Bijlage 23_Geohydrologisch onderzoek 231215
Tekst van het document
Geohydrologisch onderzoek (k-waarden) Flex- en paradijswoningen Nijverheidstraat Zwolle 15 december 2023
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Verantwoording Titel
Geohydrologisch onderzoek (k-waarden)
Opdrachtgever
Woningstichting SWZ
Projectleider
Marten Hoekstra
Auteur(s)
Laura Kodde
Tweede lezer
Pieter-Jan van der Sluis
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jan Bouwmeester (certificaatnummer K54913)
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Aantal pagina’s
14 (exclusief bijlagen)
Datum
15 december 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
2
3
4
Aanleiding en doel .............................................................................................................. 4
Geohydrologische situatie ......................................................................................................... 5 2.1
Maaiveld ............................................................................................................................. 5
2.2
Bodemopbouw ................................................................................................................... 6
2.3
Doorlatendheid ................................................................................................................... 7
2.4
Waterhuishouding .............................................................................................................. 7
2.4.1
Oppervlaktewaterstanden ........................................................................................... 7
2.4.2
Grondwaterstanden en stijghoogten ........................................................................... 8
Doorlatendheidsmetingen........................................................................................................ 10 3.1
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 10
3.2
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid .............................................................................. 10
Resultaten ............................................................................................................................... 11 4.1
Constant-head verhoging test .......................................................................................... 11
4.2
Constant-head verlaging test ........................................................................................... 12
5
Infiltratiemogelijkheden ............................................................................................................ 12
6
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 14
Bijlage 1
Regionale ligging
Bijlage 2
Situering boringen, peilbuizen en sonderingen en boorprofielen
Bijlage 3
Situering peilbuizen en boringen DINOloket
Bijlage 4
Veldresultaten
Bijlage 5
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
3/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
1 Inleiding In opdracht van Woningstichting SWZ heeft TAUW een geohydrologisch onderzoek inclusief doorlatendheidsmetingen (k-waarde) opgesteld voor het project flexwoningen aan de Nijverheidstraat in Zwolle (zie figuur 1.1). In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen.
Figuur 1.1 Overzicht onderzoekslocatie, X = 202.363, Y = 503.744 (bron: Qomplex, 2023)
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor de werkzaamheden wordt gevormd door de voorgenomen tijdelijke woningen waarvoor een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing nodig. Voor de ruimtelijke procedure is het van belang mogelijke belemmeringen in de te realiseren waterberging te bepalen. Het doel van de werkzaamheden is advies te geven ten aanzien van berging- en infiltratiemogelijkheden op de locatie. Dit op basis van het bepalen van de doorlatendheid (m/dag) van de bodem en het uitvoeren van een beknopt geohydrologisch bureauonderzoek. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de geohydrologische situatie beschreven. De uitgevoerde veldwerkzaamheden met de doorlatendheidsmetingen in de verzadigde- en onverzadigde zone zijn opgenomen in hoofdstuk 3 en de resultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is op basis van de interpretatie van de verzamelde geohydrologische gegevens het advies opgenomen ten aanzien van berging- en infiltratiemogelijkheden.
4/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
2 Geohydrologische situatie 2.1
Maaiveld
De hoogteligging is afgeleid van de AHN41 viewer. Het maaiveldniveau in het onderzoeksgebied is niet uniform. Uit deze gegevens volgt dat het maaiveld ter plaatse varieert tussen de +0,37 en +1,27 m NAP. In onderstaande figuur is te zien dat in het noorden van de onderzoekslocatie een soort kuip aanwezig is met een maximale diepte van +0,37 m NAP. Naar het westen neemt de maaiveldhoogte tot circa +1,27 m NAP toe en in het oosten ligt het maaiveldhoogte op circa +0,6 m NAP. In het zuiden ligt het maaiveld op circa +1,1 m NAP. De voormalige containers zichtbaar in het figuur zijn volgens recente straatbeelden en locatiebezoek niet meer aanwezig (zie figuur 2.2).
Figuur 2.1 Maaiveldhoogte op basis van de AHN4 viewer. Onderzoekslocatie is zwart omkaderd
Figuur 2.2 Recent lucht- en straatbeeld (bron: Cyclomedia Streetsmart)
1
"Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN 4", online beschikbaar (laatst bezocht 7 juni 2023): AHN-viewer (arcgisonline.nl)
5/14
Kenmerk
2.2
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Bodemopbouw
In tabel 2.1 is de geohydrologische bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. Deze bodemopbouw is gebaseerd op lokale boringen2,3 en sonderingen4 ter plaatse van de onderzoekslocatie, aangevuld met boringen uit het DINOloket5 en het landelijk geohydrologisch model REGIS II van TNO6. De relevante boringen en sonderingen zijn weergegeven in bijlage 2. Deze lokale gegevens reiken tot een diepte van 2,5 m -mv. Tabel 2.1 Schematisatie geohydrologische bodemopbouw Bovenzijde
Onderzijde
(m NAP)
(m NAP)
+1,3 tot +0,4
-0,5
Lithologie
Laagpakket
Geohydrologische
Doorlaatfactor
/ Formatie
eenheid
of weerstand
Zand, fijn tot matig
Holocene
Freatisch pakket
5-20 m/d
grof, zwak tot matig
afzettingen
1ste scheidende laag
1.600 dagen
10-40 m/d
grindig, humeus, zwak siltig** -0,5
-2,1 / -2,6*
Veen en of klei*
Holocene afzettingen
-2,1 / -2,6*
-4,0
Zand, fijn tot matig
Formatie
1ste watervoerend
grof, lokaal zwak tot
van Boxtel
pakket
Zand, matig grof, zwak
Formatie
1ste watervoerend
tot matig grindig**
van
pakket
matig grindig -4,0
-20,0
50-100 m/d
Kreftenheye -20,0
-57
matig tot grof zand,
Gestuwde
zwak tot matig grindig,
afzettingen
complexe eenheid
20-100 m/d
50-100 m/d
zwak tot matig siltig -57
-80
matig tot zeer grof
Formatie
1ste / 2de
zand, zwak tot matig
van Peize
watervoerend
grindig, zwak tot matig
en Waalre
pakket
Formatie
Complexe eenheid/
van Peize
hydrologische basis
siltig -80
Klei
*
Op basis van nabij gesitueerde DINOloket boring B21G1498
**
Lokaal is er een scheidende klei- of veenlaag aanwezig op verschillende dieptes met een dikte van < 0,5m
2
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidstraat naast nummer 1A te Zwolle, TAUW, R001-1286322NGE-V01, d.d. 3 mei 2022 Verkennend bodemonderzoek Nijverheidstraat 1A te Zwolle, TAUW, R004-1286322LWM-V01, d.d. 15 mei 2023 Nieuwbouw woonunits Nijverheidstraat Zwolle, Van Dijk Geotechniek en Milieu, 120208 versie 1, d.d. 16 maart 2023 5 Data en Informatie Nederlandse Ondergrond (DINOloket), NTG-TNO, geraadpleegd op 7 juni 2023 6 Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem (REGIS-II, v2.3), NITG-TNO, geraadpleegd op 7 juni 2023 3 4
6/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Figuur 2.3 Dwarsdoorsnede Regis II, v2.2.1. zwarte streep geeft ligging van de onderzoekslocatie weer
Op basis van REGIS reikt de Holocene deklaag tot circa -0,5 m NAP, welke bestaat uit een afwisseling van zandig klei, klei, matig tot fijn zand en veen. Uit de lokale boorprofielen volgt dat de Holocene deklaag (ondiepe ondergrond) op de onderzoekslocatie tot circa -0,5 m NAP (circa 1,8 m -mv) heterogeen is en hoofdzakelijk bestaat uit fijn tot matig zand met zwak siltig en humeuse bijmenging. In het zuiden van de onderzoekslocatie bestaat de bodem uit matig tot grof zand met zwak tot matig grindige bijmenging. Op basis van de geplaatste sonderingen is er vanaf -0,5 tot -2,5 m NAP een klei- en veenlaag aanwezig. Uit de sonderingen blijkt dat deze laag tot minimaal -2,1 m NAP reikt en bij sondering 8 komen hier dunne zandlagen voor en is de veenlaag deels afwezig. Op basis van boring B21G1498 uit DINOloket blijkt dat deze laag lokaal tot circa -2,6 m NAP reikt. Onder deze scheidende laag bevindt zich het watervoerende pakket bestaande uit fijn tot matig grof zand van de Formatie van Boxtel en Formatie van Kreftenheye met daaronder gestuwde afzettingen bestaande uit matig tot grof zand met zwak tot matig grindige bijmenging.
2.3
Doorlatendheid
Van de doorlatendheid van de bovenste bodemlaag (Holocene pakket) is geen informatie over de horizontale k-waarde uit het DINOloket bekend. Op basis van expert judgement wordt de doorlatendheid in de bovenste laag bestaand uit fijn tot matig zand tot circa -0,5 m NAP ingeschat op circa 5-20 m/d. De aanwezige klei- en veenlaag is nauwelijks doorlatend, de weerstand wordt geschat op circa 1600 dagen. Onder de klei- en veenlaag bevindt zich het 1ste watervoerend pakket waarin de horizontale doorlatendheid naar de diepte toe zal nemen.
2.4
Waterhuishouding
2.4.1 Oppervlaktewaterstanden De locatie is gelegen in het beheersgebied van waterschap Drents Overijsselse Delta7. De legger en het peilbesluit zijn geraadpleegd om het oppervlaktewatersysteem in beeld te brengen. In de omgeving van de onderzoekslocatie is oppervlaktewater aanwezig. 7
Legger oppervlaktewateren WDODelta vastgesteld (arcgis.com), laatst bezocht op 7 juni 2023
7/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Op circa 75 m afstand ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een primaire watergang (DI.30.15) welke in noordelijke richting afwatert. Op circa 200 meter ten zuidwesten bevindt zich het Zwarte Water (SW9410-SW9440). De onderzoekslocatie en primaire watergang liggen in peilgebied 409. Dit peilgebied heeft een maximum en minimumpeil van respectievelijk -0,3 en -0,5 m NAP (zie figuur 2.4). De maatgevende peilen voor het Zwarte Water zijn weergegeven in tabel 2.2, zoals deze door Rijkswaterstaat worden gehanteerd op meetpunt Spoorsluis binnen.
Figuur 2.4 Overzicht oppervlaktewateren. Onderzoekslocatie is rood omcirkeld.
Tabel 2.2 Maatgevende waterpeilen Zwarte Water (Bron: RWS) Meetpunt
Megen
2.4.2
Laagwater
Normaal
Licht verhoogd
Verhoogde waterstand
Hoogwater
[m NAP]
[m NAP]
[m NAP]
[m NAP]
[m NAP]
<-0,65
-0,65 tot +0,6
+0,6 tot +1,1
+1,1 tot +1,75
>+1,75
Grondwaterstanden en stijghoogten
Freatische grondwaterstand De freatisch grondwaterstand is bepaald op basis van eenmalige peilbuismetingen uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek en beschikbare meetreeksen uit DINOloket. Langdurig gemeten meetreeksen zijn niet op de onderzoekslocatie zelf beschikbaar, maar wel op circa 0,5 tot 1 km afstand. Van de langdurige grondwaterstanden zijn de representatieve hoge- (RHG), het gemiddelde- (GG), en de representatieve lage grondwaterstand (RLG) berekend. De RHG is representatief voor een hoge grondwaterstand die circa 30 dagen per jaar in natte (winter)perioden gelijk aan dat niveau of hoger voor kan komen. De RLG is een lage grondwaterstand die circa 30 dagen per jaar in droge (zomer)perioden gelijk aan dat niveau of lager voor kan komen. In tabel 2.3 is de beschikbare data en de karakteristieken daarvan opgenomen. De situering van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2.
8/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Tabel 2.3 Karakteristieken grondwaterstand peilbuizen Peilbuis
Meetperiode/
Filterstelling
RHG1
Maaiveldhoogte
GG
RLG1
datum
Eenmalige meting
(m -mv)
(m NAP)
(m NAP)
(m NAP)
(m NAP)
(m -NAP)
Meetreeksen DINOloket in de omgeving 62898-1
2021-2023
1,3-2,3
+1,93
+0,37
+0,14
-0,05
-
19480-1
2021-2023
4,5-5,5
+1,87
+0,15
-0,07
-0,26
-
62899-1
2021-2023
1,9-2,9
+1,31
+0,03
-0,17
-0,32
-
Verkennend bodemonderzoek Mateboer, 172130/AM, d.d. 10 april 2017 Pb 01
31.03.2017
1,7-2,7
+0,4*
-
-
-
-0,3*
Pb 17
31.03.2017
1,7-2,7
+1,5*
-
-
-
+0,3*
-
-0,2*
Verkennend bodemonderzoek, TAUW, R001-1286322NGE-V01-mwl-NL, d.d. 3 mei 2022 Pb 1
21.04.2022
1,5-2,5
+1,1*
-
-
Verkennend bodemonderzoek, TAUW, R004-1286322LEM-V01-ssc-NL, d.d. 15 mei 2022 Pb 12
19.04.2023
1,5-2,5
+0,9*
-
-
-
+0,2*
-
-
-
-0,5*
-
-
-
-0,0*
Peiling doorlatendheidveldwerk
1
Pb 1
04.07.2023
1,5-2,5
+1,1*
Pb 12
04.07.2023
1,5-2,5
+0,9*
ste
De RHG is het 92
ste
percentiel van de NAP-waarde, de RLG is het 8
percentiel van de NAP-waarde
* op basis van AHN4 viewer
De eenmalige metingen op locatie variëren en liggen tussen +0,3 en -0,5 m NAP. Daarmee liggen de metingen boven en onder de berekende RHG en RLG van de drie DINOloket peilbuizen. DINOloket peilbuis 19480-1 is aan de overzijde van het Zwarte Water gesitueerd met een streefpeil van -0,4 tot -0,2 m NAP (gelijk aan het Zwarte Water). Vanwege de afstand van de onderzoekslocatie tot het Zwarte Water is deze reeks meegenomen, omdat deze representatief voor de onderzoekslocatie wordt verwacht. Op basis van de dichtstbijzijnde peilbuis 62899-1 en peilbuis 19480-1 en de eenmalige metingen is de RHG en RLG bepaald. De RHG in de omgeving van de onderzoekslocatie ligt op circa +0,2 m NAP en de RLG is op circa -0,2 m NAP. Stijghoogte eerste watervoerend pakket Recente metingen van stijghoogtes van het watervoerend pakket zijn niet beschikbaar. Er wordt gebruik gemaakt van de Isohypsenkaarten van REGIS I (28 april 1995) waarbij een stijghoogte van 0,0 tot -0,5 m NAP m wordt aangehouden voor het eerste watervoerende pakket. Op basis van de isohypsenkaarten is de stromingsrichting in het eerste watervoerende pakket oostelijk gericht.
9/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
3 Doorlatendheidsmetingen Constant-head verhoging test Voor inzicht in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone (zone boven de grondwaterstand) is de constant-head verhoging test uitgevoerd conform module C2510 van Kennisbank Stedelijk Water (middels een aardvark permeometer). De tests zijn uitgevoerd op locaties waar mogelijk waterbergingsvoorzieningen en infiltratievoorzieningen gerealiseerd gaan worden. Afhankelijk van de aangetroffen bodemopbouw en grondwaterstand is de test op verschillende diepte trajecten tussen 0,4 – 1,0 m -mv uitgevoerd. Met een toevoerslang wordt de waterstand in het boorgat kunstmatig verhoogd. Na de voorverzadiging wordt de opgezette watercolumn op peil gehouden. Zodra de toevoer van water (maximaal 1.000 ml/min) en de stijghoogte in het boorgat stabiel is de doorlatendheid van de bodem berekend. Constant-head verlaging test Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid van de verzadigde zone (zone beneden de grondwaterstand) is in de bestaande peilbuizen een constant-head verlaging test uitgevoerd conform module C2510 van Kennisbank Stedelijk Water. Bij deze test wordt de grondwaterstand in de peilbuis met een pomp verlaagd. Zodra een constante verlaging ontstaat en ook het afpompdebiet stabiel is (evenwichtssituatie in toestroom en afpompen grondwater) kan de doorlatendheid worden berekend.
3.1
Uitgevoerde werkzaamheden
De doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde- en verzadigde zone zijn uitgevoerd op 4 juli 2023 door Jan (J.M.A.) Bouwmeester. Tijdens het veldwerk is tevens is de grondwaterstand van peilbuis 1 en peilbuis 12 gepeild. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. In tabel 3.1 is een overzicht van de veldwerkzaamheden weergegeven. De ligging en de boorprofielen van de boorpuntnummers is opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk
Aantal
Boorpuntnummers
Constant-head verhoging test met boring tot 3,0 m -mv
2 x 0,4-0,6 m -mv
22 en 25
Constant-head verhoging test met boring tot 1,2 m -mv
1 x 0,8-1,0 m -mv
21
2 x 0,4-0,6 m -mv
23, 24
Constant-head verhoging test met boring tot 1,0 m -mv
1 x 0,4-0,6 m -mv
26
Constant-head verlaging test en peilen grondwaterstand
2 x 2,5 m -mv
Pb1, Pb12
3.2
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
Voor een overzicht van de veiligheids-, kwaliteits-, en duurzaamheidsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is niet afgeweken van de vigerende protocollen.
10/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
4 Resultaten 4.1
Constant-head verhoging test
In tabel 4.1 zijn de resultaten van de constant-head verhoging test opgenomen. De meetgegevens van de proeven zijn opgenomen bijlage 4. Tabel 4.1 Resultaten horizontale doorlatendheid (kh) in de onverzadigde zone (4-7-2023) Boring
Traject
Peilopzet
Horizontale
(cm -mv)
(cm)
doorlatendheid
Bodemopbouw
(m/d) 21
80-100
10
>10*
Matig grof zand, zwak siltig
22
40-60
20
>10*
Matig grof zand, zwak humeus, zwak siltig
23
40-60
20
3,0
Matig grof zand, matig grof klei- en veen brokjes
24
40-60
20
0,1
Matig grof zand, veen, matig tot sterk kleiig, sterk
25
40-60
20
>10*
Matig grof zand, zwak siltig
26
40-60
7
15**
Matig grof zand, zwak siltig
humeus
*
Snelheid waarmee water infiltreert is hoog en tegen limiet van proefopstelling, de vastgestelde k-waarde is
indicatief en naar verwachting hoger **
Door peilopzet te verlagen indicatief bepaald op circa 15 m/dag
Tijdens het veldwerk was voor de boorlocaties 21, 22, 25 en 26 (matig grof zand, zwak siltig) de infiltratiesnelheid dermate hoog dat de proef met het maximale toevoerdebiet moest worden uitgevoerd. Hierdoor is de doorlatendheid niet exact vast te stellen en is de doorlatendheid bepaald op >10 m/d. In boring 26 is de doorlatendheid indicatief bepaalt door de opgezette watercolumn in het boorgat te verkleinen en zo het debiet kunstmatig omlaag te krijgen. Het debiet van de toevoerslang is dus niet meer beperkend voor de berekening. De berekende doorlatendheid is circa 15 m/d en geld als een indicatieve k-waarde voor matig grof zand met zwak siltige bijmenging. Ter plaatse van boring 23 is matig grof zand met klei- en veenbrokjes aangetroffen en de horizontale doorlatendheid is hier circa 3,0 m/d. Ter plaatse van boring 24 is een veenlaag aangetroffen met een doorlatendheid van circa 0,1 m/d. Voor de locaties varieert de horizontale bodemdoorlatendheid tussen 0,1 tot >10 m/dag. De variatie in doorlatendheid is te verklaren door de aanwezigheid of afwezigheid van klei-brokjes, veen-brokjes of veen. De veenbrokjes en kleibrokjes kunnen sterk belemmerend werken voor de infiltratiecapaciteit.
Geconcludeerd wordt dat de bodem op de onderzoekslocatie over het algemeen zeer goed doorlatend is en waar kleibrokjes en veenbrokjes voorkomen goed doorlatend en waar de veenlaag aanwezig is slecht doorlatend.
11/14
Kenmerk
4.2
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Constant-head verlaging test
In tabel 4.2 is een samenvatting opgenomen van de doorlatendheid die bepaald is in de verzadigde zone met de constant-head verlaging test. De meetgegevens van de proeven zijn opgenomen bijlage 4. Tabel 4.2 Resultaten horizontale doorlatendheid (kh) in de verzadigde zone (4-7-2023) Peilbuis
Locatie
Pb 1
Zuidelijk
Filterstelling
Gemeten
Datum
Doorlatendheid
Bodemopbouw
(m -mv)
gws (m -mv)
1,5-2,5
1,62
04.07.2023
0,3
Veen
1,5-2,5
0,92
04.07.2023
3,0
Matig grof zand,
(m/d)
gedeelte Pb 12
Noordelijk gedeelte
zwak siltig, veen
Uit de resultaten volgt dat de doorlatendheid in de verzadigde zone tussen 0,3 en 3,0 m/d varieert. De variatie in doorlatendheid is onder meer te verklaren doordat peilbuis 1 met het peilbuisfilter volledig in de veenlaag staat en peilbuis 12 met het peilbuisfilter in twee verschillende bodemlagen (veen en zand). De veenlaag belemmerd infiltratie. De berekende k-waarde voor peilbuis 12 geeft een gemiddelde doorlatendheid van de twee bodemlagen (3,0 m/d). Verwacht wordt dat de veenlaag een vergelijkbare k-waarde heeft als de veenlaag in peilbuis 1 en de zandlaag een hogere k-waarde. De doorlatendheid van de zandlaag is goed doorlatend.
5 Infiltratiemogelijkheden Op basis van de geohydrologische situatie is de haalbaarheid van het toepassen van een infiltratie- en bergingssysteem getoetst. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren in de bodem en de keuze van een bepaalde infiltratietechniek (op basis van de heersende grondwaterstand en de doorlatendheid van de bodem) weergegeven. Het betreft hier een algemene kwantitatieve beslismethodiek.
12/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Figuur 5.1 Mogelijkheden voor infiltratie hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, mei 2002)
De geohydrologische situatie kan als volgt worden geschematiseerd:
Op de locatie bestaat de ondergrond voornamelijk uit matig grof zand met daaronder een veen of kleilaag op circa -0,5 m NAP (0,9 tot 1,8 m -mv). Aan de noordoostzijde van het onderzoeksgebied (boring 24) is een storende veenlaag aanwezig (0,5 m -mv/-0,1 m NAP)
De RHG is circa +0,2 m NAP (door variatie van het maaiveld circa 0,2 tot 1,5 m -mv). Er wordt echter niet uitgesloten dat lokaal schijngrondwaterstanden op de klei- en veenlaag kunnen ontstaan
De representatieve doorlatendheid van de onverzadigde zone is sterk afhankelijk van de aanwezige grondsoort. In de veenlaag (boring 24) is de doorlatendheid bepaald op 0,1 m/d. In de matig grove zandlaag met klei en veenbrokjes (boring 23) is de doorlatendheid bepaald op
3,0 m/d. In de matig grove zandlaag is de doorlatendheid bepaald op >10 m/d De representatieve doorlatendheid van de verzadigde zone (zand) is ingeschat op circa >3 m/d
Uitgaande van de geohydrologische situatie en de beslismethodiek voor infiltreren zijn er beperkingen voor de infiltratie van hemelwater. Door variërend maaiveldhoogte varieert de ontwateringsdiepte tijdens RHG (m -mv), waardoor de ruimte in de ondergrond voor waterberging wordt beperkt (<0,7 m-mv). Geadviseerd wordt om het terrein op te hogen (of te egaliseren en aansluiten op de omgeving) om voldoende ontwatering (>0,7 m -mv) te hebben voor het toepassen van infiltrerende voorzieningen.
13/14
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
De lokaal aanwezige veenlaag (boring 24) met beperkte doorlatendheid (0,1 m/d) geeft een beperking voor een goede infiltratie van hemelwater (onvoldoende lediging bergingsvoorziening binnen afzienbare tijd). Op basis van de beslismethodiek wordt geadviseerd om op deze locatie hemelwater af te voeren naar oppervlaktewater of om grondverbetering, grondvervanging, diepploegen of ophogen van terrein toe te passen. Door de veenlaag (0,5 m -mv/circa -0,1 m NAP) bij boringlocatie 24 te vergraven of een infiltratievoorziening door de veenlaag heen te plaatsen wordt een verbinding gelegd met de beter doorlatende zand ondergrond. Indien dit niet mogelijk is kan met het ophogen van het terrein een verbinding met de omliggende zandlaag op het terrein worden gerealiseerd. Door gebruik te maken van een robuuste infiltratievoorziening kan nuttige grondwateraanvulling in droge zomerperioden plaatsvinden. Een ander mogelijkheid is de toepassing van een waterberging, waarin een vertraagde afvoer naar oppervlaktewater plaatsvind.
6 Conclusies en aanbevelingen De waargenomen grondwaterstand (tijdens veldwerk) varieert in het gebied van 0,5 m -mv tot dieper dan 1,5 m -mv. De RHG is bepaalt op circa +0,2 m NAP, waardoor op basis van het maaiveldhoogteverschil op de locatie de ontwateringsdiepte varieert van 0,2 tot 1,1 m -mv. De ruimte in de ondergrond voor waterberging wordt hierdoor beperkt. De toepasbaarheid van infiltratievoorzieningen is beperkt bij grondwater ondieper dan 0,7 m -mv. Wij adviseren om het maaiveld op te hogen (egaliseren en aansluiten op omgeving) om voldoende ontwatering en dus ruimte in de bodem te creëren voor toekomstige infiltratievoorzieningen. De goed doorlatende zandlagen kunnen zo ook met elkaar worden verbonden. Op deze manier kan het hemelwater worden geïnfiltreerd in de ondergrond. Op basis van de gemeten doorlatendheid in de onverzadigde zone is de bodem zeer goed doorlatend (>10 m/d), bij boring 23 is de bodem goed doorlatend (3,0 m/d) en lokaal bij boring 24 slecht doorlatend (0,1 m/d). Bij boring 24 is een veenlaag aangetroffen op 0,5 m -mv (circa -0,1 m NAP). De bodemdoorlatendheid is over het algemeen geschikt voor het toepassen van infiltrerende voorzieningen en lokaal bij boring 24 is de bodem vanwege de aanwezige veenlaag ongeschikt voor infiltrerende voorzieningen.
Bij boring 24 wordt geadviseerd om de infiltrerende voorzieningen door de veenlaag (0,5 m- mv/circa -0,1 m NAP) heen te plaatsen (storende lagen doorgraven) om een verbinding met het onderliggende zandpakket te realiseren. Op basis van de gemeten doorlatendheid (0,3 tot 3,0 m/dag) in de verzadigde zone (1,5 2,5 m -mv) is de bodem slecht doorlatend bij peilbuis 1 (veenlaag) tot goed doorlatend bij peilbuis 12 (zand en veenlaag). Op basis van metingen uitgevoerd in de verzadigde zone is de zandlaag (>3,0 m/d) geschikt voor het toepassen van infiltratievoorzieningen en de veenlaag ongeschikt.
14/14
Kenmerk
Bijlage 1
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Regionale ligging
Kenmerk
Bijlage 2
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Situering boringen, peilbuizen en sonderingen en boorprofielen
Ü 15
Keet
5 ! ) " 7
Barbecueplaats 4
R !
5
16
18
14
8
5 ! ) "
5 ! ) "
6
11
5 ! ) " 9 1
2
R ! ) "
10
5 ! ) " 12
5 ! ) "
3
10
R ! ) " 13
8
5 ! ) "
17
5 ! ) " 11
2
3
¸
¸
12
12
1
9
5 ! ) "
5 ! ) "
14
13
R ! ) "
5 ! ) "
6
4
Legenda R ! 5 !
5
5 ! ) "
Boring 2,0 m -mv. Boring 0,5 m -mv.
¸
Peilbuis
) "
Inspectiegat Fotorichting Onderzoekslocatie
1:500
Overzichtstekening met boringen, peilbuizen en inspectiegaten Mateboer Milieutechniek B.V. Postbus 99, 8260 AB Ambachtsstraat 27 Kampen T. 038 - 33.15.020 F. 038 - 33.20.211 Info@mateboer.nl
10
Projectnummer
172130/AM Code tekening
VO + asb
5
0
Formaat Get.:
A3 MJ
Gecontr. Datum:
10 Meters Opdrachtgever
Gemeente Zwolle
Project
Nijverheidstraat, Zwolle
AM
10-4-2017 Esri Nederland & Community Maps Contributors
Boorprofielen
Meetpunt:
01
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
GWS (cm -mv): Lengte: Breedte:
120 0,00 0,00
Lengte: Breedte:
0,33 0,34
0
0 1 - 0533908024
50
50
braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
2 - 0533908029 100
02
0
0 1 - 05336067995
AS3 - 0008515MG 50
50 2 - 0533908218$
100
100 3 - 0533908018
3 - 0533908224150
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalgrijs, Zuigerboor
4 - 0533908021 200
150
150
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, Horst Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 - 0533908172 200
200 5 - 0533908022 250
250 6 - 0533908023
270
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zuigerboor
Meetpunt:
03
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
GWS (cm -mv): Lengte: Breedte:
100 0,36 0,32
Lengte: Breedte:
0,31 0,33
0
0 1 - 0533908015
AS1 - 0008513MG 50
50 2 - 0533908020
100
100 3 - 0533908025
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalgrijs, Horst
200
0
0 1 - 05339085785
AS2 - 0008514MG
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Graven
50
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor
2 - 0533908572% 100 3 - 05339085831 150
150
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Horst
4 - 0533908028 200
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven
04
Zand, matig grof, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
4 - 05339085763 200
200
Getekend volgens NEN 5104
Schaal boorprofiel: 1: 40
Projectcode:
172130
Projectnaam:
Zwolle, Nijverheidstraat
Pagina: 1 / 4
Boorprofielen
Meetpunt:
05
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,36 0,34
Lengte: Breedte:
0,35 0,39
0
0 1 - 05339085730
AS2 - 0008514MG 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak wortelhoudend, licht grijsbruin, Graven
06
0
0 1 - 0533908570/
AS2 - 0008514MG 50
50
Meetpunt:
07
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,32 0,34
Lengte: Breedte:
0,31 0,34
0
0 1 - 0533908571+
AS2 - 0008514MG 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Graven
08
0
0 1 - 0533908019
AS2 - 0008514MG 50
50
Meetpunt:
09
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,31 0,34
Lengte: Breedte:
0,31 0,34
0
0 1 - 0533908577
AS1 - 0008513MG
50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak wortelhoudend, licht grijsbruin, Graven
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
10
0
0 1 - 0533908026
AS1 - 0008513MG 50
50
Getekend volgens NEN 5104
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
Schaal boorprofiel: 1: 40
Projectcode:
172130
Projectnaam:
Zwolle, Nijverheidstraat
Pagina: 2 / 4
Boorprofielen
Meetpunt:
11
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,36 0,37
Lengte: Breedte:
0,33 0,37
0
0 1 - 0533908017
AS1 - 0008513MG 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
12
0
0 1 - 0533908027.
AS1 - 0008513MG 50
50
Meetpunt:
13
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,31 0,34
Lengte: Breedte:
0,31 0,34
0
0 1 - 05339085482
AS3 - 0008515MG 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
14
0
0 1 - 0533908173$
AS3 - 0008515MG 50
50
Meetpunt:
15
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte: Opmerking:
0,31 0,34 Tpv kolen/ as op maaiveld.
Lengte: Breedte:
0,00 0,00
0
0 1 - 0533908613 50
AS3 - 0008515MG 50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Graven
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven
16
0
0 1 - 0533908212X
50
50 2 - 0533908540.
100
100 3 - 0533908214Z
150
150 4 - 05339085796
200
200
Getekend volgens NEN 5104
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken klei, resten veen, geen olie-water reactie, Edelmanboor Klei, matig siltig, matig humeus, resten veen, geen olie-water reactie, Edelmanboor
Schaal boorprofiel: 1: 40
Projectcode:
172130
Projectnaam:
Zwolle, Nijverheidstraat
Pagina: 3 / 4
Boorprofielen
Meetpunt:
17
Meetpunt:
Boormeester:
Peter Rinsma
Boormeester:
Peter Rinsma
Datum:
23-03-2017
Datum:
23-03-2017
Lengte: Breedte:
0,00 0,00
Lengte: Breedte: Opmerking:
0,00 0,00 Onder BBQ
0
0 1 - 0533908581%
50
50 2 - 0533908580+
100
100 3 - 05339085820
150
150 4 - 05339085695
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
18
0
0 1 - 0533908541
50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen puin, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Horst
200 5 - 05339085752 250
250 6 - 05339085741
270
Veen, mineraalarm, geen olie-water reactie, donkerbruin, Horst
Getekend volgens NEN 5104
Schaal boorprofiel: 1: 40
Projectcode:
172130
Projectnaam:
Zwolle, Nijverheidstraat
Pagina: 4 / 4
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
1 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21
30.50 30.85
-22
42.29
Maaiveld
: 1.05 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 1 1/2
1 -22
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 41.04 4 3 2 1 0
-23 -24 -25 -26 -27 -28 -29 -30
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 Maaiveld
: 1.05 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 1 2/2
2 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 0.69 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 2 1/1
3 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18
30.14
-19 -20 -21
30.05
-22 Maaiveld
: 1.15 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 3 1/2
3 -22
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 30.10 4 3 2 1 0 30.61
-23 -24 -25 -26 -27 -28 -29 -30
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 Maaiveld
: 1.15 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 3 2/2
4 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 30.05
-12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 1.22 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 4 1/1
5 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 30.02
-14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 1.02 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 5 1/1
6 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 0.42 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 6 1/2
6 -22
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
-23 30.96
-24 30.25
-25 -26 -27 -28 -29 -30
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 Maaiveld
: 0.42 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 6 2/2
7 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 0.97 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 7 1/1
8 2
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
10
12
14
16
18
6
20
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 Maaiveld
: 0.49 m t.o.v. NAP
conus : CF-15
Omschrijving : nieuwbouw woonunits, Nijverheidstraat Plaats : Zwolle Uitgevoerd : 13-3-2023 14-3-2023
Uitgevoerd volgens NEN-EN-ISO 22476-1: Toepassingsklasse 2
140117
120208
Nr: 8 1/1
verklaring der tekens
Kenmerk
Bijlage 3
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Situering peilbuizen en boringen DINOloket
Kenmerk
Bijlage 4
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Veldresultaten
Bepaling horizontale doorlatendheid m.b.v. Constant head (verhoging) test conform C25101 en NEN-EN-ISO 22282-2 (ook genoemd: constant debietproef, constant rate test, steady state proef, putproef, stopproef)
Administatieve gegevens project projectnummer meetdatum waarnemer
<= <= <= <=
Zwolle flexwoningen Nijverheidstraat 1291782 4-7-2023 Jan Bouwmeester
Boorgat
Datum-tijd start
Ingestelde nauwkeurigheid Flow (+/-ml)
Diameter boorgat (cm)
Diepte boorgat (cm-mv)
Opgezette waterkolom in boorgat (cm)
Check: Minimaal benodige Steady verhoogde waterkolom state? (cm-mv)
Flow in PDF export evenwicht Diepte boorgat na gemaakt? (ml/min) temp afloop (cm-mv) (altijd!) Adj. FR
21.1 21.2 22.1 22.2 23.1 23.2 24.1 24.2 25.1 25.2 26.1 26.2
4-07-23 11:21 4-07-23 11:30 4-07-23 10:34 4-07-23 10:34 4-07-23 10:00 4-07-23 10:08 4-07-23 9:31 4-07-23 9:45 4-07-23 10:51 4-07-23 10:58 4-07-23 12:51 4-07-23 12:58
10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10
10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10
100 100 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60
20 10 20 20 20 20 20 20 20 20 7 7
25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25
1162,21 1175,60 1062,67 1072,27 500,00 319,40 10,27 10,47 1027,69 1039,60 527,33 515,93
Overzicht veldwerk
Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
97 97 59 59 60 60 60 60 58 58 58 58
Opmerking
Ondoorlatende laag Diepte ondoorlatende laag ondieper 2 x t.o.v. onderzijde proef (cm) verhoging
K berekend
Correctie waterkolom
K correctie verzanding*
Nee Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee
8,7 22,2 8,0 8,1 4,8 3,0 0,1 0,1 7,7 7,8 15,4 15,0
18,5 8,5 19,5 19,5 20,0 20,0 20,0 20,0 19,0 19,0 6,0 6,0
9,8 27,2 8,3 8,4 4,8 3,0 0,1 0,1 8,3 8,4 18,4 18,0
20 20
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Bijlage 5
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
SIKB veldwerkprotocollen voor bodemonderzoek
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
Alle veldwerkzaamheden behorende bij het landbodem- en waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd binnen de reikwijdte van het certificatieschema, volgens de eisen uit het certificatieschema BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch landbodem- en waterbodemonderzoek: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Alle overige werkzaamheden die tevens uitgevoerd zijn vallen buiten de reikwijdte van dit certificatieschema. Overige veiligheids-, kwaliteits- en duurzaamheidaspecten De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding. Veiligheid en Gezondheid in ontwerpfase (Arbobesluit) Bij de ontwerpwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de algemene uitgangspunten van Veiligheid en Gezondheid (V&G) volgens artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. TAUW heeft als ontwerpende partij de wettelijke verplichting voor het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van het ontwerp. TAUW streeft er naar om V&G-risico's bij de bron aan te pakken. TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.
Kenmerk
R005-1291782LFK-V03-ssc-NL
Duurzaamheid Duurzaamheid binnen bodemdiensten TAUW Bij TAUW zijn wij ons bewust van het grote belang van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (https://sdgs.un.org/goals). Wij streven er naar om de relevante doelstellingen te integreren in elk aspect van ons interne bedrijfsproces en in elke dienst die wij met en voor onze klanten uitvoeren. Op het gebied van bodem opereren wij onder andere volgens de internationale standaard ISO 18504:2017 ‘Soil quality - Sustainable remediation’ (Bodemkwaliteit – Duurzame sanering) en ons interne begeleidingsdocument ‘Sustainable Soil & Groundwater Remediation’ (Duurzame bodem- en grondwatersanering). Bovendien nemen wij actief deel aan netwerkorganisaties die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, zoals NICOLE (Network of Industrially Co-ordinated Sustainable Land Management in Europe, (www.nicole.org) en Deltaplan Biodiversiteitsherstel (www.samenvoorbiodiversiteit.nl). Het toevoegen van duurzaamheidsaspecten en de transparante communicatie daarover in onze projecten dragen bij aan een groter draagvlak in de samenleving voor de gekozen oplossingen, een beter milieu en een betere kosten-batenverhouding.