Bijlage 2 Regeling Faciliterende en presenterende instellingen cultuur.pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 31 Corona-noodsteun faciliterende en presenterende instellingen cultuur Artikel 31.1 Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1. Faciliterende instelling: een instelling die een faciliterende rol speelt in de culturele infrastructuur van Zwolle, bijvoorbeeld door het verhuren van atelierruimte of repetitieruimte aan makers van artistieke producten of diensten, of door het verhuren van ruimten met een sterke cultuurhistorische waarde of het aanbieden van diensten die bijdragen aan het uitdragen van de cultuurhistorie van Zwolle; 2. Presenterende instelling: een instelling die binnen de culture infrastructuur van Zwolle bijdraagt aan het presenteren van artistieke producten en uitingen; 3. Het college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel 31.2 Subsidiedoel Het verstrekken van subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel: Bij te dragen aan de geleden exploitatieschade als gevolg van de Corona-crisis onder faciliterende of presenterende instellingen en hen hiermee in staat te stellen de reguliere activiteiten zo veel mogelijk voort te zetten en daarmee hun rol binnen de culturele infrastructuur van Zwolle te behouden ten gunste van het culturele klimaat. Artikel 31.3 Subsidieaanvrager De subsidie kan alleen worden aangevraagd door: 1.
Instellingen zoals omschreven in artikel 31:1 lid 1 en 2 die hun hoofdactiviteiten uitvoeren in Zwolle en een rechtspersoon zijn. Artikel 31.4 Subsidiecriteria 1. Uit de exploitatierekening van de instelling over de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd, blijkt een financieel tekort als gevolg van de corona-crisis; 2. Indien subsidie aangevraagd wordt voor een lopend boekjaar; een realistische inschatting van de voorlopige resultaten van de exploitatierekening over het lopende boekjaar; 3. De instellingen heeft aantoonbaar maatregelen getroffen om het exploitatietekort ontstaan door de corona-crisis te beperken. Artikel 31.5 Niet subsidiabel Niet subsidiabel zijn: 1. Instellingen die een financiële bijdragen hebben ontvangen van het Rijk uit een steunpakket specifiek bedoeld voor de culturele sector, zoals aangekondigd in de Kamerbrief Aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector (d.d. 15 april 2020 met kenmerk: 24085813) of naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur over het toekennen van een overbruggingssubsidie (brief met kenmerk RVC.2020-1582 d.d. 6 november 2020); 2. Instellingen waarvan meer dan 65% van hun inkomsten op jaarbasis bestaat uit structurele subsidie van de gemeente Zwolle. Artikel 31.6 Subsidiemethodiek 1.
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de hoogte van het negatieve resultaat op de exploitatierekening van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft; 2. In het geval het totaal aan ingediende aanvragen het vastgestelde subsidieplafond voor deze regeling overschrijdt, wordt berekend met welk percentage de aanvragen het subsidieplafond overschrijden. Dit percentage wordt vervolgens toegepast op het bedrag dat in de aanvraag wordt benoemd zodat het aangevraagde bedrag met dit percentage naar beneden wordt bijgesteld en als basis voor de subsidieverlening dient. Met als resultaat dat het totaal aan te verstrekken subsidies binnen het maximaal totaal beschikbaar budget blijft;
3. Het aan te vragen subsidiebedrag dient te worden gespecificeerd per boekjaar; aanvrager kan een aanvraag indienen voor de schade zoals omschreven in artikel 31.4 lid 1 over een afgerond boekjaar en/of over een lopend boekjaar. Artikel 31.7 Subsidieplafond Het college stelt het subsidieplafond voor de uitvoering van deze subsidieregeling vast. Artikel 31.8 Subsidieaanvraag 1. Het college stelt de datum waarop de aanvragen moeten zijn ingediend vast; 2. Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen nadat de indieningsdatum zoals bedoeld in het eerste lid is verstreken. Een aanvraag die na deze datum wordt ingediend wordt niet in behandeling genomen; 3. Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen indien bij de aanvraag de volgende documenten zijn bijgevoegd: a. Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. Oprichtingsstatuten; c. Recent uittreksel Kamer van Koophandel; d. Voor een subsidieaanvraag over een tekort op de exploitatierekening van een afgerond boekjaar: de jaarrekeningen van de twee meest recent afgesloten boekjaren goedgekeurd door het bestuur, raad van toezicht of algemene ledenvergadering waarin decharge wordt verleend aan de penningmeester; i.
Voor subsidieaanvragen vanaf in totaal 30.000 euro geldt daarnaast dat afhankelijk van het aangevraagde bedrag de jaarrekeningen dienen te worden voorzien van een accountantsverklaring van het type zoals omschreven in artikel 1:22 lid 4, 5 en 6 van de Algemene Subsidie Verordening; e. Voor subsidieaanvragen over een tekort op de exploitatiebegroting voor een lopend boekjaar: de jaarrekeningen van de twee meest recente afgesloten boekjaren en een voorlopige exploitatiebegroting van het boekjaar waarover subsidie aangevraagd wordt, goedgekeurd door het bestuur, raad van toezicht of algemene ledenvergadering; i. Aanvrager dient hiervoor gebruik te maken van het begrotingsformulier dat als bijlage bij het aanvraagformulier wordt gevoegd; ii. Voor aanvragen vanaf in totaal 30.000 euro moet daarnaast ook worden aangeleverd: Een toelichting op het begrote tekort van het lopende boekjaar. Artikel 31.9 Subsidieverlening en - vaststelling 1. Het college neemt binnen 8 weken na de door het college vastgestelde uiterste indieningsdatum een besluit over de aanvraag; 2. De in het eerste lid genoemde termijn kan met ten hoogste vier weken worden verlengd; 3. Bij een subsidieverlening over een afgerond boekjaar vindt de subsidieverlening plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling; 4.
Bij een subsidieverlening over een lopend boekjaar tot 30.000 euro vindt de subsidieverlening plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling; 5. Bij een subsidieverlening over een lopend boekjaar vanaf 30.000 euro dient de instelling binnen 4 maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag in tot subsidievaststelling in, welke moet bestaan uit het aanvraagformulier subsidievaststelling en een jaarrekening van dat boekjaar. De jaarrekening dient afhankelijk van het aangevraagde subsidiebedrag te worden voorzien van een accountantsverklaring van het type zoals omschreven in Afdeling 1.5, Artikel 1:22 lid 4, 5, 6 en 7 van de Algemene subsidieverordening; 6. Het college beslist binnen 6 maanden op een volledige aanvraag tot subsidievaststelling.
Artikelsgewijze toelichting: Artikel 31.4 lid 3: Onder ‘maatregelen’ worden verstaan een lastenverlichting enerzijds en een aantoonbaar beroep op het eigen vermogen anderzijds.