Bijlage 21 - Natuur
Tekst van het document
NOTITIE NS Vastgoed B.V. Mevr. C. Snelling Berg Stationshal 17 3500 GM Utrecht
DATUM:
23 augustus 2022
ONS KENMERK:
21-0410/22.06292/GerSm
UW KENMERK:
8000163985
AUTEUR:
G.F.J. Smit
PROJECTLEIDER:
G.F.J. Smit
STATUS:
versie 1.0 e.v.
CONTROLE:
F. van Vliet
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle NS Vastgoed is voornemens om in samenwerking met de gemeente Zwolle de Spoorzone te Zwolle te herontwikkelen. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 21 juli 2022) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Conclusie Onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is versterking van de water- en groenstructuur en natuurinclusieve nieuwbouw. Dit zal de betekenis van de Spoorzone voor beschermde soorten versterken. Op basis van de beschikbare informatie kan geen uitsluitsel worden gegeven over de betekenis van het plangebied voor vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermde nestplek. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is nader onderzoek nodig naar de betekenis van gebouwen voor verblijfplaatsen voor vleermuizen en vogels en wateren als vliegroute voor vleermuizen. Dit onderzoek bestaat uit meerdere rondes in het voorjaar (vogels en vleermuizen) en het najaar (vleermuizen). Uit het onderzoek moet blijken of en zo ja op welke wijze met deze soorten rekening moet worden gehouden. Indien het plangebied van betekenis is voor deze soort(en), kan voor de gebiedsontwikkeling een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
1
Het plangebied vormt leefgebied voor enkele algemeen voorkomende beschermde soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Grond- en graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep kunnen deze soorten treffen. Het gaat om soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing voor deze soorten is dus niet nodig. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.
Toelichting Plangebied Spoorzone is het gebied rond het Station Zwolle en ligt centraal in de stad. Het plangebied betreft het gedeelte van Spoorzone dat in eigendom is van de NS Stations. Het wordt aan de noordzijde begrenst door het spoor (Figuur 1). Aan de zuidzijde lopen de Hanzelaan, Noordzeelaan, Oostzeelaan en Koggelaan. Het gebied bestaat voor het grootste deel uit bedrijventerrein. Aan de oostzijde liggen enkele braakliggende percelen en kleine opstallen met een volkstuin. Langs de zuidrand van het gebied loopt een brede watergang, de Hanzesingel.
(2) (3) (1)
Figuur 1
Ligging plangebied (rood omkaderd) Spoorzone Zwolle, nummering deelgebieden zie tekst (achtergrond PDOK).
Drie deelgebieden Het plangebied is opgedeeld in drie delen (Nota van uitgangspunten): (1) De zuidelijke stationsentree: een onbebouwd voorterrein dat volledig in het teken staat van de verkeersstromen van en naar het station. Het is een driehoekvormig perceel Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
2
tussen de sporen en het nieuwe busstation, de Hanzelaan en de ‘rode’ hal. Het is grotendeels verhard (o.a. entree, parkeerplaats) Tussen de fietsenstalling en het busstation ligt een strook recent aangelegd kruidenrijk grasland als onderdeel van de toekomstige groenstructuur (zie Figuur 3). De straatbomen en bomen in gazon zijn jong en recent aangeplant (Foto’s 1).
Foto’s deelgebied 1 de zuidelijke stationsentree: entree, groene aankleding, parkeerplaats, groenstrook langs fietsenstalling.
(2) Het gebied met de werkplaatsen: een afgesloten bedrijventerrein met een cluster van industriële hallen en bedrijfsgebouwen. Het terrein is al 150 jaar in gebruik als industriegebied, en omvat oude bakstenen hallen, moderne hallen, machinegebouwen en aanbouwen. Grotendeels zijn de hallen en gebouwen in gebruik, een deel staat leeg. Aan de oostzijde worden de werkplaatsen geflankeerd door de opvallende rode hal (Foto’s 2). Het gebied van de werkplaatsen wordt omgeven door een uitgestrekte open ruimte dat vooral in gebruik is als een groot eigen parkeerterrein. Het merendeel van deze open ruimte is verhard. Het groen bestaat uit kleine boomgroepen en vakken met lage heesters. Langs de zuidrand loopt de Hanzesingel, een brede sloot met aan de zijde van het plangebied een oever met een dichte hoge rietbegroeiing en enkele hoge wilgen. De overzijde heeft een hoge betonnen rand met daarlangs hoge wooncomplexen (Foto’s 2). (3) Het oostelijke deel van Lurelui: de zone tussen het spoor en de Oostzeelaan (tot aan de Zuiderzeelaan). Aan de noordzijde van het Koggepad (de fietstunnel onder het spoor) bevindt zich de woongemeenschap Kattegat, een tijdelijk initiatief. De Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
3
woongemeenschap richt zich voor de nabije toekomst op een duurzame ontwikkeling in het plangebied waar wonen en werken wordt gecombineerd. Langs de oostrand van Kattegat loopt een smalle ondiepe sloot. Langs het Koggepad staan relatief jonge laanbomen. Een deel van het terrein, het perceel ten oosten en ten noorden van Kattegat ligt braak. Aan de noordzijde ligt een waterberging en een groot parkeerterrein. (Foto’s 3)
Foto’s deelgebied 2 de werkplaatsen: rode hal, bedrijven met parkeerplaatsen, Hanzesigngel.
Beschermde gebieden De uiterwaarden van de IJssel zijn onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken en liggen op circa 900m afstand van de Spoorzone. Het tussenliggende gebied bestaat uit hoge bebouwing (bedrijven, wooncomplexen), de provinciale weg IJsselallee (N337) en graslanden met bospercelen die aansluiten op de uiterwaarden. Er is geen sprake van directe invloed van de voorgenomen ingreep door activiteiten zoals verstoring door licht, geluid, beweging en areaalverlies. De Spoorzone heeft een functie voor werken dat wordt uitgebreid met wonen, het ligt te midden van stedelijk gebied met dezelfde functies. Een nadere toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden van de realisatie en gebruiksfase van Spoorzone (anders dan van stikstof) wordt niet nodig geacht. Een toetsing van de effecten van veranderingen in stikstofemissies valt buiten het kader van deze opdracht. Het plangebied maakt geen deel uit van en grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland. Een nee/tenzij toets wordt niet nodig geacht.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
4
Foto’s deelgebied 3 Lurelui: Kattegat met volkstuin, water op braakliggend terrein, zuidrand langs het Koggepad.
Voorgenomen ingreep In de Nota van uitgangspunten is de voorgenomen herontwikkeling op hoofdlijnen beschreven. Het plangebied krijgt een functie voor wonen en werken. Het Lurelui-gebied in het oosten wordt een relatief rustige groenstedelijke woonbuurt. Het gehele plangebied wordt autovrij. Een impressie van de herontwikkeling geeft Figuur 2.
Figuur 2
Ruimtelijk raamwerk Spoorzone (bron: Nota van Uitgangspunten)
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
5
Ten opzichte van de huidige situatie zijn de volgende ruimtelijke veranderingen van belang: • Het gebied krijgt een robuuste groenstructuur met de inrichting van een Spoorpark tussen bedrijven en het spoor (Figuur 3). • Langs de Hanzelaan wordt, als onderdeel van de water en groenstructuur, een stedelijke wadi aangelegd die aansluit op de Hanzesingel (Foto’s deelgebied 2). De Hanzesingel wordt voorzien van een natuurvriendelijke oevers met flauw oplopend talud. • Het groen met braakliggende grond in Lurelui wordt heringericht met (natuurinclusieve) woningen met ene groenstrook langs het spoor en langs de Hanzesingel. Op basis van deze veranderingen wordt rekening gehouden met de volgende werkzaamheden: grondwerkzaamheden, verwijderen van groen en verharding, dempen van water (sloot Lurelui), sloop, transformatie en nieuwbouw.
Spoorpark
Figuur 3
Toekomstige groen- en waterstructuur (bron: Nota van Uitgangspunten)
Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
6
Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 20 juli en 18 augustus 2022. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. drie km om het plangebied, waarbij de rand van stedelijke bebouwing als grens is aangehouden, en gegevens tot vijf jaar oud. Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie (zie literatuurlijst). Het plangebied is op 21 juli 2022 bezocht. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc). Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Functie van het plangebied voor beschermde soorten Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, braakliggende grond, gazon, kruidenrijk grasland en enkele boomgroepen. De (mogelijke) betekenis van het plangebied voor beschermde soorten is hieronder per soortgroep beschreven.
Planten Uit het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde planten bekend. Uit de omgeving is wilde ridderspoor (Beschermingsregime andere soorten) bekend (NDFF). Wilde ridderspoor is aangetroffen op een terrein tussen de Blaloweg en de A28 op ruim een kilometer van het plangebied. Wilde ridderspoor is te vinden op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het plangebied vooral bestaat uit verharding, enkele braakliggende percelen, en vakken met lage heesters en ingezaaid kruidenrijk gras. Er zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde plantensoorten. Ongewervelden Uit het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde ongewervelden bekend. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van de nachtvinder teunisbloempijlstaart (Beschermingsregime Habitatrichtlijn) en van de dagvlinders grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en sleedoornpage en van de libellen beekrombout en kempense heidelibel (Beschermingsregime andere soorten) (NDFF). Teunisbloempijlstaart is een soort van open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De Spoorzone en omgeving voldoet niet aan dit habitat.
De soort is in 2020 tweemaal waargenomen in het centrum van Zwolle op 1 km ten noorden van het plangebied. Het is gelet op de habitatkenmerken en incidentele waarnemingen aannemelijk Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
7
dat het om zwervende exemplaren gaat. In het plangebied en omgeving is geen geschikt habitat voor deze soort aanwezig. Ook kleine ijsvogelvlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder en sleedoornpage zijn soorten van (veelal) vochtige bossen. Dit habitat is niet aanwezig. De sleedoornpage lijkt de laatste jaren steeds vaker in tuinen en parken in stedelijk gebied voor te komen. In de omgeving van het plangebied wordt de soort veel bij de bomen langs de IJsselallee (N337) waargenomen. De sleedoorn als waardplant is in het plangebied niet aanwezig. Beekrombout is een soort van ondiepe traag stromende wateren, de kempense heidelibel is een soort van ondiep water met moerasvegetatie. Voor beide soorten ontbreekt geschikt habitat in het plangebied. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde ongewervelden. Vissen Uit het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend. Uit de omgeving is één waarnemingen bekend van grote modderkruiper (Beschermingsregime andere soorten). Deze komt van een water buiten de stedelijke bebouwing langs de graslanden die grenzen aan de uiterwaarden (NDFF). In het plangebied komen geen wateren met verlandingzones voor die van betekenis kunnen zijn voor grote modderkruiper. Het water langs de zuid en oost rand betreft een breed stedelijk water.
Het is niet geschikt voor beschermde vissoorten. In Lurelui ligt een smalle ondiepe watergang die kort voor het veldbezoek recent gemaaid en geschoond was. Het water was daarvoor waarschijnlijk geheel begroeid met riet. Het deel in het braakliggende terrein kon goed visueel geïnspecteerd worden op vis. Er is geen vis in waargenomen. Het zuidelijk deel ligt aan weerzijde tussen dichte hoog opgaande bomen en struiken en is niet goed toegankelijk. Het is niet uitgesloten dat hier vis in voorkomt. Het water bevat echter nauwelijks waterplanten, er is alleen (weinig) kroos in aangetroffen, het is ondiep en deels sterk beschaduwd en een oevervegetatie ontbreekt. Als gevolg van de kenmerken, het geïsoleerde karakter en de ligging te midden van stedelijk gebied wordt een functie voor beschermde soorten vis uitgesloten. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde soorten vissen. Amfibieën Uit het plangebied en omgeving zijn geen waarnemingen van amfibieën bekend (NDFF). Het water langs de zuid en oost rand is deels beschoeid en bevat deels oeverplanten. Een geschikte oeverzone voor amfibieën is echter afwezig. De smalle watergang in Lurelui is in potentie geschikt voor in stedelijk gebied algemeen voorkomende soorten amfibieën als kleine watersalamander, bastaardkikker en gewone pad.
Deze zijn tijdens het veldbezoek echter niet aangetroffen. Voor het slecht toegankelijke zuidelijke deel van het water kan een functie als voortplantingswater voor kleine watersalamander niet worden uitgesloten. Voor een strikt beschermde soort als de rugstreeppad is het plangebied ongeschikt door de ligging te midden van het stedelijk gebied en ontbreken van voor de rugstreeppad geschikt voortplantingswater.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
8
Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat betekenis van het plangebied voor kleine watersalamander niet kan worden uitgesloten. Voor andere beschermde amfibieënsoorten heeft het plangebied géén betekenis. Voor kleine watersalamander geldt een vrijstelling voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Reptielen Uit Zwolle is een enkele incidentele waarneming van ringslang bekend. Zwolle en omgeving is geen leefgebied voor reptielen. De meest nabij gelegen populatie is die van ringslangen op enkele kilometers ten oosten van Zwolle (NDFF). Het plangebied heeft geen betekenis voor reptielen. Grondgebonden zoogdieren Uit het plangebied is één waarneming van een egel bekend van de Oostzeelaan bij Lurelui. Het groen en de volkstuin rond ‘Kogge’ bij Lurelui biedt geschikt habitat voor egel (zie Foto’s deelgebied 3). Van andere grondgebonden zoogdiersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt, zijn geen waarnemingen uit het plangebied bekend. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van bever en otter (Beschermingsregime Habitatrichtlijn) en van eekhoorn, boom- en steenmarter, bunzing en wezel (Beschermingsregime andere soorten) (NDFF). Voor bever en otter bevatten de uiterwaarden langs de IJssel geschikt habitat. De Spoorzone bevat een watergang (Hanzesingel) maar in de huidige situatie is er nauwelijks groen aanwezig.
Hoewel niet kan worden uitgesloten dat dieren via de watergang het plangebied bezoeken, beide soorten worden soms binnen stedelijk gebied waargenomen, biedt de Spoorzone mede met de ligging te midden van het stedelijk gebied biedt geen geschikt leefgebied voor bever en otter. Ook voor marterachtigen is geen geschikt leefgebied aanwezig. De enkele boomgroepen die in het plangebied aanwezig zijn en het groen rond Kogge bij Lurelui, zijn te klein om betekenis te hebben voor verblijfplaatsen en jachtgebied. De braakliggende terreinen bij Lurelui zijn schaars begroeid, muizengangen en andere holen ontbreken, ze vormen geen geschikte jachtplekken er zijn geen verblijfplaatsen. Dit in combinatie met het grotendeels verharde karakter van het plangebied en de sterk stedelijke omgeving maakt Spoorzone niet geschikt als onderdeel van het leefgebied van marterachtigen. De waarnemingen van eekhoorn komen van omliggende groenstructuren als het Prins Clauspark en Spoolderbos. In het plangebied ontbreken geschikte boomopstanden voor eekhoorn. Het groen bij Lurelui en de begroeide oevers langs het water aan de zuidkant van het plangebied is geschikt voor kleine zoogdieren van stedelijk gebied zoals als veldmuis, bosmuis en huisspitsmuis.
Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling Het plangebied vormt (geschikt) leefgebied van algemeen voorkomende soorten zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
9
Vleermuizen Uit het plangebied zijn geen waarnemingen van vleermuizen bekend. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis (NDFF). De opstallen in Lurelui en een groot deel van de bedrijven zijn weinig geschikt voor vleermuizen. De muren zijn veelal opgetrokken uit plaatmateriaal en spleten en kieren die geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen vormen zijn niet waargenomen. Het is echter gezien de omvang van het plangebied en sterk wisselende bebouwing, waaronder enkele bakstenen gebouwen, niet uitgesloten dat er verblijfplaatsen aanwezig zijn. Deze zijn met een visuele inspectie niet uit te sluiten. De bomen langs het water in Lurelui bestaan uit vitale hoog opgaande wilgen en els. Er zijn geen zichtbare spleten of holten aangetroffen. De bomen staan dicht op elkaar en stonden dicht in blad waardoor de visuele inspectie geen zekerheid geeft om verblijfplaatsen uit te kunnen sluiten. In het plangebied zijn geen grote groenstructuren aanwezig die van betekenis kunnen zijn als jachtgebied voor vleermuizen. Aan de zuidrand van het plangebied, tussen de Noordzeelaan en Hanzelaan, loopt een brede watergang. Het water ligt beschut tussen de hoge bebouwing aan het zuiden en een begroeide oeverzone met hoog opgaande bomen aan het noorden.
Het water vormt een geschikt jachtgebied voor vleermuizen van stedelijk gebied. Het sluit o.a. via het water aan de oostzijde van het plangebied aan op andere wateren in de omgeving. Het water aan de zuidzijde kan samen met het water aan de oostzijde een functie hebbe als vliegroute voor vleermuizen met een verblijfplaats in het stedelijk gebied. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat een betekenis van het plangebied voor vleermuizen niet kan worden uitgesloten. De bebouwing kan betekenis hebben als verblijfplaatsen voor één of meerdere soorten, van stedelijk gebied zoals gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger. De watergangen kunnen betekenis hebben als jachtgebied en vliegroute. Vogels Uit het plangebied zijn geen waarnemingen van nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplek bekend. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van soorten als buizerd, boomvalk, slechtvalk, ransuil en huismus en gierzwaluw (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats 1 vastgesteld in het plangebied. De bomen langs het water in Lurelui bestaan uit vitale hoog opgaande wilgen en els. Er zijn geen nesten waargenomen.
De bomen staan echter dicht op elkaar en stonden dicht in blad waardoor de visuele inspectie geen Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.
1
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
10
zekerheid geeft om verblijfplaatsen uit te kunnen sluiten. De bomen op het bedrijventerrein staan veelal geïsoleerd en in verharding en zijn niet geschikt voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De opstallen in Lurelui zijn niet geschikt voor gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw. Het grootste deel van de bedrijven heeft platte daken en gevels zonder zichtbare spleten en zijn weinig geschikt voor gebouwbewonende soorten. Het is echter gezien de omvang van het plangebied en sterk wisselende bebouwing niet uitgesloten dat er enkele verblijfplaatsen aanwezig zijn. Deze zijn met een visuele inspectie niet uit te sluiten. Met het sterk versteende karakter van plangebied en het weinige groen is de betekenis van het plangebied voor algemene broedvogels van stedelijk gebied beperkt. Dit neemt niet weg dat de gebouwen en groenstructuren nestgelegenheid vormen voor algemene broedvogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. Effecten van de ingreep Bij de herontwikkeling van het plangebied moet rekening worden gehouden met de egel en de mogelijke functie van het plangebied voor vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest. Met de eventuele sloop en transformatie van bedrijfsgebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest worden aangetast.
Met de herinrichting van Lurelui kunnen verblijfplaatsen van egel worden aangetast. Als gevolg van de herontwikkeling neemt het oppervlak verharding af ten gunste van het oppervlak groen o.a. door realisatie van het Spoorpark en versterking van het groen rond de Hanzesingel (Figuur 2, Figuur 3). De potenties van gebouwen voor vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest nemen hierdoor toe, wat een gunstig effect is. In de Nota van Uitgangspunten is aangegeven dat nieuwbouw natuurinclusief wordt, o.a. met voorzieningen voor gebouwbewonende vleermuizen en vogels. Door bij nieuwbouw en transformatie met deze potenties rekening te houden ontstaan goede mogelijkheden de functies van het plangebied voor deze soorten te versterken. Onderdeel van de herontwikkeling is de realisatie van een wadi aan noordzijde van de watergang in aansluiting op Hanzesingel en realisatie van natuurvriendelijke oevers langs de Hanzesingel. Dit zal een positief effect hebben op de mogelijke functie van de watergang als jacht- en vliegroute voor vleermuizen. De functie van de watergang als mogelijke jacht- en vliegroute blijft behouden en kan als gevolg van de vergroening van de Spoorzone (Figuur 3) versterkt worden. Het huidige plangebied heeft een beperkte betekenis voor amfibieën, kleine zoogdieren en broedvogels van stedelijk gebied.
De betekenis van het plangebied voor deze soorten kan als gevolg van de vergroening van de Spoorzone (Figuur 3) versterkt worden.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
11
Beoordeling van effecten in het kader van de Wnb Voor werkzaamheden in het kader van de herinrichting van Lurelui zal ontheffing voor egel nodig zijn (art 3.10 lid 1b). Ook voor vleermuizen en vogels, met een jaarrond beschermd nest kan een ontheffing nodig zijn. Op basis van de beschikbare informatie kan echter geen uitsluitsel worden gegeven over de functies van het plangebied voor vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermde nestplek. Deze informatie is nodig om te bepalen of en zo ja voor welke soorten een ontheffing nodig is, welke verbodsbepalingen worden overtreden en welke maatregelen in dit kader nodig zijn. Randvoorwaarden Wnb • Bij het verwijderen van beplanting moet rekening worden gehouden met broedvogels van stedelijk gebied. Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus.
Nader onderzoek Aanbevolen wordt een ontheffing aan te vragen voor egel, vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermde nestplek nadat uit nader onderzoek duidelijk is voor welke soorten naast egel een ontheffing moet worden aangevraagd. Om als basis te kunnen dienen voor een ontheffingsaanvraag van de Wet natuurbescherming dient het vaststellen van zomer-, kraam-, paar- en winterverblijven van vleermuizen en broedvogels met een jaarrond beschermd nest worden uitgevoerd. Waarnemingen van andere soorten, zoals de egel, worden hierin meegenomen. Het vleermuisonderzoek volgens het vleermuisprotocol 2021 bestaat in totaal uit zes bezoekronden in de periode mei t/m september: • 1x in ochtend en 2x ’s avonds (i.v.m. laatvlieger) in periode half mei- half juli. • 3x s‘avonds in najaar (augustus – september) zwermen massawinterverblijf en paarverblijfplaatsen. Het onderzoek naar broedvogels met een jaarrond beschermd nest bestaat uit drie bezoekronden in het voorjaar.
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
12
Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met G. F.J. Smit.
Akkoord voor uitgave:
Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv drs. F. van Vliet
Paraaf:
Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / NS Vastgoed Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Notitie quickscan Spoorzone Zwolle
13