CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Voorstel Proeftuin Jeugd 'Samenspel in de wijk'.docx

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 12 november 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg4.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’

1. Voorgeschiedenis In 2019 zijn in het kader van de Hervormingsagenda Sociaal Domein vier gewenste bewegingen geformuleerd: 1. Van apart naar gewoon 2. Van deelprobleem naar totaaloplossing 3. Van zorgen voor naar zorgen dat 4. Van individuele zorg naar samenbrengen van vragen De gemeenteraad stelde deze Hervormingsagenda in februari 2020 vast. Vervolgens is in verschillende sporen de uitvoering van de Hervormingsagenda opgepakt. Wat het onderwerp Jeugd betreft, zijn vooral spoor 1, 3 en 6 van belang. In spoor 1 investeren we in een sterke sociale basis, met als verwachte besparing een verminderd beroep op onder andere specialistische jeugdhulp. In spoor 3 is onder andere de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp een belangrijk thema en zijn diverse maatregelen ingezet om de jeugdhulp te transformeren in lijn met de hierboven genoemde vier bewegingen en tevens binnen afzienbare tijd besparingen te behalen. En in spoor 6 werken we sociaal domein breed aan de verbetering van het integrale werken.

2. Beleid: maatwerk De maatregelen die we in Zwolle in gang hebben gezet, blijken deels succesvol. Dit werd eind 2020 ook bevestigd in het rapport ‘Stelsel in groei’ van AEF.1 De rode draad in onze maatregelen is het normaliseren van opvoedingsuitdagingen, de hulp meer in samenhang en dichtbij het gewone leven organiseren en de verschuiving van aanbodgericht naar vraag- en resultaatgericht werken. Dit sluit naadloos aan bij het uitgangspunt van de Jeugdwet dat ondersteuning, hulp en zorg op maat worden ingezet: leidend is de hulpbehoefte van de inwoner en het resultaat dat met de hulp bereikt wordt en niet het beschikbare aanbod. In de praktijk is daar – mede dankzij de ingezette maatregelen - steeds meer aandacht voor gekomen, bij zowel de professionals in het Sociaal Wijkteam als bij de specialistische jeugdhulpaanbieders.

3. Systeem: aanbod Hoewel we zien dat de hervormingsmaatregelen bijdragen aan de gewenste bewegingen en tot maatwerk leiden, constateren we tegelijkertijd dat ‘het systeem’ dergelijk maatwerk niet optimaal faciliteert. Sterker nog, in veel gevallen blijken de werkwijze, de contracten en de werkafspraken uit te 1 Zie ook de analyse van de Zwolse hervormingen Jeugd in het licht van het AEF

rapport, die wij in april 2021 aan de gemeenteraad stuurden.

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk lokken dat het beschikbare aanbod leidend en sturend is bij de inzet van jeugdhulp. Bij enkelvoudige, relatief lichte problematiek kan de hulp vaak wel geboden worden door het Sociaal Wijkteam zelf, in nauwe verbinding met het gezin en de school. Eventueel wordt daarbij een specialistische jeugdhulpaanbieder kort ingezet voor een specifieke vorm van ambulante jeugdhulp. Maar zodra het meervoudige problematiek betreft of het gaat om zwaardere problemen, wordt al vrij snel een beschikking gevraagd en afgegeven voor inzet van jeugdhulp door een (of meerdere) jeugdhulpaanbieder(s). Op dat moment hebben de jeugdhulpaanbieders weliswaar de contractuele verplichting om integraal te werken, goed af te stemmen met het Sociaal Wijkteam en samen te werken met andere aanbieders, maar wordt de brede blik van het Sociaal Wijkteam nauwelijks nog bevraagd en werkt de aanbieder die aan de slag is gegaan met de jeugdige hoofdzakelijk vanuit zijn eigen discipline. Dit speelt nog sterker bij verwijzingen van huisartsen, met name indien zij bewust niet samenwerken of afstemmen met het Sociaal Wijkteam. De individuele hulpvraag en het aanbod van de geadviseerde aanbieder zijn dan leidend en de context waarin het probleem is ontstaan krijgt te weinig aandacht.

Doordat ‘het systeem’ op deze manier te veel aanbodgericht werken uitlokt, is de hulp aan jeugdigen en ouders minder passend en minder effectief en is het aanpakken van te hoge wachttijden weerbarstig. Deze vrij scherpe bewoordingen doen geen recht aan situaties waarin betrokken professionals ondanks ‘het systeem’ wel tot integraal maatwerk komen. Maar het geeft wel goed weer hoe ‘het systeem’ ervoor zorgt dat in de praktijk uiteindelijk het aanbod sturend en leidend is, vooral naarmate de problematiek van de jeugdige complexer wordt.

4. Bredere verandering is noodzakelijk Nu we constateren dat de diverse hervormingsmaatregelen gericht zijn op het leveren van maatwerk, maar tegelijkertijd datzelfde maatwerk door ‘het systeem’ te vaak wordt belemmerd, komen wij tot de conclusie dat een reeks afzonderlijke hervormingsmaatregelen als zodanig niet afdoende is. De maatregelen zijn stuk voor stuk belangrijke stappen in de gewenste transformatie van de hulp aan jeugdigen. Maar er is meer nodig om te komen tot een systeem waarin normaliseren en integrale, vraag- en resultaatgerichte hulp dichtbij vanzelfsprekend wordt. In het afgelopen jaar hebben we vanuit jeugdbeleid intensieve gesprekken gevoerd met teammanagers Jeugd van het Sociaal Wijkteam om deze problematiek te bespreken. Op hun beurt spraken deze teammanagers veel met de partners in de wijk (jeugdgezondheidszorg, scholen, welzijnsorganisaties, jeugdhulpaanbieders, etc). En vervolgens hebben we concreet uitgewerkt hoe dit anders kan.

2/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk We constateren dat de huidige werkwijze niet bijdraagt aan de gewenste bewegingen en dat een fundamentele verandering nodig is. Met drie doelstellingen: 1. Betere jeugdhulp: Allereerst omdat we jeugdigen met problemen zo goed mogelijk moeten helpen om veilig en gezond op te groeien tot volwassenen die hun eigen plek in onze maatschappij kunnen vinden. Als daar specialistische jeugdhulp bij nodig is, dan moet die hulp intensief en langdurig zijn als dat nodig is, maar licht en kort als dat kan. En die jeugdhulp moet in zoveel mogelijk in (samenhang met) het gewone leven van de jeugdige worden geboden om dat gewone leven te herstellen. Door vraag- en resultaatgericht te werken, moeten we voorkomen dat gezinnen onnodig afhankelijk worden van professionele hulp. 2. Passende inzet van het beschikbare aantal professionals: Een tweede reden is dat goede hulp een schaars goed is en daar moeten we zuinig op zijn. De beperkt beschikbare specialistische jeugdhulp willen we steeds tijdig inzetten waar dat het meest nodig is. Passende jeugdhulp betekent daarom ook dat professionele hulp niet langer dan nodig wordt verleend. Daar zal nadrukkelijker op moeten worden gestuurd. Het aantal jeugdhulpverleners is niet oneindig en het is essentieel dat juist de jeugdigen die de hulp het hardst nodig hebben, niet te lang hoeven te wachten op die hulp.

3. Financiële houdbaarheid: De derde reden is dat we de beschikbaarheid van jeugdhulp ook voor de toekomst willen waarborgen. Voor de korte termijn heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld, maar het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de gestegen uitgaven voor jeugdzorg in de komende jaren weer afnemen. Daarom achten wij het noodzakelijk om naast de reeds ingezette hervormingsmaatregelen in het jeugddomein, ook een bredere verandering in gang te zetten, waarin het Sociaal Wijkteam meer in positie komt om te sturen op de inzet èn de afbouw van jeugdhulp, in het belang van jeugdigen en ouders. Dit vraagt tevens om meer duidelijkheid over wat we niet onder jeugdhulp verstaan.

5. Het samenspel in de wijk Het leven van de meeste jeugdigen en hun ouders speelt zich voor een groot deel af in hun gezin, de school en de wijk. In Zwolle bouwen we daarom al jarenlang aan de samenwerking tussen het onderwijs, kinderopvang, welzijn, jeugdhulp en het Sociaal Wijkteam. We zien daarbij dat het belangrijk is om niet één Zwolse blauwdruk te ontwikkelen voor het samenspel tussen de verschillende mensen en organisaties in de wijk, maar uit te gaan van de specifieke situatie per school of per wijk. Daarbij is een cruciale rol weggelegd voor het Sociaal Wijkteam. Inwoners kunnen met al hun hulpvragen terecht bij het wijkteam. Het is aan het wijkteam om

3/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk vervolgens samen met de hulpvrager te beoordelen of en zo ja, welke ondersteuning, hulp of zorg nodig is. Het Sociaal Wijkteam kent de wijk en weet welke voorzieningen, verenigingen, vrijwilligers, etc. aanwezig en beschikbaar zijn. Zo kan het wijkteam mensen en organisaties verbinden en samen problemen aanpakken. In het rapport ‘Stelsel in groei’ adviseerde AEF dat de wijkteams zelf direct jeugdhulp zouden moeten verlenen. Dit leidt tot kortere trajecten, omdat de wijkteams tijdiger de hulp afbouwen. En tevens bespaart het kosten doordat de hulpverleners van de wijkteams tegen een lager tarief werken. Een mogelijk nadeel is dat de laagdrempeligheid van het wijkteam soms leidt tot hulp aan jeugdigen die anders geen hulp zouden krijgen. Maar door scherp te zijn op de waarde van het tijdig stoppen van de hulp, kan dit nadeel beperkt blijven. Als randvoorwaarde voor deze maatregel geldt volgens AEF dat het wijkteam over de juiste professionals dient te beschikken. In Zwolle heeft het Sociaal Wijkteam ook nadrukkelijk de taak om lichte ambulante jeugdhulp zelf te verlenen. Maar in de afgelopen jaren werd steeds meer gevraagd van het Sociaal Wijkteam: het aantal hulpvragen nam toe (in lijn met de landelijke trend) en de Coronapandemie deed daar nog een schepje bovenop.

En zeker bij meervoudige problematiek vraagt de regierol van het Sociaal Wijkteam veel inzet. De toegenomen druk op het wijkteam en op jeugdhulp, leidt ertoe dat vaker een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder wordt ingezet dan gewenst. Dit is aanleiding om de capaciteit van het Sociaal Wijkteam kritisch te bekijken, zowel kwantitatief als kwalitatief.

6. Samenwerken met de jeugdhulpaanbieders We worden er steeds vaker mee geconfronteerd dat de samenwerking met en tussen jeugdhulpaanbieders niet optimaal is. We kopen de specialistische jeugdhulp regionaal in en zien dat met name de grotere aanbieders soms intensiever contact hebben met het RSJ dan met ons als gemeente. Dit is niet geheel vreemd vanwege de belangrijke rol van het RSJ in met name het contractmanagement en de inkoop; maar gedurende de doorontwikkeling van het inkoopmodel gaven de jeugdhulpaanbieders steeds explicieter aan behoefte te hebben aan een meer intensieve en constructieve samenwerking met de gemeente. Dat sluit aan bij onze ambitie om goed met hen samen te werken èn goed te kunnen sturen op de inzet van jeugdhulp. Daarom willen wij investeren in een beter samenspel tussen de organisaties in het jeugddomein in het algemeen en tussen het Sociaal Wijkteam en de jeugdhulpaanbieders in het bijzonder. Een intensievere samenwerkingsrelatie met de partijen in het jeugddomein op het niveau van de wijk en in samenspel met de scholen, is noodzakelijk om niet alleen op visie-niveau met elkaar in gesprek te zijn, maar ook daadwerkelijk uitvoering te geven aan die visie. Daarvoor willen we per wijk een gesprekkencyclus inrichten, waarbij we ook gebruik maken van data over de betreffende wijk. In het programma ‘Samen voor een stevige basis’ is al een

4/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk start gemaakt met een deze werkwijze. We sluiten daarbij aan om de ervaringen en opbrengsten uit dat programma te benutten. Naast de jeugdhulpaanbieders die voor de inwoners in die wijk van belang zijn, de scholen, het Sociaal Wijkteam en partijen uit het voorveld, nodigen we ook inwoners uit aan tafel. Het draait immers om de jeugdigen en de gezinnen. Om het samenspel in de wijk beter vorm te geven, is een goede, wijkgerichte overlegstructuur nodig. Niet omdat inwoners direct beter geholpen worden als organisaties vaker vergaderen. Maar wel om vanuit een gezamenlijke doelstelling elkaars mogelijkheden beter te kennen en te benutten. Daarbij staat niet het aanbod, maar de hulpvraag van de inwoners centraal; daarom zullen ook inwoners uitgenodigd worden om hun inbreng te leveren als het gaat om de vraag wat inzake jeugdigen en gezinnen goed gaat in de wijk en wat er nog nodig is in de wijk en hoe dat ingevuld moet worden. Om deze wijkgerichte gesprekkencyclus te organiseren is tijdelijk extra beleidsinzet noodzakelijk. En om vervolgens met behulp van deze wijkgerichte gesprekkencyclus het samenspel in de wijken vruchtbaar te laten functioneren, zal ook structureel extra inzet nodig zijn. Dit gaat verder dan het managen van de relaties met de aanbieders.

Het gaat om het voortdurend en gericht aanjagen van de samenwerking en innovatie/transformatie van alle partners in de wijk. Dit zal ook van de Sociale Wijkteams in de vijf wijken extra inzet vergen. 7. Het Sociaal Wijkteam In het jeugddomein is ‘het systeem’ zo ingericht dat een bevoegde verwijzer (Sociaal Wijkteam, huisarts, gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming of jeugdreclassering) een jeugdige kan verwijzen naar een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Dit vertoont een herkenbare gelijkenis met het systeem van de verzekerde zorg: bepaalde vormen van specialistische zorg zijn alleen verkrijgbaar op kosten van de zorgverzekeraar als je door de huisarts bent door verwezen. Vanuit het medische model is dit een goed functionerend systeem. In het jeugddomein levert het doorsturen van een ‘cliënt’ naar aanbieder die zijn ‘product’ inzet, echter niet altijd zomaar het gewenste resultaat op. Opgroei- en opvoedproblematiek en zeker ook de hulp daarbij, is vaak verweven met meerdere aspecten van het leven van een jeugdige en zijn gezin.

De opdracht van de Jeugdwet om noodzakelijke jeugdhulp in te zetten die jeugdigen in staat stelt gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid (zie artikel 2.3 van de Jeugdwet), vraagt daarom meer dan louter het organiseren van een toegang tot jeugdhulp in de verwachting dat de inzet van specialistische jeugdhulp alle problemen oplost. Ons Sociaal Wijkteam vervult in de uitvoering van de wettelijke taak als laagdrempelige toegang tot jeugdhulp een cruciale rol in het jeugddomein: samen met het gezin de hulpvraag verhelderen en vanuit een integrale benadering beoordelen of jeugdhulp noodzakelijk is. Maar het Sociaal Wijkteam kan daarnaast ook zelf hulp bieden. Als naast jeugdhulp ook ondersteuning in het kader van de Wmo of de Participatiewet nodig is,

5/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk vervult of belegt het Sociaal Wijkteam de een regierol om de voortgang van het hulpverleningstraject te bewaken. Als spin in het web tussen gezin, school, voorzieningen in de wijk en jeugdhulpaanbieders, heeft het Sociaal Wijkteam de verantwoordelijkheid om te monitoren of de ingezette hulp leidt tot de afgesproken resultaten. Is er meer of minder hulp nodig? Is er andere hulp nodig? In de praktijk blijkt het voor het Sociaal Wijkteam nogal een opgave om zelf hulp in te zetten en vooral ook om een regierol optimaal te vervullen. Het varieert per hulpvraag hoeveel inzet van de medewerker van het Sociaal Wijkteam nodig is om de regierol goed in te vullen; en dat is bij de start van een hulpverleningstraject vaak ook niet goed te voorspellen. Onder andere uit het kwalitatief onderzoek inzake de jeugd- en gezinswerker bij de huisarts bleek dat jeugdigen en ouders snelle en praktische hulp in de wijk als een groot voordeel bleken te beschouwen. Ook omdat hiermee kleine problemen klein konden blijven, resultaten snel concreet werden en de nabijheid als zeer belangrijk werd ervaren. Het van het Sociaal Wijkteam dat het op een wat hoger niveau intensief inhoudelijk optrekt met de belangrijkste organisaties in de wijk, inclusief de jeugdhulpaanbieders.

Om samen te bevorderen en bewaken dat de voorzieningen en jeugdhulp die in een wijk nodig zijn voor de gezinnen, ook steeds op maat en integraal beschikbaar zijn. 8. Maatwerk als standaard Op basis van de hierboven geschetste aanpak willen we komen tot een fundamenteel andere werkwijze in het jeugddomein. Onze ambitie daarbij is dat jeugdigen en ouders met die werkwijze vaker de hulp die nodig is vinden in duurzame oplossingen dichtbij: thuis, op school en in de wijk. Hierdoor zullen zij minder vaak specialistische jeugdhulp nodig hebben. Hiervoor organiseren we het jeugdwerk in de vijf wijken op een andere manier. We creëren een flexibele schil van specialisten (professionals en jeugdhulpaanbieders) om de Sociale Wijkteams en in de wijken. Samen met hen organiseren we oplossingen voor jeugdproblemen dichtbij, in de gezinnen, op school en in de wijk. We stoppen met het doorverwijzen van jeugdigen. Juist als het complexer wordt, is dat te vaak een vertragend, administratief belastend proces. In plaats daarvan haalt de hulpverlener van het Sociaal Wijkteam de benodigde specialisten erbij. Dit leidt tot hulp dichterbij, die sneller start en tijdig wordt afgebouwd, altijd op maat is en tot betere resultaten leidt. Zodra het kan verminderen we de inzet van professionele hulp, maar als blijkt dat meer hulp nodig is, dan zetten we dat net zo snel weer in.

Zo wordt maatwerk de standaard. Doordat het Sociaal Wijkteam in deze werkwijze meer in de regierol blijft als er specialistische jeugdhulp wordt ingezet, kan ook sterker gestuurd worden op het terugdringen van de lengte van jeugdhulptrajecten. Zo wordt onnodig lange inzet van professionele hulp voorkomen en worden jeugdigen en ouders op basis van hun eigen hulpvraag zo resultaatgericht mogelijk geholpen in hun eigen leven.

6/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk 9. Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ De uitgangspunten voor de hierboven geschetste verandering zijn niet nieuw. Maar om te komen tot de beschreven situatie waarin maatwerk de standaard is, kan niet volstaan worden met afzonderlijke maatregelen en is een brede verandering noodzakelijk. Hiervoor richten we in één van de wijken van het Sociaal Wijkteam een proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ in met een drieledige aanpak: 1. We stimuleren en bouwen allianties in de wijken, van waaruit preventieve interventies ondersteunend zijn aan het normaliseren van opvoeduitdagingen en het vinden en bieden van hulp aan elkaar. a. We bieden trainingen aan voor professionals in de wijk (SWT en partners, zoals de jeugdgezondheidszorg en jeugdhulpaanbieders) om vanuit de beweging van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag te gaan werken (‘van ZZ naar GG’). b. We faciliteren en verbinden bestaande allianties, zoals Samen voor een Stevige Basis, Netwerk jonge kind, THINK, maatjesnetwerk. c. We bespreken de subsidieafspraken aan de hand van de preventieagenda met de partners in de wijk, vanuit wijkopgaven op basis van oa inwonerservaringen. o We halen good practices van preventie en informele zorg op en delen deze ter inspiratie en aansporing. 2.

We stellen het Sociaal Wijkteam in staat zelf voldoende ambulante hulp te bieden in gezin, school en de wijk, samen met de andere partijen in de ‘sociale basis’ en een flexibele schil van specialisten. a. We versterken het Sociaal Wijkteam kwantitatief en kwalitatief. b. We maken concrete samenwerkingsafspraken, die juridisch scherp en houdbaar zijn waarin ook de financiële consequenties duidelijk worden vastgelegd. c. We onderzoeken hoe we dit beschikkingsarm kunnen inrichten, zodat specialisten flexibel kunnen worden ingezet. 3. We richten een gesprekkencyclus in de wijk in. In een leer- en verbetercyclus voeren we gesprekken met inwoners en organisaties in de wijk. Op basis van de vele beschikbare data dienen de juiste vragen gesteld en besproken te worden. Wat speelt er in de wijk, hoe komt dit en wat moet er gebeuren om het leven in de wijk en de inzet van hulp in de wijk te verbeteren? a. We maken een planning voor de gesprekkencyclus in de wijk. b. Samen met de partners in de wijk ontwikkelen we een gezamenlijke visie op het samenspel in de wijk, met oog voor de verschillende rollen en verantwoordelijkheden.

7/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk c. We bespreken en verkennen welke data we hebben en evt. nog nodig hebben. d. We maken afspraken over de samenhang tussen onze gesprekkencyclus en het contractmanagement van het RSJ.

10.Uitvoering in fases Om snel te kunnen starten en ook snel te kunnen leren en resultaten te zien, beginnen we een proeftuin in één van de vijf wijken. Nadat we hebben geselecteerd in welke wijk we de proeftuin gaan inrichten, bespreken we de uitgangspunten van de proeftuin en de randvoorwaarden voor de inrichting ervan met de partners in die wijk en de Participatieraad. Begin 2022 kunnen we de concrete inrichting van de proeftuin voorbereiden. En op basis van de verbeterde sturingsinformatie jeugdzorg en overige data kunnen we dan een nulmeting doen. Vervolgens kunnen we in de loop van 2022 beginnen met de proeftuin. Op basis van de monitorgegevens bespreken we met de partners in de wijk hoe het gaat en of er bijgestuurd moet worden. 11.Effecten monitoren In hoeverre de inhoudelijke uitgangspunten en aannames die ten grondslag liggen aan het voorstel voor de proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ in de praktijk bewaarheid worden, zullen we aan de hand van ervaringen van de inwoners en professionals èn op basis van data moeten beoordelen. Daarom maken we bij de vormgeving en uitvoering van de proeftuin gebruik van de opbrengsten van de verbetering van de sturingsinformatie jeugdzorg. Tevens maken we gebruik van andere beschikbare data over inwoners en voorzieningen in de betreffende wijk. Op basis daarvan maken we een nulmeting.

We verwachten dat we na een jaar al in de cijfers kunnen zien in hoeverre de nieuwe werkwijze daadwerkelijk leidt tot andere en betere oplossingen dichtbij, beter passende jeugdhulp en kortere hulpverleningstrajecten. Evaluatie van de proeftuin Als de proeftuin een jaar draait evalueren we de werkwijze op basis van de monitorgegevens, de ervaringen van de jeugdigen en gezinnen en de ervaringen van de betrokken partners in de wijk. Met deze evaluatie kunnen we vervolgens verantwoording afleggen aan de gemeenteraad over de vraag in hoeverre de uitgangspunten en aannames achter de proeftuin in de praktijk bewaarheid worden. En of de kosten opwegen tegen de baten. Dat is ook het moment waarop we een besluit kunnen formuleren over een mogelijk vervolg. We gaan uit van een project van twee jaar, waarin we de proeftuin opstarten in 2022. Eind 2023 kunnen we de proeftuin dan evalueren en een besluit formuleren over een eventueel vervolg. Mogelijk zal blijken dat er meer tijd nodig is om goede conclusies te trekken. Ook is denkbaar dat aanpassingen wenselijk zijn. Bij succes is de verwachting dat voorgesteld wordt de werkwijze uit te breiden naar de andere wijken.

8/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk

12.Risico’s Een eerste risico dat zich kan voordoen bij de inrichting van de proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ schuilt in de arbeidsmarkt. Voor het project en de proeftuin zelf is het noodzakelijk dat extra capaciteit wordt ingezet. Zowel beleidscapaciteit als capaciteit bij het Sociaal Wijkteam. Van het wijkteam wordt immers gevraagd actief te participeren in dat samenspel (zoals het bespreken van de benodigde voorzieningen in de wijk op basis van de beschikbare data in combinatie met de hulpvragen) en daarnaast vraagt het van het wijkteam om een stevigere regierol te vervullen wanneer specialistische hulp wordt ingeschakeld. Voor de start van de proeftuin zijn we daarom afhankelijk van de beschikbaarheid van de juiste professionals. Een tweede risico is dat jeugdhulpaanbieders de sterkere regierol van het Sociaal Wijkteam en de verschuiving van de ondersteuning, hulp en zorg naar de nabijheid van de gezinnen en in de wijk ervaren als een bedreiging van hun marktaandeel en van de professionaliteit van hun hulpverleners. We zijn ons hiervan bewust, maar we zien ook dat jeugdhulpaanbieders ons uit zichzelf benaderen omdat zij mee willen werken aan de beweging ‘naar de voorkant’.

Met name bij complexe problematiek ondervinden vooral de grotere specialistische jeugdhulpaanbieders momenteel aan den lijve dat de sector onder druk staat: het vinden van goed personeel en het tijdig leveren van de juiste zorg, zijn ook voor hen belangrijke opgaves. Daarom willen we graag ook samen met hen deze nieuwe werkwijze inrichten en uitvoeren. Het gesprek over de gevolgen voor de jeugdhulpaanbieders gaan we daarbij niet uit de weg. Een derde risico betreft de samenwerkingsafspraken. We zullen concrete samenwerkingsafspraken moeten maken met de betrokken partijen over hoe we het samenspel in de wijk praktisch invullen. En specifiek ook over hoe de specialisten in de flexibele schil ingezet kunnen worden. Dit dient juridisch correct vastgelegd te worden en moet afgestemd worden met de regionale inkoop van jeugdhulp. Daar komt dus ook een bekostigingsvraagstuk bij kijken. We onderzoeken hoe we dit beschikkingsarm kunnen vorm geven, zodat specialisten flexibel kunnen worden ingezet. We waarborgen daarbij de bescherming van de rechtspositie van de jeugdige of ouder met een hulpvraag. De werkwijze moet helpend zijn bij het beantwoorden van de hulpvraag met snelle inzet van de juiste ondersteuning, hulp of zorg.

Maar het mag niet betekenen dat inwoners niet goed weten waar zij aan toe zijn en altijd moet geborgd blijven dat ze bezwaar kunnen maken tegen beslissingen van het Sociaal Wijkteam. 13.Financiën We starten de verkenning van de proeftuin vanuit de huidige capaciteit en voorzien dat we in het voorjaar van 2022 kunnen gaan werven voor de

9/10

advies

Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk benodigde capaciteit voor de daadwerkelijke inrichting. De inzet is om dit vóór de zomer van 2022 op orde te hebben. Vervolgens kan de proeftuin uitgevoerd worden. We gaan op dit moment uit van een project van twee jaar, waarin de proeftuin opgestart wordt in 2022. Eind 2023 kan dan een evaluatie worden opgeleverd. Hoewel we inschatten dat na het eerste jaar al resultaten zichtbaar zullen zijn, houden we er rekening mee dat meer tijd nodig is voor het trekken van gefundeerde conclusies over de resultaten en eventuele wenselijkheid van aanpassingen of uitbreiding. Doel Inrichting proeftuin (projectleider, ondersteuning, juridisch advies, financieel advies) Capaciteit Sociaal Wijkteam Capaciteit jeugdbeleid Totaal

2022

2023

225.000

300.000

112.500 37.500 375.000

150.000 50.000 500.000

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7de257aa-7adb-4654-a9a0-ba85f61c718a