CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bovenregionale toekomstvisie Twente en Overijssel over O3M

Raad Besluitvormingsronde 8 mei 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: (Boven) regionale transformatie jeugdzorg8.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BOVENREGIONALE TOEKOMSTVISIE Transitie van de open residentiële voorzieningen of open driemilieusvoorzieningen in Overijssel Regio Twente en IJsselland juli 2022 Versie: 1 Coördinerend gemeente: Enschede

Inhoudsopgave 1.

Inleiding................................................................................................................................................. 3

2.

Context Overijssel ................................................................................................................................. 4 Definitie SpUK-voorzieningen ................................................................................................................... 4 Aanbieders Overijssel................................................................................................................................ 4 Herkomst van jongeren............................................................................................................................. 7

3.

Ervaringsdeskundigen, doelgroep en kleinschalige voorzieningen .................................................... 10 Ervaringsdeskundigen ............................................................................................................................. 10 Doelgroepomschrijving ........................................................................................................................... 11 Kleinschalige voorzieningen .................................................................................................................... 13

4.

Ambitie en uitgangspunten................................................................................................................. 14 Ambitie .................................................................................................................................................... 14 Uitgangspunten....................................................................................................................................... 15 1.

Integrale aanpak met gezamenlijke triage ................................................................................ 16

2.

Beperken van de instroom en doorplaatsingen ........................................................................ 16

3.

Diversiteit aan kleinschalige voorzieningen .............................................................................. 17

4.

Zo gewoon als mogelijk .............................................................................................................. 17

5.

Vergroten van de uitstroom ...................................................................................................... 18

6.

De financiering is passend voor alle partijen ............................................................................ 19

5.

Toetsingskader .................................................................................................................................... 21

6.

Overlegstructuur ................................................................................................................................. 24 Kerngroep ............................................................................................................................................... 24 Stuurgroep .............................................................................................................................................. 24 Landelijke projectleiders ......................................................................................................................... 24 Afstemmingen andere regio’s................................................................................................................. 24 Ervaringsdeskundigen ............................................................................................................................. 25 Onderwijs ................................................................................................................................................ 25 Regio Twente en IJsselland ..................................................................................................................... 25 Overlegstructuur in de toekomst............................................................................................................ 25

7.

Planning............................................................................................................................................... 26

8.

Conclusie ............................................................................................................................................. 27 1

9.

Bijlagen ................................................................................................................................................ 28

2

1. Inleiding Het substantieel verminderen van het aantal jongeren dat in grote residentiële voorzieningen terechtkomt door het organiseren van passende hulp dicht bij de leefomgeving van de jongeren en het gezin. Deze ambitie is uitgewerkt in het actieprogramma ‘Zorg voor de Jeugd’ 1 en brengt vastgoedvraagstukken, additionele investeringen en structurele kosten met zich mee. Minder plaatsingen in grote residentiële voorzieningen leiden immers tot leegstand en dat vraagt om te investeren in de omvorming naar kleinschalige voorzieningen. In navolging op de Specifieke Uitkering (SpUK) voor de eerste tranche vastgoedtransitie voor de JeugdzorgPlus in 2020, heeft het kabinet anno 2021 in de voorjaarsnota € 50 miljoen beschikbaar gesteld om de tweede tranche vastgoedtransitie te bespoedigen (Regeling Specifieke Uitkering Vastgoedtransitie Residentiële Jeugdhulp 2021 2). Deze is specifiek gericht op jongeren die uithuisgeplaatst zijn en verblijven in voorzieningen waar zij behandeling krijgen (residentiële jeugdhulp). De middelen bieden een impuls voor omvorming van de huidige voorzieningen naar meer kleinschalige voorzieningen. Deze middelen zijn verstrekt aan coördinerende gemeenten.

Deze gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om met aanbieders met open residentiële voorzieningen, waaronder driemilieusvoorzieningen, en de jeugdhulpregio’s3 gezamenlijk te komen tot een bovenregionale toekomstvisie dat de, bij de transformatie passende, vastgoedtransitie ondersteunt en de basis is voor de toekenning van middelen aan de aanbieders met dergelijke voorzieningen. Dit plan bestaat uit een beschrijving van de bestaande situatie van het vastgoed, een analyse van de herkomst van de jongeren, een doelgroep- en voorzieningenomschrijving, de gezamenlijke ambitie en de uitgangspunten. Vervolgens wordt ingegaan op het toetsingskader om de strategische vastgoedplannen te toetsen aan de gezamenlijke visie. Daarnaast is omschreven hoe de aanbieders en de andere regio’s zijn betrokken. Tot slot is de planning tot uiterlijk 31 december 2024 toegevoegd.

1 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, april 2018 2 Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 oktober 2021, kenmerk 3259137-1007923-J,

houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor activiteiten ten behoeve van de vastgoedtransitie van de gesloten jeugdhulp, de ombouw van separeerruimten in de gesloten jeugdhulp en vastgoedtransitie van open driemilieusvoorzieningen (Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021). 3 Nederland is verdeeld in 42 jeugdhulpregio’s. Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin gemeenten bovenlokaal samenwerken op het gebied van Jeugdhulp. Een jeugdhulpregio is geen formele entiteit. In dit plan hanteren we voor een jeugdhulpregio de term ‘regio’.

3

2. Context Overijssel Voor deze opdracht vormen de twee jeugdhulpregio’s IJsselland en Twente samen het bovenregionaal gebied Overijssel. In het gebied hebben zes aanbieders voorzieningen die in aanmerking komen op de SpUK middelen. Voor deze bovenregionale toekomstvisie is er uitgegaan van de voorzieningen zoals zijn aangegeven door zes aanbieders zelf.

Definitie SpUK-voorzieningen Een open residentiële voorziening of driemilieusvoorziening voor jeugdhulp met verblijf wordt gedefinieerd als een instelling4: -

-

die valt onder de Jeugdwet; waarin jongeren op vrijwillige basis of met een jeugdbeschermingsmaatregel (tijdelijk) dag en nacht en gedurende de hele week buiten hun eigen omgeving verblijven; die als doel heeft om binnen de drie milieus wonen, onderwijs en vrije tijd met 24 uurs verblijf en begeleiding:  een gezonde ontwikkeling van jongeren te stimuleren en aanwezige problemen te verminderen;  de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen de jongere en zijn sociale netwerk te herstellen. waarvan het huidige aanbod bestaat uit:  een combinatie van verzorging, begeleiding en opvoeding, dagbesteding en onderwijs;  onderwijs op een school op het terrein of op een school (of scholen) in de buurt, waarbij er aantoonbare samenwerkingsafspraken gemaakt zijn met die betreffende school (of scholen);  residentiële leef- of behandelgroepen die bestaan uit ten minste acht capaciteitsplaatsen;  verblijf in een residentiële leefgroep – al dan niet gecombineerd met behandeling.

Aanbieders Overijssel De aanbieders voor Overijssel met open residentiële voorzieningen, waaronder driemilieusvoorzieningen, die in aanmerkingen komen voor de SpUK middelen, zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ambiq (locatie Hengelo en locatie Hoogeveen, deze locatie bevindt zich in Noord-Nederland) Jarabee (locaties Hengelo, Enschede, Oldenzaal) Pluryn (locatie Almelo) Trias Jeugdhulp (locaties Zwolle en Hellendoorn) Triade Vitree (locaties Zwolle en Kampen) Pactum (locatie Deventer)

De gemeente Enschede is coördinerende gemeente van de eerste vier aanbieders. Triade Vitree valt onder de coördinerende gemeente Utrecht en Pactum onder de coördinerende gemeente Arnhem. Pluryn valt 4 Uitgangspuntennotitie verdeling incidentele middelen open driemilieusvoorzieningen, september 2021

4

deels onder de coördinerende gemeente Enschede. Pluryn is in drieën gedeeld en valt ook deels onder de coördinerende gemeenten Utrecht en Arnhem. Onderstaande plaatje komt van het dashboard dat Significant heeft gemaakt. Alleen de SpUKvoorzieningen zijn weergegeven.

Voor IJsselland heeft 61 SpUK-voorzieningen plekken, Twente 181 SpUK-voorzieningen plekken.

5

Hieronder is weergegeven waar de locaties zich bevinden.

In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel plekken er zijn toegekend aan de coördinerende gemeente Enschede en de daarbij behorende subsidie vanuit de SpUK per aanbieder. De plekken voor Pactum en Triade Vitree zijn niet in deze tabel meegenomen omdat Enschede daar geen coördinerende gemeente voor is. De plekken van Ambiq in Hoogeveen (62 plekken) zijn hierin wel meegenomen, omdat gemeenten Enschede daar wel de SpUk middelen voor ontvangt. Aanbieder

Aantal plekken

Subsidie (SpUK)

Ambiq

104

€ 1.777.170

Jarabee

39

€ 666.439

Pluryn (deels)

62

€ 1.059.467

Trias Jeugdhulp

42

€ 717.703

Totaal Enschede

247

€ 4.220.779 6

De SpUK-voorzieningen zijn geen geoormerkte plekken specifiek voor jongeren uit de Jeugdwet. Het kan voorkomen dat dit ook jongeren uit de Wet Langdurig Zorg (WLZ) deze plekken bezetten, echter dat komt bij aanbieders in Overijssel heel weinig voor. De gegevens die zijn weergegeven zijn gebaseerd op de situatie op peildatum 1 augustus 2021. Alleen voorzieningen waar op 1 augustus de helft of meer jongeren uit de Jeugdwet verbleven zijn meegeteld. In de tussentijd is een aantal bedden al gewijzigd door ombouw naar kleinschaligheid, voornamelijk bij Pactum en Triade Vitree.

Herkomst van jongeren In het kader van de landelijke coördinatie heeft Significant een startfoto van de open residentiële voorzieningen waaronder de driemilieuvoorzieningen in Nederland gemaakt. Het geeft inzicht in de situatie voor wat betreft de capaciteit van de SpUK-voorzieningen en de herkomst van de jongeren die in de SpUK-voorzieningen verbleven (spreiding). De aanbieders hebben hiervoor gegevens over januari t/m november 2021 aangeleverd. Deze jongeren kunnen voor 2021 zijn ingestroomd. Het betreft alleen jongeren die onder de Jeugdwet vallen. Ook is van een bepaalde groep jongeren (voogdij-jongeren) de gemeente van herkomst niet bekend. Daarbij ook de kanttekening dat de afbakening van de regionale gebieden (provinciale grenzen) niet altijd overeenkomt met werkelijk regionaal plaatsen (geografisch gezien de meest nabije locatie). Een deel van de jongeren uit IJsselland woont bijvoorbeeld dichterbij Pactum, locatie Lochem (gebied Gelderland) dan bij Pluryn, locatie Almelo (gebied Overijssel) en een deel van de jongeren in IJsselland woont dichterbij Ambiq, locatie Hoogeveen (gebied Noord-Nederland) dan bij Ambiq, locatie Hengelo (gebied Overijssel). Desondanks kan er wel een globaal beeld geschetst worden. In Overijssel gaat het over 387 unieke jongeren die tussen januari t/m november 2021 verbleven in een SpUK-voorziening.

Het waren in die periode 150 jongeren voor de regio IJsselland en 237 jongeren voor de regio Twente. Hieronder een weergaven van regionale en buiten regionale plaatsingen en de herkomst van jongeren die geplaatst zijn in de SpUK-voorzieningen in Overijssel5: 

Jongeren uit Overijssel worden veelal regionaal geplaatst (73%). o IJsselland 57% binnen de regio (86 jongeren) o Twente 84% binnen de regio (198 jongeren)

5

Belangrijk om te vermelden is dat met ingang van januari 2022 het woonplaatsbeginsel is gewijzigd. Jongeren met een voogdijmaatregel vallen vanaf die datum (eventueel met terugwerkende kracht) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar de jongere stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Dit betekent dat sommige jongeren onder een andere gemeente vallen ten opzichte van eerdere cijfers. Voor regio’s met een grote driemilieusvoorziening binnen de grenzen, kan het aantal jongeren dat ingeschreven staat binnen een gemeente van die regio een vertekend beeld geven.

7

39 jongeren vanuit Twente en 64 vanuit IJsselland zijn buiten de regio Overijssel geplaatst. Voornamelijk in Gelderland (17%) en Noord-Nederland (7%). Jongeren die buiten Overijssel worden geplaatst, worden met name geplaatst bij één van de zes aanbieders. We beschouwen deze plaatsingen dus niet als ongewenst. Hieronder is weergegeven welk percentage jongeren uit Overijssel bij welke aanbieder met SpuK-voorzieningen geplaatst zijn in januari t/m november in 2021.

8

De plaatsingen bij aanbieders uit Overijssel zijn bijna allemaal jongeren die daadwerkelijk uit Overijssel komen. 86% van de jongeren in de SpUK-voorzieningen in Overijssel komen daadwerkelijk uit Overijssel.

De verhouding geplaatste jongeren vanuit OVerijssel per aanbieder ziet er als volgt uit: o Ambiq 98% o Jarabee 99% o Pactum 41%6 o Pluryn 79% o Triade Vitree 87% o Trias 91%

6 Dit percentage geeft niet het huidige beeld weer. Er worden nu voornamelijk jongeren uit Deventer geplaatst, data is achterhaalt

in verband met periode uitvraag en de reeds uitgevoerde ombouw naar kleinschaligheid.

9

3. Ervaringsdeskundigen, doelgroep en kleinschalige voorzieningen Ervaringsdeskundigen Er zijn waardevolle gesprekken gevoerd met verschillende jongerenraden van de betrokken aanbieders. Met jongeren is gesproken over: -

de behoefte van de jongeren toen ze uit huis geplaatst werden, wat ze gemist hebben toen ze uithuisgeplaatst werden, wat zijn succeservaringen die meegenomen kunnen worden, wat moeten we echt niet meer doen en tips voor deze bovenregionale toekomstvisie.

De rode draad die meegenomen kan worden uit de jongerenraden is de wens om de voorzieningen meer huiselijk te maken. Dat betekent dat de voorziening meer als een huis voelt in plaats van als een gebouw. Dat kan zowel door de locatie (in de wijk en niet 30 minuten fietsen naar de stad), als door een verzorgde tuin en uiterlijk. Ook is de wens groot om de eigen kamer zelf in te richten, geen meubels vast aan de wand of vloer of bijvoorbeeld een muur te voorzien van een zelfgekozen kleur. Begeleiding is volgens de jongeren beperkt toegankelijk door gebrek aan tijd en aandacht en zit voornamelijk in het kantoor op de laptop met de deur dicht. Jongeren geven aan dat ze echt gehoord willen worden en vragen om oprechte aandacht. Daadwerkelijk tijd maken en aandacht geven wanneer een jongere hierom vraagt en dan ook echt te luisteren: je verhaal kwijt kunnen als dat nodig is en niet altijd te moeten wachten totdat er tijd is. Dit is lastig door de vele flexers en zzp’ers die ingezet worden op de groepen. Die draaien diensten en hebben weinig betrokkenheid bij de jongeren die er verblijven. De jongeren vragen ook aandacht voor gezamenlijke momenten waar stil gestaan wordt bij hoe de dag is geweest (saamhorigheid) en met elkaar activiteiten ondernemen, zowel in huis zoals een drinkmoment of gezamenlijk een film kijken in de woonkamer als buitenhuis, zoals een keer naar het strand gaan.

Ze hopen door kleinere groepen meer aandacht te krijgen op de momenten dat zij dat nodig hebben. Dat er vaker een waaromvraag gesteld worden in plaats van meteen te handelen bij het tonen van bepaald gedrag. Dat er ruimte is voor het gezamenlijk bepalen van regels en dat deze regels aangepast worden naar de jongeren die op dat moment verblijven op de groep. De jongeren ervaren groepjes vorming binnen de grotere groep en ruzie onderling waardoor jongeren zich niet altijd veilig voelen en veel tijd doorbrengen op hun kamer. Jongeren geven aan dat ze het soms lastig vinden om vrienden mee te nemen naar de groep, ze schamen zich voor de groep, mogen vrienden niet ontvangen op hun eigen kamer of het is te druk op de groep. Een kleinere groep biedt hierin meer mogelijkheden. Een kleinere groep vinden de jongeren ook spannend. Wordt er goed gekeken naar de groepssamenstelling? Is er wel een klik onderling? Matching vinden de jongeren erg belangrijk, juist bij een kleinere groep. De volgende quotes geven de input vanuit de jongerenraden weer.

10

“Ik kan mijn kamer niet zelf indelen, omdat het bureau vast zit aan de muur.” “De woonkamer is nog wel gezellig, maar boven is alles wit.” “Het maakt niet zoveel uit hoeveel begeleiders er zijn, als ze maar tijd voor ons hebben en niet continu op kantoor zitten achter de computer. Nu wordt er altijd gezegd dat ze over 10 minuten tijd voor mij hebben, en dat wordt dan meestal 1,5 uur wachten.” “Waarom wordt er niet gevraagd waarom ik boos ben of dronken thuis kom? Dan kan ik uitleggen waarom ik dit gedrag vertoon.” “Ik zit hier niet voor niks, waarom word ik vastgepakt als ik boos ben. Vind je het gek dat ik dan nog meer door het lint ga? We moeten letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen om boos te zijn.” “Waarom mag ik mijn eigen dossier niet inzien, pas als ik de voorziening verlaat. We kunnen mijn dossier toch samen invullen?” “Een grotere groep zorgt voor groepjes binnen de groep, dat leidt tot veel ruzies en geeft een onveilig gevoel.” “Ik neem geen vrienden mee naar huis, daar schaam ik mij voor.” Als stuurgroep hebben we afgesproken om acties voor de korte en de lange termijn op te nemen in de strategische vastgoedplannen van de aanbieders om met deze waardevolle input aan de slag te gaan en te luisteren naar onze jongeren.

Doelgroepomschrijving In het document Richting geven aan kleinschalig verblijf. Een plek om zo thuis mogelijk op te groeien (NJI, 2021) worden drie doelgroepen gekenmerkt voor kleinschalige voorzieningen: 1. Voor jongeren met ernstige en complexe problemen Het gaat hierbij om vormen van kleinschalig wonen die zich richten op jongeren met ernstige en complexe problemen die niet thuis kunnen wonen en voor wie een plaatsing in een pleeggezin of gezinshuis niet mogelijk is. Soms is het doel tijdelijk een woonplek te bieden totdat de jongere weer thuis kan wonen of door kan stromen naar zelfstandigheid. In andere gevallen is het verblijf erop gericht dat de jongere er kan opgroeien tot volwassenheid. 2. Voor jongeren die een risico vormen voor zichzelf of de omgeving In eerste instantie zijn dit kleinschalige alternatieven die door instellingen voor JeugdzorgPlus zijn ontwikkeld. Deze voorzieningen richten zich op jongeren met een (voorlopige) machtiging voor een gesloten plaatsing vanwege het risico dat zij vormen voor zichzelf of hun omgeving. De doelstelling van het kleinschalig verblijf voor deze groep is om een plaatsing in een (grotere) JeugdzorgPlus instelling te voorkomen of te verkorten. Daarnaast zijn deze kleinschalige voorzieningen geschikt om jongeren te begeleiden bij de terugkeer naar huis of de overgang naar zelfstandig wonen.

11

3. Voor jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd Deze voorzieningen zijn ontwikkeld vanuit justitiële jeugdinrichtingen om meer maatwerk te kunnen bieden in de vrijheidsbeneming van jongeren die in aanraking zijn gekomen met het strafrecht. Deze voorziening heeft als doel om bij een kortdurende vrijheidsbeneming de binding van de jongere met de maatschappij in stand te houden. In de praktijk zien we dat het onderscheid niet meer zo zwart-wit is als hierboven beschreven. Dat is het gevolg van de veranderde visie vanuit zowel de JeugdzorgPlus instellingen als de open residentiële jeugdhulp. Door steeds minder jongeren te plaatsen in de JeugdzorgPlus en open residentiële voorzieningen is de verwachting dat er een verschuiving plaats vindt van jongeren die voorheen gesloten geplaatst werden naar de kleinschalige voorzieningen en van jongeren in de SpUK-voorzieningen naar jongeren die thuis, in een pleeggezin of gezinshuis wonen met intensief ambulante hulp. Dit zal leiden tot meer jongeren met relatief zwaardere problematiek met ambulante hulp, omdat zij niet meer worden opgenomen in de SpUK-voorzieningen. Dat houdt ook in dat de groep jongeren die nog wel hulp ontvangt in de SpUK-voorzieningen een zwaardere hulpvraag heeft (zij worden niet meer gemixt met jongeren met relatief minder zware problematiek).

Er wordt ook steeds meer ingezet om jongeren niet meer te verplaatsen. 58% van de jongeren verblijft voorafgaand aan de JeugdzorgPlus in een SpUK-voorziening en 44% stroomt uit naar een SpUK-voorziening. Er is dus nu al veel verwevenheid. De doelgroep van de SpUKvoorzieningen zal in de toekomst geen aparte doelgroep meer zijn (als het deze al was), maar zal bestaan uit een mix van de boven beschreven doelgroepen met de volgende, in de kern- en stuurgroep, vastgestelde doelgroepomschrijving: Jongeren met meervoudige en complexe gedrags- en/of gezinsproblemen. De doelgroep kenmerkt zich door zware gedragsproblematiek, meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een licht verstandelijke beperking. Niet één van de problemen is bovenliggend. Deze jongeren hebben een stagnerende ontwikkeling, verstoorde schoolgang en (dreigende) onveiligheid. Deze doelgroep is ongeveer 0,5% van alle jongeren in Nederland7 en heeft behoefte aan een individuele en integrale aanpak (maatwerk). Voor Overijssel betreft het ongeveer 1200 jongeren (0,5% van 113.000 jongeren tot 18 jaar in IJsselland8 + 127.500 jongeren tot 18 jaar in Twente9). Een deel van deze jongere verblijft (tijdelijk) gedurende hun leven tot het 18 e levensjaar in een SpUK-voorziening.

Afbakening doelgroep In Overijssel hebben we ook stil gestaan bij een afgebakende doelgroep binnen bovenstaande doelgroepomschrijving, omdat voor deze jongeren een andere opgave binnen het vastgoed nodig is. Deze doelgroep vraagt om de veiligheid van een terrein, waarbij verblijf, onderwijs en vrije tijd intensief met elkaar in verbinding is. Het betreft jongeren:

7 Verheijden, E & De Lange, M., Wat werkt bij integrale jeugdhulp? 2016. 8 Regionale visie jeugdhulp IJsselland 2021-2025 9 Regiobeeld Twente, juli 2020.

12

• • • • • • •

Die steeds verplaatst worden Waarbij er sprake is van contra-indicaties, waardoor de jongere wordt afgewezen Die vaak een zeer beperkt netwerk hebben Waarbij domein overstijgend denken nodig is Op het snijvlak van dwang en drang Die niet kunnen functioneren op een grotere groep Die behoefte hebben aan langdurige herstelgerichte zorg en veel nabijheid, structuur en voorspelbaarheid.

Beide doelgroepen worden meegenomen in de strategisch vastgoedplannen van de aanbieders.

Kleinschalige voorzieningen Voor de kleinschalige voorzieningen sluiten we aan bij de definitie van het Nederlands JeugdInstituut (NJI): Een kleinschalige voorziening is 24/7-verblijf binnen een gesloten of open residentiële voorziening, op een instellingsterrein of in een woonwijk, van maximaal zes – en bij voorkeur vier – jongeren tussen 8 en 23 jaar, in een huiselijke setting door een vast team van begeleiders met een minimum ratio op de groep van 1 op 4, waarbij een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat – en zolang als nodig – wordt gegeven, met perspectief op wonen, zorg en onderwijs/arbeid tijdens verblijf en/of daarna10. Een belangrijk doel van kleinschalige voorzieningen is om individuele zorg op maat en individuele aandacht te kunnen bieden in een veilige omgeving in een zo normaal mogelijke setting, waar onderwijs expliciet onderdeel is van het perspectief van de jongeren. Een kleiner aantal jongeren draagt bij aan het normaliseren, waardoor individuele behoeften, kansen, talenten en uitdagingen aandacht krijgen en worden benut11. De jongeren ervaren dat ze ergens kunnen blijven zo lang als zij dat nodig hebben. In Overijssel maken we onderscheid tussen wonen in de wijk en wonen op een terrein.

In onze ogen hebben jongeren uit de afgebakende doelgroep behoefte aan een kleinschalige voorziening op het terrein, waarbij verblijf, onderwijs en vrije tijd intensief met elkaar in verbinding is. Voor de jongeren vanuit de bredere doelgroep is het uitgangspunt dat zij mogen wonen in de wijk totdat zij terug naar huis kunnen of de stap richting zelfstandigheid kunnen zetten. Jongeren gaan in principe naar een school of stage/ werk in de buurt. Het zo normaal mogelijk opgroeien en ontwikkelen staat daar centraal. Als behandeling nodig is, wordt dat toegevoegd. Aangezien de doelgroep divers is en de woonbehoefte verschilt is het de kunst om voortdurend aan te sluiten bij de behoefte en het perspectief van de jongere en het gezin, met ruimte en variatie om te kiezen voor een woonplek.

10 Mourits, E. & Addink, A., Richting geven aan kleinschalig verblijf. Een plek om zo thuis mogelijk op te groeien, 2021. 11 Mourits, E. & Addink, A., Richting geven aan kleinschalig verblijf. Een plek om zo thuis mogelijk op te groeien, 2021.

13

4. Ambitie en uitgangspunten Ambitie We hebben landelijk een gezamenlijke ambitie om het aantal jongeren dat in grote residentiële voorzieningen terechtkomt substantieel te verminderen door het organiseren van passende hulp dicht bij de leefomgeving van de jongere en het gezin. Elk bovenregionaal gebied stelt een meerjarig plan op waarbij de opbouw van alternatieven en de ombouw van de SpUK-voorzieningen in samenhang en in afstemming (ook met andere regio’s) worden ontwikkeld. Elk gebied werkt toe naar passende zorg binnen het eigen bovenregionale gebied. Het is daarbij belangrijk geen ‘lacunes’ in de zorg te laten ontstaan door te snelle herverdeling van capaciteit en afbouw van plekken. De afgelopen maanden hebben de aanbieders en de regio’s in Overijssel op een constructieve manier met elkaar gesproken over de noodzaak van het verminderen van de instroom en de ombouw van de huidige voorzieningen. Alle partijen zijn ervan overtuigd dat deze kwetsbare jongeren de best passende hulp verdienen. Op basis hiervan is een ambitie neergelegd, waar alle betrokken partijen in Overijssel achter staan: In Overijssel heeft elke jongere een thuis, waar de jongere mag wonen, leren en zich ontwikkelen 12.

De SpUK middelen worden gehanteerd voor het ombouwen van de grote residentiële voorzieningen, waaronder de driemilieuvoorzieningen, naar kleinschalige voorzieningen met 4 tot 6 jongeren op het terrein en in de wijk Daarnaast wordt SpUK gebruikt als vliegwiel om de transformatie in beide regio’s te versterken. Dit doen we door: 1. Het ontwikkelen van kleinschalige voorzieningen in de wijk; 2. Het beperken van de instroom door het ontwikkelen van een gezamenlijke triage en (ambulante) alternatieven; 3. Het vergroten van de uitstroom uit de driemilieuvoorzieningen. We gaan uit van een natuurlijke afbouw van het aantal bedden door het beperken van de instroom en het vergroten van de uitstroom, echter we monitoren periodiek hoe haalbaar dat is en herijken als dat nodig is. Deze ambitie vergt grote inzet van veel partijen. Om tot een echte transformatie te komen, moeten er nog veel stappen gezet worden. Ondanks dat deze stappen formeel buiten de scope van de SpUK vallen, worden ze wel benoemd in deze bovenregionale toekomstvisie, omdat ze nodig zijn om de bovenregionale toekomstvisie op de lange termijn te behalen. De te zetten stappen worden in het najaar 2022 verder uitgewerkt. Het is belangrijk om te realiseren dat de SpUK ‘slechts’ een financiële impuls is om vastgoed geen belemmering te laten zijn voor de transformatie van de SpUK-voorzieningen. Deze middelen dekken niet 12

Thuis is een plek waar jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien in een ‘gewone gezinssituatie’. Thuis is een zo thuis mogelijk georganiseerde omgeving voor die jongeren, die niet in een ‘gewone gezinssituatie’ kunnen opgroeien.

14

alle te maken kosten. Daarnaast realiseren we ons dat deze ambitie de gewenste situatie weergeeft, maar dat de praktijk weerbarstig is. De realiteit staat soms nog ver weg van de toekomstvisie, zo hebben we bijvoorbeeld te maken met:       

een krappe arbeidsmarkt, veel ziekte en verloop in de jeugdzorg, jongeren die niet tijdig op een passende plek geplaatst kunnen worden, de afbouw van JeugdzorgPlus voorzieningen waarvan we de impact nog niet weten, relatief zwaardere problematiek in de voorzieningen door beperking van de instroom door ambulante alternatieven en afbouw JeugdzorgPlus, vraagstukken rondom de tarieven en de financiering, inkoop per regio.

We houden oog voor die realiteit tijdens de transformatie, maar houden wel de focus op het lange termijn doel. Transformatie is echter een langdurig proces waarvoor een gezamenlijke basis benodigd is. De aanbieders en regio’s hebben hierover het volgende afgesproken:  We spreken naar elkaar de intentie uit over de ambitie en de uitgangspunten en we herijken periodiek waar we staan.  Alle 25 gemeenten en alle zes de aanbieders verbinden zich voor langere tijd (2022-2032) aan deze bovenregionale toekomstvisie. Dat houdt in dat we bereid zijn mee te blijven doen, ook nadat de SpUK voor de vastgoedtransitie afgelopen is. Hiervoor organiseren we met elkaar een goede governance.  Er zijn afspraken gemaakt over tarieven voor kleinschalige voorzieningen in de wijk en op het terrein.  Er is samenwerking tussen aanbieders, gemeentes en woningcorporaties om samen te zoeken naar passende huisvesting.

Uitgangspunten Om de landelijke en bovenregionale ambitie vorm te kunnen geven, zijn er uitgangspunten geformuleerd die als de basis worden gezien voor de ontwikkeling naar het ombouwen van de SpUK-voorzieningen naar meer kleinschalige voorzieningen. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Integrale aanpak met gezamenlijke triage Beperken van de instroom en doorplaatsingen Diversiteit aan kleinschalige voorzieningen Zo gewoon als mogelijk Vergroten van de uitstroom De financiering is passend voor alle partijen

15

1. Integrale aanpak met gezamenlijke triage Door alle gemeenten en aanbieders wordt onderschreven dat het voor de jongere het best is om (als thuis wonen niet meer mogelijk is) zo nabij als mogelijk bij de leefomgeving van de jongere zelf en in één keer op de best passende plek te worden geplaatst. Voor dit uitgangspunt is vooraf een analyse van de situatie en de jongere nodig. Het werken met een verklarende analyse13 en perspectiefplan zijn daarbij essentieel. Deze documenten bieden relevante informatie voor de besluitvorming over de doelen, de keuze voor hulp en de vervolgstappen. Daarnaast moet er voor jongeren van 16 jaar en ouder gekeken worden naar het perspectief na 18 jaar. In Overijssel organiseren we een gezamenlijke triage (project geïntegreerde zorg kan als voorbeeld dienen14) met de aanbieders met kleinschalige voorzieningen, waar een gezamenlijke acceptatieplicht is voor jongeren met een verblijfs-/ woonvraag. Deze gezamenlijke triage is voor de afgebakende doelgroep bedoeld, voor minder complexe casussen kan het standaard proces worden gevolgd. Dit triageteam kijkt op basis van de verklarende analyse, een goede screening15 en een goede matching naar de best passende plek om (tijdelijk) te verblijven en onderwijs te volgen.

Op deze manier ontstaan er korte lijnen (efficiënt werken) en daadwerkelijke samenwerking, kan de instroom gemonitord worden en van elkaar geleerd worden.

2. Beperken van de instroom en doorplaatsingen Op dit moment ontbreekt het in beide regio’s aan voldoende beschikbare outreachende integrale ambulante hulpverlening die thuis, bij pleeggezinnen en gezinshuizen of bij voorzieningen van een aanbieder ingezet kan worden (inclusief het bieden van bescherming) om instroom naar een residentiële voorziening of doorplaatsingen te beperken. Er is vraag naar snelle, directe en forse inzet van verschillende disciplines, het liefst 24/7 die kunnen helpen als het moeilijk wordt. Handen bieden bij overbelasting van ouders / personeel of medewerkers op de groep ondersteunen, omdat expertise ontbreekt. Dit vraagt om een investering van zowel de aanbieders als de regio’s om dit te realiseren. De kunst is om voortdurend aan te sluiten bij de behoefte en het perspectief van de jongere (en het gezin), met ruimte en variatie om te kiezen voor de juiste hulp (matched care) in plaats van steeds meer hulp toe te voegen (stepped care). Verwijzers hebben lef nodig om zo vroeg mogelijk voldoende hulp in te zetten en daadwerkelijk in te grijpen.

Aanbieders moeten kritisch zijn in hun advies bij een aanmelding en altijd onderzoeken of de problematiek van de jongere die aangemeld wordt, niet te licht is voor de kleinschalige voorziening en of er ambulant nog mogelijkheden gezien worden, maar ook of er niet iets te lichts gevraagd wordt, waarvan de inschatting is dat dat onvoldoende resultaat gaat bieden, waardoor later meer nodig is. 13 Kenniswerkplaats Jeugd Friesland & Bureau PEERS strategische zorginnovatie, Factsheet Verklarende Analyse, 2021 14 Met het project geïntegreerde zorg wordt gewerkt aan een nieuwe samenwerkingsvorm tussen negen aanbieders (de

aanbieders van de driemilieusvoorzieningen aangevuld en GGZ aanbieders en verslavingszorg) in de regio IJsselland om expertises te bundelen en te voorkomen dat jongeren (langdurig) uit huis worden geplaatst en het mogelijk maken dat jongeren die toch langdurig in een residentiele voorziening geplaatst zijn (geweest) weer eerder thuis kunnen wonen en vanuit daar de benodigde zorg en ondersteuning krijgen. 15 Het dient aanbeveling om een weeginstrument te ontwikkelen, zodat je grond van ‘objectieve’ criteria opnamebeleid ontwikkeld wordt

16

3. Diversiteit aan kleinschalige voorzieningen Zeker vanuit gemeenten is het belang benadrukt van differentiatie dan wel verscheidenheid in kleinschalige voorzieningen zo dichtbij als mogelijk bij de leefomgeving van de jongere. Er wordt gezocht naar de best passende plek die aansluit bij de behoefte en het perspectief van de jongere. Dat betekent verschil in:   

locaties van de voorzieningen in de wijk en op het terrein spreiding in de regio voor nabijheid bij de leefomgeving van de jongere ratio begeleiders/jongeren (1 op 4/6, 2 op 4/6, medewerkers in dienst op basis van een gezinshuisconstructie)

Ook veiligheidsaspecten - en het regelen van een goede ondersteuningsstructuur om de kleinschalige voorzieningen heen - spelen een belangrijke rol. Dit zal in de strategisch vastgoedplannen ook een belangrijke plek gaan krijgen. Bijvoorbeeld een standalone voorziening is kwetsbaar en duur en dus niet wenselijk. Een categoriale insteek (indeling op basis van geslacht, leeftijd en problematiek) bij de kleinschalige voorzieningen blijkt in de praktijk vaak problematisch voor de groepsdynamiek. De jongeren bevestigen elkaar al snel in hetzelfde problematische gedrag en trokken elkaar mee in negatieve situaties. Een combinatie van jongeren met verschillende problemen en leeftijden maakt dat de jongeren een individuele en verschillende benadering makkelijker accepteren. Uitgangspunt is dat matching plaats vindt op basis van aanpak, individuele behoefte van jongere zowel in begeleiding als in huisvesting en expertise van de pedagogische opvoeders. Er wordt gekeken naar de setting en wat er nodig is.

4. Zo gewoon als mogelijk De inrichting van een kleinschalige voorziening is belangrijk voor de sfeer. Een huiselijke omgeving waarin jongeren zich veilig voelen. Dit kan bevorderd worden door materiaalgebruik (zachte vloeren, sfeervolle verlichting) en een eigen kamer die ze naar eigen wensen kunnen inrichten en een plek is waar zij zich kunnen terugtrekken of kunnen oefenen in het zelfstandig leren wonen. De kleinschalige voorziening is gelegen in een omgeving die inclusie in de maatschappij bevordert. De voorkeur heeft de woonwijk. Door de ligging van een kleinschalige voorziening, geïntegreerd in een woonwijk, kunnen jongeren de binding met de maatschappij aangaan. De toegang tot buren, lokale scholen, winkels, sport en andere vormen van vrijetijdsbesteding maakt het leven ‘zo gewoon mogelijk’. Onderwijs is de beste jeugdzorg. Zo draagt onderwijs bij aan de ontwikkeling van de autonomie van de jongere, ook al is deze beperkt. Het geeft een jongere een toekomstperspectief. Door kleinschalige voorzieningen waarin maatwerk wordt geleverd, is de aansluiting met onderwijs beter te maken. Er is meer aandacht voor de jongeren, zowel tussen specialistische opvoeders als onderling. Ook kan het onderwijs een constante betekenen in een tijdelijk en variërend zorgtraject. Niet de behandeling, maar het onderwijs staat dan voorop.

Door de basis van het onderwijs als uitgangspunt te nemen, is er sprake 17

van een normaliserende omgeving, is de leefwereld van de jongeren vergroot en is de school veel meer een ‘gewone’ school geworden. Een goede vrije tijdsinvulling voor jongeren zorgt voor minder escalaties. Uitgangspunt is dat de voorziening toewerkt naar ‘inclusie’ en daarmee zoekt naar mogelijkheden voor jongeren om deel te nemen aan het normale ‘sport- en verenigingsleven’ in het dorp of de stad. Hierbij is het belangrijk om aan te sluiten bij de interesses van de jongeren. De transitie vraagt om een gewijzigd personeelsbeleid en een aangepast profiel van de medewerkers die in de kleinschalige voorzieningen werkzaam zijn. Er wordt gewerkt vanuit de interactie en de relatie met de jongere. Een beperkt aantal vaste specialistische opvoeders die veel nabijheid en continuïteit biedt en die de-escalerend kan werken. Daarnaast zijn zij in staat het pedagogisch leefklimaat en bijbehorend zorgaanbod vorm te geven aan de hand van van verschillende methodieken, waaronder systeemgericht werken, competentiegericht werken en traumasensitief werken. Zij beschikken over kennis van de problematiek van de jongere, waardoor zij in staat zijn te kijken naar de eigenlijke behoefte die schuil gaat achter het zichtbare gedrag.

Een herstelgerichte benadering en werken vanuit de vraag van de jongeren en het gezin leiden tot een leefklimaat en zorgaanbod dat passend is bij de intrinsieke motivatie van de jongere.

5. Vergroten van de uitstroom De uitstroom stagneert door het beperkt aantal plekken bij fase/ trainingshuizen, woningen om zelfstandig te kunnen wonen of omdat de hulpvraag groter is dan wat de vervolg plekken aan kunnen. Wachtlijsten of het onvoldoende beschikbaar zijn van ambulante hulp op alle tijden, zorgen ervoor dat jongeren niet of pas later kunnen uitstromen. Jongvolwassenen van 18 jaar met jeugdhulp hebben vaak onvoldoende perspectief voor de overgang naar meerderjarigheid, wanneer ze 18 jaar zijn geworden en niet meer onder de Jeugdwet vallen. Jongeren die 18 jaar worden, zijn formeel ‘volwassen’. Dit betekent dat de bekostiging van hun hulp alleen nog uit de Jeugdwet (dus door gemeenten) komt als het ‘verlengde jeugdhulp’ is. Voor alle andere jongeren die 18 jaar worden, vindt de bekostiging voortaan plaats via de Wmo als het om begeleiding gaat, via MO/BW als het gaat om een verblijfsplek, via de Zvw (dus door zorgverzekeraars) als het om behandeling gaat en via de Wlz (door de zorgkantoren) als het gaat om langdurige zorg. Jongeren niet goed begeleiden doet de jarenlange investering vanuit de jeugdhulp teniet en is een risico voor maatschappelijke kosten. In het kader van de doelgroep in de SpUK-voorzieningen zijn onderstaande uitstroomprofielen het meest relevant. Uitstroomprofiel 1

Zelfstandig wonen Ambulante ondersteuning Langdurige hulp, problemen op met tijdelijk toezicht met een verblijfsplek meerdere domeinen (o.a. GGZ, en begeleiding binnen MO of BW. LVB, gedrag), geen/weinig dichtbij.

18

Uitstroomprofiel 2

Zelfstandig wonen Wlz, MO/BW financiering. met langdurig toezicht en begeleiding (inclusief 24-uur zorg).

steunend netwerk, BIG516 nog niet stabiel. Langdurige hulp, problemen op meerdere domeinen (o.a. GGZ, LVB, gedrag), geen/weinig steunend netwerk, BIG5 nog niet stabiel.

Uitstroomprofiel 1: Deze jongeren hebben gezien hun problematiek meer tijd nodig dan leeftijdsgenoten om uiteindelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Van sommigen van deze jongeren is de verwachting dat er altijd een vangnet van professionele hulpverlening nodig gaat zijn. Uitstroomprofiel 2: Van deze jongeren is de verwachting dat zij langdurig ondersteuning en begeleiding nodig hebben en dit niet geheel zelfstandig kunnen wonen. Zij zijn gebaat bij stevige structuur en duidelijkheid en hebben meer tijd nodig dan leeftijdsgenoten om zaken aan te leren. De overgang naar het volwassendomein betekent vaak dat een jongere moet verhuizen naar een andere woning of aanbieder, omdat de jeugdhulp stopt. Met elkaar vinden wij dat juist het doorplaatsen negatieve effecten heeft op de jongere. Daarom zullen de aanbieders, de gemeenten en zorgkantoren actief moeten optrekken om ook voor deze doelgroep een soepele overgang mogelijk te maken en gezamenlijk zorg te dragen voor de beste oplossing voor de jongere, ook na 18 jaar. Door lange wachtlijsten en weinig plekken bij MO/BW geldt voor deze jongeren dat hun toekomstperspectief onzeker is. Het langdurig en onvoorwaardelijk mogen wonen in de kleinschalige voorziening zou hierbij mogelijk kunnen helpen.

6. De financiering is passend voor alle partijen Het ombouwen naar kleinschalige voorzieningen heeft consequenties op de huidige tarieven. Afhankelijk van de opzet van de kleinschalige voorziening betekent dat een tariefswijziging, waarbij de verwachting is dat intensieve vormen van kleinschalige voorzieningen, met name voor de afgebakende doelgroep, leiden tot een verhoging van de tarieven. Een gezamenlijk partnerschap van gemeenten en aanbieders en het maken van goede afspraken is nodig om dit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Fasering in de tijd (geleidelijke doorvoering van de ombouw) en flexibele vastgoedoplossingen die dat mogelijk maken, zijn daarbij noodzakelijk. Dat stelt beide partijen in staat de effecten te meten en te zien en op basis daarvan de koers door te zetten of bij te stellen. Aandachtspunten hierbij zijn:   

de basis is vertrouwen over de juiste inzet van de middelen en vanuit dit vertrouwen worden afspraken gemaakt om te komen tot passende financiering voor alle partijen; de huidige, overspannen vastgoedmarkt waardoor er een gebrek is aan geschikte huizen; de financiering, die passend moet zijn binnen de budgettaire kaders van de gemeenten;

16 BIG5: jongeren worden pas losgelaten wanneer er een stevige stabiele basis is en getoetst is op support, wonen, werk en

school, inkomen en schulden, zorg en ondersteuning.

19

   

 

de financieringsvorm. De huidige financieringsvorm kan leiden tot verkeerde prikkels: een beschikbaarheidsfinanciering lijkt passender; dat er een koppeling gelegd wordt met de verschillende inkooptrajecten van de twee regio’s; de SpUK middelen dekken slechts een deel van de transitiekosten; dat het uitgangspunt is dat alleen de jongeren die het echt nodig hebben geplaatst worden in kleinschalige voorzieningen → een goede triage is noodzakelijk. Jongeren die meer baat hebben bij een ander type voorziening, worden daar geplaatst; een monitor, die nodig is om inzicht te hebben in de beschikbare plekken, op basis daarvan kan de beste plek gevonden worden, eventueel aangevuld met expertise vanuit andere aanbieders; dat er voldoende geschikte woonplekken beschikbaar zijn voor de jongeren die uitstromen naar zelfstandigheid of naar begeleid wonen, anders heeft dit verstopping in de keten als gevolg.

Voor zich spreekt dat de transformatie zowel zorginhoudelijk als financieel haalbaar moet zijn. De financieringsvorm wordt nader uitgewerkt in een strategisch vastgoedplan per aanbieder in samenspraak met aanbieders en gemeenten.

20

5. Toetsingskader Het toetsingskader is een praktisch instrument dat de regio’s gaan gebruiken om te toetsen of de strategische vastgoedplannen voldoen aan de bovenregionale toekomstvisie én of de risico's voldoende in beeld zijn en/of worden beperkt. Een voorbeeld van een risico-inventarisatie is opgenomen onder het toetsingskader. In het toetsingskader wordt ingegaan ‘wat’, ‘hoe’ en ‘wanneer’ aanbieders bijdragen aan de omvorming van de SpUK-voorzieningen naar kleinschalige voorzieningen en hoe zij de SpUK-middelen willen inzetten voor de daarvoor benodigde vastgoedtransitie. Afhankelijk van het toetsingskader kunnen de SpUK-middelen over de aanbieders verdeeld worden. Substitutie tussen aanbieders is hierbij mogelijk. Voorwaarden waaraan het plan aan moet doen: Hoofdstuk 1: Vastgoed 1.1 Ombouw residentieel (afgebakende doelgroep) Welke voorzieningen/ hoeveel plekken van de startfoto worden omgebouwd van grootschalig naar kleinschalig op het terrein? Korte omschrijving van het gebouw, die omgebouwd gaat worden: bouwkundige staat, leeftijd gebouw, huur of eigendom (eventueel met foto of kaart). Het gevolg voor het vastgoed vanwege de beweging naar kleinschaligheid. Huidige en nieuwe situatie benoemen, inclusief het aantal plekken.

Planning van de ombouw van grootschalig naar kleinschalig (rekening houdend met de deadline van 31 december 2024)? De haalbaarheid van de ombouw en de mate waarin de ombouw bijdraagt aan de bovenregionale toekomstvisie. 1.2 Ontwikkelen voorzieningen in de wijk Welke voorzieningen/ hoeveel plekken van de startfoto worden omgebouwd of opgebouwd in de wijk? Korte omschrijving van het gebouw, die omgebouwd gaat worden: bouwkundige staat, leeftijd gebouw, huur of eigendom (eventueel met foto of kaart). Het gevolg voor het vastgoed vanwege de beweging naar kleinschaligheid. Huidige en nieuwe situatie benoemen, inclusief het aantal plekken. Planning van de ombouw van grootschalig naar kleinschalig (rekening houdend met de deadline van 31 december 2024)? De haalbaarheid van de ombouw of opbouw en de mate waarin de ombouw of opbouw bijdraagt aan de bovenregionale toekomstvisie. 1.3 Financiële uitwerking

21

Investeringsbegroting: Hoeveel wordt er gefinancierd vanuit SpUK en hoeveel vanuit eigen middelen? Per locatie uitwerken en de relatie met de exploitatie zichtbaar maken. Financieel inzicht in het vastgoed waarop de transitie betrekking heeft (boekwaarde, leningen en aflossingen) Exploitatieoverzicht per locatie 5 jaar vooruit inclusief personele inzet (ratio begeleiding/jongeren, functiemix, etc). Kostprijsopzet per locatie en methodiek bekostiging Inschatting van de transitiekosten/frictiekosten. Schuifplan (waar gaan de jongeren heen tijdens verbouwing?) Hoofdstuk 2: Beleid Wat is het doel van het strategische vastgoedplan? Beschrijving proces en de wijze van afstemming met interne en externe stakeholders.

In het bijzonder aandacht voor afstemming en te bereiken overeenstemming met de gemeenten en het onderwijs Beschrijving eigen visie van de organisatie en de nut en noodzaak van vastgoedtransitie Hoe wordt normaliseren geborgd in het vastgoed, zowel in de wijk als op het terrein (uitstraling, imago en binnenmilieu)? Hoe wordt invulling gegeven aan het verblijven ook na 18 jaar? Hoe wordt ervoor gezorgd dat vastgoed flexibel ingezet kan worden, zodat de vraag leidend is en niet het aanbod? Op welke manier gaan de aanbieders het partnerschap met elkaar aan om te zorgen dat voor alle vragen van jongeren in Overijssel een passend antwoord ontstaat? Op welke manier kan expertise die nu aanwezig is bij de aanbieders toegevoegd of anders georganiseerd worden en welke afspraken maken aanbieders om samen te leren in de transformatie? Wat zijn de korte termijn acties om met de input vanuit de jongerenraden aan de slag te gaan? Wat zijn de langere termijn acties om met de input vanuit de jongerenraden aan de slag te gaan?

22

Een overzicht van de risico’s die bij de uitvoering van de vastgoedtransitie worden onderkend.  Omschrijving van het risico Impact (I) o Hoog (H) o Matig (M) o Laag (L)  Omschrijving van het gevolg van het risico voor de vastgoedtransitie Waarschijnlijkheid van het optreden van het risico (W) o Reëel (R) o Mogelijk (M) o Laag (L)  De te nemen mitigerende maatregelen Verantwoordelijke voor het nemen en/of monitoren van de mitigerende maatregelen (V) Risico

I

Gevolg

W Mitigerende maatregelen

23

V

6. Overlegstructuur Om dit bovenregionale plan te realiseren is een aantal werkgroepen in het leven geroepen. Hieronder wordt kort beschreven wie bij de totstandkoming van dit plan betrokken zijn en hoe deze stakeholders zijn aangehaakt.

Kerngroep Een kerngroep die 4-wekelijks bijeenkomt. Hierin zit een vertegenwoordiging van alle zes de aanbieders, beide regio’s en Jeugdbescherming Overijssel. Het doel van de kerngroep is het maken van tactische en operationele keuzes en het voorbereiden van de besluitvorming voor de stuurgroep. Daarnaast heeft de kerngroep de taak om draakvlak te creëren en te toetsen bij gemeenten, zorgaanbieders en jongeren. Maandelijks is een voortgangsrapportage vanuit de projectleiding opgeleverd die de leden van de kerngroep intern in hun organisaties konden verspreiden.

Stuurgroep Een stuurgroep die 6-wekelijks bijeenkomt. Hierin zijn bestuurders van de vier aanbieders waarvan gemeente Enschede coördinerende gemeente is en wethouders van beide regio’s vertegenwoordigd. De stuurgroep heeft de taak strategische keuzes en besluiten te maken. Ook dient de stuurgroep de voortgang en beleidscoördinatie te bewaken en advies uit te brengen aan de projectleider.

Landelijke projectleiders Landelijk overleg vindt plaats met de projectleiders van de SpUK om landelijke successen en knelpunten met elkaar te delen. Deze vergadering zou elke zes weken plaatsvinden, echter heeft dat slechts een aantal keer plaatsgevonden.

Afstemmingen andere regio’s Er is afstemming met de regio’s Noord-Nederland, Utrecht/ Flevoland en Gelderland over de toekomstvisies in de andere regio’s waar aanbieders ook locaties hebben. Dit betreft Noord-Nederland (Drenthe) voor de locatie in Hoogeveen van Ambiq. Ambiq is zelf ook aangesloten bij de stuurgroep van Noord-Nederland. Aangezien voor zowel de regio Noord-Nederland als onze regio de deadline voor de toekomstvisie verschoven is, kunnen we hier gelijktijdig in optrekken. Er worden afspraken gemaakt om de komende periode gezamenlijk op te trekken, zodat de plannen op elkaar afgestemd worden. Er is afstemming geweest met de regio Gelderland voor Pactum en Pluryn en regio Utrecht/ Flevoland voor Triade Vitree en Pluryn. Beide regio’s hebben voor de zomer hun toekomstvisie bij VWS aangeleverd. Onze regio heeft een latere deadline waardoor onze stukken nog niet klaar waren voor de oplevering van hun toekomstvisies. Coördinerend gemeente Utrecht ziet toe op het proces en faciliteert daar waar mogelijk en wenselijk voor Triade Vitree. Coördinerende gemeente Arnhem verzorgt dit voor Pactum. Zowel Pactum als Triade Vitree zijn vanwege hun locaties in Overijssel betrokken bij de kerngroep van Overijssel. Zij hebben meegedacht in de totstandkoming van deze bovenregionale toekomstvisie.

24

Ervaringsdeskundigen Er is feedback opgehaald op de bovenregionale toekomstvisie bij de jongerenraden van verschillende aanbieders van de SpUK-voorzieningen. Aan de jongeren is gevraagd waar zij behoefte aan hadden toen zij uit huis geplaatst werden, wat ze gemist hebben, wat succeservaringen zijn die meegenomen kunnen worden in de nieuwe vorm en wat we echt niet meer moeten doen. Daarnaast hebben we mooie tips ontvangen die we verwerkt hebben in de bovenregionale toekomstvisie.

Onderwijs Regelmatig heeft overleg plaatsgevonden met de projectleider van residentieel onderwijs (Ton Edelbroek) om te zorgen voor korte lijnen inzake de ontwikkelingen in beide sectoren. De plannen in zowel het residentieel onderwijs, JeugdzorgPlus als de residentiële voorzieningen hebben namelijk impact op elkaar. Het onderwijs heeft voor de zomer een startfoto opgeleverd, die gebruikt is in deze bovenregionale toekomstvisie.

Regio Twente en IJsselland De samenwerking op het niveau van Overijssel vanuit de regio’s voor SpUK is nog beperkt. De regio’s IJsselland en Twente werken wel samen op het gebied van de Gecertificeerde Instellingen, maar elke regio heeft zijn eigen contracten en daarmee een eigen vorm van financiering en verschillende inhoudelijke eisen aan de zorg/aanbieders. Er is nog geen bestaande samenwerking tussen de regio’s. In het kader van de omvorming van de residentiële voorzieningen is de samenwerking in de vorm van afstemming wel gezocht en gevonden. De regio’s hebben de ambitie om een gezamenlijke set van afspraken voor de inkoop van kleinschalige voorzieningen op te stellen. Hiervoor is een eerste verkenning opgestart. De bovenregionaal toekomstvisie dient hiervoor als bouwsteen.

Overlegstructuur in de toekomst In de periode oktober 2022 tot april 2023 zal worden gewerkt aan de strategische vastgoedplannen door de aanbieders. Om de afstemming hierover de houden, zal er een kerngroep worden opgezet met medewerkers financiën, vastgoed en contractmanagement vanuit aanbieders en beide regio’s. In deze kerngroep zullen afspraken worden gemaakt ten aanzien van tarieven en de randvoorwaarden en de governance verder worden uitgewerkt. Daarnaast zal de stuurgroep worden voortgezet om elkaar te informeren over de voortgang van de plannen en dilemma’s en besluiten met elkaar te bespreken of te sparren. Op de lange termijn zal de ontwikkeling van de transformatie belegd gaan worden bij de samenwerkingsagenda in Twente en in het convenant voor transformatieopgaves in IJsselland. Bovenregionaal zal er afstemming georganiseerd gaan worden tussen de beide regio op dit thema.

25

7. Planning In dit project is in overeenstemming met de uitgangspuntennotitie van de SpUK de volgende planning gehanteerd. Om tot een goed onderbouwde en afgewogen gezamenlijke visie te komen, is ervoor gekozen om uitstel aan te vragen voor de bovenregionale toekomstvisie van 1-6-2022 naar 1-10-2022. Daarmee kwam de deadline voor de strategische vastgoedplannen in het gedrang, waardoor er ook uitstel is aangevraagd voor deze deadline van 1-12-2022 naar 1-4-2023. Beide uitstellen zijn akkoord bevonden door VWS. Ondanks het uitstel, hebben we er met elkaar wel voor gezorgd dat het concept van de bovenregionale toekomstvisie voor de zomer 2022 gereed was voor het besluitvormingstraject. Dit zorgde ervoor dat de aanbieders wel al konden starten met de strategische vastgoedplannen. Bovendien hebben we intern met de stuurgroep een deadline voor de vastgoedplannen van 1-2-2023 afgesproken, zodat er voldoende tijd is om de plannen op elkaar aan te sluiten en te toetsen aan de gezamenlijke ambitie. Uiterlijk 1-7-2023 moeten de SpUK-middelen namelijk zijn uitgekeerd aan de aanbieders, zodat zij de vastgoedplannen kunnen gaan realiseren voor 31-12-2024.

26

8. Conclusie Met elkaar spreken we de intentie uit om de beweging naar kleinschalige voorzieningen waar te gaan maken. We committeren ons aan de ambitie om iedere jongere in Overijssel een thuis te geven waar de jongere mag wonen, leren en zich ontwikkelen. De SpUK middelen gebruiken we voor de ombouw van de grote residentiële voorzieningen naar kleinschalige voorzieningen op het terrein en in de wijk. Daarnaast gebruiken we de SpUK als vliegwiel om de transformatie in beide regio’s te versterken door het ontwikkelen van kleinschalige voorzieningen in wijk, het beperken van de instroom door gezamenlijke triage en (ambulante) alternatieven en het vergroten van de uitstroom. We gaan ervan uit dat dit alles samen zorgt voor een natuurlijke afbouw van het aantal bedden in Overijssel, echter we monitoren periodiek hoe haalbaar dat is en herijken als dat nodig is. Onder de volgende uitgangspunten slaan we dan handen ineen om dit waar te maken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Integrale aanpak met gezamenlijke triage Beperken van de instroom en doorplaatsingen Diversiteit aan kleinschalige voorzieningen Zo gewoon als mogelijk Vergroten van de uitstroom De financiering is passend voor alle partijen

Er is al een mooie start gemaakt in de eerste fase van dit traject: er ligt een bestuurlijk gedeelde visie voor de transformatie van de SpUK voorzieningen. Dit is bereikt door met elkaar het gesprek te voeren, zowel op inhoud als op bestuurlijk niveau, waardoor er collectief draagvlak, commitment en partnerschap is van gemeenten en aanbieders, die als basis kan dienen voor de volgende fase. We houden elkaar de komende 10 jaar vast om de jongeren en het gezin in Overijssel op de best passende manier te helpen. In de komende maanden wordt gewerkt aan de strategisch vastgoedplannen. Volgens planning zullen deze uiterlijk eind april 2023 worden afgerond waarna tot toekenning van de middelen kan worden gekomen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de gewenste transformatie in december 2024 is volbracht en onze gezamenlijke ambitie is gerealiseerd.

27

9. Bijlagen In onderstaande tabellen is achtereenvolgend het vergaderschema van de stuurgroep en de kerngroep weergegeven inclusief een aanwezigheidslijst. Stuurgroep:

Datum Tijd 22-12-2021 13.00-14.00 16-2-2022

13.00-14.00

30-3-2022

13.00-14.00

11-5-2022

13.00-14.00

1-6-2022

13.00-14.00

22-6-2022

12.30-14.00

24-8-2022 21-9-2022 26-10-2022 7-12-2022 18-1-2023 1-3-2023 12-4-2023 24-5-2023

13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00 13.00-14.00

Aanwezig RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, wethouder Dalfsen en Raalte RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, wethouder Dalfsen, Hengelo en Raalte RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, wethouder Hengelo en Raalte RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, wethouder Hengelo en Raalte

Kerngroep:

Datum 10-2-2022

Tijd 15.30-17.00

Aanwezig RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, beleid gemeenten Enschede, Kampen en Zwolle

10-3-2022

15.30-17.00

RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, beleid gemeenten Enschede en Kampen, JBOV 28

7-4-2022

15.30-17.00

21-4-2022

15.30-17.00

12-5-2022

15.30-17.00

9-6-2022

15.30-17.00

7-7-2022 25-8-2022 22-9-2022 13-10-2022 10-11-2022

15.30-17.00 15.30-17.00 15.30-17.00 15.30-17.00 15.30-17.00

RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Jarabee, Pluryn, Trias, Pactum, Vitree, beleid gemeenten Enschede en Zwolle, JBOV RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Trias, Pactum, beleid gemeenten Hengelo, JBOV RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede, Ambiq, Jarabee, Pluryn, Trias, Pactum, beleid gemeenten Hengelo, JBOV RSJ IJsselland, ambtelijke vertegenwoordiger Enschede en Zwolle, Jarabee, Pluryn, Trias, Pactum, beleid gemeenten Enschede, JBOV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=c7ea745c-831f-4d01-9253-583f5c17bd3b