CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a Derk Buismanstraat 23

Raad Besluitvormingsronde 10 juni 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 2326.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

24/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

risicobronnen. Het gebiedstype behorende bij het plangebied uit onderhavig plan is Stroomzone. 2.4.2.9.7

Bodem

Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied wonen. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse wonen. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs.

Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies; Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; Bodemsanering gebiedsgericht benaderen; Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond.

Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning. 2.4.2.9.8

Conclusie milieubeleid

Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).

25/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een maatschappelijk (bedrijfs)perceel met een loods c.q. hal. De hal is in gebruik door de AFAC (Algemene Fiets Afhandel Centrale. De AFAC verwerkt verkeerd gestalde fietsen. De hal beslaat het volledige perceel waardoor het hele perceel bebouwd is. 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Door de huidige bebouwing die het gehele perceel beslaat te slopen, ontstaat de mogelijkheid om zowel aan de Venestraat als aan de Derk Buismanstraat de straatwand af te maken. Gekozen is voor drie grondgebonden herenhuizen aan de Venestraat welke qua allure, schaal en uitstraling passen in het stedenbouwkundig beeld aan de Venestraat en drie stadswoningen aan de Derk Buismanstraat met een wat bescheidener karakter. Tussen de twee nieuw te bouwen bouwblokken worden tuinen gemaakt die aansluiten op de bestaande groene binnentuinen tussen de bestaande bouwblokken. Aan de Venestraat wordt een gevarieerd volume voorgesteld die de lange rijzige tweelaagse bebouwing met kap koppelt aan de voormalige verffabriek. Hiermee fungeren deze woningen als een echt “koppelstuk'' tussen twee gemeentelijke monumenten. De woningen zijn individueel afleesbaar door de facetering, welke de curve in de straat volgt, maar vormen duidelijk één plan. De bebouwing aangrenzend aan het gemeentemonument aan de rechterzijde is twee bouwlagen hoog. Dan loopt de bebouwing op naar drie bouwlagen met kap. Daarna lopen de bouwlagen terug naar twee, met een terugliggende kap. Hieropvolgend loopt de bebouwing weer omhoog naar vier bouwlagen; de hoogte van de panden aan de overzijde overnemend. Tegen de verffabriek loopt de bebouwing weer naar beneden naar twee lagen met een terugliggende laag.

De keuze voor de bouwlagen en terugliggende kappen maken deze woningen tot een precisieverbinding met respect naar de bestaande gemeentemonumenten aan weerszijden. Tevens geeft dit een eigen karakter en identiteit aan de nieuwbouw. De verdiepingshoogte van de woonkamer/eetkeukenlaag van de woningen aan de Venestraat wordt hoger gemaakt dan nodig voor het bouwbesluit (3.4 m) om beter aan te sluiten bij de prominentere bebouwing in deze straat. Ook wordt de begane grond van de meest rechtse woning drie treden omhoog gehaald zoals ook bij de woningen aan de overzijde het geval is. De dakterrassen op de tweelaagse bebouwing aan de Venestraat dragen bij aan een levendige straat. De Derk Buismanstraat is een straat met een kleinschaliger bebouwingsbeeld door de tweelaagse bebouwing die is voorzien van een kap. De nieuw te bouwen woningen bestaan uit twee woningen van twee lagen met een dwarskaplaag en een derde woning met twee lagen en een terugliggende derde laag. De woningen vormen een ensemble van drie grondgebonden woningen passend in de context van de Derk Buismanstraat.

26/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Impressie vanuit perspectief Venestraat

Impressie vanuit perspectief Derk Buismanstraat/Hertenstraat Ruimtelijk architectonisch De woningen zullen open worden vormgegeven. Beide bouwdelen, passend binnen de stedenbouwkundige context zullen een eigen moderne uitstraling krijgen, verfijnd, luxe maar ook heel eenvoudig. Verticaliteit wordt benadrukt door het verkleinen van de gevelopening naar boven toe en horizontaliteit en meer detail wordt toegevoegd aan de woningen aan de Venestraat om zo op een natuurlijke wijze passend in de context verschil te maken tussen de bebouwing aan de Venestraat en de bebouwing aan de Derk Buismanstraat De woningen aan de Venestraat krijgen een opgetilde voordeur met een trapje/trede aan de straat, passend in de meer voorname wereld van de Venestraat. Voor de rechter woning sluit dit gelijk aan op de woonkeuken en voor de twee andere woningen wordt een inpandige garage gerealiseerd waarboven de living de connectie met de straat veiligstelt: een typologie veelal aanwezig in de Stationsbuurt. Voor de Derk Buismanstraat zijn voordeuren direct aan de straat geplaatst meer passend in de eenvoudigere uitstraling van deze straat. Kleine stadstuintjes en een bloktreden vormen hier een mooie overgang naar de straat.

27/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Groene daken en gevels zullen een integraal onderdeel vormen voor de architectuur en vormen samen met de aangegeven vergroening van de openbare ruimte. De vergroening van het binnengebied ten opzichte van de huidige bebouwing en de infiltratie en hergebruik van het regenwater op eigen terrein zijn een welkome aanvulling op het klimaatadaptief maken van Assendorp.

Impressie Venestraat

Impressie Derk Buismanstraat Een impressie van de ruimtelijke inrichting is bijgevoegd als Bijlage 1 Stedebouwkundige schets.

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

Op de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWK) is het plangebied onderdeel van een groter gebied met een archeologische waarde van 10%. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de grond al meerdere malen geroerd is en er reeds bebouwing aanwezig is.

28/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De zeer lage archeologische verwachting voldoet als onderbouwing van de archeologische vrijgave van het plangebied. Bij onverwachte archeologische vondsten en sporen wordt verzocht dit te melden bij het bevoegd gezag (gemeente Zwolle) op basis van artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Het plan vormt geen belemmering met betrekking tot het aspect archeologie.

3.3

Cultuurhistorie

3.3.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen tussen de Venestraat en Derk Buismanstraat in de wijk Assendorp. In de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle zijn verschillende delen gewijd aan de cultuurhistorie van de stad. Assendorp kan onderscheiden worden in drie buurten: de Stationsbuurt, Oud- en Nieuw Assendorp. De Stationsbuurt bestaat uit monumentale gebouwen, vrijstaand met grote tuinen. De bebouwing in Oud- en Nieuw- Assendorp dateert uit de periode 1890-1930. Een groot deel is individueel of als stedenbouwkundig ensemble van cultuurhistorische waarde. De structuur is compact en dichtbebouwd. Van oorsprong bestaat het gebied uit veel kleine arbeiderswoningen, welke nu een gemengd (stedelijk) gebruik hebben. De cultuurhistorische waarde van de wijk Assendorp wordt voornamelijk bepaald door de nabij gelegen historische verkeersaders. Kenmerkend voor de wijk zijn de bijzondere hoekoplossingen. Ook de gesloten bouwblokken zijn bepalend voor de cultuurhistorische waarde. De historische gelaagdheid wordt mede bepaald door het stratenplan dat deels organisch en deels planmatig is ontwikkeld. De doorgaande linten en markering van de diverse kleine buurtjes binnen de hele wijk zijn tevens beeldbepalend voor Assendorp. In 2009 is er door de gemeente Zwolle een analyse gedaan naar cultuurhistorische waarden in de omgeving rondom de spoorzone.

Naast de cultuurhistorische waarde van de wijk zijn er in de Venestraat meerdere cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing te vinden. Op de hoek van de Venestraat en de Tuinstraat is een oude mosterdfabriek aangewezen als cultuurhistorisch waardevol, o.a. vanwege de prominente straathoek. Andere panden in de Venestraat zijn ook aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol vanwege de rijke detaillering, hoge mate van gaafheid en beeldbepalendheid in het straatbeeld. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een bedrijfspand. Het pand is gerealiseerd in 1948. De overige panden in de Venestraat dateren uit 1910. De panden in de Derk Buismanstraat dateren uit 1920. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht en het betreft geen monument. Ook is er geen specifieke cultuurhistorische waarde aan de locatie toegedicht. Dit is tevens te zien aan de hand van het straatbeeld. De bedrijfshal valt uit de toon in vergelijking met de rest van de straat. In figuur 3.1 is de zijde van het plangebied vanaf de Derk Buismanstraat gezien. De wit en rood gekeimde bakstenen gevel is niet in overeenstemming met de rest van de gevels in de straat. Hetzelfde geldt voor de het bedrijfspand gezien vanaf de Venestraat, zoals te zien in figuur 3.2. De bakstenen komen qua kleur overeen met de gevels in de rest van de straat.

Echter, het gebrek aan decoratie, de wit en roodgekleurde kunststofplaten en roldeuren doen afbreuk aan het algehele straatbeeld.

29/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Figuur 3.1 Het plangebied gezien vanaf de Derk Buismanstraat

Figuur 3.2 Het plangebied gezien vanaf de Venestraat

30/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Onderhavig bestemmingsplan kan juist een kans bieden om het straatbeeld een positieve impuls te geven. Het bestaande bedrijfspand, welke geen cultuurhistorische waarde kent, wordt gesloopt om plaats te maken voor woningen. Onderliggend plan heeft geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden in het plangebied; deze waarden zijn namelijk niet aanwezig. De direct aangrenzende bouwblokken Venestraat 2-20 en Hertenstraat 27 zijn gemeentelijke monumenten. Een goede aansluiting op deze blokken is daarom noodzakelijk. Het beoogde te ontwikkelen plan doet geen afbreuk aan de omgeving waarin wel cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Er kan in het nieuwe ontwerp rekening gehouden worden met de welstandscriteria die gelden voor het plangebied om het straatbeeld te verfraaien. Dit betekent dat kan worden verzekerd dat de woningen passen bij de bestaande structuren, opbouw en ruimtelijke kwaliteit van de bestaande omgeving. Dit kan worden gedaan middels materiaalgebruik en bouwhoogte die passen bij de bestaande omgeving. Ook worden waardevolle gevels in de omgeving niet geblokkeerd door de te ontwikkelen woningen. De ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie van het gebied kan een impuls kan krijgen door inachtname van de welstandscriteria en te kijken naar cultuurhistorische waarden in de omgeving bij het ontwerp van onderhavig plan.

Het plan vormt geen belemmering met betrekking tot het aspect cultuurhistorie.

3.4

Verkeer

3.4.1

Huidige situatie

Huidige situatie betreft twee woonstraten, onderdeel van 30 km/uur gebied. De ontsluiting vindt plaats via de Oosterlaan. Fietsers en auto's maken gebruik van dezelfde infrastructuur. Beide straten zijn geen onderdeel van aangewezen hoofdroutes voor voetganger, fiets of auto. Parkeren vindt plaats in de openbare ruimte/op straat. Zowel aan de Venestraat en Derk Buismanstraat zijn enkele inritten aanwezig ten behoeve van de huidige functie. In het plangebied geldt een parkeerregiem (vergunningparkeren). Op loopafstand is trein/busstation Zwolle aanwezig 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In de nieuwe situatie wordt het bedrijfsgebouw vervangen door 6 woningen, 3 aan de zijde Venestraat en 3 aan de zijde Derk Buismanstraat. Van de 3 woningen aan de Venestraat hebben 2 woningen een inpandige garage waar de 2 bestaande inritten (op andere locatie) voor ingezet kunnen worden. De 2 inritten aan de Derk Buismanstraat komen te vervallen en de vrijkomende ruimte wordt ingezet voor parkeren en/of groen. De inpandige garage is tevens geregeld op de plankaart en in de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Verkeer De verkeersgeneratie van de ontwikkeling is berekend op basis van het ruimtelijk programma en de verkeersgeneratiekencijfers van het CROW (zie paragraaf 3.1). Er is rekening gehouden met de kencijfers voor een ‘weekdag’, waarop normaliter de piek ligt, en het gemiddelde van de bandbreedte. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Stedelijkheidsgraad: zeer sterk stedelijk Stedelijke zone: schil centrum De berekende verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige situatie is per etmaal is in onderstaande tabellen om het verschil in situaties aan te tonen. Soort bedrijf

Verkeersgeneratie per 100 m2 bvo

Oppervlak bedrijf

Totaal

31/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Bedrijf arbeidsextensief en bezoekersextensief

3,55

560 m2

19,9 Totaal

Woningtype

Verkeersgeneratie per woning

Koop, huis tussen/hoek

Aantal eenheden

5,8

19,9

Totaal

6

34,8 Totaal

34,8

In de huidige situatie worden ritten gegenereerd. Volgens de normering bedrijf arbeidsextensief en bezoekersextensief, 3,55 /100 m2 bvo vinden 19,8 verplaatsingen per dag plaats. Dit gebeurt met name van fietsen brengen en door het afhalen van fietsen door eigenaren. Per saldo zal het aantal verkeersbewegingen iets toenemen. Deze wijziging heeft geen negatieve invloed op de bestaande woonstraten in de zin dat ze het niet aankunnen. De verkeersbewegingen behorend bij de woningen vinden meer uitgespreid over de dag plaats. Daarnaast, gelet op de ligging op loopafstand van trein-busstation i.c.m. aanwezigheid van deelvervoersystemen in de nabije omgeving, zijn alternatieve vervoerswijzen anders dan de auto voldoende aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer geen belemmering vormt. Parkeren Parkeren vindt plaats op straat via vergunningparkeren al dan niet via abonnementsparkeren op de in de directe omgeving gelegen parkeerterreinen (bijvoorbeeld Burgemeester van Roijensingel of de Van Karnebeekstraat). Twee van de zes woningen parkeren op eigen terrein via een inpandige parkeergarage waarmee recht op een parkeervergunning komt te vervallen. Het aantal inritten ten behoeve van de twee inpandige parkeergarages aan de Venestraat is in aantal gelijk aan de huidige situatie, alleen deels op andere locatie gelegen.

Aan de Derk Buismanstraat worden enkele inritten opgeheven waardoor ruimte vrijkomt voor (extra) parkeren en/of groen. Geconcludeerd wordt dat kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, deels op eigen terrein en in de directe omgeving.

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is er geen natuur aanwezig in het plangebied. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.5.2.1 Natuurbescherming Stikstof In november 2023 is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De gehele stikstofberekening is te vinden als Bijlage 3. In de gebruiksfase kan er stikstofemissie optreden afkomstig van bebouwing of wegverkeer. De woningen worden gasloos gebouwd, dit betekent dat er alleen stikstofemissie kan optreden als gevolg van een toegenomen verkeersintensiteit. Uit de rekenresultaten blijkt dat in de 'beoogde situatie, gebruiksfase' geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Dat betekent 32/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

dat het onderhavige plan in de permanente gebruiksfase geen significant negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. In de realisatiefase kan stikstofemissie optreden als gevolg van het gebruik van materieel met dieselverbruik en de verkeersaantrekkende werking om de realisatie mogelijk te maken. Uit de rekenresultaten blijkt dat in de 'beoogde situatie, realisatiefase fase' geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Concluderend kan gesteld worden dat het planvoornemen geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden. 3.5.2.2 Flora en fauna Lycens B.V. is gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In Bijlage 4 Quickscan flora & fauna is de gehele rapportage te vinden. Hieronder zijn de belangrijkste punten uit de quickscan uiteengezet. Conclusie m.b.t. gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied ligt buiten gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland en Nationaal landschap. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en Nationaal landschap kent geen externe werking. Vanwege de ligging buiten deze gronden hebben hoeft er niet getoetst te worden aan het NNN en NL ten aanzien van het provinciaal beleid.

Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van de uitgevoerde stikstofdepositieberekening uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Conclusie m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen en ongewervelden bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Conclusie m.b.t. houtopstanden In het onderzoeksgebied worden geen bomen aangetast. Toetsing aan de gemeentelijke bomenverordening is derhalve niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

3.6.1.1 Waterstructuur Het plan ligt in het stroomgebied Sallandse weteringen. In het plangebied liggen geen A-watergangen/B-watergangen. Het peilgebied heeft een maximumpeil van -0,20m/-0,20m NAP. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld rond de NAP 1,50m. De bodem (deklaag) bestaat uit bebouwing. Onder de bebouwing bestaat de bodem tot 8m-mv uit matig tot fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) is onbekend. Bij extreme neerslag wordt er in beperkte mate wateroverlast bij het plangebied verwacht.

33/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Figuur 3.3. Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied 3.6.1.2 Riolering Er is een gemengd rioleringssysteem. 3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.6.2.1 Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Op 24 mei 2023 is voor het plangebied een digitale watertoets uitgevoerd. Dat heeft geleid tot de voorgaande analyse en conclusies. Voor de volledige watertoets worden verwezen naar Bijlage 5. Op basis van de digitale watertoets heeft het waterschap een uitgangspuntennotitie opgesteld die is bijgevoegd als Bijlage 6. De hierin opgenomen uitgangspunten moeten in de waterparagraaf worden opgenomen en zichtbaar in het plan worden verwerkt. 3.6.2.2 Waterstructuur Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Het verharde oppervlak neemt af binnen het plangebied. Voor de aanleghoogte wordt door het Waterschap een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Het waterschap heeft aangegeven dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) onbekend is. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte dan 80 cm. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg).

Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

34/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

3.6.2.3 Riolering Hemelwater en afvalwater worden gescheiden afgevoerd. In het plangebied is sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Door de reconstructie van het gebied wordt een nieuw vuilwaterrioleringsstelsel aangelegd dat gebundeld op één of meerdere locaties via een put op het openbare terrein en loost op het bestaande (gemengde) rioolsysteem van de gemeente Zwolle. 3.6.2.4 Wateroverlast Er wordt geen wateroverlast verwacht in het plangebied, omdat de verharding afneemt. Door de aanleg van tuinen kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Verder houdt de ontwikkelaar rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stellen aan het voorkomen van wateroverlast: Vasthouden-bergen-afvoeren; Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. 3.6.2.5 Overstromingsrisico Volgens artikel 2.14.4 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel moet bij ontwikkelingen in overstroombaar gebied een overstromingsrisicoparagraaf in de toelichting bij een bestemmingsplan worden opgenomen. Het plan ligt in een overstroombaar gebied.

Onder overstroombaar gebied worden gebieden verstaan die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). Als er gebouwd wordt in gebieden met een risico op overstromingen verplicht de provincie Overijssel in het bestemmingsplan een overstromingsrisicoparagraaf op te nemen. Deze paragraaf heeft aandacht voor voorzieningen die zorgen dat er bij een overstroming minder slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Overstromingsrisicoparagraaf Het plangebied is aangemerkt als 'Watergebiedsreserveringen'. Doel van de regeling over watergebiedsreserveringen is bescherming te bieden tegen overstroming en wateroverlast. Door klimaatverandering neemt de kans daarop toe. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd.

De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden aangemerkt als watergebiedsreserveringen, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in de risico’s bij overstroming en de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. De risico's van overstroming is schade aan de leefomgeving, bijvoorbeeld woningen en schade aan personen. De maatregelen worden benoemd in paragraaf 3.6.2.7.

35/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

3.6.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten westen van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: ‘kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade’. De regionale waterkering rondom de Zwolse stadsgrachten kent een overschrijdingskans van 1 op 200 per jaar. 3.6.2.7 Maatregelen Maatregelen die worden genomen om wateroverlast en overstromingsrisico te verminderen zijn onder andere de drempels hoog genoeg boven het maaiveld realiseren zodat het water niet makkelijk in het huis kan stromen. Daarnaast werkt de aanleg van groen in de vorm van tuinen bevorderlijk voor de infiltratie van hemelwater waardoor wateroverlast kan worden voorkomen. Ondanks dat het verharde oppervlak afneemt, moet het toekomstige gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering. Dit betekent dat er moet worden voldaan aan de Hemelwaterverordening. Dit betekent een waterbergingsopgave van 20mm per m² verhard oppervlak. Er wordt gewerkt met infiltratiekratten, waterdoorlatende tegels en groene daken.

Het aantal, de grootte en de locatie wordt in de latere planuitwerking bepaald.

3.7

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. 3.7.1

Geluid

Onderzoek Om de geluidsbelasting van de infrastructuur te berekenen is door akoestisch onderzoeksbureau Tideman een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De bestaande bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. De bestemming moet worden omgezet van 'Maatschappelijk' naar 'Wonen'. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een perceel waarop een loods c.q. hal gevestigd is. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de volledige sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van naar 6 grondgebonden woningen, 3 stadsvilla’s en 3 stadswoningen. Het plan ligt binnen de geluidzone van de Oosterlaan gelegen op 110 meter ten zuidwesten van het plan. Het plan ondervindt tevens een geluidbelasting van wegverkeerslawaai als gevolg van verschillende andere wegen en woonstraten in de directe omgeving. De wegen in de directe omgeving zijn woonstraten met een rijsnelheid van maximaal 30 km/u. De Venestraat en de Derk Buismanstraat betreft een weg met een eenrichtingsverkeer. De te realiseren woningen liggen niet in een onderzoekszone zoals gesteld in de Wet Geluidshinder. Echter, dient bij het projecteren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zorg te worden gedragen voor een goed (akoestisch) woon- en leefklimaat. Er dient een bredere milieuhygiënische afweging in relatie tot geluid te worden gemaakt dan alleen het gestelde in de Wet geluidhinder.

Om die reden wordt een onderzoek verkeerslawaai niet beperkt tot de wegen die vallen onder het regiem van de Wet geluidhinder, maar verbreed tot alle akoestisch relevante onderwerpen in en rond het plangebied. Om deze reden zijn ook de wegen betrokken in het onderzoek met een rijsnelheid van maximaal 30 km/u. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB. In bepaalde gevallen mogen hogere waarden worden toegepast. De maximaal toegestane waarde voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen bedraagt 63 dB in stedelijk en 53 dB in buitenstedelijk

36/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

gebied. Bij vervangende bouw liggen deze maxima 5 dB hoger. Uit de toetsing blijkt dat voor het wegverkeerslawaai voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet Geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de lokale straten met een rijsnelheid van maximaal 30 km/u is hoger dan 53 dB en bedraagt maximaal 61 dB. Om een goed woon- en leefklimaat te garanderen in de woningen zijn regels opgenomen om te borgen dat de geluidwering van de gevels van de te realiseren woningen moet 61 dB – 33 dB bedragen. Dit is de geluidbelasting zonder correctie. Het gehele onderzoek opgenomen in Bijlage 7 behorend bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Het aspect geluid is met inachtname van vorenstaande geen beletsel voor het herzien van de bestemming. Trillinghinder Trillinghinder is niet meegenomen in dit onderzoek, omdat het plangebied dusdanig ver van het spoor is gelegen dat er geen hinder van ondervonden wordt. In de 'Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen' gepubliceerd in mei 2019 in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat aangegeven op welke wijze de omgang met het aspect trillingshinder in de toelichting van een bestemmingsplan kan worden onderbouwd. Ter ondersteuning hiervan is een stroomschema opgesteld, zoals te zien in figuur 3.4. Er is geen spoor binnen het plangebied aanwezig.

Het dichtstbijzijnde spoor is wel gelegen op minder dan 250 meter afstand, maar op meer dan 100 meter, namelijk 125 meter. Andersom is de nieuwbouw ook op minder dan 250 meter afstand gelegen. Echter, geven klachten, bodemopbouw en treinbeeld geen aanleiding voor onderzoek. Derhalve betekent dit dat het aspect trillingen niet relevant is.

Figuur 3.4 Stroomschema trillingshinder in het bestemmingsplan Conclusie

37/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Het aspect geluid is geen beletsel voor het herzien van de bestemming. Het vaststellen van hogere waarden is niet nodig en het plan past binnen de kaders van de Wet Geluidhinder. 3.7.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Onderzoek Gelet op deze definitie uit de VNG-brochure kan de omgeving van het plangebied getypeerd worden als een 'rustige woonwijk', omdat er in de nabije omgeving van het plangebied voornamelijk woonbestemmingen aanwezig zijn. De richtafstanden kunnen derhalve niet met één stap worden verkleind. Milieubelastende activiteit of milieuhindergevoelige functie De te realiseren woningen betreffen geen milieubelastende activiteit. Er hoeft derhalve niet te worden getoetst of omliggende milieugevoelige functies hinder ondervinden van de woningen als milieubelastende activiteit. Er dient wel te worden beoordeeld of ter plaatse van de woningen sprake is van een 'goed woonen leefklimaat' en of omliggende milieubelastende functies in de bedrijfsvoering worden belemmerd. Nabijgelegen milieubelastende activiteiten Om te kunnen beoordelen of in het plangebied ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat' en of omliggende milieubelastende functies in de bedrijfsvoering worden belemmerd zijn in tabel 3.1 de relevante nabijgelegen milieubelastende activiteiten weergegeven. Tabel 3.1: Richtafstanden van activiteiten in de omgeving Adres

Omschrijving cf. systematiek VNG-richtlijn

Richtafstand (m)

Werk. afstand (m)

Milieu bepalend aspect

8025 BK Zwolle

Treinstation

100

97

Geluid

8017 JM Zwolle

Rangeerterrein

300

310

Geluid

De afstanden zijn gemeten vanaf de grens van het bouwvlak van de milieu-inrichting tot aan het bouwvlak van de woningen in het plangebied. De werkelijke afstand tussen de woningen en het treinstation voldoet niet aan de richtafstand. Echter, zijn tussen het plangebied en het treinstation reeds maatgevende woningen aanwezig. De bestaande bebouwing blokkeert daarnaast het geluid. Derhalve kan gesteld worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen en het treinstation wordt niet (verder) in de bedrijfsvoering beperkt. Conclusie Het aspect milieuzonering zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 3.7.3

Luchtkwaliteit

Onderzoek Voorliggend bestemmingsplan maakt geen activiteiten mogelijk welke beoordelingsplichtig zijn in het kader van de Wet milieubeheer. De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 is niet van toepassing omdat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend plan ligt niet in een uitzonderingsgebied zoals opgenomen in bijlage 5 van de Regeling NIBM, waardoor het plan getoetst kan worden aan de regeling NIBM. Onderhavig plan komt niet in de buurt van de grenswaarde van 1.500 woningen, er worden slechts zes woningen gebouwd. Gesteld kan worden dat bij voorliggend plan sprake is van een NIBM-project. Verdere toets aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit hoeft niet plaats te vinden. 38/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Met voorliggend plan wordt ten opzichte van de huidige situatie woningen mogelijk gemaakt. Dit zijn geen gevoelige bestemmingen zoals benoemd in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Wel moet worden uitgesloten dat de luchtkwaliteit geen negatieve invloed heeft op de toekomstige bewoners. Op de RIVM website https://data.rivm.nl/apps/gcn/ kunnen voor het gebied rondom Zwolle de jaargemiddelde concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 worden afgelezen voor de jaren 2022 en 2030: Stof

Concentratie in 2022

Concentratie in 2030

Stikstofoxide (NO2)

10-15 µg/m3

<10 µg/m³

Fijn stof (PM10)

18-20 µg/m3

<14 µg/m³

Fijn stof (PM2,5)

10-12 µg/m³

6-8 µg/m³

Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het plan. 3.7.4

Geur

Onderzoek De projectlocatie is gelegen binnen het stedelijk gebied van Zwolle De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als woongebied. Binnen de directe omgeving, waar het plan wordt voorgesteld, is sprake van overwegend woningbouw en bevinden zich geen milieubelastende activiteiten. Ook het plan zelf voorziet niet in milieubelastende en is passend in de omgeving. Vanuit de Wet geurhinder en veehouderij treedt er eveneens geen belemmering op. Milieuzonering vormt geen grond voor belemmering voor onderhavig project. Conclusie Aan de hand van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en het aspect geur geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. 3.7.5

Bodemkwaliteit

Onderzoek Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat lokaal in de bovengrond een interventiewaardeoverschrijding is aangetoond van het gehalte PCB, en een tussenwaardeoverschrijding van het gehalte zink en PAK. Tevens zijn diverse parameters boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond is lokaal een matig tot sterke verhoging van het gehalte aan PCB aangetoond, en het gehalte van zink overschrijdt de tussenwaarde. In het grondwater is de concentratie van naftaleen licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde, alle overige parameters zijn niet verhoogd aangetoond. In de bovengrond met bijmenging van puin zijn geen asbestvezels aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de verontreiniging met PCB's een historisch geval betreft, en dat de hoeveelheid sterk verontreinigde grond de 25 m niet overschrijdt (ca. 12 m³); het betreft dus geen geval van ernstige bodemverontreiniging. De verontreiniging ligt op dit moment nog onder de gegoten betonvloer, er is geen sprake van blootstelling aan mensen, en dus geen sprake van acute risico's. Naar aanleiding van de analyseresultaten wordt geadviseerd om na de sloop van het gebouw de sterke verontreiniging met PCB's te saneren middels een Plan van Aanpak.

Geadviseerd wordt om de sanering te begeleiden onder een BRL6000 erkende milieukundige begeleider, al is dit formeel niet noodzakelijk. Tevens wordt geadviseerd om de sanering uit te voeren middels een BRL 7000 erkende aannemer, al is ook 39/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

dit formeel niet noodzakelijk. De terugsaneerwaarde dient afgestemd te worden met het bevoegd gezag. Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem geen belemmering is voor de voortgang van het voorliggende plan. In het kader van de bodemverontreiniging is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels behorende bij dit bestemmingsplan. 3.7.6

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Onderzoek Om te beoordelen of erin of rondom het plangebied risicobronnen liggen is de risicokaart van Nederland geraadpleegd. De uitsnede van de kaart is hierna weergegeven in figuur 3.4.

40/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Figuur 3.4 Uitsnede risicokaart Nederland, plangebied aangeduid met blauwe cirkel Transport over het water Het plangebied is op ruim 2,5 km van de IJssel gelegen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze rivier is niet van invloed op onderhavige ontwikkeling. De risico’s als gevolg van transport over het water vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Transport over de weg In de directe omgeving van het plangebied ligt een weg waarover transport met gevaarlijke stoffen plaatsvindt, dit betreft de A28. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 (1 m) en het plasbrandaandachtsgebied (30 m), maar ligt wel binnen het invloedsgebied groepsrisico (4.000 m) van een transportas waarover toxisch gas wordt vervoerd. Transport over het spoor In de directe omgeving van het plangebied ligt op iets meer dan 170 meter een Basisnet-spoortraject met PAG-indicatie. De spoorlijn wordt in de huidige versie van de risicokaart, een uitsnede hiervan is te zien in figuur 3.4, niet aangemerkt als relevante risicobron, maar in de praktijk is dit dus wel degelijk een relevante risicobron. Het plangebied ligt niet in de PAG-zone of binnen een PR10-6-risicocontour of PR10-7-risicocontour. Daarentegen ligt het plangebied wel binnen de PR10-8-risicocontour, het invloedsgebied van deze contour is 234 meter.

Deze contour heeft echter geen juridische status, maar geeft een indicatie van het risiconiveau. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied groepsrisico m.b.t. de scenario's van toxische vloeistof, brandbaar gas en toxisch gas. Brandbaar gas is hierbij het maatgevende scenario. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen drie buisleidingen op 1,3 en 1,4 km afstand van het plangebied. De 1%-letaliteitscontouren van de desbetreffende buisleidingen zijn 45, 95 en 140 meter. Het plangebied ligt 41/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

niet binnen deze contour. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor de gewenste ontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Het plangebied is niet gelegen binnen een PR10-6-risicocontour. Planspecifiek In het gebiedsgericht beleidskader ligt de locatie aan de Venestraat en de Derk Buismanstraat in de zogenaamde stroomzone. Deze stroomzone is onderverdeeld in 4 zones. De ontwikkeling ligt in zone 2 (maatgevend BLEVE). In de zones wordt aangegeven welke functies, maatregelen en inrichting van het plangebied zou moeten worden aangehouden om de veiligheid van de gebruikers te garanderen/te bevorderen. Hieronder volgt een tabel waarin bovenstaande onderdelen zijn uitgewerkt voor zone 2.

Bron: gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid gemeente Zwolle 10 juli 2009 Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de afstand van het plangebied tot de risicobron (de spoorlijn) zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De

42/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze afstand tot de spoorlijn geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheidsvraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxische gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Een andere maatregel zou kunnen zijn het toepassen van brandwerend glas.

De gevels en het dak van de woningen kunnen het beste brandwerend uitgevoerd worden met een brandwerendheid van 30 minuten van buiten naar binnen. Bij een incident op het spoor met brandbare gassen kan namelijk een BLEVE ontstaan. Vanwege de afstand tot het spoor zijn op de planlocatie secundaire branden te verwachten. Een brandwerend dak en brandwerende gevels beperken deze effecten. Dat betekent dat het dak het beste vliegvuurbestendig wordt gemaakt volgens NEN 6063 en dat de gevel voldoet aan brandklasse A2 volgens NEN-EN 13501-1. Scherfwerend glas is daarnaast nog een goede maatregel. Brandwerend glas heeft bij een explosiegevaar niet zoveel zin, omdat het glas door de druk van een explosie al uit de sponning is gevlogen. Daadwerkelijke maatregelen hoeven niet geborgd te worden in het bestemmingsplan, dit kan nader uitgewerkt worden in de bouwaanvraag. De Veiligheidsregio heeft daarnaast geadviseerd om de bewoners voor te lichten over de risico's die ze lopen en wat ze bij een eventueel incident zelf kunnen doen (risicocommunicatie). De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Voordat een calamiteit zich daadwerkelijk voordoet zullen instructies over hoe te handelen bij de calamiteit worden gegeven. Hiervoor wordt o.a. gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert.

Bij een scenario waarin brandbaar gas vrijkomt, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatiesystemen gesloten kunnen worden. Veiligheidsregio IJsselland adviseert om te schuilen in een kamer waar het niet tocht, liefst middenin de woning. Bij een wolkbrandexplosie-scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. Een maatregel die genomen zou kunnen worden om de veiligheid te garanderen is het faciliteren van twee vluchtroutes. Dit kan nader worden bepaald in de uitvoerende fase van het plan. Tijdige alarmering is van groot belang. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij brandbare stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden gewaarschuwd en worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings-en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL- alert. Als er geëvacueerd moet worden, wordt dat medegedeeld door de regionale zender, NL-Alert, de politie of brandweer. Het is tevens verstandig om deel te nemen aan Stan burgerhulpverlening, waarbij ook vrijwillige hulpverleners kunnen worden ingeschakeld bij calamiteit. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.

43/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 3.7.7

KEC

Onderzoek KEC staat voor Klimaat adaptief, Energieneutraal en Circulair. De gemeente Zwolle heeft beleid geformuleerd om bij nieuwe ontwikkeling waar mogelijk aan te sluiten bij deze aspecten. In onderliggend plan wordt op de volgende wijze uitvoering gegeven aan KEC. Op basis van de klimaatatlas gemeente Zwolle is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen als gevolg van klimaatverandering. De volgende gevolgen van klimaatverandering zijn in kaart gebracht: wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat er alleen een risico bestaat op plasvorming aan de Derk Buismanstraat na een korte bui van 140 mm/2 uur. De kans hierop is 1x per 1000 jaar. Voor de volledigheid wordt aanvullend ook verwezen naar de uitgevoerde watertoets. Daarin is voor de berekening van de benodigde bergingscapaciteit van hemelwater uitgegaan van een maatgevende bui die eens in de 10 jaar voorkomt, vermeerderd met 10% in verband met klimaatverandering. De doorlatendheid van de grond in het plangebied is als zeer goed gekwalificeerd. Hemelwater en hevige buien worden opgevangen in de tuinen. Tot slot blijft de begaanbaarheid van de wegen rondom het plangebied voor verkeer en hulpdiensten goed bij de verwachte plasvorming na een lange bui.

Dat geldt ook bij verwachte plasvorming na een korte bui, behalve bij de eerdergenoemde korte bui van 140mm/2 uur, met een kans van 1x per 1000 jaar. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door wateroverlast als gevolg van klimaatverandering.

44/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Figuur 3.5 Wateroverlast door een bui van 140mm/1uur Hittestress De temperatuur zal in het plangebied normaal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. De aanleg van groen tussen de woningen draagt bij aan het verminderen en voorkomen van een toename van hitte ondanks het toevoegen van de beoogde bebouwing en verharding. De aanwezigheid van groen zorgt namelijk voor verdampingskoeling. Daarnaast is sprake van nieuwbouwwoningen die goed geïsoleerd zijn conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor de opwarming van de aarde; dit is relevant voor warmte in de nachtelijke periodes. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen en beperken van mogelijke risico's door hittestress als gevolg van klimaatverandering. Droogte Er wordt geen tekort aan oppervlaktewater verwacht in een gemiddeld jaar. In het ergst voorspelde scenario m.b.t. klimaatverandering zal er wel een licht tekort ontstaan. Voor wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid is er in 2050 een beperkte verandering ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied.

Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. De beoogde realisatie van de tuinen helpt om het water vast te houden waardoor de grondwaterstand veel minder snel een te laag niveau bereikt. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming Het plangebied ligt bij het bezwijken van een dijk van de IJssel in de overstromingszone ligt. Bij een kleine kans op overstroming komt het water 1,5m tot 2,0m diep te staan. Bij een grote of zeer grote kans op overstroming komt niets van het plangebied onder water te staan. Gezien de geringe overstromingskans wordt daarnaast het mogelijke plaatsgebonden risico als gevolg van overstroming door het bezwijken van een dijk van de IJssel geaccepteerd. Conclusie Het aspect KEC vormt geen belemmering. 3.7.8

Kabels, leidingen en straalpaden

Algemeen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen

45/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen. 3.7.9

Aanmeldnotitie m.e.r.

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt een activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., te weten D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

46/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Door Lycens B.V. is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, te vinden als Bijlage 9. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat van het plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en het opstellen van een m.e.r. dus niet noodzakelijk wordt geacht. Het plan heeft geen nadelige effecten op het milieu. Conclusie Op basis van de vormvrije m.e.r.-toets neemt de gemeente een formeel besluit dat een m.e.r.-procedure niet doorlopen hoeft te worden. Het aspect m.e.r. vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

47/381

bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Assendorp, Venestraat 20a/Derk Buismanstraat 23. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=20c8f695-44c5-49b9-81c3-78d0d9e907a5