CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Sleutel voor Jeugdhulp - Rekenkamercommissie Zwolle. April 2023

Raad Besluitvormingsronde 17 juli 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Voortgang transformatie jeugdzorg Zwolle29.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

▪ Verschuiving van regie bij de zorg naar regie bij de inwoner (en zijn/haar omgeving). ▪ Verschuiving van aanbodgericht werken naar vraaggericht werken. ▪ De inwoner voelt zich meer serieus genomen en ervaart meer eigen regie. ▪ Meer vragen worden in groepen beantwoord. ▪ Verschuiving van aanbodgericht werken naar vraaggericht werken. ▪ Versterken van onderlinge zorg (deelnemers helpen elkaar) Uit de interviews met alle netwerkpartners blijkt dat er een goede basis van bereidwilligheid aanwezig is bij alle partners om samen te denken in alternatieve oplossingen. Daarmee ligt er een basis om de gewenste bewegingen vorm en inhoud te geven. Uit interviews met het Sociaal Wijkteam blijkt een grote erkenning van de noodzaak van de benodigde bewegingen. Binnen het Sociale Wijkteam wordt nauw samengewerkt met verschillende disciplines, werkt men nu outreachend bij scholen en huisartsen. De extra aanwezige expertise 28

binnen het Sociaal Wijkteam van gedragsdeskundigen en GZ-psychologen is hierin ondersteunend. Wel is het noodzakelijk om te investeren in gezamenlijk uitgedragen visie op ‘normaliseren’ met alle partners (zie ook hoofdstuk 4). Ook uit interviews met de aanbieders van hulp blijkt erkenning van de noodzaak van de bewegingen en zijn op bepaalde aspecten binnen sommige casussen bewegingen ingezet. Onderkend wordt dat dit nog lang niet voor alle casussen het geval is. Verbeteringen voortkomend uit evaluatie Sociaal Wijkteam in 2021 De verbeterpunten die volgen uit de bevindingen van de evaluatie Sociaal Wijkteam zijn: ▪ Bepaal de doelen van het Sociaal Wijkteam en behoud de komende jaren de positionering binnen de gemeente. ▪ Versterk de samenwerking tussen beleid en uitvoering ▪ Zorg voor meer uniformiteit in de werkprocessen ▪ Verbeter de monitoring van de resultaten Acties n.a.v. evaluatie Sociaal Wijkteam Aan de hand van het onderzoek van onderzoeksbureau AEF, concludeert de gemeente dat een aanzienlijk deel van de verwachte besparingen niet haalbaar zijn met de reeds ingezette hervormingen tot 2021. De gemeente kiest voor een aantal (aanvullende) maatregelen en zal daarmee nog nader verkennen in hoeverre die wèl tot besparingen kunnen leiden.

De gemeente heeft de volgende acties in 2021 in gang gezet: ▪ De gemeente gaat in gesprek met het Sociaal Wijkteam, jongeren, ouders en jeugdhulpaanbieders over wanneer en op basis van welke afwegingen professionele hulp uit publieke middelen ingezet moet worden en dan vooral wanneer die hulp kan stoppen. Dit moet leiden tot een afwegingskader dat niet alleen gaat over de toegang tot jeugdhulp, maar juist ook over wanneer de hulp klaar is. Zo wil de gemeente de stagnerende uitstroom aanpakken. ▪ De gemeente brengt actief bij de VNG en het Rijk onder de aandacht dat de positie van derde verwijzers (met name huisartsen, gecertificeerde instellingen en jeugdartsen) een heroverweging verdient, om gemeenten voldoende in staat te brengen de Jeugdwet uit te voeren. ▪ De gemeente blijft inzetten op een goede samenwerking met de huisartsen als verwijzers naar jeugdhulp. ▪ De gemeente bespreekt met huisartsen en een aantal jeugdhulpaanbieders het uitvoeren van de medicatiecontrole jeugd-ggz door de huisartsen in plaats van door de jeugd-ggz èn het inrichten van een consultatiefunctie met de jeugd-ggz ten behoeve van onder meer de jeugd- en gezinswerkers bij de huisartsen. ▪ Jaarlijks speelt bij het Sociaal Wijkteam ongeveer 15 à 20 keer de vraag of een jeugdige in aanmerking komt voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg.

Naar aanleiding van de evaluatie gaat de gemeente nader onderzoeken in hoeverre hier nog winst te behalen is en wat daar eventueel voor nodig is. ▪ In Zwolle is bij de inrichting van het Sociaal Wijkteam bewust gekozen voor een integrale benadering waarbij de medewerkers van het Sociaal Wijkteam zelf ook hulp verlenen. De gemeente neemt aan dat deze werkwijze in Zwolle wèl besparend werkt. Dit gaat de gemeente de komende tijd nader onderzoeken. ▪ BSO+ is de benaming van buitenschoolse opvang waar jeugdhulp toegevoegd wordt aan reguliere BSO, waarbij de gemeente de jeugdhulp bekostigd en de ouders de BSO (volgens de gebruikelijke wijze). Dat is een alternatief voor locaties waar jeugdhulp en BSO in één pakket als jeugdhulp werden uitgevoerd én betaald door gemeente. De gemeente Zwolle is aanvankelijk gaan onderzoeken hoeveel kinderen in Zwolle gebruik zouden kunnen maken van BSO+ om dat vervolgens te gaan organiseren. Inmiddels is de gemeente met een reguliere kinderopvangorganisatie aan het verkennen hoe dezelfde kinderen opgevangen kunnen worden in een reguliere kinderopvang zónder de meerkosten van extra inzet van jeugdhulp. Dat vraagt

29

▪ ▪ ▪

een andere benadering van de kinderopvangorganisatie, maar blijkt vaker mogelijk dan aanvankelijk verwacht werd. De gemeente blijft inzetten op een goede samenwerking met het onderwijs en in dat kader werken ze aan een Ontwikkelagenda verbinding Passend Onderwijs-Jeugdhulp. Zowel lokaal als regionaal zet de gemeente nadrukkelijk in op intensieve, ambulante alternatieve vormen van jeugdhulp en op gezinsgerichte, kleinschalige woonvoorzieningen. De gemeente zet in op een verbeterde samenwerking in de jeugdbeschermingsketen.

Uit interviews met het Sociaal Wijkteam blijkt dat de bovengenoemde verbeterpunten over het algemeen erkend worden. De versnippering van het voorveld wordt herkend. Medewerkers missen wellicht soms een deel van de hulpbehoefte van een gezin. Daarnaast blijkt uit de interviews dat de scholing verbeterd kan worden. Dat is inmiddels in gang gezet. De gemeente heeft de opdrachtbeschrijving van het Sociaal Wijkteam aangescherpt en geconcretiseerd. Dat heeft geleid tot aangescherpte doelen en visie van het Sociaal Wijkteam. Deze zijn inmiddels door de gemeenteraad vastgesteld. Het gaat om de volgende aangescherpte visie en doelen: Aangescherpte visie en doelen Sociaal Wijkteam Naar aanleiding van de evaluatie van onderzoeksbureau AEF zijn de doelen en visie van het Sociaal Wijkteam aangescherpt. Op maandag 10 oktober 2022 heeft de raad hiermee ingestemd. Met de aanscherpingen wordt beoogd de volgende bewegingen te realiseren: 1. Meer oplossen in de sociale basis 2. Meer eigen inzet en stevige regie door het Sociaal Wijkteam 3. Minder inzet en andere rol specialistische zorg Dit draagt naar verwachting bij aan een effectievere en efficiëntere inzet van het Sociaal Wijkteam.

Aangescherpte visie Voor inwoners die er zelf niet meer uit komen en die geen oplossing vinden met behulp van hun omgeving of in de sociale basis, organiseert het Sociaal Wijkteam de tijdelijke ondersteuning die een passend antwoord vindt op de échte vraag. Oplossingen voor problemen worden zo veel mogelijk gevonden in de omgeving: thuis, op school of in de wijk. De inwoner blijft zo veel mogelijk in regie met focus op gewone oplossingen voor gewone problemen. Samengevat: ▪ We doen wat nodig is VERSTERKEND ▪ We zorgen dat meer normaal is NORMAAL ▪ We maken onszelf weer overbodig TIJDELIJK Aangescherpte doelen Vanuit de kaders van de aangescherpte visie en wetten die van toepassing zijn, zijn de doelstellingen van het Sociaal Wijkteam: 1. Persoonlijke of gezinsproblematiek verhelpen om weer mee te kunnen doen. 2. Inwoners vinden een passend antwoord voor hun ondersteuningsvraag om hun situatie te verbeteren. 3. Eigen regie en zelfredzaamheid worden met de (tijdelijke) ondersteuning versterkt. 4. De ondersteuning en zorg zijn zo dichtbij en wijkgericht als mogelijk georganiseerd. 5. Met multidisciplinaire samenwerking realiseren we kwaliteitswinst en meer integraliteit door: ▪ Een integraal ondersteuningsplan voor gezinnen met multi-problematiek ▪ Goede dosering (niet alles tegelijk) waar meerdere vraagstukken spelen.

De prioriteiten worden in samenspraak met de inwoner gesteld en vastgelegd in een ondersteuningsplan. ▪ Bestaanszekerheid als prioriteit mee te nemen in ondersteuningsplannen ▪ Te sturen op het beter laten aansluiten van regels en systemen van betrokken organisaties waar die de oplossing in de weg staan ▪ Bij oplossingen over bestaande schotten en systemen heen te kijken 6. We organiseren ondersteuning zo goedkoop en effectief mogelijk door: 30

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Waar mogelijk te sturen op het zelf of onderling kunnen oplossen Meer eigen inzet, binnen de expertisegebieden van het Sociaal Wijkteam Normaliseren van ervaren problemen Beter samenwerken door duidelijke procesregie Vroegtijdig signaleren en interveniëren om escalaties te voorkomen.

Hernieuwde opdracht Sociaal Wijkteam Na het raadsbesluit van 10 oktober 2022 is de volgende stap dat de organisatieontwikkeling van het Sociaal Wijkteam in lijn met deze doelen wordt ingevuld. Daarbij lopen op dit moment al twee ontwikkellijnen (1) de verbetering van de registratie en administratieve vastlegging en (2) de verbetering van aansluiting tussen beleid en uitvoering, met name op jeugd en participatie. Bij de organisatieontwikkeling wordt nadrukkelijk het inwonersperspectief meegenomen. De volgende stap is dat het college uiterlijk in het derde kwartaal van 2023 een hernieuwde opdracht formuleert met als kader de door de raad vastgestelde visie en doelen. Tegelijkertijd wordt hierin beschreven hoe het Sociaal Wijkteam zo integraal mogelijk kan werken over de wetten heen. Ook staan in deze opdracht de indicatoren waarop het Sociaal Wijkteam mede getoetst kan worden. Hier zal de raad ook bij betrokken worden. Op dit moment lopen verschillende andere trajecten die input moeten leveren voor de hernieuwde opdracht zoals hierboven beschreven: ▪ Het Innovatielab, waar de samenwerking tussen Inkomensondersteuning, Tiem en het Sociaal Wijkteam wordt vormgegeven (loopt t/m maart 2023).

▪ Het onderzoek van Instituut voor Publieke Waarden naar de aanpak bij multiprobleemgezinnen in spoor 6 van de hervormingsagenda dat in juni is afgerond en de positieve resultaten laat zien van de doorbraakmethode. ▪ De Proeftuin jeugd, die in april 2022 gestart is en twee jaar loopt en het programma Samen voor een stevige basis met het onderwijs waar het SWT een rol in speelt. ▪ Het onderzoek leerplicht/RMC, waar het Sociaal Wijkteam ook een rol in heeft en dat in juli 2022 is afgerond. ▪ Dit rekenkameronderzoek. Proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk De aanleiding van de proeftuin “samenspel in de wijk” komt voort uit meerdere constateringen van de gemeente: ▪ Er zijn onvoldoende mogelijkheden om maatwerk te bieden bij hulpvragen van jeugdigen en/of hun gezin. Het (specialistische) jeugdhulp/jeugdzorg aanbod is vaak nog leidend in plaats van vraag en context. Naarmate de problematiek meervoudig en/of complexer wordt, neemt dit probleem toe en resulteert in stapeling van aanbod, toename van aantal betrokken hulpverleners en het uitblijven van duurzame en effectieve oplossingen. ▪ Jeugdigen moeten lang wachten op hulp en als ze eenmaal hulp hebben, gaat dit vaak lang door en zijn er verschillende visies tussen betrokken over wanneer het ‘goed genoeg is’.

De vele doorverwijzingen werken vertragend, zijn administratief belastend en de jeugdige moet heel vaak zijn of haar verhaal opnieuw vertellen. ▪ Op dit moment wordt relatie- en contractmanagement vanuit regio en gemeente nog onvoldoende ingezet om de beweging van zware naar lichtere en meer enkelvoudige ondersteuning te stimuleren bij bestaande aanbieders. Daarnaast is het de vraag of nieuw en lichter aanbod vanuit deze aanbieders moet komen, of meer vanuit het Sociaal Wijkteam en de Sociale Basis. ▪ Te vaak worden niet-zorgvragen beantwoord met zorgantwoorden. Andere verwijzers van de gemeente wijzen vaak nog te snel door naar specialistische jeugdhulpaanbieders, zonder dat alternatieven overwogen zijn.

31

▪

▪

Bovenstaande resulteert in hoge zorgkosten die maken dat de ondersteuning van jeugdigen in de toekomst in het gedrang kan komen. Daarom is het tijd voor andere oplossingen, beter differentiatie om te komen tot passende hulp, maar ook voor een maatschappelijke beweging die inzet op normaliseren en het leren verduren van problemen die het leven met zich meebrengt. Het jeugddomein kent heel veel stakeholders die een rol in de ondersteuning spelen. Om met al die stakeholders tegelijkertijd tot verandering te komen, is een te grote uitdaging gebleken. En hoewel daar nog steeds aan gewerkt wordt, biedt de proeftuin een manier om kleinschalig uit te proberen in de praktijk om daarvan te leren voor de totale hervorming van het jeugddomein.

Beoogde doelen en resultaten proeftuin Het doel van de proeftuin “samenspel in de wijk” is hulp en steun dichtbij de jeugdige en zijn gezin (thuis, op school en in de wijk) te organiseren zodat de ondersteuning aansluit op de vraag en gericht is op duurzaam oplossen en normaliseren. Hiervoor is een nieuw samenspel nodig tussen alle voorzieningen in de sociale basis, het Sociaal Wijkteam en de jeugdhulpaanbieders. Daarmee ontstaan de volgende subdoelen: ▪ Nieuwe samenwerkingsbanden/coalities vormen tussen Sociale Basis, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpaanbieders om beter passend aanbod te creëren op ondersteuningsvragen ▪ Bekijken of differentiatie in aanpak nodig is van enkelvoudige, meervoudige en complexe vragen ▪ Bekijken wat nodig is om het Sociaal Wijkteam meer de regierol te laten vervullen en meer zelf te laten ondersteunen ▪ Bekijken wat nodig is om de administratieve lasten voor alle betrokkenen te verminderen.

▪ Identificeren welke systeemprikkels nu wel/niet helpen om de gewenste beweging te bewerkstelligen ▪ Beïnvloeden beeldvorming bij Gecertificeerde Instellingen, huisartsen, onderwijs en gesubsidieerde instellingen door mee te denken in alternatieve oplossingen Bovenstaande doelstellingen sluiten aan bij het strategisch Jeugddocument ‘Overzicht Jeugd.’ De gewenste resultaten van de proeftuin zijn: ▪ Concrete voorstellen voor een nieuwe manier van antwoorden op ondersteuningsvragen van jeugdigen en gezinnen, oplossingen die breder uitgerold kunnen worden in de stad ▪ Voorstellen om meer en effectiever gebruik te maken van het aanbod uit de sociale basis ▪ Voorstel wat nodig is om meer regie en eigen inzet bij het Sociaal Wijkteam te beleggen (hier aansluiting met doorontwikkeling Sociaal Wijkteam) ▪ Inzicht in en adequate oplossingsrichtingen voor ervaren systeembelemmeringen ▪ Eerste zichtbare beweging in ander verwijsgedrag bij huisartsen, gecertificeerde instellingen en scholen ▪ Zichtbaar kortere of meer enkelvoudige inzet van ondersteuning bij gezinnen met meervoudige of complexe problematiek ▪ Duurzame basis voor resultaatgerichte samenwerking met partners Uit de interviews met de gemeente blijkt dat de proeftuin recent is opgestart en dat het nog te vroeg is om aan te geven wat de resultaten ervan zijn.

Wel wordt de benodigde beweging van de hervormingsagenda als basis genomen voor de proeftuin en zijn de leer- en verbeterpunten die uit de evaluatie komen onderwerp van gesprek in de opzet en start van de proeftuin. Dit wordt ook door de Sociale Wijkteams en de aanbieders aangegeven.

32

4 BEVINDINGEN SUCCESFACTOREN EN KNELPUNTEN

33

4

Bevindingen succesfactoren en knelpunten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de succesfactoren en knelpunten en de verklaringen daarvoor opgenomen. De onderzoeksvragen voor de succesfactoren en verklaringen zijn steeds op twee manieren beantwoord: vanuit wat goed gaat (paragraaf 4.3) en wat beter kan (paragraaf 4.4). De onderzoeksvragen worden op hoofdlijnen beantwoord, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing van de bevindingen aan de normen behorend bij de niet-beschrijvende onderzoeksvragen. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de bevindingen op hoofdlijnen in de blauwe kaders en de toetsing aan het normenkader.

4.2

Zwolle afgezet tegen andere gemeenten

Onderzoeksvraag: 7. Hoe scoort Zwolle in vergelijking met andere gemeenten op de outcome-indicatoren van het Nederlands Jeugdinstituut die door het CBS gemonitord worden (uitval of bereik, cliënttevredenheid, doelrealisatie)? Wat verklaart eventuele verschillen? Hanteert Zwolle nog aanvullende outcomeindicatoren? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Het verzamelen van gegevens over landelijk vastgestelde outcome-indicatoren is maar beperkt verplicht gesteld. Daardoor zijn veel gegevens niet beschikbaar. Voor de gemeente Zwolle hebben deze gegevens daarom een beperkte gebruikswaarde. ▪ Zwolle scoort op de meeste beschikbare outcome-indicatoren vergelijkbaar met andere soortgelijke gemeenten. Jeugdhulptrajecten worden iets vaker volgens plan beëindigd en ook wordt vaker een herhaald beroep op jeugdhulp gedaan. ▪ De gemeente Zwolle benoemt in de plannen en planning- en controlcyclus diverse outcomes die de gemeente wil bereiken. Daar wordt echter over verantwoord in termen van ingezette acties en niet of zeer beperkt in bereikte outcomes.

Onderbouwing Vergelijking met andere gemeenten De Vereniging Nederlandse Gemeenten en branches van aanbieders zijn een set van outcomecriteria overeengekomen waarmee inzicht in resultaat van de ingezette jeugdhulp kan worden verschaft. De gegevens dienen door jeugdzorgaanbieders en gecertificeerde instellingen periodiek te worden aangeleverd aan het CBS. Deze set bestaat uit de volgende outcome criteria: 1. Uitval van cliënten; 2. Tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp; 3. Doelrealisatie van de hulp, uitgesplitst naar de volgende 2 outcome criteria: 3.1 De mate waarin cliënten zonder hulp verder kunnen; 3.2 De mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp plaatsvindt. Het aanleveren van gegevens over outcome jeugdhulp aan het CBS is niet verplicht: ▪ Voor gecertificeerde instellingen; ▪ Voor solistisch werkende jeugdhulpverleners; ▪ Voor zover de gemeente met de jeugdhulpaanbieder andere outcomecriteria heeft afgesproken. 34

Het CBS rapporteert in openbare rapportages alleen over de reden voor beëindiging van de hulp (indicator uitval van cliënten). De gegevens over andere outcome-indicatoren worden alleen gedeeld met de betreffende gemeente op aanvraag van de gemeente bij het CBS. Dat betekent dat over deze andere outcome-indicatoren van andere gemeenten geen gegevens te verzamelen zijn zonder dat deze gemeenten deze zelf ter beschikking stellen. Navraag bij de gemeente Zwolle leert dat de gegevens op de andere outcome-indicatoren voor jeugdzorgaanbieders niet verplicht zijn om aan te leveren. In de praktijk zijn daarom deze gegevens volgens de gemeente Zwolle niet of nauwelijks beschikbaar. Ze worden ook niet actief gebruikt door de gemeente Zwolle. Dit betekent dat er beperkt mogelijkheden zijn om Zwolle te vergelijken met andere gemeenten als het gaat om outcomegegevens. De gemeente Zwolle is vergeleken met de volgende gemeenten: Deventer, Hengelo, Enschede en Arnhem. Hiervoor is gekozen omdat het relatief vergelijkbare gemeenten zijn qua inwoneraantal, waarvan één ook in de regio IJsselland. In onderstaande grafiek is Zwolle op een viertal outcome-indicatoren vergeleken, waarbij ook de landelijke scores zijn meegenomen.

Outcome jeugdzorg: Zwolle vergeleken 100 90 80 70

10,2 14,7

60

7,4

8,5

16,7

20,2

15,7

48,6

47,4

49,9

1,8 Deventer

2,8 Hengelo

7,8

8,6

8,6 10,9

13

57,2

57,6

3,4

2,7

3,1

Enschede

Arnhem

Nederland

50 40 30

59,6

20 10 0

2,5 Zwolle

Jeugdhulptrajecten in natura herhaald beroep als % van totaal aantal jeugdzorgtrajecten (eerste half jaar) Beëindiging voortijdig afgesloten in % Beëindiging volgens plan in % Eenzijdig door cliënt beëindigde jeugdhulptrajecten als % van totaal beëindigde jeugdhulptrajecten

De onder in de staafjes weergegeven indicator geeft weer welk deel van de beëindigde jeugdhulptrajecten eenzijdig door de cliënt is beëindigd. Deze indicator zegt iets over de mate waarin de hulp aansluit bij de situatie en vraag van het gezin. Alleen in Deventer ligt dit percentage lager dan in Zwolle.

35

De tweede weergegeven indicator geeft aan of een traject is beëindigd volgens plan. Dat zegt iets of de hulp inderdaad volgens plan is verlopen en dat deze hulp in deze vorm ook is geëindigd. Zwolle kent het hoogste percentage afgesloten trajecten volgens plan. De derde indicator geeft aan of de hulp voortijdig is beëindigd, dus eerder dan in het gezinsplan en beschikking was verwacht. Dit kan positief (de hulp is niet meer nodig), maar ook negatief (de hulp sloot niet aan) worden geïnterpreteerd. Zwolle kent ten opzichte van de andere vier gemeenten het op één na laagste percentage voortijdig afgesloten hulptrajecten. Landelijk ligt het percentage nog lager. De vierde indicator biedt inzicht in de vraag of een herhaald beroep op hulp wordt gedaan. Vaak zijn dit verlengingen van bestaande hulptrajecten. Zwolle heeft de meeste trajecten waar sprake is van een herhaald beroep. Volgens de organisatie is het zeer goed denkbaar dat dit komt doordat in Zwolle in beginsel beschikkingen worden afgegeven voor maximaal één jaar, ook bij langdurige trajecten. Dat zorgt ervoor dat er minimaal jaarlijks een goede evaluatie plaatsvindt, zodat indien nodig de ingezette hulp kan worden bijgesteld. Hoe dit zit in andere gemeenten is onbekend.

Gemeentelijke outcome-indicatoren De gemeente Zwolle hanteert de volgende gewenste uitkomsten in de begroting (meerdere jaren sinds 2020): ▪ In 2022 minimaal evenveel kinderen 0-12 jaar (naar de mening van hun ouders) weerbaar zijn als in 2018. ▪ In 2022 het opvoedklimaat is verbeterd ten opzichte van 2018. ▪ In 2022 het percentage kinderen dat meestal of altijd weerbaar is minimaal gelijk is aan 2018. ▪ Die jeugdhulp kinderen, jongeren en ouders aantoonbaar helpt (doelrealisatie en uitval). ▪ Kinderen, jongeren en hun ouders tevreden zijn over de ondersteuning. ▪ Ondersteuning tijdig beschikbaar is. ▪ Hulpvragen naar de mening van ouders en jongeren in samenhang worden opgepakt. ▪ Jongeren en gezinnen met een hulpvraag geen hinder ondervinden van de overgang van 18naar 18+. ▪ Minimaal 85% van de ouders / verzorgers, weet waar ze terecht kunnen als zij hulp nodig hebben bij opgroeien en opvoeden (onder andere Sociaal Wijkteam). ▪ Met 90% van de huisartsen en 100% van de scholen primair en voorgezet onderwijs samenwerking rondom toegang tot specialistische jeugdhulp. ▪ We breiden de interventiemogelijkheden bij complexe scheidingen uit bij het Sociaal Wijkteam en de preventiepartners Op deze uitkomsten rapporteert de gemeente niet kwantitatief.

De gemeente rapporteert in de planning- en controlcyclus en in de halfjaarrapportages sociaal domein over de acties die zijn uitgezet op elk van deze uitkomsten, maar niet of bijvoorbeeld kinderen, jongeren en ouders tevreden zijn over de ondersteuning en of de ondersteuning tijdig beschikbaar is. De gemeente Zwolle is gestart met het ontwikkelen van een dashboard Jeugdzorg om te kunnen sturen. Een eerste opzet is in juni 2022 gedeeld met de woordvoerders inde raad. Het dashboard (1.0) bevat nu gegevens over de kosten en het gebruik (aantallen cliënten en trajecten) van jeugdhulp met een uitsplitsing naar de grootste aanbieders en de duurste jeugdzorgtrajecten/ producten en bijvoorbeeld wijkteams. De volgende stap is dat het dashboard inzicht biedt in de instroom, uitstroom, gemiddelde zorgduur per wijk, zorgproductgroep en periode, de prognose op basis van declaratiegedrag aanbieders én verplichtingenadministratie. Dit zijn uitbreidingen op het niveau van het zicht op kosten en gebruik. Daarnaast is de ambitie om het dashboard te vullen met ‘outcome criteria’. Deze criteria zijn in de beschikbaar gestelde documenten niet nader gespecificeerd.

36

4.3

Succesfactoren en de verklaringen daarvoor

Onderzoeksvragen: 1. 2.

3.

Welke factoren zorgen ervoor dat het moeilijk is om tot een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak van de jeugdzorg te komen? Hoe is de (bestuurlijke) opdracht aan het Sociaal Wijkteam, in het bijzonder ten aanzien van een integraal, vraag en resultaatgerichte aanpak van de jeugdzorg, vastgelegd en hebben de betrokken actoren dezelfde taakopvatting? Beschikt het Sociaal Wijkteam, zowel kwantitatief als kwalitatief, over de middelen en capaciteiten om (in het bijzonder bij multi-problematiek) invulling te geven aan de sleutelrol?

Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Aanwezige succesfactoren voor een integrale, vraag- en resultaat gerichte aanpak zijn: • De aanwezigheid van het Sociaal Wijkteam op scholen en bij huisartsen. In 12 van de 15 onderzochte casussen blijkt dat school nauw betrokken is bij het hulptraject. In veel gevallen start daar ook de hulpvraag. Zowel ouders, organisaties in het voorveld als de jeugdhulpverleners benoemen dit als een succesfactor omdat hiermee problematiek vroeg in beeld komt en de ondersteuning laagdrempelig kan worden geboden en daarna weer afgeschaald. • De klik en het langdurige vaste contact tussen ouders, jeugdige, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverlener. Uit het casusonderzoek blijkt dit door al deze betrokkenen als een belangrijke voorwaarde te worden gezien voor een succesvolle ondersteuning. Dat maakt het ook mogelijk om steeds tussentijds te kunnen evalueren om de voortgang te bepalen. • De organisatie van het Sociaal Wijkteam op wijkniveau. Dit zorgt ervoor dat scholen, huisartsen, jeugdhulpverleners vaste gezichten hebben bij het Sociaal Wijkteam. Hierdoor is er onderlinge bekendheid en weet men elkaar snel te vinden. • De bereidwilligheid van alle netwerkpartners (scholen, huisartsen, welzijn, Sociaal Wijkteam, jeugdhulpverleners) om in alternatieve oplossingen te denken.

• Het Sociaal Wijkteam heeft beschikking over meer eigen expertise (bijvoorbeeld gedragsdeskundigen) en zet ook ervaringsdeskundigen in. Hiermee kan het Sociaal Wijkteam zelf meer en beter ondersteuning bieden en de kwaliteit van de ondersteuning vergroten. ▪ Benoemde maar nog niet of net gestarte succesfactoren zijn: • Bij het Sociaal Wijkteam en hulpverleners zijn verwachtingen over het meer datagedreven werken met Sturingsinformatie hooggespannen. Het moet leiden tot beter inzicht en concrete handvatten voor het verbeteren van de hulp en ondersteuning. Dit is echter een succesfactor die ten tijde van dit onderzoek in eerste uitwerking is. Met name sturingsinformatie over de kwaliteit van de hulp is beperkt voorhanden. • Het gestructureerd gezamenlijk leren- en verbeteren tussen voorveld, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners. Dat is gestart in de proeftuin in Zuid en West, maar wordt gezien als een voorwaarde om voor een aantal veel genoemde uitdagingen oplossingen te vinden (zie hiervoor de volgende paragraaf). Gezamenlijk leren en verbeteren dient zowel op casusniveau te gebeuren als op het niveau van ‘kwesties’, bijvoorbeeld waar het gaat om de gezamenlijke beelden bij wat onder normaliseren wordt verstaan. • Heldere doelen en taakafbakening van het Sociaal Wijkteam. De bestuurlijke opdracht van het Sociaal Wijkteam was tot recent vrij abstract en breed geformuleerd.

Uit de bevindingen blijkt dat recent (zomer en najaar 2022) de doelen en taken van het Sociaal Wijkteam zijn aangescherpt. Dit moet duidelijkheid geven over het antwoord op de vraag waar het Sociaal Wijkteam wel en niet van is.

37

Onderbouwing Factoren die een positieve invloed hebben om tot een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak te komen De factoren zijn opgebouwd langs een vijftal bronnen: (1) de verwachtingen van de gemeente Zwolle, (2) de verwachtingen van het Sociaal Wijkteam, (3) de verwachtingen van netwerkpartners (voorliggend veld en jeugdzorgaanbieders), (4) de ervaringen van ouders die zijn geraadpleegd in het casusonderzoek en (5) de ervaringen van een vijftal bij deze casussen betrokken medewerkers van het Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners. Positieve factoren genoemd door de gemeente Zwolle Een drietal sporen uit de hervormingsagenda Sociaal Domein (2020) is van belang voor jeugdzorg 1: ▪ Spoor 1: investeren in een sterke sociale basis, met als verwachte besparing een lager beroep op jeugdzorg. ▪ Spoor 3: herstel van het gewone leven in het gewone leven ▪ Spoor 6: verbeteren van de integrale gezinsaanpak De gemeente stelt in de beslisnota ‘Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg’ (oktober 2021) dat de volgende factoren van positieve invloed zijn op een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak: ▪ Het investeren in de sociale basis (vroegsignalering i.s.m. het onderwijs, preventie en integraal en vraaggericht werken) is van positieve invloed, maar leidt niet snel tot besparingen op zwaardere vormen van jeugdhulp.

Dit is volgens de gemeente in lijn met landelijke bevindingen uit het onderzoek van AEF (stelsel in groei, 2020). Dat betekent niet dat sporen 1 en 3 geen positieve invloed hebben, maar de invloed ervan is niet zo snel als verwacht. ▪ Verwacht wordt, in plaats van grote leefgroepen op een accommodatie bij een jeugdhulpaanbieder, dat een kleinschalige, gezinsgerichte woonvoorziening (zoals bijvoorbeeld een gezinshuis) veel beter is voor jeugdigen. Het omzetten van de huidige verblijfsvoorzieningen naar deze voorzieningen neemt echter tijd en vraagt ook om aanpassingen in het inkoopmodel. ▪ Wat betreft de integrale gezinsaanpak verwacht de gemeente dat het nodig is om: o De inzet en beschikbaarheid van voorzieningen voor jeugdigen en gezinnen beter af te stemmen op de behoeften in de wijk. o Te stoppen met het standaard doorverwijzen van jeugdigen vanuit het Sociaal Wijkteam. Juist als het complexer wordt, is dat te vaak een vertragend, administratief belastend proces. In plaats daarvan haalt de hulpverlener van het Sociaal Wijkteam de benodigde specialisten erbij. En vervolgens blijft het Sociaal Wijkteam nadrukkelijk betrokken in een regierol, ook wanneer een specialistisch intensief hulpverleningstraject wordt ingezet.

Positieve factoren genoemd door het Sociaal Wijkteam Uit de interviews met de Sociale Wijkteams blijken de volgende positieve factoren: ▪ Het werken met Sociale Wijkteams per wijk maakt dat voor voorveld, scholen, huisartsen en jeugdzorgaanbieders sprake is van bekende / vaste gezichten en contactpersonen bij de Sociale Wijkteams. Dan ken je elkaar en weet je ook waarvoor je bij wie terecht kunt. ▪ Er is een grote bereidwilligheid bij alle partners om samen te denken in alternatieve oplossingen. ▪ Binnen het Sociaal Wijkteam wordt afhankelijk van de noodzaak daarvan in een casus integraal gewerkt met verschillende disciplines binnen Sociaal Wijkteam. Bijvoorbeeld als er sprake is van problematiek bij de ouders (Wmo) of als er sprake is van problemen rondom werk, inkomen en schulden. Integraal en vraaggericht werken start in het Sociaal Wijkteam.

1

Beslisnota Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg, oktober 2021. 38

▪

▪

▪

▪

Het Sociaal Wijkteam werkt outreachend bij scholen en huisartsen. Aan het overgrote deel van de scholen en de huisartsen zijn vaste medewerkers van het Sociaal Wijkteam verbonden. Uit de gesprekken blijkt dat in deze vaste relaties ook sprake is van periodieke terugblikken. Wel wordt aangegeven dat met name bij scholen hierin verschillen optreden. Bij de ene school staat de ‘zorgstructuur’ beter dan bij de andere. Daarnaast geven de Sociale Wijkteams aan dat ook meer specialistische expertise in de teams aanwezig is zoals gedragsdeskundigen en GZ-psychologen. Op het moment dat er een beslissing aankomt die levensbepalend is voor een jeugdige/gezin dan gaat dit niet zonder de inzet van de gedragswetenschapper. Daarmee kunnen ze op ingewikkeldere casuïstiek beter hun rol invullen en de regie voeren. Bij twijfel over de noodzaak om psychologische hulp in te schakelen, wordt de GZ-psycholoog geraadpleegd. Het Sociaal Wijkteam heeft hoge verwachtingen van de gemeentelijke ambitie om meer sturingsinformatie te generen omdat het meer inzicht geeft in waar de interventies toe leiden. Binnen het Sociaal Wijkteam doen de teammanagers soms ook al eigen analyses. Bijvoorbeeld het bekijken en analyseren van de 10 duurste gezinnen. Dit geeft aanleiding om gesprekken te voeren met de hulpverleners. Of bijvoorbeeld de 10 duurste zorgaanbieders.

Dit gebeurt ook in overleg met de beleidsambtenaren. De Sociale Wijkteams hebben ook een ervaringsdeskundige in dienst. Deze ervaringsdeskundige gaat soms mee naar huisbezoeken. Iemand die goed kan spiegelen en mee kan geven waarom een gesprek soms niet loopt.

Positieve factoren genoemd door netwerkpartners Uit de interviews met netwerkpartners blijken de volgende positieve factoren: ▪ Vaste en bekende gezichten bij het Sociaal Wijkteam (ook genoemd door het Sociaal Wijkteam). ▪ Een overzichtelijk aantal netwerkpartners. Daarmee wordt het ook makkelijker om met vaste gezichten tot een goed samenwerkend netwerk te komen. ▪ Als jeugdhulpverleners zo breed mogelijk kijken, bepalen wat voor ons en wat niet voor ons is. ▪ Het hele netwerk rondom het gezin inzetten, dus ook het onderwijs (leerkracht of mentor). Afhankelijk van wat je signaleert, zet je het netwerk in. Dan kom je tot een gedeeld beeld en besluitvorming met relevante netwerkpartners (ouders, school, etc.) om tot het HOE (plan) te komen. ▪ De realisatie van deze positieve factoren hangt samen met de attitude en autonomie van de professionals. ▪ Vaak en gestructureerd gezamenlijk reflecteren als netwerkpartijen. Een droom is dat sprake is van een sluitende keten waarin men elkaar informeert over trends en daarop acties onderneemt. Positieve factoren genoemd door ouders In het casusonderzoek onder vijftien ouders, vijf bij deze casussen betrokken jeugdhulpverleners en vijf medewerkers van het Sociaal Wijkteam, is nagegaan welke succesfactoren zij hebben ervaren. Dit is gedaan met vragen zoals of de problematiek van de jeugdige snel is gesignaleerd.

Hieronder zijn alleen de uitsluitend positieve (groene kleurcodering in bijlage 2) ervaringen weergegeven.

39

Succesfactoren (o.b.v. geholpen vragen)

Moment voordat hulp startte Tijdige signalering van de problematiek Ouders wisten waar ze met hun vraag terecht konden Moment dat Sociaal Wijkteam in beeld kwam Tijdig bezoek van het Sociaal Wijkteam aan de ouders Goede klik met medewerker Sociaal Wijkteam Langdurig dezelfde medewerker van het Sociaal Wijkteam Goed overgedragen door het Sociaal Wijkteam naar jeugdhulp Medewerker Sociaal Wijkteam zocht / had contact met de jeugdhulpverlener Het Sociaal Wijkteam voerde de regie De hulp werd na afloop afgeschaald naar het voorliggend veld (bv welzijn, school, praktijkondersteuner) Steeds tussentijdse evaluaties geweest over de voortgang van de hulp Moment dat jeugdhulpverlener in beeld kwam Tijdig hulp ontvangen van de jeugdzorgaanbieder Goede klik met de jeugdhulpverlener Steeds tussentijdse evaluaties geweest over de voortgang van de hulp De hulp is tijdig op- of afgeschaald De hulp sloot aan bij de gezinssituatie Effect van de ondersteuning Hulp voorkwam verergering van problemen Hulp maakte problemen behapbaar Hulp loste problemen op Betrokkenheid andere organisaties School Huisarts Meerdere jeugdhulporganisaties

Aantal keer als positieve ervaring genoemd door ouders 7 (uit 15) 8 (uit 15) 9 (uit 15) 12 (uit 15) 11 (uit 15) 10 (uit 15) 8 (uit 15) 3 (uit 15) 8 (uit 15) 8 (uit 15)

7 (uit 15) 10 (uit 15) 11 (uit 15) 8 (uit 15) 10 (uit 15) 10 (uit 15) 10 (uit 15) 2 (uit 15) 12 (uit 15) 5 (uit 15) 13 (uit 15)

Ouders hebben de meeste (tenminste tweederde van de ouders) positieve ervaringen met: ▪ De klik met de medewerker van het Sociaal Wijkteam en langdurig dezelfde ▪ De overdracht naar de jeugdhulp ▪ De klik met de jeugdhulpverlener en de tussentijdse evaluaties daarmee ▪ Het effect van de hulp, met name om verergering van problemen te voorkomen en behapbaar te maken ▪ In de meeste casussen is sprake van een betrokkenheid van school. Daarnaast zijn open vragen gesteld over wat ouders onder een goede kwaliteit van hulp verstaan.

40

Terugkijkend, wat bepaalt voor jou het meest of de hulp die je gekregen hebt van goede kwaliteit is?*

Kenmerken sociaal werker Sociaal Wijkteam

Kenmerken hulpverlener Algemeen / betrekking op gehele traject

Aantal keer genoemd (meerdere antwoorden mogelijk) 7 5 3 3

Serieus worden genomen en je als ouder gehoord voelen Klik / wederzijds vertrouwen met medewerker Sociaal Wijkteam Vast contactpersoon vanuit het Sociaal Wijkteam Onpartijdigheid Sociaal Wijkteam, niet aan de kant van één ouder gaan staan (in het geval van scheiding) Goede, snelle en transparante communicatie vanuit het Sociaal Wijkteam Werken aan de hand van een doordacht plan van aanpak dat goed wordt nageleefd (dit biedt perspectief en houvast) Snel en doortastend handelen om te voorkomen dat een situatie uit de hand loopt Klik / wederzijds vertrouwen met hulpverlener

3 3 1 5 5

Goede samenwerking tussen alle betrokken partijen (school, hulpverlener, Sociaal Wijkteam etc.) die om het gezin heen gaan staan en gezin gezamenlijk goed ondersteunen Hulp niet alleen gericht op het kind, maar op het hele gezin (ook ondersteunen van de ouders en broertjes/zusjes)

4

*Ouders kregen de vraag welke aspecten bij een hulptraject voor hen het meest van belang zijn voor de kwaliteit van het traject. Als een ouder de klik met de hulpverlener bijvoorbeeld niet benoemt, betekent dit niet dat de klik er niet was. Ouders geven alleen aan welke aspecten zij het meest belangrijk vonden.

Tot slot is aan ouders de open vraag gesteld wat volgens hen goed ging in het traject. Terugkijkend, wat ging volgens jou goed in het traject?*

Goede klik met het Sociaal Wijkteam / korte lijnen met het Sociaal Wijkteam

Aantal keer genoemd (meerdere antwoorden mogelijk) 9

Goede klik met de hulpverlener

8

Regie vanuit Sociaal Wijkteam, medewerker die je ondersteunt het overzicht te bewaren en met je meedenkt over de volgende stappen die moeten worden gezet in het traject Als gezin handvatten ontvangen vanuit de hulpverlener om thuis beter met het kind om te kunnen gaan

3

Serieus worden genomen / gehoord voelen

3

Vaste medewerker vanuit het Sociaal Wijkteam die het verhaal en gezin goed kent

2

Nazorg door Sociaal Wijkteam / na afronding van de hulp de mogelijkheid hebben om nog bij medewerker terug op de lijn te komen Professioneel handelen en inzicht in wat er nodig is

2

Heldere communicatie vanuit Sociaal Wijkteam en hulpverlener

1

3

2

Positieve factoren genoemd door ouders, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners Naast ouders is gesproken met een vijftal bij deze casussen betrokken medewerkers van het Sociaal Wijkteam en een vijftal jeugdhulpverleners. Dit om te toetsen of betrokkenen rondom

41

dezelfde casus dezelfde positieve factoren benoemen. Hieruit blijkt dat volgens ouders, Sociaal Wijkteam en hulpverleners: ▪ Het in deze casussen in grote meerderheid goed is gelukt om de hulpvraag helder te krijgen ▪ Het contact tussen jeugdige, ouders, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverlener in meerderheid goed is. ▪ Het Sociaal Wijkteam goed op de hoogte is van de betrokkenheid van andere instanties en organisaties. ▪ Sprake is van tussentijdse toetsing en evaluaties op de voortgang van de hulp. Onderdelen in de bestuurlijke opdracht aan de Sociale Wijkteams die bijdragen aan de gewenste integrale vraag- en resultaatgerichte aanpak Uit de interviews blijkt dat de opdracht van het Sociaal Wijkteam door het Sociaal Wijkteam als breed en abstract werd ervaren. Om die reden is, mede als gevolg van de evaluatie van het Sociaal Wijkteam in 2021, gekomen tot een aangescherpte visie en doelen. Dit is vastgelegd in het memo Aangescherpte visie en doelen Sociaal Wijkteam (augustus 2022). Daarin bevestigt de gemeente de bevindingen uit de interviews: Het Sociaal Wijkteam begon met vrij globaal gestelde doelen, die pasten bij de startfase van het Sociaal Wijkteam. Een effect was wel dat daar heel veel activiteiten binnen pasten en de taken van het Sociaal Wijkteam steeds verder zijn uitgedijd.

Een van de aangescherpte doelen haakt nadrukkelijk in op het sturen op een integrale, vraaggerichte aanpak, namelijk het doel om multidisciplinaire samenwerking te organiseren. Gesproken wordt van een integraal ondersteuningsplan en het sturen op bestaanszekerheid. Ook wordt beoogd te sturen op realistische resultaten door een goede dosering (niet alles tegelijk) in de aanpak. (zie ook hoofdstuk 3, paragraaf 3.3) In meerdere interviews is aangeven dat het van belang is dat duidelijk is waar het Sociaal Wijkteam wel en niet van is. Mede daarom is in de aangescherpte visie en doelen ook een afbakening van de taken opgenomen. De kerntaken van het Sociaal Wijkteam bestaan uit: ▪ Een kwalitatief goede triage van de vraag van de inwoner waar nodig, zodat problematiek tijdig en vanuit brede weging wordt herkend. ▪ Kortdurende of laag intensieve eigen inzet, passend binnen de aanwezige expertise, om de situatie te verbeteren en/of drempels weg te nemen. ▪ Het betrekken van partners voor passende ondersteuning, waar nodig met het beschikken van (maatwerk) voorzieningen en/of specialistische ondersteuning. ▪ Het voeren van procesregie op afgesproken ondersteuning, zeker als die ondersteuning uit meerdere interventies bestaat.

Daarbij is een afbakening voor de eigen inzet benoemd: ▪ Eigen inzet vindt plaats als de ondersteuningsvraag binnen de expertise van het wijkteam valt en als de inschatting is dat met kortdurende of laag intensieve inzet de situatie verbeterd kan worden zodanig dat de inwoner zich weer zelf kan redden. Onderdelen in de middelen (kwalitatief en kwantitatief) van het Sociaal Wijkteam die bijdragen aan de gewenste integrale vraag- en resultaatgerichte aanpak Uit de interviews met vertegenwoordigers van de Sociale Wijkteams blijken de volgende middelen die nodig zijn voor de gewenste integrale vraag- en resultaatgerichte aanpak: ▪ Voldoende capaciteit: bij een hoge caseload is het lastiger om tijd te nemen en te vertragen bij de start van traject. Als het druk is, kan de neiging ontstaan om snel te varen op ervaring en bijvoorbeeld bekende interventies in te zetten (door het Sociaal Wijkteam zelf of door te verwijzen naar ander aanbod). De tijd hebben en nemen zorgt ervoor dat ook andere dan bekende ‘oplossingen’ in beeld komen. ▪ Voldoende kennis en expertise: sinds enige tijd is er meer aandacht voor de beschikbaarheid van verschillende expertises in het Sociaal Wijkteam (bijvoorbeeld gedragsdeskundigen) en scholing en doorontwikkeling.

42

4.4

Knelpunten en de verklaringen daarvoor

Onderzoeksvragen: 1. Welke factoren zorgen ervoor dat het moeilijk is om tot een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak van de jeugdzorg te komen? 2. Hoe is de (bestuurlijke) opdracht aan het Sociaal Wijkteam, in het bijzonder ten aanzien van een integraal, vraag en resultaatgerichte aanpak van de jeugdzorg, vastgelegd en hebben de betrokken actoren dezelfde taakopvatting? 3. Beschikt het Sociaal Wijkteam, zowel kwantitatief als kwalitatief, over de middelen en capaciteiten om (in het bijzonder bij multi-problematiek) invulling te geven aan de sleutelrol? 4. Welke eventuele knelpunten in het functioneren van het Sociaal Wijkteam – en samenwerking met jeugdhulpaanbieders, organisaties in het jeugddomein en huisartsen – vormen een belemmering om tot de beoogde resultaten te komen?

Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Knelpunten zijn: • Het ontbreken van een eenduidig beeld over wat onder ‘normaliseren’ wordt verstaan door alle netwerkpartners. Het is van belang dat alle netwerkpartners van school, huisarts, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpaanbieders een gedeeld beeld hebben en dat ook kunnen uitdragen naar ouders. Het is lastig werken aan deze beweging als niet iedereen daar dezelfde uitleg aan geeft. • De hulp aan gezinnen, zowel waar het gaat om de hulp bij opvoeden en opgroeien als hulp op andere domeinen als schulden, werk, inkomen en huisvesting, is nog geschot ingericht. Dat maakt het, ondanks de mogelijkheden van het Sociaal Wijkteam om met maatwerkoplossingen te komen, niet makkelijk om tot alternatieve en beter passende oplossingen te komen. Dat heeft tot gevolg dat de hulp zich in een aantal onderzochte casussen te weinig richt op de gevolgen voor het gehele gezinssysteem. Bijvoorbeeld keuzes van ouders om minder te gaan werken of er zelfs mee te stoppen om de zorg voor een van de kinderen op zich te nemen. • Een andere uiting van die schotten is de overgang tussen 18- en 18+, zo blijkt uit zowel de casussen als de gesprekken met het Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners.

Het uitgangspunt om bij voorkeur geen verlengde jeugdzorg in te zetten, zorgt voor ingewikkelde situaties waarin zowel de ouders als de betrokken professionals het overzicht kwijt raken. Zo ligt de procesregie bij de jeugdbescherming als er sprake is van hulp in het gedwongen kader, ook op momenten dat sprake is van een overgang van 18- naar 18+. Professionals geven aan dat juist op dat moment regie van het Sociaal Wijkteam wordt verwacht. • De dubbelrol van het Sociaal Wijkteam als procesregisseur en in een aantal gevallen de rol van hulpverlener is lastig te combineren. De verwachte regierol van het Sociaal Wijkteam wordt in de onderzochte casussen in de helft van de gevallen niet ervaren door ouders. Sprake lijkt te zijn van een mismatch tussen verwachtingen over de rol van het Sociaal Wijkteam bij ouders, maar ook bij jeugdhulpverleners. • Op casusniveau weten de netwerkpartners (school, huisarts, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners) elkaar vaak te vinden, maar van een gestructureerde leer- en verbetercyclus is nog nauwelijks sprake. Daar worden nu stappen in gezet in de proeftuinen en projecten, maar dit is net begonnen. • De bestuurlijke opdracht aan het Sociaal Wijkteam is recent geconcretiseerd, maar deze adresseert nog onvoldoende bij wie de regie in de netwerksamenwerking ligt. Vooral bij complexe casuïstiek is duidelijkheid daarover gewenst.

• Sprake is van een hoge caseload bij het Sociaal Wijkteam. Daardoor is er niet altijd de ruimte om zelf hulp te verlenen of aandacht te hebben voor preventieve activiteiten en ondersteuning (bijvoorbeeld op scholen).

43

Onderbouwing Factoren die een negatieve invloed hebben om tot een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak te komen De factoren zijn opgebouwd langs een vijftal bronnen: (1) de verwachtingen van de gemeente Zwolle, (2) de verwachtingen van het Sociaal Wijkteam, (3) de verwachtingen van netwerkpartners (voorliggend veld en jeugdzorgaanbieders), (4) de ervaringen van ouders die zijn geraadpleegd in het casusonderzoek en (5) de ervaringen van een vijftal bij deze casussen betrokken medewerkers van het Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners. Negatieve factoren genoemd door de gemeente Zwolle De gemeente stelt in de beslisnota Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg (oktober 2021) dat de volgende factoren van negatieve invloed zijn op een integraal, vraag- en resultaatgerichte aanpak: ▪ ‘Het systeem’ faciliteert de hervormingen onvoldoende. De werkwijze, de contracten en de werkafspraken lokken uit dat het beschikbare aanbod leidend en sturend blijft bij de inzet van jeugdhulp. ▪ Vooral naarmate de hulpvraag complexer is en er sprake is van meervoudige problematiek, wordt een jeugdige ‘overgedragen’ aan een aanbieder en wordt vanaf dat moment de brede blik van het Sociaal Wijkteam onvoldoende benut. En werkt de betreffende specialistische jeugdhulpaanbieder hoofdzakelijk vanuit zijn eigen discipline.

Dit speelt nog sterker bij verwijzingen van huisartsen, met name indien zij bewust niet samenwerken of afstemmen met het Sociaal Wijkteam. ▪ De individuele hulpvraag en het aanbod van de geadviseerde aanbieder zijn dan leidend en de context waarin het probleem is ontstaan krijgt te weinig aandacht. Doordat ‘het systeem’ op deze manier te veel aanbodgericht werken uitlokt, is de hulp aan jeugdigen en ouders minder passend en minder effectief en is het aanpakken van te hoge wachttijden weerbarstig. Negatieve factoren genoemd door het Sociaal Wijkteam Uit de interviews met de Sociale Wijkteams blijken de volgende negatieve factoren: ▪ Het ontbreekt nog aan een gezamenlijk beeld over en uitgedragen visie op ‘normaliseren’. Het gaat daarbij om de vraag: wat vinden we normaal aan zaken waar je tegenop loopt bij opgroeien en opvoeden en is dus geen hulptraject bij nodig? En bij welke vragen zetten we wel in op hulp? Zowel de Sociale Wijkteams als de partners in het voorveld (school, welzijn) als de jeugdzorgaanbieders onderkennen dat het van belang is dat alle partners daar dezelfde beelden bij hebben om te komen tot duidelijkheid in de verwachtingen bij ouders en jeugdigen over de te bereiken resultaten. ▪ Het ontbreekt aan een afwegingskader wat onder jeugdhulp valt en wat niet (zie ook punt ‘normaliseren’).

Dit afwegingkader is sinds april 2022 in ontwikkeling en moet leiden tot een afwegingskader uitgewerkt in een nieuwe verordening Jeugd. ▪ Sprake is van een hoge caseload bij het Sociaal Wijkteam waardoor het in sommige gevallen lastig is om de regie te voeren op een casus en/of het lastig is om zelf hulp en ondersteuning te bieden. Het is lastig om te bepalen wanneer je een casus waar het Sociaal Wijkteam hulp verleent wel of niet toch overdraagt naar een hulpverlener. Het is moeilijk om de rol van hulpverlener en regisseur te combineren. Ook als jeugdhulp wordt ingezet, zeker bij complexe casussen, is het lastig om als Sociaal Wijkteam de regie te nemen. Je moet wel iets van de zorginhoudelijke aanpak weten om procesregie te kunnen voeren. De regie op inhoud en de regie op proces zijn verschillend, hier moet duidelijkheid over zijn bij alle partijen. Zorgaanbieders hebben wel baat bij een helikopterview vanuit het Sociaal Wijkteam, net als ouders. ▪ De hulp is niet altijd vindbaar voor ouders. Ouders met hulpvragen weten vaak niet de weg te vinden naar het Sociaal Wijkteam. De aanwezigheid op scholen is goed, maar nog wel te beperkt (in uren) om echt preventief te kunnen werken. 44

▪

▪

▪ ▪

Op de verwachtingen bij ouders over wat het Sociaal Wijkteam wel en niet doet kan beter worden gestuurd. Het Sociaal Wijkteam moet antwoord bieden op de volgende vragen: Wat kan je als ouders verwachten van het Sociaal Wijkteam? Wat kan je als ouder verwachten van de zorgaanbieder? Wie heeft welke rol? De onderlinge afstemming hierover tussen Sociaal Wijkteam en zorgaanbieder is hierin ook van belang. De dubbelrol van het Sociaal Wijkteam is ingewikkeld: het ene moment heeft de medewerker de ene pet op (als hulpverlener op de inhoud), op het andere moment heeft de medewerker een andere pet op (als beschikkingsverlener die over het geld gaat). Voorkomen moet worden dat een situatie ontstaat waarin een ouder niet tevreden over een beslissing is en dit rondgaat in een school of in een wijk. Je wilt niet bekend staan op school als de medewerker die Veilig Thuis inschakelt en melding doet van een onveilige situatie. In deze gevallen kan beter een collega betrokken worden. Zo voorkom je dat mensen het gevoel hebben dat het Sociaal Wijkteam tegenover ze staat, in plaats van ernaast. Niet genoeg tijd nemen om te vertragen bij de start van een vraag. Daardoor komen alternatieve oplossingen nog weinig in beeld en wordt soms te snel gekozen voor bekend aanbod.

De toegang tot de jeugdzorg ligt niet alleen bij de gemeente, dat maakt dat de gemeente niet op volledige regie kan hebben op de toegang.

Negatieve factoren genoemd door netwerkpartners Uit de interviews met netwerkpartners blijken de volgende negatieve factoren: ▪ Een integrale aanpak wordt door voorveld en aanbieders niet altijd ervaren. Er wordt weinig regie ervaren vanuit het Sociaal Wijkteam en nemen zelf ook niet altijd de regie. ▪ Het ontbreken van structurele en gezamenlijke leer- en verbetercyclus tussen voorveld, Sociaal Wijkteam en jeugdzorgaanbieders. ▪ Sprake is van nog te veel geschotte inkoop en ‘producten’ met als gevolg dat maatwerk niet vanzelfsprekend is. De vraag van het gezin als systeem moet leidend zijn, niet het aanbod. Als er bijvoorbeeld financiële vraagstukken in een gezin spelen, dan duurt het lang voordat die aanpak weer aansluit op de aanpak van de opvoed- en opgroeivragen. ▪ Niet soepele overdracht van 18- naar 18+ is een verlengde van bovenstaande. Op casusniveau lukt het soms wel om die schotten weg te halen/een oplossing te vinden, maar meer overstijgend zou het goed zijn als hier in de inkoop al meer rekening mee wordt gehouden. Dan is de doorlopende ondersteuningslijn beter mogelijk. Vanuit Sociaal Wijkteam wordt gestuurd op verlengde jeugdzorg als uitzondering, alleen als het écht nodig is. Dit is echter ingewikkeld, aangezien de overgang jeugdzorg – Wmo vaak moeizaam verloopt en ouders dan bovendien bestaande lijntjes met organisaties/personen kwijt raken.

Ouders overzien het hierdoor soms niet meer, er zijn namelijk heel veel regelingen en wetten. Hier zou een meer doorlopende lijn gewenst zijn, dit heeft aandacht nodig. ▪ De informatiepositie van de gemeente (kwaliteit en outcomes) is nog sterk in ontwikkeling. Alleen gegevens over kosten en gebruik zijn onvoldoende om te sturen. De gemeente wil op kwaliteit sturen, maar heeft alleen informatie over kosten en gebruik. Deze factor is ook genoemd door de gemeente en het Sociaal Wijkteam. ▪ Wie de regie heeft en hoe stevig deze regie moet zijn, blijft een aandachtspunt, met name bij complexe casussen. Juist bij complexe casussen heb je opnieuw te maken met allerlei schotjes, dan moet je een doorbraakmethode kunnen toepassen om integraal te werken. Voorkom dat er een schot is tussen wonen, schuldhulpverlening, psychische hulp etc. Negatieve factoren genoemd door ouders In het casusonderzoek onder vijftien ouders en elk vijf bij deze casussen betrokken jeugdhulpverleners en medewerkers van het Sociaal Wijkteam is nagegaan welke knelpunten zij hebben ervaren. Dit is gedaan met ondersteunde hulpvragen, bijvoorbeeld of de problematiek van de jeugdige snel werd gesignaleerd. Hieronder zijn alleen de uitsluitend negatieve (rode kleurcodering in bijlage 2) ervaringen weergegeven. 45

Knelpunten (o.b.v. ondersteunde hulpvragen)

Moment voordat hulp startte Tijdige signalering van de problematiek Ouders wisten waar ze met hun vraag terecht konden Moment dat Sociaal Wijkteam in beeld kwam Tijdig bezoek van het Sociaal Wijkteam aan de ouders Goede klik met medewerker Sociaal Wijkteam Langdurig dezelfde consulent Goed overgedragen door het Sociaal Wijkteam naar jeugdhulp Medewerker Sociaal Wijkteam zocht/ had contact met de jeugdhulpverlener Het Sociaal Wijkteam voerde de regie De hulp werd na afloop afgeschaald naar het voorliggend veld (bv welzijn, school, praktijkondersteuner) Steeds tussentijdse evaluaties geweest over de voortgang van de hulp Moment dat jeugdhulpverlener in beeld kwam Tijdig hulp ontvangen van de jeugdzorgaanbieder Goede klik met de jeugdhulpverlener Steeds tussentijdse evaluaties geweest over de voortgang van de hulp De hulp is tijdig op- of afgeschaald De hulp sloot aan bij de gezinssituatie Effect van de ondersteuning Hulp voorkwam verergering van problemen Hulp maakte problemen behapbaar Hulp loste problemen op Betrokkenheid andere organisaties School Huisarts Meerdere jeugdhulporganisaties

Aantal keer als negatieve ervaring genoemd door ouders 6 (uit 15) 4 (uit 15) 3 (uit 15) 0 (uit 15) 2 (uit 15) 0 (uit 15) 3 (uit 15) 7 (uit 15) 3 (uit 15) 4 (uit 15)

4 (uit 15) 3 (uit 15) 3 (uit 15) 4 (uit 15) 5 (uit 15) 3 (uit 15) 2 (uit 15) 1 (uit 15) 1 (uit 15) 0 (uit 15) 0 (uit 15)

De meest voorkomende negatieve ervaringen zijn: ▪ De wel verwachte maar niet ervaren regie vanuit het Sociaal Wijkteam. In de onderzochte casussen waar daar sprake van was, was sprake van een oververtegenwoordiging van complexe casuïstiek en hulp in het gedwongen kader. ▪ De niet tijdige signalering van de problematiek. Bijvoorbeeld omdat op school te lang gewacht werd met het inschakelen van hulp. ▪ Het niet goed aansluiten van de hulp bij de gezinssituatie. Dit waren met name casussen waarin volgens ouders onvoldoende oog was voor de gevolgen van een hulpvraag van de ouders of kinderen voor het gehele gezin. Daarnaast zijn open vragen gesteld over wat ouders een ander gezin in een soortgelijke situatie zouden toewensen wat zij niet hebben gekregen maar wel zouden toewensen. Terugkijkend, wat ging volgens jou niet goed in het traject?

Aantal keer genoemd (meerdere antwoorden mogelijk)

46

Te veel personen rond het kind, veel wisselingen in hulpverleners en/of Sociaal Wijkteam medewerkers

4

De overgang van de leeftijd 18- naar 18+ verliep niet goed / de grens is te hard / ouders mogen meer betrokken worden zodra het kind 18 wordt / nazorg na 18e verjaardag vanuit Sociaal Wijkteam onvoldoende

4

Ontbreken klik met hulpverlener en ontbreken mogelijkheid om van hulpverlener te wisselen

3

De communicatie vanuit het Sociaal Wijkteam

3

Sociaal Wijkteam kwam te laat in het traject in beeld (omdat verwijzing niet via Sociaal Wijkteam verliep)

3

Vanuit school werd hulp niet tijdig ingeschakeld en niet tijdig opgeschaald

2

Het Sociaal Wijkteam was niet onpartijdig en koos partij voor één van de ouders

2

Ouders beter meenemen / betrekken in de hulp

2

Goede/passende hulporganisatie niet nabij (grote afstand)

2

Ontbreken brede uitvraag aan de voorkant / te snelle doorverwijzing voor goed vastgesteld was wat nodig was

1

Sociaal Wijkteam gaf ons het gevoel dat het bepalen van de hulp kostengedreven is in plaats van te doen wat nodig is

1

Aanpak richtte zich alleen op het kind in plaats van het hele gezin (systeemdenken)

1

Plan van aanpak en goede uitleg bij hulpverlening ontbrak

1

Onduidelijkheid waar je met een hulpvraag naartoe kunt

1

Wachtlijst van hulporganisatie

1

* Ouders geven aan wat zij niet goed vonden gaan in het traject. Dat betekent niet dat de overige onderdelen van het traject automatisch wel goed gingen, maar gevraagd is naar de aspecten die zij niet goed vonden gaan.

Negatieve factoren genoemd door ouders, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverleners Gesproken is met een vijftal bij deze casussen betrokken medewerkers van het Sociaal Wijkteam en een vijftal jeugdhulpverleners. Dit om te toetsen of betrokkenen rondom dezelfde casus dezelfde negatieve factoren benoemen. Hieruit blijkt dat: ▪ Tijdige signalering van de problematiek verbeterd kan worden. ▪ Tijdig de juiste hulp krijgen een knelpunt is, als gevolg van wachtlijsten en het niet aansluiten van het inhoudelijke aanbod bij de vraag. In een aantal casussen was het lastig om een match te maken tussen de jeugdige en het inhoudelijke aanbod. ▪ De ervaren procesregie van het Sociaal Wijkteam. Hier waren de casussen in het gedwongen kader waar sprake is van een overgang tussen 18- en 18+ oververtegenwoordigd. Hierbij speelt dat in het gedwongen kader de regie niet bij het Sociaal Wijkteam ligt, maar bij de jeugdbeschermer. De gezinsbeschermer ervaart in die regierol echter onvoldoende doorzettingsmacht om hulp te kunnen organiseren waar dat niet gemakkelijk gaat.

47

Onderdelen in de bestuurlijke opdracht aan de Sociale Wijkteams die niet positief bijdragen aan de gewenste integrale vraag- en resultaatgerichte aanpak Zoals in de vorige paragraaf al benoemd bleek dat de opdracht van het Sociaal Wijkteam door het Sociaal Wijkteam als breed en abstract werd ervaren. Integraal werken is één van de opdrachten van het Sociaal Wijkteam. Dat betekent dat een jeugdvraag niet altijd een jeugdoplossing vraagt en vaak meerdere netwerk- of ketenpartners een onderdeel van de aanpak of oplossing vormen. ▪ Het eerste aandachtspunt is de onduidelijkheid over waar de regie ligt op de gehele keten om integraliteit te waarborgen, met name bij complexe casuïstiek. Het gevoel bij de Sociale Wijkteams is dat met name de hulpaanbieder hierop afgerekend wordt. Het hele stuk, de hele keten op alle niveaus is allesbehalve integraal. Onduidelijk is bij wie de regie hierop ligt volgens meerdere respondentgroepen. Een voorbeeld uit het casusonderzoek illustreert dat: als sprake is van een rechterlijke uitspraak, bijvoorbeeld de inzet van jeugdbescherming, dan ligt de regie bij de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer blijkt in complexe casussen niet altijd in staat om andere partners, bijvoorbeeld de centrale toegang voor begeleid wonen of jeugdzorgaanbieders op één lijn te krijgen.

De rol die het Sociaal Wijkteam inneemt is dan vooral faciliterend, maar niemand van de netwerkpartners neemt of heeft de doorzettingsmacht om een besluit te forceren. In de betreffende casus leidde dat ertoe dat in de overgang van 18- naar 18+ de uitkomst was dat de hulp eindigde. ▪ Een tweede aandachtspunt is dat de inkoopopdracht (1) niet geheel aansluit bij de opdracht van het Sociaal Wijkteam en (2) bij de opgaven en de ambities. Verwacht wordt dat de nieuwe inkoop daar wel verbetering in gaat brengen. ▪ Een derde aandachtspunt is dat het Sociaal Wijkteam met verschillende beleidsambtenaren te maken heeft. Het Sociaal Wijkteam is dan zoveel als mogelijk integraal ingericht, maar de beleidsambtenaren richten zich op een heel specifiek stukje. Dat betekent dat het Sociaal Wijkteam niet altijd eenduidig wordt gestuurd vanuit de beleidsmatige kant. Onderdelen in de middelen (kwalitatief en kwantitatief) van het Sociaal Wijkteam die nu niet bijdragen aan de gewenste integrale vraag- en resultaatgerichte aanpak De Sociale Wijkteams geven aan dat zij niet altijd voldoende capaciteit hebben. Zeker tijdens de coronapandemie hebben de Sociale Wijkteams te maken gehad met een hoge werkdruk. Niet alleen door uitval van personeel en de coronamaatregelen. Corona heeft ook zichtbaar gemaakt welke problemen bij jongeren onder de oppervlakte al speelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=afa36659-2126-4021-84b5-328bbac41a3c