk toezicht (IBT) in Overijssel richt zich op zes toezichtdomeinen. Deze domeinen zijn continu in ontwikkeling. Het is gebruikelijk om jaarlijks per domein een korte doorkijk te geven naar relevante toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het toezicht. Deze doorkijk wordt hieronder weergegeven. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Financiën Gemeenten krijgen vanaf 2028 te maken met het zogenoemde ravijnjaar, waarin zij opnieuw worden gekort op de middelen voor de jeugdzorg. Dit volgt uit de Hervormingsagenda Jeugd. Veel gemeenten hebben hierdoor in hun begroting 2026 structurele tekorten vanaf 2028 opgenomen. Om deze tekorten op te vangen treffen gemeenten maatregelen, zoals bezuinigingen of het inzetten van reserves. Een deel van de gemeenten verwacht dat het Rijk aanvullende middelen beschikbaar stelt. In 2025 zijn, naar aanleiding van het advies van de onafhankelijke Commissie van Ark, extra middelen toegekend. In 2027 volgt een nieuw advies van deze commissie. Daarnaast is nog onzeker hoe de herverdeling van het gemeentefonds precies zal uitpakken voor de Overijsselse gemeenten. Voor een aantal gemeenten kan dit leiden tot aanvullende bezuinigingen en mogelijk tot een lager voorzieningenniveau.
Het kabinet-Jetten (D66, VVD en CDA) trad aan op 23 februari 2026. De financiële gevolgen van het coalitieakkoord zijn verwerkt in de Voorjaarsnota 2026 en worden verder uitgewerkt in de Meicirculaire 2026. In maart 2026 vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De coalitievorming en het opstellen van coalitieakkoorden zijn bij veel gemeenten nog in volle gang. De financiële vertaling hiervan vraagt tijd, waardoor niet alle gemeenten deze reeds konden verwerken in hun kadernota. Verwacht wordt dat in veel gemeenten sprake is van beleidsarme kadernota’s, waarbij het financiële beeld pas bij de begroting volledig duidelijk wordt. Daarnaast werken de provincies aan een uitbreiding en verduidelijking van het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten (GTK). Voorgesteld wordt om het ramen van onderuitputting voor bepaalde posten toe te staan. Ook wordt verduidelijkt dat gemeenten het surplus van de algemene reserve tijdelijk (maximaal vier jaar) mogen inzetten voor het dekken van structurele lasten voor beleidsdoelen, aanvullend op bestaande mogelijkheden. Beide voorstellen zijn nog niet definitief vastgesteld en moeten nog door Gedeputeerde Staten worden behandeld. Voor 2026 zijn 23 van de 25 Overijsselse gemeenten erin geslaagd een structureel en reëel sluitende begroting vast te stellen. Veertien gemeenten presenteerden daarnaast ook een sluitende meerjarenraming.
Negen gemeenten hebben wel een sluitende begroting, maar laten in de meerjarenraming tekorten zien. Voor deze gemeenten blijft aandacht nodig om ook in de komende jaren tot een sluitend financieel beeld te komen. Omgevingsrecht VTH Binnen het domein Omgevingsrecht VTH blijven diverse landelijke en regionale ontwikkelingen relevant. Landelijk wordt de versterking van het VTH-stelsel voortgezet. De nadruk ligt daarbij steeds meer op de implementatie en borging van beleid in de uitvoeringspraktijk. Visitaties van omgevingsdiensten en aandacht voor robuustheid, kwaliteit en professionaliteit van de uitvoering blijven belangrijke aandachtspunten. Daarnaast blijft de krapte op de arbeidsmarkt een structurele uitdaging voor gemeenten en omgevingsdiensten, met gevolgen voor de beschikbaarheid en continuïteit van voldoende deskundig personeel. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn inmiddels verder geland in de uitvoeringspraktijk. Grote stelselmatige problemen doen zich vooralsnog niet voor, maar verdere doorontwikkeling in planning, samenwerking en uitvoerbaarheid blijft nodig. Voor de Wkb geldt dat gemeenten nog beperkte praktijkervaring hebben en dat aandacht blijft bestaan voor de samenwerking met en de kwaliteit van kwaliteitsborgers.
In Overijssel is in de beoordeling 2026 aanvullend aandacht besteed aan de actualiteit van vergunningen waarvoor een wettelijke actualisatieplicht geldt. Ook blijft van belang in hoeverre gemeenten en omgevingsdiensten de samenhang inzichtelijk maken tussen VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag, en hoe hierin sturing wordt gegeven aan doelen, prioriteiten en uitvoering.
Ruimtelijke Ordening De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Vertrouwde instrumenten, zoals bestemmingsplannen en diverse vergunningen en beleidsnota’s, zijn vervangen of vernieuwd. Gemeenten werken onder meer met het Omgevingsplan, omgevingswaarden en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). De wet biedt meer ruimte voor integrale afweging van belangen. Gemeenten hebben een overgangstermijn voor het vaststellen van een Omgevingsvisie. De verplichting om een Omgevingsvisie vast te stellen is bij koninklijk besluit bepaald op uiterlijk 1 januari 2027. In Overijssel zijn gemeenten volop bezig met de uitvoering van de Omgevingswet en heeft een groot aantal gemeenten inmiddels een Omgevingsvisie vastgesteld. Erfgoed Het toetsingskader voor het domein Erfgoed is op enkele onderdelen aangepast om aan te sluiten bij de Omgevingswet. Gemeenten worden onder meer getoetst op: • het hebben van een actuele erfgoedverordening; • het functioneren van een onafhankelijke en deskundige gemeentelijke erfgoedcommissie; • de wijze waarop adviezen worden uitgebracht en opgevolgd; • de deskundige uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de afweging van archeologische en cultuurhistorische waarden bij nieuwe ontwikkelingen. Het algemene beeld is dat gemeenten zich bewust zijn van hun erfgoedtaken en deze in de basis op orde hebben.
Veel gemeenten maken gebruik van de adviescommissie van Het Oversticht en van regioarcheologen; grotere gemeenten hebben deze expertise vaak zelf in huis. In de uitvoeringspraktijk is niet altijd duidelijk of voldoende specifieke kennis op het gebied van erfgoed beschikbaar is. Dit aandachtspunt speelt ook landelijk en krijgt aandacht binnen het programma Erfgoed en Overheid. Vanaf 2027 zal het IBT-toezicht op Erfgoed verder worden verdiept, waarbij de kwaliteit van gemeentelijke erfgoedzorg in de praktijk prominenter wordt betrokken. Huisvesting statushouders Statushouders zijn asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daarmee recht hebben op huisvesting. Het Rijk stelt hiervoor twee keer per jaar een wettelijke taakstelling vast voor iedere gemeente. Vanuit het interbestuurlijk toezicht houden provincies toezicht op de uitvoering hiervan. De verantwoordelijke portefeuillehouder hiervoor is de gedeputeerde Wonen. Tijdige huisvesting van statushouders bevordert integratie en voorkomt dure noodopvang door asielzoekerscentra te ontlasten. Door hoge taakstellingen en woningkrapte blijft dit een grote uitdaging. Het Rijk zet in op versnelde uitstroom uit COA-opvang. De woningmarkt blijft de beperkende factor: beperkte sociale voorraad, beperkte ontwikkelcapaciteit en ruimtelijke knelpunten (natuur, netcongestie).
Dit zorgt nationaal en regionaal voor blijvende achterstanden in realisatie. De provincie ondersteunt gemeenten bij de woningbouwopgave, inclusief huisvesting van statushouders, met kennis en capaciteit via de bouwbrigade, subsidieregelingen en themasessies. Accounthouders helpen bij procedures, locatiekeuze en het oplossen van knelpunten zoals stikstof en netcongestie. Informatie- en archiefbeheer Veel gemeenten in Overijssel werken aan het verder op orde brengen en houden van hun informatiehuishouding en archiefbeheer. In meerdere gevallen is sprake van meerjarige trajecten om de basis op orde te krijgen, gevolgd door de uitdaging om deze basis duurzaam te borgen. Tegelijkertijd worden gemeenten geconfronteerd met nieuwe regelgeving met grote impact op de informatiehuishouding, waaronder Europese verordeningen en de nieuwe Archiefwet. De Tweede Kamer heeft in februari 2024 ingestemd met het geamendeerde wetsvoorstel. De verwachting is dat de Eerste Kamer de wet in 2026 vaststelt, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027.
De nieuwe Archiefwet introduceert onder meer: • de verplichte aanwijzing van een gediplomeerde archivaris; • het verplicht vormgeven van een archiefdienst; • aangescherpte regels voor openbaarheidsbeperkingen; • het vervroegd overbrengen van archieven na tien jaar; • strengere eisen aan duurzame toegankelijkheid en informatiebeveiliging; • verplichte betrokkenheid van de archivaris bij beheerprocessen.
Voor gemeenten die nog midden in de transitie van hun informatiehuishouding zitten, vormt de implementatie van deze nieuwe wetgeving een grote uitdaging, mede in relatie tot gemeenschappelijke regelingen. In 2026 leidt dit nog niet tot aanpassing van het IBT-toetsingskader. Vanaf 2027 zal het toetsingskader worden aangepast aan de nieuwe wettelijke eisen. Ontwikkeling aankomende wetgeving Bibliotheken De vernieuwde Wet stelsel openbare bibliotheken (WSOB) wordt naar verwachting in 2026 door de Tweede Kamer behandeld, met een beoogde inwerkingtreding begin 2027. De wet introduceert een zorgplicht voor gemeenten om ten minste één volwaardige bibliotheekvoorziening in stand te houden. Met deze zorgplicht ontstaat een nieuwe toezichttaak voor provincies. Conform de uitgangspunten van het generiek interbestuurlijk toezicht zal de provincie toezien op de uitvoering van deze taak door gemeenten. Het toezicht wordt gebaseerd op gemeentelijke meerjarenplannen voor bibliotheekbeleid en op de jaarlijkse monitorgegevens van de Koninklijke Bibliotheek. Gemeenten krijgen na publicatie van de wet een overgangstermijn om aan deze verplichtingen te voldoen.