Bijlage 10b 20241118 AERIUS Memo Spoolde Zwolle
Tekst van het document
Berekening stikstofdepositie Zonnepark Spoolde, Zwolle
Colofon Gegevens over het project: Plannaam:
Zonnepark Spoolde, Zwolle
Datum:
18 november 2024
Projectnummer Buro SRO:
SR230251 (HvA / TP)
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Zonnegilde
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:
’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht
Telefoon:
030-2679198
E-mail:
utrecht@burosro.nl
Internet:
www.buro-sro.nl
pagina 2 van 12
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Projectbeschrijving
4
1.3
Wettelijk kader
4
1.4
Leeswijzer
5
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
6
2.1
Ruimtelijke gegevens
6
2.2
Aanlegfase
7
2.3
Gebruiksfase
9
Berekeningen en resultaten
10
3.1
10
Aanlegfase
Samenvatting en conclusies
Separate bijlage: AERIUS Bijlage Aanlegfase (14-11-2024)
pagina 3 van 12
11
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren op het perceel aan de Spoolderenkweg, ten westen van de stad Zwolle. Het voorgenomen plan gaat gepaard met de uitstoot van stikstof in de aanlegfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht.
1.2
Projectbeschrijving
Initiatiefnemer is voornemens een zonnepark aan te leggen nabij Zwolle. De planlocatie is in de huidige situatie volledig onbebouwd. Het betreft twee kadastrale percelen. De onderstaande afbeelding toont de beoogde locatie van het zonnepark.
Locatie Zonnepark Spoolde (rood omlijnd)
1.3
Wettelijk kader
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Artikel 5.1 van de Omgevingswet schrijft voor dat het zonder omgevingsvergunning verboden is een Natura 2000activiteit uit te voeren. Deze activiteit omvat het realiseren van een project dat niet direct gerelateerd is aan of noodzakelijk voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar opzichzelfstaand of in combinatie met andere plannen of projecten aanzienlijke gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Gevolgen worden als significant beschouwd als ze een bedreiging vormen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende natuurgebied. In de Omgevingswet is opgenomen dat een ieder zorg dient te dragen aan de fysieke leefomgeving. De specifieke zorgplicht voor Natura 2000-gebieden is opgenomen in artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
pagina 4 van 12
In dit artikel is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied hebben een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van de mogelijk verstorende gevolgen. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de ruimtelijke gegevens beschreven. Hierin wordt ook ingegaan op de uitgangspunten voor de aanlegfase en de gebruiksfase. De uitgevoerde berekening en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
pagina 5 van 12
2
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
2.1
Ruimtelijke gegevens
Bij een stikstofdepositieberekening wordt rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 10 km zijn meerdere Natura 2000-gebieden aanwezig. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ is gelegen op relatief korte afstand van de planlocatie. Het Natura 2000-gebied bevindt zich circa 230 meter ten zuiden van het plangebied. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’ en ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’ weergegeven en er is ingezoomd op de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’
Ligging plangebied ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden, plangebied rood omkaderd (bron: AERIUS Calculator)
pagina 6 van 12
2.2
Aanlegfase
Tijdens de aanlegfase zullen tijdelijk voertuigen en mobiele werktuigen op de bouwplaats aanwezig zijn, wat gepaard gaat met verkeer van werklieden en materialen van en naar de locatie. Daarnaast zal zwaar vrachtverkeer dat stationair draait ook bijdragen aan de stikstofuitstoot. De voertuigen en mobiele werktuigen die door verbrandingsmotoren worden aangedreven veroorzaken een tijdelijke toename van stikstofemissies. De hoeveelheid emissies hangt af van de emissienormen (stageklassen) die gelden voor de specifieke werktuigen. Voor de berekening van de NOx-emissies van de mobiele werktuigen moet het brandstofverbruik per stageklasse worden opgegeven, evenals het aantal draaiuren en, indien van toepassing, het verbruik van AdBlue (bij aanwezigheid van een SCR-systeem). Het dieselverbruik is berekend op basis van het TNO-rapport R12305, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. Voor werktuigen met wisselende inzet wordt uitgegaan van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35%, zoals aangegeven in de bijbehorende tabel.
Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting en wordt uitgegaan van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. Het brandstofverbruik kan berekend worden met behulp van de formule afkomstig uit Ligterink et al 2021. Met behulp van de navolgende formule is het mogelijk het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Inzet mobiele werktuigen De exacte inzet van mobiele werktuigen is nog onbekend, waardoor op basis van ervaring een inschatting is gedaan. Een deel van de aanlegactiviteiten wordt gedaan middels elektrisch aangedreven materieel. Zo wordt uitgegaan van een elektrisch aangedreven mobiele graafmachine. Verder wordt uitgegaan van een bobcat met een vermogen van 50 kW. Uitgegaan wordt van ouder materieel (Stage IV, bouwjaar 2015). Werktuigen met een vermogen minder dan 56 kW hebben geen SCR-systeem en daarmee geen AdBlue-verbruik. In de navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de mobiele werktuigen die ingezet worden bij de aanlegfase.
pagina 7 van 12
Werktuig
STAGEklasse
Bouwjaar
Vermogen (KW)
Brandstofverbruik totaal
Draaiuren/j
AdBlue verbruik (l/j)
Bobcat S100 Mobiele graafmachine (elektrisch)
Stage-IV n.v.t.
≥2015 ≥2015
50 n.v.t.
850
160 96
n.v.t. n.v.t.
In de berekeningen wordt uitgegaan van realisatie in 2025. Om die reden is rekening gehouden met het rekenjaar 2025. In het geval dat de ontwikkeling een periode van meer dan een jaar in beslag neemt, wordt dit als een positief aspect beschouwd in vergelijking met de stikstofdepositie. Dit komt doordat de jaarlijkse uitstoot dan afneemt, wat gunstig is voor de totale stikstofdepositie. Deze berekening kan derhalve gezien worden als een worstcasescenario. In de voorliggende berekening wordt uitgegaan van een wisselende inzet van de mobiele werktuigen en daarmee van een typische motorlast van 35%. Het is namelijk niet te verwachten dat deze werktuigen continu onder hoge belasting worden ingezet. Verkeersgeneratie Voor de berekening van verkeersgeneratie is een inschatting gemaakt van het aantal voertuigbewegingen dat tijdens de aanleg plaatsvindt. De navolgende tabel tonen de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling voor het rekenjaar 2025.
Vervoer personeel en materiaal Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer
90 36
per jaar per jaar
Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze rijdt vanaf de planlocatie via de Spoolderenkweg richting het noordoosten tot aan de Boeierweg. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Elburgerweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 23.500 voertuigbewegingen per etmaal. Daarmee betreft de verkeersgeneratie in de aanlegfase minder dan 0,1% van de totale verkeersintensiteit van de weg. Gesteld kan worden dat het verkeer bij de Boeierweg over gaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het CIMLK is ter plaatse van de route geen sprake van filecongestie. Koude starts verkeer Als de motor van een voertuig 2 uur of langer niet heeft gedraaid, is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze koude start. In de AERIUS Calculator moet de emissie van voertuigen met een koude start als een aparte bron worden gemodelleerd. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het licht verkeer in de aanlegfase met een koude start wegrijdt. Dit komt overeen met de helft van de totale verkeersgeneratie.
Dit kan worden beschouwd als een worst-case benadering, aangezien het voor de hand ligt dat niet al het verkeer met een koude motor (> 2 uur niet-draaiende motor) zal starten of een deel van het verkeer (vrijwel) direct wegrijdt. De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per jaar. Aantal koude starts Licht verkeer
pagina 8 van 12
45
per jaar
Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. Voor het rekenjaar 2025 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,90 NH3 g/uur en 92,49 NOx g/uur. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Uitgaande van 18 vrachten is er in totaal sprake van 4,5 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Type Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2025
2.3
Aantal draaiuren 4,5
NOx uitstoot kg/j 0,4
NH3 uitstoot g/j 4,0
Gebruiksfase
De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een zonnepark. Het zonnepark zelf heeft geen uitstoot. Daarnaast is de verkeersgeneratie die door een zonnepark wordt gegenereerd, voor beheer en onderhoud, nihil. Gezien het voorgaande is er geen berekening gemaakt voor de uitstoot tijdens de gebruiksfase. Resultaten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase kunnen worden uitgesloten.
pagina 9 van 12
3
Berekeningen en resultaten
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS Calculator versie 2024.0.1 op 14 november 2024. Onderstaand zijn de berekeningen weergegeven waarbij de beoogde situatie (gebruiksfase) en de aanlegfase zijn berekend. In navolgende paragrafen zijn de uitkomsten van de berekening weergegeven.
3.1
Aanlegfase
Met behulp van de AERIUS Calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de aanlegfase berekend. De aanleg vindt naar verwachting plaats in 2025. Derhalve is bij de stikstofberekening uitgegaan van het rekenjaar 2025. De navolgende afbeelding toont de ingevoerde bronnen.
Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)
De totale stikstofemissie is berekend aan de hand van de stikstof die plaatsvindt als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied en de uitstoot als gevolg van het stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer op het terrein. Resultaten Uit de berekening volgt dat er in totaal sprake is van een uitstoot van 5,9 kg/j voor NOx en 0,2 kg/j voor NH3. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in de aanlegfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.
pagina 10 van 12
4
Samenvatting en conclusies
Op de planlocatie aan de Spoolderenkweg wordt een zonnepark gerealiseerd. Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Omgevingswet een AERIUS-berekening voor de aanlegfase uitgevoerd. Voor de stikstofemissie van de aanlegfase is gerekend met de uitstoot die ontstaat als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de voertuigbewegingen van personeel en materialen van en naar de bouwplaats, het stationair draaien van het vrachtverkeer op het terrein en koude starts. Uit de berekening voor deze aanlegfase volgt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Met het oog op de bepalingen omtrent Natura 2000-gebieden uit de Omgevingswet en AMvB’s is het plan derhalve uitvoerbaar.
pagina 11 van 12
pagina 12 van 12