Bijlage 1 - Aanvraagformulier Basis BUIG Vangnetuitkering 2022
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20221 Versie: basisverzoek
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
1 Versie aanvraagformulier d.d. 5 oktober 2021
1
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. De gemeente Zwolle heeft een tekort op de BUIG-budgetten. Onder de BUIG valt de algemene bijstand levensonderhoud, IOAW, IOAZ, BBZ en de loonkostensubsidie. In 2022 heeft de gemeente circa €45,8 miljoen euro ontvangen. Het tekort in 2022 bedroeg €6,78 miljoen. Dit is 14,82% van het totale BUIG-budget. Van het tekort van € 6,78 miljoen in 2022 komt € 4,58 miljoen ten laste van de eigen begroting van de gemeente Zwolle. De gemeente Zwolle kan voor € 2,2 miljoen aanspraak maken op de Vangnetuitkering 2022.
Sinds de intreding van het nieuwe objectieve verdeelmodel in 2015 heeft de gemeente een tekort. Het aandeel dat de gemeente ontvangt van het BUIG macrobudget is kleiner dan de werkelijke uitgaven. Tussen 2015 en 2021 fluctueert het tekort tussen € 2,2 miljoen en € 4,67 miljoen. In 2022 is het tekort echter gestegen naar € 6,78 miljoen. De hoogte van dit tekort valt samen met het feit dat de bijdrage voor Zwolle uit de BUIG in 2022 € 4 miljoen lager was dan in 2021. Deze lagere bijdrage werd voorspeld in maart 2022 en definitief gemaakt in september 2022. Tegelijkertijd liggen de uitgaven die Zwolle doet op de BUIG sinds 2020 stabiel rond € 52,5 miljoen. Een oorzaak voor het structurele tekort van Zwolle op de BUIG is dat specifieke kenmerken van centrumgemeenten onvoldoende zijn meegenomen in het verdeelmodel. In ‘Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget: een verkenning van objectieve verklaringen’ - een onderzoeksrapport van SEO en Atlas Research uit 2022 – staat dat meerdere objectieve kenmerken uit het verdeelmodel systematisch samenhangen met een meerjarig tekort of overschot op het bijstandsbudget. Een groot deel van de kenmerken die systematisch verschillen tussen tekort- en overschotgemeenten hangt samen met de centrumfunctie van een gemeente.
Op basis van een analyse over het BUIG-budget en de ontwikkeling van de bijstandspopulatie trekken we een aantal conclusies. We hebben over het algemeen een sterkere stijging of minder sterke daling dan gemiddeld. Daarnaast is het aantal mensen dat langdurig in de bijstand zit aanzienlijk gestegen van 45% in 2014 naar 57% in 2021. Inwoners die langer een bijstandsuitkering hebben zijn moeilijker te activeren of re-integreren op de arbeidsmarkt. Daarnaast hebben we een groot gedeelte van het bijstandsbestand onvoldoende in beeld, waardoor we hen moeilijk kunnen activeren naar werk of participatie. 2
Afsluitend maken we op diverse manieren vergelijken naar andere gemeenten. We zijn als Zwolle aangesloten bij de benchmarks van Divosa/BMC en van LIAS. Zo zien we dat onze instroom hoger is dan landelijk in 2022 (24,3% in Zwolle t.o.v. 22% landelijk), de uitstroom is lokaal iets hoger dan landelijk (25,8% in Zwolle t.o.v. 25,5% landelijk). Ook ontvangen wij maandelijks van de gemeente Enschede een overzicht van de ontwikkeling van de BUIG in grote gemeenten. Verder verwijzen we naar vorengenoemd onderzoek van SEO en Atlas Research, dat voorstelt om het verdeelmodel te verfijnen wat betreft de rol van centrumgemeente. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Het college heeft een groot aantal maatregelen getroffen om het tekort te reduceren. Deels betreffen dit bestaande maatregelen die worden voortgezet. Anderzijds zijn het nieuw ontwikkelde of geïntensiveerde maatregelen. De maatregelen sluiten aan bij de ambitie om een grotere groep langdurige bijstandsbehoeftigen te activeren en daarnaast instroom van o.a. studenten te beperken. De instroombeperkende maatregelen die we inzetten zijn toekomstgesprekken, het project zoekperiode jongeren, snellere inzet van sociaal werkbedrijf Tiem en inzet op het ondernemersloket.
We trachten de uitstroom te bevorderen door het innovatielab en ketensamenwerkingen. Daarnaast stimuleren we groepsgerichte aanpakken en de inzet van Basismeters. Ook houden we perspectiefgesprekken, wijzen we nieuwe doelgroepen actief de weg met begeleiding en bundelen we informatie. Het zittende bestand proberen we met nieuwe maatregelen te activeren. We zetten in op het meerjarig vitaliteitsprogramma met SportService, Start- en opstapbanen, de inzet van ervaringsdeskundigheid, servicegesprekken, een integrale aanpak met Spoor 6 en de sociale coöperatie. Ook plegen we sinds 2019 met succes extra inzet op statushouders. Met handhaving en de opsporing van fraude proberen we te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van de bijstand. Afsluitend passen we de komende periode ook onze bedrijfsvoering aan door de begroting opnieuw in te richten, nieuwe financieringsafspraken te maken en te investeren in Tiem. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Het college verwacht dat met de genoemde maatregelen het aantal mensen dat een beroep moet doen op, of afhankelijk blijft, van de bijstand wordt verkleind.
Tegelijkertijd zien we, door de samenstelling van ons bestand, ook dat het steeds lastiger wordt om duurzame uitstroom te realiseren. De getroffen maatregelen dragen kwalitatief bij aan de laagdrempeligheid van werk en kwaliteit van begeleiding, een betere samenwerking in de stad en een bedrijfsvoering die bijdraagt aan reductie van het tekort. We zetten de komende periode actief in op het beter in beeld krijgen van ons volledige bijstandsbestand. Hierdoor krijgen we meer zicht op de ondersteuningsvraag en de vaardigheden van deze inwoners. We kunnen hen daardoor beter doorgeleiden naar het juiste aanbod, dat bovendien door de genoemde maatregelen beter aansluit. Hierdoor verwachten we dat 3
ons bijstandsbestand – net als de BUIG-uitgaven – zullen dalen. De mate waarin de daling zichtbaar wordt is lastig te voorspellen, en hangt ook af van externe factoren. We richten ons echter niet alleen op de uitstroom, maar zeker ook op de instroom. We hebben kunnen constateren dat die in 2022 hoger was dan landelijk; hetgeen ons mogelijk in 2023 voor een bekend fenomeen stelt; namelijk een tekort op de BUIG. In 2023 ontvangen we € 47,6 miljoen en zoals gezegd lagen de uitgaven de afgelopen jaren op € 52 miljoen. Het college is zich dus zeer bewust van de noodzaak om inkomsten en uitgaven dichter bij elkaar te brengen. Een verder verfijnd verdeelmodel zou hierbij erg helpend zijn. We zetten in de gemeente onder voorbehoud van financiering in op een betere bestandsanalyse om te kijken welke maatregelen effect hebben. De bestandsanalyse kan aanleiding geven tot het aanscherpen van de participatieketen. Daarnaast willen we een dashboard ontwikkelen waarin gegevens over de participatieketen en de BUIG-budgetten gecombineerd zijn, zodat we ontwikkelingen in het BUIG-budget en de bijstandspopulatie beter kunnen monitoren. Hierdoor kunnen we vroegtijdig signaleren en waar nodig bijsturen.
4
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (Bijstandsvolume gerapporteerd via de halfjaarsrapportage Hervormingsagenda Sociaal Domein, 2e bestuursrapportage)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties (bestedingsvoorstellen Koolmeesgelden).
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen (Voortgangsrapportage HVA). Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Omvang van het tekort Het BUIG-budget bestaat uit verschillende soorten uitkeringen: de algemene bijstand levensonderhoud, IOAW, IOAZ, BBZ en de loonkostensubsidie. De besteding aan de algemene bijstand behelst het overgrote gedeelte van de BUIG-lasten. In 2022 heeft de gemeente netto € 52,54 miljoen verstrekt uit de BUIG-budgetten. Het toegekende BUIG-budget aan de gemeente Zwolle bedroeg € 45,76 miljoen. De lasten waren dus € 6,78 miljoen hoge dan de baten. Het tekort op het budget bedraagt in 2022 14,82%. In 2020 (7,14%) en 2021 (6,06%) was het tekort beduidend lager, door een hogere BUIG verstrekking van circa € 3,1 en € 4 miljoen. Van het tekort van € 6,78 miljoen in 2022 komt € 4,58 miljoen ten laste van de eigen begroting van de gemeente Zwolle. De gemeente Zwolle kan voor € 2,2 miljoen aanspraak maken op de Vangnetuitkering 2022. In dit onderdeel wordt een analyse van de oorzaken van het tekort gedeeld. Verdeelmodel, structureel tekort en kaders Gemeenten ontvangen uit het BUIG macrobudget een aandeel gebaseerd op een objectieve verdeling. De systematiek achter deze objectieve verdeling is dat op huishoudniveau een inschatting wordt gemaakt, van de kans dat een huishouden in de bijstand terecht komt.
Zwolle heeft al sinds de invoering van dit objectieve verdeelmodel een tekort op de BUIG-budgetten: Het aandeel dat op basis van deze objectieve verdeling wordt ontvangen uit het BUIG-macrobudget is kleiner dan de werkelijke uitgaven aan bijstand. Over het algemeen komen centrumgemeenten tekort op de bijstand. Dit blijkt tevens uit het onderzoek ‘Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget: een verkenning van objectieve verklaringen’ van SEO economisch onderzoek (Vermeulen et al, 2022), dat zij in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uitgevoerd. Specifieke kenmerken van centrumgemeenten zitten niet goed in het model, wat ook in Zwolle leidt tot een tekort. In het rapport wordt benoemd dat een groot aantal (voormalig) studenten met psychische problematiek een significante invloed kan hebben op het bijstandsbestand. Daarnaast wordt er in het verdeelmodel onvoldoende gecorrigeerd voor segregatie op basis van bijstandsontvangst, het aandeel hoogopgeleiden, het aandeel huishoudens met huurtoeslag en het aandeel bijstandsontvangers met loonkostensubsidie. Het advies uit dat rapport is daarom ook: voor toekomstige verfijning van het verdeelmodel ligt het voor de hand om de rol van centrumfunctie en de kenmerken op huishoudniveau die hiermee samenhangen nader te onderzoeken.
6
De verdeling van het budget dat gemeenten krijgen voor de bijstand staat los van het werkelijke aantal mensen dat een gemeente in de bijstand heeft. Minder mensen in de bijstand betekent voor Zwolle in principe een lager tekort op de bijstand. In principe, want als alle gemeenten minder mensen in de bijstand hebben daalt ook het macro budget. Dus als in de gemeente Zwolle het aantal mensen in de bijstand met 5% daalt en landelijk daalt het aantal mensen in de bijstand ook met 5%, dan daalt ook het macrobudget met 5%. Dan haal je als gemeente geen voordeel en daalt het tekort procentueel ook niet. Vandaar dat gemeenten voor een daling van het tekort het relatief beter moeten doen dan het landelijk gemiddelde. Vergelijking tot landelijke cijfers Hoe de gemeente Zwolle het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde kan worden afgelezen aan het budgetaandeel van de werkelijke bijstandsuitgaven gerelateerd aan het macrobudget. Onderbedeling of overbedeling van het macro budget in enig jaar vertroebelt enigszins het beeld. Vandaar dat we vervolgens ook nader inzoomen op de situatie in Zwolle. In onderstaande grafiek is het aandeel van het bijstandsbudget van Zwolle als percentage van het macro budget weergegeven. Budgetaandeel Zwolle als % van het macrobudget 0.88 0.86 0.84 0.82 0.8 0.78 0.76 0.74 0.72 0.7
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Te zien is dat in 2015, bij de invoering van de nieuwe objectieve verdeelsystematiek, het aandeel fors omlaag is gegaan. Tot en met 2022 blijft het aandeel vrij constant. In 2023 stijgt het aandeel weer, wat erop duidt dat er al enkele aanpassingen zijn doorgevoerd in de verdeelsystematiek. Geconcludeerd kan worden dat sinds 2015 het relatieve aandeel van Zwolle uit het macro budget vrij constant is gebleven, terwijl sinds 2015 de relatieve bijstandsuitgaven in Zwolle stijgen. Hierdoor stijgt het tekort op de bijstand sinds 2015 geleidelijk. In 2017 piekte dit in absolute termen tot € 4,6 mln. mede doordat in dat jaar sprake was van onderbedeling uit het macro budget. In 2017 en 2018 is de BUIG-vangnetuitkering aangevraagd in Zwolle. Vanaf 2018 was er sprake van overbedeling en zakte het tekort mede daardoor naar € 3 mln. in 2021. In 2022 hebben we een tekort van €6,78 mln.
7
Zwolse situatie De hoogte van de BUIG-budgetten wordt vastgesteld naar aanleiding van een prognose van het CBS over de landelijke arbeidsmarkt en bijstandsbehoefte. Voor 2022 is een daling voorspeld door een aantrekkende arbeidsmarkt. In Zwolle heeft deze daling zich minder sterk voorgedaan dan landelijk. Onderstaande grafiek laat zien dat we het alleen in 2021 beter hebben gedaan dan landelijk. Doordat we het in de overige jaren minder goed hebben gedaan dan landelijk hebben we in 2022 een tekort op de BUIG.
Ontwikkeling bijstandsvolume 7
3.4
2018
2019
-2.4
-2.4
2020
2021 -2.4
2022 -3
-4.3 -5.3
-5.4
-6.7
Bijstandsvolume NL
Bijstandsvolume Zwolle
We zien het aandeel inwoners dat langdurig is aangewezen op de bijstand toenemen. Daardoor wordt het steeds moeilijker om uitkeringsgerechtigden in relatief korte termijn toe te leiden naar de arbeidsmarkt. Dit is gestegen van 46% in 2014 tot 57% in 2021. Dit signaal is ook afgegeven door Tiem; ook zij merken dat het steeds lastiger wordt om mensen vanuit een uitkering op de arbeidsmarkt te plaatsen. Hoewel Zwolle in 2022 goed heeft gepresteerd op het onderdeel uitstroom (lokaal 25,8% t.o.v. landelijk 25,5%), maakt deze ontwikkeling het wel lastiger om veel uitstroom te realiseren en het (veel) beter te doen dan gemiddeld. Ook de hogere instroom van statushouders heeft direct invloed op het bijstandsbestand. In Zwolle voldoen we – in tegenstelling tot een aanzienlijk aantal andere gemeenten – aan onze taakstelling. Dit leidt ook tot een hogere instroom in de bijstand ten opzichte van het landelijke beeld (24,3% in Zwolle t.o.v. 22% landelijk). Daarnaast hebben mensen die niet langer voor Wajong en WSW in aanmerkingen komen hebben een significante invloed op het aantal bijstandsuitkeringen in Zwolle. We hebben in samenwerking met de lokale organisaties ons zittende bijstandsbestand onvoldoende in beeld. Van de 39912 zijn er 1048 in beeld bij Tiem. De andere inwoners zijn vermoedelijk deels in
2 Peildatum 23 februari 2023
8
beeld bij het Sociaal Wijkteam en deels bij de afdeling inkomensondersteuning. We kunnen nog een slag slaan in wie waar in beeld is en welke mogelijkheden er zijn naar re-integratie. Dit is momenteel niet uit het registratiesysteem Gidso te halen. We onderzoeken hoe we deze inwoners beter in beeld kunnen krijgen. In ons bijstandsbestand zijn er 583 bijstandsgerechtigde jongeren tot 27 jaar. Van de 583 zijn er 363 in beeld bij Tiem. 220 inwoners onder 27 jaar zijn deels niet in beeld. Deze 220 worden actief door het SWT benaderd. Zodoende zijn alle jongeren in beeld om hun mogelijkheden tot werk te onderzoeken. Afsluitend heeft Zwolle ROVA geprivatiseerd. Dat betekent dat het werk niet vanzelfsprekend door de doelgroep wordt gedaan, die anders mogelijk een bijstandsuitkering zou genieten. In de afgelopen jaren hebben deze werkgevers als gevolg van de coronamaatregelen en de inflatie een zware en onzekere tijd gehad. Dit heeft zijn weerslag gehad op het aannemen en in dienst houden van kwetsbare doelgroepen. Bronnen: begroting, beleidsrapportages, jaarrekening 2022 en Notitie: Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget van SEO Economisch onderzoek, Monitor armoede en schulden gemeente Zwolle.
9
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren In dit onderdeel van de verklaring beschrijft het college welke interne maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Zoals onder A. geschetst is de uitdaging om de bijstandsuitgaven meer te laten dalen (dan wel minder te laten stijgen) dan het landelijk gemiddelde. Daar zijn we de afgelopen jaren nog niet voldoende in geslaagd. Hieronder schetsen we verschillende maatregelen op het gebied van instroom, zittend bestand, uitstroom, handhaving en bedrijfsvoering. 1. Instroombeperkende maatregelen Binnen de mogelijkheden die we hebben proberen we op een eerlijke manier invloed uit te oefenen op de instroom. Tegelijkertijd willen we als gemeente laagdrempelig zijn en handelen we op basis van vertrouwen. We willen dus geen drempels opwerpen voor mensen die noodzaak voelen en recht hebben op een bijstandsuitkering. Met onderstaande maatregelen trachten we de instroom op een juiste manier te controleren. 1.1. Toekomstgesprekken In samenwerking met het onderwijs en de Arbeidsmarktregio houdt RMC sinds 2021 toekomstgesprekken op de 5 mbo’s in de regio.
Het doel is om jongeren, die voornemens zijn zich uit te schrijven van school, te spreken en door te leiden naar een nieuwe opleiding, of te bemiddelen naar een baan met duurzame arbeidsperspectieven (combinatie van werken en leren/certificeren). In deze gesprekken maakt de jongere samen met RMC een uitgebreid toekomstplan, waarbij alle leefgebieden besproken worden. In het toekomstplan wordt duidelijk welke ondersteuning de jongere nodig heeft en wie de ondersteuning kan bieden. Belemmeringen op de leefgebieden hebben namelijk invloed op het behoud van opleiding en werk. Bij de inzet van toekomstgesprekken kijken we met extra aandacht naar jongeren op minder kansrijke opleidingen. Hierdoor kunnen we effectief inzet plegen op de jongere die de meeste risico lopen op werkloosheid. Bij de begeleiding van langdurig voortijdig schoolverlaters kijken we of jongeren werkzaam waren in minder kansrijke beroepen. Dan begeleiden we, ook weer met toekomstgesprekken en het toekomstplan, de jongere naar leerwerktrajecten of zetten we praktijkverklaringen in samenwerking met SBB in. 1.2. Project zoekperiode jongeren Jongeren onder de 27 jaar krijgen eerst een gesprek met een consulent scholing over de mogelijkheden binnen het bekostigde onderwijs. Voor jongeren onder de 27 jaar geldt tevens een zoekperiode op grond van de Participatiewet.
In 2021 is gemeenten de mogelijkheid geboden deze zoekperiode niet te hanteren. In Zwolle wordt sinds december 2021 de zoekperiode gedifferentieerd toegepast in samenwerking met de brede bijstandsketen, zijnde de gemeentelijke afdeling Inkomensondersteuning, het Sociaal Wijkteam, Team IPA, RMC en Tiem. Per jongere wordt beoordeeld of het hanteren van de zoekperiode effectief kan zijn. Een jongere die te kwetsbaar is om op dat moment aan het werk te gaan, krijgt de zoekperiode niet opgelegd. Een jongere waarvoor 10
kansen zijn op de arbeidsmarkt krijgt in die periode begeleiding van Tiem bij het vinden van betaald werk. 1.3. Snelle inzet sociaal ontwikkelbedrijf Tiem Voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt wordt er sinds het uitbreken van de coronapandemie in 2020 tijdens het intakegesprek meteen een afspraak bij Tiem ingepland. De afspraak bij Tiem vindt dan vaak plaats alvorens de uitkering is toegekend. Op deze manier trachten we te voorkomen dat inwoners de bijstandsuitkering nodig hebben, en reeds daarvoor weer een betaalde baan hebben gevonden. Voor minder snel bemiddelbare inwoners, zoals bijvoorbeeld daklozen, bieden we een participatietraject via het Sociaal Wijkteam. Dit is de nieuwe reguliere werkwijze geworden. 1.4. Ondernemersloket / Regionaal bureau zelfstandigen (Rbz) De accountmanagers van de gemeente Zwolle onderhouden actief contacten met ondernemers uit Zwolle. Zij werken zowel vraag gestuurd als proactief en verwijzen door naar Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ) en Team Ondernemers en Geldzaken. Het RBZ en Team Ondernemers en Geldzaken ondersteunen ondernemers en starters met financiële vragen of zorgen. Ze ondersteunen hen sinds begin 2022 o.a. met een analyse op de duurzaamheid van de onderneming, met steunmaatregelen en indien noodzakelijk met bemiddeling bij schuldhulpverlening.
Hierdoor proberen ze te voorkomen dat ondernemers aanspraak moeten doen op een bijstandsuitkering. Daarnaast helpt het RBZ mensen in de bijstand met de regeling Parttime Ondernemen op weg in zelfstandig ondernemen. Met de regeling Prestart worden bijstandsgerechtigden geholpen bij de voorbereiding op het starten en hebben van een eigen bedrijf. 1.5. Inzet op schulddienstverlening We proberen de instroom te voorkomen door tijdig financiële problematiek bij werknemers te voorkomen. Vier op de vijf werkgevers heeft personeel met financiële problemen. Deze problemen hebben grote invloed op de werkprestaties, het ziekteverzuim en uitval. Loonbeslag zorgt voor extra administratieve kosten en verstoort de arbeidsrelatie. We organiseren voorlichtingssessies voor werkgevers in de regio Zwolle over de mogelijkheden van schulddienstverlening. We streven naar afspraken met werkgevers over aanpak van schuldenproblematiek waarmee we pogen instroom in de bijstand te voorkomen. Bovendien kennen wij een ruimhartige dienstverlening op het terrein van schulden zoals vroegsignalering, lokale vrijwilligers en professionele hulpverlening. Hiermee ontdoen wij inwoners van hun financiële zorgen en scheppen zodoende ruimte voor inspanningen richting werk 2.
Uitstroombevorderende maatregelen Naast instroombeperkende maatregelen zetten we ook actief in op uitstroom, om het aantal mensen dat aanspraak moet maken op een bijstandsuitkering te verminderen. Dit doen we door de inzet van verschillende interventies. 11
2.1. Innovatielab en ketensamenwerkingen De samenwerking op werkbemiddeling bestaat uit een keten gevormd door de afdeling Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, RMC, Team Inburgering en participatie, Tiem en Regionaal Bureau Zelfstandigen. In de praktijk lopen we tegen een aantal knelpunten aan (werken met verschillende systemen, verschillende doelgroepen indeling, verschil in taakopvatting, etc). De verschillende uitvoeringsorganisaties zagen kansen om de ketensamenwerking te verbeteren en hebben hier gezamenlijk stappen in gezet binnen het project: het innovatielab. In dit lab zijn professionals uit de verschillende uitvoeringsorganisaties sinds maart 2022 een jaar lang aan de slag geweest met testen hoe de dienstverlening aan de doelgroepen van de participatiewet eruit moet zien, in aansluiting op het perspectief van de inwoner. Momenteel wordt gewerkt aan de afronding van dit lab en worden keuzes gemaakt over het vervolgproces. Verwachting is dat de dienstverlening na afronding en evaluatie (neemt heel 2023 in beslag) effectiever zal zijn. De doorwerking op de bijstandsaantallen zal dan zichtbaar worden. 2.2. Groepsgerichte aanpak stimuleren In lijn met de bewegingen vanuit de Hervormingsagenda Sociaal Domein wordt steeds vaker een groepsgewijze aanpak toegepast op het terrein van arbeidsontwikkeling en bemiddeling.
Met deze manier van werken wordt niet alleen het individu geholpen, maar ook de groep als geheel. In 2022 zijn ook faciliteiten aangepast om deze manier van werken te bevorderen. We verwachten dat een groter deel van de doelgroep van Tiem collectieve ondersteuning ontvangt naast - of in plaats van individuele ondersteuning. De inzet van zowel de Adviseurs Werk en Ontwikkeling, de accountmanagers, maar ook van bijvoorbeeld werkgevers bij events wordt op deze manier zo efficiënt mogelijk benut. Door slimmere inzet van beschikbare capaciteit benutten we communitywerking. De invloed op het bijstandsvolume is indirect en heeft met name invloed op de grootte van ons bereik. 2.3. Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen We verstrekken informatie en advies door met de succesvolle aanpak ‘jouw route’ de wijken in te gaan. Deze aanpak is ontwikkeld vanuit de Hervormingsagenda Sociaal Domein en inmiddels vertaald naar reguliere dienstverlening. Helaas kon deze groepsgerichte aanpak sinds maart 2020 in de oorspronkelijke vorm niet toegepast worden vanwege de beperkende maatregelen. Door het in omgekeerde vorm uit te voeren kan het wel. Collega’s van de afdeling Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, Tiem en Sociaal Raadslieden gaan de wijken in. Deze ondersteuning is meer laagdrempelig en integraal aan de slag op logische vindplaatsen. Inwoners kunnen bij hen terecht voor vragen en advies.
En actief begeleid naar het werk dat wél beschikbaar is. Vanuit Tiem zijn zowel adviseurs Werk en Ontwikkeling als accountmanagers aanwezig. Door het betrekken van beiden ontstaan andere gesprekken met kandidaten die al langere tijd afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Dit lijkt een mooie manier om het vindbaarheidsissue aan te pakken. En de omgekeerde variant geeft hoogstwaarschijnlijk weer nieuwe inzichten waar we lessen uit trekken. 2.4. Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling) 12
Met ingang van dit jaar zetten we actief in op begeleiding op de werkvloer van mensen met een GGZachtergrond. Gemeente Zwolle, UWV, Tiem en de GGZ-instelling werken samen om de begeleiding naar een betaalde baan succesvol te laten verlopen. Inmiddels zijn de eerste inwoners aan de slag met zulke begeleiding. Dit heeft een direct effect op de uitstroom. 2.5. Inzet Basismeters We gebruiken de Basismeters bij mensen die een bijstandsuitkering aanvragen en naar het SWT worden doorverwezen. Met de Basismeters kan onder andere iemands taalniveau worden gemeten, waardoor eenvoudig kan worden achterhaald of iemand laaggeletterd is. Hierdoor kan er in de begeleiding naar werk of scholing beter worden aangesloten bij het taalniveau. 2.6. Informatie bundelen We zijn ambtelijk aan het verkennen of we op basis van data een strategie kunnen bepalen voor de gehele bijstandsketen en via monitoring kunnen bijsturen. Hiervoor zijn we aan het onderzoeken of we op basis van de type gegevens waarover de verschillende uitvoeringsorganisaties (Tiem, SWT, IO, IPA, RBZ) beschikken kunnen komen tot overlappende groepen. Als we hierin slagen, hebben we een bruikbaar beeld van de samenstelling van de bijstandspopulatie. Kunnen we wijzigingen in de samenstelling detecteren. Dat maakt dat we gericht keuzes kunnen maken voor inzet en aanbod.
En zo sturen vanuit inzicht en overzicht op de begeleiding van de bijstandspopulatie naar werk en participatie. 2.7. Meerjarig vitaliteitsprogramma in samenwerking met SportService Vitaliteit draagt bij aan positieve gezondheid en de kansen op de arbeidsmarkt. Een aanzienlijk deel van de bijstandspopulatie is al twee jaar of langer afhankelijk van een bijstandsuitkering. Zij nemen niet deel aan het arbeidsproces. De drempels die zij daarvoor moeten over winnen zijn veelal flink. Zij zijn doorgaans gewend geraakt aan inactief zijn. Of in ieder geval vragen de banen die nu ruimschoots beschikbaar zijn fysieke kracht, bijvoorbeeld in de logistiek, de horeca en de zorg. Een eerste stap om het aantal drempels terug te dringen, is het in beweging komen. In het land zijn goede ervaringen met beweegprogramma’s en ook Tiem maakt steeds meer werk van vitaliteit, zowel voor de werkzoekende als ook de werkenden. We zetten sinds begin 2022 in op een omvangrijk beweegprogramma om de vitaliteit onder deze doelgroepen te stimuleren. 2.8. Startbaan In de zomer van 2021 is de werving van kandidaten voor een nieuwe uitvoeringspraktijk in samenwerking met Werkcoöperatie de Middencirkel gestart. Deze pilot noemen we de Startbaan. In totaal hebben 110 mensen zich aangemeld. Met 16 van hen is een overeenkomst aangegaan.
Daarnaast staan 5 startbanen on hold, in de meeste gevallen door langdurige ziekte. Verder zijn 18 mensen na aanmelding uitgestroomd naar regulier werk, en zijn 9 kandidaten actief in een ander traject van Tiem of een partner. 13
Meer dan de helft van de aanmeldingen kreeg geen vruchtbaar vervolg om uiteenlopende redenen. Zo bleken kandidaten toch (nog) niet in staat om te werken, trokken kandidaten zich weer terug of waren niet meer te bereiken. Ook bleek een flinke groep die zich aanmeldde niet tot de doelgroep te behoren. In de praktijk blijkt, voor de kandidaten die willen en voldoen aan de minimale eisen dat het aantal werkuren (28 uur per week) vaak niet haalbaar is. Voor hen moeten we een langere aanlooptijd bieden. 2.9. Opstapbaan Een groep jongeren uit het VSO/Pro met een registratie in het Doelgroepenregister gaan wij actief begeleiden. In eerste instantie is het streven hen te plaatsen bij werkgevers, met inzet van de voor deze groep beschikbare instrumenten (Participatiewet). Als dit binnen 3 tot 6 maanden niet mogelijk is, wordt aan 15 van hen een Opstapbaan (variant op Startbaan) aangeboden. Zij komen gedurende 1 tot 2 jaar voor 20 uur per week bij Tiem in dienst en gaan daar aan het werk. Tijdens het werk wordt er ingezet op zowel het vasthouden van geleerde vaardigheden alsook op arbeidsontwikkeling. Waar mogelijk wordt de jongere na 1 jaar gedetacheerd bij andere werkgevers met als doel het arbeidscontract over te nemen.
Deze principes zijn overeenkomstig met de Zwolse Startbaan, waarbij langdurige werkloosheid tegen gegaan wordt door vanuit een betaalde baan te werken aan ontwikkeling en relatie met een andere werkgever dan Tiem. Doordat we hier recent mee zijn gestart hebben we nog geen cijfers beschikbaar. 2.10.
Inzet ervaringsdeskundigheid
We zetten ervaringsdeskundigheid in om beter aan te sluiten bij de doelgroepen uit de bijstandspopulatie. Dit is cruciaal voor het vertrouwen en een persoonlijke relatie. Door betere aansluiting bij kandidaten kunnen we effectiever begeleiden naar werk. Dit heeft een indirect effect op het bijstandsvolume. De inzet van ervaringskennis richt zich vanaf begin 2023 op kennis van GGZdomein en taalbarrières. 2.11.
Maatregelen aanvullend voor Statushouders
Gemeente Zwolle zet zich actief in op bijstandsgerechtigde statushouders (zowel vallend onder de wet inburgering 2013 als de nieuwe wet inburgering 2021) te begeleiden naar participatie naar vermogen, liefst via betaald werk met als ultiem streven duurzame uitstroom bijstand. Op verschillende manieren plegen we hier inzet op: 2.11.1. Team inburgering en participatie Sinds 2019 is de gemeente Zwolle gestart met actieve begeleiding van bijstandsgerechtigde statushouders met inburgeringsplicht door middel van één op één regievoering. Momenteel heeft iedere statushouders onder de nieuwe wet een vast contactpersoon die samen met de statushouder regie voert over het inburgering- en participatietraject. Ook worden veel statushouders die onder de oude wet vallen begeleid of benaderd. Er loopt een herstelactie om de laatste 100 14
bijstandsgerechtigde statushouders actief te begeleiden door het team inburgering en participatie. Door het team wordt er gewerkt vanuit één persoonlijk plan van inburgering en participatie waar maximale participatie naar vermogen, het liefst door betaalde arbeid, centraal staat. In deze werkwijze is expliciet een regievoerder aangewezen die monitort waar de statushouder staat in zijn participatieproces en of er eventueel een volgende stap gezet kan of moet worden. Zo wordt maatwerk geleverd en staat iemands ontwikkelpotentie centraal. 2.11.2. Pilot Provinciaal project In 2020 is de gemeente van start gegaan met het provinciaal project statushouders, voor een groep van 80 statushouders. Dit betreft een samenwerking tussen Gemeente Zwolle, uitvoeringsorganisatie Tiem, ROC’s Deltion en Landstede. De deelnemende statushouders volgen in dit project een duaal traject: leren van de (Nederlandse taal) in een praktijksetting en leren wat werken in Nederland inhoudt. Het betreft kandidaten die al langere tijd in Zwolle wonen en een bijstandsuitkering ontvangen. Zowel het werkdeel als het opleidingsdeel van het traject vinden plaats op locatie Tiem. Met deze aanpak wordt een basis gelegd voor uitstroom naar een betaalde baan. 3. Maatregelen zittend bestand We zetten in op maatregelen om het (langdurig) zittende bestand waar mogelijk ook te activeren.
Hierin doen we een aantal interventies. 3.1. Spoor 6 Hervormingsagenda: Eén gezin, één plan In gezinnen met multi-problematiek blijven we integraal kijken naar oplossingen. In de afgelopen tijd is het belang van bestaanszekerheid door de inflatie en de gestegen energiekosten alleen maar groter geworden. In gezinnen waar al veel speelt kan zo’n ontwikkeling net de druppel zijn die de emmer doet overlopen. De hulpvragen kunnen dan divers zijn; op financieel gebied, op jeugdhulp, Wmo of participatie. Het traject “Doorbraakmethode“ met het Instituut voor Publieke Waarden vanuit het programma Hervormingsagenda is afgerond. Het toepassen van de Doorbraak methodiek heeft ons geleerd op een andere manier te kijken naar het bieden van ondersteuning aan onze inwoners: dit vraagt van ons om ongelijke gevallen ook ongelijk te behandelen. Hierbij blijkt vaak meer mogelijk binnen de bestaande wetgeving dan waar we gebruik van maken. Ook weten we nu dat het beginnen met één oplossing, de doorbraak, die is aangedragen door het gezin zelf en lang niet altijd in ons aanbod zit, de weg vrij maakt voor motivatie en oplossingen door het gezin zelf. Wij hebben uit de ervaringen die wij met het toepassen van de Doorbraak methodiek hebben opgedaan, lessen getrokken. Over deze lessen is de raad eind 2022 geïnformeerd.
De implementatie van de Doorbraakmethode wordt binnen de reguliere organisatie opgepakt en geïmplementeerd en zal o.a. deel uitmaken van de doorontwikkeling van het SWT en de doorgaande ontwikkeling van de afdeling Inkomensondersteuning.
15
We gebruiken het potentieel van deze methode en manier van denken om gezinnen met complexe problematiek beter te helpen en vanuit de geleerde lessen soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. 3.2. Sociale coöperatie Dit project is een collectief van bijstandsgerechtigden die langdurig (meer dan 2 jaar) langs de kant staan en via een sociale coöperatie rust en ruimte krijgen om ondernemerschap uit te proberen. Het kan als voortraject dienen voor het traject Parttime Ondernemen (Regionaal Bureau Zelfstandigen). Sinds de zomer van 2022 maken deelnemers persoonlijke ontwikkeling door, doen kennis op over ondernemerschap, maar ook zelfkennis in wekelijkse bijeenkomsten, trainingen en workshops. Een ander voordeel van deelname is dat zij zakelijke kosten kunnen aftrekken. Ondanks de korte looptijd ervaren deelnemers positieve effecten van de groep (omzien naar elkaar, bijspringen als dat kan). Er wordt een gevoel van veiligheid ervaren. Het is de bedoeling dat de deelnemers op jaarbasis €1.200 verdienen. Dat is nog niet aan de orde. De verwachting is dat dit geen struikelblok gaat vormen. Belemmeringen die deelnemers ervaren zijn verschillend. De een heeft moeite om te wennen aan het nieuwe dagritme, terwijl de andere opvang voor kinderen moet regelen of geen vervoermiddel (fiets) heeft. 3.3.
Perspectiefgesprekken In de praktijk zien we een groep mensen die op het moment dat zij instroomden in de bijstand ook één of meerdere hulpvragen hadden waarvoor het sociaal wijkteam is ingeschakeld. Een deel van deze groep heeft die hulpvragen niet meer, maar staat nog wel langs de kant zonder betaald werk. De bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zonder hulpvraag aan het Sociaal Wijkteam heeft mogelijk onbenut potentieel. In de loop der tijd kan hun situatie gewijzigd zijn, waardoor er andere kansen en een andere aanpak passend is. Tiem brengt deze mensen in beeld, gaat in gesprek met hen, en stelt waar nodig met hulp van afdeling Inkomensondersteuning en het Sociaal Wijkteam een (bijgesteld) integraal plan op. Combineren met opsporen laaggeletterdheid Mensen die laaggeletterd zijn, zijn over het algemeen kwetsbaar, ook al is een deel aan het werk. Zij hebben een relatief grote kans op terugval in de bijstand en vervolgens blijvend langs de kant te komen te staan. In de aanpak van laaggeletterdheid is het signaleren de grootste opgave. We veronderstellen dat onder de mensen die worden opgeroepen voor de hiervoor genoemde perspectiefgesprekken relatief veel laaggeletterd zijn. Tiem beschikt over de expertise om dat te signaleren (inzet Taalmeter).
Als er sprake is van laaggeletterdheid wordt hierop proactief gehandeld met initiatieven in stad en regio, zoals Stadkamer en onderwijs. Dit is onderdeel van de reguliere werkwijze. 4. Maatregelen handhaving 4.1. Handhaving
16
Aan de poort zijn we reeds alert op mogelijke misbruik van de bijstandsuitkering. De consulenten intake worden getraind op fraude-alertheid en fraudebewustzijn. Handhavers worden gewezen op de duurzame effecten van integrale dienstverlening en de rol die handhaving daarbij speelt. Wanneer er vermoedens zijn van fraudesignalen sluit een consulent Handhaving aan bij het intakegesprek. Het kan ook dat de casus na het intakegesprek wordt aangemeld bij team Handhaving. De consulent Handhaving doet dan alsnog onderzoek (bijv. een huisbezoek, aansluiten bij tweede gesprek etc.). 5. Maatregelen gericht op bedrijfsvoering 5.1. Herinrichting van begroting We gaan in het kader van de “Hervorming mogelijk maken” in 2023 aan de slag met een nieuwe indeling van de begroting van het Sociaal Domein. Een indeling die de gewenste beweging van zware naar lichtere vormen van ondersteuning, ondersteunt. Bij de begroting van 2024 die we rond de zomer 2023 in concept gereed hebben, werken we met deze nieuwe indeling. We gaan sturen op verschuiving van budget van uitkeringen naar ondersteuning bij werk (bijvoorbeeld jobcoaching). Hiermee verwachten we ook via de middelen te kunnen sturen op minder mensen in een vangnetsituatie (uitkering) en meer mensen met een betaalde baan met ondersteuning. 5.2.
Nieuwe financieringsafspraken voor TIEM Op basis van het rapport van Radar Advies blijkt dat de financieringsafspraken en ambities de komende jaren 2022 – 2026 verder uit elkaar lopen. De belangrijkste oorzaken zijn: -
Een teruglopende omzet als gevolg van teruglopende omzet uit detacheringen SW-ers en de uitstroom SW en; Een vast gebudgetteerde financiering van de Participatiewet, terwijl daar de activiteiten juist toenemen.
De afgelopen periode hebben wij een financieringssystematiek uitgewerkt, die leidt tot een stabiel financieel fundament met het perspectief tot verbetering van het bedrijfsresultaat waarbij een goedkopere en efficiëntere bedrijfsvoering op basis van ondernemerschap en partnership wordt beloond. Op hoofdlijnen houdt de nieuwe financieringssystematiek in dat de re-integratieactiviteiten die Tiem uitvoert waardoor mensen geheel of gedeeltelijk uit de bijstand gaan, door aan het werk te gaan met een loonkostensubsidie of door het verwerven van partiële inkomsten, bekostigd gaat worden uit de bespaarde uitkering. 5.3. Investeren in TIEM Aanvankelijk was het idee om het voordeel op het budget voor loonkostensubsidies in te zetten bij Tiem zodat Tiem meer financiële armslag krijgt om extra begeleiding in te zetten. Zo kunnen meer mensen uit de bijstand naar betaald werk met een loonkostensubsidie of door het verwerven van partiële inkomsten. Tevens kan Tiem daardoor extra omzet genereren waardoor het verlies in omzet 17
uit de SW kan worden goedgemaakt. Dit biedt Tiem het perspectief van een nieuw potentieel winstgevend bedrijfsmodel. Het voordeel dat we krijgen door extra inkomsten door inzet op de loonkostensubsidies gaat nu in zijn geheel op in het tekort op de bijstandsuitgaven. Een budget neutrale verschuiving van de financiële ruimte die het loonkostenbudget biedt naar arbeidsparticipatie, is daardoor niet meer mogelijk. Het risico is dat wanneer we niet investeren in de uitstroom naar werk (door inzet van loonkostensubsidies en partiële inkomsten) onze bijstandsuitgaven relatief gezien niet voldoende zullen dalen, en ons bijstandstekort daardoor zal toenemen. Tevens kan Tiem het omzetverlies als gevolg van de het stopzetten van de SW niet goedmaken en dreigt er een toenemend financieel tekort bij Tiem (zoals ook geschetst in de evaluatie). Voor Tiem hebben we in 2022 €525.000 extra beschikbaar gesteld, voor dekking van een tekort op het inkoopmodel en het exploitatietekort, alsmede voor inzet op statushouders in de ondertussengroep. Vanaf 2024 sluiten we een nieuwe overeenkomst met Tiem en kiezen we een nieuw financieringsmodel, waarin meer ruimte is voor Tiem door extra te investeren in begeleiding voor loonkostensubsidie en het verwerven van partiële inkomsten. Bronnen: Beleidsrapportage 1 2022, Beleidsrapportage 2 2022, Perspectiefnota.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde maatregelen die een bijdrage leveren aan de tekortreductie. Het college maakt hier een inschatting van het beoogde effect en hoe dit effect wordt gemonitord. In niet alle gevallen is het kwantificeren van het effect mogelijk en is er meer sprake van een indirect effect. In dat geval wordt toegelicht waarom enkel kwalificering van de maatregel mogelijk is. Beoogd effect Het college verwacht dat met de genoemde maatregelen het aantal mensen dat een beroep moet doen op, of afhankelijk blijft, van de bijstand wordt verkleind. Doordat we inwoners beter in beeld brengen en beter kunnen doorgeleiden naar de juiste hulp, die bovendien meer aansluit bij de inwoner, verwachten we dat het aantal mensen in de bijstand afneemt. De genomen maatregelen zijn soms moeilijk te kwantificeren. Hieronder staat per maatregel het verwachte kwantitatieve of kwalitatieve effect. Maatregel Toekomstgesprekken
Doel Instroom beperken
Effect Zorgt voor begeleiding die beter aansluit bij jongeren. Dit verkleint de instroom van jongeren in de bijstand. 18
Project zoekperiode jongeren
Instroom beperken
Snelle inzet sociaal werkbedrijf Tiem
Instroom beperken
Ondernemersloket
Instroom beperken
Inzet schulddienstverlening
Instroom beperken
Innovatielab en ketensamenwerkingen
Uitstroom bevorderen
Groepsgerichte aanpak stimuleren
Uitstroom bevorderen
Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling)
Uitstroom bevorderen
Inzet Basismeters
Uitstroom bevorderen
Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen
Uitstroom bevorderen
Informatie bundelen
Uitstroom bevorderen
Meerjarig vitaliteitsprogramma SportService Startbaan
Uitstroom bevorderen
Opstartbaan
Uitstroom bevorderen
Uitstroom bevorderen
Van december 2021 t/m december 2022 zijn er 463 aanvragen gedaan door jongeren. Circa 350 inwoners hebben na de zoekperiode nog een aanvraag ingediend. De zoekperiode heeft dus mogelijk in ruim 100 situaties geleid tot een andere oplossing. Door inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt direct een intakegesprek aan te bieden bij Tiem, proberen we te voorkomen dat zij inactief worden en beroep moeten doen op de bijstand. Het ondernemersloket draagt bij aan laagdrempelige toegang tot begeleiding en regelingen, wat de kans op succesvolle doorstarten van ondernemingen vergroot. Door inwoners vroegtijdig en actief te begeleiden met financiële problematiek voorkomen we uitval op werk en instroom in de bijstand. Door het innovatielab sluiten we beter aan bij de inwoner waardoor de dienstverlening aan de doelgroep effectiever zal zijn. Dit heeft vanaf 2024 een indirect effect op het bijstandsvolume. Door communitywerking leren inwoners van elkaar en vergroten zij hun netwerk. Dit heeft een indirecte invloed op het bijstandsvolume. Daarnaast draagt het bij aan efficiëntere inzet van uitvoerend personeel. Inwoners met een GGZ-achtergrond worden actief begeleid op de werkvloer. Dit heeft een directe invloed op het bijstandsvolume, naar verwachting circa 20 personen. We sporen laaggeletterdheid op en kunnen hierdoor beter op anticiperen in doorgeleiding naar werk.
Het draagt bij aan aanvaarden en behouden van werk. Dit betreft een indirect effect. We informeren nieuwe doelgroepen waardoor zij kennis opdoen over overheidssteun en wij hen beter kunnen begeleiden. Dit heeft een indirect effect. Meer inzicht in de samenstelling van de bijstandspopulatie zodat we gericht kunnen strategie kunnen bepalen en sturen op uitstroom. In 2022 hebben we 40 deelnemers geactiveerd. In 2023 zetten we in op activering van 200 deelnemers. Het effect op het bijstandsvolume is indirect. 110 mensen hebben zich aangemeld. Met 16 van hen is een overeenkomst aangegaan. Daarnaast staan 5 startbanen on hold, in de meeste gevallen door langdurige ziekte. Verder zijn 18 mensen na aanmelding uitgestroomd naar regulier werk, en zijn 9 kandidaten actief in een ander traject van Tiem of een partner. We verwachten een klein direct effect op het bijstandsvolume van maximaal 15 inwoners minder in de bijstand.
19
Inzet ervaringsdeskundigheid Extra inzet statushouders
Uitstroom bevorderen Uitstroom bevorderen
Spoor 6: Eén gezin, één plan
Zittend bestand activeren
Sociale coöperatie
Zittend bestand activeren
Perspectiefgesprekken
Uitstroom bevorderen
Handhaving Herinrichting van begroting
Rechtmatigheid controleren Bedrijfsvoering aanpassen
Nieuwe financieringsafspraken
Bedrijfsvoering aanpassen
Investeren in Tiem
Bedrijfsvoering aanpassen
We sluiten beter aan bij de doelgroep waardoor we hen effectiever kunnen begeleiden Door de extra inzet op statushouders zijn er in de periode 2019-2022: 123 mensen uitgestroomd naar werk, 47 mensen uitgestroomd naar deeltijdwerk en 64 mensen uitgestroomd naar scholing. De doelgroep is groter dan de beschikbare capaciteit. Het vergroot motivatie van het gezin, zorgt voor financiële rust en draagt bij aan zelfstandig oplossend vermogen van inwoners. Participatie en werk kunnen een deel van de oplossing zijn, als ook resultaat van andersoortige totaal oplossingen. Het effect is dan indirect. Het streven was om 7 á 8 deelnemers in het eerste jaar te begeleiden, en om in het tweede jaar uit te groeien naar 15 deelnemers. In oktober 2022 is met de tweede groep gestart, in het voorjaar 2023 een derde. Het totaal aantal deelnemers bedroeg toen 16. Twee deelnemers zijn reeds uitgestroomd naar werk. De verwachting is dat een deel (aanname dat dit niet meer dan de helft van de deelnemers zal betreffen) door zal stromen naar een traject bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen of rechtstreeks naar betaald werk. In 2022 zijn 225 van de boogde 500 kandidaten opgepakt. Grootste deel van de kandidaten (85) bevind zich op trede 2 van de participatieladder. Gevolgd door trede 3. Verwachting is dat ruim 80 mensen van de 225 betaald aan het werk (met ondersteuning) kunnen.
In 2023 worden de overige 275 kandidaten opgepakt. Dit heeft een beperkt effect op het aantal mensen in de bijstand. Er zijn weinig signalen van fraude. Budgetallocatie aanwenden ter ondersteuning van bewegingen: Actievere ondersteuning bij werk waardoor meer inwoners hun werk behouden. Indirect effect. Geld dat wordt bespaard door het niet inzetten van de uitkering blijft beschikbaar voor re-integratie. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor ondernemerschap waardoor expertise en capaciteit van partners beter wordt benut en komt er een verschuiving naar het voorkomen van uitkeringsafhankelijkheid (kwetsbare schoolverlaters ondersteunen en nazorg bieden aan kwetsbare werkenden). Extra ruimte voor begeleiding van inwoners naar werk.
We zetten in op een betere bestandsanalyse om te kijken welke maatregelen effect hebben. De bestandsanalyse kan aanleiding geven tot het aanscherpen van de participatieketen. Daarnaast willen we een dashboard ontwikkelen waarin gegevens over de participatieketen en de BUIGbudgetten gecombineerd zijn, zodat we ontwikkelingen in het BUIG-budget en de bijstandspopulatie beter kunnen monitoren. Hierdoor kunnen we vroegtijdig signaleren en waar nodig bijsturen. 20
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle verklaart dat het voor 15 augustus 2023 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
21
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, Pw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?
Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces 22
Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Zwolle stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente.
Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________
23
De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
24