Bijlage 12 - Bodemenergie
Tekst van het document
Onderdeel
ACM 2021
ACM 2022
Vastrecht warmte en tapwater
€ 395,54
€ 408,74
Vastrecht koude
€ 197,07
€ 201,80
Warmtetarief
€ 21,08
€ 44,59
Meettarief
€ 22,17
€ 22,70
Bijdrage Aansluitkosten
€ 4.031,44
€ 4.089,46
34 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
8.4.2 Bijdrage Aansluitkosten Zoals hierboven beschreven is een positieve business case benodigd om een (minimaal) project rendement te behalen. Echter is een betaalbare warmtevoorziening voor de eindgebruikers een even belangrijk aspect. Voor het sluiten van een business case voor een warmtesysteem zijn een aantal parameters te veranderen; vastrecht, warmtetarief en de BAK. Daarnaast zijn de drie parameters voor verschillende afnemers ook nog eens veranderlijk. Voor een betaalbare warmtevoorziening voor de eindgebruikers is de keus gemaakt om onder het maximale tariefniveau van de ACM voor 2021 te gaan zitten. Hiervoor zijn twee scenario’s uitgewerkt. ◼
Scenario 1. Vastrecht 80% van ACM 2021 maximum en warmtetarief 90% van ACM 2021 maximum
◼
Scenario 2. Vastrecht 70% van ACM 2021 maximum en warmtetarief 80% van ACM 2021 maximum
◼
Scenario 3. Vastrecht 70% van ACM 2021 maximum en warmtetarief bepaalt voor een BAK van 0 euro
◼
Scenario 4. Vastrecht 100% van ACM 2021 maximum en warmtetarief 100% van ACM 2021 maximum
De bijdrage aansluitkosten is dan nog de enige variabele factor welke berekend kan worden door een Netto Contante Waarde van 0-euro te berekenen. De berekende BAK geeft dan een ondergrens voor een haalbare business case. In Tabel 21 en Tabel 22 is de benodigde bijdrage aansluitkosten berekend voor met bovenstaande tariefstellingen. Doordat een per deelcluster een verschillende verhouding tussen wonen en overige functies van toepassing is zal het bedrag afwijken voor de verschillende functies. Tabel 21: Benodigde Bijdrage Aansluitkosten bij een lagere vastrecht (80% ACM 2021 niveau) en warmtetarief (90% ACM 2021 niveau) – Scenario 1 Vastrecht Appartementen (80% ACM 2021)
Benodigde BAK per aansluiting
Aansluitingen
Appartementen
Overig
Willemskwartier
1.133
1.125
8
€ 2.062
Werkplaatsen/District Z
579
558
21
€ 10.691
Lurelui
690
686
4
Hanzekwartier
1.121
1.100
21
€ 6.143
Hanze-Oost
255
250
5
€ 5.807
35 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
€ 474,09
Vastrecht Utiliteit
Warmtetarief (90% ACM 2021)
Deelcluster
€ 592,61
€ 18,97
€ 4.034
Tabel 22: Benodigde Bijdrage Aansluitkosten bij een lagere vastrecht (70% ACM 2021 niveau) en warmtetarief (80% ACM 2021 niveau) – Scenario 2 Vastrecht Appartementen (70% ACM 2021)
Benodigde BAK per aansluiting
Aansluitingen
Appartementen
Overig
Willemskwartier
1.133
1.125
8
€ 3.989
Werkplaatsen/District Z
579
558
21
€ 13.118
Lurelui
690
686
4
Hanzekwartier
1.121
1.100
21
€ 8.331
Hanze-Oost
255
250
5
€ 7.969
€ 414,83
Vastrecht Utiliteit
Warmtetarief (80% ACM 2021)
Deelcluster
€ 592,61
€ 16,86
€ 5.937
Tabel 23: Vastrecht 70% van ACM 2021 maximum en warmtetarief bepaalt voor een BAK van 0 euro – Scenario 3 Vastrecht Appartementen (70% ACM 2021)
Warmtetarief
Benodigde BAK per aansluiting
8
€ 29,63
€0
558
21
€ 40,42
€0
690
686
4
€ 37,12
€0
Hanzekwartier
1.121
1.100
21
€ 36,07
€0
Hanze-Oost
255
250
5
€ 35,75
€0
Deelcluster
Aansluitingen
Appartementen
Overig
Willemskwartier
1.133
1.125
Werkplaatsen/District Z
579
Lurelui
37 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
€ 414,83
Vastrecht Utiliteit
€ 592,61
Tabel 24: Vastrecht 100% van ACM 2021 maximum en warmtetarief 100% van ACM 2021 maximum – Scenario 4 Vastrecht Appartementen (100% ACM 2021)
Benodigde BAK per aansluiting
Aansluitingen
Appartementen
Overig
Willemskwartier
1.133
1.125
8
€0
Werkplaatsen/District Z
579
558
21
€ 7.028
Lurelui
690
686
4
Hanzekwartier
1.121
1.100
21
€ 2.697
Hanze-Oost
255
250
5
€ 3.387
8.5
€ 592,61
Vastrecht Utiliteit
Warmtetarief (100% ACM 2021)
Deelcluster
€ 592,61
€ 21,08
€ 855
Tariefstelling woningen
De eindgebruikerskosten zijn verschillende per type afnemer, de jaarlijkse en maandelijkse kosten zijn vooral afhankelijk van het variabel gebruik van warmte. De oppervlakte van de woning bepaalt in hoofdlijnen de jaarlijkse warmtevraag. Om een inzicht te krijgen in de jaarlijkse en maandelijkse kosten per appartementsgrootte is een berekening gemaakt welke is weergegeven in Error! Reference source not found. en Warmtekosten (jaarlijks) excl. BTW
Warmtekosten (jaarlijks) incl. BTW
Warmtekosten (maandelijks) incl. BTW
9 GJ
€ 666,94
€ 807,00
€ 67,25
60 m2
10,8 GJ
€ 701,08
€ 848,31
€ 70,69
70 m2
12,6 GJ
€ 735,22
€ 889,61
€ 74,13
80 m2
14,4 GJ
€ 769,35
€ 930,92
€ 77,58
90 m2
16,2 GJ
€ 803,49
€ 972,22
€ 81,02
100 m2
18 GJ
€ 837,63
€ 1.013,53
€ 84,46
Oppervlakte
Warmteverbruik
50 m2
Vastrecht (70% ACM 2021)
€ 474,09
Warmtetarief (80% ACM 2021)
€ 18,97
Meet tarief
€ 22,17
Tabel 26. Deze tarieven zijn bepaalt met de in de vorige sectie benoemde tariefstelling verlaagd vanaf ACM 2021 referentieniveau. Een range van 50 -100 m2 is genomen als oppervlakte van een appartement.
38 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Tabel 25: Eindgebruikerskosten bij een lager vastrecht (80%) en warmtetarief (90%) – Scenario 1 Warmtekosten (jaarlijks) excl. BTW
Warmtekosten (jaarlijks) incl. BTW
Warmtekosten (maandelijks) incl. BTW
9 GJ
€ 666,94
€ 807,00
€ 67,25
60 m2
10,8 GJ
€ 701,08
€ 848,31
€ 70,69
70 m2
12,6 GJ
€ 735,22
€ 889,61
€ 74,13
80 m2
14,4 GJ
€ 769,35
€ 930,92
€ 77,58
90 m2
16,2 GJ
€ 803,49
€ 972,22
€ 81,02
100 m2
18 GJ
€ 837,63
€ 1.013,53
€ 84,46
Warmtekosten (jaarlijks) excl. BTW
Warmtekosten (jaarlijks) incl. BTW
Warmtekosten (maandelijks) incl. BTW
Oppervlakte
Warmteverbruik
50 m2
Vastrecht (70% ACM 2021)
€ 474,09
Warmtetarief (80% ACM 2021)
€ 18,97
Meet tarief
€ 22,17
Tabel 26: Eindgebruikerskosten bij een lager vastrecht (70%) en warmtetarief (80%) – Scenario 2 Vastrecht (70% ACM 2021)
Warmtetarief (80% ACM 2021)
Oppervlakte
Warmteverbruik
50 m2
9 GJ
€ 588,72
€ 712,35
€ 59,36
60 m2
10,8 GJ
€ 619,06
€ 749,06
€ 62,42
70 m2
12,6 GJ
€ 649,41
€ 785,78
€ 65,48
80 m2
14,4 GJ
€ 679,75
€ 822,50
€ 68,54
90 m2
16,2 GJ
€ 710,09
€ 859,21
€ 71,60
100 m2
18 GJ
€ 740,44
€ 895,93
€ 74,66
Warmtekosten (jaarlijks) excl. BTW
Warmtekosten (jaarlijks) incl. BTW
Warmtekosten (maandelijks) incl. BTW
€ 759,20
€ 918,63
€ 76,55
€ 823,64
€ 996,60
€ 83,05
€ 414,83
€ 16,86
Meet tarief
€ 22,17
Tabel 27: Eindgebruikerskosten bij een lager vastrecht (70%) en een warmtetarief bij een BAK van 0 euro – Scenario 3 Vastrecht (70% ACM 2021) excl. BTW
Warmtetarief excl. BTW
Oppervlakte
Warmteverbruik
50 m2
9 GJ
60 m2
10,8 GJ
70 m2
12,6 GJ
€ 888,08
€ 1.074,58
€ 89,55
80 m2
14,4 GJ
€ 952,52
€ 1.152,55
€ 96,05
€ 414,83
39 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
€ 38,80
Meet tarief
€ 22,17
90 m2
16,2 GJ
€ 1.016,96
€ 1.230,52
€ 102,54
100 m2
18 GJ
€ 1.081,40
€ 1.308,49
€ 109,04
40 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Tabel 28: Eindgebruikerskosten bij een vastrecht en warmtetarief op maximaal ACM 2021 niveau - Scenario 4 Warmtekosten (jaarlijks) excl. BTW
Warmtekosten (jaarlijks) incl. BTW
Warmtekosten (maandelijks) incl. BTW
9 GJ
€ 804,50
€ 973,45
€ 81,12
60 m2
10,8 GJ
€ 842,44
€ 1.019,36
€ 84,95
70 m2
12,6 GJ
€ 880,39
€ 1.065,27
€ 88,77
80 m2
14,4 GJ
€ 918,33
€ 1.111,18
€ 92,60
90 m2
16,2 GJ
€ 956,28
€ 1.157,09
€ 96,42
100 m2
18 GJ
€ 994,22
€ 1.203,01
€ 100,25
Oppervlakte
Warmteverbruik
50 m2
Vastrecht (70% ACM 2021) excl. BTW
€ 592,61
41 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Warmtetarief excl. BTW
€ 21,08
Meet tarief
€ 22,17
9
Organisatie & ontwikkeling WKO bronnet
9.1
Regievarianten
Voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een collectief warmtesysteem in de Spoorzone, zijn er een aantal varianten mogelijk waarbij de gemeente regie heeft, of invloed kan uitoefenen. Allereerst is het onderscheid tussen reguleren en regievoeren van groot belang: -
Bij het reguleren is de gemeente zelf kaderstellend en kan faciliterend optreden met het oog op het publieke belang, en Wanneer de gemeente regie voert is zij – met haar eventuele partners – een dominant bepalende partij is de keuze, ontwerp en/of het verloop. Zij zal echter wel in meer of mindere mate (mede-)afhankelijk zijn van haar partners in het collectieve systeem.
Als we dat onderscheid aanhouden, dan is er één weg waarbij de gemeente daadwerkelijk regulerend kan zijn in de Spoorzone; zijnde via de publieksrechtelijke weg (zie 9.4). In de andere geschetste vormen voert zij regie en is het altijd onderhevig aan samenwerking en gedeeld eigenaarschap of verantwoordelijkheid, waaronder ook risicodragend (zie 9.5 en 9.6). Daarmee heeft de gemeente wel invloed, maar kan zij niet enkelzijdig bepalend zijn. Daarnaast heeft de gemeente ook invloed als lid van de gebiedscoalities. Zij zou ook enkele deze rol kunnen benutten om haar invloed uit te oefenen en de regie volledig bij de gebiedscoalities neer te leggen (zie 9.7). Daarbij is het wel belangrijk om goed af te wegen in welke hoedanigheid de gemeente lid is van de coalitie; als vertegenwoordiger van het publieke belang of als eigenaar van grond en/of vastgoed. Als we kijken naar de verschillende scenario’s, zetten we deze uit in de tijd. Daarbij onderscheiden we – op hoofdlijnen – 4 fasen van de warmtetransitie, of de ontwikkeling van een duurzaam warmtesysteem.
Op dit moment bevindt het project zich nog in de eindfase het van evaluatie en strategiebepaling; een evaluatie van de mogelijke oplossingsrichtingen, het verkennen van de ruimte waarbinnen een haalbare businesscase mogelijk is en het uitdenken van een organisatievorm – voor zowel de gemeente als de samenwerking met de gebiedscoalities – die past bij het voorgenomen project. Dit is tevens de fase waarin er een besluit genomen dient te worden over een van de onderstaande varianten. Alvorens er daadwerkelijk met de projectontwikkeling gestart kan gaan worden, moet er duidelijkheid zijn over de rollen, verantwoordelijkheden en eventuele daaraan verbonden gemeentelijke en organisatorische besluiten.
46 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Op het moment dat alle partijen het eens zijn over het te ontwikkelen concept, alsmede de daarbij horende organisatievorm of kaderstelling, kan er gestart worden met de ontwikkeling van het collectieve warmtesysteem: het WKO-bronnennet. De ontwikkelingsfase loopt door tot en met het nemen van financial close door de ontwikkelende partij. Daarna kan formeel gestart worden met de realisatie, die doorloopt tot de eerste levering van duurzame warmte. Op het moment dat er sprake is van levering, spreken we van de exploratiefase. De voorgestelde regievarianten zijn uitgezet tegen deze fasering van projectontwikkeling. Kader 1. Waarom een formeel besluit hierover raadzaam is De verschillende regievarianten zijn geschreven vanuit het perspectief van de borging van het algemene en publieke belang, waaronder een fossielvrije Spoorzone in 2030. Deze verkenning van regievarianten is op zichzelf van ondergeschikt belang voor de private partijen in de Spoorzone. Zij kunnen immers zelf de markt benaderen en zijn – anders dan het ontwikkelkader – niet gebonden. Om te voorkomen dat er nu of op (lange) termijn problemen of onduidelijkheden ontstaan, raden we aan om voorafgaande aan de start van de ontwikkeling van een warmtesysteem met een collectief karakter expliciete duidelijkheid te verschaffen. Dit voorkomt onnodige investeringen van geld en/of tijd.
Denk daarbij aan bijvoorbeeld het in concurrentie moeten inschrijven op een concessie of vergunning door een reeds door een private geselecteerde ontwikkelaar.
9.2
Belangrijke aanname/ woord vooraf
In het onderstaande advies zijn we ervan uitgegaan dat het warmtesysteem voor de Spoorzone gezien kan worden als een open warmtenet. Hoewel dit vanuit het huidige perspectief geen onredelijke aanname is, kan het wel zijn dat bij de vaststelling van het definitieve exploitatiemodel – ofwel de verdeling van de warmtewaardeketen – er op enkele onderdelen herzieningen nodig zijn. Hieronder lichten we dit kort toe: Voor een definitieve conclusie is het technisch gezien belangrijk inzichtelijk te krijgen of het in plaats van een warmtenet, gekoppelde individuele private WKO’s/ bronnen zijn, die elkaar balanceren; wat de een te veel heeft en de
ander te weinig en visa versa. Dat is namelijk een wezenlijk andere uitgangssituatie dan een (open) warmtenet. Bij een warmtenet gaan we uit van een of meer warmtebron(nen) die, via een net, meerdere gebouwen en woningen van warmte voorziet. Als het een bronnennet betreft met individuele, private bronnen is, dan is het stempel van de private in eigendom zijnde WKO veel belangrijker dan het collectieve systeem. Dat kan op haar beurt ook een weerslag hebben op de al dan niet gewenste regierol van de gemeente. In onderstaande voorstel zijn we uitgegaan van een warmtenet, terwijl er bij een (WKO-) bronnennet ook sprake kan zijn van meerdere individuele en (private) bronnen die in principe alleen voor eigen gebruik worden geëxploiteerd en waarbij overschot gedeeld kan worden. En daarbij dient dan ook de vraag beantwoord te worden of ze in dat geval ook aan derden (kunnen/mogen) leveren die geen WKO hebben, maar wel een warmtevraag?
Kader 2. Nota bene De eindoplossing – een WKO-bronnennet – lijkt het beste te passen bij de ambitie om in 2030 fossielvrij te zijn. Echter, er is ook gebleken uit de haalbaarheidsstudie (2020) dat dit niet de meest voordelige warmteoplossing is. In haar overwegingen dient de gemeente er dus wel rekening mee te houden dat er op enig manier een beroep zal worden gedaan om de gemeente voor de financiering voor de meerprijs of onrendabele top. Het daarnaast invloed hebben op de eindgebruikerskosten, zal meegenomen worden in de onderstaande varianten.
9.4
Publieksrechtelijke (regulerend)
De rol van de gemeente lijkt dan veel beperkter, dan bij een collectief warmtesysteem. De publiekrechtelijke invloed is dan voornamelijk gelegen in bodemenergieverdeelsysteem en indifferentie, dan in de regie op het geheel.
9.3
Leidende belangen gemeente in de Spoorzone
Voor onder andere de ontwikkeling van een duurzame warmtevoorziening in de Spoorzone, hebben de gemeente en de gebiedscoalities zich gezamenlijk gecommitteerd aan het ontwikkelkader voor de Spoorzone. Daarin is opgenomen dat de Spoorzone in 2030 fossielvrij is en uiteindelijk in 2050 energieneutraal zal zijn. Daarnaast hebben de eerste verkennings- en haalbaarheidsstudies (2020) uitgewezen dat om te komen tot een fossielvrije Spoorzone in 2030, er een collectief warmtesysteem nodig gaat zijn. De voorkeursvariant daarbij was de ontwikkeling van het WKO-bronnennet, waarbij het gehele gebied nodig is voor de warmteopwek/ balancering en de bestaande restricties (waaronder drinkwaterwinning) te respecteren. Hieruit volgt dat de volgende belangen leidend zijn voor de gemeente om haar doelen te verwezenlijken: -
De eindoplossing moet in 2030 fossielvrij zijn, en Om dat te bewerkstelligen moet de bodemenergie optimaal benut worden.
47 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Via de publieksrechtelijke weg wordt er een beleidskader en/of een verordening opgesteld voor de Spoorzone. Dit kader of verordening zou in lijn kunnen zijn met het huidige voorstel in de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW, ofwel Warmtewet 2.0: Zie kader 3 voor een toelichting op het huidige voorstel in de WCW). Zo zou er een vergunning nodig kunnen zijn binnen het gebied voor de realisatie van WKObronnen en/of de aanleg van een warmtenet. Via de verordening kan het publieke belang geborgd worden en kan het ook voorwaardenscheppend en kaderstellend voor private initiatieven. Kader 3. De aanwijzing van een warmtebedrijf in de Wet Collectieve Warmtevoorziening De Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) geeft de gemeente de regie bij de aanleg en exploitatie van warmtenetten. Burgemeester en wethouders krijgen de bevoegdheid om een warmtebedrijf aan te wijzen. Daartoe is in artikel 2.2 WCW een verbodsbepaling opgenomen waarin is bepaald dat het verboden is om zonder aanwijzing van Burgemeester en wethouders warmte te transporteren en te leveren aan verbruikers.
In artikel 2.3 WCW is bepaald dat op aanvraag van een warmtebedrijf en na het doorlopen van een transparante en non-discriminatoire aanwijzingsprocedure B&W voor minimaal 20 jaar en maximaal 30 jaar een warmtebedrijf kunnen aanwijzen dat de exclusieve bevoegdheid heeft binnen de warmtekavel warmte te transporteren en te leveren aan verbruikers. Het aangewezen warmtebedrijf wordt ook integraal verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van het collectieve warmtesysteem en is verplicht om verbruikers binnen de kavel aan te sluiten. Voorwaarde voor het warmtebedrijf dat een aanvraag wil indienen is dat de ACM heeft vastgesteld dat het warmtebedrijf beschikt over voldoende organisatorische en technische bekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 2.8 WCW voor de desbetreffende kavel. Ook dient het aanvragende warmtebedrijf financieel voldoende in staat te zijn om haar taken te kunnen uitvoeren in de betreffende warmtekavel.
vergunningverlening voor bodemenergiesystemen. In dat geval zou indifferentie tussen systemen een de samenwerking tussen vergunning-aanvragers kunnen bevorderen Echter, in tegenstelling tot de lokale verordening, beperkt zich hier de invloedssfeer zich tot de bodemenergiesystemen; de WKO-bronnen. Die varianten waarin de gemeente regulerend optreedt en waarmee zij (private) partijen kan stimuleren om te komen tot warmtenetten. Nadeel is dat er meer beleidsvorming nodig is en dat dit een langere aanlooptijd vergt omdat men niet alleen voor de Spoorzone Zwolle regulerend optreedt maar voor het gemeentelijke grondgebied.
9.5
Concessieverlening (regie)
Bij de aanvraag dient het warmtebedrijf een globaal kavelplan in, waarbij een indicatieve beschrijving is gegeven van de elementen die in een uitgewerkt kavelplan dienen te worden beschreven (artikel 2.11.2 WCW). Kort gezegd: Op welke wijze gaat het warmtebedrijf een collectief warmtesysteem aanleggen en exploiteren binnen de kavel. Indien er meerdere aanvragen zijn, dan dienen de aanvragen zodanig door Burgemeester en wethouders te worden gerangschikt dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate: a) b) c) d) e)
de normen van de duurzaamheidsstrategie gehaald wordt (artikel 2.16 WCW), een doelmatige en kosteneffectieve aanleg en exploitatie wordt geborgd, de leveringszekerheid wordt geborgd de verbruikers worden betrokken bij de aanleg, ontwikkeling en exploitatie aannemelijk wordt dat het globaal opgestelde kavelplan technisch, financieel en organisatorisch uitgevoerd kan worden.
De WCW bepaalt tevens dat bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB’s) nadere regels kunnen worden gesteld aan de aanwijzingsprocedure, waaronder nadere invulling van bovengenoemde punten en voorschriften en beperkingen die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden.
Invloed via vergunningverlening voor bodemenergiesystemen Daarnaast heeft de gemeentelijk ook de mogelijkheid om regulerend op te treden en invloed uit te oefenen via het Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit -
48 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
De gemeente heeft ook de mogelijkheid om een warmteconcessie af te geven voor een collectief warmtesysteem (ergo: een warmtenet). De gemeente wijst via aanbesteding dan een (collectief van) marktpartij(en) aan die de ontwikkeling, realisatie en exploitatie voor haar rekening neemt. Dit stelt de gemeente in staat om regie uit te oefenen aan de voorkant van de ontwikkeling en daarmee het publieke belang te borgen. Hierin is nog een differentiatie aan te maken, waarbij je in optie 2.1 na het vaststellen van de concessie (2.1.a), direct de Concessieovereenkomst (2.1.b) aanbesteed. Dat vraagt veel inspanning aan de voorzijde om de aanbesteding goed te definiëren en ook het gewenste eindresultaat scherp voor ogen te hebben. Echter, om de invloed te vergroten en ook voorwaarden te kunnen blijven stellen aan de ontwikkeling (denk aan snelheid, duurzaamheid, gebruikerskosten, etc.), is het ook mogelijk om eerst samen te werken met een marktpartij onder een contractuele samenwerking (2.2.b). Tijdens de contractuele samenwerking wordt er gewerkt naar een haalbare, duurzame en toekomstbestendig businesscase die zicht biedt op een investeringsbesluit. Op dat moment kan de marktpartij een aanbod doen voor een Concessieovereenkomst (2.2.c).
In beide gevallen biedt deze variant ook voldoende sturingsmiddelen aan de voorzijde, om een warmtebedrijf te selecteren die recht doet aan zowel de belangen van de
gemeente als de wensen van de gebiedscoalities, waaronder een hoge mate van gedeeld (of coöperatief) eigenaarschap.
Commanditaire Vennootschap (cv) -
Of zij dit doet voor de gehele Spoorzone in één keer, of per deelgebied/ cluster is daarnaast een functionele afweging. Kader 4: Schaars goed? Indien de bronnen in private eigendom zijn/blijven, dan rijst de vraag welk exclusief recht de gemeente dan te vergeven heeft, als de bronnen en hun onderlinge verbondenheid het hart van systeem vormen en enkel zichzelf bedienen en hooguit ook aan derden kunnen of mogen leveren?
Een variant die vanuit een ontwikkelaar of warmtebedrijf voorgesteld zou kunnen worden, is de cv. In dat geval zal de gemeente commandiet worden, waardoor zij slechts en alleen maar financieel kan bijdragen aan de onderneming. Op het moment dat de gemeente toch invloed uitoefent of naar buiten de onderneming vertegenwoordigd, acteert zij in overtreding met het beheersverbod en kan zijn hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de gehele schade. Los van dat in deze vorm van actieve deelname de mogelijkheden van invloed het geringst is, is ook het afbreukrisico voor de gemeente hier het grootste.
Corporatie (of Coöperatie)/ Vereniging -
9.6
Gemeentelijke deelname (invloed)
Hoewel op voorhand aangegeven als niet aan de orde zijnde, hoort wel de benoeming van de optie bij het volledige verhaal: De gemeentelijke deelname in een warmte- of infrabedrijf. Naast het afgeven van een concessie is dit namelijk een andere manier om invloed uit te kunnen oefenen op de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een warmtenet in de Spoorzone. De deelname zou in een grote verscheidenheid mogelijk zijn – denk aan een gemeentelijk exploitatie model (GEM), een special purpose vehicle (SPV) of een Corporatie. In alle gevallen is er daarbij wel nadrukkelijk aandacht nodig voor de beperkingen van Staatssteun. Hieronder geven we een kort overzicht van de mogelijkheden, inclusief de geldende voor- en nadelen op hoofdlijnen: Besloten Vennootschap (bv) -
Binnen een bv (ook wel een ‘project-bv’ genoemd) kan de gemeente invloed uitoefenen door haar rechten als aandeelhouder te gebruiken. Denk daarbij aan stemrecht en het recht tot het bijeenroepen van een aandeelhoudersvergadering. Zolang de gemeente geen bestuurlijke rol neemt in de bv, zal ook de aansprakelijkheid beperkt blijven tot enkel en alleen haar eigen aandeel in de onderneming.
49 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Indien er wordt gekozen om het collectieve warmtesysteem van een grote mate van gedeeld eigenaarschap te voorzien, zou de gemeente ook lid kunnen worden van een (energie-)corporatie. Deze corporatie zou als doel moeten hebben om in de duurzame warmtevoorziening (de stoffelijke behoefte) van haar leden te voorzien.
In alle bovenstaande gevallen dient er altijd rekening gehouden te worden met de regels omtrent staatssteun. Er zou met betrekking tot de aansprakelijkheid van de gemeente moeten worden gekeken naar de invloed die zij wil hebben op het bestuur van de vereniging. Dat kan via het lidmaatschap. Wel speelt vaak de vraag in deze organisatievorm of de gemeente wel een verbonden partij (lid) wil zijn. Dit zou kunnen betekenen dat gemeentelijke deelname niet toegestaan is, of dat de gemeente geen stemrecht zou mogen uitoefenen. Dit kan verder verrijkt en onderzocht worden, wanneer er daadwerkelijk zicht is op gemeentelijke deelname.
9.7
Regie bij de Gebiedscoalities
Zolang de nieuwe warmtewet (Wet Collectieve Warmtevoorziening) nog niet vastgesteld is, staat het iedere partij, coalitie of zelfs bedrijven/ ontwikkelaars buiten enige samenwerking om vrij om met een propositie de warmtevragers in de Spoorzone te benaderen. Denk aan innovatieve technieken en gebouw gebonden oplossingen. Deze kunnen voor een individuele partij (op de korte termijn) voordelig zijn, maar een negatieve weerslag hebben op de haalbaarheid en financierbaarheid van een ander (collectief) duurzaam warmtesysteem. Wel biedt deze variant veel vrijheid aan de verschillende partijen en coalities binnen de Spoorzone om op eigen voorwaarden en tempo te ontwikkelen.
9.8
Financiering door de gemeente (subsidie)
Indien, zoals geschetst in kader 1, er inderdaad naar de gemeente gekeken zal worden voor een bijdrage voor de meerprijs of de onrendabele top, kan zij naast enigerlei vorm van participatie, ook een (achtergestelde) lening verstrekken. Ook hier dient er rekening gehouden te worden met de regels omtrent staatssteun en zal de (achtergestelde) lening tegen een marktconforme rente verstrekt moeten worden. Ook verdere beperkingen of voorwaarden dienen dan scherp in beeld te komen, waartoe de Wet Markt en Overheid, alsmede de Gedragsregels voor de Overheid2 inzicht bieden. Wel biedt het eventueel de mogelijkheid om – bij een succesvol project – de afbetaling te storten in een energiefonds die ten goede komt aan de verdere verduurzaming van de Spoorzone, om uiteindelijk tot een energieneutrale Spoorzone te komen in 2050
9.9
Samenvatting en conclusie
Indien de gemeente veel waarde hecht aan daadwerkelijk regie kunnen voeren in de totstandkoming van een duurzaam (collectief) warmtesysteem in de Spoorzone, zal zij dit zelf moeten doen via participatie in of eigen warmtebedrijf, dan wel via subsidie of financiering moeten organiseren. Ofwel, zij kan regulerende rol nemen en een beleidskader of lokale verordening opstellen waarin bepaald wordt dat er alleen met toestemming van het college van B&W/ een warmtenet aangelegd mag worden en onder welke voorwaarden dit kan geschieden. Echter, het kan zijn dat de belangen van de gemeente – waaronder een fossielvrije Spoorzone in 2030 en daarmee het optimaal gebruik van de bodem(-energie) om dat te bewerkstelligen – voldoende geborgd kunnen worden, wanneer zij een concessie verleent voor de aanleg en uitbating van een warmtenet (zie kader 3). Via een contractuele samenwerking met een uitvoerend warmtebedrijf (aldanniet in oprichting of een samenwerking van meerdere partijen) kan zij daarnaast ook invloed uitoefenen op andere aspecten van het warmtesysteem, waaronder de businesscase cq. de eindgebruikerskosten. Als laatste hebben we de participatie van de gemeente in een onderneming (warmteof infrabedrijf) genoemd. Hier kan de gemeente invloed uitoefenen, maar draagt zij tevens het bijbehorende risico.
Mede omdat de gemeente dit op voorhand niet wenselijk acht, raden we deze variant dan ook niet aan.
2
(1) Doorberekening kosten, (2) bevoordelingsverbod, (3) gegevensgebruik en (4) functiescheiding
50 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Conclusie Hoewel er via de publieksrechtelijke weg de meest solide regulerende rol gevoegd kan worden, achter wij de mogelijkheden die de concessieverlening biedt passender bij de wensen, belangen én karakteristiek van de samenwerking tussen de gemeente en de gebiedscoalities. In de totstandkoming van de concessie dient dan voldoende aandacht te zijn voor de duurzaamheid, de ontwikkeling en realisatie vóór 2030, de eindgebruikerskosten en de mogelijkheid voor eventueel gedeeld of coöperatief eigenaarschap. Gelet de complexiteit en de innovativiteit, is daarbij een fase van contractuele samenwerking tussen de gemeente en het geselecteerde warmtebedrijf aan te raden, zodat er voldoende tijd blijft of een definitieve concessieovereenkomst robuust en toekomstbestendig op te stellen. Deze conclusie geldt onder aanname dat het warmtesysteem Spoorzone als een collectief (open) warmtenet kunnen beschouwen. Indien het private eigendom van de bronnen leidend is, moet deze conclusie worden herzien.
Bijlage 1: Bodemprofielen booronderzoek
Figuur: Locatie boringen dieper dan 50 m mv. en doorsnedes
51 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
52 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
53 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
54 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Bijlage 2: Thermische straal en onderlinge bronafstand Thermische straal WKO-bronnen
Met:
De thermische straal kan berekend worden middels de volgende relatie:
ρm = Soortelijk gewicht bodemmatrix = 2700 [kg/m 3]] cm = Specifieke warmte capaciteit bodemmatrix = 750 [Jkg-1K-1]
Q rth = H * * R * n
n = porositeit [-] ρf = Soortelijk gewicht grondwater = 1000 [kg/m 3] cf = Specifieke warmte capaciteit grondwater = 4182 [Jkg-1K-1]
Met: rth = thermische straal [m] Q = Verpompte hoeveelheid grondwater per seizoen [m3] H = Lengte bronfilter [m]
Als gevolg van warmteopname van de matrix wordt de verspreiding van koud en warm water vertraagd (geretardeerd). De retardatiefactor voor een zandpakket, uitgaande van een porositeit van 0.35, bedraagt circa 1.9, oftewel de verplaatsingssnelheid van een thermisch front is 1.9 maal trager dan dat van grondwater.
n = porositeit [-]
Uitgaande van een debiet van 100 m3/uur, 1500 vollasturen, een porositeit van 0.35 en een filterlengte van 30 meter wordt een thermische straal van 49 meter berekend.
R = retardatiefactor als gevolg van warmte uitwisseling [-]
Onderlinge bronafstand
In de praktijk verplaatsen de thermische bellen zich minder snel dan het grondwater, dit als gevolg van de warmteoverdracht tussen sediment en poriewater. Deze warmteoverdracht is vrijwel instantaan oftewel er is een thermisch evenwicht tussen het water en het sediment. De mate van warmteoverdracht kan beschreven worden middels een retardatiefactor (R): 𝑅=
3
𝜌𝑓 ∙ 𝑐𝑓 ∙ 𝑛 + (1 − 𝑛) ∙ 𝜌𝑚 ∙ 𝑐𝑚 𝑛 ∙ 𝜌𝑓 ∙ 𝑐𝑓
Mei 2020, KWR, Optimale ondergrondse inpassing van open bodemenergiesystemen
55 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
In de rapportage van KWR “Optimale ondergrondse inpassing van open bodemenergiesystemen”3 is uitgebreid onderzoek gedaan naar de optimalisatie van het gebruik van de bodem. Middels een case-study is bepaald wat de optimale afstand is tussen de bronnen in relatie tot de CO2-reductie en de terugwinefficiëntie.
De gemiddelde terugwin-efficiëntie (𝜂 =
𝑒𝑛𝑒𝑟𝑔𝑖𝑒 𝑔𝑒𝑙𝑎𝑑𝑒𝑛 𝑒𝑛𝑒𝑟𝑔𝑖𝑒 𝑜𝑛𝑡𝑡𝑟𝑜𝑘𝑘𝑒𝑛
in één seizoen) is afhankelijk
van de onderlinge bronafstand. De bronafstand wordt hierbij uitgedrukt door een factor Ds (voor dezelfde soort bronnen bijv. warm-warm) en Do (voor verschillende type bronnen bijv. warm-koud) maal de thermische straal rth van de bronnen.
De resultaten van de case-study zijn weergegeven in figuur 1. In de case-study van KWR kan zelfs voor de kleinste onderlinge afstand, waarbij dus de meeste bronnen in de ondergrond gerealiseerd kunnen worden, niet worden voorzien in de totale vraag. Daarom is bij een onderlinge afstand met Ds =0.5 en Do=2 keer de thermische straal de CO2-reductie optimaal. In deze studie voor de spoorzone Zwolle is het relevanter om de terugwinefficiëntie te optimaliseren. Uit de studie van KWR blijkt dat de terugwinefficiëntie het grootst is bij Ds=2 en Do=3. Gezien de beperkte ruimte wordt in deze studie uitgegaan van Ds=1 en Do=3, waarbij een terugwinefficiëntie van circa 0.84 kan worden gerealiseerd. Hiermee wordt maar weinig ingeboet op de maximale terugwinefficiëntie van circa 0.87.
Figuur1. Gemiddelde terugwin-efficiëntie en CO2 uitstoot voor de case-study KWR. S en O zijn in deze figuur gelijk aan respectievelijk de factoren Ds en D0.
56 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Bijlage 3: CAPEX per deelgebied
CAPEX
Individueel all electric - L/W warmtepomp
WKO bronnet W/W warmtepomp
Willemskwartier
Individueel all electric - L/W warmtepomp
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Werkplaatsen/District-Z
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Lurelui
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Hanzekwartier
WKO bronnet W/W warmtepomp
Hanze-Oost
Warmte-infrastructuur Totaal transportleidingen & gebouwaansluitingen
€-
€ 791.000
€-
€ 1.035.200
€-
€ 962.000
€-
€ 1.327.000
€-
€ 269.000
Warmtebron Investeringen Warmtepomp
€ 3.299.943
€ 3.299.943
€ 2.886.453
€ 2.886.453
€ 1.812.566
€ 1.812.566
€ 4.359.566
€ 4.359.566
€ 964.698
€ 964.698
Investeringen Open WKO
€-
€ 900.000
€-
€ 900.000
€-
€ 600.000
€-
€ 1.200.000
€-
€ 300.000
Investeringen Drycoolers
€-
€ 263.995
€-
€ 230.916
€-
€ 145.005
€-
€ 348.765
€-
€ 77.176
Investering overige kosten
€ 89.600
€ 134.400
€ 145.600
€ 218.400
€ 168.000
€ 252.000
€ 190.400
€ 285.600
€ 33.600
€ 50.400
€ 2.070.000
€ 3.363.000
€ 3.363.000
€ 765.000
€ 765.000
Gebouwniveau Kosten aansluiting warmtenet
€ 3.519.000
€ 3.519.000
€ 1.737.000
€ 1.737.000
€ 2.070.000 Overig
Totaal herinvestering (15 jaar)
€ 1.833.302
€ 1.979.966
€ 1.603.585
€ 1.731.872
€ 1.006.981
€ 1.087.540
€ 2.421.981
€ 2.615.740
€ 535.943
€ 578.819
Totaal decomissioning
€-
€ 150.000
€-
€ 150.000
€-
€ 100.000
€-
€ 200.000
€-
€ 50.000
Ontwikkelkosten
€-
€ 445.417
€-
€ 350.398
€-
€ 292.078,57
€-
€ 544.197
€-
€ 121.314
Aansluitingen
1.173
1.173
579
579
690
690
1.121
1.121
255
255
CAPEX Totaal
€ 8.741.845
€ 11.038.305
€ 6.372.638
€ 8.889.841
€ 5.057.547
€ 7.029.111
€ 10.334.947
€ 13.699.671
€ 2.299.242
€ 3.055.093
CAPEX per aansluiting
€ 7.453
€ 9.410
€ 11.006
€ 15.354
€ 7.330
€ 10.187
€ 9.219
€ 12.221
€ 9.017
€ 11.981
57 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document
Bijlage 4: OPEX per deelgebied Individueel all electric - L/W warmtepomp
WKO bronnet W/W warmtepomp
Willemskwartier
OPEX
Individueel all electric - L/W warmtepomp
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Werkplaatsen/District-Z
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Lurelui
WKO bronnet W/W warmtepomp
Individueel all electric - L/W warmtepomp
Hanzekwartier
WKO bronnet W/W warmtepomp
Hanzekwartier
Onderhoud Onderhoud warmtenet
€-
€ 7.910
€-
€ 10.352
€-
€ 9.620
€-
€ 13.270
€-
€ 2.690
Onderhoudskosten Warmtepomp
€ 65.999
€ 65.999
€ 57.729
€ 57.729
€ 36.251
€ 36.251
€ 87.191
€ 87.191
€ 19.294
€ 19.294
Onderhoudskosten WKO bronnen
€-
€ 18.000
€-
€ 18.000
€-
€ 12.000
€-
€ 24.000
€-
€ 6.000
Onderhoudskosten Drycoolers
€-
€ 5.280
€-
€ 4.618
€-
€ 2.900
€-
€ 6.975
€-
€ 1.544
Opex vaste kosten
€ 1.792
€ 2.688
€ 2.912
€ 4.368
€ 3.360
€ 5.040
€ 3.808
€ 5.712
€ 672
€ 1.008
Energie Elektra inkoop kosten
€ 221.245
€ 167.395
€ 234.834
€ 146.420
€ 121.664
€ 91.945
€ 318.536
€ 221.146
€ 73.184
€ 48.936
Totaal EB en ODE elektra
€ 98.937
€ 84.299
€ 119.459
€ 93.368
€ 88.370
€ 64.195
€ 160.008
€ 130.943
€ 33.860
€ 29.030
Netbeheerkosten
€ 54.796
€ 43.435
€ 48.520
€ 41.546
€ 34.516
€ 30.137
€ 71.722
€ 61.190
€ 15.420
€ 13.089
Overig Verzekeringen & Beheerkosten
€-
€ 65.085
€-
€ 38.653
€-
€ 39.789
€-
€ 68.126
€-
€ 15.373
Aansluitingen
1.173
1.173
579
579
690
690
1.121
1.121
255
255
OPEX Totaal
€ 442.769
€ 460.091
€ 463.453
€ 415.056
€ 284.162
€ 291.878
€ 641.265
€ 618.554
€ 142.430
€ 136.963
OPEX per aansluiting
€ 377
€ 392
€ 800
€ 717
€ 412
€ 423
€ 572
€ 552
€ 559
€ 537
58 | Warmtevoorziening in de Spoorzone Zwolle | Achtergrond document