Bijlage 12 Aanvullend natuuronderzoek
Tekst van het document
Aanvullend natuuronderzoek locatie Energieweg 30 te Zwolle Aanvullend veldonderzoek naar het voorkomen van vleermuizen
Datum: 11-11-2024 Auteur: D. Tuitert Opdrachtgever: JongBouw Rapportnummer: AVNO/2024/11.11-01 Versie: D1
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie van een verdeelstation van KPN aan de Energieweg 30 in Zwolle bestaan herontwikkelingsplannen, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In dat kader is in 2023 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen voor beschermde soorten en natuurgebieden. Uit het verkennend natuuronderzoek komt naar voren dat aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen bebouwing niet op voorhand kan worden uitgesloten. Daarom is in 2024 aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd op deze locatie. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van het aanvullend vleermuisonderzoek.
Figuur 1.1: Locatie onderzoeksgebied vleermuisonderzoek (rood omlijnd).
1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. In dat geval zouden door de voorgenomen sloop van de bebouwing in het onderzoeksgebied verbodsbepalingen uit Omgevingswet kunnen worden overtreden ten aanzien van beschermde soorten vleermuizen. Indien sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet, dan is voor de ingreep een Omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit noodzakelijk.
2
2 Werkwijze Het inventariseren van vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021. Het aantal veldbezoeken is gebaseerd op de potentiële aanwezigheid van de volgende functies voor de gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis: • Kraam-/zomerverblijfplaats • Paarverblijfplaats • Massawinterverblijfplaats In totaal hebben zes veldbezoeken plaatsgevonden, waarvan drie in voorjaar/zomer om kraam- en/of zomerverblijfplaatsen in kaart te brengen en drie in het najaar om potentiële paar- en/of massawinterverblijfplaatsen te kunnen vaststellen. Hoewel aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen niet wordt verwacht vanwege de beperkte omvang van de bebouwing en het feit dat de bebouwing niet continu wordt verwarmd, is zekerheidshalve toch gekeken naar aanwijzingen (middernachtzwermen) voor deze functie in het onderzoeksgebied. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd onder droge weersomstandigheden. De avondbezoeken in het voorjaar zijn door twee vleermuisonderzoekers uitgevoerd, het ochtendbezoek en de najaarsrondes naar paar- en/of massawinterverblijfplaatsen door één persoon. In onderstaande tabel zijn de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken weergegeven. Tabel 1: Data en weersomstandigheden van de vleermuisinventarisaties Datum 23-05-2024
Type inventarisatie Zomer- en/of kraamverblijven
Tijden bezoek 21.20 – 23.55 uur
Weersomstandigheden 16° Celsius, bewolkt, windkracht 2
14-06-2024
Zomer- en/of kraamverblijven
21.30 – 0.10 uur
15° Celsius, half bewolkt, windkracht 2
08-07-2024
Zomer- en/of kraamverblijven
02.45 – 05.30 uur
13° Celsius, half bewolkt, windkracht 2
23-08-2024
Paar- en/of massawinterverblijfplaatsen Paar- en/of massawinterverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen
23.45 – 02.00 uur
15° Celsius, half bewolkt, windkracht 2
23.50 – 02.10 uur
20° Celsius, bewolkt, windkracht 2
20.45 – 23.00 uur
15° Celsius, bewolkt, windkracht 3
06-09-2024 25-09-2024
De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met behulp van Pettersson D240x batdetectors, die ultrasone geluiden van vleermuizen omzetten in voor mensen hoorbare tonen. Daarnaast is er als aanvulling regelmatig gebruik gemaakt van warmtebeeldkijkers (Pulsar Helion XP28) waarmee onder meer het eventuele uit- of invliegen en de richting waarin de vleermuizen vliegen, ook met behulp van zicht, vastgesteld kan worden.
3
3
Resultaten
3.1 Verblijfplaatsen Tijdens het vleermuisonderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de bebouwing of de bomen in het onderzoeksgebied. Er is geen sprake van een zomer-, kraam-, paar- of (massa)winterverblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing of van boombewonende vleermuizen in bomen in het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied heeft geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Er wordt slechts incidenteel kortdurend rond begroeiing in het onderzoeksgebied gejaagd door een enkele gewone dwergvleermuis. In de directe omgeving zijn veel vergelijkbaar groen aanwezig in tuinen en in het nabijgelegen park Schellerdriehoek. Er is geen sprake van een zodanige aantasting van foerageergebied van vleermuizen dat daardoor de functionaliteit van buiten het onderzoeksgebied gelegen verblijfplaatsen van vleermuizen wordt aangetast. Het onderzoekgebied vormt geen essentiële vliegroute voor vleermuizen. Er is geen sprake van doorgaande lijnvormige landschappelijke structuren in het onderzoeksgebied en er zijn geen doorgaande vliegbewegingen van vleermuizen vastgesteld in het onderzoeksgebied.
Figuur 3.2: Cumulatieve waarnemingen foeragerende gewone dwergvleermuizen (rode stip) in het onderzoeksgebied.
4
4 Conclusie In het onderzoeksgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig en het onderzoeksgebied bevat geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van vleermuizen. De voorgenomen herontwikkeling leidt niet tot een overtreding van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van vleermuizen. Het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.
5