CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Vraag-en-Antwoord-blad over MER en RES

Raad Besluitvormingsronde 13 maart 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Notitie reikwijdte en detailniveau RES1.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Veelgestelde vragen PlanMER RES West-Overijssel PlanMER algemeen Wat is een m.e.r./MER? M.e.r. staat voor milieueffectrapportage. In een m.e.r. worden de milieueffecten van een plan of project in beeld gebracht. Denk bijvoorbeeld aan geluid en veiligheid, maar ook brengt een m.e.r. de effecten op landschap en natuur in beeld. Positieve milieueffecten zoals vermeden CO2-uitstoot en fijnstof vind je eveneens terug in een m.e.r. Wat is het verschil tussen een PlanMER en een ProjectMER? Een PlanMER onderzoekt milieueffecten op hoofdlijnen; zoals in dit geval op regioniveau. Een ProjectMER onderzoekt milieueffecten op detailniveau, namelijk per project. Het rapport heet een MER. Via een MER krijgen milieueffecten een volwaardige plek bij het nemen van een besluit over een plan of project. Wat is een NRD? NRD staat voor Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Een NRD gaat vooraf aan het PlanMER. In deze notitie staat welke alternatieven en milieuaspecten voor het rapport worden onderzocht (reikwijdte) en hoe uitgebreid en op welke manier die worden onderzocht (detailniveau). Wat is de RES? In de regio West-Overijssel werken elf gemeenten, de provincie, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan duurzame energie met een Regionale Energiestrategie (RES). In deze RES staat hoe we in onze regio van fossiele energie overschakelen op duurzame elektriciteit en duurzame warmte.

Ook staat in de RES welke infrastructuur en opslag daarvoor nodig zijn. In de RES 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 tenminste 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Waarvoor is voor de RES onderzoek nodig? Om de afspraken uit de RES 1.0 na te komen en te vertalen van de RES naar omgevingsbeleid is verder onderzoek nodig. Dit onderzoek bestaat uit een milieueffectrapportage (m.e.r.) met als resultaat een PlanMER. Wat is het doel van een m.e.r.? Waarom stellen de regionale overheden nu een PlanMER op? Een m.e.r. laat zien welke positieve en/of nadelige milieueffecten plaatsvinden wanneer de duurzame opwek uit zon en wind van 1,8 TWh uit het RES 1.0 wordt gerealiseerd. Door alle effecten op een rij te zetten kan een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke locaties voor duurzame energie-opwek geschikt zijn of geschikt te maken zijn dan wel ongeschikt zijn. Wat gebeurt er met de uitkomsten van een m.e.r. Het resultaat van een m.e.r. komt in een rapport, het zogenaamde PlanMER. Dit rapport is géén besluit. Het is aan de colleges, gemeenteraden, Provinciale Staten en besturen om af te wegen wat zij met de uitkomsten van dit onderzoek doen in de besluiten die zij nemen. Met de uitkomsten van het onderzoek kunnen zij de RES 1.0 aanscherpen en verrijken tot de RES 2.0 voor West-Overijssel.

-1-

Is het verplicht een PlanMER op te stellen? Voor het opstellen van de RES 1.0 was een PlanMER niet verplicht. Voor de RES 2.0 ligt dat anders. De RES 2.0 wordt op grond van de Omgevingswet in veel gevallen een programma. Dat programma is m.e.r.-plichtig, omdat het een kader vormt voor vergunningverlening van duurzame energieopwekprojecten. Wie gaat het PlanMER opstellen? De elf gemeenten en provincie Overijssel vormen gezamenlijk het Bevoegd Gezag voor het PlanMER. Er is een onderzoeksbureau gevraagd om het PlanMER op te stellen. Wie denken er mee over het PlanMER? Gemeenten en provincie werken intensief samen aan het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) dat voorafgaat aan het PlanMER en aan het PlanMER. Gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen bij de NRD een zienswijze indienen. Zij beslissen uiteindelijk over wat er gebeurt met de resultaten uit het onderzoek. Hoe wordt de omgeving betrokken bij het PlanMER? Belanghebbenden en stakeholders worden uitgenodigd om mee te denken over de m.e.r. in het PlanMER. Zij nemen deel aan de regionale Omgevingstafel. Ook worden zij betrokken bij de uitwerking van het PlanMER en geraadpleegd over de te maken afwegingen daarin. Uiteindelijk is het voor iedereen mogelijk om een reactie of zienswijze in te dienen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en op het PlanMER.

Wie zijn de regionaal belanghebbenden en stakeholders? Regionaal belanghebbenden en stakeholders zijn georganiseerde partijen die verbonden zijn aan de RES-regio West-Overijssel. Zij zijn actief in de regio West-Overijssel en vertegenwoordigen een regionale of landelijke achterban. Is er participatie mogelijk over het PlanMER Participatie over lokale gemeentelijke plannen vindt lokaal plaats. Hierbij worden lokale stakeholders betrokken. Als het om regionale plannen gaat, vindt participatie regionaal plaats. Hierbij worden regionale stakeholders betrokken. Hoe kunnen belanghebbenden de voortgang van het PlanMER volgen? De NRD wordt medio januari 2023 ter inzage gelegd door de provincie Overijssel. Iedereen heeft de mogelijkheid om een reactie te geven via een zienswijze. Ook het PlanMER wordt vervolgens ter inzage gelegd. In het nieuwsbulletin van de RES West-Overijssel worden over het proces regelmatig updates gegeven. Zitten er in het PlanMER ook andere onderzoeken? Het PlanMER van de regio West-Overijssel is voor het gehele RES-gebied. Tegelijkertijd worden er ook andere MER’en uitgevoerd. Sommigen op projectniveau, sommigen voor omgevingsvisies of andere gemeentelijke plannen. Ook zijn er MER’en op provinciaal niveau (gekoppeld aan de Provinciale Omgevingsvisie). Daarnaast stelt ook RES-regio Twente momenteel een PlanMER op.

We werken hierin zoveel mogelijk samen om dubbel werk te voorkomen. De onderzoeksresultaten van de andere MER’en worden gebruikt om het PlanMER van de RES aan te vullen en vice versa.

-2-

Regionale Energiestrategie Wat is een Regionale Energiestrategie (RES)? In de regio West-Overijssel werken elf gemeenten, provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan de opwek van duurzame energie met een Regionale Energiestrategie (RES). In de RES staat hoe we in onze regio van fossiele energie overschakelen op duurzame elektriciteit en duurzame warmte. Ook staat in de RES welke infrastructuur en opslag daarvoor nodig zijn. Waar staan we op dit moment? De energietransitie is een grote opgave. De RES is een meerjarig traject waarmee we in 2019 zijn gestart met de RES 1.0. Deze is in 2021 door alle gemeenteraden, provincie en waterschappen vastgesteld. Op dit moment werken we aan de RES 2.0. Wat is de RES 1.0 ? In de RES 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 tenminste 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken binnen de regio. Dat doen we met zon op dak, met al gerealiseerde en vergunde projecten en met duurzame projecten in reeds vastgestelde zoekgebieden. Daarnaast zijn in de RES 1.0 afspraken gemaakt rond het aanwijzen of vaststellen van zoekgebieden. Ook maakt de RES 1.0 bovenlokale warmtebronnen inzichtelijk en de gevolgen hiervan voor de warmte infrastructuur. Wat is de RES 2.0? De zoekgebieden die nog moeten worden aangewezen (uiterlijk 1 juli 2023) worden opgenomen in de RES 2.0.

Daarnaast is een afspraak gemaakt met het oog op een betere balans tussen windenergie en zonne-energie. Hierbij wordt gestreefd naar een verhouding van 60 procent windenergie en 40 procent zonne-energie. Wordt de keuze voor zoekgebieden in de RES 1.0 overnieuw gedaan door dit PlanMER? De aanvullende afspraken ten aanzien van nieuwe zoekgebieden en de wind- en zonne-energie verhouding vormen samen met het bijbehorende RES-bod van 1,8 TWh de uitgangsposities van het PlanMER. Het PlanMER wordt uitgevoerd voor de gehele regio. Kunnen er nieuwe zoekgebieden naar voren komen in RES 2.0? Het is mogelijk dat er naar aanleiding van de uitkomsten in het PlanMER, vanuit milieuaspecten, interessante gebieden naar voren komen die niet in de RES 1.0 staan. Dat wil niet zeggen dat deze gebieden dan worden opgenomen in de RES 2.0. Milieuaspecten vormen immers maar één onderdeel in de complexe afweging. Het is aan de colleges, gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen om af te wegen wat zij met de uitkomsten van het PlanMER doen in de besluiten die zij (gaan) nemen.

-3-

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Welke vraag staat centraal in het PlanMER? De vraag die we in het PlanMER willen beantwoorden, luidt ‘Welke gebieden zijn vanuit milieueffecten geschikt of geschikt te maken dan wel ongeschikt’. Het gaat daarbij om de ontwikkeling van tenminste 1,8 TWh duurzame energie. Waarbij het aandeel zon op dak - wat 0,6 van de 1,8 TWh vertegenwoordigd - niet in het PlanMER wordt getoetst op milieueffecten, omdat die niet of nauwelijks van toepassing zijn voor de plaatsing van zonnepanelen op (bedrijfs)daken. Hoe komen de afspraken uit de RES 1.0 terug in het PlanMER? In het PlanMER onderzoeken we - vanuit milieu-aspecten - de mogelijkheden voor wind- en zonprojecten Daarbij wordt naar de hele regio gekeken. Dat gebeurt door alternatieven te onderzoeken gericht op de mens, op natuur & landschap, op systeemefficiëntie en eveneens op maximaal opwekkingsvermogen. Het voorstel voor deze vier alternatieven is tot stand gekomen door inbreng vanuit de elf gemeenten, de provincie en de drie netbeheerders. Wat zijn de thematische alternatieven binnen het PlanMER? Binnen de RES-regio West-Overijssel koppelen we de ontwikkeling van energie-opwekprojecten aan andere waarden zoals natuur, landschap, leefomgeving (van de mens) of juist het energiesysteem. Hierbij onderzoeken we een aantal alternatieven.

Dit is nodig om het doel van 1,8 TWh aan energieopwek in 2030 te behalen. Deze alternatieven vormen de zogenaamde ‘hoeken van het speelveld’. Worden zonnethermie, energieopslag en -conversie en warmte onderzocht in het PlanMER? Energieopslag en -conversie en warmte worden niet meegenomen in het PlanMER omdat de milieueffecten te lokaal (en specifiek) zijn voor dit PlanMER. Waarbij het goed is om te weten dat zonnethermie ook niet expliciet wordt onderzocht, maar zonnethermie kent wel min of meer dezelfde milieuaspecten als een zonneveld, dat wel wordt onderzocht.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=01d889e6-630c-4567-acce-d741c3ca4a34