CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 concept provinciale Energievisie

Raad Besluitvormingsronde 6 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwikkelingen grootschalige opwek, infrastructuur en RES31.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Zonnevelden Huidig

TJ

1040 0

500

1096 1000

1500

1478 2000

2500

3000

Pijplijn (gewogen) 3500

4000

Pijplijn (deel ongewogen)

Figuur 13: Stand van zaken opwek zonnevelden. Bronnen: (RVO, 2024) (RES Twente, 2024) (RES West-Overijssel, 2024)

Potentie De potentie is berekend door te kijken hoeveel elektriciteit er opgewekt wordt als een deel van de landbouwgrond ingezet wordt als zonnepark. De bandbreedte tussen het realistische en maximale aandeel van omzetting van landbouwgrond is door NPRES geschat op respectievelijk 4- en 10%, met een potentie van 34 en 84 PJ. Wanneer er rekening wordt gehouden met het aftoppen van het vermogen van zonnepanelen met 50%, dan daalt het potentieel naar respectievelijk 27 en 41 PJ (zie ook aandachtspunten).

Potentie opwek (PJ) Zonnevelden

27,3

0

10

6,4

20

Realistisch

30

40,9

40

50

Curtailment - Real

Max

9,6

60

70

80

90

Curtailment - Max

Figuur 14: Potentie zonnevelden. Bron: (Generation.Energy; CE Delft, 2024)

De potentie van zonnevelden varieert tussen de 4,2 en 12,3 PJ. Dit heeft voornamelijk met de hoeveelheid landbouwgrond te maken, dit is relatief groot in deelnet Zwolle en een stuk minder groot in deelnet Hengelo.

75

Realistisch potentieel per deelgebied [PJ] Zwolle Hessenweg Zonnevelden

Hengelo Almelo 0

2

4

6

8

10

12

14

Figuur 15: Ruimtelijke verdeling potentie zonnevelden (zonder curtailment).

Kentallen

Opstellingsvariant Vermogen/paneel [W] Afmeting paneel [m2] Landgebruik [bruikbare m2/m2] Vollasturen (bij 30% curtailment) [uren/jaar] Opbrengst/ha [GWh/ha]

Zuid gericht 350 1,63 0,5 950 1,0

Oost-West 350 1,63 0,8 750 1,3

Bron: (NPRES, 2023), eigen berekeningen Aandachtspunten Netimpact: Zonneparken vergen relatief veel netcapaciteit. Deze kan echter verlicht worden door verschillende maatregelen: -

-

-

Aftoppen omvormercapaciteit (curtailment): hierbij wordt de omvormercapaciteit verlaagd waardoor de netimpact verminderd. Dit gaat ten koste van een deel van de jaarlijkse opwek. De verhouding tussen curtailment en het verlies aan opwek is weergegeven in Figuur 12. Cable-pooling: het delen van de netaansluiting van een zonnepark en een windpark. Zon en wind hebben een complementair profiel, als het waait is het vaker bewolkt en in de zomer waait het minder. Door een gezamenlijke netaansluiting (idealiter van een vergelijkbare grootte) is er fors minder capaciteit nodig en stijgt de net-efficiëntie (de geleverde stroom per aansluiting). Directe afname (met batterijopslag): door een zonnepark te koppelen aan een bedrijf met een grote vraag naar elektriciteit (idealiter op piekmomenten) wordt een deel van de elektriciteit direct benut waardoor er minder naar het elektriciteitsnet hoeft te worden getransporteerd. Met een batterijopslag kan dit aandeel verder verlaagd worden.

Natuurvriendelijke inpassing: Zonnevelden kunnen bijdragen aan de biodiversiteit door natuurvriendelijke inpassing (de Vries & Klaassen, Ecologie in zonneparken, 2024). Door natuurvriendelijke inpassing daalt de opwek per gebruikte vierkante meter wel.

Elektriciteit | Kernenergie Hoe werkt het: door splitsing van atomen komt warmte vrij. Deze kan met behulp van een generator omgezet worden in elektriciteit. Inzetbaar: alle sectoren met vraag naar elektriciteit. Logische sector: grootschalige industrie, voor processen met een (jaarlijks) constante vraag naar elektriciteit. Naast elektriciteit kan er ook hogetemperatuur warmte opgewekt worden. 76

Voordelen: -

Levert constante hoeveelheid stroom gedurende het hele jaar Kleine ruimtevraag Kan ook hoge-temperatuur warmte leveren

Nadelen: -

Relatief duur Er komt radioactief afval vrij dat langdurig opgeslagen moet worden Doorlooptijd van plan naar realisatie is lang Weinig flexibel. Kan moeilijk afgeschaald worden wanneer er minder vraag naar elektriciteit is.

Potentie De potentie van kernenergie is onbekend. Er zijn drie factoren (los van de economische factor) die de potentie mede bepalen: ruimte, koeling en inpassing in het elektriciteitssysteem. Er is ruimte nodig voor de reactor zelf, maar ook voor een veilige inpassing in de omgeving. Daarnaast dient de reactor gekoeld te worden om oververhitting te voorkomen. De meeste typen kernreactoren gebruiken hiervoor oppervlaktewater, maar nieuwere concepten kunnen ook met lucht gekoeld worden. Koeling met oppervlaktewater is op een beperkt aantal plekken in Overijssel mogelijk. Omdat het reactieproces een continu proces is leveren kernreactoren constant stroom. Doordat ze minder goed kunnen reageren op een flexibele elektriciteitsvraag zijn ze gebaat bij een continue afname van stroom. Hierdoor zijn ze met name geschikt voor de levering aan grootschalige industrie met een (jaarrond) constante vraag naar elektriciteit. Nieuwe kernreactoren zijn meer flexibel dan oudere typen reactoren en kunnen iets flexibeler ingezet worden. Doordat er in Overijssel relatief weinig grootschalige industrie is achten we het voorstelbaar dat er mogelijkheden zijn voor vier kleinere reactoren, small modular reactors (SMR’s, zie hoofdtekst voor duiding).

De grotere reactoren waarvoor de landelijke overheid plannen heeft zijn fors groter dan deze SMR’s en met name bedoeld om elektriciteit voor heel Nederland te produceren. Kentallen

Vermogen (MW) Vollasturen Opbrengst (GWh/j) Ruimtevraag (ha) Koeling Flexibiliteit Investeringskosten (€/kW) Investeringskosten per reactor (miljard €)

Lichtwater SMR 300 7800 2340 14 Water Matig 4000 1,20

Micro-SMR 20 7800 156 2 Lucht Redelijk 8000 0,16

Gesmolten zout SMR 200 7800 1560 7 Water/Lucht Redelijk 5500 1,10

Bronnen: (NRG, 2023), (TNO, 2018), (Turkenburg, 2022), (IES, 2023).

77

Aandachtspunten Realisatietermijn10: SMR’s bevinden zich nog in de onderzoeks- en ontwikkelingsstadium en zijn nog niet op de markt. Naar verwachting komen de eerste SMR’s rond 2030 in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk op de markt. Eventuele investeerders willen daar eerst de resultaten van afwachten. Pas daarna is er mogelijk besluitvorming realistisch. Indien een partij toch eerder een SMR wil hebben, betreft dit een First-of-a-kind reactor. Tijd voor voorbereiding en bouw is dan zeker 15 tot 20 jaar. First-of-a-kind betekent dat dit geen ‘bewezen technologie’ is. Indien van een reactortype reeds tien of twintig zijn geleverd, zou op termijn een voorbereidings- en bouwtijd van ca 8 jaar realiseerbaar kunnen zijn. De verwachting is dan ook dat SMR’s wellicht vanaf 2040 een bijdrage leveren. Kosten: Uit onderzoek blijkt dat de uiteindelijke realisatiekosten over het algemeen ruim twee keer zo hoog zijn dan de kosten bij aanbesteding (Portugal-Pereira et al., 2018), (Strop, 2024). Overigens blijkt wel dat de totale kosten van het toekomstig elektriciteitssysteem met inpassing van kernenergie vergelijkbaar zijn dan met een systeem zonder kernenergie, doordat er minder kosten nodig zijn voor netuitbreiding (Witteveen+Bos; eRisk Group; HCSS; Rethink Zero, 2022). Hierin is echter geen rekening gehouden met een realistische verdubbeling van de kosten van kernenergie.

Bio-energie | Biogas Hoe werkt het: natte biomassa bevat koolstofverbindingen die door bacteriën worden omgezet (anaerobe vergisting) naar het gas methaan (biogas). Met name reststromen (mest, rioolslib, resten voedselverwerkende industrie) zijn beschikbaar. Inzetbaar: in alle sectoren met vraag naar aardgas. Logische sectoren: -

industrie met hoge-temperatuur warmtevraag Warmtevraag monumentale kernen Back-up hybride warmtepompen Als piekvoorziening in aanvulling op geothermie

Voordelen: -

Makkelijk op te slaan Breed inzetbaar Flexibel inzetbaar Kan relatief goed ingepast worden in het bestaande aardgasnetwerk

Nadelen: -

Relatief kleine potentie vergistbare stromen (10% huidige aardgasverbruik) Kans op methaanlekken, uitstoot broeikasgas Kleinschalig: opwek op locatie gewenst

Stand van zaken Momenteel wordt er ruim 600 TJ aan biogas geproduceerd door vergisting van biomassa. In de vastgestelde biomassaroute wordt het belang van biomassa verder toegelicht. Als voortvloeisel uit dit

10

Bron: Toepassing kernenergie in Nederland en de perspectieven van SMRs. Notitie voor Overijssel, 28 nov 2022. Wim Turkenburg.

78

beleid is een subsidieregeling voor kleinschalige monomestvergisting opgezet. Momenteel zijn er 67 aanvragen voor mestvergisters met een geschatte opwek van bijna 450 TJ.

Stand van zaken (TJ) Biogas

610

Huidig

442

Pijplijn (ongewogen 0

200

400

600

800

1000

1200

Figuur 16: Stand van zaken biogas. Bronnen: (CBS, 2024), (RVO, 2024).

Potentie De potentie van biogas ligt tussen de 3,7 en 6,5 PJ. Veruit het grootste gedeelte van de potentie bestaat uit de opwek van gas uit mest. De potentie vanuit rioolwaterzuiveringsinstallaties en vergistbare reststromen uit de voedselverwerkende industrie is geschat op iets minder dan 1 PJ. In Tabel 7 zijn de aannames beschreven om tot deze potentie te komen.

Potentie (PJ) Biogas

3,7

Realistisch

2,8

Max 0

1

2

3

4

5

6

7

Figuur 17: potentie van biogas in Overijssel

De potentie per deelnet varieert van 0,5 tot 1,5 PJ en hangt met name af van het areaal landbouwgrond (waarover de melkveehouderijen verspreid zijn) dat in Zwolle relatief groot is en in Hengelo relatief klein (Figuur 18).

Realistisch potentieel per deelgebied [PJ] Zwolle Hessenweg Biogas

Hengelo Almelo 0

0,2

0,4

0,6

0,8

1

1,2

1,4

1,6

Figuur 18: Ruimtelijke verdeling potentie biogas

Tabel 7: Aannames potentieberekening biogas

Potentieel

Omschrijving

79

Technisch

Realistisch – Hoog

Mestvergisting (CE Delft, 2024): 75% van de totale mestproductie is beschikbaar voor vergisting door mestopslag. 25% komt vrij door weidegang en is daarmee niet beschikbaar. RWZI + VGI (Generation.Energy; CE Delft, 2024): omschrijving analysekaarten NPRES Mestvergisting: Uitgangspunt: 55% van de beschikbare mest (o.b.v. huidige statistieken) beschikbaar voor vergisting (CE Delft, 2024). Komt overeen met bovenkant van studie potentie groen gas, welke aangeeft dat dit binnen de marges van verschillende scenario’s voor krimp van de veestapel. Inc. varkens/pluimveemest. Aanname krimp veestapel CE Delft: 20%. RWZI + VGI (Generation.Energy; CE Delft, 2024): omschrijving analysekaarten NPRES

Kentallen

Omvang installatie (MW) Warmtevraag vergister (percentage van potentiële opbrengst) Vollasturen Energie inhoud grondstof MJ/t) Investeringskosten (€/kW)

Monomestvergisting 0,27 30%

Allesvergisting 5,5 5%

8000 0,53 4070

8000 3,4 1043

Bron: (PBL, 2023) Aandachtspunten Broeikasgasbalans: uit onderzoek (Groenestein, 2020) blijkt dat er bij onjuist gebruik van vergistingsinstallaties methaanlekken ontstaan. Omdat methaan een erg sterk broeikasgas is (25 keer sterker dan CO2) kunnen kleine lekken al zorgen voor een ongewenste broeikasgasbalans. Potentie: als de mest nog dezelfde dag in de installatie wordt ingevoerd kan er een hoge efficiency behaald worden, latere invoer zorgt voor een significant daling. Verwerking op het erf is daarom het meest logisch. Ondanks dat de kosten voor grootschalige mestvergisting lager zijn is daling van de kwaliteit van de mest, en de extra benodigde energie voor het aanvoeren van mest een nadelige factor. Stikstof: als de dagverse mest direct naar de vergistingsinstallatie gevoerd wordt is er in principe geen roostervloer nodig in de stal. Indien er overgeschakeld wordt op een dichte vloer kunnen de ammoniak emissie uit de stal fors dalen wat bijdraagt aan de doelstellingen voor het verminderen van de stikstofuitstoot (Verdoes, Casu, van Gastel, & Hekkert, 2024).

Bio-energie | Houtige biomassa Hoe werkt het: opwek van warmte door verbranding van hout. Inzetbaar: alle sectoren met een warmtevraag. Logische sectoren: -

Industrie met hoge-temperatuur warmtevraag Warmtevraag woningen buitengebied Als piekvoorziening in aanvulling op geothermie

Voordelen: 80

-

Makkelijk op te slaan Flexibele inzetbaar Potentie voor negatieve emissies (afvang van biogeen CO2)

Nadelen: -

Weinig potentie, met name reststromen (snoeihout, reststromen houtindustrie) zijn beschikbaar. Bij verbranding van biomassa zorgen milieuaspecten (zoals luchtverontreiniging) reeds voor een vermindering van de inzet van biomassa voor energetisch gebruik.

Stand van zaken Momenteel wordt er al biomassa gebruikt in Overijssel. In totaal wordt er 2,1 PJ aan duurzame energie opgewekt door verbranding van houtige biomassa (CBS, 2024). Het merendeel hiervan wordt opgewekt als hernieuwbare warmte voor bedrijven. Het is wel onbekend welk deel hiervan ook daadwerkelijk biomassa van Overijssels grondgebied is. Volgens het CBS wordt momenteel ongeveer 40% van de totale vraag naar biomassa geïmporteerd uit het buitenland (CBS, 2024). Naast het gebruik van biomassa door de industrie wordt er ook hout gebruikt voor woningverwarming. In totaal wordt er een kleine 1,4 PJ aan hout gebruikt voor woningverwarming in Overijssel. Potentie De potentie voor biomassa is berekend door Probos en is gebaseerd op de vrijkomende houtige reststromen uit het beheer van productiebossen in Overijssel, en de beschikbare biomassa uit beheer van het landschap en de bebouwde omgeving (Probos, 2017). De totale potentie voor houtige biomassa komt daarmee op 1,7 PJ. In Tabel 8 is de verdeling tussen de verschillende bronnen en de twee regio’s in Overijssel weergegeven. Tabel 8: Potentie houtige biomassa (PJ) verdeeld naar RES-regio op basis van areaal gegevens CBS.

Bronnen Bos Landschap Bebouwde omgeving Totaal

Overijssel 0,38 0,66 0,66 1,7

West-Overijssel 0,19 0,40 0,34 0,93

Twente 0,19 0,26 0,32 0,77

Het gebruik van hout voor houtkachels is voornamelijk gebaseerd op particuliere kap. Er zijn geen cijfers bekend van deze energiebron. Voor de scenario’s van 2050 is aangenomen dat de potentie maximaal gelijk zal blijven. Kentallen

Installatiegrootte (MW) Vollasturen Efficiency Energiedichtheid hout (GJ/t droge stof) Opbrengst (TJ)

Biomassaketel - warmtenet 16,7 3625 80% 18 220

Bron: (Quintel, 2024) 81

Aandachtspunten Internationale markt: de herkomst biomassa is vaak onbekend. Een deel van de huidige biomassa zal afkomstig zijn uit het buitenland. Het is aannemelijk dat de toekomstige markt voor houtige biomassa internationaal blijft. Milieu-aspecten: bij de verbranding van houtige biomassa komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Op veel plekken wordt nagedacht over een verbod op verbranding van hout in houtkachels voor de verbetering van de (PBL, 2020). Ook komt er stikstof vrij bij de verbranding van hout. De belasting van stikstof op de natuur en de regelgeving daaromtrent kunnen daarom zorgen voor een vermindering van de (toekomstige) inzet van houtige biomassa (NVDE, 2020). Biobrandstof: houtige biomassa kan ook gebruikt worden om biobrandstoffen voor de transportsector te produceren. Dit zou interessant kunnen zijn voor de logistieke sector, maar ook voor luchtvaart of maritiem transport. Twence maakt momenteel ook pyrolyseolie uit afvalhout wat als biobrandstof gebruikt kan worden.

Warmte | Geothermie Hoe werkt het: door een diep gat te boren kan warmte van de aardkern gewonnen worden. Inzetbaar: alle sectoren met vraag naar warmte. Met name interessant voor: -

Industrie met midden-temperatuur warmtevraag Gebouwde omgeving

Voordelen: -

Opwek gedurende het hele jaar Grote potentie Weinig ruimtebeslag

Nadelen: -

-

Vraagprofiel gebouwde omgeving (winterpiek) sluit niet aan bij het aanbodprofiel (constant over het jaar). Vergt piekvoorziening met een andere energiebron om aan de piekvraag te kunnen voldoen. Warmteverliezen transport: vraag dient zich bij voorkeur binnen 10 kilometer van de bron te bevinden. Relatief duur

Stand van zaken In de Koekoekspolder levert een geothermie-installatie warmte aan een kassencomplex. In 2022 leverde deze installatie voor 188 TJ aan hernieuwbare energie. Uit de SDE aanvragen blijkt dat deze installatie momenteel wordt opgeschaald, naar een verwachtte opbrengst van 380 TJ (RVO, 2024). Tevens is te zien dat er een SDE aanvraag is gedaan voor een geothermiebron in Zwolle voor ruim 160 TJ. Binnen de gemeente Zwolle loopt een onderzoek naar de inzet van geothermie als warmtebron voor een warmtenet.

82

Stand van zaken (TJ) Geothermie

188

Huidig

575

Pijplijn (ongewogen 0

100

200

300

400

500

600

700

800

900

Figuur 19: Stand van zaken geothermie. Bron: RVO, 2024

Potentie Er zijn verschillende vormen van geothermie. Deze verschillen met name door de diepte van de bron. Bij ondiepe geothermie ligt de bron tussen de 500 en 1500 meter onder het aardoppervlakte, terwijl diepe geothermie tussen de 1500 en 4000 meter reikt. De brontemperatuur wordt hoger naarmate er dieper geboord wordt. Bij ondiepe geothermie gaat het vaak over een brontemperatuur van 40+ °C, terwijl die temperatuur voor diepe geothermie vaak op 70+ °C ligt. De structuur van de bodem is ook erg bepalend. Het westelijke deel van Overijssel is qua bodemopbouw kansrijker voor geothermie, maar is momenteel deels uitgesloten in verband met de strategische drinkwaterreserves. NPRES heeft in het verleden de potentie van geothermie onderzocht (Generation.Energy; CE Delft, 2024). In totaal wordt de potentie op 85 PJ geschat (zie Figuur 20). Momenteel zijn de kosten voor geothermie relatief hoog. In toekomstscenario’s komt het weinig voor omdat het niet als kostenefficiënt optie wordt gezien (TNO, 2020). Dit heeft met name te maken met het feit dat geothermie een constante warmte produceert, terwijl de vraag naar warmte wisselt: warmte is vooral in de winter nodig. Voor bepaalde industrie die een (constante) midden-temperatuur warmtevraag hebben (rond de 100 graden) kan geothermie wel een interessante optie zijn.

Vanuit de informatie van de CES6 is geschat wat de potentie is van deze warmtevraag. Dit deel zien wij als realistische potentie.

Figuur 20: Potentie geothermie. Bronnen: (Generation.Energy; CE Delft, 2024), (WaterEnergySolutions, 2024)

Aardwarmte uit lagen tot 500 meter worden beschouwd als warmte-koude opslag. Meer informatie hierover is hieronder te vinden. Kentallen

Installatiegrootte (MW) Vollasturen (uren/j) Opbrengst (TJ/j) Investeringskosten (€/kW)

Basislast 9 6000 195 1500

Middenlast 9 5000 162 2525

Bron: (PBL, 2023)

83

Aandachtspunten Relatie drinkwatervoorziening: In de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Raalte en het zuidelijke gedeelte van Zwolle is momenteel geen potentie omdat kleipakket Sallands diep een boringsvrije status heeft in verband met potentiële verontreiniging drinkwaterwinning. Low-unit costs geothermie: dit is een innovatieve manier van geothermie waarbij ook geothermie uit minder dikke aardlagen gewonnen kan worden (Veenstra, Groot, Lange, Mol, & Heuvel, 2020). Deze lagen liggen minder diep wat zorgt voor lagere investeringskosten. Omdat het om kleinere schaal gaat zijn ze makkelijker in te passen in de lokale omgeving. Hoewel deze technologie nog doorontwikkeld moet te worden heeft het potentie als goedkopere geothermie bron. Warmte | Restwarmte Hoe werkt het: bij industriële verhittingsprocessen komt restwarmte vrij. Deze kan een bron voor warmtenetten zijn. Inzetbaar: alle sectoren met vraag naar warmte. Met name interessant voor gebieden met een grote vraagdichtheid, omdat er warmtenetten moeten worden aangelegd. Voordelen: -

Opwek gedurende het hele jaar Benutting van een reststroom

Nadelen: -

-

Potentie van hoge-temperatuur restwarmte is relatief klein (10% van de huidige vraag naar aardgas). Vaak gaat het om restwarmte met een relatief lage temperatuur. Deze moet met behulp van warmtepompen opgewerkt worden tot de juiste temperatuur voor invoeding in een warmtenet. Daar is elektriciteit voor nodig. Warmte dient lokaal ingezet te worden in verband met relatief groot energieverlies bij transport. Het is onzeker hoe lang en in welke hoeveelheid de warmte beschikbaar is. Elektrificatie zorgt bijvoorbeeld voor minder restwarmte. Vergt nieuwe infrastructuur

Stand van zaken Er zijn geen directe cijfers beschikbaar voor de levering van restwarmte. Uit een eigen inventarisatie blijkt dat er momenteel ongeveer 2 PJ aan restwarmte wordt geleverd aan bedrijven. Potentie De warmteatlas geeft de potentie voor restwarmte weer per bedrijf (Warmteatlas, 2024). Uit analyse van deze warmteatlas blijkt dat dit over het algemeen gaat over lage temperatuur restwarmte. Met het verduurzamen van de industrie is het realistisch om aan te nemen dat deze potentie deels verdwijnt. Daarnaast gaat het om lage-temperatuur warmte die voor gebruik in de gebouwde omgeving opgewaardeerd moet worden met behulp van warmtepompen. Deze hebben weliswaar een iets beter energetisch rendement, maar kunnen nog steeds beschouwd worden als vorm van elektrificatie.

84

De enige echte hoge-temperatuur warmtebron in Overijssel is Twence. In potentie zou Twence voor 3,6 PJ aan hoge-temperatuur warmte kunnen leveren aan de regio. Er zijn vergevorderde plannen om 100.000 woningen aan te sluiten op dit warmtenet.

Figuur 21: Potentie hoge-temperatuur restwarmte Twence

Aandachtspunten Afvalverbranding: Twence is een afvalverbrandingsinstallatie. Landelijk zijn er doelstellingen om over te gaan naar een circulaire economie waarbij grondstoffen zo veel mogelijk hergebruikt worden. Als dit beleid tot uitvoering komt kan dit ervoor zorgen dat de energiebron van Twence (deels) verdwijnt, waarmee de potentie van restwarmte afneemt. Negatieve emissie: Binnen Twence wordt afval en houtafval gebruikt energie op te wekken. Hierbij komt biogeen CO2 vrij dat is opgenomen uit de atmosfeer door planten en bomen. Twence heeft al een kleine afvanginstallatie en heeft plannen om deze uit te breiden zodat er op grote schaal CO2 kan worden afgevangen en opgeslagen. Deze koolstof afvang en opslag (ook wel bekend als Carbon Capture & Storage, CCS) zorgt voor een positieve broeikasgasbalans en wordt daarom ook wel als negatieve emissie aangeduid. Technieken met negatieve emissies zijn reeds onderzocht als optie om CO2 doelstellingen te halen (CE Delft, 2023).

Warmte | Aquathermie Hoe werkt het: door energie uit water op te werken met warmtepompen kan er warmte aan warmtenetten worden geleverd. Vaakgenoemde technieken zijn TEO, TEA en TED: thermische energie uit respectievelijk oppervlakte, afvalwater en drinkwaterwinning Inzetbaar: gebouwde omgeving Voordelen: -

Lokaal beschikbare bron Aquathermie heeft een relatief constante temperatuur. Ten opzichte van luchtwarmtepompen hebben ze op koude dagen dus een relatief hoog omzettingsrendement. In de zomer kan er ook in de koelvraag voor gebouwen kunnen worden voorzien.

Nadelen: -

-

Dit is een vorm van elektrificatie. Watertemperatuur is over het algemeen laag. Deze moet met behulp van warmtepompen opgewerkt worden tot de juiste temperatuur voor invoeding in een warmtenet. Warmte dient lokaal ingezet te worden in verband met relatief groot energieverlies bij transport. Vergt nieuwe infrastructuur

85

Potentie In totaal is er ongeveer 5 PJ aan potentie vanuit TEO en TEA in Overijssel (Warmteatlas, 2024). In de energievisie is niet direct aandacht besteed aan aquathermie omdat het als een vorm van elektrificatie is beschouwd. Kentallen

Installatiegrootte (MW) Vollasturen (uren/j) Opbrengst (TJ) Investeringskosten (€/kW) Elektriciteitsverbruik (GWh/j)

Warmtenet-installatie 0,88 3500 11 2425 1,1

Basislast-installatie 0,88 6000 19 2887 1,8

Bron: (PBL, 2023)

Warmte | Zonthermie Hoe werkt het: met behulp van zonnecollectoren wordt water opgewarmd. Dit kan zowel op kleine schaal op daken van gebouwen toegepast worden, als wel op grote schaal in een veldopstelling. Inzetbaar: met name interessant om aan de warmwatervraag van huishoudens te voldoen. Voordelen: -

Lokaal beschikbare bron Hoge temperatuur warmte

Nadelen: -

Alleen wanneer de zon schijnt, vereist opslag Warmte kan lastig worden opgeslagen, vergt een groot volume. Concurreert met zon-PV op daken.

Potentie De potentie voor zonthermie is niet exact bekend en hangt van twee facetten af: inzetbaarheid en oppervlakte. Momenteel is zonthermie vooral geschikt om in (een deel) van de vraag naar warmwater van huishoudens te voorzien. Dit is ongeveer 10% van de totale warmtevraag van huishoudens. Hiervoor is wel geschikte dakoppervlakte nodig. Grootschalige zon-thermie kan mogelijk een bron zijn voor lokale warmtenetten. Hier is wel bufferopslag nodig omdat de opwekperiode (zomer) niet overeenkomt met vraagperiode (winter). Daarnaast vraagt het ruimte nabij de vraaglocatie zodat energieverliezen door warmtetransport beperkt blijven. Kentallen

Installatiegrootte (kW) Collectorgrootte (m2) Vollasturen (uren/j) Opbrengst (TJ) Investeringskosten (€/kW)

Kleinschalige zonthermie 140 200 600 0,3 525

Bron: (PBL, 2023) 86

Aandachtspunten PVT-panelen: dit zijn PV-panelen gecombineerd met zonnecollectoren voor het opwarmen van water. Bijkomend voordeel is dat PVT-panelen ervoor zorgen dat de zonnepanelen in de zomer iets koeler blijven waardoor het elektrische rendement van de PV-cellen hoog blijft. Bron warmtenet: Grootschalige veldopstellingen kunnen met behulp van bufferopslag dienen als bron voor warmtenetten. Vraagprofiel in de gebouwde omgeving (winterpiek) sluit echter niet aan bij het aanbodprofiel (zomerpiek), waardoor er relatief veel bufferopslag nodig is om deze periode te overbruggen. Opslag In Nederland zijn enkele innovatieve oplossingen voor seizoensopslag van warmte. Hierin kan warmte tijdelijke opgeslagen worden om in de winter in te zetten om aan de warmtevraag te voorzien. Deze systemen zijn momenteel niet rendabel.

Warmte | Warmte-koude opslag Hoe werkt het: Door een buffervat in de grond aan te leggen en hier een (vaak gesloten) leidingsysteem door te laten lopen kan de warmte uit de ondiepe ondergrond benut worden. Over het algemeen is er een locatie waar de energie wordt gewonnen, en eentje waar het afgekoelde water terug wordt gevoerd. Voor goede exploitatie moet de afstand tussen winning en infiltratie niet te klein zijn. Inzetbaar: met name interessant om aan de warmtevraag van gebouwen en huishoudens te voldoen. Voordelen: -

Lokaal beschikbare bron Constante brontemperatuur. Zorgt voor relatief hoog rendement van de warmtepomp, ook in de winter. Ten opzichte van lucht-warmtepompen relatief net-efficiënt.

Nadelen: -

-

Dit is een vorm van elektrificatie. Bodemtemperatuur is laag. Deze moet met behulp van warmtepompen opgewerkt worden tot de juiste temperatuur voor koppeling aan het warmtesysteem in woningen of gebouwen. Alleen geschikt wanneer er ruimte is om een ondergrondse buffer aan te leggen. Daarmee met name geschikt voor woningen in het buitengebied en niet voor kernen.

Kans: -

Bij toepassing van grootschalige industriële warmtepompen kan het water ook op dusdanige temperatuur gebracht worden dat het als (aanvullende) bron voor warmtenetten kan dienen.

Stand van zaken In 2022 is er voor 291 TJ aan hernieuwbare warmte opgewekt uit WKO-systemen. Er zijn geen directe cijfers bekend van particuliere WKO projecten in de pijplijn. Vanuit de SDE subsidies zijn er wel vier WKO-projecten voor bedrijven met een verwachte opbrengst van ruim 50 TJ (zie Figuur 22).

87

Stand van zaken (TJ) WKO

291

Huidig

54

Pijplijn (ongewogen 0

50

100

150

200

250

300

350

400

Figuur 22: Stand van zaken WKO systemen. Bron: (RVO, 2024), (RVO, 2024).

Potentie De exacte potentie van WKO-systemen is niet bekend. Dit heeft er met name mee te maken dat de potentie afhangt van de ruimte die nodig is voor het aanbrengen van een buffervat in de grond. Daarnaast moet het gebouw waarop het systeem aangesloten wordt in principe een verwarmingsinstallatie hebben dat gevoed kan worden met lage-temperatuur warmte. De warmteatlas geeft wel een inschatting van de potentie voor een te selecteren locatie. Kentallen

Installatiegrootte (kW) Vollasturen (uren/j) SCOP Investeringskosten (€/kW)

Bodemwarmtepomp + WKO 11 4200 3,8 1200

Bron: (Quintel, 2024) Aandachtspunten Aardwarmte: doordat een WKO systeem relatief ondiep is, is de temperatuur laag. De temperatuur wordt bepaald door de jaarlijkse bodemtemperatuur van Nederland van gemiddelde 10°C. Opslag: WKO systemen zijn niet geschikt voor opslag van warmte. In Nederland zijn er enkele innovatieve oplossingen voor seizoensopslag van warmte. Hierin kan warmte tijdelijke opgeslagen worden om in de winter in te zetten om aan de warmtevraag te voorzien. Deze systemen zijn momenteel niet rendabel.

88

Bibliografie Bijlage 5 en 6 abf Research. (2023). Primos prognose 2023. Opgehaald van https://primos.abfresearch.nl/dashboard/dashboard/ Berenschot; Kalavasta. (2020). Klimaatneutrale energiescenario’s 2050. CBS. (2024). Biomassa regionaal, 2021-2022. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2024/18/biomassa-regionaal-2021-2022 CBS. (2024). Hernieuwbare energie in Nederland 2023 - Biomassa. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/hernieuwbare-energie-innederland-2023/8-biomassa CE Delft. (2023). Koolstofverwijdering voor klimaatbeleid. Opgehaald van https://open.overheid.nl/documenten/c1f4818d-bb92-4195-b291-a14a28a7ffe0/file CE Delft. (2024). Scenariostudie groengasproductie rond 2030. Opgehaald van https://ce.nl/publicaties/scenariostudie-groengasproductie-rond-2030/ CE Delft. (2024). STREAM personenvervoer - emissiekentallen modaliteiten 2023. Opgehaald van https://ce.nl/wpcontent/uploads/2024/03/CE_Delft_210506_STREAM_Personenvervoer_2023_Def.p df de Vries, S., & Klaassen, R. (2024). Ecologie in zonneparken. de Vries, S., & Klaassen, R. (2024). Ecologie in zonneparken. Opgehaald van https://www.rug.nl/rudolf-agricola-school/news-and-events/2024/tussenrapportageecologie-in-zonneparken-2024-def.pdf Elaad NL. (2024). Interactieve outlook laadinfra. Opgehaald van https://platform.elaad.io/interactieve-outlook/ Generation.Energy. (2023).

Effecten van verschillende afstandsnormen voor windturbines op land. Opgehaald van https://www.rvo.nl/sites/default/files/202304/230317_Ruimtelijk%20effect%20afstandsnormering%20windenergie_def.pdf Generation.Energy; CE Delft. (2024). Analysekaarten NPRES. Groenestein, K. R. (2020). Effect mestvergisting op de emissies van broeikasgassen uit mest van melkvee: Een literatuur-en scenariostudie. Opgehaald van https://edepot.wur.nl/515098 IES. (2023). Cost estimation for advanced nuclear. Opgehaald van https://ies.inl.gov/Training%20Documents/2023/Day%203%20-02%20_FORCE2023_CostEst_v3.pdf Netbeheer Nederland. (2023). Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050. 89

NPRES. (2023). Begrippenkader RES - wind-op-land en zon-PV. NRG. (2023). Kleine modulaire kernreactoren (SMR) Kennisoverzicht van techniek en ontwikkelingen. NVDE. (2020). Stikstofemissies bij verbranding van biomassa en de stikstofcyclus. Opgehaald van https://www.nvde.nl/wp-content/uploads/2020/01/Stikstofcyclus-vanbiomassa.pdf PBL. (2020). Beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van duurzame biomassa. Opgehaald van https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020beschikbaarheid-en-toepassingsmogelijkheden-van-duurzame-biomassa-verslagzoektocht-naar-gedeelde-feiten-opvattingen_4188.pdf PBL. (2023). Eindadvies basisbedragen SDE++ 2023. Opgehaald van https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2023-eindadvies-sde-plus-plus2023-4814.pdf Portugal-Pereira et al., J. (2018). Better late than never, but never late is better: Risk assessment of nuclear power construction projects. Opgehaald van repositorium.sdum.uminho.pt/bitstream/1822/70752/1/17. JEPO_Nuclear OCC_Portugal Pereira et al 2018_1.pdf Probos. (2017). Houtig biomassapotentieel in Overijssel. Provincie Overijssel. (2024). Nieuwe Omgevingsvisie Overijssel Omgevingseffectrapportage OER Fase 2a Herziene versie. Quintel. (2024, oktober). Energy transition model. Opgehaald van https://energytransitionmodel.com Renewables.ninja. (2024). Renewables.ninja. Opgehaald van https://www.renewables.ninja/ RES Twente.

(2024). Monitor RES Twente. Opgehaald van https://energiestrategietwente.nl/over+de+res/cijfers/default.aspx RES West-Overijssel. (2021). Bouwsteen Elektriciteit RES 1.0 West-Overijssel. Opgehaald van https://www.reswestoverijssel.nl/over+de+res/res10/bouwstenen+res10/default.aspx#folder=1952552 RES West-Overijssel. (2024). Monitor RES West-Overijssel. Opgehaald van https://overijssel.maps.arcgis.com/apps/dashboards/c73313bd2d474b4397f879fd13f eafb0 RVO. (2024). Regionale Klimaatmonitor. Opgehaald van https://klimaatmonitor.databank.nl RVO. (2024). Voortgang van projecten tot en met 1 juni 2024. Opgehaald van https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sde/aanvragen/feiten-en-cijfers 90

Sobolt. (2023). Zon in Overijssel. STEC groep. (2022). Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel. Strop, J.-H. (2024). Kerncentrales zijn veel duurder dan kabinet beweert - en de burger betaalt. Follow the Money. Opgehaald van https://www.ftm.nl/artikelen/kabinetblijft-liegen-over-werkelijke-kosten-kerncentrale Systemiq. (2021). Constructieve beperkingen voor zon-op-dak in utiliteitsbouw. TNO. (2018). Technology factsheet - Nuclear Energy generation-III nuclear reactors. TNO. (2020). Scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem. Opgehaald van https://publications.tno.nl/publication/34636594/KRZna2/TNO-2020-scenario.pdf Topsector Energie. (2024). ECOVAT: Total Energy System. Opgehaald van https://projecten.topsectorenergie.nl/projecten/ecovat-total-energy-system-18823 Turkenburg, W. (2022). Toepassing kernenergie in Nederland en de perspectieven van SMRs. Notitie voor Overijssel. Veenstra, E., Groot, P. d., Lange, J. d., Mol, A., & Heuvel, P. v. (2020). Geothermal potential of the Tubbergen Formation in the Twente region of east Netherlands. Opgehaald van https://pubs.geoscienceworld.org/seg/interpretation/articleabstract/8/4/SQ93/592455/Geothermal-potential-of-the-Tubbergen-Formation-in Verdoes, N., Casu, F., van Gastel, J., & Hekkert, G. (2024). Berekeningen over emissies, massabalansen en economie bij gezamenlijke monomestvergisting.

Opgehaald van https://edepot.wur.nl/640987 Warmteatlas. (2024). Warmteatlas. Opgehaald van https://www.warmteatlas.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 WaterEnergySolutions. (2024). PCES Overijssel - Cluster 6. Witteveen+Bos; eRisk Group; HCSS; Rethink Zero. (2022). Scenariostudie kernenergie. Opgehaald van https://open.overheid.nl/documenten/ronl46fb6f84d40d2ed22a4db4709e932d03f53b82c2/pdf Zon op dak Dashboard. (2024). Zon op dak Dashboard. Opgehaald van https://www.kennishuboverijssel.nl/pages/zon-op-dak

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=444e71dc-e987-4c9e-8c64-b95f487ee991