CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bouwsteen Samenwerking met de stad, versie 1

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwerp-Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036 inclusief PlanMER6.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036

Als onderdeel van het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036, ligt ter vaststelling, het deel voor: • Samenwerking met de stad

Zwolle, 16 december 2025 Deel 6

Het Warmteprogramma in het kort, de samenvatting In 2050 willen we in heel Nederland van het aardgas zijn. Vanuit het Rijk krijgen alle gemeenten de opdracht om een Warmteprogramma op te stellen voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma beschrijft in welke buurten we in de gemeente binnen nu en tien jaar aan de slag gaan met de warmtetransitie, dus hoe Zwolle van het aardgas af gaat. Dit is veelomvattend. Het Warmteprogramma is daarom ook een omvangrijk stuk. Het Warmteprogramma bestaat uit 3 niveaus; strategie, aanpak en uitvoering.

Figuur 1: Opbouw van het Zwolse Warmteprogramma Bovenstaand figuur 1 geeft alle onderdelen van het Zwolse Warmteprogramma Aardgasvrij 2026-2036 weer. Het eerste onderdeel van Het Warmteprogramma, de Zwolse Warmtestrategie, is op 11 februari 2025 door het college vastgesteld. Hierin staan leidende principes en uitgangspunten die bepalend zijn voor hoe we in Zwolle de warmtetransitie vormgeven. De leidende principes vertalen zich door in de aanpak: de bouwstenen met beleidsuitgangspunten. De bouwstenen Isolatie & besparing, Warmteplankader, Duurzame bronnen, Infrastructuur en Netcongestie en de Warmtetransitiekaart zijn inmiddels vastgesteld. In deze bouwstenen is opgenomen waar en op welke manier er de komende tien jaar gewerkt wordt aan de warmtetransitie. De bouwsteen samenwerking met de stad geeft geen nieuwe ambities of doelen weer, maar bevat essentiële handvatten om invulling te kunnen geven aan eerder vastgestelde ambities. We hebben namelijk iedereen in de stad nodig om het Warmteprogramma succesvol uit te kunnen voeren.

2

Figuur 2: De positie van Bouwsteen samenwerking met de stad in het Warmteprogramma

3

Samenwerking met de stad 1. Inleiding De warmtetransitie is de overgang van aardgas naar duurzame alternatieven om woningen en gebouwen te verwarmen, te koken en van warm water te voorzien. Die transitie raakt iedereen in Zwolle: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. De gemeente heeft een regierol, maar kan deze opgave niet alleen uitvoeren. We hebben iedereen daarbij nodig. De kennis, energie en het netwerk van bewoners, ondernemers en andere partijen is essentieel voor het slagen van de warmtetransitie. Door vroegtijdig en structureel samen te werken, bouwen we aan vertrouwen, draagvlak en een gezamenlijke koers richting een aardgasvrij Zwolle.

Doel van de bouwsteen De bouwsteen ‘Samenwerking met de stad’ beschrijft hoe gemeente Zwolle samen met haar partners de komende jaren invulling geeft aan de warmtetransitie. De bouwsteen bevat geen nieuwe beleidsdoelen, maar biedt overzicht in samenwerking en communicatie de komende jaren worden georganiseerd. Het doel is om inzicht te geven in: • Wie zijn onze stakeholders en welke rol hebben ze in de warmtetransitie? • Hoe maken we de komende jaren structureel verbinding met stakeholders? • Waar staan we over vijf jaar in de samenwerking en rolverdeling, om de warmtetransitie te versnellen?

Samenwerking met de stad in het Warmteprogramma Het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026–2036 is opgebouwd uit meerdere bouwstenen, zoals Isolatie & Besparing, Duurzame Bronnen en Netcongestie. De bouwsteen ‘Samenwerking met de stad’ ondersteunt deze onderdelen door te beschrijven met wie en op welke manier we in Zwolle samenwerken aan de uitvoering van het programma. Samenwerking is niet statisch: op buurtniveau kunnen rollen en verantwoordelijkheden verschuiven. Daarom wordt per project opnieuw gekeken wie welke rol heeft en hoe betrokkenheid het beste kan worden georganiseerd.

Totstandkoming Deze bouwsteen is als één van de laatste bouwstenen van het Warmteprogramma opgesteld. Tijdens het opstellen van de andere bouwstenen is samenwerking met stakeholders al veel aan bod gekomen. De inhoud van deze bouwsteen is daarom grotendeels gebaseerd op eerder gehouden sessies en overleggen (zoals opgenomen in het participatiejournaal), aangevuld met input vanuit stakeholders en opgedane ervaring in samenwerking de afgelopen jaren. We beginnen namelijk niet nu. We werken al ruim tien jaar samen met stakeholders aan de Zwolse warmtetransitie. Sinds 2019, toen de gemeente startte met het opstellen van de Transitievisie Warmte, heeft deze samenwerking een flinke versnelling meegemaakt. De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat in deze fase van de warmtetransitie een duidelijkere en intensievere samenwerking met bestaande partners (stakeholders met wie we al samenwerken) nodig is. Daarnaast spelen er meer stakeholders een essentiële rol in de warmtetransitie, dan dat we in 2019 voor ogen hadden. Over vijf jaar, als het Warmteprogramma moet worden herijkt, kijken we waarschijnlijk weer anders naar hoe we willen en moeten samenwerken. Daarom is deze bouwsteen geen beleidsdocument met vaste kaders, zoals veel van de andere bouwstenen, maar een dynamisch document. We leggen onze 4

samenwerkingsambities voor de komende vijf jaar vast. Met de erkenning dat we in die periode veel zullen leren op het gebied van samenwerken, wat we nu nog niet volledig kunnen overzien. Voor het opstellen van het Warmteprogramma hebben we vooral gesprekken gevoerd met de primaire partners (corporaties, netbeheerder en het Warmtebedrijf). In de volgende stappen, zoals in de buurtgerichte aanpakken en Warmteplannen betrekken we de individuele inwoners en ondernemers van Zwolle veel breder. Nu is dat via inwonersavonden en enquêtes verlopen (zie Participatiejournaal).

2. Stakeholders in de stad In Zwolle zijn talloze stakeholders actief, variërend van inwoners en bedrijven tot maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven en (semi)-overheden. Onderscheidend zijn ook de inwoners van huurof koopwoningen. Al deze partijen spelen op hun eigen manier een rol in de warmtetransitie. Om deze complexe opgave tot een succes te maken is samenwerking met deze diverse groepen essentieel. Iedereen brengt zijn eigen perspectief, belangen en invloed mee en we vinden het belangrijk om daar goed op in te spelen. Daarom is de bouwsteen ‘Samenwerken met de stad’ een belangrijke bouwsteen van het Warmteprogramma. In deze bouwsteen gaan we in op de rol van verschillende stakeholders binnen het Warmteprogramma. Wie is verantwoordelijk voor wat en hoe verhoudt men zich tot elkaar in dit proces? We maken daarbij onderscheid tussen vier typen stakeholders: • • • •

Primaire stakeholders Beïnvloeders Geïnteresseerden Toeschouwers

Deze indeling is gebaseerd op de zogenaamde ‘invloed-belang-matrix’, die helpt inzichtelijk te maken wie welke invloed en belang heeft bij de warmtetransitie. In het figuur hieronder is deze matrix weergegeven.

Figuur 3 Invloed Belang matrix 5

Het Warmteprogramma beschrijft de gemeentebrede visie op de warmtetransitie. In deze bouwsteen focussen wij ons ook op het gemeentebrede niveau. Het is belangrijk om te weten dat deze rolverdeling kan verschuiven wanneer we inzoomen op een ander schaalniveau, zoals het buurtniveau. Daar spelen juist de kleinere, lokale partijen vaak een grotere rol, terwijl de invloed van gemeentebrede organisaties daar relatief kleiner wordt. Daarom is het van belang dat bij de start van ieder nieuw traject opnieuw de ‘invloed-belang-matrix’ wordt ingevuld. Zo zorgen we ervoor dat de samenwerking met stakeholders goed aansluit op de schaal en context van het project. En dat we de juiste partijen op het juiste moment betrekken. Tijdens de invulling van de samenwerking is de Zwolse participatieaanpak HANZA! daarin leidend. Hieronder staat per ‘type’ stakeholder beschreven wie daar op stadsniveau onder valt en wat dit betekent voor de samenwerking.

Primaire stakeholders Primaire stakeholders zijn partijen die een groot belang hebben bij de warmtetransitie en veel invloed kunnen uitoefenen op het proces. Juist deze combinatie maakt hen tot onmisbare spelers binnen de gemeentebrede aanpak. Door vanaf het begin van het proces actief samen te werken, vergroten we niet alleen de kans op succes, maar ook de kans op breed draagvlak. Deze partijen delen vaak dezelfde ambities, doelen en belangen als de gemeente. Door die gezamenlijke koers kunnen blinde vlekken in beleid en uitvoering worden voorkomen. Samen zien en weten we meer en kunnen we dus ook meer en sneller realiseren. Ook hebben deze stakeholders een duidelijke verbinding met hun achterban/netwerk. Zij spelen daarmee een belangrijke rol in het versnellen en mogelijk maken van de warmtetransitie, maar zijn ze ook in staat om op alle schaalniveaus mee te denken. Zowel op landelijk, provinciaal, gemeentelijk, wijk-, buurt-, straat- en individueel gebouwniveau. De betrokkenheid van primaire stakeholders is daarom van grote waarde bij het vormgeven en uitvoeren van de gemeentebrede aanpak. Ze kunnen meedenken, kritisch reflecteren en vanuit hun expertise en praktijkervaring bijdragen aan uitvoerbare en breed gedragen oplossingen.

Binnen de context van de stad Zwolle gaat het hierbij onder andere om de volgende partijen: • Woningcorporaties: deltaWonen, SWZ en Openbaar Belang • Platform Duurzaam Zwolle • Netbeheerders: Enexis voor het regionale elektriciteits- en gasnet, en TenneT voor het landelijke hoogspanningsnet Deze stakeholders zijn essentieel voor het welslagen van de warmtetransitie en gaan we daarom structureel betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van het gemeentebrede beleid.

Beïnvloeders Beïnvloeders zijn partijen die veelal dezelfde belangen delen als de gemeente en andere hoofdrolspelers in de warmtetransitie, maar dan op een ander schaalniveau. Hun kracht ligt vooral op het lokale niveau, bijvoorbeeld in buurten, waar zij vaak een belangrijke en zichtbare rol spelen. Of juist op specifieke thema’s, zoals het stimuleren van isolatiemaatregelen. Op gemeentebreed niveau classificeren we ze daarom als beïnvloeders. Op specifiek project of buurtniveau zijn deze partijen vaak de primaire stakeholder. 6

Op buurtniveau zijn beïnvloeders in staat om daadwerkelijke beweging op gang te brengen. Ze verbinden mensen, stimuleren samenwerking en fungeren vaak als voorbeeld voor anderen. Denk aan bewonersinitiatieven die collectieve verduurzaming opzetten, of ondernemersverenigingen die gezamenlijk energie besparen of opwekken. Op deze manier dragen zij op lokaal niveau concreet bij aan de versnelling van de warmtetransitie. Hoewel hun invloed op stadsniveau beperkter is, is het van groot belang om deze groep niet over het hoofd te zien. Door hen regelmatig te betrekken, te informeren en op te halen wat er lokaal speelt, kan het gemeentelijk beleid beter aansluiten op de praktijk. De echte meerwaarde van deze partijen komt echter pas goed tot uiting bij de uitvoering op project- of buurtniveau. Voorbeelden van beïnvloeders zijn: • Bewonersinitiatieven (o.a.

Stichting Duurzaam Berkum, 50 Tinten Groen Assendorp, Coöperatief Wijbedrijf Dieze, Duurzaam Holtenbroek, Groene Aa, Warm Assendorp, Hogenkamp Verduurzaamt, Het Groene Zuiden, Energiek Wipstrik, Duurzaam Veerallee, Duurzaam Wijthmen, Buurzaam Westenholte en Binnenstad Duurzaam) • Ondernemersverenigingen en parkmanagers • Grootverbruikers (veelal bedrijven, die zoveel energie gebruiken dat ze met hun keuzes al snel anderen beïnvloeden) • Blauwvinger Energie • Energiecorporaties en eigenaren van grootschalige opweklocaties • Welzijnsorganisaties, zoals Travers Welzijn • Huurdersverenigingen Deze partijen verdienen structurele aandacht binnen de warmtetransitie, zeker wanneer de gemeentebrede plannen worden omgezet in lokale acties.

Geïnteresseerden Geïnteresseerden vormen een belangrijke groep binnen de warmtetransitie. Hoewel zij doorgaans minder invloed uitoefenen op het proces als geheel, spelen zij wél een cruciale rol omdat zij uiteindelijk zelf stappen moeten zetten om hun woning of gebouw te verduurzamen. In tegenstelling tot beïnvloeders zijn geïnteresseerden vooral gericht op hun eigen situatie en minder op het grotere geheel. Toch zijn zij onmisbaar in het realiseren van de transitie: zonder hun betrokkenheid en actie komt er geen daadwerkelijke verandering. De belangrijkste opgave bij deze groep is communicatie. Geïnteresseerden moeten goed geïnformeerd worden over wat de warmtetransitie voor hen betekent, wat er op hen afkomt, waar zij terecht kunnen met vragen en welke rol zij zelf kunnen spelen. Zeker bij het vormen van een gemeentebrede visie is het essentieel dat deze groep zich gehoord en meegenomen voelt. Tegelijkertijd geldt dat op buurt- of straatniveau een geïnteresseerde ook kan uitgroeien tot een beïnvloeder. Bijvoorbeeld door een netwerk in de buurt of een actieve houding in een bewonersgroep. Wat deze groep extra uitdagend maakt, is dat ze voornamelijk bestaat uit individuen, in tegenstelling tot eerdergenoemde stakeholders, die vaak via organisaties of netwerken vertegenwoordigd zijn. Hierdoor is het lastiger om ze collectief te bereiken.

Om deze reden stemmen we communicatiemiddelen zoveel mogelijk af op verschillende leefstijlen en doelgroepen. Wat werkt op stadsniveau, kan heel anders zijn 7

dan wat nodig is in een specifieke buurt of straat. De keuze van middelen, toon en frequentie wordt daarom zorgvuldig afgestemd op het niveau en het type doelgroep. Tot de groep geïnteresseerden rekenen we onder andere: • Grondgebonden woningeigenaren • Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) • Gebouweigenaren, zowel van woningen als bedrijfspanden Hoewel hun invloed individueel lijkt, is hun gezamenlijke deelname aan de transitie essentieel voor het slagen ervan. Gerichte, toegankelijke en begrijpelijke communicatie is daarom de sleutel tot het activeren van deze groep.

Toeschouwers Toeschouwers zijn stakeholders die op dit moment weinig actieve interesse tonen in de gemeentebrede warmtetransitie. Ze staan als het ware langs de zijlijn en nemen pas een positie in zodra de plannen concreet worden en ze daadwerkelijk raken. Op dat moment kunnen ze onverwacht van rol veranderen, afhankelijk van hun belang en invloed in het betreffende project. Juist daarom is het belangrijk dat ook deze groep tijdig en op de voor hen relevante onderwerpen geïnformeerd wordt over de ontwikkelingen in de warmtetransitie. Door ze op de hoogte te houden, zorgen we ervoor dat zij, wanneer dat nodig is, snel en effectief kunnen schakelen naar een actievere rol. Denk bijvoorbeeld aan het waterschap. Zolang er slechts in abstracte zin wordt gesproken over het gebruik van oppervlaktewater als duurzame warmtebron, is het waterschap een toeschouwer. Maar zodra er een concreet project start waarin deze bron daadwerkelijk wordt ingezet, verandert hun rol onmiddellijk. Dan is samenwerking met het waterschap essentieel en zijn zij ineens een primaire stakeholder met directe invloed op het slagen van het project. Toeschouwers kunnen op verschillende manieren betrokken raken. Soms moeten ze in actie komen zodra een project hun werkveld raakt. Andere keren vervullen ze vooral een rol in de publieke perceptie van de warmtetransitie, bijvoorbeeld via de media.

Hoewel ze initieel weinig betrokken lijken, kunnen zij door hun bereik en invloed op de beeldvorming snel opschuiven naar de rol van beïnvloeder. Tot de toeschouwers rekenen we onder andere: • Eigenaren en exploitanten van een warmtenet, zoals Cogas, Eteck en Ennatuurlijk • Leveranciers en aannemers (inclusief installatiebedrijven) • Andere (semi-)overheden, zoals de Provincie Overijssel, Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) en de Gasunie • Huurders, zowel van woningen als bedrijfspanden • Media Hoewel ze in eerste instantie weinig directe actie ondernemen, merken ook zij de gevolgen van de warmtetransitie. Door ze goed te informeren en tijdig mee te nemen, zorgen we ervoor dat ze wanneer nodig kunnen meebewegen en hun rol constructief kunnen invullen.

8

3. De gemeentelijke rol in de warmtetransitie De manier waarop de gemeente haar regierol invult, bepaalt in belangrijke mate hoe stakeholders kunnen meedoen. Dit beïnvloedt ook of samenwerken, participeren en communiceren daadwerkelijk bijdraagt aan de uitvoering van de warmtetransitie. De gemeente heeft vanuit de Rijksoverheid de regierol gekregen en is daarmee eindverantwoordelijk voor het slagen van de warmtetransitie. Dat betekent niet dat de gemeente alles bepaalt. Het betekent dat we het proces zo organiseren dat er samengewerkt wordt aan haalbare, betaalbare en rechtvaardige keuzes per buurt. Ons leidend principe hierbij is: we vullen een regierol in, passend bij de situatie en sturend indien nodig. Dit is opgenomen in de Zwolse Warmtestrategie. Dat betekent dat de gemeente niet overal dezelfde rol speelt. We sluiten aan bij wat er in een buurt al gebeurt, bij de kennis en energie die daar aanwezig is en bij de zorgen of vragen die leven. Waar draagvlak en initiatief sterk zijn, ondersteunt de gemeente vooral. Waar keuzes nodig zijn om duidelijkheid en voortgang te bieden, neemt de gemeente een meer richtinggevende rol.

In het proces rondom warmteplannen komen deze rollen samen: we onderzoeken samen met inwoners en ondernemers welke warmteoplossing passend is, maar uiteindelijk stelt de gemeente het Warmteplan vast en bepaalt zij de datum waarop aardgas niet langer beschikbaar is voor een buurt. De vier overheidsrollen, zoals beschreven in de theorie over overheidssturing1, passen we daarom naast elkaar toe: Richtinggevende rol De richtinggevende rol valt binnen het overheidsmodel onder de ‘Rechtmatige overheid’. De gemeente maakt bindende keuzes wanneer helderheid en tempo nodig zijn, bijvoorbeeld bij het vaststellen van het Warmteprogramma en het opnemen van een einddatum voor aardgas. Ook bij subsidieregelingen, zoals de Zwolse isolatiesubsidie, bepaalt de gemeente de voorwaarden binnen de kaders van landelijke regelgeving. Samenwerkende rol Waar mogelijk ontwikkelen we plannen in samenwerking met stakeholders. De vorm van samenwerking verschilt per schaalniveau. Op gemeentebreed niveau werken we vooral samen met primaire partners zoals corporaties, netbeheerder en het Warmtebedrijf. Op buurtniveau betrekken we breder: bewoners, ondernemers, verenigingen, wijkinitiatieven en maatschappelijke partners. Een voorbeeld hiervan is het gezamenlijk ontwikkelen van de Zwolse Isolatie- en besparingsaanpak.

Faciliterende rol De faciliterende rol valt onder het overheidsmodel onder ‘De actieve samenleving’. We ondersteunen bewonersinitiatieven, lokale samenwerkingen en individuele woningeigenaren met kennis, procesbegeleiding en financiële middelen. Voor woningeigenaren gebeurt dit vooral via energiecoaches, subsidies en advies. Voor bewonersinitiatieven richten we ondersteuningsstructuren en middelen in, zoals de subsidieregeling voor lokale initiatieven in de warmtetransitie (in ontwikkeling). De faciliterende rol versterken we door afstemming met onze primaire partners, zodat ondersteuning vanuit meerdere kanten elkaar kan versterken. Zo vervult het Platform Duurzaam Zwolle een faciliterende, ondersteunende rol richting bewonersinitiatieven. 1 Martijn van der Steen, Jurjen Scherpenisse, Mark van Twist, ‘Sedimentatie in sturing’, NSoB, 2015

9

Presterende rol In de presterende rol realiseert de gemeente zelf en hebben wij de verantwoordelijkheid voor het leveren van prestaties. Waar nodig neemt de gemeente Zwolle deze rol aan en treden we sturend op. Voorbeelden hiervan zijn de positie die de gemeente Zwolle inneemt bij de ontwikkeling van warmtenetten, de oprichting van het Warmtebedrijf Zwolle en de inzet van het instrument aanwijsbevoegdheid. Waar het kan faciliteren we vooral andere partijen in de warmtetransitie of werken met hen samen, zodat zij vanuit hun rol de resultaten kunnen behalen die nodig zijn. Het achterliggende principe bij de uitvoering van deze vier rollen is in elke buurt hetzelfde: we doen het vóór Zwolle en zoveel mogelijk mét Zwollenaren. Een richtinggevende rol nemen we alleen in wanneer dit nodig is voor duidelijkheid, voortgang en rechtvaardigheid, en vaak pas nadat we samenwerkend of faciliterend hebben opgetreden. Bij de uitvoering staat de Zwolse participatieaanpak HANZA! steeds centraal. We betrekken mensen vroeg in het proces, eerlijk en op een manier die past bij de betrokkenen en het schaalniveau. Door de verschillende rollen bewust en situationeel in te vullen, bouwen we aan een aanpak die ruimte biedt aan initiatief en betrokkenheid, maar ook zorgt voor tempo en het halen van onze doelen.

4. Samenwerken met primaire stakeholders Primaire stakeholders hebben zowel een groot belang als directe invloed op de warmtetransitie. Hun inzet bepaalt in hoge mate het tempo, de uitvoerbaarheid en het draagvlak van het Warmteprogramma. De samenwerking met deze partijen is structureel, strategisch en gebaseerd op wederkerigheid, vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid. Elke stakeholder heeft een vast aanspreekpunt binnen de gemeente en neemt deel aan structurele overleggen op zowel bestuurlijk als operationeel niveau. Hieronder is per primaire stakeholder aangegeven welke rol zij in de warmtetransitie vervullen.

Netbeheerders (Enexis en TenneT) De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het elektriciteits- en gasnet. De overstap naar duurzame warmte vraagt veel elektriciteit. De elektriciteitsnetten, zowel op hoog-, midden-, als laagspanningniveau moeten daarop worden aangepast. In de bouwsteen ‘Infrastructuur & netcongestie’ wordt hier inhoudelijk op ingegaan. Samenwerking tussen TenneT, Enexis en de gemeente is essentieel om deze aanpassingen aan het elektriciteitsnet mogelijk te maken en in te kunnen spelen op de ontwikkelingen op buurtniveau. We werken daarom aan samenwerkingsovereenkomsten met beide partijen. De samenwerking in de komende vijf jaar richt zich voornamelijk op: • • •

Het mogelijk maken en versnellen van processen om te komen tot de verzwaring van het elektriciteitsnet. Het coördineren van planningen tussen (inter)gemeentelijke projecten en de benodigde verzwaringen en, indien nodig, ter overbrugging van de periode van netcongestie. Het komen tot slimme energieoplossingen, waarbij gekeken wordt naar specifieke netcapaciteit en -reservering per gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld in de vorm van groepscontracten. Bijvoorbeeld door de inzet van opslag- (zoals systeem- en buurtbatterijen) en conversietechnieken en het toewerken naar netbewuste oplossingen voor gebiedsvernieuwing en ontwikkeling. 10

Over vijf jaar is de samenwerking tussen de gemeente en de netbeheerders uitgegroeid tot een vanzelfsprekende, goed georganiseerde en toekomstgerichte structuur. Waarin we elkaar tijdig weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een robuust energiesysteem. We streven naar een overlegcultuur die niet alleen regelmatiger en gestructureerd is, maar waarin ook helder is wie waarvoor verantwoordelijk is en waarin afstemming plaatsvindt op basis van gedeelde planningen en gebiedsontwikkelingen. In plaats van elkaar informeren op afstand, zijn we dan in staat om op elkaars tempo, planning en keuzes in te spelen. Zodat de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet en de uitvoering van de warmtetransitie elkaar versterken in plaats van belemmeren. Dit vraagt om duidelijke keuzes, betrokkenheid en aanspreekpunten binnen de gemeentelijke organisatie. En om transparantie, voorspelbaarheid en bereidheid van de netbeheerders om gezamenlijk op te trekken en onzekerheden tijdig te delen. In de komende jaren werken we toe naar samenwerkingsafspraken, waarmee procedures kunnen worden versoepeld, locatiebepaling van stations in gezamenlijkheid gaat en afstemming over investeringsplannen cyclisch en betrouwbaar wordt vormgegeven.

Tegelijkertijd streven we ernaar dat we over vijf jaar, in lijn met de aanpak van het Warmteprogramma, een gezamenlijk handelingsperspectief hebben ontwikkeld waarmee de warmtetransitie en de netverzwaring herkenbaar één samenhangende opgave vormen. Dat betekent dat de afstemming tussen de buurtgerichte netverzwaring en de warmteplannen niet langer hoofdzakelijk afhankelijk is van korte termijnplanningen, maar dat we meer zekerheid hebben over de volgorde waarin buurten worden verzwaard. En dat deze prioritering steeds beter aansluit op de Warmtetransitiekaart, de uitvoeringsagenda en de keuzes die in Warmteplannen zijn vastgelegd. We willen dat de gemeente en Enexis elkaar kunnen beïnvloeden in hun meerjarige planning. De gemeente door heldere besluiten te nemen over de uitvoering van de warmtetransitie, het energiesysteem van de toekomst en omgevingsplanwijzigingen. En Enexis door meer inzicht te bieden in haar EBI- en RILT-planningen en de effecten daarvan op buurten. Zo ontstaat een werkproces waarin we tijdig kunnen anticiperen op de benodigde verzwaring, slim omgaan met ondergrondse ruimte en ruimte bieden aan innovaties zoals decentrale opwek, opslag of smart energy hubs die de druk op het net kunnen verlagen.

Een ander belangrijk element is dat we over vijf jaar als één gezamenlijke overheid kunnen communiceren naar inwoners en bedrijven over wat netcongestie betekent en welke keuzes we samen maken. Warmtenetten, verzwaringen, het verwijderen van gasleidingen en het inpassen van infrastructuur in de openbare ruimte hebben grote impact op buurten. Daarom willen we een gedeelde, consistente boodschap uitdragen en inwoners tijdig en begrijpelijk meenemen in plannen en consequenties. Zodat verwarring wordt voorkomen en het vertrouwen in de energietransitie groeit. Door gezamenlijk op te trekken in participatie, planning en uitvoering ontstaat een samenwerking die niet alleen technisch, maar ook sociaal toekomstbestendig is. Kortom: over vijf jaar zien we een samenwerking waarin gemeente en netbeheerders elkaar versterken, samen leren en steeds beter grip krijgen op een complexe, veranderlijke energietransitie. Een samenwerking waarin we flexibel reageren op wat nodig is, maar ook duidelijkheid bieden wanneer dat kan. Waarin we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een toekomstbestendige infrastructuur en we de stad kunnen verzekeren dat we goed voorbereid zijn op de volgende stappen richting een klimaatneutraal Zwolle. 11

Woningcorporaties (deltaWonen, SWZ en Openbaar Belang) De woningcorporaties hebben gezamenlijk één-derde van de woningen in Zwolle in bezit. Door deze omvang kunnen de woningcorporaties een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie. Ook kunnen koopwoningeigenaren in gemengde buurten worden gestimuleerd mee te doen. Daarnaast biedt het in één keer aan kunnen pakken van meerdere woningen in sommige buurten, kansen voor een collectieve oplossing voor zowel huur- als koopwoningen. Verduurzamingsdoelstellingen van corporaties staan op hoofdlijnen in de prestatieafspraken. Concretere afspraken over te verduurzamen woningen worden op projectniveau gemaakt. Deze afspraken richten zich de komende jaren waarschijnlijk vooral op de koppelkansen die ontstaan in de planning van het Warmteprogramma en de woningcorporaties. Waar bijvoorbeeld een cv-vervanging gepland staat of met een warmteplan gestart wordt kan worden, wordt bekeken of de woningcorporatie hier als aanjager in de buurt kan functioneren. De samenwerking gaat de komende jaren voornamelijk over: • •

• •

Het gemeentebreed afstemmen van planningen en opstellen van kaders Gezamenlijk inzicht krijgen in de (on)mogelijkheden voor het aardgasvrij maken van buurten en specifiek woningcorporatie bezit. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het verkrijgen van inzicht in netcongestie. Het delen van kennis over (innovatieve) aardgasvrij oplossingen Het op projectniveau (/warmteplanniveau) uitwerken van de rol van de woningcorporatie in de warmtetransitie van de buurt

Over vijf jaar is de samenwerking tussen de gemeente en de woningcorporaties in Zwolle geëvolueerd zijn tot een krachtige en goed geïntegreerde samenwerking, stevig verankerd in de meerjarige prestatieafspraken die we gezamenlijk hebben geformuleerd. We verwachten dat we tegen die tijd afspraken hebben gerealiseerd die verder gaan dan alleen kwantitatieve doelstellingen en dat we in staat zijn om de planningen van de gemeente (onder andere op het gebied van warmteplannen en beleid) en de woningcorporaties (zoals vervanging van cv-ketels, renovatieplannen en woningverbetering) integraal op elkaar af te stemmen. Hierdoor ontstaat een situatie waarin, wanneer er plannen zijn voor verduurzaming, de corporaties en de gemeente weten wat de ander doet, welke regulering of infrastructuur van de netbeheerders komt en waar de prioriteiten liggen. Overleg tussen corporaties, gemeente en bijvoorbeeld de netbeheerder Enexis is dan één van de standaard overlegvormen. De driehoek is routine geworden in plaats van uitzondering. Daarnaast zijn we in vijf jaar tijd sterker geworden in het delen van kennis en ervaringen. Projecten die de corporaties hebben uitgevoerd in de aardgasvrije transitie, en onderzoeken en pilots van de gemeente op gebiedsniveau, worden gedeeld zodat we sneller leren wat wel en niet werkt.

Die kennisdeling is verankerd in de afspraken en loopt bij voorkeur via jaarlijkse monitoring, rapportages en terugkoppeling. Net zoals in de prestatieafspraken het belang van monitoring en meerjarige afspraken is vastgelegd. Ook op het vlak van communicatie zijn we over vijf jaar verder: we weten helder wie welke rol heeft in het informeren van huurders over de gevolgen van warmteplannen of netverzwaring. De gemeente brengt de brede, algemene boodschap uit; de woningcorporaties nemen de rol op zich om die boodschap te vertalen naar de specifieke huurderscontext, met aandacht voor betaalbaarheid, leefbaarheid en bewonersparticipatie. Zo spreken we als één front naar huurders toe, voorkomen we verwarring en versterken we het vertrouwen in onze gezamenlijke opgave in de stad. 12

Zo ontstaat een samenwerking die niet alleen ambitieus is in haar doelen, maar ook solide in de uitvoering: met heldere rollen en aanspreekpunten, transparantie in planningen en overleg, concreet vastgelegde afspraken in de prestatieafspraken én voortdurende monitoring. Daarmee zetten we samen een stevige stap richting een toekomstbestendig woon- en energiesysteem in Zwolle, waarin corporaties, gemeente en netbeheerders elkaar weten te vinden, samen leren en samen optrekken.

Platform Duurzaam Zwolle (PDZ) Platform Duurzaam Zwolle (PDZ) is het stedelijke samenwerkingsverband van bewonersinitiatieven die bijdragen aan de verduurzaming en klimaatbestendigheid van Zwolle. Die initiatieven zijn lokaal verschillend. Variërend van groen, collectieve inkoop en warmtegemeenschappen tot grootschalige opwek. PDZ vormt de schakel tussen lokale initiatieven en stedelijke programma’s en vertegenwoordigt de collectieve belangen van initiatieven. De samenwerking richt zich op versterking (meer initiatieven, meer bewonersbetrokkenheid en meer impact), professionalisering en kennisdeling. Het PDZ heeft haar meerjarenplan 2025–2030 met de gemeente gedeeld. De focus van PDZ ligt op vier speerpunten: 1. Ondersteuning van initiatieven via een ‘gereedschapskist’ met diensten en experts; 2. Integraliteit bevorderen. Enerzijds zijn er projecten die energie, groen, water, mobiliteit en sociale cohesie verbinden, anderzijds ontstaat vanuit een sectoraal initiatief vaak een bredere aanpak; 3. Kennisdeling en netwerkontwikkeling. Onder andere via bijeenkomsten, themanetwerken en de jaarlijkse Duurzaam Zwolle Dag; 4. Structurele samenwerking met de gemeente en andere partners in de stad, zoals het Saxion en Windesheim. Met de gemeente middels een samenwerkingsagenda en heldere afspraken over rollen, financiering en monitoring.

Met andere partners veelal op concrete ‘projecten’. Deze bredere samenwerking is onder andere nodig voor het verkrijgen van (Europese) subsidies. Over vijf jaar verwachten we dat de samenwerking tussen de gemeente en PDZ zich heeft ontwikkeld tot een vanzelfsprekende, goed georganiseerde en gelijkwaardige relatie, waarin we elkaar makkelijk weten te vinden en precies weten wie welke rol vervult. De samenwerking voelt dan natuurlijk en is stevig ingebed in de manier waarop we werken aan de warmtetransitie en bredere duurzaamheidsopgaven. Waar deze rolverdeling nu soms nog zoekende is, is tegen die tijd helder hoe de driehoek gemeente, PDZ en bewonersinitiatieven in elkaar zit. Wanneer de gemeente rechtstreeks in gesprek gaat met initiatieven, wanneer het PDZ de aangewezen route is en hoe PDZ de initiatieven vertegenwoordigt bij gezamenlijke belangen. Die duidelijkheid sluit aan bij de ambitie van PDZ om een professioneel stedelijk netwerk te zijn dat initiatieven ondersteunt, belangen bundelt en namens hen optreedt richting partners in de stad. In de komende vijf jaar willen we bovendien toewerken naar een samenwerking waarin concrete instrumenten en gedeelde werkvormen een vanzelfsprekende basis vormen.

De ambitie van PDZ om datagedreven te werken, kennis te verzamelen en initiatieven te ondersteunen, sluit naadloos aan bij onze wens om de warmtetransitie van onderop beter te faciliteren. Daarom gaan we gezamenlijk instrumenten ontwikkelen die de beweging in de stad versterken. Zoals heldere afspraken over monitoring en datauitwisseling of een gezamenlijke kennis- en leertool, waarin initiatieven opgedane ervaringen uit andere wijken kunnen raadplegen. Het meerjarenplan laat zien dat PDZ inzet op een stedelijke kennisbank, 13

digitale ondersteuning en structurele kennisdeling tussen initiatieven een ontwikkeling die wij als gemeente graag versterken en met onze informatiepositie willen verbinden. Ook op inhoudelijk vlak willen we over vijf jaar samen verder zijn. De warmtetransitie vraagt om antwoorden op ingewikkelde vraagstukken, zoals de plek van warmtegemeenschappen, de rolverdeling tussen bewoners en marktpartijen of de wijze waarop we integraal naar buurten kijken. Energie, groen, water en mobiliteit samen. PDZ ziet integraliteit als een vanzelfsprekend uitgangspunt voor 2030, waarin initiatieven steeds vaker projecten combineren en met buurtdata hun keuzes onderbouwen. Over vijf jaar hebben we gezamenlijk verkend wat hiervoor nodig is en al een aantal keer door pilots en experimenten, zoals nu al in Hogenkamp (Dieze) gebeurt, geleerd van de praktijk. Tegelijkertijd willen we over vijf jaar een gezamenlijke leercultuur opgebouwd hebben. PDZ voorziet daarin met leernetwerken, bijeenkomsten en een groeiende kennisbank; wij vullen dat vanuit de gemeente aan met onderzoeken, ervaringen uit warmteplannen en lessen uit aardgasvrije projecten. Door dit structureel te delen ontstaat een cyclisch leerproces waarin gemeente, PDZ en bewonersinitiatieven allemaal profiteren van elkaars inzichten. Zo vergroten we het tempo, de kwaliteit en het draagvlak van de transitie.

Kortom, over vijf jaar verwachten we dat gemeente en Platform Duurzaam Zwolle een stevig partnerschap vormen: met heldere rollen, gedeelde instrumenten, een natuurlijke overlegstructuur, gezamenlijke kennisontwikkeling en een duidelijke schakeling naar de initiatiefnemers in de buurten. Een samenwerking die de kracht van de stad benut en waarin bewonersinitiatieven, platform en gemeente elkaar versterken in het bouwen aan een duurzaam, klimaatrobuust en toekomstgericht Zwolle.

5. Samenwerken met beïnvloeders Beïnvloeders, zoals bewonersinitiatieven, ondernemers en energiecoöperaties, helpen om inwoners en gebouweigenaren in beweging te krijgen. De gemeente ondersteunt hen met kennis, middelen en verbindingen en betrekt hen bij de planvorming in buurten. Hoe de samenwerking eruitziet verschilt per buurt en per fase van een project. In de praktijk werken we vooral lokaal of aan concrete vraagstukken samen, bijvoorbeeld bij warmteplannen, isolatieacties en initiatieven die vanuit de wijk zelf komen. Daarnaast denken beïnvloeders mee over hulpmiddelen die ons allemaal verder helpen, zoals inzicht in de warmtestatus van buurten of een duidelijke gezamenlijke boodschap richting inwoners. Ook organiseren we jaarlijks een bijeenkomst om onderlinge uitwisseling te stimuleren. Over vijf jaar willen we dat de samenwerking minder afhankelijk is van maatwerk en meer volgens een duidelijke werkwijze verloopt. Beïnvloeders weten dan beter hoe gemeentelijke plannen tot stand komen, en wij hebben scherper welke rol zij kunnen spelen. In buurten trekken we vanaf het begin samen op, zodat we draagvlak vergroten en sneller tot gedeelde oplossingen komen. Initiatieven in de stad moeten kunnen rekenen op passende ondersteuning en meer continuïteit, bijvoorbeeld via structurele financiering en regelingen die het opstellen van warmteplannen mogelijk maken.

Tegelijkertijd betrekken we partners zoals ondernemers, energie-initiatieven en organisaties in de buurt op de passende momenten, omdat we hier voorafgaand aan de start van een project al goed over nadenken. Om dit goed te organiseren richten we duidelijke aanspreekpunten in binnen de gemeente en 14

werken we met standaarddocumenten zoals samenwerkingsovereenkomsten, datadeling en communicatietoolkits. Zo kunnen we sneller aansluiten wanneer er beweging ontstaat.

6. Informeren van geïnteresseerden De samenwerking met de groep geïnteresseerden, waaronder de groep koopwoningeigenaren en ondernemers vallen, richt zich vooral op communicatie, bewustwording en het bieden van een duidelijk handelingsperspectief. We informeren hen over wat de warmtetransitie betekent, welke stappen zij kunnen zetten en welke ondersteuning er is. Via campagnes, loketten en bijeenkomsten zorgen we dat inwoners weten waar ze aan toe zijn en welke keuzes ze hebben. Over vijf jaar willen we dat onze communicatie helder en betrouwbaar is, zodat geïnteresseerden goed weten wat zij kunnen verwachten. In buurten bieden we verschillende vormen van betrokkenheid: van meedenken in warmteplannen tot laagdrempelige informatievoorziening voor wie vooral op de hoogte wil blijven. Zo sluiten we beter aan bij de uiteenlopende behoeften van bewoners. De gemeente communiceert sinds 2025 onder de campagne Een stap in de groene richting als herkenbare uiting voor woningeigenaren en gebouweigenaren. Op buurtniveau vertalen we deze campagne door in lokale acties, in samenwerking met bewonersinitiatieven. Over vijf jaar verwachten we dat deze campagne een groot deel van de doelgroep heeft bereikt. We gebruiken online middelen, offline bijeenkomsten en werken samen met partners zoals makelaars, energiecoaches en VvE-coaches.

Bewoners weten dát Zwolle van het aardgas af gaat en ook welke stappen daarbij horen. We willen dat woningeigenaren, VvE’s en gebouweigenaren eenvoudig kunnen vinden wanneer hun buurt aan de beurt is voor een warmteplan, welke keuzes daarbij horen en welke maatregelen zij tot die tijd al zelf kunnen nemen. Informatie die voor hen specifiek van toepassing is, is makkelijk vindbaar, zonder lange zoektochten. Op buurtniveau streven we naar een gelijke aanpak voor verschillende typen gebouweigenaren. Soms betekent dat extra begeleiding voor VvE’s bij het maken van plannen; in andere buurten gaat het om tijdige betrokkenheid van ondernemers of maatschappelijke vastgoedeigenaren. De ambitie voor over vijf jaar is dat geïnteresseerden op een moment in contact zijn geweest met de gemeente en dat de basiskennis over de warmtetransitie breed aanwezig is. Niet iedereen hoeft alles te weten, maar het moet duidelijk zijn wat er verandert en waar vragen gesteld kunnen worden. Met consequente en toegankelijke communicatie willen we onzekerheid verminderen en inwoners beter voorbereiden op de volgende stappen.

7. Informeren van toeschouwers Toeschouwers, zoals media, warmtenetexploitanten en andere overheden waaronder het waterschap, worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de voortgang, besluiten en resultaten van de warmtetransitie. Wanneer hun belangen direct geraakt worden, betrekken we hen actief bij overleg of besluitvorming. De communicatie is transparant, betrouwbaar en gericht op samenwerking waar dat nodig is. Over vijf jaar willen we dat de informatievoorziening richting deze partijen beter is georganiseerd en minder ad hoc verloopt. Zij staan wat verder van de buurtgerichte uitvoering, maar spelen wel een belangrijke rol in het bredere energiesysteem en in de beeldvorming. Daarom streven we naar een stabiele, tijdige en duidelijke informatiestroom, waarbij we weten wie we wanneer moeten informeren. Het moet dan normaal zijn dat toeschouwers automatisch op hoofdlijnen op de hoogte blijven van planning, besluiten, infrastructuurontwikkelingen of beleidswijzigingen. We onderzoeken of een 15

periodieke update of nieuwsbrief hiervoor passend is, zodat alle betrokken partijen eenvoudig inzicht houden in de belangrijkste ontwikkelingen. Voor partijen zoals warmtenetexploitanten, leveranciers, andere overheden en huurdersorganisaties betekent dit dat zij beter kunnen anticiperen op veranderingen en eigen plannen daarop kunnen afstemmen. Voor media biedt het een feitelijke en consistente basis voor berichtgeving.

8. Samenbrengen van de stad De gemeente hoopt de komende jaren niet alleen op te treden als regisseur van de warmtetransitie, maar ook als verbinder binnen deze transitie. In een opgave die zo groot, complex en veelvormig is, kan geen enkele partij het alleen. Daarom brengen wij actief alle betrokken stakeholders samen. Van bewonersinitiatieven tot kennisinstellingen, van corporaties tot ondernemers. En van energiecoöperaties tot welzijnsorganisaties. Door netwerkbijeenkomsten, kennissessies en stadsbrede overleggen te organiseren, maken we samenwerking zichtbaar en tastbaar. We stimuleren kennisdeling, creëren ruimte voor initiatieven en verbinden lokale acties aan stedelijke doelen. We faciliteren de samenwerking op verschillende niveaus. Stadsbreed willen we partners de komende jaren via thematische overleggen verbinden. Met als doel elkaar ontmoeten en kennis, ervaringen en zorgen uitwisselen. Dit soort netwerken vergroten, waarbij verschillende stakeholders aanwezig zijn, helpen daarnaast bij het onderling verbinden van stakeholders. Zodat stakeholders op den duur elkaar ook buiten deze bijeenkomsten om weten te vinden. Op buurtniveau brengen we bewoners, ondernemers, bewonersinitiatieven, maatschappelijke instanties, netbeheerders en andere belanghebbenden samen bij de uitvoering van warmteplannen. Hier wordt de transitie concreet: in straten, buurten en gebouwen.

Door in deze context te werken met vaste aanspreekpunten, gebiedsteams en interdisciplinaire overleggen zorgen we ervoor dat partijen elkaar snel vinden, belangen vroegtijdig worden afgestemd en praktische knelpunten gezamenlijk worden opgelost. Zo bouwen we aan vertrouwen en een gedeelde aanpak in de buurten. Op gebouwniveau werken we met onder andere marktpartijen, energiecoöperaties, installatiebedrijven, netbeheerders en bewoners(initiatieven) om verduurzaming te versnellen. Dit gebeurt via verschillende ondersteuningsstructuren, zoals collectieve inkoopacties, energie- en VvE-coaches en het bieden van technische en financiële expertise op maat. Door vraag en aanbod slim bij elkaar te brengen ontstaat versnelling, duidelijkheid en ruimte voor maatwerk.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=0eb8a5c8-ba3f-4f40-aae9-ddd7acf51e63