CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3a - Verkennend natuuronderzoek Centrumgebied Oosterenk

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ruimtelijk Ontwikkelplan Centrumgebied Oosterenk4.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Oriënterend onderzoek in het kader van de weten regelgeving voor natuur

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Kader van het onderzoek .................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten ................................................ 4

2

Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden .......................................................... 6 2.1 Toetsingskader .................................................................................................... 6 2.2 Inventarisatie ....................................................................................................... 7 2.3 Analyse van de mogelijke effecten ..................................................................... 7

3

Wet natuurbescherming: soortenbescherming ............................................................. 8 3.1 Toetsingskader .................................................................................................... 8 3.2 Methode .............................................................................................................. 9 3.3 Voorkomende ecotopen .................................................................................... 10 3.4 Planten .............................................................................................................. 10 3.5 Vleermuizen ...................................................................................................... 10 3.6 Overige zoogdieren ........................................................................................... 13 3.7 Vogels ............................................................................................................... 13 3.8 Amfibieën en Reptielen ..................................................................................... 15 3.9 Vissen ................................................................................................................ 15 3.10 Ongewervelden ................................................................................................. 15

4

Natuurbeleidskaders.................................................................................................... 16 4.1 Toetsingskader .................................................................................................. 16 4.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 16

5

Conclusies ................................................................................................................... 18

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer sweco.projectId Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/verkennend natuuronderzoek centrumontwikkeling oosterenk.docx

3/19

1

Inleiding

1.1

Kader van het onderzoek

BPD Ontwikkeling BV heeft Sweco gevraagd de onderzoeken uit te voeren die nodig zijn voor het ruimtelijk ontwikkelingsplan centrumgebied Oosterenk Zwolle. Voorliggende rapportage betreft één van de benodigde onderzoeken, namelijk het verkennend natuuronderzoek. Projecten of handelingen dienen namelijk te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: · Wet natuurbescherming: ° Natura 2000-gebieden. ° Soorten. · Natuurnetwerk Nederland (NNN) en natuurgebieden buiten het NNN (onder andere ganzenfoerageergebied, weidevogelleefgebied). Het verkennend natuuronderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het verkennend natuuronderzoek is de eerste stap in de procedure. Afhankelijk van het resultaat moeten de navolgende stappen al dan niet worden doorlopen. In voorliggend verkennend natuuronderzoek heeft toetsing plaatsgevonden op beschermde Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en op de natuurbeleidskaders.

1.2

Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten

Het plangebied bestaat uit twee delen (west en oost) en ligt aan de zuidoostkant van Zwolle. Een derde deel (ABC in figuur 1.1) behoort niet tot het plangebied. Het westelijke deel van het plangebied (‘Jansen’ in figuur 1.1) bestaat uit een kantoorgebouw met rondom een parkeerplaats, gazon, groenstroken en bomen. Het oostelijke deel (‘BPD’ in figuur 1.1) ligt grotendeels braak. In dit deel is uiterst noordelijk een kantoorgebouw met parkeerplaatsen, een tuin en zijn rondom bomen aanwezig. De rest van het BPD terrein is in het verleden wel bebouwd geweest (tussen 1990 en 2010, topografische atlas). Elders staan ook bomen, binnen de hekken en, langs de terreingrenzen. Aan de oostzijde staan bomen die grotendeels buiten de terreingrens liggen. Het plangebied is in figuur 1.1 op een luchtfoto weergegeven. De mogelijk toekomstige invulling van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

4/19

Figuur 1.1 Globale ligging van het plangebied. Het betreft de oranje en groen omkaderde delen.

Figuur 1.2 Globale inrichting van het plangebied. Het betreft het rood omcirkelde deel links en het rood omkaderde deel aan de rechterzijde.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

5/19

2

Wet natuurbescherming: Natura 2000gebieden

2.1

Toetsingskader

De Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn) in Nederland. Projecten of handelingen die negatieve effecten op deze beschermde gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel niet toegestaan. Binnen het kader van de Wet Natuurbescherming is ook toetsing nodig van effecten in het kader van de externe werking. Bij de toetsing zijn er de volgende procedurevarianten: · Geen nader onderzoek: effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten (er zijn geen Natura 2000-gebieden in de omgeving aanwezig). · Voortoets: effecten kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. · Verslechteringstoets: effecten kunnen op basis van de Voortoets niet worden uitgesloten, significantie hiervan wel. · Passende beoordeling: significantie van effecten kan op basis van de Voortoets of Verslechteringstoets niet worden uitgesloten. · ADC-toets: indien significantie van effecten op basis van de Passende beoordeling niet kan worden uitgesloten. Aangetoond dient te worden dat er geen alternatieven zijn met minder effecten, er sprake is dwingende redenen van groot openbaar belang en in compensatie is voorzien. Indien negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten is in ieder geval een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.

Voorliggende rapportage beoordeelt zowel het effect van de aanlegfase als de gebruiksfase. Voor het uitvoeren van een stikstofberekening dient gebruik te worden gemaakt van de AERIUS Calculator. Bij een melding of vergunningaanvraag dient deze berekening te worden bijgevoegd. Bij een vergunningaanvraag zal door het bevoegd gezag worden bepaald of er nog ontwikkelingsruimte beschikbaar is voor de toename van stikstof voor de betreffende habitattypen of soorten. Op basis daarvan zal worden bepaald of een vergunning kan worden verleend.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

6/19

2.2

Inventarisatie

Voor de inventarisatie van Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de gebiedendatabase van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied) op ca. 1,7 km afstand. Verder weg, op ca. 4,5 km afstand, ligt het Natura 2000gebied Rijntakken (Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied). Genoemde Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Globale ligging plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (groen en geel) en Rijntakken (paars).

2.3

Analyse van de mogelijke effecten

Het plangebied ligt nergens binnen Natura 2000-gebied waardoor directe aantasting zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000gebied niet aan de orde is. Het plangebied ligt ruim buiten de afstand van enkele honderden meters waar verstoring door beweging, geluid, trilling en licht van verstoringsgevoelige dieren (waaronder vogels) kan plaatsvinden. Bovendien ligt het plangebied in de stad en zijn tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden veel gebouwen en wegen aanwezig. Zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase wordt geen extra verstoring veroorzaakt op de omliggende Natura 2000-gebieden. Gedurende zowel de realisatiefase als tijdens de gebruiksfase is mogelijk sprake van een verhoging van stikstofuitstoot. Het kan niet op voorhand worden uitgesloten dat door deze verhoging sprake is van extra stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase dient een berekening met de AERIUS Calculator te worden uitgevoerd om vast te stellen of sprake is van een verhoging aan stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als dit het geval is, dient ecologisch onderzoek naar de effecten hiervan plaats te vinden.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

7/19

3

Wet natuurbescherming: soortenbescherming

3.1

Toetsingskader

In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.): lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.): lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

8/19

Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. Voor Andere beschermde soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de nieuwe wet geldt een ontheffingsplicht. Deze kan alleen worden verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is.

Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet Natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

3.2

Methode

Bronnenonderzoek De inventarisatie betreft een onderzoek naar de actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten in het plangebied. De inventarisatie bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en habitatgeschiktheid beoordeling. Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en de ruime omgeving er om heen. Hiervoor zijn de volgende bronnen gebruikt: · NDFF (2017 - 2022). · Soortenatlassen. Habitatgeschiktheidsbeoordeling Op basis van een oriënterend veldbezoek is de geschiktheid van biotopen voor beschermde soorten beoordeeld. Deze beoordeling brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soorten(groepen) in beeld die in het plangebied (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek heeft plaats gevonden op 8 november 2022 door een deskundig ecoloog van Sweco. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Op basis van het bronnenonderzoek en de habitatgeschiktheidsbeoordeling is een inschatting gemaakt in hoeverre de te verwachten soorten, soortgroepen en/of het geschikte biotoop beïnvloed kunnen worden door de voorgenomen activiteit. Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd voor welke soorten of soortgroepen er nader (veld)onderzoek en eventueel ontheffingsplicht in kader van Wet natuurbescherming van toepassing is.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

9/19

Het onderzoek beperkt zich tot op grond van de Wet Natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Niet-beschermde Rode lijstsoorten die in het plangebied (kunnen) voorkomen zoals diverse soorten paddenstoelen en vaatplanten worden niet in het onderzoek betrokken omdat deze soorten niet relevant zijn voor toetsing aan de Wet Natuurbescherming.

3.3

Voorkomende ecotopen

De voorkomende ecotopen zijn bepaald op basis van het oriënterend veldbezoek. De volgende ecotopen zijn aanwezig: Locatie Jansen · Bakstenen gebouw met open stootvoegen en plat dak. · Parkeerplaats met klinkerverharding. · Enkele lage hagen en dunne bomen (15-20 cm doorsnede). · Gazon. Locatie BPD · Houten gebouw met kunststof bekleding en plat dak. · Tuin rondom het gebouw met bomen, tegelpaden, borders en lage hagen. · Parkeerplaats met klinkerverharding. · Bomen verspreid over het gehele terrein, solitair, in groepjes en onderdeel uitmakend van een bosschage (noordzijde). · Grote vlakte met deels gras en deels kale grond met plaatselijk wallen of andere laagtes en glooiingen. · Uiterst zuidelijk een met riet begroeide laagte. Tijdens het veldbezoek stond deze droog.

3.4

Planten

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Er zijn in het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF, 2017-2022). Tijdens het veldbezoek zijn ook geen beschermde planten waargenomen. Wel zijn in het gazon van locatie Jansen duizendblad, gewone reigersbek, gewoon biggenkruid en leeuwentand waargenomen. Op locatie BPD zijn soorten als koekoeksbloem, bezemkruiskruid, andoorn, brandnetel, duizendblad, kleine leeuwentand, muurpeper, koolzaad, wegdistel, glanzend kruiskruid, smalle weegbree, madelief, ereprijs, gewone reigersbek, toorts en speerdistel aangetroffen. Analyse en toetsing van mogelijke effecten De werkzaamheden hebben geen effect op plantensoorten behorend tot de beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming aangezien deze niet voorkomen in het plangebied. Wel kan op de kale zandgrond op een deel van het BPD terrein niet worden uitgesloten dat, als dit langer braak blijft liggen, zich pionierssoorten gaan vestigen. Hieronder zijn ook beschermde soorten. Aanvullend onderzoek naar beschermde planten en een mogelijke ontheffingsprocedure zijn thans niet nodig. Als de grond nog enkele jaren braak ligt is een nieuwe inspectie aan te bevelen.

3.5

Vleermuizen

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Nabij het plangebied zijn diverse waarnemingen bekend van gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (NDFF, 2017-2022). Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

10/19

Deze waarnemingen zijn vooral afkomstig van de natuurzone ten oosten van het plangebied (grenzend aan het BPD deel van het plangebied). Binnen het plangebied zijn diverse bomen aanwezig, waarvan het thans nog niet duidelijk is of deze blijven of gekapt worden. De bomen die grenzen aan de noord- en oostzijde van het BPD terrein liggen buiten het plangebied en blijven behouden. Uit de mogelijke inrichting, weergegeven in figuur 1.2 blijkt dat ook veel bomen die langs de binnenkant van de plangebied grens staan, blijven behouden. Omdat dit plan niet definitief is, is dit niet zeker. Wel duidelijk is dat de bomen midden op het BPD terrein niet behouden kunnen blijven. In één van deze bomen zijn twee holtes waargenomen die mogelijk geschikt zijn als vleermuisverblijf (zie figuur 3.1). Het gebouw aan de noordzijde is voorzien van plastic planken zonder openingen. Wel is op het overhangende deel naast de ingang sprake van een losse plafondplaat met een brede kier. Als hierboven een holle ruimte is, kunnen vleermuizen dit mogelijk gebruiken. In de kleine bomen op het Jansen terrein zijn geen holtes waargenomen en de bomen maken ook geen deel uit van een vliegroute. In het gebouw hier zijn langs alle zijden en van onder tot boven open stootvoegen aanwezig (zie figuur 3.3).

Figuur 3.1 Links de boom met holtes (rood omcirkeld), rechts de locatie van de boom (rood omcirkeld).

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

11/19

Figuur 3.2 de loshangende plafondplaat onder het overhangende deel bij de ingang van het gebouw op het BPD terrein.

Figuur 3.3 De open stootvoegen (rood omcirkeld) op een van de gevels van het gebouw op het Jansen terrein .

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

12/19

Analyse en toetsing van mogelijke effecten Er wordt binnen beide delen van het plangebied bebouwing gesloopt. In het gebouw op het Jansen terrein zijn veel open stootvoegen aanwezig die mogelijk naar een voor vleermuisverblijven geschikte spouw leiden. Als dit gebouw gesloopt wordt, moet eerst onderzoek gedaan worden naar het gebruik van het gebouw door vleermuizen. Dit geldt ook voor het gebouw op het BPD terrein, al lijkt dit door de brede kier minder geschikt voor vleermuizen. Ook voor de kap van de boom met holtes moet voorafgaande aan de kap een vleermuisonderzoek plaatsvinden. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen lijken op basis van de inrichting niet verloren te gaan omdat bomen langs de grens blijven staan en er voldoende parallelle structuren zijn en aanwezig blijven. Foerageergebied is vooral buiten het plangebied aanwezig. Aanbevolen wordt op basis van een meer definitief plan voor inrichting gericht vervolgonderzoek naar vleermuisverblijven uit te voeren. Als blijkt dat in gebruik zijnde vleermuisverblijven verloren gaan dient ontheffing te worden aangevraagd. Verder dient zowel tijdens de realisatiefase als binnen het ontwerp rekening te worden gehouden met de te plaatsen lichtbronnen. In het ontwerp dient voor de openbare verlichting zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van vleermuisvriendelijke verlichting.

Tijdens de uitvoering dient de (vleermuisvriendelijke) verlichting dusdanig te worden afgesteld dat de bomen en het groen in de omgeving niet worden beschenen.

3.6

Overige zoogdieren

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de nationaal beschermde eekhoorn (vooral ten westen, maar ook ten noorden van het plangebied), egel (ten noorden van het plangebied), steenmarter (in het oostelijk deel van het plangebied) en wezel (in de natuurzone ten oosten van het plangebied) (NDFF, 2017-2022). Tijdens het veldbezoek zijn geen verblijfplaatsen van (beschermde) zoogdieren waargenomen. Wel zijn molshopen aangetroffen. De in de omgeving waargenomen beschermde soorten kunnen langs de randen van het BPD terrein en langs de buiten de begrenzing aanwezige slootoevers migreren. Het grotendeels verharde en bebouwde Jansen terrein heeft nauwelijks een functie voor overige zoogdieren. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Rust- en verblijfplaatsen van de in de omgeving aangetroffen beschermde soorten gaan niet verloren omdat deze niet aanwezig zijn in of nabij het plangebied. Er is geen aanwezigheid van steenmarter bekend in de te slopen gebouwen. De sloten en begroeiing langs het BPD terrein blijven intact omdat dit buiten de begrenzing ligt. Mogelijke migratieroutes en potentiële locaties voor verblijven van egel en wezel gaan niet verloren. De nieuwbouw leidt niet tot negatieve effecten op beschermde soorten.

Wel is voor zowel beschermde als algemeen voorkomende zoogdieren de zorgplicht van kracht, wat voornamelijk inhoudt dat passerende dieren de gelegenheid wordt geboden het plangebied te kunnen verlaten.

3.7

Vogels

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Alle inheemse vogels zijn als Vogelrichtlijnsoort beschermd conform artikel 3.1 Wet natuurbescherming.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

13/19

Vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Op basis van het bronnenonderzoek is vastgesteld dat er in de directe en wijde omgeving van het plangebied meerdere (broed)vogelsoorten zijn waargenomen in en nabij het plangebied (NDFF, 2017-2022). Tijdens het veldbezoek zijn diverse nesten waargenomen in de mogelijk te kappen bomen binnen het plangebied. Een aantal van deze nesten was te klein om in gebruik te zijn door vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Maar in twee bomen zijn grotere nesten aangetroffen die mogelijk jaarrond beschermd zijn (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3 Links de boom midden op het terrein, midden de boom langs de rand (de meest noordelijk van 2 bomen die hier staan) en uiterst rechts de situering respectievelijk rood en geel omcirkeld.

Analyse en toetsing van mogelijke effecten Verstoring van vogels treedt op wanneer er werkzaamheden uitgevoerd worden in de nabijheid van broedende vogels rond het werkgebied. Het betreft binnen dit project broedende vogels in aanwezige bomen, daken, groenstroken en aangrenzende slootoevers. Door voor de sloop en nieuwbouw buiten het broedseizoen te werken, wordt verstoring van broedende vogels voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half maart tot begin augustus. Als niet voorkomen kan worden om in het broedseizoen te werken dient kort voor de uitvoering gecontroleerd te worden of sprake is van broedgevallen binnen de verstoringsafstand. Als dit het geval is moet worden gewacht tot de jongen uitgevlogen zijn. Als de bomen met een potentieel jaarrond beschermd nest gekapt moeten worden, zal voorafgaande aan deze kap aanvullend onderzoek uitgevoerd moeten worden naar het gebruik van de nesten. Afhankelijk van het gebruik moet al dan niet een ontheffing aangevraagd worden. Als de start van de uitvoering nog enige jaren duurt, dient opnieuw een controle op nesten uitgevoerd te worden.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

14/19

3.8

Amfibieën en Reptielen

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend beschermde soorten amfibieën en reptielen (NDFF, 2017-2022). Tijdens het veldbezoek is in het plangebied in de stedelijk omgeving van Zwolle geen optimaal habitat voor beschermde soorten amfibieën en reptielen waargenomen. De aan het oostelijk deel van het plangebied (BPD deel) grenzende sloten en oevers liggen buiten het plangebied en blijven behouden. De laagte in het zuidelijk deel van het BPD gebied stond droog tijdens het veldbezoek en is derhalve niet permanent watervoerend. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Vanwege het ontbreken van waarnemingen en (optimaal) leefgebied binnen het plangebied is het niet te verwachten dat beschermde amfibieën en reptielen hier voorkomen. Negatieve effecten op deze soortgroepen zijn daarom niet te verwachten. Omdat aanwezigheid van een passerend exemplaar niet volledig kan worden uitgesloten, dient voor alle tijdens de werkzaamheden mogelijk aanwezige dieren de zorgplicht in acht genomen te worden, wat voornamelijk inhoudt dat deze dieren de gelegenheid moeten krijgen het plangebied te verlaten.

3.9

Vissen

Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Ten zuiden van het plangebied is een waarneming bekend van de beschermde grote modderkruiper (NDFF, 2017-2022). In het plangebied is geen sprake van oppervlaktewater. Wel is in het BPD gebied een droogstaande laagte aanwezig, die mogelijk in natte periodes water bevat. Ook grenst het aan de oostzijde oppervlaktewater, maar dit blijft omdat het buiten het plangebied ligt volledig behouden. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Grote modderkruiper komt voor in de omgeving van het plangebied. Maar omdat er binnen de begrenzing geen oppervlaktewater aanwezig is en er geen ingrepen aan sloten gaan plaatsvinden zijn negatieve effecten op beschermde en overige vissen uitgesloten.

3.10 Ongewervelden Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Binnen het plangebied en directe omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vlinders of libellen. Op circa 500 m ten zuiden van het plangebied is grote weerschijnvlinder (waardplant boswilg en soms grauwe wilg) waargenomen (NDFF, 2017-2022). Voor deze soort zijn geen waardplanten aangetroffen in het plangebied. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Binnen het plangebied en omgeving zijn, uitgezonderd grote weerschijnvlinder, geen waarnemingen bekend van beschermde vlinders of libellen. Omdat geen waardplanten aanwezig zijn voor grote weerschijnvlinder en geen voor libellen mogelijk geschikt oppervlaktewater verdwijnt zijn negatieve effecten op beschermde ongewervelden door de ontwikkeling uitgesloten.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

15/19

4

Natuurbeleidskaders

4.1

Toetsingskader

Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit: · Provinciaal beleid: ° Natuurnetwerk Nederland (NNN). ° NNN-beheergebieden, Natuurgebieden buiten het NNN (onder andere ganzenfoerageergebied, weidevogelleefgebied.

4.2

Natuurnetwerk Nederland

Toetsingskader De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In onderstaand schema is dit stapsgewijs weergegeven. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dient te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’. Een ’nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied.

Inventarisatie Het plangebied ligt buiten de begrenzing van NNN Overijssel. In figuur 4.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de meest dichtbijgelegen NNN gebieden.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

16/19

Figuur 4.1 De globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van de meest dichtbijgelegen NNN gebieden in groen (natuur), blauw (water), geel (uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000). Groen gestippeld is Zone ondernemen met natuur en water buiten NNN.

Analyse en toetsing effecten De geplande ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN omdat het plangebied volledig buiten de begrenzing ligt.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

17/19

5

Conclusies

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Het plangebied ligt nergens binnen Natura 2000-gebied waardoor directe aantasting zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000gebied niet aan de orde is. Het plangebied ligt ruim buiten de afstand van enkele honderden meters waar verstoring door beweging, geluid, trilling en licht van verstoringsgevoelige dieren (waaronder vogels) kan plaatsvinden. Bovendien ligt het plangebied in de stad en zijn tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden veel gebouwen en wegen aanwezig. Zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase wordt geen extra verstoring veroorzaakt op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het kan niet op voorhand worden uitgesloten dat er ten gevolge de voorgenomen ontwikkeling sprake is van extra stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase dient een berekening met de AERIUS Calculator te worden uitgevoerd om vast te stellen of sprake is van een verhoging aan stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als dit het geval is, dient ecologisch onderzoek naar de effecten hiervan plaats te vinden. Soortenbescherming In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de volgende beschermde soorten: diverse soorten vleermuizen, eekhoorn, egel, steenmarter, wezel en grote weerschijnvlinder.

Voor vleermuizen kunnen beschermde verblijfplaatsen aanwezig zijn in beide gebouwen en in een boom op het BPD terrein. Naar het gebruik door vleermuis dient vervolgonderzoek plaats te vinden. Ook is in een tweetal bomen een potentieel jaarrond beschermd nest waargenomen. Ook naar het gebruik van deze nesten dient vervolgonderzoek plaats te vinden. Voor de overige (beschermde) soorten is geen leefgebied/beschermde verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig. Genoemd vervolgonderzoek kan het beste plaatvinden als het ontwerp meer definitief is en bekend is waar gekapt gaat worden. Om verstoring van broedende vogels te voorkomen buiten het broedseizoen moeten worden gewerkt (grofweg half maart t/m juli met uitloop tot halverwege augustus). Als niet voorkomen kan worden om in het broedseizoen te werken dient kort voor de uitvoering gecontroleerd te worden of sprake is van broedgevallen binnen de verstoringsafstand. Als dit het geval is moet worden gewacht tot de jongen vliegvlug zijn. Zorgplicht Om verstoring van migrerende, overvliegende of foeragerende vleermuizen te voorkomen, dienen de werkzaamheden zo veel als mogelijk overdag uitgevoerd te worden en dient waar mogelijk tussen zonsondergang en zonsopgang geen directe werkverlichting of strooiverlichting (met uitzondering van voertuigen) toegepast te worden, die op het groen in de bestaande aangrenzende woonwijk kan schijnen.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

18/19

Voor eventueel aanwezige algemene (vrijgestelde) soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt wel de zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Aanwezige dieren dienen in de gelegenheid gesteld te worden het plangebied te verlaten. Natuurbeleidskaders Natuurnetwerk Nederland De geplande werkzaamheden leiden niet tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN Overijssel omdat deze buiten de begrenzing plaatsvinden. Samenvattende tabel Gebiedsbescherming

Effecten

Nader onderzoek

Nadere procedure / mitigerende maatregelen

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

Mogelijk stikstofdepositie aanleg/gebruiksfase

AERIUSberekening

Mogelijk voortoets en of vergunningsprocedure

Soortenbescherming

Effecten

Nader onderzoek

Nadere procedure / mitigerende maatregelen

Planten

Geen

Geen

Geen

Vleermuizen

Mogelijk vernietiging verblijfplaatsen

Gebruik bebouwing en boomholtes

Mogelijk ontheffing en zorgplicht

Overige zoogdieren

Geen

Geen

Zorgplicht

Vogels

Verstoring broedvogels Mogelijk vernietiging jaarrond beschermde nesten

Gebruik potentieel jaarrond beschermde nesten

Mogelijk ontheffing Werken buiten broedseizoen (half maart – begin augustus)

Amfibieën/ reptielen

Geen

Geen

Zorgplicht

Vissen

Geen

Geen

Geen

Ongewervelden

Geen

Geen

Geen

Natuurbeleidskaders

Effecten

Nader onderzoek

Nadere procedure / mitigerende maatregelen

Natuurnetwerk Nederland

Geen

Geen

Geen

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Oosterenk Zwolle, locaties Jansen en BPD Projectnummer 51007036 Datum 14-11-2022

Versie D0

Document referentie NL22-648800269-36339

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=989e6f02-5ade-49fc-8124-53fcbbc3de34