Bijlage 2 Etfal Motivering Energieweg 30C1
Tekst van het document
Een bopa kan, gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie, andere waarden bevatten dan de standaardwaarden. Dit mag niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden. Een bopa bepaalt dat in het Bkl benoemde activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken niet worden verricht. Een bopa bepaalt verder dat de waarden die het bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten niet van toepassing zijn op onder andere onversterkt menselijk stemgeluid. Het Bkl bevat een aantal mogelijkheden tot flexibiliteit, waarmee onder bepaalde omstandigheden en criteria met een bopa afgeweken kan worden van de standaardwaarde. Paragraaf 5.1.4.2a Bkl betreft geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Deze is van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan en dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: a. wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds; b. lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; en c. verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde.
Er zijn meerdere subparagrafen: • Geluid door industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: Bij omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld. Bij omgevingsplan worden in ieder geval als omgevingswaarden geluidproductieplafonds vastgesteld rondom industrieterreinen waar in het Bkl bepaalde activiteiten kunnen worden verricht die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. De begrenzing van een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, wordt vastgelegd in het omgevingsplan. En een omgevingsplan bevat regels over activiteiten gericht op het voldoen aan de geluidproductieplafonds. • Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: Bij een bopa wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op bestaande en toegelaten geluidsgevoelige gebouwen. Daarbij wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld. Een bopa moet erin voorzien dat het geluid door
46/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
•
•
•
de (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Een bopa dat de aanleg of wijziging (zoals gedefinieerd in art. 5.78 j Bkl) van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de respectievelijke standaardwaarden. Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan een bopa meer geluid dan de grenswaarden toelaten. Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Hierbij dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld te worden. Een bopa dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat voorziet erin dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door toepassing te geven aan de standaardwaarden. Een bopa voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde. Een bopa dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan onder voorwaarden erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, mits niet hoger dan de bepaalde grenswaarde.
In bepaalde omstandigheden kan een bopa erin voorzien dat de grenswaarde wordt overschreden (o.a. bij vervangende nieuwbouw, functiewijziging, zwaarwegende belangen). Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer Een bopa dat een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op een (spoor)weg voorziet erin dat het geluid door die (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 1,5 dB toeneemt als gevolg van die toename van de verkeersintensiteit. Onder voorwaarden kan zo’n bopa erin voorzien dat het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt, mits niet hoger dan de bepaalde grenswaarde. Zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen kunnen aanleiding zijn meer geluid dan de grenswaarde toe te laten. Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht In een bopa, dat een wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg en industrieterrein toelaat welke gevolgen heeft voor die geluidoverdracht, wordt voor geluidgevoelige gebouwen die als gevolg van die wijziging een significante toename van geluid ondervinden bepaald of geluidbeperkende of -werende maatregelen worden getroffen.
Gemeente Omgevingsvisie Er zijn functies die geluidshinder veroorzaken, zoals bedrijvigheid en verkeer, en functies die gevoelig zijn voor geluid, zoals wonen, onderwijs en zorg. De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen stelt dat de voortdurende balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidshinder veroorzakende functies enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid in gebieden met geluidsgevoelige functies anderzijds in de toekomst een belangrijke afweging blijft om bij plan- en beleidsvorming mee te nemen. Rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle liggen geluidzones. Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. Deze geluidzones behouden we en worden gerespecteerd bij ruimtelijke ontwikkelingen omdat ze van belang zijn voor de economische ontwikkeling en een gezond leefklimaat. Geluid speelt een belangrijke rol rondom de infrastructuur, waarbij met name de A28 een belangrijke rol speelt. Ook het verkeer op de ring van Zwolle is een belangrijk aandachtspunt voor de leefgebieden rondom deze infrastructuur. In het invloedgebied van de belangrijkste infrastructuur zal bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden worden met geluid om de leefbaarheid in de gebieden en de gezondheid van bewoners te waarborgen.
Beleid Geluid
47/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu, gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden per gebiedstype genoemd.
8.6.2 Beoordeling Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van wegen en spoorwegen. Naar deze aspecten heeft onderzoek plaatsgevonden. De resultaten zijn als bijlage 6 opgenomen. De van de gezamenlijke gemeentelijke wegen afkomstige geluidsbelasting, bedraagt maximaal 39 dB [Lden]. Hierbij kan worden geconcludeerd dat de maximale geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer op de gemeentelijke wegen in de directe omgeving van het plangebied, de toelaatbare standaardwaarde van 53 dB [Lden] op geen enkel beoordelingspunt zal overschrijden. Ook de gezamenlijke resultaten van alle spoorwegen dienen energetisch bij elkaar te worden opgeteld om te kunnen worden gebruikt in het uit te werken overzicht voor het bepalen van de optredende gezamenlijke geluidbelasting voor het vaststellen van de maximaal optredende geluidbelasting afkomstig van alle geluidbronsporen gezamenlijk. In onderstaande tabel zijn de berekende maatgevende geluidsbelastingen weergegeven ten gevolge van het railverkeer op de gezamenlijke spoortrajecten. Het gezamenlijke geluid afkomstig van het railverkeer op de geprojecteerde voor geluidsgevoelige bebouwing bedraagt maximaal 52 dB. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de optredende geluidsbelastingen als gevolg van het gezamenlijke railverkeer, de toelaatbare standaardwaarde van 55 dB [Lden] op geen enkel beoordelingspunt zal overschrijden.
Bij het toelaten van een geluidgevoelige bestemming legt het bevoegd gezag, overeenkomstig het gestelde in artikel 5.78ad Bkl, de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast. In het bijgaande onderzoek is het gezamenlijke geluid per geprojecteerde woonbestemming uitgewerkt. Deze is samengevat in de onderstaande tabel.
Warmtepompen In het kader van het plan is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische effecten van warmtepompen. Het onderzoek is als bijlage 7 opgenomen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat zowel bij de toetsing van de ruimtelijke inpassing als bij de toetsing aan het gestelde in het Bouwbesluit, uitgaande van een maximaal geluidvermogen van de warmtepompen van 68 dB(A), sprake is van een overschrijding van 7 dB(A). Dit houdt in dat wanneer er warmtepompen met een geluidvermogen van 61 dB(A) zou worden toegepast, zowel wordt voldaan aan het gestelde in het kader van het Bouwbesluit als met betrekking tot de ruimtelijke inpassing. Wanneer er warmtepompen worden toegepast met een hoger geluidvermogen, bijvoorbeeld LW 70 dB(A), dan dient er voor de buitenunit een geluid reducerende omkasting te worden aangebracht met een geluidreductie van ten minste 9 dB(A). De momenteel in de markt aangeboden geluid reducerende omkastingen, kunnen het geluid met 9-17 dB(A) reduceren [bijvoorbeeld omkasting van Merford]. Dit houdt in dat wanneer de warmtepompen worden opgesteld op de in dit onderzoek aangegeven plaatsen
48/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
er, daar waar nodig voorzien worden van een geluid reducerende omkastingen, voldaan kan worden aan de gestelde geluideisen in het Bouwbesluit en er tevens sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woonbestemmingen.
8.6.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor geluid.
8.6.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp geluid geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Wat betreft de beoordeling van het geluid afkomstig van warmtepompen c.q. de technische beoordeling daarvan, dient hiervoor een kwaliteitsborger ingeschakeld te worden.
8.7
Luchtkwaliteit
8.7.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij luchtkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op de kwaliteit van de buitenlucht. Paragraaf 5.1.4 Bkl geeft onder andere aandachtsgebieden aan waarbinnen omgevingswaarden over stikstofdioxide en fijnstof in acht moeten worden genomen. Onder meer bij het toelaten van activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl. Dit is in ieder geval zo bij het toelaten van onder andere gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°.
twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. Naast de externe werking van nieuwe initiatieven op de luchtkwaliteit in de omgeving is ook de interne werking van de luchtkwaliteit in de omgeving op nieuwe initiatieven van belang. Relevant bij deze interne werking zijn de in paragraaf 2.2.1 Bkl opgenomen omgevingswaarden. Gemeente Omgevingsvisie Zwolle wil aldus de Omgevingsvisie, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit.
8.7.2 Beoordeling De bijdrage van de ontwikkeling aan de Energieweg 30 aan de luchtkwaliteit is klein.
49/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) Ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 (artikel 2.4 en 2.5 Bkl). Het plan zelf draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast valt de locatie niet binnen een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit zoals genoemd in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Verder liggen er ook geen andere grote bronnen van luchtverontreiniging die van invloed zijn op de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (bron: Atlas Leefomgeving).
8.7.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor luchtkwaliteit.
8.7.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp luchtkwaliteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.8
Trillingen
8.8.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij trillingen gaat het om instructieregels gericht op het beschermen tegen negatieve effecten door trillingen. Paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl is op hoofdlijnen van toepassing op het toelaten op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan. En op het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Onder andere binnen gebouwen toegelaten woonruimten zijn trillinggevoelig. Geacht wordt bij een bopa rekening te houden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Een bopa voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.
Aan die aanvaardbaarheid wordt voldaan door bij de bopa toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten en herhaald voorkomende trillingen in trillinggevoelige ruimten. Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden kan de bopa een hogere grenswaarde bevatten, mits de grenswaarden niet worden overschreden. Lagere waarden zijn ook mogelijk. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan ook meer trilling worden toegestaan dan de grenswaarden. Gemeente Omgevingsvisie Trillingen treden op als gevolg van met name spoorvervoer. Deze kunnen in sommige gevallen leiden tot hinder of schade aan gebouwen. Om trillinghinder en –schade te voorkomen houden we rekening met dit aspect bij ontwikkelingen binnen 200 meter van het spoor.
50/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
8.8.2 Beoordeling De nieuwe woningen liggen op circa 160 meter de spoorlijn Zwolle - Deventer. In het algemeen moet binnen een afstand van 100 meter van het spoor het risico op trillinghinder worden beoordeeld. Gezien de afstand tussen het plangebied en het spoor is er geen noodzaak om onderzoek uit te voeren naar het effect van trillingen.
8.8.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor trillingen.
8.8.4 Uitgangspunten omgevingsvergunningen Er is vanuit het onderwerp trillingen geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.9
Geur
8.9.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij geur gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden dient te worden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen, zoals gebouwen met een woonfunctie. Een bopa voorziet erin dat geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Aan die aanvaardbaarheid wordt voldaan door bij de bopa toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden op een geurgevoelig gebouw. Onder bepaalde omstandigheden kan een hogere of lagere grenswaarde aanvaardbaar zijn. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan een hogere waarde worden toegestaan dan de grenswaarden. Activiteiten waarvoor deze regels gelden zijn onder andere het exploiteren van zuiveringtechnische werken, het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf en andere agrarische activiteiten.
Een bopa dat regels bevat op grond van subparagraaf 5.1.4.6.2, 5.1.4.6.3 of 5.1.4.6.4 van het Bkl wijst een of meer bebouwingscontouren geur aan2. Zo’n bopa wijst een bebouwingscontour geur aan rond stedelijk gebied3. Stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen kan binnen de bebouwingscontour worden opgenomen. Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat het thema geur met name in het landelijk gebied speelt en een aandachtspunt is bij de verdere functiemenging van dit gebied en de verweving 2 Artikel 12.27b en 12.14 Bkl geeft een overgangsregeling. 3 Definitie stedelijk gebied (bijlage Bkl): op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse
omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen.
51/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) tussen stad en land. We zoeken naar de juiste balans tussen bedrijven met geurhinder en bescherming van geurgevoelige functies anderzijds.
8.9.2 Beoordeling Het projectgebied is gelegen in stedelijk gebied. Het onderdeel geur is dan ook niet relevant voor dit project. Er bevinden zich geen agrarische bedrijven of geur veroorzakende inrichtingen in de nabijheid van het projectgebied.
8.9.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor geur.
8.9.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp geur geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.10 Externe veiligheid 8.10.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij externe veiligheid gaat het om instructieregels gericht op het waarborgen van de veiligheid. Artikel 5.2 Bkl geeft aan dat bij een bopa voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden dient te worden met: het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Paragraaf 5.1.2 Bkl geeft instructieregels als met een bopa beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden toegestaan.
Dit in verband met externe veiligheidsrisico van toegelaten activiteiten in de omgeving, zoals: • Opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen De regels hierover zijn ook van toepassing bij op het op een locatie toelaten van bepaalde milieubelastende activiteiten in verband met het externe veiligheidsrisico voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan. Bij een bopa wordt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar (bij zeer kwetsbaar en kwetsbaar) danwel moet er rekening mee gehouden worden (bij beperkt kwetsbaar). Daar wordt in ieder geval aan voldaan door inachtneming van de afstanden voor de activiteiten zoals opgenomen in de bijlagen van het Bkl. In bepaalde omstandigheden kan bij een bopa hiervan worden afgeweken. Brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden zijn de locaties die bij een bopa kunnen worden aangewezen als op die locaties een brandaandachtsgebied, respectievelijk een explosieaandachtsgebied is toegelaten. Bij een bopa worden brandaandachtsgebieden en
52/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
•
•
•
explosieaandachtsgebieden aangewezen als brandvoorschriftengebied en explosievoorschriftengebied4. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgezien. Bij een bopa wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Als een bopa binnen een aandachtsgebied in het Bkl bepaalde regels opneemt wordt daar in ieder geval aan voldaan. Een risicogebied externe veiligheid is de locatie die bij een bopa kan worden aangewezen, als binnen het gebied bepaalde activiteiten als bedoeld in bijlage VII van het Bkl worden toegelaten. Bij een bopa wordt op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000. Daar wordt in ieder geval aan voldaan door inachtneming van de afstanden voor de activiteiten zoals opgenomen in de bijlagen van het Bkl. Voor zover een bopa van toepassing is op een risicogebied externe veiligheid worden alleen onder voorwaarden beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen toegelaten. Zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan.
Buisleidingen voor gevaarlijke stoffen Voor zover een bopa van toepassing is op een belemmeringengebied buisleiding laat een bopa geen (zeer) kwetsbare gebouwen toe en moet worden gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad bij het toelaten van bepaalde andere bouwwerken en activiteiten. Opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk Bij een bopa worden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties bepaalde afstanden in acht genomen. Een bopa laat binnen een explosieaandachtsgebied vuurwerk geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties toe. Onder voorwaarden kan een bopa dit alsnog toestaan. Bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten. Bij een bopa worden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties bepaalde afstanden in acht genomen. Een bopa laat binnen een civiel explosieaandachtsgebied bepaalde gebouwen, locaties en activiteiten niet toe, tenzij de aangegeven uitzonderingen zich voordoen of de genoemde criteria in acht worden genomen. Voor militaire explosieaandachtsgebieden zijn soortgelijke regels van toepassing.
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Paragraaf 4.10.4 van de verordening geeft instructieregels voor bopa’s die ontwikkelingen mogelijk maken, over externe veiligheid. Gericht op het beperken van negatieve effecten op de woon-, werk- en leefomgeving bij calamiteiten bij transport over wegen van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. En gericht op het kunnen blijven functioneren van essentiële functies en gebouwen in het geval van een crisis, ramp of andere calamiteit. Gemeente Omgevingsvisie Externe veiligheid betreft de risico's als gevolg van het vervoer, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. In Zwolle zijn met name de hoofdtransportassen door de stad van belang. Het gaat om de A28 en het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn. Bij de ontwikkeling rondom de genoemde assen, bedrijven en activiteiten houden we rekening met de risico's door de functies die daar worden toegestaan door middel van onder andere de afstand en de mogelijkheden voor ontvluchting en bestrijding. De gemeente Zwolle garandeert daarbij de basis-veiligheid voor haar inwoners. Onder basisveiligheid in het kader van externe veiligheid wordt verstaan:
4 Artikel 12.27c Bkl geeft een overgangsregeling
53/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) • Er wordt altijd voldaan aan normen voor plaatsgebonden risico; • Er wordt gebiedsgericht invulling geven aan groepsrisicobeleid welke worden opgenomen in het omgevingsplan; • Veiligheidsdoelstellingen passen bij de typering van het gebied; • Er wordt zoveel mogelijk geanticipeerd op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle. Het doel is het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Beleid externe veiligheid Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Voor stroomzones, de gebieden binnen de invloedzones van routes gevaarlijke stoffen, is binnen het beleidskader een specifieke afwegingsmethodiek geformuleerd.
8.10.2 Beoordeling In het kader van de beoogde ontwikkeling is op 21 december 2023 onderzoek gedaan naar omgevingsveiligheid. Uit het onderzoek is gebleken dat voor geen van de risicobronnen (spoor, IJsselallee en de zendmast van de KPN) nader onderzoek nodig is. De wetgeving op het gebied van externe veiligheid is gewijzigd. Daarom is het onderzoek uit 2023 op 21 mei 2024 geactualiseerd (zie bijlage 8). De risicobronnen in de omgeving van de planlocatie aan de Energieweg 30 in Zwolle zijn geïnventariseerd en beoordeeld. Hieruit is gebleken dat voor geen van de risicobronnen nader onderzoek nodig is. De veiligheidsregio heeft advies uitgebracht over de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het advies van de veiligheidsregio wordt overgenomen in de vergunning.
8.10.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 3 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor externe veiligheid.
8.10.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp externe veiligheid aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Het betreft de volgende maatregelen: -
-
De nieuwe woningen te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de aanwezigen bij een incident waarbij een giftige stof vrijkomt (of bij een brand in de directe omgeving) veilig binnen schuilen. Dit type ventilatie is onder de Omgevingswet verplicht voor nieuwbouw; De toekomstige bewoners vooraf voor te lichten over de risico’s die zij lopen en wat ze bij een incident zelf kunnen doen
54/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
8.11 Infrastructuur 8.11.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij infrastructuur gaat het om instructieregels gericht op behoud van ruimte voor toekomstige functies en het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen voor nadelige gevolgen. Paragraaf 5.1.6 van het Bkl geeft reserveringsgebieden aan voor respectievelijk (de uitbreiding of aanleg van) autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen en (de aanleg van) buisleidingen van nationaal belang. Voor zover een bopa van toepassing is op een reserveringsgebied voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg, mag de bopa daar in principe geen bouwactiviteiten toestaan. Voor van toepassing zijnde reserveringsgebieden buisleidingen geldt dat de bopa geen activiteiten toelaat die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Onder andere bouwactiviteiten en de aanleg van een verharde weg worden als belemmeringen aangemerkt.
Paragraaf 5.1.7 van het Bkl geeft regels gericht op het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten. Voor zover een bopa van toepassing is op onder andere: • militaire terreinen en terreinen met een militair object • een onveilig gebied bij een militaire schietbaan • een gebied waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren • een gebied waar zich een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt, • gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren • een vrijwaringsgebied rijksvaarwegen • gebieden waar bouwwerken communicatie-, navigatie- en radarapparatuur buiten Schiphol of overige burgerluchthavens van nationale en regionale betekenis kunnen verstoren, dienen er bepaalde beperkingen aan activiteiten te worden gesteld bij de bopa. Dit om belemmeringen voor de staat en werking te voorkomen. Als een bopa van toepassing is op een locatie voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV, bevat de bopa het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat de bopa het gebruik als hoogspanningsverbinding en de bijbehorende voorzieningen toe.
Afdeling 5.2 van het Bkl geeft instructies voor een bopa over: • het voorkomen van belemmeringen van het gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen, • beperkingengebieden bij lokale spoorwegen • het lozen industrieel van afvalwater in openbaar vuilwaterriool • het aanwijzen van een bebouwingscontour jacht • het aanwijzen van een bebouwingscontour houtkap.
55/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
8.11.2 Beoordeling Het projectgebied is niet gelegen in een gebied zoals bedoeld in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl. Er is vanuit dit aspect dan ook geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.
8.11.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor infrastructuur.
8.11.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp infrastructuur geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.12 Inrichting buitenruimte 8.12.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij de inrichting van de buitenruimte gaat het om instructieregels over de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Paragraaf 5.1.8 stelt dat, als een bopa voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, bij de bopa rekening gehouden wordt met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Gemeente Omgevingsvisie De buitenruimte van Zwolle maakt deel uit van het in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen opgenomen raamwerk. De buitenruimte heeft meerdere functies: we verblijven in de buitenruimte, we bewegen en sporten in de buitenruimte en bovenal is de buitenruimte de plek om elkaar te ontmoeten. We vinden het heel belangrijk dat de buitenruimte voor een ieder toegankelijk is. De toegankelijkheid past bij het gebruik van het gebied. Toegankelijkheid nemen we als randvoorwaarde mee bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving. Zo krijgt een inclusief Zwolle echt vorm.
Door het verder verstedelijken gaat de buitenruimte intensiever gebruikt worden. Verstedelijken doen we in Zwolle op een zorgvuldige manier. Daarom stellen we bij de ontwikkeling van transformatiegebieden en herinrichtingsprojecten standaard een aantal vragen om invulling te geven aan een goed ontwerp van de buitenruimte. Dit op basis van drie elementen die bepalend zijn voor een goed functioneren van die buitenruimte: bescherming, comfort en plezier. Het bieden van bescherming is een randvoorwaarde. Het gaat dan bijvoorbeeld om verkeersveiligheid, sociale veiligheid en bescherming tegen luchtverontreiniging. Zonder deze bescherming ga je niet naar buiten, tenzij het niet anders kan. Daarna is het bieden van comfort belangrijk. Comfort nodigt uit naar buiten te gaan; er is goede bestrating, ook voor rolstoel of wandelwagen. Het fiets- en voetpad is comfortabel en je hoeft niet steeds te stoppen bij verkeerslichten. En er is een bankje om te zitten, kijken, luisteren of gesprekken te voeren. De laatste is
56/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
dat de buitenruimte kwaliteiten heeft die plezier en buitengeluk geven. Tijdens het fietsen kom je langs plekken en gebouwen waar je van geniet, met een menselijke maat, met veel groen en een fijn klimaat (temperatuur / zon / schaduw / luwte).
8.12.2 Beoordeling De inrichting van de locatie vindt plaats op basis van het inrichtingsplan zoals die bij de stukken is aangeleverd. Er is geen sprake van openbaar terrein. De buitenruimte behorende bij de woningen komen ook in eigendom bij de bewoners. Hiervoor wordt een VVE opgericht.
8.12.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor inrichting buitenruimte.
8.12.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp inrichting buitenruimte geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.13 Mer-beoordeling 8.13.1 Kaders Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-mer-plichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. In bijlage V is een tabel opgenomen met vier kolommen: • In kolom 1 staan de projecten opgesomd; • In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; • In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; • Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer(beoordelings)plicht geldt. In kolom 2 van bijlage V is aangegeven of er voor het betreffende project een directe project-mer-plicht kan bestaan en, zo ja, in welke gevallen dat is. Bij de meeste gevallen gelden drempelwaarden. Soms is aangegeven dat iedere oprichting van een bepaalde in kolom 1 vermelde installatie project-mer-plichtig is. Bij veel categorieën projecten wordt in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. Dat betekent dat voor die projecten geen directe project-mer-plicht geldt. In hoofdzaak betreffen dit projecten die (alleen) genoemd zijn in bijlage II bij de mer-richtlijn, zoals het ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Voor die projecten volstaat in eerste instantie een project-mer-beoordeling.
Inhoud project-mer-beoordeling Uit een project-mer-beoordeling moet duidelijk worden of een project aanzienlijke milieueffecten heeft. Daarbij moeten de relevante criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn worden betrokken en – indien beschikbaar – de resultaten van eerder uitgevoerde controles of beoordeling van milieueffecten (artikel 16.43 van de Ow). De hoofdcriteria uit de mer-richtlijn zijn: • kenmerken van de projecten; • plaats van de projecten; en • kenmerken van het potentiële effect. Deze hoofdcriteria zijn in de mer-richtlijn verder uitgewerkt. 57/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) Procedurele voorschriften project-mer-beoordeling In de Ow en het Ob is er sprake van één (uniforme) project-mer-beoordelingsprocedure. Alleen bij de project-mer-beoordeling (dus niet bij de mer-plicht) is nog een mededeling nodig van het voornemen van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 van de Ow). Het gaat dan om de aanmeldnotitie. Het bevoegd gezag moet binnen zes weken na ontvangst van de aanmeldnotitie beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en een mer nodig is. Is geen mer nodig en de initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag dan beslist het bevoegd gezag over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. Het bevoegd gezag neemt de bijbehorende motivering later op in het (ontwerp)besluit. Is geen mer nodig, dan kan – wanneer de aanmeldnotitie tegelijk met een aanvraag is ingediend – de aanvraag worden behandeld. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de project-mer-beoordeling met de motivering op in het (ontwerp)besluit op de aanvraag.
8.13.2 Beoordeling Het woonplan is, gezien de beperkte omvang, niet te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling die in het Omgevingsbesluit bijlage V onder J11 aangewezen is als een project en besluit waarvoor de MER (beoordelings-)plicht geldt. De relevante milieuaspecten op de omgeving zijn beoordeeld en uit deze beoordeling is gebleken dat het project geen aanzienlijke milieueffecten met zich meebrengt. Om deze reden hoeft er geen MER-beoordeling plaats te vinden.
8.13.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Voor dit project bestaat geen project -mer-plicht. Uit de mer-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er geen project-mer nodig is.
8.13.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp mer-beoordeling geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
58/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
Hoofdstuk 9
9.1
VERDIEPING: NATUUR
Natuur inclusief en biodiversiteit
9.1.1 Kaders Gemeente Omgevingsvisie Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van de aanwezige cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Biodiversiteit maakt deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle. Biodiversiteit heeft raakvlakken met diverse thema’s uit de gebiedsvisie. Zo draagt het behouden en versterken van biodiversiteit bij aan vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen en een goed ontwikkelde groen- en waterstructuur.
9.1.2 Beoordeling Het project betreft een herontwikkeling van voorliggende locatie. Het aanwezige gebouw tbv openbare nutsvoorzieningen wordt gesloopt waardoor ruimte geboden kan worden voor zes woningen. Op het achterterrein worden twaalf opslagboxen gerealiseerd. De ambitie bij de herontwikkeling is erop gericht om de impact op de natuur zo klein mogelijk te houden. Dit door in het ontwerp rekening te houden met minimale energieverbruik, hergebruik van materialen en klimaatadaptieve maatregelen. Hemelwater wordt ter plaatse opgevangen. De aanwezige drie bomen blijven behouden en er worden groenelementen op daken van de opslagboxen geplaatst. Dit ter bevordering van klimaatadaptie en biodiversiteit.
9.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor natuur inclusief en biodiversiteit.
9.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp natuur inclusief en biodiversiteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
9.2
Natuurwaarden en ecologie
9.2.1 Kaders Rijk Gebiedsbescherming Afdeling 11.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden. Dit met het oog op de natuurbescherming. Degene die een activiteit verricht die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kan hebben en weet of
59/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang van de natuurbescherming is gelet op artikel 11.6 Bal verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten onderzoek wordt uitgevoerd op grond van artikel 11.6 lid 2 Bal. Artikel 16.53c Omgevingswet bepaalt dat voor een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van Natura-2000 gebied, maar significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, een passende beoordeling wordt gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Die beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet zal aantasten. In dat geval kan vergunningverlening voor de Natura 2000-activiteit plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving).
Geeft die beoordeling deze zekerheid niet, dan kan vergunningverlening alleen plaatsvinden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: • er zijn geen reële alternatieven voor de activiteit • er is sprake van een dwingende reden van groot openbaar belang • er vindt natuurcompensatie plaats. Soortenbescherming Afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild. Dit met het oog op onder andere de natuurbescherming. Degene die activiteiten aangaande flora en fauna verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbescherming is gelet op artikel 11.27 Bal verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten onderzoek wordt uitgevoerd op grond van artikel 11.27 lid 2 Bal. Voor een flora- en fauna-activiteit kan een omgevingsvergunning nodig zijn.
De beoordelingsregels voor het verlenen van zo’n vergunning staan in paragraaf 8.6.2 Besluit kwaliteit leefomgeving. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij ecologie gaat het om instructieregels over Nationale Landschappen, het Natuurnetwerk Nederland en daarbuiten gelegen bos-en natuurgebieden. Afdeling 4.7 van de verordening geeft instructieregels gericht op behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. En gericht op duurzaam ontwikkelen en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Overijssel -het Natuurnetwerk Nederland- met bestaande en potentiële natuurwaarden die van (inter)nationaal belang zijn en het daarmee veiligstellen van ecosystemen en de flora- en faunasoorten die daarvan onderdeel uitmaken. Paragraaf 4.7.3 van de verordening geeft instructieregels voor bos en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland. Bopa’s die betrekking hebben op deze gebieden moeten blijven voorzien in regels die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden, waarbij
60/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
in ieder geval het kappen van houtopstanden niet is toegestaan. Alleen onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van natuur, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit natuurwaarden zijn dat: • de Natura 2000-gebieden in Zwolle zijn beschermd via Europese wetgeving en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; • de NNN-gebieden zijn beschermd via provinciale regelgeving, namelijk via de provinciale Omgevingsverordening en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; De omgevingsvisie bevat een natuurwaardenkaart, welke onder andere de (zeer) waardevolle gebieden aanwijst. Beleid natuurwaarden en ecologie De Bomenverordening 2021 geeft regels over het vellen van bomen. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven hoofdgroenstructuur is in aangegeven gevallen een (kap)omgevingsvergunning nodig (o.a. met een stamomtrek groter dan 30 cm).
De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bijzondere houtopstand heeft de hoogste waardering, bomen in de hoofdgroenstructuur hebben een hoge waardering, nevengroenstructuur kent een basiswaardering. Het beschermen van de natuur, het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering, het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, de beeldbepalende waarde van houtopstand, de cultuurhistorische waarde van houtopstand en het houden van een kwalitatief goed bomenbestand wordt bij de afweging betrokken. Bij de vergunning wordt in beginsel een verplantingsplicht, een herbeplantingsplicht en/of een financiële compensatie opgelegd.
9.2.2 Beoordeling In het kader van voorliggend project heeft aan de hand van een ecologische quickscan (zie bijlage 9) een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming plaatsgevonden. Uit de quickscan is gebleken dat aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen bebouwing niet op voorhand kan worden uitgesloten. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor andere soort(groep)en dan vleermuizen is niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden als dat kan leiden tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het aanvullend vleermuisonderzoek is in 2024 uitgevoerd (zie bijlage 10). Daaruit is het volgende gebleken. Soortenbescherming De bebouwing in het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn echter geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de bebouwing of de bomen in het onderzoeksgebied. Er is geen sprake van een zomer-, kraam-, paar- of (massa)winterverblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing of van boombewonende vleermuizen in bomen in het onderzoeksgebied.
61/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) Het onderzoeksgebied heeft geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Er wordt slechts incidenteel kortdurend rond begroeiing in het onderzoeksgebied gejaagd door een enkele gewone dwergvleermuis. In de directe omgeving zijn veel vergelijkbaar groen aanwezig in tuinen en in het nabijgelegen park Schellerdriehoek. Er is geen sprake van een zodanige aantasting van foerageergebied van vleermuizen dat daardoor de functionaliteit van buiten het onderzoeksgebied gelegen verblijfplaatsen van vleermuizen wordt aangetast. Het onderzoekgebied vormt geen essentiële vliegroute voor vleermuizen. Er is geen sprake van doorgaande lijnvormige landschappelijke structuren in het onderzoeksgebied en er zijn ter plaatse geen doorgaande vliegbewegingen van vleermuizen vastgesteld. De voorgenomen herontwikkeling leidt niet tot een overtreding van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van vleermuizen. Gebiedsbescherming De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” en het opstellen van een compensatieplan is niet aan de orde.
Stikstof In het kader van het plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar de eventuele effecten van stikstofdepositie op natuurgebieden. Het onderzoek is als bijlage 11 opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden.
9.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor natuurwaarden en ecologie.
9.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp natuurwaarden en ecologie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
62/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
Hoofdstuk 10 UITVOERBAARHEID 10.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid 10.1.1 Kaders Economische uitvoerbaarheid Met deze motivering is onderbouwd dat met deze omgevingsvergunning een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalsplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna "een aangewezen bouwactiviteit"). Dit houdt in dat het college van burgemeester en wethouders kostenverhaalvoorschriften dient te stellen in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit.
In artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een vergunning voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze voorschriften zijn mogelijk voor zover ze betrekking hebben op het gebied waar de vergunningaanvraag op ziet én voor zover de voorschriften betrekking hebben op de aangevraagde ontwikkeling. Het kan bijvoorbeeld gaan om kostenverhaalvoorschriften. Dit is noodzakelijk als voor het plan kostenverhaal verplicht is en het kostenverhaal niet via een overeenkomst is geregeld.
10.1.2 Beoordeling Met deze omgevingsvergunning wordt een aangewezen bouwactiviteit mogelijk gemaakt waarvoor kostenverhaal verplicht is. Er is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin alle verplicht te verhalen kosten worden verhaald.
10.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Energieweg 30 mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor financieel-economische uitvoerbaarheid (kostenverhaal, grondexploitatie).
10.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp financieel-economische uitvoerbaarheid (kostenverhaal, grondexploitatie) geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
63/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
10.2 Overige regels fysieke leefomgeving Deze omgevingsvergunning is gericht op omgevingsplanactiviteiten. Het tijdelijke omgevingsplan van Zwolle bestaat uit alle (voormalige) bestemmingsplannen, de ‘bruidsschat’ en enkele lokale verordeningen (Hemelwaterverordening 2023 Zwolle, Geurverordening Wijthmen - deelgebied Het Buyten van Zwolle en hoofdstuk 5 van de Erfgoedverordening Zwolle 2024). Rijk en provincie geven instructieregels over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, die bij de omgevingsvergunning een directe betekenis hebben. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Daarnaast bestaat ook nog andere wetgeving, met regels over de fysieke leefomgeving. Deze regels kunnen indirect betekenis hebben bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Als op voorhand aannemelijk is dat door deze regels een nieuwe functie binnen een redelijke termijn niet kan worden gerealiseerd, dan komt de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit mogelijk in het geding. Reden dan ook om deze hierop te beoordelen. Het betreft een groot aantal regels. Het merendeel hiervan zal de voorliggende omgevingsvergunning niet direct raken. En is op voorhand voldoende aannemelijk dat deze realisatie niet in de weg staat. Het betreft onder andere regels uit: •
Het Besluit activiteiten leefomgeving
•
Het Besluit bouwwerken leefomgeving
•
Het Besluit kwaliteit leefomgeving
•
De Omgevingsverordening Overijssel 2024
•
Lokale verordeningen, zoals de Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2021.
64/66
7 mei 2025 Etfal motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024)
Hoofdstuk 11 JURIDISCHE ASPECTEN 11.1 De omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Er is in algemene zin vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geen directe aanleiding bij deze omgevingsvergunning af te wijken van de regels in het omgevingsplan van rechtswege voor zover het regels betreft uit de Bruidsschat en de lokale verordeningen. De onderwerpen en activiteiten in deze regels hebben geen betekenis bij deze vergunning, hebben geen invloed op de evenwichtige toedeling bij dit project danwel volstaan voor het bereiken van die evenwichtige toedeling. En op voorhand is voldoende aannemelijk dat deze de realisatie niet in de weg staat.
11.2 Van omgevingsvergunning naar omgevingsplan De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet gewijzigd. Omdat de omgevingsvergunning op een zeker moment dient te worden verwerkt in het omgevingsplan is het van belang bij de omgevingsvergunning precies te duiden op welke wijze de omgevingsvergunning opgenomen wordt en welke grenzen worden gesteld. De inrichting van het projectgebied wordt gerealiseerd conform de stedenbouwkundige inpassing (zoals opgenomen in bijlage 1). Voor het projectgebied zal een reguliere woonfunctie worden opgenomen waarbij er een regeling voor de bouwactiviteiten wordt opgenomen voor de hoofdbebouwing en de bijbehorende bouwwerken. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op de vergunde maatvoering en normen en de dan geldende uitgangspunten voor het Omgevingsplan Zwolle. Er komen geen aparte verkeersfuncties in het gebied. Voor de opslagboxen zal een nadere gebruiksregeling worden opgenomen, waarbij alleen opslagfuncties worden opgenomen die passend zijn bij de woonomgeving. De bestaande nutsvoorzieningen zullen de huidige functies behouden. Wel zal de regeling in het omgevingsplan toezien op de bestaande aanwezige functie en bebouwing en geen ontwikkelruimte meer bieden.
Concreet zal de bestaande trafohuisje en de antennemast (conform de huidige functieaanduiding) de functie nutsvoorziening behouden
65/66
7 mei 2025 Etfal Motivering omgevingsvergunning (Energieweg 30C1, 0193ESUITE2501892024) BIJLAGEN Bijlage 1 stedenbouwkundige inpassing Bijlage 2 plattegrond woningen Bijlage 3 participatiejournaal Bijlage 4 watertoets Bijlage 5 verkennend bodemonderzoek Bijlage 6 Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bijlage 7 Onderzoek warmtepompen Bijlage 8 Onderzoek omgevingsveiligheid 2024 Bijlage 9 Quickscan ecologie Bijlage 10 Aanvullend vleermuizenonderzoek Bijlage 11 Aerius-berekening
66/66