CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Hoogbouw Effect Rapportage

Raad Besluitvormingsronde 16 december 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui3.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HOOGBOUW EFFECT RAPPORTAGE | HER Spoorzone Zwolle

versie 31 oktober 2024

2

HOOGBOUW EFFECT RAPPORTAGE | HER Spoorzone Zwolle

3

Locaties hoogbouw in Spoorzone Zwolse prominent max 55m en 60m 10-13 bouwlagen max 12 bouwlagen max 33m max 9 bouwlagen opbouw Wartsilahal max 44m (inclusief bestaande bouw)

4

INLEIDING De Spoorzone zal ontwikkeld worden tot een stedelijk gebied en innovatiedistrict met een mix van wonen, werken en voorzieningen. Een belangrijk deel van de Spoorzone is in eigendom van de Nederlandse Spoorwegen. Hieronder vallen de aaneengesloten delen van District Z, Werkplaatsen en Lurelui die als een soort schil langs de zuidzijde van het station en het spoor liggen. Naast het eigendom van NS bevinden zich ook enkele percelen van de gemeente en Hanzelaan 93 binnen dit plangebied. Het plangebied ligt zeer strategisch in de stad. Het omvat onder meer de zuidelijke stationsentree en het industriële hallencomplex. Omdat in District Z, Werkplaatsen en Lurelui op een aantal plekken bebouwing is gepland met een bouwhoogte van meer dan 25 meter moet er een hoogbouweffect rapportage (HER) worden opgesteld. In de afbeelding zijn de hoogbouwlocaties aangeduid. District Z heeft een hoogte accenten van maximaal 55m bij het station en maximaal 60m bij de Hanzelaan en 3 hoogte accenten van 10-13 bouwlagen. In de Werkplaatsen zijn er rondom het Hallenplein voor de Wartsilahal meerdere bouwmogelijkheden tot 9 bouwlagen. Op de kop van het Hallenplein is in het nooden van Lurelui een gebouw van maximaal 12 bouwlagen gesitueerd. De opbouw op de Wartsilahal heeft maximaal een hoogte van 44m inclusief de bestaande hal.

BEZONNING Kader Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Wel bestaan er de zogenaamde TNO-normen. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van een voldoende bezonning van de woonkamer bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober (gedurende 8 maanden). Volgens de strenge TNOnorm is er sprake van een goede bezonning bij tenminste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari t/m 22 november. De bezonningsduur op meerdere gevelopeningen, bijvoorbeeld aan de voor- en achterzijde van de woning, mag voor de beoordeling bij elkaar worden opgeteld. Onderzoek en conclusie In het plangebied wordt bebouwing mogelijk gemaakt van meer dan 25 meter hoog (maximaal 60 meter hoog), daarom is er een bezonningsstudie gedaan naar het effect op de bezonning in de omgeving (zie bijlage 1). Omdat de nieuwbouw grotendeels ten noorden van de bestaande bebouwing ligt, treedt er nauwelijks schaduwwerking op. Alleen in de zomer is er in de vroege ochtend enige schaduwwerking op de bebouwing aan de Noordzeelaan en vanaf circa 20.00 uur enige schaduwwerking op de bebouwing aan de Hanzelaan. De nieuwbouw heeft geen effect op de bezonning van de bestaande bebouwing aan de Westerlaan en Willemsvaart. De openbare ruimte van het nieuw te bebouwen gebied heeft afwisselend schaduw en zon.

In het voor- en najaar ligt de openbare ruimte in de middag deels in de zon. In de zomer ligt de openbare ruimte vrijwel de gehele dag grotendeels in de zon. In de avond treedt er meer schaduw op. In de winter is de bezonning beperkt (door de tijd van het jaar en lage stand van de zon). Wel zal er nog zon zijn in delen van het Spoorpark en het Hallenplein.

5

WINDHINDER Kader De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, kan in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 25 meter wordt nader onderzoek met CFD of windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie tabel). Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Het streven is, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren.

Tabel Criteria windhinderklimaat WINDGEVAAR Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde VDR;G gehanteerd. Op basis van tabel, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p < 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p > 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.”

Tabel Criteria windgevaar Onderzoek en conclusie Ter plaatse van de Spoorzone (DistrictZ, Werkplaatsen en Lurelui) wordt een aantal hoogteaccenten gerealiseerd van maximaal 60 meter. Daarom is windonderzoek gedaan (zie bijlage 2). Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een indicatief onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing. Het doel van het onderzoek 6

was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing en deze te beoordelen volgens de NEN 8100. Naar aanleiding van de zienswijzen is de bouwhoogte van een aantal gebouwen aangepast. De effecten hiervan op het windklimaat zijn kwalitatief in beeld gebracht (zie bijlage 3). Uit het windhinderonderzoek en het aanvullende windhinderonderzoek blijkt dat in het plangebied overwegend sprake is van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen en slenteren, uitgezonderd een aantal aandachtsgebieden. Aan de zuidwesthoek van het plangebied liggen een tweetal fietspaden in een gebied met een matig windklimaat voor doorlopen. Op de kruising met de Oostzeelaan is ook zeer lokaal sprake van beperkt risico op windgevaar. Uit het onderzoek blijkt dat het windklimaat op deze locatie aanzienlijk zal verbeteren als ook de bebouwing in Lurelui-zuid wordt gerealiseerd.

Het te verwachten windklimaat in de geplande bebouwingssituatie, beoordeeld volgens de NEN 8100

Het te verwachten windklimaat met bebouwing Lurelui-zuid, beoordeeld volgens de NEN 8100 7

Aan de Hanzelaan is door de hogere torens in het plangebied lokaal sprake van een matig windklimaat. Dit wordt voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door de bestaande hoge bebouwing aan het Lübeckplein. De windhinder is hier dus al aanwezig en zal door de plannen iets verschuiven en licht verbeteren. Uit het aanvullend windhinderonderzoek blijkt dat de toren van 60 meter aan de Hanzelaan, in combinatie met het blok met een hoogte van 33 meter aan de overkant van de straat een aandachtspunt is. Door de grotere hoogtes en de trechtervorm tussen de twee bouwdelen is een matig tot slecht windklimaat voor de activiteit doorlopen niet uit te sluiten. Het windklimaat kan hier verbeteren door maatregelen te treffen in de bebouwing, bijvoorbeeld door hoogbouw te koppelen aan laagbouw, zodat de wind over de laagbouw weg kan stromen in plaats van over het maaiveld. Ook zou het windklimaat kunnen verbeteren door het 33 meter hoge bouwdeel aan de oostzijde lager te maken, zodat effect van de trechtervorm minder wordt. Daarnaast kan het windklimaat verder verbeteren met de landschapsinrichting, zoals het plaatsen van bomen langs de Hanzelaan. De effectiviteit van deze maatregelen zal in een later stadium verder onderzocht moeten worden.

Bij de toren aan de oostzijde van het plangebied, bij de doorgang van het Lübeckplein naar de Hanzeweg, is een matig windklimaat voor doorlopen te verwachten, en een beperkt risico op windgevaar. In het plangebied is overwegend sprake van een beoordeling goed voor de activiteit slenteren aan de gevels van de geplande bebouwing, uitgezonderd een aantal aandachtspunten.

SOCIALE VEILIGHEID In de Nota van Uitgangspunten is rekening gehouden met het aspect sociale veiligheid door het maken van aantrekkelijke en levendige plinten met een mix aan functies. District Z wordt een levendige stationsomgeving met een gemengd programma van voorzieningen, wonen en werken. Sociale veiligheid wordt mede gewaarborgd door het voorkomen van teveel logistieke programma (containerruimtes, fietsenstallingen) in de voet van de hoogbouw, zodat levendige plinten niet onder druk komen te staan. In de bebouwing komen gezamenlijke fietsenstallingen die diep het gebouw insteken zodat er de fietsenstallingen geen groot front vormen in de gevel. Dit is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. Plinten met voorzieningen, werken en wonen op de begane grond wisselen elkaar af zodat de sociale veiligheid ook ‘s nachts gewaarborgd is. Boven de plinten wordt gewoond ivm voldoende ogen op straat. In de Nota van Uitgangspunten is voor sociale veiligheid ingezet op: • Een uitnodigend gemengd stedelijk programma. • Een mix aan doelgroepen zowel in wonen als werken en voorzieningen. • Aantrekkelijke en levendige plinten. • Gebouwen met een alzijdig karakter zodat er geen achterkanten ontstaan. • Creëren van nieuwe routes. • Een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte.

• Beperkte ruimte voor (fietsen)bergingen (en ander logistiek programma dat hoort bij de hoogbouw) aan de gevel, om zoveel mogelijk ruimte te bieden aan levendig programma. • Ogen op straat door een gemengd programma met wonen. Functiemix District Z bestaat uit de directe omgeving van Station Zwolle. De situering bepaalt ook de programmatische invulling van het gebied. In het stationsgebied past een uitnodigend gemengd stedelijk programma met een aantrekkelijk en groen verblijfsklimaat. Het gebied kent hoge dichtheden. De nieuwbouw bestaat uit gemengde ontwikkelingen met levendige plinten (invulling met beperkte retail, beperkte horeca en baliefuncties) en op de verdiepingen wonen, werken en een hotel. Het voorzieningenprogramma draagt bij aan het gewenste levendige centrumstedelijke karakter. 8

De oostelijke hallen maken onderdeel uit van District Z. De karakteristieke rode hal ligt prominent aan het Engelenpad en verdient een iconische functie (cultuur en/of horeca). De andere bestaande bedrijfsgebouwen krijgen een mix van werkfuncties (slimme maakindustrie en creatieve industrie), cultuur, leisure, maatschappelijke voorzieningen en horeca. In nieuwbouw en bestaande bouw is in totaal ruimte wonen, werken en voorzieningen (zoals horeca, retail, cultuur, onderwijs, maatschappelijke voorzieningen en hotel). Het woonprogramma in Werkplaatsen en Lurelui biedt een variatie aan woonappartementen voor verschillende doelgroepen. Het werkprogramma geeft invulling aan de ecosystemen rondom slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur. Het werkprogramma wordt zowel in de bestaande bouw als de nieuwbouw gerealiseerd en bestaat uit een variatie aan ruimtes: hallen, bedrijfsgebouwen, werkateliers en kantoren. In de nieuwbouw wordt ruimte geboden aan co-work en flex-office concepten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat met het inrichten van de Spoorzone in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect sociale veiligheid door in de NvU en het BKP randvoorwaarden te stellen aan de uitstraling en inrichting van de plinten en het gemengde programma.

9

RUIMTELIJKE INPASSING IN DE RUIMERE EN DIRECTE OMGEVING De hoogbouw in District Z, Werkplaatsen, Lurelui sluit aan bij de uitgangspunten in de Zwolse hoogbouwvisie: • De hoogbouw is onderdeel van een stedelijk ensemble. • De bebouwing heeft een verticale geleding. • Alzijdige uitstraling, alle zijden zijn voorkanten van het gebouw. • Een publieke begane grond met een mix aan functies. • Menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de gevels. District Z heeft 2 hoogte accenten van respectievelijk maximaal 55 en 60m en 3 hoogte accenten van 10-13 bouwlagen. Het gebouw tegenover de Zwolse prominent van maximaal 60m heeft een maximale hoogte van 33m. In de Werkplaatsen zijn er rondom het Hallenplein meerdere bouwmogelijkheden tot 9 bouwlagen. De opbouw op de Wartsilahal heeft maximaal een hoogte van 44m inclusief de bestaande hal. Het meest noordelijke gebouw in Lurelui heeft maximaal 12 bouwlagen. Op de overzichtstekening op pagina 4 zijn alle hoogte accenten zichtbaar. Hieronder worden de verschillende hoogte accenten beschouwd. Kader: Hoogbouwvisie Zwolle In de Hoogbouwvisie is de Spoorzone aangemerkt als zone waar hogere bebouwing (tot 70m) is toegestaan:

“Op belangrijke knooppunten voor openbaar vervoer (station Zwolle) of bij de samenkomst van grote doorgaande wegen komen veel mensen en activiteiten bij elkaar. Daar past hoogbouw bij. Hoogbouw draagt op deze plekken bij aan een stedelijke dynamiek en sfeer. Het sluit direct aan op de ambitie om de stedelijkheid van Zwolle passend te versterken, zodat de stad nationaal en internationaal aantrekkelijker wordt en zo haar (economische) toppositie als regio bestendigt en de stedelijke economie meer mogelijkheden krijgt om zich verder te ontwikkelen.” “Hogere gebouwen hebben een belangrijke functie om specifieke plekken in de stad duiden, zoals het station, winkelcentra, een gebied met ontspanning en vertier of de entree van een wijk. Het geeft van verre al aan: hier is wat te doen. We noemen dat het leesbaar maken van de stad.” “In de StadsRuit zijn gebouwen mogelijk tot een hoogte van 70 meter, de totale hoogte van de Peperbus. Daarmee versterken we het stedelijke karakter van de brede van stadsring. Dit betekent niet dat overal een gebouw van 70 meter mogelijk is. Hoogbouw wordt zorgvuldig gesitueerd op die plekken of knopen waar veel activiteiten bij elkaar komen. Doordat deze zone wat verder van de binnenstad afligt, zijn hier hogere gebouwen denkbaar. Deze mogen echter het stadsbeeld van de StadsKrans niet verstoren.”

Onze Lieve Vrouwentoren

Passerelle Engelenpad

Luchtfoto Zwolse prominenten

IJssel

10

District Z In de Ontwikkelvisie voor de Spoorzone van de gemeente Zwolle worden een aantal hoogteaccenten geïntroduceerd langs het Engelenpad en aan het stationsplein, de zogenaamde Zwolse prominenten. In de Nota van Uitgangpunten zijn deze Zwolse prominenten verder uitgewerkt in het deelgebied District Z. In de omgeving van de Spoorzone zijn Zwolse prominenten aanwezig rondom het Engelenpad (zie afbeelding pagina 10). In het centrum heeft de Onze Lieve Vrouwentoren een prominente hoogte. District Z heeft 2 hoogteaccenten van maximaal 55m en 60m. Naast de stationsentree komt een Zwolse prominent die samen met de stationsoverkapping één geheel vormt. Deze Zwolse prominent markeert de stationsentree en samen met de stationsoverkapping vormen ze een eyecatcher voor de Spoorzone. Een tweede Zwolse prominent is gesitueerd op het scharnierpunt aan het Engelenpad. Het Engelenpad is de belangrijkste verbinding met de binnenstad van Zwolle en valt in District Z samen met twee pleinruimtes rondom de rode hal; een plein voor de rode hal en een plein op de kop van de rode hal.Deze nieuwe Zwolse prominenten markeren hiermee de levendige openbare ruimtes in het plan die een verbinding zoeken met de binnenstad. Met de komst van de passerelle en de hoogte accenten langs het Engelenpad verbetert de zichtrelatie met het centrum.

In District Z zijn naast de twee Zwolse prominenten drie accenten van 10 a 13 bouwlagen voorzien en het gebouw tegenover de Werkplaatsen met een maximale hoogte van 33m. De overige bebouwing geeft een gemiddelde bouwhoogte van 6 bouwlagen. Deze gemiddelde bouwhoogtes sluit aan op de bestaande bebouwing in de directe omgeving. De drie accenten van 10 a 13 bouwlagen worden ingezet om bijzondere plekken te accentueren. Om een stedelijk karakter te creëren met veel variantie worden verschillende bouwhoogtes ingezet District Z. Twee accenten zijn gelegen langs het spoorpark en busstation en één accent is gesitueerd aan het stationsplein. De accenten aan het spoorpark zijn goed zichtbaar voor de wandelaars vanaf de passerelle. De accenten van 10 a 13 bouwlagen hebben een maximale diagonaal van 40 m om de bebouwing slank te houden. Van de drie hoogteaccenten hebben er maximaal twee dezelfde hoogte. Setbacks worden ingezet om de verhouding tussen het lage deel en hoogte accent goed aan te laten sluiten en een aangenaam verblijfsklimaat te creëren op maaiveldniveau. Om de kwaliteit van de buitenruimte te garanderen is een bezonningsstudie gedaan met de maximaal aanvaardbare bouwhoogtes.

Deze bezonningsstudie (zie bijlage 1) laat zien dat de buitenruimte rondom het Engelenpad overdag weinig wordt getroffen door slagschaduw van de hoogbouw en daarmee dus ook een fijne verblijfsruimte kan generen. Vanaf de noordzijde van het station zijn de hoogteaccenten in District Z te zien in het verlengde van de straatjes dwars op de Oosterlaan/Stationsplein. Alleen de hoogteaccenten steken boven de bestaande bebouwing uit. Hier is vanuit verschillende hoeken een afwisselend zicht op. De hoogteaccenten vormen een afwisselend silhouet en vormen geen massieve wand. Door het afwisselende zicht op de hoogteaccenten wordt er een relatie gelegd tussen de Spoorzone en de binnenstad. De bebouwing tegenover de Werkplaatsen met een maximale hoogte van 33m is vanuit de omgeving niet zichtbaar. Met name de inpassing van het gebouw aan het stationsplein aan de Hanzelaan vraagt een zorgvuldige inpassing. Dit heeft vooral te maken met de aanlanding op maaiveld. Dit gebouw steekt richting de Hanzelaan vrij ver naar voren, waardoor het zicht voor voetgangers komende uit de reizigerstunnel richting Lübeckplein op het autoverkeer vanuit oostelijke richting via de Hanzelaan beperkt is (en omgekeerd). In de opzet van het gebouw liggen de onderste lagen van het gebouw terug ten opzichte van de bovenbouw. Hiermee moet een beter zicht gegarandeerd worden.

Dit is in de uitwerking een essentieel aandachtspunt.

11

Werkplaatsen Rondom het Hallenplein worden meerdere accenten van 9 bouwlagen afgewisseld met een gemiddelde bouwhoogte van 7 bouwlagen. De bouwhoogtes varieren tussen de 5 en 9 bouwlagen. Zo ontstaat een afwisselend en toch samenhangend beeld rondom het hallenplein. Vanaf de Koggelaan is slechts op enkele plekken zicht op de hoogte accenten, alleen daar waar een doorzicht is. Vanaf de noordzijde van het spoor is de 9-laagse bebouwing aan het Hallenplein niet zichtbaar. Vanaf Lurelui west is er geen zicht op de 9-laagse bebouwing, behalve vanuit de bestaande woontoren aan de Willemsvaart. Vanuit de achtertuinen van de woningen aan de Willemsvaart is er zicht op het noordelijke gebouw in Lurelui, maar vanuit de tuinen is er geen zicht op de 9 laagse bebouwing aan het Hallenplein, de 9-laagse bebouwing valt weg achter het noodelijke gebouw. Opbouw Wartsilahal Bovenop het kenmerkende golvende dak van de Wartsila-hal komt een nieuwe opbouw. In de Wartsila-hal wordt een deel bestemd als publiek toegankelijke hal die verbonden is met het Hallenplein en het Spoorpark. Boven deze centrale hal komt een iconische opbouw die een nieuw beeldmerk voor Zwolle wordt. De opbouw heeft een bijzondere iconische waarde vergelijkbaar met de opbouw op het Museum de Fundatie. De opbouw biedt een panorama op de binnenstad en de IJssel en is zichtbaar vanaf het Hallenplein en de busbrug.

De totale bouwhoogte inclusief de bestaande hal is maximaal 44m. Vanaf de busbrug en de sporen is de opbouw goed zichtbaar en wordt de opbouw het nieuwe beeldmerk van de Spoorzone. Vanaf de noorzijde van de sporen is er sporadisch zicht op de opbouw. Vanaf de Koggelaan is er alleen zicht op de opbouw ter plaatse van de doorzichten richting de Werkplaatsen. Lurelui Het meest noordelijke gebouw in Lurelui heeft een maximale bouwhoogte van 12 bouwlagen en vormt de kop van het Hallenplein. Vanuit de achtertuinen van de woningen aan de Willemsvaart is er zicht op dit gebouw. Effecten op de wijdere omgeving Vanaf de wijdere omgeving zijn met name de opbouw boven de Wartsilahal, het gebouw bij het station, het gebouw op de hoek Hanzelaan/Koggelaan en het gebouw op de kop van het Hallenplein zichtbaar vanuit de omgeving. Bomen spelen hier in enige mate een rol in het afschermen van het zicht op de nieuwe bebouwing. Met name vanaf de Oosterlaan en de Deventerstraatweg is er zicht op de hogere bebouwing. Vanaf de Stationsweg, de Pannenkoekendijk en de Harmen Smeengekade zorgen bestaande bomen voor een verminderde zichtbaarheid van de ontwikkeling. Vanaf de Veerallee hebben de bestaande bomen ook een afschermde werking, maar vanaf de huidige doorgaande weg is er wel zicht, met name op het gebouw op de kop van het Hallenplein. De hogere bebouwing zal dus zichtbaar zijn vanuit de omgeving.

Deze effecten zijn met name lang de Oosterlaan en de Deventerstraatweg groot, vooral omdat daar bomen nog niet volgroeid zijn, dan wel ontbreken. Bomen hebben een deel van het jaar een afschermende werking, maar in de winter zal de bebouwing op meer plekken beter zichtbaar zijn. Op de meeste plekken domineren de bestaande gebouwen die op de voorgrond staan, maar op sommige plekken zal de impact van de hogere bebouwing groter zijn. Vanuit de historische binnenstad is er geen zicht op de nieuwe bebouwing, behalve vanaf de Havenbrug en ook dan onttrekken de bestaande bomen de bebouwing grotendeels aan het zicht. Conclusie De hogere gebouwen in het plangebied zullen zichtbaar zijn vanuit de omgeving. De effecten op de historische binnenstad blijven beperkt. De effecten op de omgeving van het station en de Veerallee zijn aanwezig, maar in lijn met de hoogbouwvisie en daarmee acceptabel. Bij de architectonische uitwerking van de gebouwen moeten de randvoorwaarden in de hoogbouwvisie in acht worden genomen. 12

zicht vanaf Harmen Smeengekade richting zuiden

zicht vanaf Harmen Smeengekade richting zuiden 13

zicht vanaf kruising Katerdijk / Pannekoekendijk richting zuiden

zicht vanaf kruising Katerdijk / Pannekoekendijk richting zuiden

zicht vanaf kruising Stationsweg / Burg. Van Rooijensingel

zicht vanaf kruising Stationsweg / Burg. Van Rooijensingel 14

zicht vanaf Kamperweg richting Nieuwe Veerallee

zicht vanaf Kamperweg richting Nieuwe Veerallee

zicht vanaf Nieuwe Veerallee ter hoogte van pand DeltaWonen

zicht vanaf Nieuwe Veerallee ter hoogte van pand DeltaWonen 15

zicht vanaf Oosterlaan ter hoogte van kruising Oosterstraat

zicht vanaf Oosterlaan ter hoogte van kruising Oosterstraat

zicht vanaf Deventerstraatweg richting Oosten (Oosterlaan)

zicht vanaf Deventerstraatweg richting Oosten (Oosterlaan) 16

zicht vanaf Potgietersingel ter hoogte van de Havenbrug

zicht vanaf Potgietersingel ter hoogte van de Havenbrug

zicht vanaf Hanzelaan richting westen, net voor het stationsplein

zicht vanaf Hanzelaan richting westen, net voor het stationsplein 17

FEBRUARI

19 FEBRUARI 09:00 U

19 FEBRUARI 12:00 U 18

19 FEBRUARI 15:00 U

19 FEBRUARI 18:00 U (zon is al onder) 19

APRIL

21 APRIL 09:00 U

21 APRIL 12:00 U 20

21 APRIL 15:00 U

21 APRIL 18:00 U 21

21 APRIL 20:00 U

22

JUNI

21 JUNI 09:00 U

21 JUNI 12:00 U 23

21 JUNI 15:00 U

21 JUNI 18:00 U 24

21 JUNI 20:00 U

25

26

BIJLAGE 2 Windhinder

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

BIJLAGE 3 Effecten windklimaat aangepaste bebouwing

51

54

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3dc1fe3f-9ce2-4c2e-ae1e-cda7baba5660