bijlage 12 natuurtoets Weezenlanden Noord.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde soorten
Woningcorporatie Openbaar Belang
Definitief
Colofon Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde soorten
17-043
25 april 2018
Definitief
M.A. (Martin) Heinen
J. (Jasper) Arnoldy
M. (Marco) van der Sluis
Woningcorporatie Openbaar Belang
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Heinen, M.A. (2018). Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017. Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde soorten. Rapport 17-043. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud Samenvatting
4
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 1.3 Leeswijzer
5 5 5 7
2.
Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode
8 8 8
3.
Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Vleermuizen 3.2.1 Verblijfplaatsen 3.2.2 Vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen 3.3 Overige zoogdieren 3.3.1 Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn 3.3.2 Nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) 3.3.3 Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) 3.4 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten 3.4.1 Gierzwaluw 3.4.2 Huismus 3.4.3 Overige broedvogels 3.5 Amfibieën 3.5.1 Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn 3.5.2 Nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) 3.5.3 Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) 3.6 Overige soortgroepen 3.7 Conclusies 3.7.1 Vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus 3.7.2 Algemene broedvogels 3.7.3 Algemene zoogdieren en amfibieën
13 13 13 13 18 18 18 18 18 19 19 20 21 22 22 22 22 22 23 23 24 24
Geraadpleegde bronnen
25
Bijlagen Bijlage 1 - Overzicht bezoekdata aanvullend onderzoek Bijlage 2 - Verspreidingskaarten
Natuurtoets NatuurtoetsOpenbaar OpenbaarBelang BelangZwolle, Zwolle,2017 2017
Samenvatting Inleiding Woningcorporatie Openbaar Belang gaat in het stedelijk gebied van Zwolle circa 1.300 woningen verdeeld over 24 complexen renoveren of herstellen. Werkzaamheden zijn gepland in de periode 2017-2026 en variëren van schilderwerk en herstel van voegwerk tot grootschalige gevelrenovatie en dakisolatie, asbestverwijdering en sloop in combinatie met nieuwbouw. In enkele woningen zijn nest- en verblijfplaatsen van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig. Ecogroen heeft beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden conflicteren met de wettelijke bescherming van soorten. Voorliggend rapport beschrijft de methodiek en resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
Soortbescherming • In de complexen 8, 11, 13, 16, 19 en 23/24 zijn vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het betreft één kraam-, acht zomer- en vijf paarverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis, vijf paarverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis en één zomerverblijfplaats van Laatvlieger. Vaste verblijfplaatsen in bomen in de directe omgeving van de bebouwing zijn niet aanwezig. Schade aan onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen is niet te verwachten. • In de complexen 9, 11, 13 en 16 zijn in totaal 20 nestplaatsen van Gierzwaluw aangetroffen. In de complexen 11, 13, 16, 19, 20/21 zijn in totaal 25 nestplaatsen van Huismus aanwezig. Op alle locaties zijn enkele algemeen voorkomende broedvogels van bebouwing, tuinen en openbaar groen aangetroffen en of te verwachten. • In het plangebied zijn geen flora, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten binnen de provincie Overijssel.
Advies en vervolgstappen • Voor de complexen 8, 9, 11, 13, 16, 19, 22 en 23/24 is het aanvragen van ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde voor Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Gierzwaluw en/of Huismus. De ontheffingsaanvraag dient gepaard te gaan met een activiteitenplan. In een activiteitenplan wordt aangegeven welke functie de complexen hebben voor vleermuizen, Gierzwaluw, Huismus en overige broedvogels, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. • Voor de complexen 7, 20/21, 27, 30, 32, 33, 37, 45, 57, 112 en 205 is van belang dat de werkzaamheden uitgevoerd worden buiten het broedseizoen. Vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en een ontheffingsaanvraag zijn in dat geval niet aan de orde. • Voor de complexen 111 en 113 zijn geen vervolgstappen noodzakelijk, aangezien de geplande werkzaamheden geen invloed hebben op nestplaatsen van Huismus en Gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen.
04
Natuurtoets NatuurtoetsOpenbaar OpenbaarBelang BelangZwolle, Zwolle,2017 2017
1. Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling Woningcorporatie Openbaar Belang (hierna Openbaar Belang) is een compacte corporatie met circa 2.600 sociale verhuureenheden in Zwolle. De corporatie streeft een betaalbare en kwalitatief goede woningvoorraad na. Om dit blijvend te realiseren heeft Openbaar Belang voor de komende jaren werkzaamheden gepland aan een deel van de woningvoorraad (zie bijlage 1). Openbaar Belang wil bij de werkzaamheden de overlast voor bewoners zoveel mogelijk beperken. Daarnaast wil de corporatie zelf ook niet voor verrassingen komen te staan met mogelijk negatieve gevolgen voor planning en/of financiën. Bij de werkzaamheden heeft Openbaar Belang mogelijk te maken met in de Wet natuurbescherming beschermde planten en dieren. De werkzaamheden gaan mogelijk gepaard met effecten op beschermde soorten. In 2017 heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets uitgevoerd (Heinen & Van der Sluis 2017). Uit dit flora- en faunaonderzoek is gebleken dat in diverse woonblokken en panden potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn en nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk is. In voorliggend rapport zijn de methodiek en de resultaten van alle uitgevoerde onderzoeken gebundeld en wordt aangegeven welke (juridische) vervolgstappen vereist zijn.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Openbaar Belang gaat circa 1.300 woningen verdeeld over 23 complexen renoveren of herstellen (zie bijlage 1 en figuur 1.1 volgende pagina). Alle complexen bevinden zich in het stedelijk gebied van Zwolle. Werkzaamheden zijn gepland in de periode 2017-2026 en variëren van schilderwerk en herstel van voegwerk tot grootschalige gevelrenovatie en dakisolatie, asbestverwijdering en sloop in combinatie met nieuwbouw. In diverse woningen zijn nest- en verblijfplaatsen van soorten aanwezig die strikt beschermd zijn in de Wet natuurbescherming. Het gaat dan onder andere om vleermuizen en vogels als Huismus en Gierzwaluw. Daarnaast is incidenteel sprake van aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels zoals Kauw, Spreeuw en Huiszwaluw.
05
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Beschermde nest- en verblijfsplaatsen mogen niet zonder ontheffing worden verstoord, beschadigd, vernield of verwijderd. Voor het verkrijgen van een ontheffing zijn onderzoek, effectbeoordeling en het eventueel nemen van voorzorgsmaatregelen vereist. In voorliggend rapport beschrijven wij hoe zorgvuldig omgegaan kan worden met wettelijk beschermde waarden, waarbij risico op overlast voor bewoners of onaangename verassingen voor de corporatie zoveel mogelijk worden beperkt.
Figuur 1.1 Ligging van de woningcomplexen waar werkzaamheden zijn gepland.
06
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
1.3
Leeswijzer Het kader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de verzamelde informatie volgt een korte beschrijving van beschermde soorten en te verwachten effecten (hoofdstuk 3). Deze beschrijving wordt gedaan aan de hand van de onderzochte soortgroepen. Tevens is beschreven welke mitigerende (verzachtende of inpassings-) maatregelen nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. In paragraaf 3.8 is een samenvattende tabel geplaatst waarin is aangegeven voor welke complexen vervolgstappen aan de orde zijn.
07
Natuurtoets NatuurtoetsOpenbaar OpenbaarBelang BelangZwolle, Zwolle,2017 2017
2. Kader en methode
2.1
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Staatsblad 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In dit rapport gaan wij in op de soortbescherming. Conform de vraagspecificatie gaan we niet in op de bescherming van gebieden en houtopstanden. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01. In onderstaand kader 1 geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 1 Wet natuurbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming), in de praktijk onderverdeeld in: – vogels met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Gierzwaluw en Buizerd, en – overige vogels wier nesten alleen tijdens het broedseizoen (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest) zijn beschermd; • soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I) zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming; • overige nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming), onderverdeeld in: – soorten waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt, en – soorten waarvoor provinciaal wel vrijstelling geldt.
Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
2.2
Onderzoeksmethode De voorgenomen plannen zijn mogelijk in strijd met de Wet natuurbescherming. Daarom is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige beschermde waarden binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Het onderzoek is gesplitst in een quickscan en soortgerichte vervolgonderzoeken. Een totaaloverzicht van het uitgevoerde onderzoek is weergegeven in bijlage 2.
08
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Quickscan natuurtoets De quickscan natuurtoets is gesplitst in een bureauonderzoek en twee veldbezoeken. We zijn het bureauonderzoek gestart. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen: • • • • •
Streetview-beelden van Google Earth (indien geen Streetview-beelden beschikbaar zijn, is gebruik gemaakt van overzichtsfoto’s van de opdrachtgever); Kadastergegevens; Soortwaarnemingen uit de NDFF; Gegevens van lokale soortenexperts (Stichting Avifauna Zwolle, de heer J. van Dijk); Gegevens van meldpunten voor Steenmarter- of vleermuisoverlast.
In combinatie met onze ervaring met natuuronderzoek en bekende verspreidingsgegevens uit de NDFF ( geraadpleegd 28 februari 2017)1 en eerder door ons uitgevoerd vleermuis- en broedvogelonderzoek in Zwolle (Bunskoek 2012 & 2016, Heinen 2012, Kraaijeveld 2016, Schillemans et al. 2015, Van der Sluis 2014a, b) hebben wij daarmee een goed beeld van de te verwachten beschermde soorten in de woningcomplexen. Op basis van het bureauonderzoek zijn in alle complexen één of meerdere van de volgende beschermde soorten mogelijk aan te treffen: Steenmarter, vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus. Vervolgens zijn alle locaties op 1 en 22 maart 2017 door een ecoloog van Ecogroen onder goede weersomstandigheden bezocht. Ter voorbereiding van het veldwerk is een invulformulier gemaakt waarop de onderzoeker per locatie gegevens heeft aangetekend over bouwkundige aspecten van de woningen en aangetroffen of te verwachten beschermde soorten. Ook zijn foto’s gemaakt van de complexen. Tijdens het veldbezoek is de aanwezige bebouwing aan de buitenzijde geïnspecteerd op potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van soorten als Gierzwaluw en Huismus. Op basis van de bureaustudie en deze veldbezoeken is beoordeeld welke beschermde soorten aanwezig kunnen zijn.
Op basis van de geplande werkzaamheden hebben wij bepaald of en welke (negatieve) effecten kunnen optreden op beschermde soorten en waar nodig vervolgonderzoek voorgesteld (zie Heinen & Van der Sluis 2017). Soortgericht onderzoek Voor elke locatie is bepaald welk type onderzoek noodzakelijk is aan de hand van de informatie uit de quickscan en de aard van de geplande ingrepen (zie tabel 2.1). Zo is bijvoorbeeld voor woningen waar alleen schilderwerk noodzakelijk is in principe geen onderzoek noodzakelijk naar vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus, aangezien verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden aangetast en de beide vogelsoorten onder dakpannen broeden. In onderstaande tekst is aangegeven op welke wijze het onderzoek naar Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen is uitgevoerd. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van alle bezoekdata per locatie.
________________________________________________________________________________
1 Op de gegevens van de NDFF rusten auteursrechten.
09
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Tabel 2.1 Overzichtstabel met onderzoekslocaties. Per soort(groep) is aangegeven of nader onderzoek is uitgevoerd. Complex
7 8 9 11 13 16 19 20 & 21 22 23 & 24
27 30
32 33 37 45 57 111 112 113 205
Adres
Vleermuizen
Steenmarter
Huismus
Gierzwaluw
Hanekamp 10 t/m 200 Weezenlanden Noord Assendorperdijk 180 t/m 298
nee ja ja
nee nee ja
nee nee ja
nee nee ja
Fluessen en Fivel Bredebeek e.o. Mulertkamp e.o. Meeuwenlaan 1 t/m 65 Pelmolenstraat Touwslagerij Sabangstraat 2 t/m 82 Borneostraat 82 t/m 96 Timorstraat 2 t/m 96 Schoolstraat 13 t/m 17 't Streekien 1 t/m 7 Hoogstraat 39 t/m 61 Holtenbroekerweg 52 t/m 86 Vechtstraat 169 t/m 223 Gedeputeerdenlaan e.o Graspieperstraat e.o. Borneostraat 17 t/m 61 Riouwstraat 22 en 24 Eikenstraat 3 t/m 37 en Iepenstraat 41 t/m 59 Monteverdilaan 2 t/m 198 Lassuslaan 32 t/m 228 Wanningstraat 5 t/m 201 Raaigras 3 t/m 33 en Reukgras 2 t/m 32
ja ja ja ja ja ja nee ja ja nee nee nee nee
ja ja ja ja nee ja nee nee nee nee nee nee nee
ja ja ja ja ja ja nee ja ja nee nee nee nee
ja ja ja ja ja ja nee ja ja nee nee nee nee
nee nee nee nee nee ja
nee nee nee nee nee ja
nee nee nee nee nee ja
nee nee nee nee nee ja
nee ja nee nee
nee nee nee nee
nee nee nee nee
nee nee nee nee
Bezoek 1 en 2: dagbezoek Huismus Uit de quickscan is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar Huismus voor woningen waar dakisolatie, werkzaamheden aan de dakbedekking of renovatie, sloop en nieuwbouw is gepland. Het huismussenonderzoek heeft zich voornamelijk gericht op het vaststellen van nestlocaties van Huismus. Conform het Kennisdocument van Huismus zijn in deze situatie minimaal twee ochtendbezoeken noodzakelijk in de periode 1 april tot en met 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (Bij12 2017c). Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territoriumindicerend gedrag van Huismus om broedgevallen of territoria van Huismus te bepalen. De veldbezoeken zijn onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog, veelal zonnig weer en weinig wind). Alle inventarisaties zijn door één persoon in de ochtenduren uitgevoerd, wanneer Huismus het meest actief is. Bezoek 3, 4 en 5: avondbezoeken Gierzwaluw Uit de quickscan is ook naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar Gierzwaluw voor woningen waar dakisolatie, werkzaamheden aan de dakbedekking of renovatie, sloop en nieuwbouw is gepland. Het gierzwaluwonderzoek heeft zich voornamelijk gericht op het vaststellen van nestlocaties van Gierzwaluw.
Conform het kennisdocument voor Gierzwaluw zijn in deze situatie minimaal drie avondbezoeken noodzakelijk in de periode 1 juni tot en met 15 juli. Belangrijk is dat minimaal 10 dagen tussen de verschillende bezoeken zit én minimaal 1 bezoek in de periode 20 juni en 7 juli plaatsvindt (Bij12 2017b).
10
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
De bezoeken zijn vanaf circa 20.00 uur gestart en duurden tot het invallen van de avondschemering. Tijdens de bezoeken zijn nestplaatsen van Gierzwaluw geïnventariseerd aan de hand van in- en uitvliegende vogels, langsvliegende vogels die bekende nestplaatsen bezoeken en oudervogels (en hun jongen) die vanuit hun nestplaats roepen. Hierbij hebben we ook gebruik gemaakt van het afspelen van ‘giergeluiden’ van Gierzwaluwen. Oudervogels en hun jongen die onder de pannen aanwezig zijn, reageren hierop en geven daarmee hun broedplaatsen prijs. Veldbezoeken zijn zoveel mogelijk onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en weinig wind). Aanvullend op de avondrondes is na afloop van vroege ochtendbezoek voor kraam- en zomerverblijfplaatsen van vleermuizen nog extra tellingen uitgevoerd. Rond zonsopkomst zitten Gierzwaluwen nog op hun nesten en reageren dan goed op het afspelen van giergeluiden. Verder is tijdens het Huismusonderzoek ook gelet op in- en uitvliegende Gierzwaluwen. Bij het bepalen van de onderzoeksinspanning hebben we rekening gehouden met de verwachtingswaarde voor de soort. De onderzoeksinspanning is hier zo goed mogelijk op aangepast om alle nestplaatsen in beeld te krijgen. Alle avond- en ochtendbezoeken zijn door één of twee personen uitgevoerd.
Bezoek 3 en 6: avondbezoek en vroeg ochtendbezoek kraamverblijfplaatsen vleermuizen Voor het inventariseren van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn twee bezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei -15 juli, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken, conform de richtlijnen in het geldende vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017). Alleen voor complex 8 is één bezoek uitgevoerd, omdat voor dit complex op korte termijn alleen behoefte was aan een goede indruk van de kraamfunctie van aanwezige gebouwen. Op alle locaties waar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden verwacht heeft het eerste vleermuisbezoek aansluitend aan het eerste gierzwaluwonderzoek plaatsgevonden, dat wil zeggen na het intreden van de avondschemering. Dit bezoek is vooral gebruikt om locaties met mogelijke (kraam)verblijfplaatsen te bepalen. Na het invallen van de schemering zijn de straten systematisch fietsend of lopend doorkruist, waarbij we gelet hebben op in- en uitvliegende vleermuizen en plekken met veel activiteit van vleermuizen in de vroege avond. Vervolgens is tot middernacht doorgegaan met het onderzoek tot de eerste vleermuizen weer terugkeren naar hun (kraam)verblijfplaats en weer zwermende of invliegende dieren kunnen worden gevonden. Afhankelijk van de grootte van de locatie is een veldbezoek met één of twee personen uitgevoerd.
Alle tweede bezoeken in de kraamperiode zijn uitgevoerd in de ochtenduren. Ochtendbezoeken voeren we vooral uit in de periode eind juni – half juli van ca. 4.00 tot 5.30 uur. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 oC. Tijdens de ochtendbezoeken is de betreffende locatie systematisch fietsend of lopend doorkruist. Aan het begin van het bezoek is gelet op middernachtzwermen van Gewone dwergvleermuis, een aanwijzing voor belangrijke winterverblijfplaatsen van deze soort. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun kraam- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan, cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. Vervolgens is de grootte van de kraam- of zomerverblijfplaats bepaald aan de hand van invliegende dieren. Voor Laatvlieger is afgeweken van het vleermuisprotocol, omdat in plaats van een tweede avondbezoek een vroeg ochtendbezoek is uitgevoerd op kansrijke plekken met Laatvlieger. Vroege ochtendbezoeken leveren vooral veel informatie op over de daadwerkelijke zomerverblijfplaatsen van soli-
11
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
taire Laatvliegers die met een avondbezoek makkelijker gemist kunnen worden (kraamverblijfplaatsen zijn zowel ’s avonds als ‘s ochtends goed in kaart te brengen). Bij vroege ochtendbezoeken op kansrijke plekken met Laatvlieger is wel van belang dat de weersomstandigheden uitstekend zijn: droog en een temperatuur boven of ruim boven 12 oC. Op één locatie met een vastgestelde kraamverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis (Complex 11) is na afloop van een bezoekronde een derde bezoek (uitvliegtelling) uitgevoerd om de grootte van de kraamverblijfplaats te bepalen. Afhankelijk van de grootte van het complex zijn de vroege ochtendbezoeken in de kraamtijd met één of twee personen uitgevoerd. Bezoek 7 en 8: avondbezoek baltsterritoria en ochtendbezoek paarverblijfplaatsen vleermuizen In de paarperiode (15 augustus tot en met 1 oktober) heeft onderzoek plaatsvonden naar baltsterritoria (van rondvliegende baltsende exemplaren) en paarverblijfplaatsen (exacte verblijfplaatsen) van onder andere Gewone en Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Ook bij deze bezoeken zit er minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken, conform de richtlijnen in het geldende vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017). Gestart is met een avondbezoek kort na 15 augustus, waarbij rondvliegende en vooral baltsende vleermuizen in beeld zijn gebracht.
Het bezoek geeft inzicht in welke (complexen van) woningen paarverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn en dit vergemakkelijkt het zoeken naar paarverblijfplaatsen tijdens het later uit te voeren ochtendbezoek. Tijdens het avondbezoek zijn de straten systematisch doorkruist vanaf een uur na zonsondergang tot circa vier uur na zonsondergang, waarbij we in de piek van de roepactiviteit alle locaties minimaal eenmaal bezocht hebben. Vooral rond middernacht is ook gelet op middernachtzwermen van Gewone dwergvleermuis. Alle avondbezoeken zijn door één persoon uitgevoerd. Het tweede ochtendbezoek hebben we uitgevoerd vanaf eind augustus tot begin september van ca. 4.30 tot 6.30 uur. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met droog weer, weinig wind en een temperatuur boven de 10 oC. Tijdens de ochtendbezoeken is het plangebied systematisch fietsend doorkruist. Aan het begin van het bezoek is gelet op middernachtzwermen van Gewone dwergvleermuis, een aanwijzing voor belangrijke winterverblijfplaats van de soort en Ruige dwergvleermuizen die vanuit de muur baltsen. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun paar- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. In het geval van een paarverblijfplaats wordt daarbij ook luidkeels gebaltst.
Afhankelijk van de grootte van het complex zijn de vroege ochtendbezoeken in de paartijd met één of twee personen uitgevoerd. Bezoek 1 t/m 8: bezoeken Steenmarter Tijdens alle bezoeken is gelet op aanwezigheid van Steenmarter. Met name in de vroege ochtenduren en nachtelijke uren is de waarneemkans van Steenmarter het grootst.
12
Natuurtoets NatuurtoetsOpenbaar OpenbaarBelang BelangZwolle, Zwolle,2017 2017
3. Soortbescherming
3.1
Flora Op alle onderzochte complexen zijn planten van tuinen, groenstroken, gazons en ruderale/verharde omstandigheden aanwezig. Naast sierheesters en tuinplanten komen algemene inheemse plantensoorten voor zoals Gewone paardenbloem, Kleine veldkers, Witte klaver, Madelief, Straatgras en Grote weegbree. Er zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten of plantensoorten van de Rode Lijst aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.
3.2
Vleermuizen
3.2.1
Verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Complexen 8, 11, 13, 16 en 23/24 In de complexen 8, 11, 13 en 16 zijn meerdere vaste verblijfplaatsen aangetroffen van Gewone dwergvleermuis (zie bijlage 3 en tabel 3.1 volgende pagina). Het betreft één kraamverblijfplaats, vijf zomerverblijfplaatsen en vier paarverblijfplaatsen. De kraamverblijfplaats is aanwezig in Bredebeek 78 (complex 13) en bestaat uit minimaal 55 dieren. Zomerverblijfplaatsen zijn aanwezig ter hoogte van Schuurmanstraat 57 en Wiecherlinckstraat 144 (complex 8), Fivel 27 (complex 11), Baaksebeek 55 en 66 (complex 13), Mulertkamp 99 (cluster 16) en Sabangstraat 42 (complex 23/24). In Fivel 27 (complex 11), Barneveldsebeek 11 en 80 (complex 13) en Timorstraat 96 (complex 23/24) zijn paarverblijfplaatsen aanwezig. In de huizen in de omgeving van de complexen 11 en 13 komen ook meerdere zomer- en paarverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis voor. Tevens is dichtbij complex 8 in het Thomas a Kempiscollege en de Mennistenflat middernachtzwermen van Gewone dwergvleermuis vastgesteld (indicatie voor een grote winterverblijfplaats).
13
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Tabel 3.1 Aanwezige vaste verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis per complex en type. Complex Adres KraamverZomerverPaarverblijfblijfplaats blijfplaats plaats / baltsterritoria 8 Weezenlanden Noord 2 11 Fluessen en Fivel 1 1 13 Bredebeek e.o. 1 3 3 16 Mulertkamp e.o. 1 23/24 Sabang,-, Borneo- en Ti1 1 morstraat
Op dit moment is nog niet precies duidelijk welke werkzaamheden per complex uitgevoerd worden. Door sloop, naïsolatie van spouwmuren, vervangen van daken en het ontoegankelijk maken van openingen naar verblijfplaatsen kunnen verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis verloren gaan. Wanneer duidelijk is welke werkzaamheden uitgevoerd worden, is een nadere effectbeoordeling nodig. Om verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis te verwijderen, zijn de volgende vervolgacties noodzakelijk: • Voor het verwijderen van verblijfplaatsen van vleermuizen is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor vleermuizen, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffing Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de seizoensactiviteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (kraam-, paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. De precieze planning is afhankelijk van de (verwachte) functie die de bebouwing heeft voor vleermuizen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het uitvoeren van werkzaamheden 1 oktober - 15 november en 1 april -15 mei (weersafhankelijk).
• Voorafgaand aan de sloop/renovatie/verbouwing is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door vleermuisflaps te plaatsen of tochtgaten te maken. Voor het maken van tochtgaten zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren, verwijderen van kozijnen en het verwijderen van dakpannen. Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn. • Ter vervanging van te verwijderen verblijfplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende verblijfplaatsen te worden aangebracht. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige. Complexen 9, 20, 21, 22, 57 en 112 Uit de quickscan natuurtoets is gebleken dat in deze complexen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn zoals spouwmuren, die toegankelijk zijn via open stootvoegen, gevelpannen en/of daklijsten en ruimtes achter eventuele gevelbetimmering. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis aangetroffen in de complexen 9, 20, 21, 22, 57 en 112. Vleermuizenonderzoek is juridisch gezien slechts voor een bepaalde periode rechtsgeldig. Volgens het bevoegd gezag zijn er geen richtlijnen hoe lang een vleermuizenonderzoek ‘houdbaar’ is.
In de soortenstandaard van Gewone dwergvleermuis (RvO 2014a) - de voorloper van het kennisdocument Gewone dwergvleermuis - wordt een geldigheidsperiode van maximaal drie jaar aangehouden. Dit houdt in dat het uitgevoerde onderzoek tot juni 2020 geldig is en dat werkzaamheden aan
14
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
de complexen 9, 20, 21, 22, 57 en 112 in de tussenliggende periode zonder nadere voorwaarden ten aanzien van Gewone dwergvleermuis uitgevoerd mogen worden. Complexen 7, 27, 30, 32, 33, 37, 45, 111, 113 en 205 In deze complexen zijn geen potentiële vaste verblijfplaatsen aanwezig of worden potentiële verblijfplaatsen door de geplande werkzaamheden (herstellen voegwerk, vervangen van gevelbekleding van bergingen en schilderwerk) niet bedreigd. Door het uitvoeren van schilderwerk aan complexen 7, 27, 30, 32, 37, 45, 111, 113 en 205 is geen schade te verwachten op verblijfplaatsen van vleermuizen. De werkzaamheden zijn van korte duur (geen langdurig machinaal schuurwerk) en potentiële verblijfplaatsen blijven voor vleermuizen toegankelijk tijdens de schilderwerkzaamheden. Vervolgstappen ten aanzien van vaste verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis zijn hier niet aan de orde. Ruige dwergvleermuis Complexen 8, 11, 13 en 19 In de complexen 8, 11, 13 en 19 zijn vijf paarverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis aanwezig (zie bijlage 3 en tabel 3.2). Overige vaste verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. De paarverblijfplaatsen zijn vastgesteld ter hoogte van Wiecherlinckstraat 152 (complex 8), Fivel 2 (complex 11), Bolksbeek 7 en Baaksebeek 52 (complex 13) en Meeuwenlaan (complex 19).
In woningen in de omgeving van de complexen 11 en 13 komen ook meerdere paarverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis voor. Tabel 3.2 Aanwezige vaste verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis per complex en type. Complex Adres KraamverZomerverPaarverblijfblijfplaats blijfplaats plaats / baltsterritoria 8 Weezenlanden Noord 1 11 Fluessen en Fivel 1 13 Bredebeek e.o. 2 19 Meeuwenlaan 1
Op dit moment is nog niet precies duidelijk welke werkzaamheden per complex uitgevoerd worden. Door sloop, naisolatie van spouwmuren, vervangen van daken en het ontoegankelijk maken van openingen naar verblijfplaatsen kunnen verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis verloren gaan. Wanneer duidelijk is welke werkzaamheden uitgevoerd worden, is een nadere effectbeoordeling nodig. Om verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis te verwijderen, zijn de volgende vervolgacties noodzakelijk: • Voor het verwijderen van verblijfplaatsen van vleermuizen is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor vleermuizen, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffing Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de seizoensactiviteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. De precieze planning is afhankelijk van de (verwachte) functie die de bebouwing heeft voor vleermuizen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het uitvoeren van werkzaamheden 1 oktober - 15 november en 1 april -15 mei (weersafhankelijk).
15
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
• Voorafgaand aan de sloop/renovatie/verbouwing is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door vleermuisflaps te plaatsen of tochtgaten te maken. Voor het maken van tochtgaten zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren, verwijderen van kozijnen en het verwijderen van dakpannen. Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn. • Ter vervanging van te verwijderen verblijfplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende verblijfplaatsen te worden aangebracht. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige. Complexen 9, 16, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112 Uit de quickscan natuurtoets is gebleken dat in deze complexen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn zoals spouwmuren, die toegankelijk zijn via open stootvoegen, gevelpannen en/of daklijsten en ruimtes achter eventuele gevelbetimmering. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis aangetroffen in de complexen 9, 16, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112. Vleermuizenonderzoek is juridisch gezien slechts voor een bepaalde periode rechtsgeldig. Volgens het bevoegd gezag zijn er geen richtlijnen hoe lang een vleermuizenonderzoek ‘houdbaar’ is.
In de soortenstandaard van Ruige dwergvleermuis (RvO 2014b) - de voorloper van het kennisdocument Ruige dwergvleermuis - wordt een geldigheidsperiode van maximaal drie jaar aangehouden. Dit houdt in dat het uitgevoerde onderzoek tot juni 2020 geldig is en dat werkzaamheden aan de complexen 9, 16, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112 in de tussenliggende periode zonder nadere voorwaarden ten aanzien van Ruige dwergvleermuis uitgevoerd mogen worden. Complexen 7, 27, 30, 32, 33, 37, 45, 111, 113 en 205 In deze complexen zijn geen potentiële vaste verblijfplaatsen aanwezig of worden potentiële verblijfplaatsen door de geplande werkzaamheden (herstellen voegwerk, vervangen van gevelbekleding van bergingen en schilderwerk) niet bedreigd. Door het uitvoeren van schilderwerk aan complexen 7, 27, 30, 32, 37, 45, 111, 113 en 205 is geen schade te verwachten op verblijfplaatsen van vleermuizen. De werkzaamheden zijn van korte duur (geen langdurig machinaal schuurwerk) en potentiële verblijfplaatsen blijven voor vleermuizen toegankelijk tijdens de schilderwerkzaamheden. Vervolgstappen ten aanzien van vaste verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis zijn hier niet aan de orde. Laatvlieger In Bredebeek 80 (Complex 13) is een zomer- en paarverblijfplaats van 2 exemplaren van Laatvlieger aanwezig (zie bijlage 3). Verblijfplaatsen van Laatvlieger zijn in andere woningen/ complexen niet aangetroffen .
Op dit moment is nog niet precies duidelijk welke werkzaamheden aan complex 13 uitgevoerd worden. Door naïsolatie van spouwmuren, vervangen van daken en het ontoegankelijk maken van openingen naar verblijfplaatsen kan de verblijfplaats van Laatvlieger verloren gaan. Wanneer duidelijk is welke werkzaamheden uitgevoerd worden, is een nadere effectbeoordeling nodig. Om verblijfplaatsen van Laatvlieger te verwijderen, zijn de volgende vervolgacties noodzakelijk: • Voor het verwijderen van verblijfplaatsen van vleermuizen is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor
16
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
vleermuizen, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffing Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de seizoensactiviteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. De precieze planning is afhankelijk van de (verwachte) functie die de bebouwing heeft voor vleermuizen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het uitvoeren van werkzaamheden 1 oktober - 15 november en 1 april -15 mei (weersafhankelijk). • Voorafgaand aan de sloop/renovatie/verbouwing is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door vleermuisflaps te plaatsen of tochtgaten te maken. Voor het maken van tochtgaten zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren, verwijderen van kozijnen en het verwijderen van dakpannen. Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn. • Ter vervanging van te verwijderen verblijfplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende verblijfplaatsen te worden aangebracht. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige.
Complexen 8, 9, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112 Uit de quickscan natuurtoets is gebleken dat in deze complexen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn zoals spouwmuren, die toegankelijk zijn via open stootvoegen, gevelpannen en/of daklijsten en ruimtes achter eventuele gevelbetimmering. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis aangetroffen in de complexen 8, 9, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112. Vleermuizenonderzoek is juridisch gezien slechts voor een bepaalde periode rechtsgeldig. Volgens het bevoegd gezag zijn er geen richtlijnen hoe lang een vleermuizenonderzoek ‘houdbaar’ is. Op basis van informatie uit de soortenstandaarden van Gewone en Ruige dwergvleermuis (RvO 2014a&b) wordt een geldigheidsperiode van maximaal drie jaar aangehouden. Dit houdt in dat het uitgevoerde onderzoek tot juni 2020 geldig is en dat werkzaamheden aan de complexen 8, 9, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 57 en 112 in de tussenliggende periode zonder nadere voorwaarden ten aanzien van Ruige dwergvleermuis uitgevoerd mogen worden. Complexen 7, 27, 30, 32, 33, 37, 45, 111, 113 en 205 In deze complexen zijn geen potentiële vaste verblijfplaatsen aanwezig of worden potentiële verblijfplaatsen door de geplande werkzaamheden (herstellen voegwerk, vervangen van gevelbekleding van bergingen en schilderwerk) niet bedreigd.
Door het uitvoeren van schilderwerk aan complexen 7, 27, 30, 32, 37, 45, 111, 113 en 205 is geen schade te verwachten op verblijfplaatsen van vleermuizen. De werkzaamheden zijn van korte duur (geen langdurig machinaal schuurwerk) en potentiële verblijfplaatsen blijven voor vleermuizen toegankelijk tijdens de schilderwerkzaamheden. Vervolgstappen ten aanzien van vaste verblijfplaatsen van Laatvlieger zijn hier niet aan de orde. Overige vleermuizen Verblijfplaatsen van overige vleermuissoorten ontbreken binnen het plangebied. Wel is net buiten complex 11 een kraamverblijfplaats van Meervleermuis aangetroffen in de woning aan Deuzerdiep 18. Deze locatie blijft gehandhaafd, waardoor geen negatieve effecten te verwachten zijn. Vervolgstappen voor overige vleermuizen zijn niet aan de orde.
17
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
3.2.2
Vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen Door aanwezigheid van bebouwing en opgaande beplanting worden alle locaties in beperkte mate gebruikt als foerageergebied en vliegroute van soorten als Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Ruige dwergvleermuis. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden geen (onmisbare) opgaande lijnvormige structuren verwijderd die van belang kunnen zijn als onmisbare vliegroute voor vleermuizen. In de omgeving blijven voldoende alternatieve, geleidende elementen aanwezig in de vorm van opgaande beplanting en bebouwing. Ook zal geen onmisbaar foerageergebied verloren gaan, aangezien in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden resteren. De voorgenomen plannen geven dan ook geen aanleiding schade te veronderstellen aan onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde.
3.3
Overige zoogdieren Bij overige zoogdieren wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën met een verschillende beschermingsregime (zie kader 1).
3.3.1
Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn (o.a. Otter) worden op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.
3.3.2
Nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) Op voorhand was alleen Steenmarter te verwachten in het stedelijk gebied van Zwolle. Steenmarter is hier een vrij algemene soort (NDFF 2017). Een aantal complexen leek tijdens de quickscan natuurtoets geschikt voor Steenmarter, waarbij met name ruimten tussen dakbeschot en dakpannen geschikt zijn als verblijfplaats. Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat verblijfplaatsen van Steenmarter alleen mogelijk in het geding zijn door werkzaamheden aan de dakconstructie van de complexen 9, 11, 13, 16, 19, 22 en 57. Tijdens het aanvullend onderzoek naar Steenmarter, in combinatie met vleermuis- en broedvogelonderzoek, zijn geen waarnemingen van Steenmarter gedaan. Er is geen sprake van aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van deze soort. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden en vervolgstappen ten aanzien van Steenmarter zijn dan ook niet aan de orde. Overige nationaal beschermde soorten zonder provinciale vrijstelling worden op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.
3.3.3
Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere Egel, Mol, Huisspitsmuis en Bosmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit
18
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.
3.4
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
3.4.1
Gierzwaluw Complexen 9, 11, 13 en 16 Er zijn bij vier complexen in totaal 20 nestplaatsen aanwezig van Gierzwaluw (zie bijlage 3 en tabel 3.3). Eén nestplaats is aanwezig ter hoogte van Assendorperdijk 262 (complex 9), acht aan de Fluessen en Fivel (complex 11), vier aan de Baaksebeek en Bredebeek (complex 13) en zeven nestplaatsen aan de Mulertkamp en Gruitmeesterlaan (complex 16). Bij woningen in de omgeving van de complexen 11, 13 en 16 zijn zeker 21 nestplaatsen van Gierzwaluw waargenomen. Tabel 3.3 Aanwezige nestlocaties van Gierzwaluw per complex. Complex Adres Aantal nestplaatsen
9
Assendorperdijk
1
11 13 16
Fluessen en Fivel Bredebeek e.o. Mulertkamp e.o.
8 (+13 buiten) 4 (+ 3 buiten) 7 (+3 buiten)
Op dit moment is nog niet precies duidelijk welke werkzaamheden per complex uitgevoerd worden. Door werkzaamheden aan daken en vervangen van dakgoten verdwijnen nestplaatsen van Gierzwaluw. Wanneer duidelijk is welke werkzaamheden uitgevoerd worden, is een nadere effectbeoordeling nodig. Om jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw te verwijderen, zijn de volgende vervolgacties noodzakelijk: • Bij aanwezigheid nestplaatsen van Gierzwaluw is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor Gierzwaluw, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffing Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de broedtijd van Gierzwaluw om verstoring in de meest kwetsbare periode te voorkomen. De meest geschikte periode voor het uitvoeren van werkzaamheden is van half augustus tot en met half april (weersafhankelijk). • Ter vervanging van te verwijderen nestplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende nestplaatsen te worden aangebracht. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een gierzwaluwdeskundige.
Complexen 7, 27, 30, 33, 45 en 205 In de complexen 7, 27, 30, 45 en 205 zijn mogelijk nestplaatsen van Gierzwaluw te verwachten, maar is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Door het uitvoeren van schilderwerk aan de complexen 7, 27, 30, 45 en 205 en aanpassen van de bergingen in complex 33 is echter geen schade te verwachten op nestplaatsen van Gierzwaluw, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen
19
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
plaatsvinden. De periode half augustus - half april is voor Gierzwaluw de meest geschikte periode van uitvoering. Complexen 20, 21, 22, 23, 24 en 57 Uit de quickscan natuurtoets is gebleken dat in deze complexen potentiële nestplaatsen van Gierzwaluw aanwezig zijn. Het betreft steile daken met ruimtes achter de dakpannen, ruimtes achter nokpannen of openingen achter boeidelen. Gierzwaluwen zijn heel plaatstrouw en gebruiken vaak jaren achtereen dezelfde nestplaats (BIJ12 2017b). Tijdens het aanvullend onderzoek zijn bij de complexen 20, 21, 22, 23, 24 en 57 geen nestplaatsen aangetroffen of gierzwaluwen waargenomen die binding hebben met aanwezige bebouwing. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw zijn voor deze complexen niet aan de orde. Complexen 8, 32, 37, 111, 112 en 113 In de complexen 8, 32, 37, 111, 112 en 113 worden op basis van de bouwconstructie (met name platte daken) geen nestplaatsen van Gierzwaluw verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw zijn hier niet aan de orde. 3.4.2
Huismus Complexen 11, 13, 16 en 22 In de complexen zijn 13 nestplaatsen aanwezig van Huismus (zie bijlage 3 en tabel 3.4). De meeste nestplaatsen zijn waargenomen aan de Bredebeek 78, 80, 82, 84 en 86 (complex 13), Grote baan 2 en 3 en Touwslagerij 13 en 23 (complex 22), Fivel 80 (complex 11) en Mulertkamp 16 (complex 16). In woningen in de omgeving van de complexen 11 en 13 zijn nog eens 15 nestplaatsen van Huismus aangetroffen. Tabel 3.4 Aanwezige nestplaatsen van Huismus per complex. Complex Adres Aantal nestplaatsen / territoria 11 Fluessen, Fivel 1 (+6 buiten) 13
Bredebeek e.o.
5 (+9 buiten)
16 22
Gruitmeesterlaan Touwslagerij e.o.
1 6
Op dit moment is nog niet precies duidelijk welke werkzaamheden per complex uitgevoerd worden. Door werkzaamheden aan daken verdwijnen nestplaatsen van Huismus. Wanneer duidelijk is welke werkzaamheden uitgevoerd worden, is een nadere effectbeoordeling nodig. Om jaarrond beschermde nestplaatsen van Huismus te verwijderen, zijn de volgende vervolgacties noodzakelijk: • Bij aanwezigheid nestplaatsen van Huismus is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor Huismus, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffing Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken.
20
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
• Bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de broedtijd van Huismus om verstoring in de meest kwetsbare periode te voorkomen. De precieze planning is afhankelijk van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek en de (verwachte) functie als nestplaats. De meest geschikte periode voor het uitvoeren van werkzaamheden is van september tot en met februari (weersafhankelijk). • Ter vervanging van te verwijderen nestplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende nestplaatsen te worden aangebracht; • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een huismusdeskundige. Complexen 7, 27, 30, 33, 45 en 205 In de complexen 7, 27, 30, 33, 45 en 205 zijn mogelijk nestplaatsen van Huismus te verwachten, maar is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Door het uitvoeren van schilderwerk aan de complexen 7, 27, 30, 45 en 205 en aanpassen van de bergingen in complex 33 is echter geen schade te verwachten op nestplaatsen van Huismus, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. De periode september tot en met februari is voor Huismus de meest geschikte periode van uitvoering. Complexen 9, 19, 20, 21, 23, 24 en 57 Uit de quickscan natuurtoets is gebleken dat in deze complexen potentiële nestplaatsen van Huismus aanwezig zijn.
Geschikte nestplaatsen voor Huismus bestaan uit ruimtes onder dakpannen en dakbeschot die toegankelijk zijn via dakgoten of gevelpannen. Huismus is zeer honkvast. Hij blijft het gehele jaar in de buurt van zijn eenmaal gekozen nest. Huismussen gebruiken het nest zelf ook het gehele jaar door, ook als rust- en slaapplaats. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn in de complexen 9, 19, 20, 21, 23, 24 en 57 geen nestplaatsen aangetroffen of huismussen waargenomen die binding hebben met aanwezige bebouwing. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen van Huismus zijn voor deze complexen niet aan de orde. Complexen 8, 32, 37, 111, 112 en 113 In de complexen 8, 32, 37, 111, 112 en 113 worden op basis van de bouwconstructie (met name platte daken) geen nestplaatsen van Huismus verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen van Huismus zijn hier niet aan de orde. 3.4.3
Overige broedvogels Overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht op basis van het uitgevoerde onderzoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017). Door de aanwezigheid van bebouwing, tuinen en openbaar groen is op alle locaties wel broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten zoals Merel, Roodborst, Heggenmus, Winterkoning, Houtduif, Turkse tortel, Kauw, Spreeuw en Vink. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd,
21
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de periodes tussen half februari - half maart en half juli half december, is het wel van belang om na te gaan of nog bewoonde nesten van vroeg of laat in het seizoen broedende soorten als Houtduif en Turkse tortel aanwezig zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden.
3.5
Amfibieën Bij amfibieën wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën met een verschillende beschermingsregime (zie kader 1).
3.5.1
Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Voortplanting en overwintering van amfibieën die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn wordt op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.
3.5.2
Nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) Voortplanting en overwintering van nationaal beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling wordt op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.
3.5.3
Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) Voortplanting van nationaal beschermde amfibieën met provinciale vrijstelling komt alleen voor op plaatsen met permanent oppervlaktewater zoals (tuin)vijvers. Het betreft dan algemene soorten zoals Kleine watersalamander, Gewone pad en Bruine kikker. Deze soorten zijn op alle locaties ook overwinterend te verwachten in de strooisellaag, ruigtestroken en vorstvrije ruimtes. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.
3.6
Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) wordt in het projectgebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor overige soortgroepen (reptielen, vissen en ongewervelden).
22
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
3.7
Conclusies
3.7.1
Vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus In enkele complexen zijn vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van Gierzwaluw en Huismus aanwezig. In tabel 3.5 (volgende pagina) is per complex aangegeven of en welk type verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van Gierzwaluw en Huismus aanwezig zijn en welke stappen moeten worden ondernomen. Voor het als gevolg van de werkzaamheden verwijderen van deze vaste verblijfplaatsen en nesten is het noodzakelijk een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen bij het bevoegd gezag, de Provincie Overijssel. Hiervoor dient een projectplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor de betreffende soort(en), welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. Ook dienen tijdig mitigerende maatregelen te worden uitgevoerd, zoals rekening houden met kwetsbare periodes en het aanbieden van alternatieve verblijf- en nestplaatsen. Tabel 3.5 Overzicht alle locaties en te nemen vervolgstappen. Complex 7
Adres
Geplande werkzaamheden
Vleermuizen Gierzwaluw
Huismus
Vervolgstappen
Hanekamp 10 t/m 200 Weezenlanden Noord
Schilderwerk (incl. houtrot) Sloop-nieuwbouw
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Ja
-
-
Aanvragen ontheffing, mits verblijfplaatsen verloren gaan
9
Assendorperdijk 180 t/m 298
-
Ja
-
Aanvragen ontheffing, mits nestplaats verloren gaat
11
Fluessen en Fivel
Grootschalige ingreep om levensduur van de woningen te verlengen incl. onderhoud aan gevel en dak. Energetische en plattegrondverbeteringen Achterstallig onderhoud + energetische verbetering door gevel en dak te isoleren
Ja
Ja
Ja
Aanvragen ontheffing, mits verblijf- en nestplaatsen verloren gaan
13
Bredebeek e.o.
Achterstallig onderhoud + energetische verbetering door gevel en dak te isoleren
Ja
Ja
Ja
Aanvragen ontheffing, mits verblijf- en nestplaatsen verloren gaan
16
Mulertkamp e.o.
Nul op de meter renovatie
Ja
Ja
Ja
Aanvragen ontheffing, mits verblijf- en nestplaatsen verloren gaan
19
Meeuwenlaan 1 t/m 65
Onderhoud en energetische verbetering
Ja
-
-
Aanvragen ontheffing, mits verblijfplaatsen verloren gaan
20 & 21
Pelmolenstraat
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
22
Touwslagerij e.o.
-
-
Ja
23 & 24
Sabangstraat 2 t/m 82 Borneostraat 82 t/m 96 Timorstraat 2 t/m 96
Buitenschilderwerk, MV, voegwerk, dakbedekking, dilatatie etc. Nul op de meter renovatie Herstel voegwerk
Ja
-
-
Mogelijk asbestverwijdering 2017
-
-
-
Aanvragen ontheffing, mits nestplaatsen verloren gaan Aanvragen ontheffing, mits verblijfplaatsen verloren gaan Werken buiten broedseizoen
Ja
-
-
-
-
-
Aanvragen ontheffing, mits verblijfplaatsen verloren gaan Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
8
27
30
Schoolstraat 13 t/m 17 't Streekien 1 t/m 7
Schilderwerk (incl. houtrot)
Hoogstraat 39 t/m 61
Schilderwerk (incl. houtrot)
23
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
32 33
37 45
57
111 112
113 205
3.7.2
Holtenbroekerweg 52 t/m 86 Vechtstraat 169 t/m 223 Gedeputeerdenlaan e.o
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Schilderwerk (incl. houtrot) Gevelbekleding vervangen van de bergingen Graspieperstraat e.o. Schilderwerk
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Borneostraat 17 t/m Schilderwerk (incl. 61 houtrot) Riouwstraat 22 en 24
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Eikenstraat 3 t/m 37 en Iepenstraat 41 t/m 59 Monteverdilaan 2 t/m 198 Lassuslaan 32 t/m 228
Renovatie of sloopnieuwbouw
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Schilderwerk (incl. houtrot) Gevelversterking en energetische verbetering Schilderwerk (incl. houtrot) Schilderwerk (incl. houtrot)
-
-
-
Geen voorwaarden
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
-
-
-
Geen voorwaarden
-
-
-
Werken buiten broedseizoen
Wanningstraat 5 t/m 201 Raaigras 3 t/m 33 en Reukgras 2 t/m 32
Algemene broedvogels Ten aanzien van aanwezige algemene broedvogels geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Werkzaamheden dienen zoveel mogelijk buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd in de periode 1 september tot en met 1 maart. Het uitvoeren of starten van werkzaamheden binnen het broedseizoen is alleen mogelijk als een broedvogelcontrole door een ter zake kundige is uitgevoerd. Wanneer blijkt dat bewoonde nesten afwezig zijn, worden - afhankelijk van het onderzoeksmoment - maatregelen genomen om de vestiging van broedvogels te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het afsluiten van schoorstenen met kroontjes, het afdichten van ruimten onder gevelpannen of de onderste rij pannen bij de dakvoet met rugvulling (stroken schuimrubber).
3.7.3
Algemene zoogdieren en amfibieën Voor de aanwezige algemene zoogdieren en amfibieën geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming. Voor deze soortgroepen is het nemen van vervolgstappen niet aan de orde.
24
Natuurtoets NatuurtoetsOpenbaar OpenbaarBelang BelangZwolle, Zwolle,2017 2017
Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0. Bunskoek, M. (2012). Natuurtoets herontwikkeling Bachlaan Zwolle; Inventarisatie en beoordeling van natuurwaarden in het kader van natuurwet en -regelgeving. Rapport 12-191/12-191A. EcoGroen Advies, Zwolle. Bunskoek, M. (2016). Ecologisch werkprotocol groot onderhoud flats Haringvliet-Dollard, Zwolle. Rapport 15-023A. Ecogroen bv Zwolle. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Kraaijeveld, S. (2016). Flora en fauna onderzoek Complex 121, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de floraen faunawet. Rapport 15-343. Ecogroen bv Zwolle. Heinen, M.A. (2012). Quickscan natuurtoets Keucheniusware, Zwolle. Notitie 12-085 EcoGroen Advies, Zwolle. Heinen, M.A. & M. van der Sluis (2017). Flora- en faunaonderzoek Openbaar Belang Zwolle, 2017. Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde soorten. Rapport 17-043. Ecogroen bv Zwolle. Ministerie van EZ (2015). Besluit van de Minister van Economische zaken van 15 oktober 2015, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.
Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Provincie Overijssel (2015). Omgevingsverordening Overijssel 2009, geconsolideerde versie, geldend vanaf 21-10-2015. RvO (2014a). Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 2.0. RvO (2014b). Soortenstandaard Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 2.0. Schillemans, M.J., Brendeke, H. en Limpens, H.J.G.A. (2015). Verslaglegging sloop Isalaklinieken te Weezenlanden, Zwolle. In het kader van de ecologische begeleiding ten bate van vleermuizen. Rapport 2015.031. Bureau van de Zoogdiervereniging, Nijmegen ism Ecogroen, Zwolle.
25
Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017
Sluis, M. van der (2014a). Faunaonderzoek Zwolle en De Horte 2012-2013. Inventarisatie van zoogdieren, broedvogels, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en sprinkhanen. Rapport 11-430 EcoGroen Advies, Zwolle. Sluis, M. van der (2014b). Quickscan flora en fauna renovatie Dennenstraat e.o. Zwolle; Inventarisatie en beoordeling van natuurwaarden in het kader van de Flora- en faunawet. Rapport 14-139. EcoGroen Advies, Zwolle. Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2017). Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2017, 14 februari 2017. www. gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl.