CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Ecologische quickscan

Raad Besluitvormingsronde 16 juni 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bij BOPA Energieweg 303.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend natuuronderzoek locatie Energieweg 30 te Zwolle Onderzoek naar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten flora en fauna en beschermde natuurgebieden

Datum: 10-12-2023 Auteur: D. Tuitert Opdrachtgever: JongBouw Rapportnummer: VKNO/2023/10.12 Versie: D1

Inhoud Inhoud ................................................................................................................................. 2 1 Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 3 1.2 Doelstelling .......................................................................................................... 3 1.3 Onderzoeksgebied .............................................................................................. 3 2 Wettelijk kader ............................................................................................................. 5 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................ 5 2.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ................................................... 5 2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ....................................... 6 3 Gebiedsbescherming ................................................................................................... 7 3.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................

7 3.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................... 7 4 Soortenbescherming .................................................................................................... 9 4.1 Verkennend veldbezoek ...................................................................................... 9 4.2 Flora .................................................................................................................... 9 4.3 Vogels ................................................................................................................. 9 4.4 Zoogdieren ........................................................................................................ 10 4.4.1 Vleermuizen .................................................................................................. 10 4.4.2 Overige zoogdiersoorten ............................................................................... 10 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen .......................................................................... 10 4.6 Ongewervelden ................................................................................................. 11 5 Conclusie ...................................................................................................................

12 5.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .............................................................. 12 5.2 Wet natuurbescherming; soortenbescherming ................................................. 12 5.3 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 12

2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie van een verdeelstation van KPN aan de Energieweg 30 in Zwolle bestaan herontwikkelingsplannen, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In dat kader is gevraagd om een verkennend natuuronderzoek uit te voeren naar de mogelijke gevolgen voor beschermde soorten en natuurgebieden. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van het verkennend natuuronderzoek.

Figuur 1.1: Locatie onderzoeksgebied (rood omlijnd)

1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna of Natura 2000-gebieden of uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Indien sprake is van effecten op beschermde soorten flora en fauna, dan is voor de ingreep mogelijk een ontheffing vereist op grond van de Wet natuurbescherming. Indien sprake is van significante gevolgen voor Natura 2000gebieden, dan is voor de ingreep mogelijk een vergunning vereist op grond van de Wet natuurbescherming. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland is alleen onder voorwaarden toegestaan binnen de ruimtelijke procedures. 1.3 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft een terrein waarop momenteel een 30 meter hoge telecommast en een verdeelstation van KPN zijn gevestigd. Het perceel ligt in het binnenstedelijk gebied van Zwolle. Het terrein is grotendeels verhard (bestraat) en bebouwd. Langs de randen van het terrein is begroeiing aanwezig in de vorm van een dicht bramenstruweel. Aan de oostzijde van het terrein staan enkele bomen. Onderstaande foto’s geven een indruk van het onderzoeksgebied.

3

Foto 1 t/m 8: Indruk onderzoeksgebied.

4

2

Wettelijk kader

2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 2.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) • lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: ❖ onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;

5

❖ onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of ❖ onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Overijssel.

6

3

Gebiedsbescherming

3.1 Natura 2000-gebieden Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken (deelgebied Uiterwaarden IJssel) op ca. 2 km afstand van het onderzoeksgebied. Het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht ligt op ca. 4 km afstand van het onderzoeksgebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 5 km) van het onderzoeksgebied.

Figuur 3.1: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het onderzoeksgebied (rode ster).

Omdat het onderzoeksgebied niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied ligt, is geen sprake van oppervlakteverlies van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten in omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoeksgebied bevat momenteel ook geen geschikt leefgebied voor vogelsoorten die in omliggende Natura 2000-gebieden slapen/rusten en daarbuiten foerageren, zoals ganzen en smient. Gelet op de relatief grote afstand van omliggende Natura 2000-gebieden de ligging in het stedelijk gebied van Zwolle waardoor het onderzoeksgebied niet direct zichtbaar is vanuit omliggende Natura 2000-gebieden, kan verstoring door licht, geluid of optische verstoring in Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Significante gevolgen door oppervlakteverlies, verstoring door licht of geluid of optische verstoring zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten. Omliggende Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige gebieden. Als gevolg van de aanlegwerkzaamheden en tijdens de gebruiksfase komen mogelijk extra stikstofemissies vrij die zouden kunnen leiden tot een toename aan stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Gezien de beperkte omvang van de werkzaamheden (reguliere sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden), de ligging in het stedelijk gebied van Zwolle en de relatief grote afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden (> 2 km) worden geen problemen m.b.t. stikstofdepositie verwacht. Dit kan aan de hand van een separate stikstofberekening worden geverifieerd. 3.2 Natuurnetwerk Nederland Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aangezien de Omgevingsverordening van Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de Omgevings-

7

verordening van de provincie Overijssel ten aanzien van NNN niet aan de orde. Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ingreep (reguliere sloop- en bouwwerkzaamheden) en de relatief grote afstand tot omliggende NNN-gebieden, wordt een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN overigens ook niet verwacht.

Figuur 3.2: Ligging NNN ten opzichte van het onderzoeksgebied (rode ster). Bron: Atlas van Overijssel.

8

4

Soortenbescherming

4.1 Verkennend veldbezoek Op 9 november 2023 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden tijdens de daglichtperiode (ochtend). Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp en met een camera zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Het onderzoeksgebied is bekeken op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten en potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Er is gekeken naar potentieel geschikte verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van beschermde soorten kunnen duiden, zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Voorafgaand aan het veldbezoek is de NDFF geraadpleegd. Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van een beschermde soorten aanwezig uit het onderzoeksgebied. In de wijdere omgeving komen algemeen voorkomende vogel- en vleermuissoorten van stedelijk gebied voor zoals huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. 4.2 Flora Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde plantensoorten bekend uit het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied bevat ook geen geschikt biotoop voor beschermde plantensoorten.

Het betreft een grotendeels verhard en bebouwd terrein en de niet verharde terreindelen zijn erg voedselrijk (veel braamstruweel) en worden intensief beheerd. Hier ontbreken geschikte standplaatseisen voor beschermde plantensoorten. Op de gevels van de bebouwing zijn tijdens het veldbezoek ook geen beschermde soorten muurplanten aangetroffen. De gevels zijn ook strak gevoegd met cementgebonden mortel, waardoor de gevels ook niet geschikt zijn als groeiplaats voor beschermde soorten muurplanten. Aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar planten of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.3 Vogels Er zijn geen waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats bekend uit het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied staan enkele gebouwen. Deze hebben platte daken en bevatten geen potentiële nestplaatsen voor gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals huismus en gierzwaluw. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van huiszwaluw aangetroffen aan de gevels van de gebouwen. Aanwezigheid van nestplaatsen van gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats kan op voorhand worden uitgesloten. Op het terrein staan enkele bomen.

Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen holtes of grotere nesten aangetroffen van bijv. roofvogels, ransuil of roek. Aanwezigheid van nesten van boombewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats kan op voorhand worden uitgesloten. Wel kunnen in ruigtes, struweel en vogelkastjes die aan bomen in het onderzoeksgebied hangen verschillende algemeen voorkomende soorten zangvogels broeden. Nesten van dergelijke algemeen voorkomende zangvogels zijn niet jaarrond beschermd. Tijdens het broedseizoen dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van broedende (zang)vogels hier. Vogels mogen niet zodanig worden verstoord dat dit van invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten en in gebruik zijnde vogelnesten mogen tijdens het broedseizoen niet worden verwijderd.

9

Nader onderzoek naar vogels met een jaarrond beschermde nestplaats of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde, indien voldoende rekening wordt gehouden met aanwezige broedende zangvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. 4.4

Zoogdieren

4.4.1 Vleermuizen Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten vleermuizen bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat een deel van de bebouwing in het onderzoeksgebied is voorzien van spouwmuren die voor vleermuizen toegankelijk zijn via open stootvoegen in de buitengevels. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing kan niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek dient vastgesteld te worden of de bebouwing daadwerkelijk in gebruik is als verblijfplaats door vleermuizen en zo ja, om welke soort(en) en functies het gaat. Op het terrein staan enkele bomen. Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen holtes, kieren of andere gaten aangetroffen waarin boombewonende vleermuizen zouden kunnen verblijven. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan op voorhand worden uitgesloten. De beperkte aanwezigheid van bomen en groen op het terrein maakt dat geen sprake is van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Lijnvormige groene structuren die als vliegroute kunnen dienen ontbreken in het onderzoeksgebied. 4.4.2 Overige zoogdiersoorten Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten overige zoogdieren bekend uit het onderzoeksgebied.

Het onderzoeksgebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde niet-vrijgestelde aan water gebonden soorten zoals otter, bever en waterspitsmuis vanwege het ontbreken van oppervlaktewater in het onderzoeksgebied. Ook voor aan bos gebonden soorten zoals eekhoorn en boommarter is geen geschikt leefgebied aanwezig vanwege het ontbreken van bos of geschikte (nest)bomen. Het terrein is vanwege de ligging in het stedelijk gebied van Zwolle en afwezigheid van (aangrenzend) geschikt leefgebied ook niet geschikt als leefgebied voor das of kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel. In theorie kan de steenmarter in het onderzoeksgebied voorkomen, maar de gebouwen in het onderzoeksgebied zijn niet toegankelijk als verblijfplaats voor de steenmarter vanwege het ontbreken van grotere openingen in gevels en het ontbreken van een hellende pannendaken. Het groen langs de randen van het terrein is in potentie geschikt als leefgebied voor de egel, maar er zijn weinig wegkruipmogelijkheden voor egels en het omliggende terrein is vrijwel geheel verhard en bebouwd. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van de egel in het onderzoeksgebied wordt daarom niet verwacht. Nader onderzoek naar niet-vrijgestelde beschermde soorten overige zoogdieren of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

4.5 Vissen, amfibieën en reptielen Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt biotoop voor beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen aangetroffen in het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig wat kan dienen als leefgebied voor beschermde vissen of als voortplantingsplaats voor beschermde amfibieen en ringslang. In het onderzoeksgebied ontbreekt heide of andere schrale ruderale vegetaties als potentieel leefgebied voor rugstreeppad, hagedissen of slangen. Er ligt ook

10

geen dood hout of ander organisch materiaal waar reptielen of amfibieën onder kunnen schuilen. Aanwezigheid van niet-vrijgestelde beschermde soorten amfibieën, reptielen en vissen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar amfibieën, reptielen en vissen of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.6 Ongewervelden Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten ongewervelden bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het verkennend veldbezoek is geconstateerd dat het onderzoeksgebied ongeschikt is als leefgebied voor beschermde soorten ongewervelden. Er zijn geen voor beschermde vlindersoorten geschikte waardplanten aanwezig en oppervlaktewater, moeras- en schrale vegetaties die geschikt leefgebied vormen voor beschermde soorten libellen en vlinders ontbreken. In het onderzoeksgebied staat ook geen sleedoornstruweel dat geschikt is als leefgebied voor de sleedoornpage. De aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het onderzoeksgebied kan derhalve worden uitgesloten. Nader onderzoek naar ongewervelden of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

11

5

Conclusie

5.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De voorgenomen herontwikkeling leidt, afgezien van het aspect stikstofdepositie, niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Het aspect stikstofdepositie wordt separaat getoetst aan de hand van een stikstofberekening. Indien blijkt dat sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. 5.2 Wet natuurbescherming; soortenbescherming De bebouwing in het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek dient vastgesteld te worden of deze gebouwen daadwerkelijk door vleermuizen worden gebruikt als verblijfplaats. Indien dit het geval is en deze gebouwen worden gesloopt of gerenoveerd, dan is daarvoor een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het onderzoeksgebied bevat verder geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna.

Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor andere soort(groep)en dan vleermuizen is niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden als dat kan leiden tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. 5.3 Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” en het opstellen van een compensatieplan is niet aan de orde.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7419cad2-8e60-4b26-8392-5035bc8fd34b