Bijlage 2 Brief aan PS Aanbieding rapport Ruimtelijke Verkenning SMR's
Tekst van het document
Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl overijsselloket@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21
Provinciale Staten van Overijssel Inlichtingen bij Visser Telefoon +31384999780 M.Visser@overijssel.nl
Datum
Kenmerk
Zaaknummer
Pagina
Bijlagen
09.06.2026
D2026-06-001999
2026-020035
1 van 4
3
Uw brief
Uw kenmerk
Onderwerp: Brief aan PS Aanbieding rapport Ruimtelijke Verkenning SMR's
____________________________________________________________________________________ Toezending aan Provinciale Staten met oogmerk: [X] ter informatie [] anders, en wel: ____________________________________________________________________________________ Bijlage I Ruimtelijke Verkenning SMR Overijssel (bijgevoegd) Bijlage II SMR Overijssel - consultatiebijeenkomst (bijgevoegd) Bijlage III Provinciale reactienota (bijgevoegd) Met deze brief informeren wij u over de oplevering van de Ruimtelijke Verkenning naar mogelijke vestigingsgebieden voor Small Modular Reactors (SMR's) binnen de provincie Overijssel. Deze ruimtelijke verkenning is uitgevoerd door een extern bureau op basis van internationaal erkende criteria. Middels deze brief geven wij invulling aan de eerder aangekondigde toelichting bij oplevering van de definitieve rapportage. Aanleiding De realisatie van een SMR is primair een verantwoordelijkheid van private initiatiefnemers. Provincie en gemeenten kunnen daarbij wel voorbereidende handelingen verrichten, vooral op ruimtelijk vlak, bijvoorbeeld door het aanpassen van het omgevingsplan of andere planologische voorbereidingen, zodat mogelijke initiatieven zorgvuldig en tijdig ruimtelijk kunnen worden ingepast.
Op 13 oktober 2025 hebben wij u geïnformeerd over de voortgang van de voorbereiding op de Ruimtelijke Verkenning naar mogelijke vestigingsgebieden voor SMR’s binnen de provincie Overijssel (kenmerk D2025-10-001913). In die brief is onder meer ingegaan op de stand van zaken van de verkenning, de gehanteerde methodiek, de relatie met de Energievisie Overijssel 2050 en het
Datum verzending 09.06.2026
vervolgtraject richting oplevering van de definitieve rapportage in juni 2026. Met de nu opgeleverde Ruimtelijke Verkenning geven Gedeputeerde Staten tevens invulling aan een deel van de verzoeken uit de op 31 januari 2024 aangenomen motie Realistisch Realiseren Kernenergie. In het bijzonder geeft deze verkenning antwoord op verzoek 5 van de motie – de vraag waar een zoekgebied aan moet voldoen – en op verzoek 6, het in kaart brengen van mogelijke geschikte gebieden in Overijssel. Inzichten uit de ruimtelijke Verkenning De Ruimtelijke Verkenning betreft een technisch-ruimtelijke analyse van potentiële vestigingsgebieden voor SMR's binnen Overijssel, alsmede gebieden die op basis van deze analyse minder geschikt lijken. De methodiek is gebaseerd op het internationaal erkende kader van het International Atomic Energy Agency (IAEA), zoals ook in de hiervoor benoemde statenbrief is toegelicht. Binnen deze aanpak zijn mogelijke gebieden in beeld gebracht op basis van objectieve exclusie- en evaluatiecriteria, waaronder geologie, koelwater, netinfrastructuur, bevolkingsdichtheid, externe veiligheid en natuur. De verkenning maakt daarbij onderscheid tussen verschillende typen SMR's, omdat de ruimtelijke en infrastructurele eisen per type kunnen verschillen.
Samenvattend kan op basis van de verkenning gesteld worden dat er – vanuit ruimtelijk perspectief – geschikte gebieden in Overijssel lijken te zijn voor SMR's. Voor grotere SMR's (>100 MWe) beperkt dit zich tot een aantal gebieden in de nabijheid van de IJssel. De Ruimtelijke Verkenning is nadrukkelijk geen gebiedskeuze, geen politiek besluit en geen uitwerking van vergunningprocedures, milieueffecten of maatschappelijke acceptatie. Het rapport moet worden gezien als een eerste technische bouwsteen voor verdere beleidsvorming en kennisopbouw. Tevens zal voor een uiteindelijke locatie altijd nader locatie-specifiek onderzoek nodig zijn om de geschiktheid exact te beoordelen. Daaruit kan blijken dat locaties – die geschikt leken op basis van de ruimtelijke verkenning toch afvallen, maar ook vice versa: dat locaties die minder geschikt leken alsnog potentie bieden voor de ontwikkeling van een SMR. Betrokkenheid van gemeenten, waterschappen en netbeheerders Na oplevering van het rapport “Verkennend onderzoek naar kleinschalige kernenergie in Overijssel” van de Universiteit Twente op 13 maart 2025 zijn de Regionale Energiestrategieën in Overijssel geïnformeerd over de daarin geschetste mogelijkheden van kleinschalige kernenergie in de provincie en de mogelijke betekenis daarvan voor de verdere uitwerking van de energievisie.
Daarbij is ook een doorkijk gegeven naar vervolgstappen, waaronder het laten uitvoeren van een nadere ruimtelijke verkenning naar mogelijke gebieden voor SMR’s. Voorafgaand aan de afronding van het rapport Ruimtelijke Verkenning SMR's hebben wij vervolgens gemeenten, waterschappen en netbeheerders betrokken bij de conceptverkenning. Er zijn daarvoor twee consultatiebijeenkomsten georganiseerd. Aan deze bijeenkomsten namen verspreid over twee dagen in totaal zestien gemeenten deel, naast vertegenwoordigers van waterschappen en netbeheerders. Tijdens de bijeenkomsten zijn het proces, de methodiek, de criteria en de voorlopige bevindingen van de conceptverkenning toegelicht. Partijen kregen vervolgens de gelegenheid om schriftelijk te reageren op methodiek, criteria, kaarten en feitelijke onjuistheden in de conceptrapportage. Er is daarbij uitdrukkelijk niet gevraagd om een bestuurlijk oordeel over de wenselijkheid van SMR's. In totaal zijn – in aanvulling op reacties tijdens de twee bijeenkomsten - elf schriftelijke reacties ontvangen, waaronder reacties van negen gemeenten (deels via een gecombineerde reactie van RES Twente), TenneT en waterschap Vechtstromen. De reacties bestonden uit zowel inhoudelijke als procesmatige opmerkingen. Inhoudelijke opmerkingen zijn door Tractebel beoordeeld en waar relevant verwerkt in het definitieve rapport.
De volledige terugkoppeling is opgenomen in het bijgevoegde consultatieverslag. Voor de procesmatige opmerkingen — over onder meer de betrokkenheid van gemeenten, de reactietermijn, de status van de verkenning en de communicatie richting inwoners — is een afzonderlijke provinciale reactienota opgesteld. Daarin wordt toegelicht hoe met deze signalen is omgegaan. Gemeenten zijn op 2 juni voorafgaand aan de openbare publicatie van de Ruimtelijke Verkenning op 10 juni actief geïnformeerd en hebben een voorbeeld web-tekst en Q&A-document ter ondersteuning voor hun eigen communicatie richting inwoners en pers ontvangen.
Pagina 2 van 4
Aanbieding van het rapport Na toezending aan uw Staten wordt het rapport tevens openbaar gemaakt. In de communicatie blijft centraal staan dat de Ruimtelijke Verkenning geen besluit over concrete vestigingsgebieden bevat, maar een technische analyse is ten behoeve van verdere beleidsvorming. Rolverdeling in het vervolgproces: Rijk, provincie en gemeente Voor het goed kunnen voeren van het debat over de rol van SMR's in Overijssel is het van belang te duiden waar de bevoegdheid voor definitieve besluitvorming over SMR's ligt en wat de positie van de provincie daarbinnen is. Daarbij is het essentieel onderscheid te maken tussen twee afzonderlijke sporen: de ruimtelijke besluitvorming (onder de Omgevingswet) en de nucleaire vergunningverlening (onder de Kernenergiewet). Deze twee sporen kennen een verschillende bevoegdheidsverdeling. Voor de nucleaire vergunningverlening is het Rijk — via de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) — in alle gevallen bevoegd gezag. De ANVS beoordeelt de nucleaire veiligheid en verleent de vergunning op grond van de Kernenergiewet. Dit geldt ongeacht de omvang of locatie van een SMR. De ANVS speelt daarmee echter geen rol in de ruimtelijke inpassing: het besluit óf en wáár een SMR ruimtelijk wordt ingepast, valt buiten haar bevoegdheid en is voorbehouden aan het ruimtelijk bevoegd gezag.
Voor de ruimtelijke besluitvorming heeft het kabinet in de nationale SMR-strategie (brief minister van KGG aan de Tweede Kamer, 17 oktober 2025) en de nadere beantwoording van vragen van de Eerste Kamer (brief minister van KGG, 26 januari 2026) de volgende kaders gesteld: • Voor SMR's groter dan 500 MWe (seriegeschakelde SMR's) is het Rijk altijd bevoegd gezag, conform de huidige Elektriciteitswet. • Voor het eerste SMR-project in Nederland is het Rijk voornemens — ongeacht het vermogen of de omvang — de regie te nemen via een projectbesluit van de minister van Klimaat en Groene Groei, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. • Daarnaast is het Rijk voornemens om voor SMR's kleiner dan 500 MWe, na het eerste project, de provincie aan te wijzen als bevoegd gezag voor de ruimtelijke besluitvorming. Nu is dat onder de vigerende wetgeving de gemeente. Dit vereist een wijziging van de Energiewet, waarvoor een wetsvoorstel wordt beoogd na afronding van het eerste project. Vervolgproces In de – in februari 2025 vastgestelde energievisie – is de ambitie voor de opwek van elektriciteit in 2050 vastgesteld. Daarbij is aangegeven dat bij de herijking van deze visie in 2028 keuzes worden voorgelegd over hoe we deze elektriciteit opwekken. Hierbij zijn ook SMR's een mogelijkheid.
De ruimtelijke verkenning moet worden geduid als één van de bouwstenen voor verdere beleidsvorming rond de rol van kernenergie in de energiemix van Overijssel richting 2050. Om in 2028 goed geïnformeerde keuzes te kunnen maken zijn nog een aantal vervolgstappen nodig: • Zoals ook in de vorige statenbrief aangekondigd werken we aan een position paper over de voorlopige opvatting van GS over de mogelijke rol van SMR's in Overijssel. Input hiervoor is onder meer het eerder gedane verkennend onderzoek van de Universiteit Twente, de nationale strategie SMR's, de inzet van OostNL om te werken aan economische kansen voor het mkb in toelevering en dienstverlening aan de bouw en ontwikkeling van bestaande en nieuwe kernenergietechnologie en de nu opgeleverde ruimtelijke verkenning. Oplevering van dit position paper voorzien we voor dit najaar; • Een netinpassingsstudie om te beoordelen waar in het elektriciteitsnet SMR's het beste kunnen worden geplaatst. Deze studie zijn we voornemens dit jaar op te starten en medio 2027 op te leveren; • Tot slot zullen we een draagvlakonderzoek uitvoeren. Dit onderzoek voeren we in twee stappen uit. De eerste stap is dat we in de tweede helft van dit jaar met de Citizen Science Hub Oost-Nederland willen verkennen hoe het draagvlakonderzoek zal worden uitgevoerd.
Gezien de gevoeligheid van het onderwerp willen we recht doen aan de opvattingen van inwoners over SMR's en daarbij tevens
Pagina 3 van 4
alle opgedane inzichten betrekken over de mogelijke locaties, toepassingen, risico's en alternatieven. Het draagvlakonderzoek zal in 2027 worden opgeleverd. Bovenstaande bouwstenen worden gefinancierd uit de 450 duizend euro die u specifiek voor kernenergie heeft gereserveerd. Deze middelen zijn opgenomen in het statenvoorstel Energie 20262028, vastgesteld op 3 juni jl. (Statenvoorstel, PS26-000243). Op basis van deze stappen verwachten we eind 2027 alle bouwstenen verzameld te hebben om bij de herijking van de visie te bepalen of er een rol is voor SMR's in Overijssel en tevens hoe groot die is en waar SMR's die rol kunnen spelen. Met deze bouwstenen kan stapsgewijs ook verdere invulling worden gegeven aan de overige onderdelen van de motie Realistisch Realiseren Kernenergie, die betrekking hebben op opwekcapaciteit en netintegratie, het vergunningstraject, doorlooptijden en de onderlinge verhouding tussen typen SMR's, capaciteit en zoekgebieden.
Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
Pagina 4 van 4
secretaris, N. Versteeg