Bijlage 12_Mer aanmeldnotitie
Tekst van het document
Vijf tijdelijke woningen Nijverheidstraat Zwolle M.e.r.-aanmeldnotitie 29 april 2024
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
Verantwoording Titel
Aanvullingen Paradijsvogelwoningen
Opdrachtgever
Woningstichting SWZ
Projectleider
Marten Hoekstra
Auteur(s)
Marten Hoekstra
Tweede lezer Uitvoering meet- en inspectiewerk Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
Aantal pagina’s
15 (exclusief bijlagen)
Datum
29 april 2024
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
Inhoud 1
2
3
Inleiding en achtergrond ............................................................................................................ 4 1.1
Introductie en voornemen .................................................................................................. 4
1.2
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan .............................................................. 6
1.3
Doel van de aanmeldingsnotitie ......................................................................................... 6
Waarom een m.e.r.-beoordeling? .............................................................................................. 6 2.1
Procedure m.e.r.-beoordeling ............................................................................................ 7
2.2
Inhoud aanmeldingsnotitie ................................................................................................. 7
Aanmeldingsnotitie m.e.r. .......................................................................................................... 8
3/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
1 Inleiding en achtergrond 1.1
Introductie en voornemen
Woningstichting SWZ (hierna SWZ) heeft advies- en ingenieursbureau TAUW gevraagd een m.e.r.-beoordelingsnotitie op te stellen voor de ontwikkeling van vijf tijdelijke woningen aan de Nijverheidstraat te Zwolle. Het perceel van deze woningen is gelegen in een strook tussen de A28 en de Zwartewaterallee. De ontwikkeling vindt plaats naast de beoogde ontwikkeling van flexwoningen, en de bestaande locaties van Deltion College, de Herberg (dak- en thuislozenopvang) en de Nieuw-Apostolische Kerk.
Figuur 1.1 Aanzicht van een deel van de ontwikkeling aan de Nijverheidstraat in toekomstige situatie (SWZ, 2023)
4/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
Figuur 1.2 Schematische weergave plangebied (SWZ, 2023)
5/15
Kenmerk
1.2
R001-1296819ZMH-V01
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan
Voor de leesbaarheid worden hier de termen bestemmingsplan en omgevingsplan door elkaar heen gebruikt. Daar waar omgevingsplan staat kan ook worden verwezen naar het voormalige bestemmingsplan. De geldende juridisch-planologische situatie van het plangebied is bepaald in het bestemmingsplan ‘Holtenbroek-Zuid’, vastgesteld door de gemeenteraad van Zwolle op 16 juni 2015. Binnen de grenzen van het plangebied geldt de Enkelbestemming – Gemengd – 1. Daarnaast is in het gehele plangebied de dubbelbestemming Waarde- Archeologie van kracht. Binnen de vigerende bestemming is de beoogde bestemming ‘woningbouw’ niet mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling vraagt dus om een vergunning voor het afwijken van het omgevingsplan.
Figuur 1.3 Uitsnede Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (onherroepelijk vastgesteld op 2015-06-16) (Bron: Ruimtelijkeplannen)
1.3
Doel van de aanmeldingsnotitie
Om het milieu een volwaardige plaats te geven binnen de benodigde afwijking van het omgevingsplan, wordt getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Op basis van het Omgevingsbesluit moet voor deze ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen.
2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? In de mer-regelgeving, afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waar een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht geldt. M.e.r.-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door Bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, welke het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk en noodzakelijk maken.
6/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
Het voorgenomen project is opgenomen in bijlage V categorie J11 van het Omgevingsbesluit. Het voorgenomen project betreft de realisatie van vijf tijdelijke woningen. Onder het nieuwe Omgevingsbesluit vervallen drempelwaardes bij projecten. Er wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen de formele m.e.r.-procedure en de ‘vormvrije m.e.r.-procedure’. In andere woorden: de omvang van het project heeft geen invloed op de vorm van de m.e.r.-beoordeling.
2.1
Procedure m.e.r.-beoordeling
De procedure onder het Omgevingsbesluit is als volgt: • Door de initiatiefnemer wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld •
Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit: Wanneer geen MER benodigd is, hoeft onder de Ow het besluit niet meer in de Staatscourant gepubliceerd te worden
•
De initiatiefnemer voegt het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de omgevingsvergunningaanvraag
2.2
Inhoud aanmeldingsnotitie
De initiatiefnemer beschrijft in zijn mededeling aan het bevoegd gezag de milieueffecten van het voornemen. Er zijn een aantal eisen verbonden aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de merrichtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. De aanmeldingsnotitie moet een beschrijving bevatten van: • De fysieke kenmerken van het project • •
De locatie van het project Kenmerken van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten: • De mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: • •
De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen en Het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit
Waar het bij de criteria 'fysieke kenmerken van het project' en ‘locatie van het project' vooral gaat om beschrijvingen van de voorgenomen activiteiten, de locatie en de omgeving, gaat het bij de 'kenmerken van mogelijke aanzienlijke milieueffecten' juist om de interactie tussen beiden. Hier worden dan ook de effectbeschrijvingen voor de beschouwde milieuaspecten weergegeven en de waarschijnlijkheid van de effecten. De m.e.r.-beoordeling maakt gebruik van de direct beschikbare informatie over het plangebied, waaronder de milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd voor de transformatie. Voor het overige is, zoals gebruikelijk bij m.e.r.-beoordelingen, de toetsing gebaseerd op expert judgement.
7/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
3 Aanmeldingsnotitie m.e.r. 1)
Fysieke kenmerken van het project
Omvang van het project
Het betreft een project op een binnenstedelijk bedrijventerrein. Het betreffende
(relatie met drempel D lijst)
perceel ligt ten noorden van het centrum van Zwolle en is gelegen in een strook tussen de A28 en de Zwartewaterallee. De ontwikkeling vindt plaats naast De Herberg (dak- en thuislozenopvang) en de Nieuw-Apostolische Kerk. Het plangebied is momenteel niet-bebouwd en braakliggend.
De vijf tijdelijke woningen zullen bestaan uit één laag. Op het terrein zullen ook parkeerplekken en groen worden aangelegd. Cumulatie met andere
Een naastgelegen project, het ontwikkelen van flexwoningen ook aan de
projecten
Nijverheidstraat, laat geen belangrijke nadelige milieueffecten zien. Er zijn verder geen projecten in de omgeving van de Nijverheidstraat met belangrijke milieueffecten bekend, waarvoor vergunning is verleend en die voor cumulatie van effecten kunnen zorgen. Er is daarom geen sprake van cumulatie met andere projecten.
Gebruik natuurlijke
De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op
hulpbronnen
natuurlijke hulpbronnen.
Productie afvalstoffen
Tijdens de werkzaamheden en de gebruiksfase daarna vindt geen productie van stoffen plaats die leidt tot gevaarlijke, milieubelastende afvalstoffen of tot nadelige effecten voor de bodem- en waterkwaliteit. De productie van de woonunits vindt grotendeels prefab plaats in de fabriek van de producent. De overige materialen die vrijkomen bij de bouw van de woningen worden aangeboden aan een erkend verzamel- en verwerkingsdepot.
Voor de afvoer van huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke (rest)effecten in relatie tot een m.e.r.-procedure. Verontreiniging en hinder
Zowel tijdens de bouw als in de gebruiksfase daarna zijn verscheidene aspecten van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.
Risico voor ongevallen
De beoogde herontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. De risico's met betrekking tot externe veiligheid zijn onderzocht en worden onder het kopje externe veiligheid nader toegelicht.
8/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project Bestaand grondgebruik
Het perceel is op dit moment volledig onbebouwd, onverhard en ligt braak.
Rijkdom aan en kwaliteit en
Geen. De projectlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied of nabij
regeneratievermogen
een drinkwaterwinning.
natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu
De voorgenomen ontwikkeling kan invloed hebben op het milieu. De te
met aandacht voor
verwachten milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling worden
wetlands, kustgebieden,
beschouwd voor de relevante milieuaspecten. Per milieuaspect is hiervan de
berg- en bosgebieden,
conclusie opgenomen.
reservaten en natuurparken, HA/
Water
richtlijngebieden, gebieden
Als onderdeel van de procedure voor de bestemmingsplan wijzigingen heeft
waar milieunormen worden
TAUW een ‘watertoets’1 opgesteld. Een watertoets is een instrument dat
overschreden, gebieden
waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat
met hoge
meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Uit de
bevolkingsdichtheid,
resultaten van dit onderzoek blijkt dat het plan invloed heeft op de volgende
landschappelijk historisch
waterhuishoudkundige uitgangspunten: toename verharding – wateropgave,
cultureel of archeologische
afvalwater en overstromingsrisico. Wateropgave, als gevolg van de toename
gebieden van belang.
van verharding, wordt ingevuld binnen het plangebied. Een gevolg van deze ontwikkeling is dat er afvalwater vrijkomt. Het afvalwater vanuit het plangebied moet worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelstel. Het hemelwater uit het plangebied wordt niet op de riolering aangesloten. De uitwerking van de aansluiting van het vuilwater op de gemeentelijke riolering dient uitgewerkt te worden in afstemming met de gemeente. Verder wordt er bij de ontwikkeling van het plangebied rekening gehouden met mogelijke overstroming(en). De uitkomsten van de watertoets worden verwerkt in het ontwerp en vormen op deze manier geen nadelige effecten op de bestaande waterhuishouding.
Geohydrologie In opdracht van SWZ heeft TAUW een geohydrologisch onderzoek inclusief doorlatendheidsmetingen (k-waarde) opgesteld2. Hierin is de geohydrologische situatie beschreven en zijn de doorlatendheidsmetingen op basis van veldwerkzaamheden opgenomen. Ook zijn mogelijkheden ten aanzien van berging- en infiltratiemogelijkheden onderzocht. Het advies is om het maaiveld op te hogen (egaliseren en aansluiten op omgeving) om voldoende ontwatering en dus ruimte in de bodem te creëren voor toekomstige infiltratievoorzieningen. De goed doorlatende zandlagen kunnen zo ook met elkaar worden verbonden. Op deze manier kan het hemelwater worden geïnfiltreerd in de ondergrond. Dit en het overige locatie specifieke advies uit het rapport wordt meegenomen in het
1 2
‘Flexwoningen Nijverheidstraat Onderdeel Watertoets’, TAUW, ref nr. R005-1291782KVE-VO2-kzo-NL,18-09-2023 ‘Geohydrologisch onderzoek (k-waarden)’, TAUW, ref nr. R004-1291782LFK-V02-rlk-NL, 19-09-2023
9/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project ontwerp. Op deze manier heeft de voorgenomen woningbouw geen geohydrologisch negatief effect voor de omgeving.
Bodem TAUW heeft een bodemonderzoek3 uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond- en grondwater) ter plaatse van de locatie vast te stellen. Dit bodemonderzoek heeft plaatsgevonden ter hoogte van Nijverheidsstraat 1A. De onderzoeksstrategie voor een onverdachte, nietlijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740 is gehanteerd. Er zijn monsters genomen van grond en grondwater. Op basis van analyses zijn geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters aangetoond. Ook is geen bodemvreemde bijmenging aangetroffen die mogelijk duidt op een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt de bodemfunctieklasse: wonen en de bodemkwaliteitsklasse, boven- en ondergrond, landbouw/natuur. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de uitkomsten van het bodemonderzoek ter hoogte van Nijverheidsstraat 1A significant anders zijn dan bij Nijverheidsstraat 1. De voorgenomen woningbouw heeft geen negatief effect op de bodem.
Geluid De beoordeling van geluid in de MER-beoordeling gaat twee kanten op: (1) het effect van geluid, veroorzaakt door het projectvoornemen, op de omgeving en (2) het effect van het bestaande omgevingsgeluid op het voornemen. Voor het eerste is een kwalitatieve beoordeling opgesteld. Voor het tweede heeft Nieman Raadgevende Ingenieurs een akoestisch onderzoek4 uitgevoerd.
Effect projectvoornemen op omgeving Door het projectvoornemen neemt het aantal verkeersbewegingen (licht) toe. De verkeersbewegingen zullen, gelet op de doelgroep, grotendeels te voet, fietsend of met het openbaar vervoer worden gemaakt. Verkeersbewegingen met auto’s blijven beperkt tot zorgverlening, taxi of ander incidenteel autoverkeer. Vanwege de bestaande hoge verkeersbelasting rond de projectlocatie is het effect van de aanvullende verkeersbewegingen als verwaarloosbaar te bestempelen.
Geluidbelasting op de gevel Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting van Rijkswegen hoger is dan de standaardwaarde. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 60 dB. De geluidbelasting ten gevolge van gemeentewegen voldoet aan de standaardwaarde. De gecumuleerde en gezamenlijke geluidbelasting ten
3 4
‘Verkennend bodemonderzoek Nijverheidsstraat 1A, te Zwolle’, TAUW, ref nr. R004-1para6322LEM-V02-evm-NL, 15-09-2023 Akoestisch onderzoek – 5 woningen de Herberg Zwolle, Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V., ref nr. 20211383/26141, 12-02-2024
10/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt ten hoogste 60 dB. Uit de door Nieman voorgestelde maatregelen blijkt dat er redelijkerwijs geen maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting verder terug te brengen.
Conclusie Drie woningen beschikken over een geluidluwe gevel. De overige twee woningen beschikken over een gevel waar de standaardwaarde met niet meer dan 2 dB wordt overschreden. Dit is acceptabel, gezien het feit dat de woningen tijdelijke bouwwerken betreffen. De zware bouwkundige maatregelen die nodig zouden zijn om bij elke unit een geluidluwe gevel te realiseren, staan niet in verhouding tot de levensduur van de units en worden om die reden niet geadviseerd5.
Ecologie In opdracht van SWZ heeft Ecogroen een natuurtoets uitgevoerd6 om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op natuurwaarden die kunnen optreden door de voorgenomen plannen. Omdat het projectgebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, worden directe negatieve effecten, waaronder oppervlakte verlies van habitattypen en leefgebieden, vanwege de ligging op voorhand uitgesloten. Eventuele effecten beperken zich tot externe werking. Het betreft uitstralende effecten als geluid, licht, trillingen en verstoring door menselijke activiteit, onder andere door bouwwerkzaamheden. Gezien de afstand en de aard van de beoogde werkzaamheden zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van benoemd Natura 2000-gebied niet te verwachten. De mogelijke toename van stikstofdepositie als gevolg van de activiteiten in het projectgebied worden in het milieuthema ‘stikstof’ nader toegelicht. De provinciale regels van Overijssel over het NNN gelden alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Een wijziging van het bestemmingsplan of vergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan is voor de voorgenomen werkzaamheden niet nodig waardoor vervolgstappen ten aanzien van NNN-gebied niet aan de orde zijn. Uit het veldonderzoek is gebleken dat vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde zijn.
Wel wordt geadviseerd om een broedvogelcontrole te laten uit voeren, indien de werkzaamheden worden opgestart in de periode tussen 1 maart en 1 september.
Daarnaast is door Ecogroen een advies7 uitgewerkt voor 15 bomen binnen de invloedsfeer van het plangebied. Dit advies is gebaseerd op een literatuur- en 5
De zware bouwkundige maatregelen die nodig zouden zijn om bij elke unit een geluidluwe gevel te realiseren, staan niet in verhouding tot de levensduur van de units en worden om die reden niet geadviseerd door Nieman 6 ‘Natuurtoets tijdelijke woningen Nijverheidsstraat’, Ecogroen, ref nr. 22-239, 04-08-2022 7 Advies bomen tijdelijke woningen Nijverheidstraat Zwolle_Ecogroennotitie 23-298_concept 20230717
11/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project veldonderzoek. Hieruit is gebleken dat één boom niet gehandhaafd kan worden, deze is echter door de gemeente al gerooid omdat deze zomereik al reeds dood was. Voor verdere uitwerking van het ontwerp is het nodig rekening te houden met de minimaal benodigde te handhaven groeiruimte van de aanwezig bomen. Het advies dat is geformuleerd door Ecogroen wordt opgenomen in het ontwerp, op deze manier heeft het plan geen significante negatieve effecten op het milieu.
Stikstof De bijdrage aan de stikstofdepositie van het project tijdelijke woningen Nijverheidsstraat is berekend8 met het rekeninstrument AERIUS Calculator. Zowel in de aanlegfase als in de beoogde situatie wordt op geen enkel relevant hexagoon sprake een toename in stikstofdepositie berekend. Daarmee zijn er geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het project.
Voor het aspect stikstofdepositie is er geen sprake van een vergunningplicht voor het project in het kader van de Omgevingswet. Het voorgenomen project heeft geen negatief effect op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000gebieden.
Externe veiligheid TAUW heeft een analyse gemaakt9 van de omgeving van het plangebied om relevante risicobronnen in het kader van externe veiligheid te identificeren. Op basis van deze analyse zijn voor twee risicobronnen kwantitatieve risicoanalyses uitgevoerd. Dit zijn een QRA met het programma RBM II voor de snelweg A28 en een QRA in het programma CAROLA voor de hogedruk aardgasleiding N570-20 van Gasunie.
Uit de CAROLA studie komen geen belemmeringen naar voren in het kader van externe veiligheid. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico veroorzaakt door buisleiding N-570-20 door het bevoegd gezag volstaat. Uit het RBM II onderzoek blijkt dat er sprake is van een overschrijding van het groepsrisico. Het bevoegd gezag dient daarom een volledige verantwoording voor het groepsrisico, veroorzaakt door de risicobron, A28 te geven. Hiervoor adviseert TAUW om in overleg te treden met de Veiligheidsregio IJsselland met betrekking tot zelfredzaamheid van de aanwezige personen in de tijdelijke woningen en bestrijdbaarheid van calamiteiten. Uit de analyse van de omgeving van het plangebied in het kader van externe veiligheid blijkt dat het project
8 9
‘Stikstofdepositieonderzoek’, TAUW, ref nr. R003-1291782LBB-V02-kzo-NL, 17-10-2023 ‘Onderzoeken Externe Veiligheid’, TAUW, ref nr. R002-1291782ARP-V01-lhl-NL, 30-06-2023
12/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project realiseerbaar is. Maatregelen of wijzigingen op basis van de analyse worden opgenomen in het ontwerp.
Archeologie De regels behorende bij de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ uit het vigerende bestemmingsplan ‘Holtenbroek Zuid’ zijn niet van toepassing vanwege de diepte van de bodemingrepen. Ten behoeve van fundering overschrijft de diepte mogelijk op enkele plekken de in het bestemmingsplan opgenomen 0,5 m. De bodemingrepen voor de schroefpalen blijven daarmee echter beperkt. Daarnaast is het door de eerdere, reeds gesloopte bebouwing op deze locatie zeer aannemelijk dat grondroerende werkzaamheden en funderingen in het verleden al dieper reikten dan de grenswaarde van 0,5 m. Het is daarom tevens aannemelijk dat bij de werkzaamheden die de initiatiefnemer wil verrichten, eventuele archeologische waarden niet zullen worden aangetast. Deze analyse is vastgelegd door TAUW in een archeologische notitie10.
Luchtkwaliteit TAUW heeft een toets11 uitgevoerd op de effecten voor de luchtkwaliteit. De bijdrage van de ontwikkeling (het project) aan de Nijverheidstraat aan de luchtkwaliteit is klein. De effecten van projecten met een relatief beperkte omvang zijn meegenomen in de berekening van de trendmatige ontwikkeling van de achtergrondconcentraties in Nederland. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bevat voldoende verbetermaatregelen om deze effecten te compenseren. De realisatie van de vijf tijdelijke woningen heeft dus geen nadelig effect op het aspect luchtkwaliteit.
Daarnaast voldoen de concentraties NOx en PM volgens de meest recente meetgegevens van CIMLK aan de grenswaarden van de Omgevingswet en benaderen de WHO-advieswaarden. Op basis van beschreven analyse en de getoetste waarden is daarom sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Vanuit luchtkwaliteit kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkellocatie een aanvaardbare woonlocatie betreft.
Bedrijven- en milieuzonering SWZ heeft adviesbureau TAUW gevraagd het bedrijven- en milieuzoneringsonderzoek12 uit te voeren voor het project vijf tijdelijke woningen aan de Nijverheidstraat te Zwolle. Voor dit onderzoek is gekozen om de gangbare en juridische getoetste VNG-handreiking ‘Bedrijven- en milieuzonering
10 11 12
‘Archeologie Nijverheidsstraat 1, Zwolle’, TAUW, ref nr. N001-1291782LEE-VO1, 07-06-2023 ‘Notitie Luchtkwaliteit’, TAUW, ref nr. R001-1291782LEE-V01-pws-NL, 09-06-2023 ‘Bedrijven- en milieuzonering Nijverheidsstraat 1, Zwolle’, TAUW, ref nr. N001-1291782LEE-V02, 09-06-2023
13/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project (editie 2009)’ te gebruiken voor het onderzoek. Hieruit blijkt dat de richtafstanden van omliggende bestemmingen (Deltion, De Herberg, kerk) de geplande milieugevoelige woonfunctie voor de richtafstand behorende bij geluid overschrijden. Het is vanwege de bestaande geluidsbelasting zeer waarschijnlijk dat akoestische maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de genormeerde geluidsbelasting, en om een goed woon- en leefklimaat te borgen. Met deze maatregelen is het aannemelijk dat de geluidsbelasting door de omliggende instanties (zowel de bestaande bedrijven en inrichtingen als de planologisch maximaal mogelijke inrichtingen) op de voorgenomen ontwikkeling beperkt is. Tegelijkertijd worden de bestaande bedrijven en inrichtingen daarmee in hun bedrijfsvoering niet gehinderd door overlap in richtafstand met de voorgenomen woningen.
Het grasveld en atletiekbaan wordt in de dag periode gebruikt voor onderwijsdoeleinden. De aan de westzijde gelegen huidige inrichtingen (de Nieuw-Apostolische kerk en De Herberg) zijn daarnaast in de praktijk geen bronnen van zware geluidsproductie. Daarmee wordt de voorgenomen ontwikkeling van tijdelijke woningen aan de Nijverheidstraat, als het gaat om milieuzonering door omliggende instellingen en bedrijven, niet gehinderd. De afstanden tot omliggende instellingen en bedrijven leiden tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tegelijkertijd leidt de beoogde ontwikkeling ook niet tot beperkingen voor de omliggende instellingen en bedrijven. De richtafstanden zijn voldoende om de planologisch mogelijke milieuruimte te waarborgen.
Uit het milieuzoneringsonderzoek blijkt dat de geluidsbelasting door de omliggende instanties met desbetreffende maatregelen op de voorgenomen ontwikkeling beperkt is. Tegelijkertijd leidt de beoogde ontwikkeling ook niet tot beperkingen voor de omliggende instellingen en bedrijven.
14/15
Kenmerk
R001-1296819ZMH-V01
2) De locatie van het project
Figuur 3.1 Milieucontouren plangebied en omgeving
3) Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect
Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in geografische zone
(geografisch en grootte
en/of grootte van de getroffen bevolking.
getroffen bevolking) Grensoverschrijdend
Gezien de ligging van het project niet van toepassing.
karakter Orde van grootte en
De grootte en complexiteit van de effecten is zeer gering. De akoestische
complexiteit effect
belasting is gelet op de beperkte overschrijding en de tijdelijkheid acceptabel.
Waarschijnlijkheid effect
Met uitzondering van de geluidseffecten op de gevel, is het optreden van effecten is onwaarschijnlijk.
Duur, frequentie en
Geen langdurig of frequent effect. Wanneer de bebouwing weer wordt
omkeerbaarheid effect
verwijderd, is de milieusituatie weer zoals hij was.
Conclusie
De toetsing aan de selectiecriteria in bijlage III (EU-richtlijn 2014/52/EU) maakt duidelijk dat er voor de ontwikkeling aan de Nijverheidstraat van vijf tijdelijke woningen geen belangrijke nadelige effecten worden verwacht.
15/15