CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Convenant regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht 2023

Raad Besluitvormingsronde 13 februari 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Convenant Regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang 20232.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Convenant Regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang – regio IJssel-Vecht 2023 Ondergetekenden, De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Overwegende dat, -

-

-

-

-

-

-

de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan alle gemeenten de opdracht geeft om zorg te dragen voor de continuïteit en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning, waaronder voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; de gemeenten in de regio IJssel-Vecht deze verantwoordelijkheid onderschrijven en gezamenlijk willen dragen; voor de voorzieningen betreffende beschermd wonen en maatschappelijke opvang in overleg tussen VNG en Rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid is voorzien voor de centrumgemeenten aangezien zij materieel de middelen ontvangen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; het objectieve verdeelmodel gaat per januari 2024 wijzigen en zal leiden tot grote financiële verschuivingen, waarbij de individuele gemeenten de rijksvergoedingen rechtstreeks gaan ontvangen voor nieuwe cliënten1 beschermd wonen. regionale samenwerking noodzakelijk en gewenst is om doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Wmo 2015 ten aanzien van beschermd wonen en maatschappelijke opvang mogelijk te maken. Dit ook conform artikel 2.6.1. lid 1 Wmo 2015; het wenselijk is nadere afspraken te maken over inspanningen en verplichtingen van de centrumgemeente en de gemeenten in de regio IJsselVecht inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang waarbij rekening moet worden gehouden met de transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis.

Beschermd Thuis gaat een nieuw product zijn in het spectrum van Wmo- ondersteuning. indien nodig nadere afspraken dienen te worden gemaakt ten aanzien van de inzet van de financiële middelen, de beheersing van de risico’s en de wijze waarop wordt omgegaan met eventuele voor- en nadelen; in 2021 een regionale toekomstvisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang voor de periode van 2022 tot 2032 is opgesteld die een richting geeft aan de verdere invulling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio IJssel-Vecht. In 2021/2022 zijn op basis van deze regiovisie lokale plannen gemaakt om verder uitvoering te geven aan deze ontwikkeling; binnen de Norm van Opdrachtgeverschap nadere afspraken dienen te worden gemaakt over de toekomstige regionale samenwerking, met inbegrip van inspanningen en verplichtingen van de centrumgemeente en de regiogemeenten over een toekomstige gezamenlijk regionaal budget voor de financiering van regionale voorzieningen.

Definitie nieuwe cliënt: Een nieuwe cliënt is een inwoner die (a) het afgelopen jaar (365 dagen teruggerekend vanaf de datum dat de cliënt zich meldt geen aanvraag heeft gedaan en geen gebruik heeft gemaakt van voor een (b) BW-voorziening in de regio waar hij/zij zich meldt (bron: Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, Expertiseteam MO-BW-BG 2019). 1

Verklaren en besluiten, Een convenant overeen te komen ten aanzien van regionale samenwerking voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) waarin onder meer de afspraken zijn opgenomen over de inspanningen en verplichtingen van de centrumgemeente en de gemeenten in de regio IJssel-Vecht inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang, de inzet van de financiële middelen, de beheersing van de risico’s en de wijze waarop wordt omgegaan met eventuele financiële voor- en nadelen.

Artikel 1. Begripsbepalingen a. Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. b. Beschermd thuis; lokaal te ontwikkelen aanbod voor wonen en begeleiding voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, die ondersteuning nodig hebben gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, maar geen 24/7 uurs aanwezigheid van professionele begeleiding en toezicht in de directe omgeving nodig hebben. c. Centrumgemeente: gemeente Zwolle. d. Convenant: convenant regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht. e. Maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. f. Regiogemeenten: de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. g.

Regio IJssel-Vecht: De regio die de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle omvat. h. Verdeelmodel: in de circulaire voor het gemeentefonds gepubliceerde verdeling van de rijksvergoedingen per regio en/of per gemeente volgens een vastgesteld rekenmodel. i. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: wet van 9 juli 2014 houdende regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang. j. Lokaal Uitvoeringsplan; lokaal plan voor afzonderlijke gemeenten op basis van de Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang in de regio IJssel-Vecht. Deze plannen geven lokaal uitvoering aan wat regionaal afgesproken is om de transitie Beschermd Wonen mogelijk te maken. Artikel 2. Doel Dit convenant heeft tot doel om de regionale samenwerking tussen de centrumgemeente en gemeenten in de regio IJssel-Vecht en tussen de regiogemeenten onderling te beschrijven en vast te leggen. Dit ten behoeve van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bieden van continuïteit en kwaliteit van voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede de in- en uitstroom daartoe bij deze voorzieningen. Artikel 3. Taken en bevoegdheden centrumgemeente 1.

De centrumgemeente verricht maximale inspanningen om zorg te dragen voor continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede de toegang daartoe. 2. Hiertoe verricht de centrumgemeente in overleg met de regiogemeenten maximale inspanningen om te zorgen voor: a. het aangaan en beheren van een dienstverleningsovereenkomst met daarbij behorende voorwaarden, verplichtingen en prestatieafspraken met het door de gemeenten aangewezen toegangsorgaan voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

3. 4.

5. 6. 7.

b. het doelmatig en rechtmatig contracteren en of subsidiëren van voorzieningen in natura voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio IJssel-Vecht bij aanbieders alsmede het beheren daarvan. c. het administratief beschikbaar stellen van persoonsgebonden budgetten voor cliënten beschermd wonen in de regio IJssel-Vecht alsmede de uitvoering richting de Sociale Verzekeringsbank (SVB) rondom trekkingsrechten in het kader van het Persoonsgebonden budget. d. de uitvoering richting Centraal Administratie Kantoor (CAK) omtrent de inning van de eigen bijdrage ZIN, waaronder het doorvoeren van mutaties in cliëntgegevens. e. het uitvoeren van overig door centrumgemeente en regiogemeenten gezamenlijk opgesteld beleid en regionale inspanningen op het terrein van maatschappelijke opvang en beschermd wonen, onder andere voortvloeiend uit de toekomstvisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De centrumgemeente voert op ordentelijke wijze de boekhouding waardoor periodiek inkomsten en uitgaven ten aanzien van beschermd wonen en maatschappelijke opvang inzichtelijk worden gemaakt voor de regiogemeenten.

Ten behoeve van een adequate uitvoering van haar taken treedt de centrumgemeente namens de regio IJssel-Vecht desgewenst in overleg met regiogemeenten, andere (centrum)gemeenten, aanbieders, cliëntenorganisaties, het Zorgkantoor, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB alsmede het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De centrumgemeente treedt periodiek in overleg met het Zorgkantoor in de regio IJssel- Vecht met als doel een optimale uitvoering van haar taken complementair aan de taken van het Zorgkantoor. De centrumgemeente draagt zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen ten einde de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat te kunnen uitvoeren. Waar nodig maken regiogemeenten en centrumgemeente nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.

Artikel 4. Taken en bevoegdheden van de regiogemeenten 1. De regiogemeenten doen maximale inspanningen om zorg te dragen voor lokale continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede de in- en uitstroom daartoe. In het bijzonder als het gaat om de toeleiding naar Beschermd Thuis en overig lokaal aanbod. 2. Hiertoe verrichten de regiogemeenten maximale inspanningen om zorg te dragen voor: a. adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten op onder meer het terrein van werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name ambulante begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp en ambulante begeleiding door organisaties van maatschappelijke opvang)2, jeugdhulp, en wonen die complementair zijn aan de voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; b. voldoende, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente, bijvoorbeeld door middel van prestatieafspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit Waaronder voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 alsmede 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 niet zijnde opvang en beschermd wonen. 2

voorzieningen van maatschappelijke opvang en beschermd wonen geen of minder belemmeringen ondervindt als gevolg van een tekort aan betaalbare, adequate en goed gespreide woonmogelijkheden. c. een lokale sociale infrastructuur die vroegtijdig signalen van mogelijk maatschappelijke uitval, multiproblematiek alsmede psychosociale en psychische problemen herkent en van daaruit proactief handelt (daarbij indien nodig gebruik makend van ggzexpertise en/of ervaringsdeskundigheid); d. (regionale) toegang tot voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in gezamenlijkheid met de andere regiogemeenten en de centrumgemeente alsmede in samenhang met de (lokale) toegang op het terrein van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning; e. uitvoeren van overig gezamenlijk met de overige regiogemeenten opgesteld en lokaal beleid en inspanningen om zodoende zo veel als mogelijk dakloosheid en de noodzaak tot beschermd wonen bij inwoners te voorkomen. f. het in samenhang en overleg met de overige regiogemeenten aanwijzen van een toezichthouder voor calamiteiten, incidenten en het toezicht houden op de kwaliteit van de voorzieningen voor beschermd wonen en opvang alsmede de rechtmatigheid van de voorzieningen beschermd wonen en opvang. g.

de uitvoering richting Centraal Administratie Kantoor (CAK) omtrent de inning van de eigen bijdrage voor PGB, VPT en extramuraal, waaronder het doorvoeren van mutaties in cliëntgegevens. 3. De regiogemeenten dragen voorts zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van deze taken. Iedere gemeente draagt zorg voor de uitvoering van zijn eigen lokale Uitvoeringsplan op basis van de Regiovisie. 4. De regiogemeenten dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen ten einde de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat te kunnen uitvoeren. 5. Waar nodig maken regiogemeenten en centrumgemeente nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.

Artikel 5. Financiële afspraken volgens het huidige verdeelmodel tot en met 2023 1. De centrumgemeente heeft door het rijk de taak van budgetbeheerder toegewezen gekregen. De centrumgemeente consulteert de regiogemeenten over de inzet van dit budget, voorafgaand aan besluitvorming door de centrumgemeente. 2. De centrumgemeente geeft de regiogemeenten periodiek (minimaal jaarlijks) inzage in de besteding van het budget van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 3. De centrumgemeente houdt jaarlijks maximaal 5,1% van het rijksbudget ten behoeve van de regio IJssel-Vecht in, ten behoeve van regionale uitvoeringskosten, waaronder regionale toegang alsmede de kosten van de centrumgemeente, tenzij de regiogemeenten in overleg met de centrumgemeente anders beslissen. 4. Het resterende rijksbudget (na aftrek van de uitvoeringskosten) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt door de centrumgemeente Zwolle ingezet ten behoeve van voorzieningen voor maatschappelijke opvang en

beschermd wonen. 5. Eventuele tekorten, dan wel overschotten, worden over de regiogemeenten verdeeld op basis van de reeds vastgestelde verdeelsleutel op basis van de Wmo integratie uitkering 2015 over de gemeenten in de regio IJssel-Vecht. 6. Indien sprake is van verwachte financiële voordelen of nadelen informeert de centrumgemeente de regiogemeenten vooraf over de omvang daarvan in totaal en per gemeente ten behoeve van de opstelling van de begroting van de regiogemeenten. Na vaststelling jaarrekening worden eventuele overschotten, dan wel tekorten uitgekeerd aan regiogemeenten. Eventuele tekorten of overschotten worden na vaststelling verrekend met de regiogemeenten. 7. Het jaarlijks restant/overschot van de regionale middelen voor beschermd wonen, middels de vastgestelde verdeelsleutel laten vrijvallen aan alle gemeenten. Artikel 6. Doordecentralisatie Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis 1. De invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen staat gepland voor 1 januari 2024. Vanaf de ingangsdatum van de doordecentralisatie vallen nieuwe cliënten beschermd wonen onder verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente en ontvangt elke gemeente hiervoor rechtstreeks de rijksvergoeding. De centrumgemeente blijft verantwoordelijk voor de bestaande cliënten. 2.

De centrumgemeenten en regiogemeenten maken in 2023 nadere afspraken over de inspanningen en verplichtingen van de centrumgemeente en de regiogemeenten voor onder andere de contractering/subsidiëring en financiering van de regionale voorzieningen, de toegang, pgb-beleid, toezicht en handhaving en beleidsontwikkeling met inbegrip van de regionale uitvoeringskosten die hieruit voortvloeien. 3. Vooruitlopend op de start per januari 2024 moet elke lokale toegang binnen de regio actief bezig gaan met de voorbereiding op de uitvoering van Beschermd Thuis. Van lokale gemeenten wordt inspanning gevraagd om lokaal de toegang zodanig te organiseren dat cliënten te allen tijde passende ondersteuning wordt geboden in brede spectrum van Wmo ondersteuning waarbij zelfredzaamheid het centrale uitgangspunt moet zijn. 4. De centrumgemeente Zwolle en de regiogemeenten hebben besloten om de voorzieningen in natura voor beschermd- en begeleid wonen vanaf 1 juli 2023, op basis van de norm voor opdrachtgeverschap, gezamenlijk te contracteren en hiertoe een aanbestedingsprocedure te organiseren. De uitgangspunten voor de contractering van beschermd- en begeleid wonen voorzieningen zijn vastgelegd in de startnotitie Inkoop beschermd wonen 2023 IJssel-Vecht “Wmo-ondersteuning met Wonen”. De gemeente Zwolle is als centrumgemeente penvoerder van de aanbesteding. Artikel 7. Overleg 1.

Minimaal eens per kwartaal vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang plaats tussen centrumgemeente en regiogemeenten. 2. De centrumgemeente en de regiogemeenten dragen zorg voor een passende vertegenwoordiging in het ambtelijk en bestuurlijk overleg, waarbij oog is voor de continuïteit van deze vertegenwoordiging. 3. De centrumgemeente draagt in overleg met de regiogemeenten zorg voor adequate en tijdige informatie, de voorbereiding alsmede verslaglegging van het ambtelijk en bestuurlijk overleg. 4. Het overleg is gericht op overeenstemming over gezamenlijk opgesteld beleid,

5.

6.

7.

8.

de wijze waarop centrumgemeente en regiogemeenten zorgdragen voor de beschikbaarheid en kwaliteit van voorzieningen en de regionale samenwerking. Komt overeenstemming in het bestuurlijk overleg niet tot stand, dan wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. 3 Wanneer na stemming blijkt dat geen meerderheid bestaat, zal een nieuwe stemming volgen waarbij de centrumgemeente twee stemmen kan uitbrengen om een onbesliste stemming en daarmee uitstel van besluitvorming, te voorkomen. Er worden twee keer per jaar financiële gegevens en gegevens vanuit de centrale toegang naar het ambtelijk overleg gebracht en ter informatie in het bestuurlijk overleg ingebracht. Met de Centrale Toegang is een verwerkingsovereenkomst afgesloten welke is gekoppeld aan de dienstverleningsovereenkomst tussen de centrumgemeente Zwolle en de Centrale Toegang. Overeenkomstig de Norm van Opdrachtgeverschap beschikt de regio over één gedragen aanspreekpunt dat extern op kan treden namens de regio. Voorgesteld wordt om hiervoor aan te sluiten bij de bestaande vertegenwoordiging in de landelijke ambtelijke en bestuurlijke netwerken BW/MO. Dit betekent dat ambtelijk de gemeente Zwolle een vertegenwoordiger levert. Als bestuurlijk aanspreekpunt levert de gemeente Zwolle een eerste aanspreekpunt.

De gemeente Hardenberg levert een 1e bestuurlijke vervanger, de gemeente Steenwijkerland een 2e bestuurlijke vervanger.

Artikel 8. Wijzigingen 1. Centrumgemeente en regiogemeenten bezien indien nodig of wijzigingen dan wel aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn. 2. Centrumgemeente en regiogemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant indien de gemeenten in meerderheid hiertoe aanleiding zien. 3. Wijzigingen in het convenant waartoe een meerderheid besluit, maar waar (een gemeente van) de minderheid zich desalniettemin niet mee kan verenigen, kunnen een reden zijn voor het opzeggen van het convenant door die gemeente(n). 4. Tussentijdse wijzigingen worden schriftelijk vastgelegd en als addendum aan dit convenant toegevoegd. Artikel 9. Geschillenregeling 1. Een gemeente die meent dat een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat, treedt hierover in overleg met de centrumgemeente. Leidt dit niet tot overeenstemming dat deelt de gemeente dat schriftelijk mede aan de andere gemeenten. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke partij zijn zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere gemeenten, hierna overleggen de gemeenten zo spoedig mogelijk over (de oplossing van) het geschil.

Indien in een geschil niet tot overeenstemming wordt gekomen besluiten de regiogemeenten en centrumgemeente bij meerderheid der stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Wanneer na

Dit onverlet de lokale bevoegdheden van colleges en gemeenteraden voor vaststelling en uitvoering en beleid en de budgettaire bevoegdheden van de gemeenteraad Zwolle als budgethouder van het rijksbudget voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 3

stemming blijkt dat geen meerderheid bestaat, zal een nieuwe stemming volgen waarbij de centrumgemeente twee stemmen kan uitbrengen om een onbesliste stemming en daarmee uitstel van besluitvorming, te voorkomen. Artikel 10. Monitoring en evaluatie 1. Periodiek vindt monitoring en evaluatie plaats ten aanzien van de taken en inspanningen van de centrumgemeente en de regiogemeenten alsmede de resultaten daarvan. Desgewenst maken centrumgemeente en regiogemeenten hierover nadere afspraken. Artikel 11. Inwerkingtreding en looptijd 1. Dit convenant treedt per 1 januari 2023 in werking na bekrachtiging door de centrumgemeente en regiogemeenten en loopt tot en met 31 december 2023. Artikel 12. Opzegging 1. Regiogemeenten en centrumgemeente kunnen dit convenant schriftelijk opzeggen met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar, maar met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden voorafgaand daaraan. 2. Wanneer een regiogemeente dit convenant opzegt, zullen de resterende partijen in gezamenlijk overleg bezien of zij het convenant wensen voort te zetten, dan wel te beëindigen. 3. Een schriftelijke opzegging van dit convenant kan aan de centrumgemeente Zwolle gericht worden die vervolgens de overige regiogemeenten hierover informeert. Artikel 13.

Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Convenant regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht.

Wethouder J. Uitslag Gemeente Dalfsen

Wethouder L. Verschuur Gemeente Hardenberg

Wethouder A. van den Nieuwboer Gemeente Ommen

Wethouder B. van den Belt Gemeente Kampen

Wethouder A. Mussche Gemeente Staphorst

Wethouder T. Jongman Gemeente Steenwijkerland

Wethouder J. van der Poel Gemeente Zwartewaterland

Wethouder D. de Jong Gemeente Zwolle

Zwolle, 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5128a36d-1bb8-440f-b09b-4c93b9be4cff