CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13_Natuurtoets

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend adviesrecht bij BOPA Woonunits naast de Herberg4.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid

SWZ

Concept

(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl

Colofon Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid

22-239

4 augustus 2022

Concept

I. (Irene) van Laatum

I. (Irene) van Laatum

R. (Rutger) Olthof

SWZ

Dit rapport is opgesteld ten tijde van de Wet natuurbescherming. Vanaf januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De ecologisch en juridisch inhoudelijke beoordeling is met het intreden van de nieuwe wet onveranderd.

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Laatum, I.van (2022). Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid. Rapport 22-239. Ecogroen bv

Inhoud Samenvatting

4

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

6 6 6 8

2.

Wettelijk kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Wet natuurbescherming 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Literatuuronderzoek 2.2.2 Quickscan veldonderzoek 2.2.3 Nader onderzoek teunisbloempijlstaart 2.2.4 Analyse

9 9 9 10 10 10 10 11

3.

Gebiedsbescherming 3.1 Relevante Natura 2000-gebieden 3.1.1 Ligging van het plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden 3.1.2 Mogelijke effecten 3.1.3 Verzuring en vermesting 3.2 Natuurnetwerk Nederland

12 12 12 13 13 14

4.

Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.2.1 Vleermuizen 4.2.2 Grondgebonden zoogdieren 4.3 Vogels 4.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 4.3.2 Overige vogels 4.4 Ongewervelde 4.4.1 Teunisbloempijlstaart 4.4.2 Overige ongewervelden 4.5 Amfibieën 4.6 Overige soortgroepen

15 15 15 15 16 16 17 17 18 18 18 18 18

Geraadpleegde bronnen

19

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Woonstichting SWZ heeft het voornemen om tijdelijke nieuwbouwwoningen (paradijsvogelwoningen) te realiseren aan de Nijverheidstraat in Zwolle. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten negatieve effecten (kunnen) hebben op beschermde natuurwaarden. In opdracht van SWZ heeft Ecogroen daarom een na-tuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door de voorgenomen werkzaamheden.

Resultaten gebiedsbescherming Gezien de afstand, de aard van de activiteiten, het terreingebruik en de tussenliggende infrastructuur en bebouwing worden - met uitzondering van stikstofemissie - negatieve effecten op instandhoudings-doelen van Natura 2000-gebieden uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000-gebieden (uitgezonderd vervolg-stappen ten aanzien van stikstofemissie) zijn niet aan de orde. De provinciale regels van Overijssel over het Natuurnetwerk Nederland (NNN) gelden alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Er is geen sprake van een bestemmings-planwijziging waardoor vervolgstappen ten aanzien van het NNN niet aan de orde zijn.

Resultaten soortenbescherming Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig van vleermuizen. Ook zijn er geen effecten te verwachten op onmisbare vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen potentiële jaarrond beschermde nestlocaties van vogels aangetroffen. Wel zijn gedurende de broedtijd algemeen voorkomende vogels broedend te verwachten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. In het plangebied zijn geen groei-, voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van beschermde flora, overige grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen of ongewervelde aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd de soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel.

04

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

Advies en vervolgstappen Een toename in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden kan optreden in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht gegaan, waardoor voor de aanlegfase een vrijstelling geldt. Er is echter een gerede kans dat de vrijstelling dit jaar vervalt, waardoor een AERIUS-berekening voor de aanlegfase in de toekomst nodig kan zijn. Effecten als gevolg van de gebruiksfase zijn niet vrijgesteld en zijn ook te verwachten. Zodoende dient de stikstofemissie van de gebruiksfase in beeld gebracht te worden. Een toename van stikstofdepositie wordt in beeld gebracht met behulp van het rekenmodel AERIUS. Een stikstofberekening als gevolg van stikstofdepositie is geen onderdeel van deze natuurtoets. Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor 1 maart of na 1 september of, wanneer dit niet mogelijk is, het onderzoeksgebied voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van het voornemen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum.

05

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling SWZ is voornemens om vijf tijdelijke woningen (zogenoemde paradijsvogelwoningen) te bouwen aan de Nijverheidsstraat 1 in Zwolle. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van SWZ heeft Ecogroen daarom een natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op natuurwaarden die kunnen optreden door de voorgenomen plannen.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt ten noordwesten van het centrum van Zwolle en omvat een braakliggend terrein van circa 2000 m2 groot met daarop 2 x 16 geschakelde containerwoningen (zie figuur 1.1 en figuur 1.2). Het is gelegen tussen daklozenopvang De Herberg en het Deltion college. Ten noorden van het plangebied is een braakliggend terrein met aan de noordzijde de Zwartewaterallee en ten zuiden grenst het plangebied aan de Nijverheidstraat. Langs deze beide wegen zijn groenstroken aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig en er is geen sprake van permanent oppervlaktewater.

Figuur 1.1 De locatie van het plangebied (rood omlijnd) Bron: PDOK.

06

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

Figuur 1.2 Impressie van het plangebied. Bron foto’s: Ecogroen.

SWZ is voornemens de huidige containerwoningen te verwijderen en hier vijf tijdelijke nieuwbouwwoningen te realiseren (zie figuur 1.3). De nieuwe woningen blijven maximaal 15 jaar staan en zijn bedoeld voor dak- en thuislozen die niet in de bestaande woonomgeving kunnen wonen. Op deze locatie kunnen zij prikkelarm wonen. Het betreffen éénlaagse woningen met een vloeroppervlak van zijn 6 x6 meter en ongeveer 3 meter hoog. De vloer is van beton met een staalskelet. De wanden en het dak zijn gemaakt van hout (zie figuur 1.4 voor een impressie). Het groen dat aanwezig is direct buiten het plangebied, zoals de groenstrook langs de Nijverheidstraat blijft behouden. Daarnaast wordt bij het uitvoeren van de werkzaamheden gebruik gemaakt van bestaande wegen of verhard terrein waardoor de groenstrook langs de Nijverheidstraat

07

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden blijft. Rondom de nieuwe woningen wordt nieuw groen gerealiseerd.

Figuur 1.3 De voorgenomen ontwikkeling met de vijf te realiseren paradijsvogelwoningen (roze vierkantjes) (Bron: SWZ).

Figuur 1.4 Voorbeeld van een woonunit zoals deze ook aan de Nijverheidstraat worden gerealiseerd.

1.3

Leeswijzer Het kader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de verzamelde informatie volgt een korte beschrijving van te verwachten effecten op beschermde gebieden (hoofdstuk 3) en beschermde soorten (hoofdstuk 4). Daarnaast is beschreven of en zo ja, welke vervolgstap-pen nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.

08

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

2. Wettelijk kader en methode 2.1

Wettelijk kader

2.1.1

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden (Overheid, 2022a). In dit rapport gaan wij in op de bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten. Bescherming van houtopstanden wordt niet meegenomen omdat er bij het voornemen van SWZ geen bomen worden gekapt. In onderstaand kader 2.1 is een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van (een maatregelen in het kader van) zorgplicht is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten.

Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest).

09

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor een ontheffing vereist kan zijn. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer ervoor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken, aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt.

2.2

Onderzoeksmethode

2.2.1

Literatuuronderzoek Om de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van het plangebied in beeld te brengen is gestart met literatuuronderzoek. Hierbij is onderzocht of het plangebied binnen of nabij beschermde gebieden ligt en of beschermde soorten bekend zijn in of in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en provinciale kaartviewers (zie geraadpleegde bronnen).

2.2.2

Quickscan veldonderzoek De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 3 juni 2022 (droog, helder, 18°C, weinig wind ) is uitgevoerd. Tijdens dit veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving (tot circa 50 meter rondom) geïnspecteerd, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming en mogelijke relaties tussen het plangebied en beschermde gebieden. Specifiek is beoordeeld of (mogelijke) nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied aanwezig zijn. Daarnaast is een biotoopbeoordeling uitgevoerd voor egel.

2.2.3

Nader onderzoek teunisbloempijlstaart Op basis van het literatuuronderzoek en het eerste veldbezoek is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek naar teunisbloempijlstaart noodzakelijk is om de functie van het plangebied voor deze teunisbloempijlstaart in beeld te brengen. De onderzoeksmethode voor teunisbloempijlstaart is in overleg met vlinderexperts Jurriën van Deijk (Vlinderstichting) en Silvio Lindhout (Ecogroen) bepaald omdat voor teunisbloempijlstaart geen inventarisatieprotocol bestaat. Onderzoek naar teunisbloempijlstaart bestond in voorliggende situatie uit twee onderzoeksronden in het rupsstadium (juni / juli), waarbij geschikte waardplanten binnen het plangebied geïnspecteerd zijn op aanwezige eitjes, vraatsporen en rupsen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 28 juni en 16 juli 2022 onder goede weersomstandigheden (bij daglicht, helder tot licht bewolkt, droog , weinig wind en 20֯C- 21֯C).

10

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

2.2.4

Analyse Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek, ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.

11

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

3. Gebiedsbescherming 3.1

Relevante Natura 2000-gebieden

3.1.1

Ligging van het plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied “Uiterwaarden Zwarte water en Vecht” is gelegen op circa 2 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Andere Natura 2000 gebieden, zoals Rijntakken, liggen op 2,7 kilometer of verder (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1 Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000- gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en Rijntakken (oranje vlakken).

12

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

3.1.2

Mogelijke effecten Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000 gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Het betreft uitstralende effecten als geluid, licht, trillingen en verstoring door menselijke activi-teit, o.a. door bouwwerkzaamheden (Broekmeyer et al. 2005; Broekmeyer et al. 2008; Broekmeyer et al. 2010). Gezien de afstand en de aard van de beoogde werkzaamheden zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van genoemd Natura 2000-gebied niet te verwachten. Directe negatieve effecten, waaronder oppervlakte verlies van habitattypen en leefgebieden, worden vanwege de ligging ook op voorhand uitgesloten.

3.1.3

Verzuring en vermesting De activiteiten in het plangebied kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een teveel aan stikstof kan leiden tot verzuring en vermesting van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebied(en). Een toename in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden kan optreden in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Op dit moment geldt een partiële vrijstelling voor de beoordeling van effecten door bouwactiviteiten in de aanlegfase. Dat betekent dat een AERIUS-berekening voor de aanlegfase van het project op dit moment niet noodzakelijk is. Momenteel ligt deze vrijstelling echter onder een vergrootglas bij de Raad van State. Er is een gerede kans dat de vrijstelling dit jaar vervalt, waardoor dan alsnog een AERIUS-berekening voor de aanlegfase nodig is. Gezien de aard en de omvang van het project verwachten we in de gebruiksfase geen toename in stikstofdepositie op omliggende N2000 gebieden ten opzichte van de huidige situatie. Omdat dit juridische enkel kan worden uitgesloten middels een stikstofberekening adviseren we om de stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase in beeld te brengen middels een AERIUS berekening. Afhankelijk van de uitkomst van de berekening kan worden bepaald of vervolgstappen noodzakelijk zijn zoals een nadere ecologische effectbeoordeling.

13

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

3.2

Natuurnetwerk Nederland Uit de Atlas van provincie Overijssel blijkt dat het plangebied niet binnen het NNN ligt (Overijssel 2022). Het meest nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland- gebied ligt op 1,7 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied (zie figuur 3.2). De provinciale regels van Overijssel over het NNN gelden alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Een wijziging van het bestemmingsplan of vergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan is voor de voorgenomen werkzaamheden niet nodig waardoor vervolgstappen ten aanzien van NNN-gebied niet aan de orde zijn.

Figuur 3.2 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groene vlakken)

14

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

4. Soortbescherming

4.1

Flora In het plangebied zijn voornamelijk algemeen voorkomende plantensoorten van ruderale omstandigheden aangetroffen zoals gewone koekoeksbloem, akkerdistel, grote brandnetel, wilde peen, riet, ridderzuring, gestreepte witbol, teunisbloem spec., grote tijm, kruipende boterbloem, echte koekoeksbloem, glanshaver, kleefkruid, smalle weegbree, duizendblad, boerenwormkruid, vijfvingerkruid en bijvoet. Tijdens het veldonderzoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2022) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

4.2

Zoogdieren

4.2.1

Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebied Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

15

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen door het ontbreken van geschikte bebouwing of bomen. Vervolgstappen voor verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde. Foerageergebied en vliegroutes Binnen het plangebied zijn geen geschikte lijnvormige elementen aanwezig die gebruikt kunnen worden als vliegroute voor vleermuizen. De bomenlanen langs de Nijverheidstraat en de Zwartewaterallee zijn hier mogelijk wel geschikt voor maar de voorgenomen werkzaamheden hebben hier geen effect op. De aanwezigheid van diversiteit aan inheemse flora maakt het gebied interessant voor insecten. Daarmee is het plangebied en het naastgelegen braakliggende terrein mogelijk geschikt als foerageergebied voor enkele vleermuizen. Omdat het plangebied grotendeels bestaat uit de containerwoningen en een deel braakliggend terrein is het slechts beperkt geschikt als foerageerbied. Van onmisbaar foerageergebied is dan ook geen sprake. In de toekomstige situatie wordt er rondom de nieuwbouwwoningen groen aangeplant dat mogelijk een aanvulling kan vormen op het aanwezige foerageergebied. Bij de werkzaamheden gaan geen onmisbare vliegroutes of foerageergebieden verloren. Vervolgstappen voor vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen zijn niet aan de orde. 4.2.2

Grondgebonden zoogdieren Verblijfplaatsen of onmisbaar foerageergebied van beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren (zoals egel en steenmarter) worden op basis van terreinkenmerken, het terreingebruik, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen zijn voor deze soorten niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied vaste verblijfplaatsen van een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten te verwachten, zoals de veldmuis en huisspitsmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

4.3

Vogels Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregiem (zie kader 2.1). Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocatie inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Kader 4.2 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van vogels wordt in Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

16

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

4.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied zijn geen nestlocaties of onmisbare foerageergebieden aangetroffen van vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Zo ontbreekt geschikte bebouwing of geschikte takkennesten. Zodoende is er geen sprake van verlies van nestlocaties of onmisbaar foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten. Vervolgstappen zijn voor deze soorten niet aan de orde.

4.3.2

Overige vogels De containerwoningen die in het plangebied staan hebben aan de bovenzijde open ruimtes die mogelijke geschikt zijn voor soorten als een witte kwikstaart (zie figuur 4.1). Gezien het gebruik van de containers en de warmte die mogelijk ontstaat in deze ruimte op warme zonnige dagen lijkt het onwaarschijnlijk dat hier vogels in gaan nestelen. Omdat volledig uitsluiten van broedende vogels niet mogelijk is, adviseren we om de containerwoningen buiten het broedseizoen weg te halen. De geschikte periode voor het verwijderen van de containerwoningen is oktober tot maart.

Figuur 4.1 Mogelijke nestlocaties voor algemeen voorkomende vogels

Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk buiten het broedseizoen uitgevoerd. Voor de binnen het plangebied te verwachten soorten kan de periode tussen 1 maart en 1 september worden aangehouden als broedseizoen. Wanneer werkzaamheden binnen deze perioden worden opgestart adviseren we om een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt gekeken of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

17

Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidstraat, Zwolle

4.4

Ongewervelde

4.4.1

Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart is een vanuit de Habitatrichtlijn beschermde nachtvlinder die de afgelopen jaren heeft geprofiteerd van de warmere zomers en milde winters. De soort is bezig is met een opmars in Nederland. Van de teunisbloempijlstaart is bekend dat het verspreidingsgebied zich de afgelopen jaren vanuit zuidoost Nederland steeds verder uitbreidt richting het midden van het land (Vlinderstichting, 2021). De teunisbloempijlstaart benut warme plekken met voornamelijk waardplanten uit de geslachten Epilobium (harig wilgenroosje, basterdwederik) en Oenothera (teunisbloem) als voortplantings- habitat. In de periode half juni tot en met augustus zijn de rupsen te vinden op deze waardplanten. Rupsen van teunisbloempijlstaart overwinteren en verpoppen ondergronds. Bij het aanvullend onderzoek naar teunisbloempijlstaart zijn in het plangebied geen rupsen of imago’s van deze soort aangetroffen op waardplanten die voorkomen in het plangebied. Op basis van het onderzoek wordt de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart uitgesloten. Vervolgstappen voor teunisbloempijlstaart zijn daarom niet aan de orde.

4.4.2

Overige ongewervelden Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2022) worden geen andere beschermde ongewervelden verwacht in of nabij het plangebied. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.

4.5

Amfibieën Verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling, zoals rugstreeppad en heikikker, worden op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2022) niet verwacht. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied voortplantings- en/of overwinteringsverblijfplaatsen van enkele algemeen voorkomende amfibieën, zoals bruine kikker en gewone pad te verwachten, bijvoorbeeld onder de containers of in muizenholen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen ten aanzien van de amfibieën zijn niet aan de orde.

4.6

Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2022) worden in het plangebied geen voortplantings- of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde reptielen, vissen en weekdieren. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde voor deze soortgroepen.

18

Natuurtoets Natuurtoetstijdelijke tijdelijkewoningen woningenNijverheidstraat, Nijverheidstraat,Zwolle Zwolle

Geraadpleegde bronnen Literatuur Broekmeyer, M.E.A., E.P.A.G. Schouwenberg, M. van der Veen, D. Prins & C.C. Vos (2005). Effectenindicator Natura 2000gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Alterra-rapport 1375, Alterra, Wage-ningen. Broekmeyer, M.E.A. (2008). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; Aanvulling bij het Alterra-rapport 1375 uit 2005. Alterra, Wageningen. Broekmeyer, M.E.A. (2010). Update effectenindicator. Alterra-rapport 1976, Alterra, Wageningen. Provincie Overijssel (2019). Lijst jaarrond beschermde nesten van vogels in Overijssel. Provincie Overijssel (2019). Actualisatie Omgevingsverordening 2018/2019

Internet NDFF (2022). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging in juli 2022 Vlinderstichting (2022). Website met soortinformatie over de Nederlandse vlinders en libellen (https://www.vlinderstichting.nl/) Overheid (2022). Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552). Natura 2000 (2022) https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel Provincie Overijssel (2022). Atlas van Overijssel (https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1)

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=40fb0a9a-765b-49d4-af15-19cf9982667d