Bijlage 10 Ecologisch onderzoek quickscan
Tekst van het document
Rapport Quickscan Ecologie Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle
Rapport Quickscan Ecologie Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle
Opdrachtgever:
Contactpersoon:
Bemog Projektontwikkeling B.V. Postbus 30200 8003 CE Zwolle Dhr. J. Lindeboom
Projectnummer Mateboer:
Projectnummer Bemog Projektontwikkeling B.V.:
Datum:
Status:
BO214419/JGL
KPN 7188- N_PROP_13711 Paraaf:
27 september 2021 Gecontroleerd door:
Concept Paraaf:
Opgesteld door: G. van Dijk BSc
Ing. J.G. Lindenholz
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doelstelling................................................................................................................. 3
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen ....................................................................................... 3
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens............................................................................................... 4
1.4
Opbouw rapport .............................................................................................................................. 4
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 5 2.1
Toetsingskader ................................................................................................................................. 5
2.2
Onderzoeksmethode ........................................................................................................................ 6
GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................................ 8 3.1
Natura 2000-gebieden ..................................................................................................................... 8
3.2
Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................... 8
SOORTENBESCHERMING .......................................................................................................................... 9 4.1
Flora ................................................................................................................................................ 9
4.2
Vleermuizen ..................................................................................................................................... 9
4.3
Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................... 10
4.4
Broedvogels ................................................................................................................................... 10
4.5
Amfibieën ...................................................................................................................................... 11
4.6
Reptielen ....................................................................................................................................... 11
4.7
Vissen ............................................................................................................................................ 11
4.8
Ongewervelden.............................................................................................................................. 11
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES ...................................................................................... 12
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 13
BIJLAGEN Bijlage 1: Foto’s plangebied Bijlage 2: Verbodsbepalingen soortenbescherming
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Bemog Projektontwikkeling B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met de voorgenomen herontwikkeling van het terrein van het autobedrijf gevestigd aan de Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden). Bij de werkzaamheden zijn geen, middels de Wet natuurbescherming, beschermde houtopstanden betrokken. Zodoende wordt dit onderdeel niet behandeld in voorliggende rapportage.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen
Het plangebied ligt op een terrein waar een autobedrijf is gevestigd en bevindt zich binnen de bebouwde kom (figuur 1.1).
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.
Het autobedrijf bestaat uit twee onderdelen: een showroom en een werkgarage. Het pand heeft een plat dak en de wanden bestaat onder meer uit glas, damwandplaten en/of bakstenen. Het grootste gedeelte rondom het pand bestaat uit verharding waarop aan de noord-, zuid- en westzijde van het pand aanwezig zijn en aan de oostzijde van het pand verschillende afvalcontainers. Aan de oostzijde van het pand is een begraafplaats aanwezig welke van het plangebied wordt gescheiden door een bakstenen muur. Op de begraafplaats zijn meerdere bomen aanwezig welke bestaan uit onder andere zomereik, gewone esdoorn en plataan. Ten noordwesten van het pand is een groenvlak Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
3
aanwezig. Hierop staat een grasachtige vegetatie met daarop een aantal bomen welke overwegend bestaan uit lindes en esdoorns. Ten noordwesten van het plangebied is een sloot aanwezig op circa 50 meter afstand. Als laatste is aan de zuidzijde van het pand een parkeerplaats aanwezig die behoort bij de begraafplaats. Deze parkeerplaats wordt van het pand gescheiden door een groenzone waarin soorten als kers, vlierbes, esdoorn, klimop, taxus, beuk en roos aanwezig zijn. Zie bijlage 1 voor foto’s van het plangebied. De beoogde plannen bestaan uit het slopen van de huidige bebouwing, bestaande uit de showroom en de werkgarage. Daarnaast zal de verharding worden verwijderd. De opdrachtgever is eveneens voornemens om de groenzone tussen het autobedrijf en de parkeerplaats van de begraafplaats te verwijderen. Aan de noordwestzijde van het autobedrijf is een groenzone aanwezig met een grasachtige vegetatie. In deze zone staan meerdere bomen aanwezig, waaronder twee monumentale bomen. De opdrachtgever is voornemens deze bomen te herplanten. De overige bomen zullen behouden blijven.
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door Mevr. G. van Dijk BSc. Zij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
1.4
Opbouw rapport
In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de bronnen staan vermeld.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
4
2
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE
2.1
Toetsingskader
In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/. Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden.
De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten: • Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is; • Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I; • Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
5
De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 3 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig. Provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN.
Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig. De handreiking soortenbescherming (2019) van de provincie Overijssel stelt dat marterachtigen en de egel niet meer in de vrijstellingslijst van soorten staat omdat de staat van instandhouding onvoldoende vast staat. Broedvogels en hun nesten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming onder de vogelrichtlijn. Met het verwijderen van beplanting buiten het broedseizoen (broedseizoen: maart tot augustus) worden geen verbodsbepalingen overtreden. Echter heeft de provincie Overijssel broedvogelsoorten aangewezen die een jaarrond beschermd nest kennen. Deze soorten zijn beschreven in de beleidsregel Natuur Overijssel 2017 (Provincie Overijssel 2021).
2.2
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
6
verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, eerder uitgevoerde onderzoeken, verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en soort specifieke rapporten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in Hoofdstuk 6. Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 13 september 2021 (weersomstandigheden: 20°C, half bewolkt, 1 Bft, droog). Tijdens dit veldbezoek is zowel het plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Zo is onder andere de bebouwing van de buitenzijde en zijn de bomen geïnspecteerd op geschiktheid voor broedvogels en vleermuizen. Tevens is aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten in of rondom het plangebied. Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.
1
Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
7
3
GEBIEDSBESCHERMING
In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.
3.1
Natura 2000-gebieden
Natura 2000-gebieden ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’ en ‘Rijntakken’, zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Beide gebieden liggen op grote afstand (> 4 kilometer) van het plangebied. Gezien het feit dat deze gebieden op grote afstand van het plangebied liggen, zijn, als gevolg van de beoogde plannen, geen (significant) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van de Natura 2000 gebieden te verwachten. Een vervolgonderzoek in het kader van Natura 2000gebieden is niet nodig in voorliggende situatie.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op grote afstand (> 4 kilometer) van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. Aangezien geen werkzaamheden worden uitgevoerd in het NNN, zijn, als gevolg van de beoogde plannen, geen (significant) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Een vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
8
4
SOORTENBESCHERMING
Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.
4.1
Flora
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze zijn gezien het huidige gebruik van de locatie (autobedrijf) ook niet te verwachten. Ten zuidoosten van de showroom is een parkeerplaats voor de aangrenzende begraafplaats aanwezig. Deze parkeerplaats wordt door een groenzone gescheiden van het autobedrijf. In deze groenzone zijn soorten aangetroffen als kers, vlierbes, esdoorn, cipres, klimop, beuk, taxus, wilderige sneeuwbal en roos. Aan de noordzijde van het autobedrijf is een grasachtige vegetatie aanwezig waarop overige soorten zijn waargenomen als esdoorn, linde, vlasbekje en wilde cichorei. Deze soorten zijn niet beschermd. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.
4.2
Vleermuizen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de franjestaart, gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Tussen de showroom en de werkgarage van het autobedrijf zijn aan beide zijden van het pand bakstenen muren aanwezig met aan de bovenzijde een dakrand. Tussen deze dakrand en de bakstenen muur is ruimte aanwezig waardoor vleermuizen naar binnen kunnen kruipen (zie foto 5 en 6, bijlage 1). Deze locaties zijn geschikt als verblijfplaatsen voor de ruige en gewone dwergvleermuis. Overtreding van de Wet natuurbescherming is hierdoor aannemelijk als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden. Om zekerheid te krijgen of verblijfplaatsen van vleermuizen al dan niet aanwezig zijn, is het nodig om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de bovengenoemde soorten. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad, 2021) en de kennisdocumenten van BIJ12. In voorliggende situatie houdt dit in dat in de periode half april tot en met half oktober vijf nachtelijke bezoeken nodig zijn. Het aanvullend onderzoek zal uitwijzen of er een overtreding op de Wet natuurbescherming van toepassing is en welke mitigerende maatregelen een overtreding kunnen voorkomen.
Het plangebied wordt omsloten door een bomenrij met overwegend zomereiken. Eveneens staan aan de noordzijde van het pand verschillende lindes en esdoorns. Deze bomen blijven behouden. Tijdens het veldbezoek zijn in de bomen geen zichtbare ruimten (zoals holten en loszittend bast) aangetroffen die kunnen fungeren als verblijfplaats van vleermuizen. Gezien de slechte inspecteerbaarheid van de bomen kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen in bomen echter niet worden uitgesloten. Naast verblijfplaats kunnen deze bomen eveneens onderdeel van een vliegroute of foerageergebied zijn voor bovengenoemde soorten. De herontwikkeling van het terrein heeft hier geen negatieve effecten op aangezien deze beplanting blijft staan. Wel wordt aan bevolen verstrooiing van kunstlicht naar deze beplanting te voorkomen.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
9
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de beschermde (en niet-vrijgestelde) grondgebonden zoogdiersoorten eekhoorn, egel en steenmarter waargenomen. In het plangebied zijn geen waarnemingen (zoals nesten, vraatsporen en uitwerpselen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) de eekhoorn, haas, konijn en steenmarter. Het is daarnaast onwaarschijnlijk dat het plangebied deel uitmaakt van een verblijfplaats van de eekhoorn en steenmarter. Voor beide soorten is voldoende geschikt leefgebied aanwezig op de nabijgelegen begraafplaats waar veel vegetatie als struiken en bomen aanwezig zijn. Voor deze soorten het nemen van vervolgstappen niet nodig. De groenzone tussen het autobedrijf en de parkeerplaats van de begraafplaats, is geschikt als verblijfplaats en/of essentieel leefgebied van de beschermde egel. Bij uitvoering van de voorgenomen plannen gaat de groenzone met eventuele verblijfplaatsen van de egel mogelijk verloren. Wanneer hiervan sprake is, is aanvullend onderzoek naar de egel noodzakelijk om het gebruik van het plangebied door de egel inzichtelijk te maken. Conform de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel (Veldman et al.
2021) dient onderzoek naar de egel te worden uitgevoerd middels -aan egel aangepaste- cameravallen (struikrovers/mostela’s) eventueel in combinatie met sporenbuizen en sporenonderzoek. De optimale periode voor het uitvoeren van dit aanvullend onderzoek is april-september, waarbinnen de inventarisatiemiddelen gedurende drie weken in het plangebied geplaatst worden. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de Brochure Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel, Veldman, J. & Troost, C (2019). Aan de oostzijde van de garage zijn een aantal containers aanwezig (zie foto 3, bijlage 1). De ruimte onder deze containers zijn geschikt als tijdelijke schuilplaats voor een soort als egel. Geadviseerd wordt om bij het verwijderen van deze containers waakzaam te zijn op eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld egel. Indien deze soorten aangetroffen worden, dient een ecologisch deskundige ingeschakeld te worden om verdere verstoring te voorkomen. Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van andere - dan reeds genoemde - beschermde (en nietvrijgestelde) grondgebonden zoogdieren, worden op basis van het ontbreken van geschikt biotoop en de kleinschalige ingreep niet verwacht in het plangebied.
4.4
Broedvogels
Broedvogels met een jaarrond beschermd nest Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, wespendief en zwarte wouw waargenomen. In de te behouden bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde broedvogelnesten aangetroffen. Tevens is de bebouwing niet geschikt als locatie voor jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is in de huidige situatie (autobedrijf) hooguit marginaal geschikt als foerageergebied voor enkele jaarrond beschermde soorten. Dit foerageergebied blijft beschikbaar en wordt op termijn geschikter voor broedvogels. Voor broedvogels met jaarrond beschermde is het niet nodig vervolgstappen te nemen.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
10
Overige broedvogels Ter plaatse en rondom het plangebied zijn diverse mezen, vinken en lijsters waargenomen. In het plangebied is een broedvogelnest van een houtduif waargenomen. Dit nest is waargenomen ten noorden van het autobedrijf in een esdoorn. Deze boom en de overige aanwezige bomen blijven behouden. Tijdens het verwijderen van de groenzone en het verplaatsen van de bomen is het mogelijk dat nesten van broedvogels in deze bomen worden verstoord. Om verstoring te voorkomen kan buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot en met half juli) gewerkt worden of kan voorafgaand aan werkzaamheden (wanneer in het broedseizoen wordt gestart) een broedvogelcheck worden uitgevoerd.
4.5
Amfibieën
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen amfibieën waargenomen. Gezien de afwezigheid van permanent oppervlaktewater in het plangebied, kan voortplanting van amfibieën worden uitgesloten. De groenstrook, waar wegkruip mogelijkheden aanwezig zijn, is wel geschikt als overwinteringsbiotoop voor enkele vrijgestelde amfibieën zoals gewone pad en bruine kikker. Voor deze soorten geldt de zorgplicht en kunnen negatieve effecten worden voorkomen door de groenstrook buiten de overwinteringsperiode (globaal van half oktober tot half maart) van amfibieën te verwijderen.
4.6
Reptielen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen reptielen waargenomen. Gezien het huidige gebruik van het plangebied en de afwezigheid van geschikt leefgebied voor reptielen, is het zeer onwaarschijnlijk dat het plangebied fungeert als leefgebied voor reptielen. Negatieve effecten op reptielen zijn niet aan de orde als gevolg van de voorgenomen plannen. Het is niet nodig vervolgstappen te nemen.
4.7
Vissen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde vissen waargenomen. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied geen oppervlaktewater waargenomen, waardoor negatieve effecten op vissen kunnen worden uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen is niet nodig.
4.8
Ongewervelden
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp is binnen een straal van één kilometer de beekrombout, gevlekte witsnuitlibel, grote vos en sleedoorpage waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen en is ook geen geschikt habitat vastgesteld. Overige beschermde ongewervelden worden eveneens niet verwacht in of rondom het plangebied door de afwezigheid van geschikt habitat. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet aan de orde.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
11
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES
In onderstaande tabel (5.1) is overzichtelijk weergegeven welke beschermde natuurgebieden en soort(groep)en aanwezig dan wel te verwachten zijn in het plangebied en directe omgeving. Tevens is weergegeven of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft op deze beschermde natuurwaarden en wat die zijn. Tabel 5.1 Overzichtstabel vervolgstappen ecologie. Gebiedsbescherming
Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Natura 2000
Op grote afstand
Nee
Nee
Natuurnetwerk Nederland
Op grote afstand
Nee
Nee
Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Vervolgstappen
Algemeen
Ja
Mogelijk
Groenzone verwijderen en boom verplaatsen buiten broedseizoen of broedvogelcheck uitvoeren
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Egelonderzoek uitvoeren
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
Vleermuisonderzoek uitvoeren
Foerageergebied
Ja
Mogelijk
Vliegroutes
Ja
Mogelijk
Broedvogels
Grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen
Vervolgstappen
Advies om te werken tijdens daglicht om kunstlichtverstrooiing te voorkomen Advies om te werken tijdens daglicht om kunstlichtverstrooiing te voorkomen
Voor niet genoemde soort(groep)en zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 2).
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
12
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Broekhuizen, S.K. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Leiden: Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. © NDFF - quickscanhulp.nl 9 september 2021. Provincie Overijssel (2021). Beleidsregel Natuur Overijssel 2017. Geraadpleegd via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601023. Ravon.nl Website met soortinformatie over reptielen, amfibieeen en vissen. Veldman, J.C. Troost & A. Klink (201). Brochure Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Provincie Overijssel.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
13
Bijlage 1: Foto plangebied
Foto 1. De locatie van het autobedrijf (links showroom, rechts werkgarage).
Foto 2. De groenzone in het plangebied die het autobedreif scheidt van de parkeerplaats.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
14
Foto 3. Containers ten oosten van de werkgarage.
Foto 4. Bomen ten noorden van het autobedrijf.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
15
Foto 5. Ruimte tussen dakrant en bakstenen muur.
Foto 6. Ruimte tussen dakrant en bakstenen muur.
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
16
Bijlage 2: Verbodsbepalingen soortenbescherming Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming Vogelrichtlijn (§ 3.1)
Habitatrichtlijn (§ 3.2)
Overige soorten (§ 3.3)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Quickscan Ecologie, Bisschop Willebrandlaan 66 Zwolle, BO214419/JGL
17