Bijlage 11 Ecologisch onderzoek vervolg
Tekst van het document
Rapport Aanvullend ecologisch onderzoek Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle
Rapport Aanvullend ecologisch onderzoek Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle
Opdrachtgever:
Bemog Projectontwikkeling B.V. Menno van Coehoornsingel 16 8011 XA Zwolle
Projectnummer Mateboer:
Projectnummer Bemog Projectontwikkeling B.V.: Paraaf:
BO223178/MJW Opgesteld door:
G. van Dijk BSc.
Datum:
Status:
7 november 2022 Gecontroleerd door:
Definitief Paraaf:
M.J. Wind BSc.
INHOUDSOPGAVE 1
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding en doel............................................................................................................................ 4
1.2
Verantwoording en gebruik gegevens............................................................................................... 5
1.3
Opbouw rapport .............................................................................................................................. 5
2
ONDERZOEKSMETHODE........................................................................................................................... 6
3
ONDERZOEKSRESULTATEN EN EFFECTBEOORDELING............................................................................... 8 3.1
Onderzoeksresultaten ...................................................................................................................... 8
3.2
Effectbeoordeling............................................................................................................................. 8
BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Foto's wildcamera's
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
1 1.1
INLEIDING Aanleiding en doel
Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Bemog Projectontwikkeling B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek naar vleermuis en egel aan de Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle. Tijdens de uitgevoerde ecologische quickscan (kenmerk: BO214419, d.d. 27 september 2021) is vastgesteld dat de bebouwing op deze locatie geschikt is voor vleermuis en de omgeving gebruikt kan worden door egel. Het doel van dit onderzoek is verblijfplaatsen van vleermuis en de aanwezigheid van egel aantonen. Op basis van de effecten van de werkzaamheden wordt bepaald of en zo ja, welke maatregelen of vervolgstappen noodzakelijk zijn.
1.2
Huidige situatie en plannen
Het plangebied ligt op een terrein waar een autobedrijf is gevestigd en bevindt zich binnen de bebouwde kom (figuur 1.1).
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.
Het autobedrijf bestaat uit twee onderdelen: een showroom en een werkgarage. Het pand heeft een plat dak en de wanden bestaat onder meer uit glas, damwandplaten en/of bakstenen. Aan de oostzijde van het pand is een begraafplaats waar meerdere bomen aanwezig zijn. Ten noordwesten van het pand is een groenvlak aanwezig. Als laatste is aan de zuidzijde van het pand een parkeerplaats aanwezig die behoort bij de begraafplaats. Deze parkeerplaats wordt van het pand gescheiden door een groenzone.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
4
De beoogde plannen bestaan uit het slopen van de huidige bebouwing, bestaande uit de showroom en de werkgarage. Daarnaast zal de verharding worden verwijderd. De opdrachtgever is eveneens voornemens om de groenzone tussen het autobedrijf en de parkeerplaats van de begraafplaats te verwijderen. Na het bouwrijp maken van het perceel zal er nieuwbouw worden ontwikkeld.
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door M.J. Wind BSc., G. van Dijk BSc. en M. Hazelzet BSc. Allen zijn door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar wordt aanbevolen de resultaten van de inventarisatie opnieuw te toetsen.
1.4
Opbouw rapport
In hoofdstuk 2 wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de resultaten van het onderzoek en de effectbeoordeling. Afgesloten wordt met hoofdstuk 4 waarin de bronnen staan vermeld.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
5
2
ONDERZOEKSMETHODE
Egel Om na te gaan of het perceel van Bisschop Willebrandlaan 66 in Zwolle onderdeel uitmaakt van het leefgebied van egel, is een wildcamera onderzoek uitgevoerd. Het egel onderzoek is uitgevoerd conform de brochure ‘Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel, Veldman, J. & Troost, C (2019)’. Voor dit onderzoek is een wildcamera en een struikrover gebruikt. Bij de struikrover is gebruik gemaakt van een lokmiddel (blikje sardientjes). De camera’s zijn op 5 april geplaatst en verwijderd op 25 mei 2022. Wekelijks zijn de camera’s uitgelezen en is het lokmiddel vervangen. Eén camera aan de oostzijde van de groenzone en één aan de westzijde van de groenzone geplaatst (zie figuur 2.1). De wildcamera’s zijn geplaatst in de actieve periode van de egel: april tot en met oktober.
Figuur 2.1 Overzichtstekening wildcamera’s.
Vleermuis Het vleermuisonderzoek is conform het vleermuisprotocol 2022 uitgevoerd. Er zijn vier veldbezoeken uitgevoerd. Twee veldbezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli voor het vaststellen van kraam- en zomerverblijfplaatsen en twee veldbezoeken in de periode 15 augustus tot en met 1 oktober voor het vaststellen van paarverblijfplaatsen. Tussen de veldbezoeken zat minimaal een periode van 10 tot 20 dagen.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
6
De veldbezoeken zijn uitgevoerd twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst en vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang en tijdens, voor vleermuis, gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1). Gezien de grootte van het plangebied en de twee locaties van de mogelijke verblijfplaatsen (aan beide zijden van het gebouw) wordt het veldonderzoek afwisselend door één of twee personen uitgevoerd. Twee keer door twee personen en twee keer door één persoon. Tabel 1. Uitgevoerde veldwerk met datum, tijden en omstandigheden. Datum Aantal personen Start/einde Wind Temperatuur Neerslag 30-05-2022 28-06-2022
2 1
18-08-2022 05-09-2022
2 1
Kraam- en zomerverblijf 21:45-23:45 1 Bft 12 C 03:15-05:15 1 Bft 12 C Paarverblijf- en zwermplaatsen 21:00-23:00 1 Bft 21 C 20:10-22:10 1 Bft 24 C
Bewolking
droog droog
half bewolkt half bewolkt
droog droog
helder half bewolkt
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
7
3
ONDERZOEKSRESULTATEN EN EFFECTBEOORDELING
3.1
Onderzoeksresultaten
Vleermuis In het plangebied zijn tijdens de vier veldbezoeken (kraam- en zomerverblijven, paarverblijven en zwermplaatsen) geen in- en uitvliegende vleermuizen waargenomen. Daarbij zijn ook geen baltsende vleermuizen waargenomen. Wel hebben er meerdere individuen van de soorten gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis zich door/over het plangebied verplaatst. Egel In de periode van 5 april 2022 tot en met 25 mei 2022 is de egel tweemaal waargenomen binnen de groenstrook (zie bijlage 2, foto 1). De egel kwam af op het lokmiddel op de struikrover. Daarnaast is eenmalig een steenmarter waargenomen (zie bijlage 2, foto 2).
3.2
Conclusie en & effectbeoordeling
Vleermuis Op basis van de uitgevoerde veldbezoeken kan gesteld worden dat in het plangebied geen kraamkoloniën, zomerverblijven, paarverblijven en zwermplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. In de directe omgeving is voldoende lijnstructuur aanwezig om eventuele tijdelijke verstoring van mogelijke aanwezige vliegroutes op te vangen. Verder komt er uit de resultaten van het onderzoek naar voren dat er binnen het plangebied en in de omgeving sporadisch gewone dwergvleermuizen en rosse vleermuizen foerageren (1-3 individuen). Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen is. De herontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de vleermuis soorten in de omgeving van het plangebied. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Egel en steenmarter Op basis van het wildcamera onderzoek is gebleken dat de egel tweemaal is waargenomen en eenmaal een steenmarter. Om te bepalen of de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op de egel en steenmarter, is een functionele leefgebieden kaart gemaakt (zie figuur 3.1). Deze kaart geeft potentiële functionele leefgebieden weer in de directe omgeving van het plangebied.
Onder functionele leefgebieden wordt verstaan: nest- en rustplaatsen, dekking- en schuilplaatsen en verbindingsroutes.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
8
Figuur 3.1 Overzichtstekening functionele leefgebieden.
Op basis van figuur 3.1 blijkt dat met de voorgenomen plannen een verwaarloosbaar deel van de potentieel functionele leefgebieden verdwijnt. Daarnaast is de egel in een periode van zeven weken maar twee keer waargenomen en de steenmarter maar één keer. Om deze reden wordt niet verwacht dat de groenstrook dienst doet als nest- en rustplaats of dekking- en schuilplaats, maar hooguit als verbindingsroute of foerageergebied. Op basis van 3.1 is te zien dat in de directe omgeving van het plangebied ruim voldoende groenstructuren aanwezig zijn die dienst kunnen doen als nest- en rustplaatsen, dekking- en schuilplaatsen en verbindingsroutes. De functies die de te verwijderen groenstrook kan bieden kunnen hierdoor als niet essentieel worden beschouwd. Met de voorgenomen plannen worden dus geen negatieve effecten op de egel en steenmarter verwacht. Derhalve, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
9
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
BIJ12. (2022). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (P. pipistrellus). Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2022). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (P. nathusii). Utrecht: BIJ12. Mateboer Millieutechniek B.V. (2022). Quickscan Ecologie Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle. Rapport BO214419/JGL. Kampen: Mateboer Millieutechniek B.V. Netwerk Groene Bureaus. (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Werkgroep 'Standaarden en protocollen'. Netwerk Groene Bureaus. Opgehaald van www.netwerkgroenebureaus.nl Netwerk Groene Bureaus. (2021). vleermuismuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging. Opgehaald van www.netwerkgroenebureaus.nl Veldman, J.C. Troost & A. Klink (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Provincie Overijssel.
Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
10
Bijlage 2: Foto’s wildcamera
Foto 1. Waarneming van egel.
Foto 2. Waarneming van steenmarter. Aanvullend ecologisch onderzoek, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO223178/MJW
11