Bijlage 1 Ruimtelijke verkenning SMR Overijssel - eindrapport 10 juni 2026
Tekst van het document
Ruimtelijke verkenning SMR’s Overijssel Eindrapport 22 mei 2026 Titus Tielens, Tomas De Leus, Suresin Mari PUBLIC
INTERNAL
RESTRICTED
CONFIDENTIAL
Samenvatting Introductie
3.
Kleine SMR’s voor industrie met een vermogen tot 100 MWe. Dit zijn in principe dezelfde soort SMR’s als groep 2, maar dan ingezet op of bij industrieterreinen voor de productie van elektriciteit, directe proceswarmte of warmtekrachtkoppeling, of als energiebron voor waterstofproductie. Door de (gedeeltelijke) warmtetoepassing is de koelbehoefte in deze situaties navenant kleiner.
Provincie Overijssel streeft naar een gebalanceerde, duurzame energiemix en zelfvoorzienendheid in de productie van elektriciteit en warmte. Kleine modulaire reactoren (SMR’s) kunnen een pijler zijn in een toekomstig energiesysteem. Echter, er is nog onvoldoende inzicht in de potentie, kosten en ruimtelijke impact van SMR’s. Provincie Overijssel heeft daarom een onderzoek uitgezet om mogelijke vestigingsgebieden van SMR’s in kaart te brengen, kijkend naar de technischfysieke inpassingsmogelijkheden, uitgaande van de bestaande situatie, los van politieke overwegingen en mogelijke toekomstige planologische ontwikkelingen.
De locatiecriteria voor SMR’s zijn vastgelegd door de IAEA (SSG-35) en zijn ook voor Nederland de basis voor het wettelijke kader. Ze zijn door Tractebel ingedeeld in acht categorieën zoals hieronder weergegeven. Sommige criteria zijn uitsluitingscriteria, of exclusiecriteria. Gebieden met deze kenmerken zijn in principe uitgesloten (tenzij de veiligheid desondanks aangetoond kan worden). Naast exclusiecriteria bestaan ook graduele evaluatiecriteria die bepalen of een gebied meer of minder geschikt is. De meeste criteria gelden voor alle typen SMR’s; echter afstand tot koelwater weegt zwaarder voor grote SMR’s en afstand tot energievraag is afhankelijk van het type.
Ingenieursbureau Tractebel heeft de ruimtelijke verkenning uitgevoerd in de periode januari-mei 2026. Op basis van de internationaal erkende exclusie- en evaluatiecriteria (gedefinieerd in SSG35) van de IAEA is een inventarisatie gemaakt van gebieden die in eerste instantie geschikt lijken voor vestiging van een SMR. Deze gebieden worden in dit rapport aangeduid met de term mogelijke gebieden De verkenning houdt rekening met de kenmerken van Overijssel. Er is relatief veel natuur, weinig koelwater, weinig industrie en een voor Nederlandse begrippen beperkte vraag naar energie. Het resultaat is nadrukkelijk een eerste verkenning, die informatie oplevert voor verdere beleidsvorming en/of eventuele (private) SMR-initiatieven. De verkenning doet geen definitieve uitspraken, maar geeft alleen aan wat de meer of minder logische vestigingsgebieden zijn. Als zich in de toekomst concrete kansen voordoen voor een specifieke SMR op een specifieke locatie, dan zal diepgaand vervolgonderzoek in alle gevallen nodig zijn.
Overzicht van locatiecriteria
Locatiecriteria In het onderzoek is allereerst gekeken naar welke typen SMR’s mogelijk in Nederland commercieel uitgerold zouden kunnen worden. Circa vijftien concepten lijken kansrijk voor marktintroductie vanaf 2040. Deze zijn ingedeeld in drie profielen die voor de schaal van Overijssel relevant zijn: Grote SMR’s met een elektrisch vermogen tussen 100 en 500 MWe. Deze zijn geschikt voor het publieke hoogspanningsnet, maar hebben een te groot vermogen in verhouding tot het verbruik van de industrieclusters en gemeenten in Overijssel.
2.
Kleine SMR’s voor het publieke net met een vermogen tot 100 MWe. Deze zijn passend voor elektriciteitsproductie op regionaal of gemeentelijk niveau en eventueel stadswarmte.
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
1.
2
Exclusiegebieden – waar kan een SMR waarschijnlijk niet?
Mogelijke gebieden per type SMR
Geografische gegevens met betrekking tot de genoemde criteria zijn verzameld in een Geografisch informatiesysteem (GIS)-model, genaamd SMR.SITE, dat specifiek is ontwikkeld voor nucleaire installaties. Het team heeft de impact van alle criteria afzonderlijk geanalyseerd en vervolgens de kaartlagen van alle criteria over elkaar heen gelegd in een multicriteria-analyse.
Voor de overgebleven gebieden is in een tweede stap gekeken naar de aanvullende evaluatiecriteria. Op deze wijze zijn enkele mogelijke gebieden in kaart gebracht, afhankelijk van het type SMR. Voor de grote SMR’s blijkt uit de multicriteria-analyse dat enkele gebieden bij de IJssel het meest geschikt zijn. Dat komt voornamelijk omdat grote SMR’s afhankelijk zijn van koelwater, zeker als ze gebruikmaken van doorstroomkoeling, maar ook als ze mechanische koelmodules benutten.
In de gecombineerde analyse is als eerste gekeken naar de impact van alle exclusiecriteria. Met andere woorden: er is onderzocht waar een SMR waarschijnlijk niet mogelijk is. Grote gebieden lijken in eerste instantie niet geschikt, omdat ze te dicht bij woongebieden zitten, het risico lopen op overstroming, of overlappen met natuurgebieden en infrastructuur, zoals weergegeven in onderstaande overzichtskaart. Eén exclusiecriterium kon in deze fase echter niet worden geanalyseerd: het is niet bekend welke van de historische ondergrondse breuklijnen in Overijssel nog potentieel actief zijn en dus zijn de bufferzones rond deze lijnen voorlopig niet uitgesloten. Dit aspect zal in een eventueel concreet SMR-project wel nader onderzocht moeten worden.
1. Mogelijke gebieden voor grote SMR’s (100-500 MWe)
Exclusiegebieden SMR Overijssel
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
3
INTERNAL
In een nadere kwalificatie van deze gebieden komen nog enkele aandachtspunten naar voren. Zo is gebied D minder geschikt indien niet aangetoond kan worden dat de historische breuklijnen in de diepe ondergrond inactief zijn. Gebied B ligt net buiten een Natura 2000-gebied maar is afhankelijk van koelwater dat in het Natura 2000-gebied stroomt. Gebieden A en B liggen beide in buitendijkse gebieden, waar een provinciale verordening momenteel beperkingen oplegt.
Voor kleine SMR’s tot 100 MWe die worden ingezet voor de productie van elektriciteit op het publieke net zijn in principe veel gebieden op het eerste gezicht geschikt. Verdere selectie van gebieden is in deze fase niet zinvol.
3. Mogelijke gebieden voor kleine SMR’s (tot 100 MWe) voor industrie
2. Mogelijke gebieden voor kleine SMR’s (tot 100 MWe) voor publieke net
In een nadere kwalificatie lijken enkele gebieden minder kansrijk. Gebieden 3 en 4 liggen dicht bij woongebieden zitten en kennen een iets hoger overstromingsrisico, van eens per driehonderd jaar. Gebied 1 ligt boven zoutcavernes en gebied 5 bevindt zich in een laagvlieggebied.
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Conclusie Uit de ruimtelijke verkenning komt naar voren dat voor Overijssel gedacht kan worden aan een grote SMR in het westen, wellicht zelfs met meerdere units. Daarnaast kan gekeken worden naar een of meer kleine SMR’s verspreid over de provincie voor publieke of industriële toepassing.
4
INTERNAL
Voor kleine SMR’s tot 100 MWe die worden ingezet op of bij industrieterreinen of andere grote energieverbruikers zijn eveneens veel gebieden geschikt. Gekeken is daarom naar de zeven clusters met het hoogste gecombineerde energieverbruik van elektriciteit en proceswarmte, zoals aangegeven op onderstaande kaart.
Inhoud
1.1.
Introductie en doel van het onderzoek
2.2.
Locatiecriteria voor SMR’s in Overijssel
3.3.
Geografische analyse op basis van locatiecriteria
4.4.
Mogelijke gebieden per type SMR
INTERNAL
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
5
1. Introductie Doel van het onderzoek
Provincie Overijssel streeft naar een gebalanceerde, duurzame energiemix en zelfvoorzienendheid in de productie van elektriciteit, warmte en waterstof Energievisie Overijssel 2050 "In Overijssel streven we naar een gebalanceerde energiemix, waarbij we onze vraag vanuit verschillende energiedragers willen invullen. Warmte, waterstof en biogas gaan een belangrijke rol spelen om de grote toename in de elektriciteitsvraag te beperken. Hiermee zetten we in op een robuust systeem, voorkomen we een te grote druk op de beschikbare ruimte in Overijssel en bieden we kansen voor onze inwoners en ondernemers.
Opmerking: 34 PJ aan elektriciteit is circa 9,5 terawattuur, waarvoor 1,1 gigawatt vermogen nodig is Bron: Energievisie Overijssel 2050 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
De vervolgvraag is welk aandeel van onze energievraag we zelf opwekken. Dat begint met energiebesparing. In lijn met het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) willen we daar maximaal op inzetten. We zetten in op energiebesparing om de energievraag voor Overijssel in 2050 te beperken. Realisatie daarvan vraagt wel extra inzet. Na besparing blijft er een vraag naar biogas, warmte, waterstof en elektriciteit over. Voor biogas en warmte voorzien we in 2050 zelf in onze behoefte. De beschikbaarheid van waterstof bouwen we lokaal op, waarbij we uiteindelijk toewerken naar een situatie waarbij we het grootste deel importeren. Voor elektriciteit streven we naar zelfvoorzienendheid. Niet voor ieder gebied en voor ieder moment, maar voor Overijssel als geheel en over het hele jaar beschouwd. We beperken de aanvullend benodigde opwek van hernieuwbare elektriciteit in Overijssel door in te zetten op energiebesparing en andere energiedragers dan elektriciteit. Rond 2030 zijn we met onze huidige ambities ongeveer op de helft. Om zelfvoorzienend te zijn streven we in 2050 naar een opwek van jaarlijks 34 petajoule (PJ) aan elektriciteit.
7
SMR’s kunnen een pijler zijn in een toekomstig energiesysteem, maar er is nog onvoldoende inzicht in de potentie, kosten en ruimtelijke impact Energievisie Overijssel 2050 (vervolg)
Beleidsverkenning Universiteit Twente
"Welke technieken - denk aan zon op dak, Small Modular Reactors (SMR’s) en windenergie - hier na 2030 een rol in gaan spelen, bepalen we over vier jaar, bij de volgende herijking van de energievisie. Belangrijkste reden hiervoor is dat we op dit moment onvoldoende inzicht hebben in de mogelijke potentie van SMR’s in Overijssel.
De energietransitie in Nederland vraagt om een brede mix aan duurzame en betrouwbare energiebronnen. Voor de provincie Overijssel is het verkennen van de rol van kernenergie daarbij een strategische afweging geworden, mede ingegeven door ambities op het gebied van leveringszekerheid, CO₂reductie en economische ontwikkeling.
"Met zon op dak en innovatie verhogen we de beoogde eigen opwek van elektriciteit substantieel richting 2050. We onderzoeken de rol die Small Modular Reactors (SMR’s) hierin kunnen spelen. We willen een proportionele bijdrage aan een klimaatneutraal Nederland leveren. Als provincie met een relatief kleine elektriciteitsvraag en veel ruimte proberen we daarom onze eigen elektriciteitsvraag op te wekken. Daarbij willen we verdere inzet op opwek met zon op land en wind zoveel als mogelijk beperken, zonder deze ambitie van zelfvoorzienendheid los te laten.
Bron: Energievisie Overijssel 2050 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
De eerste analyse van CSTM bracht in beeld wat de inzet van SMR’s zou kunnen betekenen op beleidsmatig, technisch en maatschappelijk vlak. De studie onderstreepte dat er vanuit provinciaal perspectief ruimte is voor vervolgstappen op het gebied van kennisontwikkeling, beleidsvorming en ruimtelijke voorbereiding.
8
INTERNAL
"Rond 2028 verwachten we meer zicht op de haalbaarheid en inzetbaarheid van SMR’s en ontstaat er ook in de uitvoeringsagenda weer ruimte om nieuwe projecten aan te jagen voor de periode na 2030. Om dat zicht te krijgen op SMR’s sluiten we aan bij de nationale verkenning en doen we zelf ook diverse onderzoeken. Onderdeel hiervan is ook een locatieonderzoek: waar in Overijssel zou een SMR passen?
In 2024 heeft Overijssel daarom onderzocht welke mogelijkheden kleinschalige kernreactoren – specifiek Small Modular Reactors (SMR’s) – kunnen bieden binnen de provinciale context. Deze interesse werd versterkt door nationale beleidsontwikkelingen en de beschikbaarheid van gestandaardiseerde, schaalbare nucleaire technologie die mogelijk beter aansluit op de regionale energie-infrastructuur dan grootschalige centrales.
Provincie Overijssel heeft daarom een onderzoek uitgezet om mogelijke vestigingsgebieden van SMR’s in kaart te brengen Onderzoeksopdracht ruimtelijke verkenning SMR’s
Bron: Offerteaanvraag meervoudig onderhandse procedure Ruimtelijke Verkenning SMR’s (Provincie Overijssel, 2025) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Welke gebieden komen ruimtelijk-technisch gezien in aanmerking voor een SMR? 1.
Wat zijn de locatiecriteria van SMR’s per schaalniveau?
2.
Wat zijn de mogelijke gebieden en hun karakteristieken?
3.
Welke gebieden voldoen aan de criteria, per schaalniveau?
De ruimtelijke verkenning is een technische analyse van alle exclusie- en evaluatiecriteria voor de fysieke inpassing van SMR’s, op hoofdlijnen, om te komen tot een inventarisatie van mogelijke gebieden. Buiten scope van dit onderzoek zijn politieke overwegingen, planologische visievorming, draagvlakonderzoek en eventuele technische vervolgstappen zoals de selectie van specifieke locaties, milieueffectrapportages en haalbaarheidsonderzoeken.
9
INTERNAL
"Het doel is het laten uitvoeren van een Ruimtelijke Verkenning naar mogelijke vestigingslocaties voor Small Modular Reactors (SMR’s) binnen de provincie Overijssel. De verkenning moet een onderbouwd overzicht opleveren van ruimtelijke condities, mogelijkheden en beperkingen voor de inpassing van SMR’s op verschillende schaalniveaus. Daarbij wordt gekeken naar factoren als geologische geschiktheid, netaansluitingen, koelwaterbronnen, milieueffecten en de aansluiting op regionale energiebehoefte en infrastructuur. De resultaten van de verkenning kunnen gemeenten en de provincie ondersteunen bij beleidsvorming en besluitvorming over de ruimtelijke voorbereiding van kernenergie, onder meer via aanpassingen in omgevingsplannen en -visies. De provincie Overijssel wil met deze opdracht laten onderzoeken in hoeverre locaties binnen de provincie geschikt zijn voor de vestiging van Small Modular Reactors (SMR’s). De beoogde Ruimtelijke Verkenning richt zich op het systematisch in beeld brengen, analyseren en beoordelen van kansrijke gebieden vanuit ruimtelijk, ecologisch en technisch perspectief.
Doel van dit onderzoek
De ruimtelijke verkenning identificeert mogelijke gebieden op basis van internationaal erkende exclusie- en evaluatiecriteria van de IAEA
Locatieverkenning Eerste globale verkenning van mogelijke gebieden
Locatiekeuze Selectie van meest geschikte locatie
Karakterisering Gedetailleerde analyse van de gekozen locatie
Bouwfase Verdere detaillering en monitoring
Operationele fase Periodieke herevaluatie
Scope van dit onderzoek
INTERNAL
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
10
De verkenning houdt rekening met de unieke kenmerken van Overijssel: relatief veel natuur, weinig water, weinig industrie, beperkte vraag naar energie
Overijssel in een notendop Overijssel telt 1,2 miljoen inwoners en is met circa 360 inwoners per km2 een middenmoter binnen Nederland
•
Het landschap is landelijk en sterk gevarieerd met zandgronden, stuwwallen en laagveengebieden, in drie verschillende landstreken: Salland, Twente en de Kop van Overijssel
•
De provincie herbergt twee nationale parken, Weerribben-Wieden en Sallandse Heuvelrug
•
Overijssel ligt niet in het grote-rivierengebied maar kent wel enkele middelgrote rivieren zoals de IJssel, Vecht, Regge, Dinkel en Zwarte Water en vooral kleinere meertjes en veenplassen in het noordwesten
•
Hoewel de provincie vooral in Twente van oudsher een sterke industriële traditie had zijn er momenteel relatief weinig grote industriële clusters
•
De totale vraag naar energie, ongeveer 89 petajoule, representeert 6 procent van het totale verbruik in Nederland
Bron: geodata Overijssel 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
•
11
Het resultaat is een eerste stap die informatie levert voor verdere beleidsvorming; voor concrete projecten zal te zijner tijd diepgaand vervolgonderzoek nodig zijn
Ruimtelijke verkenning Ruimtelijke verkenning
Inventarisatie van mogelijke gebieden
22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
• Draagvlakstudie • Potentieonderzoek • Studie naar inpassing SMR in energiesysteem • Volgende versie van Energievisie 2050 • Omgevingsvisies provincie en gemeenten • Participatietrajecten
De ruimtelijke verkenning is bedoeld als input voor beleidsvorming op provinciaal niveau. Indien gewenst kunnen geïnteresseerde gemeenten deze verkenning ook gebruiken voor lokale beleidsvorming. Dit kan ertoe leiden dat stakeholders besluiten tot het starten van concrete SMRprojecten.
Concrete SMR-projecten • Haalbaarheidsstudies • Locatieonderzoeken, plan-MER-onderzoeken en veiligheidsanalyses door initiatiefnemers voor specifieke SMR’s op een specifieke locaties
Als gevolg van beleidsvorming, of juist onafhankelijk daarvan, kunnen initiatiefnemers naar voren treden met een voorstel voor een SMR op een specifieke locatie. Zij zullen met diepgaand onderzoek moeten aantonen dat de SMR veilig gevestigd kan worden op de beoogde locatie. Concrete initiatieven kunnen op hun beurt weer invloed hebben op beleidsvorming.
12
INTERNAL
Deze ruimtelijke verkenning is een eerste inventarisatie van de meest logische gebieden voor vestiging van een SMR – hier genoemd ‘mogelijke gebieden’ – op een globaal, grofmazig niveau, puur vanuit technisch-ruimtelijk oogpunt. De verkenning doet geen definitieve uitspraak over alle mogelijke locaties binnen deze gebieden. Ook binnen gebieden die logisch lijken kunnen er redenen zijn waarom een SMR toch niet mogelijk is. Het omgekeerde geldt ook. Een initiatiefnemer kan op basis van diepgaand locatieonderzoek aantonen dat een specifieke locatie wel geschikt is voor een bepaald type SMR. Het onderzoek kijkt daarbij enkel naar de huidige situatie, zonder rekening te houden met omgevingsvisies of geplande wijzigingen in ruimtegebruik. Het is bedoeld als eerste globale inschatting. In alle gevallen zal voor een concreet project diepgaand vervolgonderzoek nodig zijn.
Beleidsvorming
2. Locatiecriteria voor SMR’s in Overijssel
Kleine modulaire kerncentrales (SMR’s) zijn wereldwijd in opkomst
Ontwikkeling van SMR’s
Voorbeelden van SMR’s in ontwikkeling
Small • Vermogen 1-500 MWe • Benodigd oppervlak 1-15 hectare Modular • Gecentraliseerde serieproducte van de belangrijkste componenten • Veel prefab-modules • Transport via containers • Lokale assemblage • En/of: koppeling van meerdere reactor-units op één locatie
GE Hitachi BWRX-300
Holtec SMR-300
Rolls Royce SMR
Westinghouse AP300
Reactors • Energie uit nucleaire splijtingsreactie
INTERNAL
Op dit moment is wereldwijd circa 400 GWe aan geïnstalleerd vermogen aanwezig in kerncentrales. Vrijwel alle kerncentrales wereldwijd hebben een vermogen van 500 MWe of meer. Sinds enkele decennia zijn daarnaast ook veel kleine kerncentrales in ontwikkeling, de zogenaamde Small Modular Reactors. Deze hebben een vermogen van 1 tot 500 MWe en worden modulair genoemd vanwege de innovatieve productiemethode. Idee is dat een groot deel van de reactor in de vorm van prefab-componenten op een centrale locatie fabrieksmatig wordt geproduceerd, waarna de assemblage op locatie in een relatief kort tijdbestek kan plaatsvinden. Ook bieden sommige concepten de mogelijkheid om relatief eenvoudig meerdere units aan te sluiten op één locatie. Binnen de EU is de verwachting dat de huidige 100 GWe aan capaciteit wordt uitgebouwd tot 150 GWe in 20402050, waarbij 50 GWe afkomstig zal zijn van SMR’s.
Small Modular Reactors
Zie voor een algemene introductie: SMR Zeeland 2050 (Tractebel-Haskoning 2026), Kennismodule SMR (NRG PALLAS, 2025) en vele andere studies 22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
14
In Nederland kunnen verschillende soorten SMR’s worden verwacht rond 2040 Welke SMR’s kunnen concreet worden verwacht? Momenteel zijn twee SMR’s operationeel in Rusland en China, worden SMR’s gebouwd in Canada, VS en Wales, en zijn meer dan honderd concepten in ontwikkeling. Lang niet alle ontwikkelaars van SMR’s zijn gericht op Nederland of Europa. Ook bevinden veel concepten zich nog in een pril stadium. Het aantal bekende Europees geörienteerde ontwikkelaars met een vergevorderd ontwerp is beperkt tot circa vijftien specifieke modellen. De tabel rechts toont de voorbeelden naar inschatting van Tractebel. Voor deze verkenning wordt onderscheid gemaakt tussen twee grootteklassen. Op de schaal van Overijssel moeten alle SMR’s boven 100 MWe als ‘groot’ worden beschouwd. Merk op dat sommige SMR’s weliswaar minder dan 100 MWe zijn per reactor, maar omdat de ontwikkelaar deze standaard in meerdere units per site wil ontwikkelen vallen ze toch effectief in de categorie ‘groot.’ Voorbeelden zijn de SMR’s van X-Energy, NuScale en Kairos Power. Als bovengrens is 500 MWe gehanteerd, boven die grens gelden projecten per definitie als nationale projecten, waardoor ze buiten de scope van deze studie vallen. Merk ook op dat de categorie micro-SMR, met een vermogen onder de 20 MWe, ontbreekt. Momenteel zijn er geen microSMR’s bekend die binnen 10-20 jaar in Nederland zullen verschijnen.
Ontwikkelaar
Model
Gen
Vermogen per site Thermisch Elektrisch MWth MWe
Grote SMR's (100-500 MWe) Rolls-Royce Nuward Newcleo Terrestial TerraPower X-Energy NuScale Westinghouse Hexana GE Vernova Hitachi Kairos Power
RR SMR Nuward SMR LFR-AS-200 IMSR400 Natrium Reactor Xe-100 4NPM AP300 Hexana SMR BWRX-300 KP-FHR
3 3 4 4 4 4 3 3 4 3 4
1358 1150 960 884 840 800 1000 990 800 870 320
470 400 400 390 335 320 308 300 300 285 150
4 4 4 4 4 4
250 200 140 100 70 70
100 75 55 40 25 25
Kleine SMR's (20-100 MWe) Thorizon Oklo Blykalla Copenhagen Atomics Allseas Rolls-Royce
Thorizon One Aurora Sealer-55 CA Reactor Allseas SMR RR AMR
INTERNAL
Naar verwachting zullen de eerste SMR’s in westerse landen rond 2030-2032 operationeel worden. Rekening houdend met de verwachte doorlooptijd voor aanbesteding, vergunningen en realisatie duurt het vervolgens tot minimaal 2040 voordat ze op commerciële basis draaien in Nederland.
Voorbeelden van mogelijke SMR’s voor Nederland vanaf 2040
Bron: Tractebel SMR.KNOW, OECD NEA SMR dashboard 2025, Ruimtelijke en Energetische inpassing Small Modular Reactors (SMR's) in de industrie (Haskoning en Tractebel 2025, in opdracht van MinKGG) 22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
15
Voor de verkenning in Overijssel is de mogelijke inpassing van drie relevante SMR-profielen geanalyseerd Voorbeelden
Algemene doelgroep en toepassing
Group Grote SMR’s 100-500 MWe
Kleine SMR’s publiek net < 100 MWe
Oppervlak
Afstand tot aansluiting
Koeling
40 Hectare (15 Ha voor site en 25 tijdelijk Ha voor bouw)
Binnen 5-10 km van een hoogspanningsstation (380, 220, 150, 110 kV)
Voor koeling is in het algemeen water nodig, er zijn ruwweg 3 mogelijkheden: 1. Doorstroomkoeling, open kringloop 2. Koeltorens, gesloten kringloop met natuurlijke trek, 100-200 meter hoog 3. Natte koelmodules, gesloten kringloop met mechanische ventilatie, 10-20 meter hoog
• Rolls-Royce • Nuward • Newcleo • Terrestial • TerraPower • X-Energy • Westinghouse • Hexana • GE Vernova Hitachi • Kairos Power
Grote SMR’s zijn relevant op provinciaal niveau voor inzet op het publieke hoogspanningsnet
• Thorizon • Oklo • Blykalla • Copenhagen Atomics • Allseas
Kleine SMR’s zijn passend op regionaal of gemeentelijk niveau, inzet hoofdzakelijk voor elektriciteit op het publieke net; als aanvullende toepassing kan de laagwaardige restwarmte daarbij ingezet worden voor een stadswarmtenet
3 Hectare voor site en bouwterrein
Binnen 5-10 km van een hoogspanningsstation (150, 110 kV) of middenspanningsstation: (50, 25-36, 20 kV)
Koeling kan via doorstroomkoeling, natte of hybride koelmodules (waterbron eveneens binnen 2 km), maar is ook mogelijk via koelmodules op basis van actieve luchtkoeling zonder water
Kleine SMR’s sluiten ook goed aan bij de energiebehoefte van de industrie; private initiatieven voor industrie of industrieclusters zijn mogelijk (deels) achter de meter met diverse toepassingen: elektriciteit, proceswarmte, warmtekrachtkoppeling of waterstofproductie
3 Hectare, op of naast een industrieterrein van minimaal 25 Ha
Binnen 5-10 km van een hoogspanningsstation (150, 110 kV) of middenspanningsstation: (50, 25-36, 20 kV)
Idem als bij kleine SMR’s voor publieke net, maar met in veel gevallen een kleinere koelbehoefte indien de warmte productief wordt ingezet voor procesindustrie
Het water (rivier, meer of zee) bevindt zich idealerwijze binnen 2 km afstand
Bron: Tractebel 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
16
INTERNAL
Kleine SMR’s voor industrie < 100 MWe
Locatievereisten
Als locatiecriteria zijn de internationale richtlijnen van de IAEA gehanteerd
Internationale criteria voor zoeklocaties van SMR’s Het internationale atoomagentschap van de Verenigde Naties, de IAEA, heeft in Specific Safety Guide 35 de wereldwijd geaccepteerde criteria vastgelegd waaraan locaties van nucleaire installaties moeten voldoen. Deze criteria zijn ingedeeld in categorieën als natuurlijke risico’s en veiligheidsrisico’s ten gevolge van menselijke activiteiten. Daarnaast kijken ze ook naar praktische niet-veiligheidsgerelateerde voorwaarden zoals toegang tot voorzieningen en economische factoren.
Per categorie zijn er zogenaamde exclusie-criteria, oftewel knockoutcriteria, die aangeven waar een kernreactor in principe niet mogelijk is. Daarnaast zijn er ook zogenaamde ‘discretionary’ criteria met een meer gradueel karakter, ter evaluatie. Deze sluiten vestiging niet uit, maar geven aan in welke mate aanvullende maatregelen en ontwerpaanpassingen nodig zullen zijn.
Opmerking: SSG-35, appendix 1 (IAEA) is publiek beschikbaar en gemakkelijk te vinden met de zoekterm ‘SSG-35 IAEA’ 22 mei 2026
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Voorbeeldpagina uit appendix 1 van SSG-35
INTERNAL
De criteria van de IAEA zijn internationaal erkend en door Tractebel veelvuldig eerder toegepast in landen als België, Estland, Polen en Canada. Ook voor Nederland zijn deze criteria relevant. De wettelijke eisen voor Nederland, waarop wordt getoetst door de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, zijn alle gebaseerd op de criteria van de IAEA.
17
De criteria zijn gegroepeerd in acht categorieën en onderverdeeld in exclusie- en evaluatiecriteria Locatiecriteria In totaal zijn zo’n vijftig criteria gedefinieerd door de IAEA. Deze zijn door Tractebel onderverdeeld in acht categorieën. Categorieën A t/m F zijn algemene criteria, geldend voor alle typen SMR’s. Categorieën G en H zijn afhankelijk van het type SMR. Per categorie zijn de belangrijkste criteria rechts weergegeven. Deze vallen uiteen in twee soorten: •
•
Exclusie-criteria zijn uitsluitingsgronden of knockout-criteria. SMR’s in bijvoorbeeld overstromingsgebieden, vliegvelden, natuurgebieden of woonkernen zijn niet mogelijk. Evaluatie-criteria zijn gradueel en geven aan of een locatie meer of minder aantrekkelijk is. Zo ligt een site bij voorkeur op minder dan 2 km afstand van koelwater. Een grotere afstand is niet onmogelijk, maar de complexiteit en kosten nemen wel toe. Dit leidt tot verschillende scores per gebied, variërend tussen 0 en 1.
NB: sommige criteria zoals tropische stormen en vulkanische activiteit zijn niet relevant voor Nederland en daarom niet meegenomen.
Uitgangspunt: provinciale GIS-data en huidige situatie
EVALUATIE
A. Bevolking
• Bevolkingsdichtheid meer dan 10 inwoners per hectare
• Afstand tot bevolking
B. Natuurlijke risico’s
• Overstromingsrisico (hoog) • Breukvlakken (risico op deformatie)
• Overstromingsrisico (middel – laag) • Extreem weer
C. Natuur en omgeving
• Natuurgebied (Natura 2000, NNN) • Waterwingebied
• Weidevogels, grondwaterwinning, intrekgebied waterwinning
D. Cultureel erfgoed
• Rijksmonumenten • Beschermde archeologische gebieden
• Beschermde stads- en dorpsgezichten • Waardering archeologische gebieden
E. Risico’s industrie en infrastructuur
• Industrieterreinen met gevaarlijke stoffen • Vliegveld, leidingen, wegen, spoor, water
• Gaswolken • Natuurbrand
F. Aanwezige voorzieningen
• Nabijheid van transportmogelijkheden
G. Afstand tot koelwater
• Afstand tot voldoende koelwater (weging verschilt per type SMR)
H. Afstand tot energievraag
• Afstand tot hoogspanningsstation of industrie (afhankelijk van inzet SMR)
In alle gevallen zal voor een concreet SMR-project op een concrete locatie een volledige karakterisatie en evaluatie gedaan moeten worden. Bron: SSG-35 (IAEA), SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
18
INTERNAL
In de analyse zijn alleen publiek toegankelijke geïntegreerde GIS-data op provinciaal of nationaal niveau gebruikt. Deze zijn verwerkt in SMR.SITE, een geografisch analysemodel. Twee belangrijke beperkingen in de scope van de analyse zijn: • Niet meegenomen zijn GIS-data die alleen in individuele gemeentes beschikbaar zijn. • Er wordt uitgegaan van de huidige situatie. Plannen, omgevingsvisies en planologische wijzigingen zijn in deze fase niet meegenomen.
EXCLUSIE
3. Geografische analyse Op basis van locatiecriteria
A. Bevolking – niet in woongebieden, bij voorkeur op enige afstand Criterium
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Brondata
Woongebied
Exclusie
Uitgesloten zijn gebieden met meer dan 10 inwoners per hectare.
Geen SMR binnen woongebieden. De drempelwaarde van 10 komt min of meer overeen met de grens van de bebouwde kom (met het verschil dat industrieterreinen in de bebouwde kom op deze manier niet worden uitgesloten). Voor eerdere studies van Tractebel in Polen, België en Estland is dezelfde drempelwaarde gehanteerd.
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek
Afstand tot bevolking
Evaluatie
De score per gebied is afhankelijk van de afstand: • 0 m – 250 m: 0 (ongunstig) • 250 m – 5 km: versneld van 0 naar 1 • 5 km – 15 km: 1 (gunstig) • 15 km – 100 km: lineair van 1 naar 0.
Tractebel gebruikt als vuistregel een ideale afstand tussen 5 en 15 km. Meer dan 15 km is niet ideaal voor medewerkers die dagelijks naar de SMR moeten reizen.
Afstand tot bevolking
Evaluatiecriteria worden meegewogen met een score tussen 0 (ongunstig) en 1 (gunstig)
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
20
A. Bevolking Deze kaart toont het resultaat van toepassing van de criteria met betrekking tot bevolking. Woongebieden met meer dan tien inwoners per hectare zijn uitgesloten. Buiten woongebieden zijn SMR’s mogelijk, maar idealerwijze op meer dan 5 kilometer afstand.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
21
B. Natuurlijke risico’s – niet in overstromingsgebieden en rond breuklijnen Criterium
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Brondata
Overstromingsrisico – hoog
Exclusie
Grote kans: vaker dan 1 keer in de 30 jaar.
Dit betreft de jaarlijkse kans op overstroming, als gevolg van zowel een dijkdoorbraak als hevige regenval. De overstromingsrisico’s uit de meest recente klimaatatlas (2025) zijn gebaseerd op de klimaatscenario’s voor Nederland uit KNMI’14. Ieder scenario geeft een samenhangend beeld van twaalf klimaatvariabelen, waaronder temperatuur, neerslag, zeespiegel en wind – niet alleen in het gemiddelde klimaat, maar ook in de extremen, zoals de koudste winterdag en de maximum uurneerslag per jaar. De veranderingen gelden voor het klimaat rond 2050 en 2085 ten opzichte van het klimaat in de referentieperiode 1981-2010.
Klimaateffectatlas, 2025 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).
Overstromingsrisico – middel tot laag
Evaluatie
De score per gebied is afhankelijk van de kans: • Middelgrote kans (1/30-1/300): score 0,2 • Kleine kans (1/300-1/3.000): score 0,4 • Zeer kleine kans (1/3.000-1/30.000): score 0,6 • Extreem kleine kans (< 1/30.0000): score 0,8.
Buitendijkse gebieden
Evaluatie
Buitendijkse gebieden krijgen een score van 0,2.
In de provinciale Omgeveringsverordening Overijssel aangewezen overstromingsgebieden waar geen nieuwe kapitaalintensieve ontwikkelingen zijn toegestaan.
https://www.geoportaaloverijssel.nl/sea rch?text=buitendijks+gebied
Subsidiëntie (bodemverzakking)
Evaluatie
Gebieden boven gasvelden krijgen een score van 0,2.
Hier is aangenomen dat alle gasvelden in gebruik zijn of zijn geweest, zodat een risico op bodemdaling aanwezig is.
Brondata voor subsidiëntie: NLOG (Nederlandse-ondergrondportaal)
Evaluatie
Gebieden binnen 250 meter van zoutcavernes krijgen een score van 0,2.
De bufferzones gelden alleen voor de locaties waar boringen hebben plaatsgevonden, niet voor de wijdere licentiegebieden.
Extreem weer – storm, extreme neerslag
Evaluatie
(Evaluatie op basis van kans op extreem weer wordt kwalitatief behandeld in de beschrijving van de geselecteerde gebieden in hoofdstuk 4.)
Er zijn gegevens over bijvoorbeeld gemiddelde en extreme windsnelheden per gebied.
Klimaateffectatlas, 2025 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Aardtrilling of aardbeving (risico op deformatie)
Exclusie
(Als standaard wordt een bufferafstand van 5 km tot een actieve breuklijn gehanteerd. Echter, voor dit criterium is een meer gedetailleerde analyse nodig voor een definitieve uitspraak. Het wordt daarom kwalitatief behandeld in de beschrijving van de geselecteerde gebieden in hoofdstuk 4.)
Hoewel Nederland weinig sterke aardbevingen kent is dit niettemin een belangrijk en serieus criterium met mogelijk grote impact op de locatiekeuze. Nederland heeft veel ondergrondse historische breuklijnen die in theorie weer actief kunnen worden en kunnen leiden tot vervorming van het aardoppervlak. Een initiatiefnemer moet kunnen aantonen dat eventuele breuklijnen niet actief zijn en het risico op vervorming niet aanwezig is. Bij de realisatie van de PALLAS-reactor in Petten bijvoorbeeld heeft nader onderzoek moeten plaatsvinden, tegen kosten van enkele miljoenen euro’s en met anderhalf jaar vertraging tot gevolg.
An overview of induced seismicity in the Netherlands; Netherlands Journal of Geosciences, Volume 101, e1. https://doi.org/10.1017/njg.2021.14
Meer informatie over de KNMI’14 klimaatscenario’s:https://cdn.knmi.nl/sy stem/data_center_publications/files/00 0/070/616/original/Brochure_KNMI14_ NL.pdf?1640271317
NB: een aantal criteria uit SSG-35, zoals extreem weer (tornado, tropische storm, orkaan, zandstorm), grote aardverschuivingen, liquefactie, karst en vulkanische activiteit, zijn niet relevant in Nederland en daarom niet meegenomen; extreem weer (storm, neerslag) is wel relevant, maar daarvoor zijn geen geïntegreerde GIS-data voorhanden – dit aspect wordt meegenomen in de kwalitatieve evaluatie in H4 SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
De bufferafstand van 5 km is de internationale standaard (SSR1, SSG9 Rev1 van IAEA)
B. Natuurlijke risico’s Deze kaart toont het resultaat van toepassing van de criteria met betrekking tot natuurlijke risico’s. Uitgesloten zijn gebieden waar vaker dan eens per dertig jaar een overstroming optreedt. Overige gebieden zijn geëvalueerd op de kans op overstroming. Buitendijkse gebieden zijn daarbij apart aangegeven als ongunstig. Gebieden boven gas- en olievelden en boven zoutcavernes zijn niet uitgesloten maar worden bij voorkeur vermeden. Niet getoond op deze kaart: breuklijnen.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
23
Analyse breuklijnen Eén belangrijk risico is in deze eerste verkenning niet meegenomen in de geografische analyse omdat hiervoor verder bodemonderzoek nodig is. In de diepe ondergrond van Overijssel bevinden zich historische breuklijnen die actief geweest zijn in het Mioceen (de formatie van Breda) en het Kwartair (zie de European Geological Data Infrastructure, Quarternary). In principe worden gebieden binnen 5 km van mogelijke actieve breuklijnen in een eerste fase uitgesloten vanwege het risico op vervorming aan het aardoppervlak. Het is bij deze eerste evaluatie niet bekend welke breuklijnen als mogelijk actief bestempeld moeten worden. In Nederland is algemeen weinig seismische activiteit en zullen de meeste lijnen waarschijnlijk niet actief zijn. Toch is het voor een concreet initiatief nodig om, als een van de eerste stappen, de inactiviteit aan te tonen middels verder onderzoek. Om te voorkomen dat in deze fase te veel bufferzones onterecht worden uitgesloten is besloten om de specifieke beoordeling voor potentiële locaties te laten voor een latere fase. INTERNAL
Het risico op breuklijnen wordt wel kwalitatief meegenomen in de beschrijving en beoordeling van de geïdentificeerde gebieden in het volgende hoofdstuk.
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
24
C. Natuur en omgeving – natuurgebieden zijn uitgesloten; gebieden voor weidevogels en waterwinning zijn niet uitgesloten maar krijgen een lagere score Criterium Natura 2000
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Exclusie
Natura 2000-gebieden (habitat- en beschermde vogelgebieden) zijn uitgesloten.
Projectontwikkeling mag in theorie als onomstotelijk wordt aangetoond dat er geen significant negatief effect optreedt op (a) de beschermde natuurwaarden, en (b) broed- , foerageer- en rustgebieden van beschermde vogelsoorten – maar gezien de striktheid van deze eisen is dit praktisch niet mogelijk en is ervoor gekozen deze gebieden uit te sluiten; NB: N2000 dekt ook Ramsar en wetlands.
Zie Habitatrichtlijn en vogelrichtlijn
Bestaande natuur- en watergebieden en nieuw te realiseren natuurgebieden zijn uitgesloten.
Nieuwe projectontwikkeling is in principe niet toegestaan in (geplande) natuurgebieden tenzij aantoonbaar geen aantasting plaatsvindt en er geen alternatieven zijn. Er is strikte bescherming van ecologische en hydrologische functies; ingrepen zijn alleen toegestaan als natuurwaarden en watersysteem behouden of verbeterd worden – ook voor deze gebieden is ervoor gekozen deze gebieden uit te sluiten.
Zie richtlijnen NNN
Exclusie
Bronnen
GIS-data uit: Atlas Overijssel/ B4_Natura_2000-gebieden
GIS-data uit: Atlas Overijssel/ B46_Natuurnetwerk_Nederland
Exclusie
Deze gebieden zijn uitgesloten.
Geen zelfstandig juridisch beschermingsregime: projectontwikkeling wordt planologisch beoordeeld via Natura 2000, NNN, landschap en omgevingsverordeningen. Behoud en versterking van kernkwaliteiten is leidend, ook voor deze gebieden is ervoor gekozen deze uit te sluiten.
Atlas Overijssel/B0_Nationale_parken_ Weerribben_Wieden_en_Sallandse_Heuvelr ug/B0_Nationale_parken_Weerribben_Wied en_en_Sallandse_Heuvelrug
Waterwingebieden
Exclusie
Deze gebieden zijn uitgesloten.
Ontwikkelingen in beginsel uitgesloten, tenzij aantoonbaar geen nadelige effecten op winning, kwaliteit of kwetsbaarheid grondwater, ook voor deze gebieden is ervoor gekozen deze uit te sluiten.
Atlas Overijssel/B3_Waterwingebieden
Leefgebied weidevogels
Evaluatie
Deze gebieden zijn niet uitgesloten, maar krijgen een score van 0,5.
Gebied met stimulerend beschermingsbeleid. Projectontwikkeling is mogelijk mits negatieve effecten worden beperkt of gemitigeerd.
Geoportaal Overijssel/ IKN_Leefgebied_weidevogelsPolygon
Grondwaterbeschermingsgebieden
Evaluatie
Deze gebieden krijgen een score van 0,4.
Voorwaardelijke bescherming. Projectontwikkeling is toegestaan mits risico’s voor de grondwaterkwaliteit worden voorkomen en regels uit de omgevingsverordening worden nageleefd.
Atlas Overijssel/ B3_Grondwaterbeschermingsgebieden
Intrekgebieden waterwinning
Evaluatie
Deze gebieden krijgen een score van 0,8.
Licht beschermingsregime voor waterkwaliteit op lange termijn. Ontwikkeling is toegestaan mits geen verslechtering grondwater.
Atlas Overijssel/ B3_Intrekgebieden_potentiele_waterwinning
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
Nationale parken
25
C. Natuur en omgeving Deze kaart toont het resultaat van toepassing van de criteria met betrekking tot natuur en omgeving. Uitgesloten zijn gebieden die vallen onder Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en nationale parken. Waterwingebieden zijn eveneens uitgesloten.
Grondwaterbeschermingsgebieden, intrekgebieden voor waterwinning en leefgebieden van weidevogels zijn wel mogelijk mits de eventuele negatieve effecten worden gemitigeerd en de specifieke verordeningen worden nageleefd.
INTERNAL
NB: de mogelijke invloed van grondwaterbeschermings- en intrekgebieden in aangrenzende gebieden buiten Overijssel is meegenomen NB: alleen het zwaarst wegende criterium wordt getoond. Voorbeeld: binnen een Natura 2000-gebied kan ook een weidevogelgebied zijn. In dat geval wordt het Natura 2000-gebied weergegeven 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
26
D. Cultureel erfgoed – bescherming van rijksmonumenten, beschermde stadsgezichten en opgravingen
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Rijksmonumenten
Exclusie
Gebieden rondom rijksmonumenten zijn uitgesloten.
Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) heeft zeer strengen eisen binnen gedefinieerde contouren rond rijksmonumenten. De bescherming van zichtlijnen e.d. is zo strikt dat de bouw van een SMR praktisch onmogelijk is.
Rijksdienst cultureel erfgoed/ rijksmonumentcontouren
Archeologische gebieden (beschermd)
Exclusie
Zeer strikt beschermd archeologisch erfgoed is uitgesloten.
Bodemverstorende projectontwikkeling niet toegestaan. Behoud in situ is uitgangspunt.
AtlasOverijssel/ B73_Archeologische_gebieden
Archeologische gebieden
Evaluatie
De score per gebied is afhankelijk van de waardering door de RCE: • Zeer hoge archeologische waarde: score 0,2 • Hoge archeologische waarde: score 0,4 • Archeologische waarde: score 0,5 • Archeologische betekenis: score 0,6 • Geen waardering: score 0,9.
Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) heeft per subcategorie een meer of minder stringent beschermingsregime opgesteld.
Beschermde stads- en dorpsgezichten
Evaluatie
Deze gebieden krijgen score 0,1.
Sterke mate van bescherming.
Atlas Overijssel/B73_Beschermde_ stads_en_dorpsgezichten
Wederopbouwgebieden
Evaluatie
Deze gebieden krijgen score 0,5.
Ontwikkeling is toegestaan mits rekening wordt gehouden met kenmerkende stedebouwkundige structuur.
Nationaal Georegister/ Wederopbouwgebieden
Unesco Werelderfgoed
Exclusie
Deze gebieden zijn uitgesloten.
Zeer zwaar beschermde gebieden, praktisch onmogelijk voor een SMR.
Nationaal Georegister/ Unesco_Werelderfgoed_28992
Opmerking: gemeentelijke monumenten zijn niet (volledig) opgenomen in de provinciale GIS-data en daarom niet meegenomen in de verkenning SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Brondata
INTERNAL
Criterium
27
D. Cultureel erfgoed Deze kaart toont het resultaat van toepassing van de criteria met betrekking tot cultureel erfgoed. Uitgesloten zijn beschermde archeologische locaties, zoals bepaald door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), rijksmonumenten en contouren daaromheen, en Unesco Werelderfgoed. Overige beschermde stads- en dorpgezichten of archeologische locaties zijn ingedeeld in verschillende klassen door de RCE. Bouw van een SMR is in principe mogelijk, mits rekening wordt gehouden met het specifieke beschermingsregime.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
28
E. Risico’s industrie en infrastructuur – niet bij gevaarlijke activiteiten Criterium
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Brondata
Luchthavens
Exclusie
Bufferzone rond vliegveld Twente is uitgesloten.
Gevaar voor vliegtuigongeval.
Atlas Overijssel/B27_Hoogtebeperking gebied_luchthaven_Twente
Laagvlieggebieden
Evaluatie
Laagvlieggebieden krijgen een score van 0,3.
Militaire luchtvaartuigen opereren op zeer lage hoogte en hoge snelheid; dit beperkt hoogte en bedrijfsvoering SMR.
https://hub.arcgis.com/datasets/
Industrieterreinen met gevaarlijke stoffen Exclusie
Industrieterreinen die vallen onder de sevesorichtlijn zijn uitgesloten.
Atlas Leefomgeving/ ev_locatie_activiteiten & ev_referenties
Industrieterreinen met gevaarlijke stoffen Exclusie – risico explosiegevaar
Berekende plaatsgebonden risicocontouren 1 (10 -6) zijn uitgesloten.
De seveso-richtlijn is een Europese wetgeving (Richtlijn 2021/18/EU) die de risicozones van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen aangeeft.
Industrieterreinen met gevaarlijke stoffen Evaluatie – risico gaswolk
Binnen plaatsgebonden risicocontouren (10 -6): score 0,5.
Atlas Leefomgeving/ ev_gifwolkaandachtsgebieden
Industrieterreinen met gevaarlijke stoffen Exclusie – risico brand
Berekende plaatsgebonden risicocontouren 1 (10 -6) zijn uitgesloten.
Atlas Leefomgeving/ev_ brandaandachtsgebieden
Transport gevaarlijke stoffen – brand
Exclusie
Transport gevaarlijke stoffen – explosie
Exclusie
Landelijk netwerk vervoer gevaarlijke stoffen binnen risicocontouren (10 -6) is uitgesloten.
Atlas Leefomgeving/ Aandachtsgebieden water, spoor, net
Transport gevaarlijke stoffen – gaswolk
Evaluatie
Binnen risicocontouren (10 -6): score 0,5.
Buisleidingen
Exclusie
Brandaandachtsgebieden rond buisleidingen.
Beheersen risico's van gevaarlijke stoffen (zoals aardgas of vloeistoffen).
Atlas Leefomgeving/ Aandachtsgebieden buisleidingen
Bestaande wegen
Exclusie
Buffer van 50 m rond hoofdwegen is uitgesloten.
https://www.nationaalwegenbestand.nl
Bestaand spoor
Exclusie
Buffer van 50 m rond spoorwegen is uitgesloten.
Bestaande (spoor)wegen en hun bufferzones worden uitgesloten om veiligheidsrisico’s te beperken, conflicten met bestaande infrastructuur te vermijden en voldoende afstand te garanderen voor een robuuste inpassing van een SMR.
Rivieren, kanalen, meren
Exclusie
Wateroppervlakken zijn uitgesloten.
Natuurbrand
Evaluatie
Bos-, heide-, duingebieden waar natuurbrand kan ontstaan krijgen score 0,8.
Beheersmaatregelen voor natuurbrand integreren.
Atlas Leefomgeving\brandbaar_natuurgebied
Militaire activiteiten
Exclusie
Locaties Staphorst, De Zande, De Bannik, Bathem, Lettele, Vriezenveen zijn uitgesloten.
Vermijden omwille van veiligheid, beperkte toegankelijkheid en mogelijke interferentie met defensieactiviteiten.
gedigitaliseerd van openstreetmap (source list https://defensiefotografie.nl))
Atlas Leefomgeving/ ev_explosieaandachtsgebieden
https://www.pdok.nl/ https://www.nationaalwegenbestand.nl Topo50 NL
29
INTERNAL
1) Plaatsgebonden risicocontoureren (10 -6: ‘tien min zes’) zijn de contouren waarbinnen het risico van een ongeval wordt geschat op één op de miljoen jaar; strikt genomen worden deze zones niet uitgesloten door de IAEA; indien een initiatiefnemer kan aantonen dat een locatie binnen deze contour veilig is dan is plaatsing van een SMR mogelijk NB: locaties van windturbines zijn niet uitgesloten, want zeer lokaal en fijnmazig; SMR’s kunnen in principe vlak bij windturbines geplaatst worden NB: NB: de criteria ‘Uitvoerbaarheid en risicofactoren noodplan’ en ‘dispersie bij radioactieve lozing’ zijn niet meegenomen: voor de meeste SMR’s is de noodplanningszone beperkt tot de site zelf; criterium is niet relevant voor verkenning; dispersie radioactieve lozing is sterk afhankelijk van de gekozen locatie, daarom voor latere karakterisatie 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
E. Risico’s industrie en infrastructuur Deze kaart toont het resultaat van toepassing van de criteria met betrekking tot aanwezige industrie en infrastructuur. Uitgesloten zijn militaire terreinen, industrieterreinen waar brand- of explosiegevaar heerst, buisleidingen, vliegvelden, wegen, spoorlijnen en oppervlaktewater. Wel mogelijk, maar minder gunstig zijn gebieden waar laag gevlogen mag worden, waar het risico bestaat op een gaswolk, of waar een natuurbrand zou kunnen optreden.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
30
F. Aanwezige voorzieningen – bij voorkeur een goede bereikbaarheid via de weg, spoor of haven Criterium
Type
Nabijheid toevoerwegen
Evaluatie
Nabijheid spoor
Evaluatie
Nabijheid haven
Evaluatie
Drempelwaarde
Toelichting
De score is afhankelijk van de afstand: • 0 m – 50 m: 0 (ongunstig, te dicht bij) • 50 m – 5 km: 1 (gunstig) • 5 km – 50 km: aflopend van 1 naar 0 • > 50 km: 0 (ongunstig).
Nabijheid is goed voor toegang en transport van materiaal, en afvoer radioactief afval.
(Dit criterium wordt kwalitatief behandeld in hoofdstuk 4).
Brondata Nationaal wegenbestand (https://www.nationaalwegenbestand.nl) Publieke diensteverlening op kaart pdok (https://www.pdok.nl/atomdownloadservices/-/article/spoorwegen)
Atlas Overijsssel/B23_Havens
Afstand tot toevoerwegen en spoor
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
31
F. Aanwezige voorzieningen Deze kaart toont de aanwezige voorzieningen als mogelijke positieve factor voor de locatiekeuze. De gehele provincie biedt een goede bereikbaarheid.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
32
G. Afstand tot koelwater – maximaal 2 km, vooral belangrijk voor grote SMR’s Criterium
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Brondata
Afstand tot koelwater – grote SMR’s
Evaluatie
De score is afhankelijk van de afstand: • 0 km (directe nabijheid): score 1 • 0 – 2 km: lineair afnemend tot 0 • > 2 km: score 0.
Grote SMR’s hebben, op enkele uitzonderingen (Gen 4) na, water nodig voor economisch efficiënte koeling. Indien een grote SMR van bijvoorbeeld 300 MWe gekoeld wordt via doorstroomkoeling, oftewel een open kringloop vanuit een rivier, 3 meer of zee, dan is een debiet van circa 10 m /s nodig. Omdat slechts 10% van een rivier ontrokken mag worden, en rekening gehouden moet worden met milieubeperkingen vanwege de temperatuurstijging, komen slechts de grootste rivieren hiervoor in aanmerking. In Overijssel zijn alleen de IJssel en het Zwarte Meer geschikt. Grote SMR’s kunnen ook in een gesloten kringloop gekoeld worden, via een koeltoren of met natte koelmodules (lage koeltorens met 3 mechanische ventilatie). In dat geval is het benodigde debiets slechts ongeveer eentiende, dus ruwweg 1 m /s voor een SMR van 300 MWe. Echter, ook in dat geval biedt Overijssel weinig mogelijkheden. Uit overleg met de waterschappen in Overijssel is gebleken dat de Overijsselse Vecht niet geschikt is voor koeling omdat deze in de zomer een lage waterstand kan hebben en soms stil staat. De Dinkel en Regge zijn te klein en het Twentekanaal heeft weinig doorstroom. De afstand tot koelwater is maximaal op 2 km afstand. Verder weg is normaalgesproken economisch niet rendabel. Een alternatief met luchtkoeling is technisch mogelijk maar vergt hoge investeringen en leidt tot lagere efficiëntie.
Dit maakt locatie niet onmogelijk, maar leidt wel tot een lage score op dit aspect.
Publieke dienstverlening op kaart pdok (https://service.p dok.nl/brt/topnl/a tom/top50nl.xml)
Kleine SMR publiek net
Evaluatie
• 0 km (directe nabijheid): score 1 • 0 – 2 km: lineair afnemend tot 0,5 • > 2 km: score 0,5.
Voor kleine SMR’s die voor het publieke elektriciteitsnet worden ingezet geldt hetzelfde, maar de negatieve impact (scoreverlies) is beperkter omdat het benodigde debiet in geval van natte modules een fractie is van wat grote SMR’s nodig hebben. Hierdoor komen veel meer kleine rivieren en kanalen in aanmerking. Bovendien kunnen alle kleine SMR’s gekoeld worden met hybride of droge koelmodules, dus met gedeeltelijke of volledige actieve luchtkoeling.
Kleine SMR voor industrie
Evaluatie
• 0 km (directe nabijheid): score 1 • 0 – 2 km: lineair afnemend tot 0,8 • > 2 km: score 0,8.
Voor kleine SMR’s voor de private industrie zullen in veel gevallen ook (deels) voor warmtetoepassingen (proceswarmte, wkk, waterstofproductie) worden ingezet, waardoor de koelingbehoefte navenant afneemt, en de negatieve impact van langere afstand evenzeer.
Afstand tot koelwater
0,8
INTERNAL
0,5
Kleine SMR voor industrie Kleine SMR publiek net
0 Bron: Tractebel SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Grote SMR 33
G. Afstand tot koelwater Deze kaart toont de afstand tot koelwater. De ideale afstand is 2 km of minder, daarboven wordt de aanleg van pijpleidingen erg kostbaar. Overijssel heeft relatief weinig water. Effectief bieden alleen de IJssel en het Zwarte Meer geschikt een substantieel volume. Uit overleg met de waterschappen is naar voren gekomen dat de Overijsselse Vecht niet geschikt is voor koeling vanwege langdurige stilstand en lage waterstanden in de zomer. Overige rivieren en kanalen zijn beperkt in volume. Gebrek aan koelwater betekent niet dat SMR’s uitgesloten zijn. Koeling is ook mogelijk met natte, hybride of droge koelmodules die weinig of geen water vereisen. Dit gaat echter ten koste van de efficiëntie en economische haalbaarheid. Dat geldt met name voor SMR’s met een capaciteit van 100 MWe of meer.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
34
H. Afstand tot energievraag – ideaal is dicht bij een netstation of op een industrieterrein
Criterium
Type
Drempelwaarde
Toelichting
Brondata
Grote SMR Afstand tot netwerkstation
Evaluatie
De score is afhankelijk van de afstand tot een hoogspanningsstation (110, 150, 220, 380 kV); tot 5 km is gunstig tot acceptabel, daarboven een lage score afnemend van 0,3 tot 0.
https://webkaart. hoogspanningsn et.com
Kleine SMR publiek net Afstand tot netwerkstation
Evaluatie
De score is afhankelijk van de afstand tot een hoog- of middenspanningsstation (20, 25-36, 50, 110, 150 kV); tot 10 km is gunstig tot acceptabel.
Op de schaal van Overijssel kan een grote SMR alleen worden ingezet voor elektriciteit; een kleine SMR voor publiek doel is eveneens voornamelijk voor elektriciteit. Voor beide is aansluiting op het net noodzakelijk. De analyse gaat uit van de huidige netstations plus het in aanbouw zijnde netstation bij Almelo. Geplande netstations die nog niet in aanbouw zijn, zijn niet meegenomen. In de analyse is geen rekening gehouden met het wel of niet beschikbaar zijn van capaciteit.
Kleine SMR voor industrie Afstand tot industrieterrein
Evaluatie
De score is afhankelijk van de afstand tot een industrieterrein, afnemend van 1 als de SMR op het terrein staat tot 0 bij 5 km afstand of verder.
Een kleine SMR kan ook worden ingezet voor de industrie (privaat), waarbij in veel gevallen ook de warmte (deels) wordt benut. Dat vereist locatie op of dicht bij een industrieterrein of groot kassengebied.
Atlas Overijssel/ B61_Bedrijventer reinen
Afstand tot netstation Grote SMR
Afstand tot netstation Kleine SMR – publiek net
Afstand tot energieverbruiker Kleine SMR – voor industrie
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
35
H. Afstand tot energievraag (1)
Grote SMR > 100 MWe
Deze kaart toont de afstand tot energievraag. In het geval van een grote SMR vanaf 100 MWe is dat de afstand tot een netstation van minimaal 110 kV. Het vereiste voltage is afhankelijk van het vermogen. Een grote SMR van 300 MWe zal waarschijnlijk een 220 of 380 kVstation nodig hebben. Hoe dichter bij, hoe beter. Boven 5 km is ongunstig omdat de aansluitkosten dan sterk toenemen, hetzij doordat de leidingen erg lang worden, hetzij doordat een nieuwe locatie voor een netstation nodig is. De kaart toont de locaties van bestaande netstations, plus het in aanbouw zijnde 380 kV-netstation bij Almelo. In veel gevallen zal bij de aansluiting van een SMR uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk zijn.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
H. Afstand tot energievraag (2) Deze kaart toont de afstand tot energievraag. In het geval van een kleine SMR die wordt aangesloten op het publieke net is dat de afstand tot een netstation van minimaal 20 kV.
Kleine SMR < 100 MWe Publiek net
(0 km) (> 10 km)
Hoe dichter bij, hoe beter. Boven 10 km is ongunstig omdat de aansluitkosten dan sterk toenemen, hetzij door lange leidingen, hetzij doordat een nieuw netstation nodig is.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
37
H. Afstand tot energievraag (3)
Kleine SMR < 100 MWe voor industrie
Deze kaart toont de afstand tot energievraag. In het geval van een kleine SMR die wordt ingezet voor industriële toepassingen (elektriciteit, proceswarmte, wkk, waterstofproductie) is dat op of nabij het industrieterrein, kassengebied of ander cluster waar grote energieverbruikers gevestigd zijn.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
38
4. Mogelijke gebieden per type SMR
Mogelijke gebieden per type SMR zijn bepaald door een multicriteria-analyse van alle exclusie- en evaluatiecriteria
Methode voor bepalen van mogelijke gebieden Algemene criteria
A. Bevolking
1
Wegstrepen van uitsluitingsgebieden
B. Natuurlijke risico’s
2
Inventarisatie van mogelijke gebieden
3
Nadere kwalitatieve evaluatie
Per type SMR
C. Natuur en omgeving D. Cultureel erfgoed E. Risico’s industrie en infrastructuur F. Aanwezige voorzieningen
22 mei 2026
Stap 1 De exclusiecriteria uit de eerste vijf categoriën zijn gecombineerd op één kaart zodat duidelijk wordt welke gebieden in eerste instantie niet geschikt zijn voor vestiging van een SMR.
Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
Stap 2 In de overgebleven gebieden zijn de evaluatiecriteria samengevoegd tot één totaalbeeld met kleurschakeringen (‘heat map’). Weegfactoren geven daarbij het relatieve belang per categorie aan. Voor een grote SMR ziet het eindresultaat er anders dan voor kleine SMR’s.
Stap 3 Nadere kwalitatieve evaluatie van de belangrijkste mogelijke gebieden, op basis van criteria die niet meegenomen zijn in de GIS-analyse.
40
INTERNAL
G. Afstand tot SMRkoelwater afhankelijke criteria H. Afstand tot energievraag
Uitsluitingsgebieden Deze kaart toont het resultaat van stap 1: uitsluiting van alle gebieden waar op basis van de toegepaste exclusiecriteria in principe geen SMR gevestigd kan worden. De gekleurde gebieden zijn om de verschillende redenen niet logisch als vestigingsgebied voor een SMR. Ze worden daarom in deze verkennende fase voorlopig uitgesloten.
INTERNAL
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
41
Mogelijke gebieden voor grote SMR’s
Grote SMR 100-500 MWe
Deze kaart toont het resultaat van stap 2: een totaalbeeld van alle evaluatiecriteria. In dit geval voor SMR’s met een vermogen tussen 100 en 500 MWe. De groene gebieden zijn op basis van een verkenning van alle toegepaste criteria het meest geschikt.
In de multicriteria-analyse is aan toegang tot koelwater een drie keer zo hoge weegfactor toegekend als aan andere aspecten. Beschikbaarheid van koelwater is essentieel indien doorstroomkoeling wordt gebruikt, maar ook in geval van koeltorens of mechanische koelmodules waarvoor slechts een-tiende van het waterdebiet nodig is. In Overijssel is alleen de IJssel een geschikte rivier in beide gevallen. Vier gebieden komen naar voren als potentieel aantrekkelijk, alle gelegen aan de IJssel. De vier gebieden, aangegeven met de letters A t/m D, zijn in principe ruim groot genoeg voor een grote SMR.
SMR.SITE.Overijssel (Tractebel) 22 mei 2026 Ruimtelijke verkenning SMR's Overijssel - eindrapport
INTERNAL
Tussen de gebieden bestaan verschillen op basis van aanvullende criteria, zoals naar voren komt in stap 3, waarvan de resultaten zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.
42
Nadere kwalificatie van de vier mogelijke gebieden voor grote SMR’s Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Groot, meer dan 2.000 Hectare
Groot (900 hectare), aan beide IJsseloevers
Voldoende groot (300 hectare)
Voldoende groot (360 hectare)
Bereikbaarheid koelwater
Goed, vanuit IJssel, Zwarte Meer en eventueel Ganzendiep
Goed, vanuit IJssel
Goed, vanuit IJssel
Goed, vanuit IJssel
Risico actieve breuklijn
Geen, ligt buiten de geologische breuklijnzones
Aanwezig, ligt binnen de geologische breuklijnzones
Aanwezig, ligt binnen de geologische breuklijnzones
Negatief, ligt op geologische breuklijn
Connectie op elektriciteitsnet 1
Eventueel via station Ens (380 kV), IJsselmuiden of Kampen (110 kV)