Bijlage 13 Notitie zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden noord) Zwolle_Ecogroen_180320def.pdf
Tekst van het document
Zuiderzeelaan 53
Aan
8017 JV Zwolle
Openbaar Belang T.a.v. mevrouw L. Bijvoet
Contactpersoon
T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Kenmerk
M. (Marco) van der Sluis 19-262
Status
Datum
definitief
18 maart 2020
Betreft
Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden Noord), Zwolle
Inleiding Woningstichting Openbaar Belang heeft het voornemen om zes flats aan de Schuurmansstraat en Wiecherlinkstraat in Zwolle (Complex 8 Weezenlanden Noord) te slopen en nieuwbouw van koop- en huurwoningen te realiseren. In 20171 heeft Ecogroen oriënterend vleermuisonderzoek uitgevoerd in het projectgebied. Destijds was voor het project nog geen concrete planning beschikbaar en is uit kostenoverweging besloten om een afgeslankte vorm van vleermuisonderzoek uit te voeren. Een dergelijk onderzoek sluit vleermuizen niet uit, maar geeft wel een goede indruk van de potenties die een gebied voor vleermuizen heeft. Tijdens het oriënterende vleermuisonderzoek is vastgesteld dat in ieder geval drie van de zes gebouwen binnen het projectgebied in gebruik zijn als verblijfplaats door vleermuizen. Daarnaast hangen op diverse plekken nestkasten aan de gevels van de flats waar mogelijk huismussen in broeden en zijn dakranden mogelijk aantrekkelijk als nestplaats voor huiszwaluwen. Tenslotte zijn plantsoenen binnen het projectgebied mogelijk in gebruik als leefgebied van de egel. Nestplaatsen van de huismus en huiszwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen en egel zijn beschermd in de Wet natuurbescherming.
Doel van het voorliggend onderzoek is het vaststellen of en zo ja, waar zich vaste verblijfplaatsen van vleermuizen, verblijfplaatsen van egel en/of nestplaatsen van de huismus en huiszwaluw bevinden. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek is beoordeeld of de plannen negatieve effecten hebben op vleermuizen, egel, huismus en huiszwaluw en hoe hiermee dient te worden omgegaan.
1 Heinen, M.A. (2017). Flora- en faunaonderzoek Openbaar Belang Zwolle, 2017. Beoordeling van effecten op wettelijk
beschermde soorten. Rapport 17-043. Ecogroen bv Zwolle Pagina 1 van 7
Situatie Het projectgebied ligt tussen de Wiecherlinckstraat, Buserstraat, Luttenbergerstraat en Schuurmanstraat in Zwolle (zie figuur 1). Het projectgebied bestaat uit zes flats die worden omringd door verharding, bomen, gazons en groenstroken.
Figuur 1 Onderzoeksgebied (rode figuur).
In grote lijnen bestaan de plannen uit het gefaseerd slopen van alle flatgebouwen en het bouwrijp maken van het terrein, waarbij het bestaande groen verwijderd wordt. In de nieuwe situatie worden nieuwe appartementencomplexen gerealiseerd, waarbij veel ruimte is voor groen (zie bijlage 1 voor een impressie).
Onderzoeksmethode Huismus Het huismusonderzoek heeft zich met name gericht op het vaststellen van bewoonde nestplaatsen. Conform het kennisdocument2 van de huismus zijn twee inventarisatieronden nodig in de periode 1 april - 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken. Deze veldbezoeken zijn op 3 en 14 mei 2019 uitgevoerd door één persoon (zie tabel 1).
2 BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017
Pagina 2 van 7
Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territorium-indicerend gedrag van de huismus om broedgevallen/ territoria vast te stellen. Beide veldbezoeken zijn in de ochtenduren uitgevoerd, wanneer de huismus het meest actief is. Verder zijn de veldbezoeken met gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog, zonnig weer en weinig wind). Huiszwaluw Het huiszwaluwonderzoek heeft zich met name gericht op het vaststellen van bewoonde nestplaatsen. Conform de telrichtlijnen van sovon is minimaal één veldbezoek nodig in de periode 15 juni- 15 augustus, waarbij nesten in aanbouw en bewoonde nesten geteld worden. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 26 juni en 28 juni 2019, in aansluiting op het vleermuisonderzoek. Daarnaast is ook tijdens andere bezoeken gelet op aanwezigheid van nestplaatsen van huiszwaluwen. Vleermuizen Het vleermuisonderzoek heeft zich met name gericht op het vaststellen van (vaste) verblijfplaatsen met behulp van een batdetector met opnamefunctie. Conform het vleermuisprotocol 20173 en de kennisdocument voor vleermuizen4 dienen in deze situatie minimaal zes nachtelijke bezoeken te worden uitgevoerd. Het onderzoek heeft zich met name gericht op de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, aangezien geschikte invliegopeningen voor grotere vleermuissoorten als de laatvlieger ontbreken in de aanwezige flats.
Een overzicht van de uitgevoerde vleermuisbezoeken is gegeven in tabel 1. Kraamverblijfplaatsen Voor het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn drie bezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei -15 juli, met minimaal 10 dagen tussen het eerste en tweede/derde bezoek, conform de richtlijnen in het geldende vleermuisprotocol. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 28 mei en 26/28 juni 2019. Op 28 mei 2019 (avondbezoek) is het projectgebied na het invallen van de schemering systematisch fietsend doorkruist, waarbij we gelet hebben op in- en uitvliegende vleermuizen en plekken met veel activiteit van vleermuizen in de vroege avond. Vervolgens is tot middernacht doorgegaan met het onderzoek tot de eerste vleermuizen weer terugkeren naar hun (kraam)verblijfplaats en weer zwermende of invliegende dieren kunnen worden gevonden. Op 26 en 28 juni 2019 (vroeg ochtendbezoek) is het projectgebied systematisch fietsend doorkruist. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun kraam- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan, cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. Vervolgens is de grootte van de kraam- of zomerverblijfplaats bepaald aan de hand van invliegende dieren.
Het eerste bezoek is door drie personen uitgevoerd en tijdens het tweede en derde bezoek is het projectgebied opgeknipt en is respectievelijk door twee en één persoon onderzoek uitgevoerd. Alle bezoeken zijn uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden (droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 oC). Winterverblijfplaatsen vleermuizen 3 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2017). Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2017. www. gege-
vensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl. 4 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. Pagina 3 van 7
Voor het inventariseren van (massa)winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn twee bezoeken uitgevoerd in de periode 1 augustus tot 10 september met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken, conform de richtlijnen in het geldende vleermuisprotocol. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 6 en 18 augustus 2019. Tijdens beide bezoeken is het projectgebied tussen middernacht en 02.00 uur systematisch fietsend of lopend doorkruist, waarbij we gelet hebben op zwermende vleermuizen als indicatie voor een winterverblijfplaats. Om het aantal zwermende dieren te kunnen bepalen is aanvullend gebruik gemaakt van een zaklamp. Beide bezoeken zijn door één persoon uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden (droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 oC). Paarverblijfplaatsen vleermuizen Voor het inventariseren van paar- en zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn vier bezoeken uitgevoerd in de periode 15 augustus tot 30 september met minimaal 10 dagen tussen het eerste en de daarop volgende bezoeken, conform de richtlijnen in het geldende vleermuisprotocol. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 18 augustus en 9, 11 en 13 september 2019. Gestart is met een avondbezoek op 18 augustus 2019, waarbij rondvliegende en vooral baltsende vleermuizen in beeld zijn gebracht.
Het bezoek geeft inzicht in welke flats paarverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn en dit vergemakkelijkt het zoeken naar paarverblijfplaatsen tijdens de later uit te voeren ochtendbezoeken. Tijdens het bezoek is het projectgebied systematisch doorkruist vanaf het moment dat de balts van soorten als de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis piekt. In de piek van de roepactiviteit zijn alle locaties minimaal twee keer bezocht. Vooral rond middernacht is ook gelet op middernachtzwermen van de gewone dwergvleermuis (zie onderzoek winterverblijfplaatsen vleermuizen). Het avondbezoek is door één persoon uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden (droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 oC). De tweede serie veldbezoeken in de paarperiode is uitgevoerd in de ochtenduren op 9, 11 en 13 september 2019 van ca. 4.30 tot 6.30 uur. De veldbezoeken zijn zoveel mogelijk uitgevoerd met droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 °C. Tijdens de ochtendbezoeken is het projectgebied systematisch doorkruist. Aan het begin van het bezoek is gelet ruige dwergvleermuizen die vanuit de muur baltsen. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun paar- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. In het geval van een paarverblijfplaats wordt daarbij ook luidkeels gebaltst.
De ochtendbezoeken zijn door één of twee personen uitgevoerd. Egel Egels zijn nachtactief en zijn buiten de periode van winterslaap (oktober tot en met april) zeer actief. Tijdens nachtelijke uren zijn egels vrijwel continu in beweging om voedsel te zoeken, contact te maken met andere egels, nieuw leefgebied te ontdekken, te migreren naar andere leefgebieden of een nest te maken. Daarnaast valt de dagelijkse verplaatsing van nesten naar het voedselterritorium vooral aan het begin en het eind van de nacht (Mulder 1995). Het onderzoek naar de egel is daarom gecombineerd met het vleermuisonderzoek dat is uitgevoerd aan het begin en eind van de nacht in de actieve periode van de egel. Gelet is op rondscharrelende egels die een indicatie zijn voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen.
Pagina 4 van 7
Door verspreid in de periode mei tot en met september acht bezoeken met variërend één, twee of drie personen uit te voeren is een betrouwbaar beeld ontstaan van terreingebruik van het projectgebied door de egel. Tabel 1 Overzicht uitgevoerde veldbezoeken en bijbehorende omstandigheden. Datum
Type bezoek
Aanwezig
Weer
Aantal
Accent onderzochte
pers.
gebied
03-05-2019
Dag
09.15-10.15 uur
Half bewolkt, droog, weinig wind, 8°C
1
Gehele projectgebied
14-05-2019
Dag
07:30-08:30 uur
Licht bewolkt, droog, weinig wind, 10°C
1
Gehele projectgebied
28-05-2019
Avond
21.15-23.15 uur
Half bewolkt, droog, weinig wind, 12°C
3
Gehele projectgebied
26-06-2019
Ochtend
03:30-05:15 uur
Licht bewolkt, droog, matige wind, 18°C
2
Hoge flats
28-06-2019
Ochtend
03:30-5:30 uur
Bewolkt, droog, weinig wind, 14°C
1
Lage flats
06-08-2019
Nacht
00:00-02:00 uur
Licht bewolkt, droog, windstil, 18°C
1
Gehele projectgebied
18-08-2019
Avond/Nacht
23.45-02:00 uur
Bewolkt, droog, weinig wind, 14°C
1
Gehele projectgebied
05-09-2019
Ochtend
05:00-07:00 uur
Half bewolkt, af en toe lichte regen,
2
Gehele projectgebied
13oC 11-09-2019
Ochtend
06:00-7.00 uur
Licht bewolkt, droog, windstil, 17oC
1
Hoge flats
13-09-2019
Ochtend
05:00-6:30 uur
Eerst droog, daarna motregen en ver-
1
Hoge flats
volgens regen (veldbezoek voortijdig afgebroken), weinig wind, 17oC
Resultaten huismusonderzoek Tijdens het huismusonderzoek zijn geen nestplaatsen van de huismus of andere aanwijzingen voor de aanwezigheid van nestplaatsen van de huismus aangetroffen. Vervolgstappen zoals het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming zijn voor de huismus niet aan de orde.
Resultaten huiszwaluwonderzoek Tijdens het huiszwaluwonderzoek zijn geen nestplaatsen van de huiszwaluw of andere aanwijzingen voor de aanwezigheid van nestplaatsen van de huiszwaluw aangetroffen. Vervolgstappen zoals het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming zijn voor de huiszwaluw niet aan de orde.
Resultaten egelonderzoek Tijdens de uitgevoerde nachtelijke veldbezoeken zijn geen egels aangetroffen. Op basis van het intensief uitgevoerde onderzoek en het ontbreken van recente verspreidingsgegevens in en in de nabijheid van het projectgebied (NDFF 2019) wordt de aanwezigheid van verblijfplaatsen en belangrijke foerageergebieden van de egel niet verwacht in het projectgebied. Vervolgstappen zoals het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming zijn voor de egel niet aan de orde.
Pagina 5 van 7
Resultaten vleermuisonderzoek Verblijfplaatsen In de flats zijn verspreid verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis aangetroffen. In de bomen ontbreken geschikte holten die mogelijk in gebruik zijn als verblijfplaats van vleermuizen. Van de ruige dwergvleermuis is één paarverblijfplaats aangetroffen in de meest oostelijke hoge flat (zie bijlage 2 kaart 1). Overige verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (o.a. kraamverblijfplaatsen) zijn niet aangetroffen in het projectgebied. Van gewone dwergvleermuis zijn in alle flats aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen (zie bijlage 2 kaart 2): • Winterverblijfplaats: tijdens de middernachtbezoeken in augustus-september 2019 zijn bij de centrale hoge flat en de westelijke en oostelijke lage flat zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Dergelijk gedrag is een indicatie voor een belangrijk winterverblijf. In totaal zijn drie verblijfplaatsen met maximaal 5 (beide lage flats) en 10 (hoge flat) zwermende exemplaren waargenomen. Verwacht wordt dat deze verblijfplaatsen in de winterperiode door een groot aantal (mogelijk tientallen) gewone dwergvleermuizen. Het projectgebied ligt dichtbij een belangrijke zwermplek van de gewone dwergvleermuis (meer dan 20 zwermende dieren) in het Thomas à Kempiscollege.
• Zomerverblijfplaats: in de middelste hoge flat (3) en in de middelste (1) en oostelijke (1) lage flats zijn in totaal zes zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. In de lage flats zijn de verblijfplaatsen vermoedelijk aanwezig in spouwmuren die toegankelijk zijn via een kier onder de daklijst/ kieren onder vensterbanken. In de hoge flats zijn geen spouwmuren aanwezig en wordt ingevlogen in de ruimte achter de boeiplank bij de dakrand. Op basis van het aantal invliegende vleermuizen (1 per zomerverblijfplaats) wordt verwacht dat het aantal gewone dwergvleermuizen in de zomerperiode bestaat uit 6-15 dieren. • Paarverblijfplaats: tijdens de veldbezoeken in augustus-september 2019 zijn geen paarverblijfplaatsen aangetroffen. Op basis van twee vastgestelde baltsterritoria wordt verwacht dat de centrale en oostelijke hoge flat in gebruik zijn als paarverblijfplaats. Als verblijfplaats wordt vermoedelijk de ruimte achter de boeiplank bij de dakrand gebruikt en daarnaast zijn mogelijk ook kieren tussen kozijnen en muren geschikt als verblijfplaatsen. In de paarperiode wordt de verwachte populatiegrootte ingeschat op 2-10 dieren. Vliegroutes en foerageergebieden Er zijn geen (essentiële) vliegroutes van vleermuizen aangetroffen in het projectgebied.
Tijdens alle bezoeken zijn diverse foeragerende exemplaren van gewone dwergvleermuis vastgesteld en incidenteel is een passerende ruige dwergvleermuis of rosse vleermuis waargenomen. De bosschages in en rondom het projectgebied hebben geen belangrijke functie als foerageergebied van vleermuizen.
Advies Als gevolg van de voorgenomen sloopplannen zijn negatieve effecten te verwachten op zes zomerverblijfplaatsen, drie winterverblijfplaatsen en twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. Het is noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor het verwijderen van de vaste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De aanvraag dient onderbouwd te worden met een activiteitenplan waarin staat beschreven op welke wijze negatieve
Pagina 6 van 7
effecten op verblijfplaatsen worden voorkomen en welke mitigerende maatregelen nodig zijn om de vleermuispopulatie in stand te houden. Verwacht wordt dat de volgende voorzorgsmaatregelen nodig zijn: • Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de seizoensactiviteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het opstarten van sloopwerkzaamheden 1 oktober - 15 november en 1 april -15 mei (weersafhankelijk). • Voorafgaand aan de sloop is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door vleermuisflaps te plaatsen of tochtgaten te maken. Voor het maken van tochtgaten zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren en verwijderen van kozijnen. Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn. • Ter vervanging van te verwijderen verblijfplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende verblijfplaatsen te worden aangebracht. Het advies is om de flats met de winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zo lang mogelijk te laten staan, zodat in de nieuwbouw tijdig de vervangende voorzieningen kunnen worden aangebracht. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige.
Vleermuizen maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen en wisselen, behalve in de winter, regelmatig van verblijfplaats. Gezien dit mobiele karakter van vleermuizen is vleermuizenonderzoek juridisch gezien slechts voor een bepaalde periode rechtsgeldig. Het uitgevoerde vleermuisonderzoek is in deze situatie geldig drie jaar geldig (tot 15 mei 2022).
Pagina 7 van 7
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle
Bijlage 1. Sfeerimpressie plannen
T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Bijlage 2. Verspreidingskaarten 1. Ruige dwergvleermuis 2. Gewone dwergvleermuis
Project
Aanvullend onderzoek Complex 8, Zwolle Onderwerp
Ruige dwergvleermuis Paarverblijfplaats
Datum 19-09-2019
Schaal
Opdrachtgever Openbaar Belang
Versie Defini ef
Kaartondergrond BGT/PDOK
Getekend door K. Meinesz
Kaartnummer */*
Formaat A3, liggend
Projectnummer 19-262
Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl
Project
Aanvullend onderzoek Complex 8, Zwolle Onderwerp
Gewone dwergvleermuis Zomerverblijfplaats Baltsterritorium Winterverblijfplaats
Datum 20-09-2019
Schaal
Opdrachtgever Openbaar Belang
Versie Defini ef
Kaartondergrond BGT/PDOK
Getekend door K. Meinesz
Kaartnummer */*
Formaat A3, liggend
Projectnummer 19-262
Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl