CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 – verordening

Raad Besluitvormingsronde 29 juni 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bedrijveninvesteringszone binnenstad (BIZ) 2027-20312.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

Jaargang Nummer Onderwerp

: 2026 : : Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

De raad van de gemeente Zwolle; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20-05-2026; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst gesloten met de Stichting Zwollefonds Binnenstad op 16 juni 2026; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027 Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; d. uitvoeringsovereenkomst: de door de gemeente Zwolle en Stichting Zwollefonds Binnenstad op 16 juni 2026 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.

Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam “BIZ-bijdrage” wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Belastingplicht 1.

De BIZ-bijdrage wordt geheven van: de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt;

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

2.

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor toepassing van de vorige volzin wordt als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 5 Maatstaf van heffing 1.

2.

De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Vrijstellingen 1.

In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover niet als is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienst van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m.

begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. n. onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o. onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaen die als kantoor geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; q. onroerende zaken die als showroom/werkplaats/garage geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; r. onroerende zaken die als studiogebouw geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; s. onroerende zaken die als praktijkruimte geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; t. onroerende zaken die als opslag/distributie geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; u. onroerende zaken die als gasdistributie geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; v. onroerende zaken die als trafo geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; w.

onroerende zaken die als parkeerterrein/parkeerplaats(in parkeergarage) geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; x. onroerende zaken die als geldautomaat geregistreerd staan in de Basisregistratie waardering onroerende zaken; y. ongebouwde onroerende zaken. 2.

In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZbijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage 1. het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt bij een waarde: a. tot € 200.000 b. van € 200.000 tot € 400.000 c. van € 400.000 tot € 600.000

2027

2028

2029

2030

2031

€ 255 € 385 € 510

€ 260 € 393 € 520

€ 265 € 401 € 531

€ 271 € 409 € 541

€ 276 € 417 € 552

d. van € 600.000 tot € 800.000 e. van € 800.000 tot € 1.000.000 f. van € 1.000.000 en meer

€ 620 € 725 € 955

€ 632 € 740 € 974

€ 645 € 754 € 994

€ 658 € 769 € 1.013

€ 671 € 785 € 1.034

2. De totale BIZ-bijdrage per belastingplichtige, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, bedraagt maximaal € 1.800 per jaar.

Artikel 8 Wijze van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van de leden 1 en 3 van dit artikel, dienen de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen met een totaalbedrag kleiner dan € 10,00 en groter dan € 4.500,00 en waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, te worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van lid 1 van dit artikel, worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen. 4.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 10 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

Hoofdstuk III

Subsidiebepalingen

Artikel 11 Aanwijzing stichting Stichting Zwollefonds Binnenstad wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 12

Buiten toepassing algemene subsidieverordening

Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening van Zwolle niet van toepassing.

Artikel 13 Subsidieverlening 1.

2.

De subsidie wordt door het college verleend aan de Stichting Zwollefonds Binnenstad voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen

Artikel 14 Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting Zwollefonds Binnenstad ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 15 Subsidievaststelling 1. De Stichting Zwollefonds Binnenstad is verplicht om binnen 6 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 3 maanden na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken

Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen De Stichting Zwollefonds Binnenstad stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; - een wijziging van de statuten; - verandering of beëindiging van activiteiten.

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027

Hoofdstuk IV

Slotbepalingen

Artikel 17 Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Verordening BIZ Binnenstad 2022 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 18, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

2. 3.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2027. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad 2027”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De voorzitter,

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=308a7d1b-9f10-42a8-b2ef-489d7b7ade87