Bijlage 1. Uitvoeringsplan Doorontwikkeling inkoopmodel jeugdhulp IJsselland
Tekst van het document
Een derde verwijzer kan een verzoek om Wonen-Verblijf melden bij de gemeentelijke toegang. De gemeentelijke toegang beoordeelt of Wonen-Verblijf noodzakelijk is en zo ja welke vorm. Dit geldt zowel voor de verwijzing naar Respijtzorg als naar Wonen-Verblijf. 1. Vrijwillig of gedwongen Een plaatsing in Wonen-Verblijf kan vrijwillig of gedwongen plaats vinden. Een kinderrechter beslist na advies van de Raad voor de Kinderbescherming over een gedwongen uithuisplaatsing en geeft een machtiging uithuisplaatsing en OTS/ voogdijmaatregel af. Bij het gedwongen kader is de GI de verwijzer. Bij het vrijwillig kader is de gemeentelijke toegang de verwijzer. 2. Verwijzing naar Wonen-Verblijf Voorafgaand aan een zorgtoewijzing Wonen-Verblijf beoordeelt de gemeentelijk toegang dat ambulante hulp (individueel of groep) niet (alleen) voldoende is. Een zorgtoewijzing Wonen-Verblijf betekent altijd dat een jeugdige (tijdelijk) uithuisgeplaatst wordt. Uithuisplaatsing is geen doel op zich, maar een ingrijpend middel om ervoor te zorgen dat er een veilig leefklimaat is voor de jeugdige, zodat deze veilig is en zich goed kan ontwikkelen. Een uithuisplaatsing vindt bij voorkeur plaats in het netwerk en daarna in een gezinsvorm. Een verwijzing voor een residentiële instelling is slechts geoorloofd als ‘dat noodzakelijk is in het belang van het kind’.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 25 van 44
3. De zorgtoewijzing Wonen-Verblijf De gemeentelijke toegang doorloopt een stappenplan om te komen tot de juiste intensiteit en periode (maximaal een jaar) van de zorgtoewijzing. Eerst wordt de hulpvraag in kaart gebracht. Daarna doorloopt de gemeentelijke toegang de volgende beslisboom.
Indien aanvullend op Wonen-Verblijf nog ambulante hulpverlening nodig is voor tijdelijk extra individuele begeleiding voor de veiligheid van de jeugdige of individuele JGGZ behandeling, komt er een aparte toewijzing voor Ambulante Jeugdhulp. We beschouwen het hebben van een zinvolle dag invulling als essentieel in het leven van de jeugdige en moet dus onderdeel zijn van het gezinsplan. Daarom is het werken hieraan altijd expliciet onderdeel van Wonen-Verblijf. We gaan ervan uit dat de meeste jeugdigen gewoon naar school gaan. Uitsluitend in situaties waar dagbesteding in plaats van onderwijs noodzakelijk is, wordt hier een aparte toewijzing voor afgegeven via Ambulante Jeugdhulp. 4. Intensiteit Wonen-Verblijf Wonen, Verblijf en Respijtzorg zijn ondergebracht in 10 intensiteiten. De intensiteiten zijn opgebouwd van licht naar zwaar met de belangrijkste variabele: het aantal beschikbare uren groepsleiding per jeugdige. De begeleidingsintensiteit stijgt van 0,8 uur per jeugdige per dag (zelfstandig) tot 4,8 uur per jeugdige per dag.
Andere variabelen die een rol spelen in de opbouw zijn: - mix van opleidingsniveau (mbo/hbo) - onregelmatigheidstoeslag (2%-12%), - huisvestingskosten per plaats (€ 5.645 - € 16.010) (prijspeil 2022) - aantal uren ondersteuning gedragskundige Alle intensiteiten zijn exclusief individuele JGGZ behandeling of individuele begeleiding en exclusief dagbesteding. Indien dagbesteding of extra ondersteuning nodig is, wordt hiervoor een aparte zorgtoewijzing afgegeven via Ambulante Jeugdhulp.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 26 van 44
5. Matching door de aanbieder Een stabiele plaatsing van jeugdigen in een kleinschalige en gezinsgerichte woonvorm of Respijtzorg begint met een goede start: adequate matching tussen de opvoedings- en ontwikkelingsbehoeften van een individuele jeugdige en de (on)mogelijkheden van de pleeg- of gezinshuisouders, gezinsgerichte woonvorm, Respijtzorgvoorziening en het gezin zijn onontbeerlijk. De matching vindt plaats door de jeugdhulpaanbieder. Uitgangspunt is dat de jeugdige zo dicht mogelijk bij hun eigen sociale netwerk wordt geplaatst. De plaatsing vindt het liefst plaats bij familie of bekenden van het gezin, als dat geen optie is dan in een gezinsvorm. Gemotiveerd kan er een plaatsing plaats vinden in een leefgroep. De ouders en, afhankelijk van de leeftijd, de jeugdige zelf worden zoveel als mogelijk betrokken. Uit literatuuronderzoek is naar voren gekomen dat matching een belangrijke factor is in het vergroten van de kans op een stabiele en succesvolle plaatsing (Ter Meulen, Vinke, De Baat & Spoelstra, 2014). Het is belangrijk om voldoende informatie te verzamelen, alle betrokkenen te spreken over hun wensen en verwachtingen en tijd te nemen voor het kennismakings- en wentraject. De verwachting is dat opvoeders/ verzorgers op deze manier beter voorbereid zijn op de plaatsing en breakdowns voorkomen kunnen worden. Een matchingsproces kan binnen 3 maanden afgerond worden.
Voor Respijtzorg is dit veel korter. Maar ook hier is een goede matching van belang. Er zijn zes voorwaarden voor goede matching: 1. De opvoedings- en ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige staan centraal. 2. Ouders krijgen een rol passend bij hun mogelijkheden en de behoeften van de jeugdige. 3. Informatieverzameling en –verstrekking 4. Binnen het matchingsproces is aandacht voor gehechtheid en de klik (interactie) tussen betrokkenen. 5. Doel van de match is een stabiele, onvoorwaardelijke opvoedrelatie. 6. Bij een niet optimale match worden risico’s verminderd door het inzetten van hulpverlening op maat. De regio IJsselland wil dat de jeugdhulpaanbieder zich houdt aan bovenstaande uitgangspunten bij matching en dat er breed gekeken kan worden in het netwerk naar de best passend woonplek/ Respijtzorgvoorziening voor een jeugdige. Voor het maken van een goede match is het belangrijk dat er voldoende en gevarieerde gezinsvormen zijn. In de praktijk is er vaak een tekort aan gezinsvormen. De regio IJsselland onderkent dat er op dit moment een tekort is aan kwalitatief goede gezinsvormen die wonen met intensieve begeleiding bieden. Het is daarom van belang dat we deze vorm van jeugdhulp stimuleren, zodat er voldoende aanbod is in onze regio. Een perfecte match is dus helaas niet altijd mogelijk.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 27 van 44
4.2.3 Crisisfunctie Een melding over een crisissituatie kan via verschillende partijen binnenkomen, bijvoorbeeld via de politie, een huisarts, scholen of ouders. Deze melding kan vervolgens terechtkomen bij: -
gemeentelijke toegang Veilig Thuis Huisarts een jeugdhulpaanbieder een Gecertificeerde Instelling (GI)
Er wordt beoordeeld of de situatie dusdanig bedreigend is voor de ontwikkeling/ veiligheid van de jeugdige dat er direct hulp beschikbaar moet zijn om het acute gevaar te beperken (de crisisinterventie). 1. De zorgtoewijzing crisisfunctie Een zorgtoewijzing naar de crisisfuncties is niet nodig, aangezien er sprake is van een taakgerichte bekostiging. De crisisopvolging kan direct ingezet worden. De zorgtoewijzing voor de crisisopvolging moet binnen 3 werkdagen met terugwerkende kracht aangevraagd worden door de betreffende jeugdhulpaanbieder bij de gemeentelijke toegang.
4.3 Hulpverlenen 4.3.1 Ambulante Jeugdhulp 1. Start hulpverlening Nadat de aanbieder een jeugdige heeft geaccepteerd, inclusief de afgegeven resultaten en het keuzebudget, start de hulpverlening. De aanbieder is zorgregisseur. Dit betekent dat de aanbieder verantwoordelijk is voor de hulpverlening die wordt geboden aan de jeugdige en om zo nodig tijdig te signaleren wanneer er behoefte is aan procesregie vanuit de toegang. De aanbieder start de hulpverlening in overleg met de jeugdige en bij overeenkomstige voorkeur van de jeugdige zo snel mogelijk na het ontvangen van de verwijzing. Aanbieder stelt in samenspraak met de jeugdige een hulpverleningsplan op. Dit hulpverleningsplan is onderdeel van het gezinsplan en sluit aan bij de resultaten zoals afgegeven door de verwijzer in overleg met de jeugdige. 2. De hulpverlening De Regio IJsselland gaat ervan uit dat iedere hulpverlener werkt vanuit de actuele kennis (erkende interventies) en vaardigheden van de sector en dat deze benut en eventueel aangepast wordt waar nodig, om aan te sluiten bij de vraag van de jeugdigen en hun gezin. De professional zet in wat nodig is en weet wanneer te stoppen met de inzet die niet werkt. De aanbieder is binnen het keuzebudget vrij om de professional(s) in te zetten die nodig is/zijn om aan het resultaat te werken. Dit kan een aanbieder individueel of in groepsverband inzetten.
De aanbieder heeft de verplichting om de (voortgang van de) hulpverlening te monitoren en vast te leggen in het hulpverleningsplan. De jeugdige kan de aanbieder met het plan aansturen op de te realiseren inzet.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 28 van 44
3. Beëindiging hulpverlening Wanneer de hulpverlening wordt afgerond, dient de verwijzer te worden betrokken in het voornemen om de hulpverlening te beëindigen. Aanbieder dient in overleg te treden met de oorspronkelijk verwijzer over de overwegingen om de hulpverlening (voortijdig) te beëindigen. Voor andere verwijzers dan de toegang volstaat het achteraf melden van de beëindiging wanneer aan onderstaande twee voorwaarden is voldaan. -
Jeugdige en aanbieder stemmen beide in met het beëindigen van de behandeling; De reden beëindiging ondersteuning is ‘Beëindigd volgens plan’ en hierover is overeenstemming met Jeugdige.
Als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, beëindigen aanbieder en jeugdige de behandeling in een gezamenlijk afrondingsoverleg. In alle andere gevallen dient er voortijdig overleg te zijn met de verwijzer.
4.3.2 Wonen / Verblijf 1. Start Wonen en Respijtzorg Na de matching start het Wonen of Respijtzorg. De matcher stelt met alle betrokkenen een gezinsplan of woonplan op waarin een aantal zaken zijn vastgelegd: -
-
Het is belangrijk dat voor de jeugdige en het gezin duidelijk is welke partij/ hulpverlener welke verantwoordelijkheden heeft en hoe die verantwoordelijkheden zich verhouden tot de eigen verantwoordelijkheid van ouders/gezin. Afspraken met de biologische ouders over dagelijkse gang van zaken (zak- en kleedgeld etc) en de frequentie van het (maximaal) contact tussen jeugdige en biologische ouders.
De jeugdhulpaanbieder van Wonen en Respijtzorg is verantwoordelijk voor het aanbieden van de toegewezen intensiteit aan de jeugdige aansluitend op de opvoedings- en ontwikkelingsbehoeften. 2. Start Verblijf Soms is hulp vanuit het voorliggend veld, netwerk of ambulante hulpverlening niet voldoende en is het noodzakelijk om een jeugdige een tijdelijk verblijfsbed te bieden. Het gezin wordt en blijft hier nauw bij betrokken zodat de jeugdige zo snel mogelijk weer naar huis kan. Het verblijfsbed is beschikbaar binnen 24 uur. De jeugdhulpaanbieder van verblijf is verantwoordelijk voor het aanbieden van de toegewezen intensiteit aan de jeugdige aansluitend op de begeleidingsbehoeften. 3. Het leefklimaat In alle Woon-, respijt en verblijfvoorzieningen is het leefklimaat van wezenlijk belang. Onder leefklimaat wordt verstaan: ‘de kwaliteit van de sociale en fysieke omgeving met betrekking tot voldoende en noodzakelijke voorwaarden voor fysieke en geestelijke gezondheid, herstel en persoonlijke groei van jeugdigen, met inachtneming van hun menselijke waardigheid, mensenrechten, maar ook (voor zover niet ingeperkt door juridische maatregelen) met inachtneming van hun persoonlijke autonomie, met als doel succesvolle participatie in de samenleving’ (Stams & Van der Helm, 2017).
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 29 van 44
Het leefklimaat wordt geduid aan de hand van vier elementen, namelijk ondersteuning (verbondenheid), groei (competentie), sfeer (veiligheid, structuur en onderlinge verhoudingen) en zo min mogelijk repressie (zoveel mogelijk autonomie, Van der Helm, 2011; zo min mogelijk straffen, De Valk et al., 2015) (Van der Helm, Stams, & Van der Laan, 2011). Binnen Wonen-Verblijf wordt het verschil in de mate en de intensiteit van begeleiding uitgedrukt in een aantal intensiteiten (zie 4.1.5. Intensiteit Wonen-Verblijf). 4. Beëindiging Wonen In de Jeugdwet staat dat pleegzorg en gezinshuiszorg in principe stopt bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Op basis van landelijk bestuurlijke afspraken is het mogelijk, indien dat nodig is, om pleegzorg en gezinshuiszorg te verlengen tot 21 jaar. Pleegzorg en gezinshuiszorg als vorm van verlengde jeugdhulp, zoals beschreven in de Jeugdwet, blijft mogelijk vanaf 21 jaar tot 23 jaar. Voor leefgroepen en Respijtzorg wordt de grens van 18 jaar gehanteerd en kan alleen in overleg met de gemeentelijke toegang verlengde jeugdhulp aangevraagd worden na het passeren van de 18 jaar. Daarbij is hulp vanuit Beschermd Wonen of de WMO voorliggend. Voor de regio is het werken met het toekomstplan voor 16-, 17-jarigen het uitgangspunt. Elke aanbieder werkt mee aan het opstellen van een toekomstplan voor de jeugdige.
Hierin wordt aangegeven hoe op de verschillende leefgebieden de hulpverlening na het bereiken van het 18e levensjaar er uit gaat zien. 5. Beëindiging Respijtzorg Voor Respijtzorg herstelgericht geldt dat wanneer de hulpverlening wordt afgerond, dient de verwijzer te worden betrokken in het voornemen om de hulpverlening (voortijdig) te beëindigen. De jeugdhulpaanbieder dient in overleg te treden met de gemeentelijke toegang of GI over de overwegingen om Wonen te beëindigen. 6. Beëindiging Verblijf Voorafgaand aan verblijf is helder wat het doel van verblijf is en hoelang de jeugdige binnen verblijf gaat verblijven. Vooraf is dus bekend wanneer de jeugdige uitstroomt uit verblijf en wat na verblijf eventueel nog nodig is. Het kan voorkomen dat verblijf korter of langer is dan afgesproken. Dit wordt altijd door de aanbieder kortgesloten met de verwijzer en met de andere betrokken aanbieders, zodat de eventuele vervolg hulp geregeld en beschikbaar is. Het verblijf kan niet beëindigd worden als de vervolg hulp niet geregeld is. 7. Aanpassing intensiteit Pleegzorg en gezinshuizen Het uitgangspunt is dat de matching goed is gedaan en dat de gekozen gezinsvorm (en daarmee de intensiteit) passend is bij de opvoedings- en ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige.
Een aanpassing van de intensiteit betekent altijd het verplaatsen van een jeugdige naar een andere woonvorm en dat is veelal onwenselijk. Het is dus belangrijk dat vooraf aan de plaatsing bepaald wordt welke gezinsvorm passend is voor de jeugdige en eventueel via Ambulante Jeugdhulp extra hulpverlening toevoegen, zodat de plaatsing ook lukt en de hulpverlening afgeschaald kan worden.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 30 van 44
Leefgroepen Een jeugdige mag altijd blijven wonen tot terugkeer naar huis mogelijk is of als de jeugdige zelfredzaam genoeg is om de volgende stap te zetten, dat is niet afhankelijk van het gedrag van de jeugdige. De intensiteit kan aangepast worden, maar de jeugdige mag blijven wonen. Het is dus van belang dat jeugdhulpaanbieders van leefgroepen verschillende intensiteiten leveren zodat jeugdigen niet verplaatst hoeven te worden. Respijtzorg Het is van belang dat jeugdhulpaanbieders van Respijtzorg verschillende intensiteiten leveren zodat jeugdigen niet verplaatst hoeven te worden als de intensiteit wijzigt. Verblijf Het uitgangspunt is dat de verwijzing goed is gedaan en dat de gekozen intensiteit passend is bij de begeleidingsbehoeften van de jeugdige. De intensiteit kan aangepast worden, maar de jeugdige wordt bij voorkeur niet verplaatst. Het is dus van belang dat jeugdhulpaanbieders van verblijf verschillende intensiteiten leveren zodat jeugdigen niet verplaatst hoeven te worden. Een wijziging van intensiteit is altijd na toestemming van de verwijzer.
4.3.3 Crisisfunctie De gemeenten in de regio IJsselland pakken zelf de crisissen binnen kantoortijden op met jeugdhulpaanbieders. Het gaat hierbij niet om de crisissituaties rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, deze volgen altijd de Veilig Thuis route. Buiten kantoortijden komt een melding over een crisissituatie via verschillende partijen binnen, bijvoorbeeld bij de politie, een huisarts of ouders. De crisisroute start met het binnenkomen van deze melding bij Veilig Thuis (VT) (de crisisdienst regio IJsselland), een jeugdhulpaanbieder of de Gecertificeerde Instelling (GI). Bij een vermoeden van psychiatrie wordt waar nodig een kinderpsychiater geconsulteerd. Dit is de crisisdienst GGZ. Tijdens de crisisinterventie door de crisisdienst (GGZ) wordt bepaald of en welke crisisopvolging nodig is. Ook hier geldt dat de crisisopvolging in principe ambulant gericht is. Dit kan in de vorm van ambulante spoedhulp of een andere ambulante vorm van hulp bij crisis. Indien het niet anders kan, kan de jeugdige tijdelijk gebruik maken van het crisis (GGZ) bed.
4.4 Bekostigen Ter besluitvorming staat de bekostiging van het inkoopmodel en niet de tarieven. Het RSJ stelt de tarieven vast op basis van het uitgangspunt om als regio reële tarieven te hanteren. Volledigheidshave worden de tarieven conform 2022 in de bijlage toegevoegd. 4.4.1 Ambulante Jeugdhulp Bekostigen gebeurt inspanningsgericht. De bekostiging volgt de professional die de hulpverlening biedt. De bekostiging betreft een integrale jeugdhulpbekostiging, waarbij alle sectoren eenzelfde tarief ontvangen wanneer eenzelfde professional wordt ingezet. De aanbieder besluit of er individuele jeugdhulp, dagverblijf of een combinatie van beide nodig is om aan het resultaat te werken. Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 31 van 44
1. Individuele hulpverlening Individuele hulpverlening omvat één op één hulpverlening en wordt functiegericht bekostigd op basis van werkelijk geleverde dienstverlening. Hierbij is de functie die nodig is voor uitvoering van de hulpverlening leidend. Behoeft de hulpvraag en het resultaat individuele jeugdhulp geboden door een Pedagogisch medewerker Jeugdhulp (MBO), dan wordt de inzet van deze professional vergoed. Dit kan ook een gedragskundige of een psychiater zijn. Alle functies werkzaam in de jeugdhulp worden gecategoriseerd naar zeven functiegroepen en elke functiegroep kent haar eigen reële tarief. In bijlage 1 is de indeling van de functiegroepen opgenomen welke wordt aangevuld vanuit middels de inkoopprocedure tot een definitieve functietabel. Met de functiegerichte bekostiging kunnen aanbieders binnen het keuzebudget herstel zelf bepalen welke professional het beste aansluit bij de hulpvraag en het te behalen resultaat en krijgen hiervoor een reëel tarief. Specifiek voor het keuzebudget Duurzaam worden beperkende voorwaarden opgelegd welke functiegroepen maar ook dagverblijf kan worden ingezet.
Voorziening Individuele jeugdhulp – Tariefgroep 1 ( mbo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 2 ( hbo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 3 ( hbo+) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 4 ( wo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 5 ( wo+) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 6 ( wo++) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 7( AMS) 2. Dagverblijf Dagverblijf kan ook naar inschatting van de aanbieder worden ingezet binnen het keuzebudget. De bekostiging van dagverblijf is, net als individuele hulpverlening, inspanningsgericht. Er zijn vier intensiteiten van dagverblijf gebaseerd op de groepsgrootte en begeleidingsniveau. Dit betreft een samengevoegde indeling voor de oude dagbestedings- evenals dagbehandelingsvormen. Voorziening Dagverblijf licht Dagverblijf middel Dagverblijf middelzwaar Dagverblijf zwaar
4.4.2 Wonen / Verblijf We scheiden Wonen-Verblijf en de individuele hulpverlening. De basis van de woonvormen, verblijf en de Respijtzorg zit in het tarief. Dit betreft hotelmatige kosten, kapitaallasten, het pedagogisch klimaat (op de groep), het contact met het biologische gezin en het betrekken en informeren van hen bij de hulp voor de jeugdige, begeleiding van de vaste staf (incl. nachtdiensten) en de verzorgingskosten. De individuele hulpverlening van de jeugdige en de begeleiding voor ouders dienen additioneel te worden toegewezen. Deze componenten zitten niet in het tarief. De declaratie voor Wonen-Verblijf gebeurt inspanningsgericht. De bekostiging is gebaseerd op het leefklimaat van Wonen-Verblijf, met uitzondering van pleegzorg, daar wordt uitgegaan van een onkostenvergoeding voor pleegouders. Het tarief is gebaseerd op een etmaal. Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 32 van 44
De intensiteiten zijn exclusief dagbesteding en individuele begeleiding/ behandeling. Het uitgangspunt is dat jeugdigen overdag naar school gaan en in de weekenden vindt de opvang en begeleiding overdag plaats door de pedagogische staf. Dit is in de tarieven meegenomen. Product verblijf EXCLUSIEF behandeling/ dagbesteding Pleegzorg Wonen-Verblijf zelfstandig Wonen-Verblijf zelfstandig + Wonen-Verblijf gezinshuis Wonen-Verblijf licht Wonen-Verblijf middel Wonen-Verblijf middelzwaar Wonen-Verblijf zwaar Wonen-Verblijf zwaar wakend Jeugdzorg Plus
4.4.3 Crisisfunctie De beschikbaar- en bereikbaarheid van de crisisdienst GGZ en Spoedhulp IJsselland is er voor de hele regio en wordt taakgericht bekostigd op regioniveau. De bereikbaarheid (telefonisch) en het beschikbaar zijn, wordt taakgericht bekostigd via solidariteit. Het uitrukken van de crisisdienst en de crisisinterventie die zij uitvoeren wordt ook taakgericht bekostigd, maar op basis van profijtbeginsel (aantal keren dat de crisisinterventie is uitgevoerd per gemeente). De crisisopvolging wordt bekostigd op basis van Ambulante Jeugdhulp voor bijvoorbeeld ambulante spoedhulp, ervan uit gaande dat deze niet wordt uitgevoerd door de crisisdienst GGZ, en op basis van Wonen-Verblijf voor het crisis (GGZ) bed.
4.5 Administreren De administratie van het inkoopmodel is met het verkleinen en het vereenvoudigen van het voorzieningenboek uniformer en minder administratief belastend geworden. Er is onderzoek uitgevoerd naar de administratieve haalbaarheid van het inkoopmodel en hiervan in het bijzonder voor het onderdeel ambulante jeugdhulp. Het onderzoek concludeert dat regio IJsselland met dit inkoopmodel voldoet aan de landelijke standaarden. Het implementeren van het doorontwikkelde inkoopmodel pakken gemeenten en aanbieders samen op. Met het implementeren van het doorontwikkelde inkoopmodel worden ook de definitieve productcodes vastgesteld.
4.6 Verantwoorden Voor het verantwoorden van de hulpverlening wordt het huidige verantwoordingsprotocol opnieuw tegen het licht gehouden en aangepast waar nodig. Met uitzondering van de taakgerichte financiering voor de crisisfunctie is alle bekostiging inspanningsgericht waardoor er een eenduidig proces van verantwoorden kan worden bewerkstelligd.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 33 van 44
4.7 Beheersen Grip, beheersing, control, monitoring, sturing en andere begrippen van soortgelijke strekking zijn veelgebruikte termen gedurende het project doorontwikkeling Inkoopmodel IJsselland. Het gaat dan niet alleen over de kosten van jeugdhulp, maar over de jeugdhulpverlening7 als geheel. Gemeenten staan daarbij voor de uitdaging om grip te krijgen en te houden op een telkens veranderende werkelijkheid. Het doel van beheersing is het creëren van inzicht in de kwaliteit, kosten, continuïteit en werkprocessen van de jeugdhulpverlening en de daaruit volgende trends en ontwikkelingen. Hiermee wordt beoogd effectiever en efficiënter gebruik te maken van de jeugdhulpverlening. Hiertoe is een beheersingsplan opgesteld die is opgenomen in de bijlage. Het beheersingsplan Inkoopmodel 2022-2025 is een raamwerk om grip te krijgen en te houden op de uitvoering, de ontwikkelingen en trends in en van de regionaal ingekochte jeugdhulpverlening. Het beheersingsplan richt zich op de door het RSJ IJsselland regionaal ingekochte jeugdhulpverlening. Dit betekent dat het lokale voorveld of andere lokaal ingekochte voorzieningen van gemeenten buiten de scope van het beheersingsplan vallen. Het beheersingsmodel is hierbij een direct samenspel tussen lokale en regionale taken en verantwoordelijkheden die elkaar moeten versterken.
Beheersen van het wel of niet inzetten, de hoeveelheid en welke vorm van hulpverlening blijft een lokale verantwoordelijkheid en het beheersen van contractafspraken een regionale verantwoordelijkheid. Hoe de hulpverlening wordt geboden blijft de professionele verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieder. Het beheersingsmodel bestaat uit vier inhoudelijke pijlers: kwaliteit, kosten, continuïteit en werkprocessen en uit de drie niveaus: cliëntniveau, aanbiedersniveau en beleidsniveau. De vier pijlers vormen het fundament waarop het beheersingsmodel is gericht. De drie niveaus zijn de lagen waarop beheersing plaatsvindt. Het beheersingsmodel is de combinatie tussen de vier pijlers en drie niveaus. Binnen het beheersingsmodel wordt iteratief gewerkt. Op de vier pijlers leren de drie niveaus van elkaar en versterken elkaar.
Bijlage 2 bevat een nadere uitwerking van het beheersingsmodel.
7
Jeugdhulp met en zonder verblijf (jeugdhulpaanbieders), jeugdbescherming en jeugdreclassering (Gecertificeerde Instellingen).
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 34 van 44
Bijlage 1 functiegroepen jeugd Functiebenaming ambulant hulpverlener
Schaal
(Persoonlijk) Begeleider gehandicaptenzorg
TG1
Ambulant medewerker Ervaringsdeskundige ggz MBO Jeugdzorgwerker D
FWG 35-40 Schaal 6-7
Relevant mbo-diploma Zorgbegeleider (Persoonlijk) Ambulant begeleider Ambulant hulpverlener Ervaringsdeskundige ggz HBO Verpleegkundige B TG2
Psychodiagnostisch medewerker Jeugdzorgwerker C Jobcoach
FWG 40-45 Schaal 8-9
Gezinscoach Pedagogisch medewerker Thuisbegeleider Woonconsulent Agoog Kinder- & jeugdpsychiatrie Agoog verstandelijk gehandicapten Consultatief Psychiatrisch Verpleegkundige Diëtist Ergotherapeut Forensisch Psychiatrisch Verpleegkundige (Kinder)Fysiotherapeut Gedragstherapeutisch medewerker Junior psycholoog RGT-therapeut VIOS Senior psychiatrisch verpleegkundige SPV i.o. Gezinshulpverlener Psychomotorisch therapeut Speltherapeut TG3
Systeemtherapeut hbo Systeembehandelaar autisme Ggz-agoog
FWG 50-55 Schaal 10
Ggz-vaktherapeut Gz-vaktherapeut HBO-pedagoog Jeugdzorgwerker A en B Logopedist Maatschappelijk werkende Psychodiagnosticus/psycholoog Sociaal Pedagogisch Hulpverlener Therapeut Vaktherapeut (creatief) Vaktherapeut (psychomotorisch) Verpleegkundige Verpleegkundige (art.3) Verpleegkundige A
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 35 van 44
Functiebenaming ambulant hulpverlener
Schaal
Gedragswetenschapper Gedragswetenschapper B Kinder & Jeugdtherapeut Orthopedagoog (SKJ) Pedagoog (waaronder orthopedagoog) SKJ TG4
Systeemtherapeut wo Psycholoog (PIOG) Psycholoog (geen verdere specialisatie)
FWG 60 Schaal 11
Physician assistant Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige Verpleegkundig specialist (BIG) Verpleegkundig specialist GGZ Arts (Agio/Agnio), basisarts Arts Arts maatschappij en gezondheid Gedragswetensch./Orthopedagoog GZ psycholoog i.o. tot specialist TG5
Psysician Assistant Orthopedagoog-Generalist Gedragswetenschapper A
FWG 65 Schaal 12
Gz-psycholoog Kinder- en jeugdpsycholoog Verpleegkundig specialist (regiebehandelaar) Vertrouwensarts Arts verslavingszorg Arts vertandelijk gehandicapten Huisarts TG6
Klinisch neuropsycholoog
FWG 70-75
Klinisch psycholoog Psychotherapeut Psychotherapeut/opleiding GZ-psycholoog (Kinder)Psychiater Kinderarts TG7
Medisch specialist Neuroloog
FWG 80 AMS
Psychiater
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 36 van 44
Bijlage 2 Het Beheersingsmodel Het beheersingsmodel is het raamwerk waarbinnen beheersing van de jeugdhulpverlening plaatsvindt. Het beheersingsmodel bestaat uit vier inhoudelijke pijlers: kwaliteit, kosten, continuïteit en werkprocessen en uit de drie niveaus: cliëntniveau, aanbiedersniveau en beleidsniveau. De vier pijlers vormen het fundament waarop het beheersingsmodel is gericht. De drie niveaus zijn de lagen waarop beheersing plaatsvindt. Het beheersingsmodel is de combinatie tussen de vier pijlers en drie niveaus. Binnen het beheersingsmodel wordt iteratief gewerkt. Op de vier pijlers leren de drie niveaus van elkaar en versterken elkaar.
1. De vier pijlers Hieronder worden de vier inhoudelijke pijlers weergegeven waarop het jeugdhulpverleningslandschap wordt beheerst. Pijler – kwaliteit Regio IJsselland wil jeugdhulpverlening van hoogstaande kwaliteit. De afgelopen jaren is op uitvoeringsniveau al veel ervaring opgedaan over de gewenste kwaliteit. Hieruit blijkt dat het meten en registreren van de kwaliteit beter kan. Er ontstaat een sterkere behoefte om gerichter te sturen op kwaliteit. Met de pijler kwaliteit wordt ingezet op effectieve en efficiënte jeugdhulpverlening, die voldoet aan wettelijke en regionale kwaliteitsvereisten. Pijler – kosten De kosten van de jeugdhulpverlening in de regio zijn in de afgelopen jaren steeds gestegen en het kostenaspect wordt daardoor als een zeer urgente en belangrijke pijler gezien voor beheersing. De pijler kosten omvat alle betalingen aan jeugdhulpaanbieders en de verantwoording daarvan. Het betreft hier dus de directe kosten van de jeugdhulpverlening. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de kosten per jeugdige, gemiddelde cliëntprijzen en kosten per aanbieder en dwarsverbanden tussen gemeenten/ aanbieders en trends over de jaren en inkoopmodellen heen.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 37 van 44
Pijler – continuïteit De jeugdwet schrijft de verantwoordelijkheid om zorgcontinuïteit te waarborgen toe aan gemeenten. De pijler continuïteit is erop gericht dat elke inwoner van de gemeenten in de regio IJsselland tijdig kan rekenen op beschikbare jeugdhulp. Dit betekent afdoende brede beschikbaarheid van gecontracteerde zorg, geen tot acceptabele wachttijden en tijdige instroom, doorstroom en uitstroom van hulpverlening. Ook aanbieders hebben een rol hierin. Of te wel, hoe vraag en aanbod van jeugdhulp op elkaar blijven aansluiten en in balans blijven. Pijler – werkprocessen Om beter grip te krijgen en houden is het noodzakelijk om ook de werkprocessen rondom de hulpverlening te monitoren en beheersen. De vierde pijler werkprocessen omvat alle procesmatige stappen die nodig zijn om hulp te kunnen verlenen en te vergoeden. Dit omvat processen zoals de triage en administratieve handelingen tijdens een verwijzing maar ook alle afspraken die in het administratieprotocol en verantwoordingsprotocol staan de tijdigheid van declareren een het opleveren van een productieverantwoording. Wanneer deze processen niet goed lopen bij aanbieders, gemeenten en de regio heeft dit direct gevolgen voor de werking van het inkoopmodel als geheel en de tijdigheid van sturingsinformatie.
2. De drie niveaus Het vervolg van het basisraamwerk zijn de drie niveaus waarbinnen de inhoudelijke pijlers worden beheerst. Dit zijn cliëntniveau, aanbiedersniveau én beleidsniveau en worden hieronder toegelicht. Cliëntniveau De gemeentelijke toegang en de wettelijke verwijzers zijn de belangrijkste partijen voor beheersing op cliëntniveau. Op het cliëntniveau staat beheersing van de cliëntreis per jeugdige centraal. Met het doorontwikkelde inkoopmodel wordt de positie van de gemeentelijke toegang versterkt doordat een tweede verwijzing en/of verlenging via de huisartsenroute niet mogelijk is zonder contact met de gemeentelijke toegang. Het continueren van de samenwerking bij de start van een hulpverleningstraject in de driehoek cliënt, gecertificeerde instelling en lokale toegang, wordt versterkt zodat er maximaal geprofiteerd kan worden van de kennis van de lokale toegang. Meer dan voorheen zal gewerkt moeten worden met sturingsinformatie vanuit aanbiedersniveau en beleidsniveau naar de lokale toegang en vice versa. Wanneer blijkt dat een aanbieder of hulpvorm minder effectief is, moet de gemeentelijke toegang hiervan op de hoogte zijn en kan zij haar verwijsgedrag hierop aanpassen.
Aanbiedersniveau Contractmanagement van het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) en de gemeenten zijn de belangrijkste partij voor beheersing op aanbiedersniveau, de input vanuit de toegangen is essentieel. Op het aanbiedersniveau staat beheersing van de aanbieder centraal. Dit betreft het handelen van één aanbieder en het handelen van de aanbieders als geheel of groep. Op aanbiedersniveau gaat het om de som van alle individuele cliëntreizen en de gemaakte afspraken met de aanbieders. Contractmanagement acteert op basis van ontwikkelingen in de data en op signalen op cliënt- en beleidsniveau en beoordeelt dit aan de hand van de vastgestelde set van normen en waarden.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 38 van 44
Beleidsniveau Beleid is de belangrijkste partij voor beheersing op beleidsniveau. Op het beleidsniveau staat beheersing van de trends en ontwikkelingen van het hulpverleningslandschap als geheel centraal. Hieruit volgen beleidskeuzes welke worden vertaald naar inkoopvoorwaarden en beheersingsnormen op cliënt- en aanbiederniveau. Op beleidsniveau gaat het om de som van alle aanbieders en voorzieningen en welke beweging op dit totaalniveau plaatsvindt. Op beleidsniveau vindt ook de koppeling met bestuurders plaats. Door regelmatig bestuurders te informeren over de voortgang kunnen bestuurders ontwikkelingen in samenhang overzien en keuzes maken waar dit nodig is en er meerdere (tegengestelde)belangen en rol spelen. Wat doen wij bijvoorbeeld met aanbieders die goede hulp leveren, maar veel duurder zijn dan het gemiddelde? Of wat doen wij met aanbieders die nodig zijn om de continuïteit van hulp te borgen, maar deze aanbieders zich niet willen conformeren aan de kwaliteitseisen of contractvoorwaarden in regio IJsselland?
3. Het iteratieve proces Binnen het raamwerk van de vier pijlers en drie niveaus is sprake van een iteratief proces. Hiermee stelt de regio zich in staat om beheersing als continue leercyclus toe te passen. Tijdens de voorbereiding, de inkoop en de uitvoering van het inkoopmodel, telkens te leren en waar nodig, de beheersing van het inkoopmodel bij te sturen naar de gewenste richting. Door binnen het raamwerk van vier pijlers, drie niveaus iteratief te werken, wordt een grote bijdrage geleverd aan het knelpunt: samenwerkingsstructuur. In voorbereiding op de definitieve contractering is het van belang om het beheersingsmodel om te zetten in structurele werkafspraken in samenwerking met de verschillende gremia.
4. De beheersingsmethodiek De beheersingsmethodiek omschrijft hoe beheersing wordt uitgevoerd. De methodiek is gebaseerd op een PDCA cyclus en is een nadere concretisering van het in paragraaf 4.3 omschreven iteratieve proces en is hieronder schematisch weergegeven.
De beheersingsmethodiek vindt plaats binnen alle vier de pijlers en niveaus van het beheersingsmodel. Dit betekent dat voor zowel kwaliteit, kosten, continuïteit als werkprocessen alle onderdelen van de beheersingsmethodiek moeten worden uitgewerkt en geborgd. De taken en verantwoordelijkheden binnen de beheersingsmethodiek worden verdeeld over de drie beheersingsniveaus. Een continue beheersingscyclus sluit aan bij de sterk geuite behoefte van gemeenten om niet alleen de toetreding te beheersen (inkoop), maar dit vooral te blijven doen gedurende de contractperiode.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 39 van 44
Hieronder een beknopte weergave per onderdeel van de beheersingsmethodiek welke in de vervolgparagrafen nader wordt toegelicht. Inkoop
Het eenmalig (aanbesteding), dan wel periodiek (openhouse) toetredingsmoment voor geïnteresseerde aanbieders Contract De juridische verbintenis tussen de opdrachtnemer (aanbieder) en opdrachtgever (gemeenten) waarin alle afspraken zijn opgenomen en kunnen worden gewijzigd. Verwijzing Het verwijzen van jeugdigen naar jeugdhulpverlening welke in dit schema gericht is op de gemeentelijke toegang Hulpverlening De uitvoering van de jeugdhulpverlening, inclusief de wederzijdse prestatieverplichting (levering en betaling) Meten Het continue monitoren van het inkoopmodel en daarmee de uitvoering van de jeugdhulpverlening Normeren Het stellen van normen waaraan de jeugdhulpverlening moet doen Handelen Het uitoefenen van maatregelen conform de contractuele afspraken en interventiemogelijkheden.
4.1 Inkoop Inkoop wordt gevoed met geleerde lessen uit de rest van de cyclus. De instapcriteria zijn de minimale eisen waaraan een aanbieder en de hulpverlening moeten voldoen en zijn voorwaardelijk om hulp te verlenen in regio IJsselland. Dit onderdeel is al voor een groot deel uitgewerkt in de huidige overeenkomsten. Hierbij is door betrokkenen (op basis van de huidige ervaringen) wel de behoefte uitgesproken om de instapcriteria verder uit te breiden en aan te scherpen. Een grote voorkeur gaat hierbij uit om prestaties van de inschrijvende aanbieder mee te wegen in de instapcriteria.
4.2 Contract Het contract omvat alle afspraken die gemaakt worden tussen de elf gemeenten en de aanbieders. Het contract is een onderdeel in de beheersingsmethodiek omdat gedurende de contractperiode de mogelijkheid moet blijven bestaan periodiek aanpassingen uit te voeren op basis van de leercyclus. Alle overige contractafspraken (die nu niet in het plan zijn uitgewerkt) worden belegd bij inkoop en contractmanagement. Denk hierbij aan op tijdig en op de juiste wijze met aanbieders in gesprek gaan over contractaanpassingen, het contractmatig goed inregelen als een jeugdhulpaanbieder van rechtsvorm wijzigt of overnames doet. Denk hierbij verder ook aan het contractbeheer, zodat het contract en de relevante communicatie hieromtrent snel toegankelijk is. Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 40 van 44
4.3 Verwijzing De lokale toegang kan heel direct sturen op de jeugdhulpverlening. Niet alleen door hulpvragen te verschuiven naar voorliggende voorzieningen en de zelfredzaamheid van de inwoner, maar ook door het verwijsgedrag aan te passen op de kennis van het hulpverleningslandschap. Laatstgenoemde kan alleen wanneer de kennis over het hulpverleningslandschap tijdig beschikbaar is bij toegangen. Het doel hiervan is het professioneel handelen van de gemeentelijke toegang te vergroten door het gebruik van goede informatievoorziening. Voorbeelden hiervan zijn: -
Welke aanbieder welke professionals inzetten; Hoelang en frequent de behandelduur bij een aanbieder is; Effectiviteit van de ingezette hulp
Dit betekent concreet dat informatie over de effectiviteit en efficiëntie van een aanbieder door contractmanagement en het te voeren beleid daarop (aanbieders- en beleidsniveau) structureel gedeeld moet worden met de lokale toegangen. De lokale toegang hebben een belangrijke signaleringsfunctie richting contractmanagement en beleid over de effectiviteit en efficiëntie van aanbieders op casusniveau zoals: -
Welke aanbieders continu om verlengingen vragen; Welke aanbieders niet de gewenste resultaten halen; Welke aanbieders meer doen dan nodig.
4.4 Hulpverlening Onder hulpverlening wordt het verlenen van hulp en de betaling ervan bedoeld. Ook hierbinnen ligt een beheersingstaak om aan het knelpunt ken je hulpverleningslandschap te werken. Deze beheersingstaak betreft het categoriseren van aanbieders en hulpverleningsvormen. De zogenaamde black box van aanbieders en hulpverleningsvormen moet worden voorzien van inzicht. Alleen op deze manier kan een vergelijking op de effectiviteit en efficiëntie van aanbieders en hun hulpverlening worden gemaakt. Pas dan kan relatief beoordeeld worden welke aanbieder ondermaats, gemiddeld of goed presteert. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat aanbieders zichzelf, of de doelgroep waar zij hulp aan verlenen, als uniek gaan betitelen en daarmee vergelijking met andere aanbieders proberen te vermijden. Dit is namelijk een veelvoorkomend argument wanneer aanbieders worden aangesproken op hun gedrag en resultaten.
4.5 Meten Wanneer het hulpverleningslandschap voorzien is van vergelijkbare eenheden begint het meten van de effectiviteit en efficiëntie. Het onderdeel meten ondervangt het knelpunt ‘focus op informatievoorziening’ en levert informatie op om mee te kunnen beheersen. Het is van belang om regionaal de betrouwbaarheid van de gemeentelijke data te (blijven) controleren en gezamenlijk te verbeteren. Hier moet, vooruitlopend op de ingangsdatum van het inkoopmodel, aan blijven worden gewerkt. Het meten vindt plaats op de vier inhoudelijke pijlers en wordt parallel aan de inkoopprocedure uitgewerkt.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 41 van 44
4.6 Normeren Meetwaarden leiden op zichzelf niet tot beheersing, het constateert alleen maar. Door het stellen van normen wordt waarde gehangen aan de meetwaarden en ontstaat beter begrip wat we vinden en waar we naar toe willen. Normeren ondervangt hiermee een belangrijk knelpunt namelijk: wat wij goed en slecht vinden. De meetwaarden moeten worden voorzien van normen die regio IJsselland hierop stelt. Dit kan een relatieve normering zijn welke is opgebouwd vanuit de categorisering van aanbieders en hun hulpverlening maar ook absolute normeringen opgebouwd vanuit een regionaal oordeel zoals ‘het voldoen aan te meten kwaliteitsnormen (bijv. BIG- en SKJ registratie van hoger opgeleid personeel.)’. Op basis van de nader op te stellen normeringen wordt structureel gemeten hoe aanbieders scoren per pijler. Dit geeft inzicht op vragen als: Wie doet het beter dan de ander? En welke aanbieder dreigt onder de norm te zakken?
4.7 Handelen Het laatste onderdeel van het cyclische beheersingsproces is handelen. Dit onderdeel is het best te vertalen met het uitvoeren van maatregelen en moet knelpunt paal, perk stellen oplossen. Voldoet een aanbieder niet aan de minimale eisen of is er sprake van ondermaats presteren op basis van de gestelde normen, dan volgen er maatregelen. Belangrijk is hierbij dat maatregelen gekoppeld worden aan de minimale eisen vanuit de inkoop en gestelde normen. Wordt er in de overeenkomst geen scherpe oorzaak gevolgtrekking gemaakt tussen voorwaarde en maatregel, dan is het lastig om juridische grondslag te vinden voor de ingezette maatregel. Kortom, iedereen moet weten wat de gevolgen zijn van niet naleving of het niet halen van een norm. Bij maatregelen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan leveranciersgesprekken, bonus malus systeem, tijdelijke cliëntenstop of beëindigen van het contract. Na het onderdeel handelen begint het beheersingscyclus weer opnieuw. Met de opgedane kennis vanuit meten, gestelde voorwaarden vanuit normen en uitgevoerde maatregelen vanuit handelen kan het contract en het verwijsgedrag hierop worden aangepast. Op deze wijze kunnen medewerkers nog beter adviseren welke hulpvorm en/of aanbieder aansluit bij een hulpvraag en wordt inzichtelijk wat jeugdhulp bij verschillende aanbieders aan kosten met zich meebrengt.
4.8 Het systeem De gehele beheersingsmethodiek moet gevat worden in een systeem om de werking van de jeugdhulpverlening te volgen en te communiceren en knelpunt alarmbellen rinkelen af te vangen. De definitie systeem betreft hier vooral de weergave/visualisatie van de beheersingsmethodiek en niet persé een ICT systeem. De informatievoorziening van nu, dient uitgebreid te worden met een overzichtelijk scoresysteem. De effectiviteit en efficiëntie van aanbieders en hulpverlening dient zichtbaar te zijn voor alle betrokkenen. Sommige regio’s werken met een stoplichtenmodel en sommigen met een scoremodel. Naar oordeel van de schrijvers is op het moment van schrijven nog geen uitgesproken voordeel. Wel dient in één oogopslag duidelijk te zijn hoe een aanbieders scoort op de vier inhoudelijke pijlers en de onderliggende meetwaarden en normeringen.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 42 van 44
Een voorbeeldcombinatie van het beheersingsmodel, de beheersingsmethodiek en een beheersingssysteem is hieronder weergegeven. In de periode parallel aan de inkoopprocedure dient gebouwd te worden aan dit systeem in samenwerking met alle betrokken partijen en welke vorm (stoplicht/scoremodel) het best aansluit bij regio IJsselland. Per aanbieders (of vooraf geselecteerde aanbieders) worden dan beoordeeld wat de score is van aanbieder. En dit wordt periodiek herhaald.
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Pagina 43 van 44
Bijlage 3 Voorzieningenboek Hieronder is een overzicht gegeven van de in te kopen voorzieningen. Voorziening
Eenheid Ambulante Jeugdhulp
Individuele jeugdhulp – Tariefgroep 1 ( mbo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 2 ( hbo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 3 ( hbo+)
Per uur
Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 4 ( wo) Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 5 ( wo+)
Per uur Per uur Per uur Per uur
Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 6 ( wo++)
Per uur
Individuele jeugdhulp - Tariefgroep 7( AMS) Dagverblijf licht Dagverblijf middel Dagverblijf middelzwaar Dagverblijf zwaar Wonen / Verblijf (Respijtzorg) Pleegzorg Wonen-Verblijf zelfstandig Wonen-Verblijf zelfstandig + Wonen-Verblijf gezinshuis Wonen-Verblijf licht Wonen-Verblijf middel Wonen-Verblijf middelzwaar Wonen-Verblijf zwaar Wonen-Verblijf zwaar wakend Jeugdzorg Plus Crisisfunctie Taakgerichte bekostiging crisisfunctie Crisisopvolging Crisisbed Dyslexiezorg Diagnose Behandeling
Per uur Per uur Per uur Per uur Per uur
Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217
Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Per etmaal Taakgericht Per uur Per etmaal Per uur Per uur
Pagina 44 van 44