Bijlage 32 - Mer-beoordeling spooronderdoorgangen
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
M.e.r.(beoordeling)-plicht Onderdoorgangen Spoorzone Zwolle Gemeente Zwolle 136889 Definitief 17 oktober 2023 136889/23-016.415 E. Nijssen MSc E.J. Overbosch - de Graaf, A. Vellekoop Msc Ing. W.P. de Vries
Paraaf
Bijlage(n)
-
Aan
Gemeente Zwolle ProRail Witteveen+Bos -
Kopie
1
H. Kollenstaart, J. Groothuis G. Koppes Projectteam -
INLEIDING
Deze notitie is een resultaatsproduct uit het project spooronderdoorgangen spoorzone Zwolle voor de gemeente Zwolle. Dit is een (deel-)resultaat uit het werkpakket 2.3 - m.e.r.-beoordeling.
1.1
Doelstelling
Voor het project moet beoordeeld worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Aan de hand van vigerende wet- en regelgeving wordt in deze notitie beoordeeld of er voor de werkzaamheden sprake is van een (al dan niet vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht, m.e.r.-plicht of geen van beide.
1.2
Project
De komende jaren werkt de gemeente Zwolle samen met omwonenden, ondernemers, ontwikkelaars en overige betrokkenen aan de Spoorzone. De Spoorzone wordt een prominente plek om te wonen, werken, leren, studeren en ondernemen. Het ligt centraal tussen de historische binnenstad en de natuurlijke omgeving van de IJssel, met station Zwolle als verbinder. Het openbaar vervoer maakt het gebied gemakkelijk bereikbaar en verbindt de randstad met het noorden en oosten van het land.
1|5
Witteveen+Bos | 136889/23-016.415 | Definitief
De komende jaren wordt het gebied met circa 3.500 nieuwe woningen, lokale maakindustrie, kantoren en voorzieningen uitgebreid. De huidige fietsinfrastructuur moet daarom worden aangepast. Door het onderzoeken en ontwerpen van een aanpassing aan de bestaande onderdoorgang (Koggetunnel) en de realisatie van een extra onderdoorgang (Onderdoorgang Veerallee) dragen we bij aan het verbeteren van actieve mobiliteit en het verkleinen van de barrière die het spoor voor fietsers vormt. Om de onderdoorgangen planologisch mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld en vergunningen aangevraagd, hiervoor moet beoordeeld worden of een (vormvrije) m.e.r-(beoordelings)plicht geldt.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de m.e.r.(beoordeling)-plicht, de conclusie is opgenomen in hoofdstuk 3.
2
M.E.R-(BEOORDELINGS)PLICHT
Het milieueffectrapport (M.E.R.) heeft als doel het meewegen van milieueffecten bij een plan of besluit. De Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage vormen het wettelijke kader voor het M.E.R. In het Besluit milieueffectrapportage staat welke activiteiten en plannen/besluiten m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn.
2.1
Milieueffectrapport op grond van bijlage C en D besluit milieueffectrapportage
De activiteiten waarvoor een milieueffectrapportage noodzakelijk kan zijn, zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De gevallen waarvoor een M.E.R. noodzakelijk is zijn opgenomen in bijlage C bij het Besluit milieueffectrapportage. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt zijn opgenomen in bijlage D. Beide bijlagen bestaan uit 4 kolommen. Kolom 2 bevat drempelwaarden voor de activiteiten. Als een activiteit plaatsvindt die voorkomt in kolom 1 van bijlage C voldoet aan de drempelwaarde uit kolom 2 van bijlage C, geldt een directe m.e.r.-plicht voor de plannen en besluiten die zijn opgenomen in respectievelijk de kolommen 3 en 4. Als niet wordt voldaan aan de drempelwaarde uit bijlage C, dient op basis van bijlage D beoordeeld te worden of er sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een activiteit plaatsvindt die voorkomt in kolom 1 van bijlage D, maar niet voldoet aan de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, geldt een verplichting tot het maken van een vormvrije-m.e.r.-beoordeling als sprake is van een plan of besluit zoals opgenomen in kolom 3 of 4. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dan een besluit van bevoegd gezag of een m.e.r.-beoordeling of M.E.R. noodzakelijk is. Er zijn twee activiteiten van de C en D lijst van belang voor onderhavig project: ontgronden en grondwater onttrekken.
De betreffende bepalingen zijn hieronder opgenomen. Onder de tabel wordt voor de categorieën uiteengezet in hoeverre de categorie daadwerkelijk van toepassing is.
Tabel 1.1 Van toepassing zijnde m.e.r.-categorieën Nummer
Activiteiten (kolom 1)
Gevallen (kolom 2)
Plannen (kolom 3)
Besluiten (kolom 4)
C16.1
de ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning
in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in de artikelen
het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet
2|5
Witteveen+Bos | 136889/23-016.415 | Definitief
Nummer
Activiteiten (kolom 1)
Gevallen (kolom 2)
van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld dan C 16.2 of c 16.4
Plannen (kolom 3)
Besluiten (kolom 4)
3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet
D16.1
de ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2
in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 12,5 hectare of meer
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet
het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet
C15.1
de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen
in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 10 miljoen m3 of meer per jaar
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet
het besluit, bedoeld in de artikelen 6.4 of 6.5, aanhef en onderdeel b, van de Waterwet, dan wel het besluit tot vergunningverlening bedoeld in een verordening van een waterschap
D15.2
de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater
in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m3 of meer per jaar
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet
het besluit, bedoeld in de artikelen 6.4 of 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel van het besluit tot vergunningverlening bedoeld in een verordening van een waterschap
Ontgronden (C16.1 & D16.1) M.e.r.-plicht Om de tunnels te realiseren zal er gegraven moeten worden in de ondergrond. Deze activiteit voldoet daarom aan de genoemde omschrijving in kolom 1 van uit bijlage C. Aan de drempelwaarde in kolom 2 (25 hectare) wordt niet voldaan, daarom is de m.e.r.-plicht niet direct van toepassing. M.e.r.-beoordelings-plicht Om te toetsen of de of de activiteit m.e.r.-beoordelings-plichtig is wordt naar de activiteit in bijlage D gekeken. Voor het ontgronden wordt voldaan aan de genoemde omschrijving in kolom 1 van bijlage D. Aan de drempelwaarde uit kolom 2 (12,5 hectare) wordt niet voldaan.
3|5
Witteveen+Bos | 136889/23-016.415 | Definitief
Vormvrije-m.e.r.-beoordeling Als er sprake is van een activiteit zoals opgenomen in kolom 1 en sprake is van een plan of besluit zoals opgenomen in kolom 3 of 4 geldt een verplichting tot het maken van een vormvrije-m.e.r.-beoordeling als niet wordt voldaan aan de drempelwaarden zoals opgenomen in kolom 2. In kolom 3 is het bestemmingsplan opgenomen als ‘plan’, hier wordt dus ook aan voldaan. Dit plan moet kaderstellend zijn voor een (toekomstig) besluit dat wordt genoemd in kolom 4. In kolom 4 is de ontgrondingenvergunning genoemd. Oftewel: als het bestemmingsplan een kader stelt voor een ontgrondingenvergunning, is het bestemmingsplan kaderstellend en daarmee is een vormvrije m.e.r.beoordeling nodig. Als er echter geen ontgrondingvergunning nodig is, is het bestemmingsplan niet kaderstellend, en geldt er geen vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Op basis van artikel 3.3.2.1 lid 1 onder l. van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 geldt de volgende vrijstelling voor de ontgrondingenvergunning: het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van bouwwerken, kelders en graven, het doen van grondboringen en sonderingen, en het leggen, plaatsen, onderhouden, wijzigen of opruimen van buizen, kabels, palen en soortgelijke werken. Daarmee is de ontgronding vrijgesteld van de ontgrondingenvergunning.
Deze vrijstelling geldt alleen als voor het project geen m.e.r-(beoordelingsplicht) geldt. Let op. Als blijkt dat voor het project toch een m.e.r.(beoordeling) nodig is (omdat er een andere activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig is), geldt de vrijstelling met betrekking tot de ontgrondingsvergunning niet op grond van artikel 3.3.2.1 lid 3 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. In dat geval kan categorie D16.1 worden meegenomen in het dan op te stellen milieueffectrapport of m.e.r.-beoordeling. Conclusie Er geldt voor het ontgronden en daarmee ook voor het bestemmingsplan geen (vormvrije)m.e.r.beoordelingsplicht, tenzij blijkt dat op andere gronden voor het project een m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is. Infiltratie en grondwater onttrekken (C15.1 & D15.2) Voor de aanleg van de onderdoorgangen wordt een bouwkuip aangelegd welke vervolgens wordt leeggepompt en op het oppervlaktewater geloosd om werkruimte te creëren. Met een lengte van 240 m, een breedte tot damwanden van 25 m en een maximale diepte van 6 m onder het NAP is grofweg een volume van 36.000 m3 onttrekking voorzien voor de aanpassing van de Koggetunnel. Voor de Veerallee is een onttrekkingsvolume voorzien van circa 16.000 m3 grondwater door een lengte van 240 m, diepte van 4,7 m-NAP en een breedte van circa 14 m. M.e.r.-plicht Om te toetsen of een m.e.r.
beoordelingsplicht geldt wordt tabel 1, categorie C15.1 en D15.2 beoordeeld. Voor het infiltreren en onttrekken van grondwater wordt voldaan aan de genoemde omschrijving in kolom 1 van bijlage C van het besluit milieueffectrapportage. Aan de drempelwaarde uit kolom 2 wordt niet voldaan, daarom is de m.e.r.-plicht niet van toepassing. Vervolgens wordt naar de activiteit in bijlage D15.2 gekeken. M.e.r.-beoordelings-plicht Voor het grondwater onttrekken wordt voldaan aan de genoemde omschrijving in kolom 1 van bijlage D. Aan de drempelwaarde uit kolom 2 (1,5 miljoen m3/jaar ) wordt niet voldaan. Vormvrije-m.e.r.-beoordeling Als er sprake is van een plan of besluit zoals opgenomen in kolom 3 of 4 geldt een verplichting tot het maken van een vormvrije-m.e.r.-beoordeling omdat voldaan wordt aan kolom 1, maar niet aan de drempelwaarde van kolom 2. In kolom 3 is het bestemmingsplan opgenomen als ‘plan’, hier wordt dus ook aan voldaan. Dit plan moet kaderstellend zijn voor een (toekomstig) besluit dat wordt genoemd in kolom 4.
4|5
Witteveen+Bos | 136889/23-016.415 | Definitief
In kolom 4 is de Watervergunning onttrekken grondwater genoemd (het besluit tot vergunningverlening bedoeld in een verordening van een waterschap). Oftewel: als het bestemmingsplan een kader stelt voor een Watervergunning onttrekken grondwater, is het bestemmingsplan kaderstellend en daarmee geldt een vormvrije m.e.r. beoordelingsplicht. Keur Waterschap Drents Overijsselse Delta In de Keur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning grondwater te onttrekken (artikel 3.4). Artikel 16.2 van de Algemene regels behorende bij de Keur beschrijft dat vrijstelling wordt verleend van het verbod in artikel 3.4 van de Keur, voor het onttrekken van grondwater uit een tijdelijke bron voor zover: - de onttrekkingscapaciteit niet meer bedraagt dan 100 m3 per uur gedurende maximaal 3 aaneengesloten maanden of; - de onttrekking gedurende maximaal 3 aaneengesloten maanden niet meer bedraagt dan 70.000 m 3 in een aaneengesloten periode van 30 dagen. Uit bovengenoemde berekende volumes blijkt dat aan voorwaarde a en b kan worden voldaan. Veiligheidshalve worden de eisen ook opgenomen in de CRS. Er is dus geen watervergunning nodig voor grondwateronttrekking. Het bestemmingsplan is daarmee niet kaderstellend en hoeft er geen vormvrije m.e.r. beoordeling te worden opgesteld.
Conclusie Aangezien er geen watervergunning hoeft te worden aangevraagd is er geen vormvrije m.e.r. beoordeling nodig.
2.2
Passende beoordeling
Conform artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is het uitvoeren van een Passende beoordeling voor een bestemmingsplan noodzakelijk voor een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Hierbij moet rekening gehouden worden met de instandhoudingsdoelstelling van het gebied. Indien een passende beoordeling noodzakelijk is voor voorliggend project, geldt conform artikel 7.2a lid 1 van de Wet milieubeheer een plan M.E.R.-plicht op basis van een passende beoordeling (deze staat niet in de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage). Aangezien hier geen passende beoordeling nodig is (zie rapportage D13 Stikstofbeoordeling) hoeft er geen plan-M.E.R. opgesteld te worden.
3
CONCLUSIE
Er is geen vormvrije-m.e.r. beoordeling voorzien bij de wijziging van het bestemmingsplan van de onderdoorgangen. Redenen hiervoor zijn dat de activiteiten ontgronden en grondwater onttrekken niet m.e.r. beoordelingsplichtig zijn omdat er geen vergunning benodigd is. Daarnaast is er geen passende beoordeling voorzien. Hierdoor geldt er geen plan-m.e.r. plicht. Let op. Bovengenoemde conclusie is gebaseerd op de vigerende wetgeving. De vormvrije-m.e.r.-beoordeling vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024).
5|5
Witteveen+Bos | 136889/23-016.415 | Definitief