CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Beslisnota Wijziging hoofdstuk 3 APV

Raad Besluitvormingsronde 17 januari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Wijziging hoofdstuk 3 APV/ Regelgeving prostitutie5.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

16

voorstel

Beslisnota voor de raad Datum

16 december 2021

Openbaar

Onderwerp Versienummer

Wijziging hoofdstuk 3 APV 1.0

Portefeuillehouder Informant Afdeling Telefoon Email

P.H. Snijders Maarten Ivens / Wendy Hutterd Fysieke Leefomgeving (038) 498 2427 M.Ivens@zwolle.nl

Financiële gevolgen Betreft doel Begroting wijzigen Dekking ten laste van

7.2.3 We zorgen voor een veilig gebruik van de openbare ruimte en openbare orde Nee nvt

Bijlagen

De raad wordt voorgesteld te besluiten om: 1 Hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2021 te wijzigen, zoals verwoord in deze beslisnota.

1/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Toelichting op het voorstel

Inleiding In het voorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2021, dat uw raad op 25 mei 2021 heeft aangenomen is aangegeven dat in de tweede helft van 2021 een voorstel aan de raad wordt aangeboden over het hoofdstuk 3 “Prostitutie”. Hierbij treft u dit voorstel aan. We hebben daarbij gebruik gemaakt van de ruimte die het VNG-model biedt en anticiperen op het wetsvoorstel “wet regulering sekswerk” dat op 26 januari 2021 bij de Tweede Kamer is ingediend. Dit wetsvoorstel is vanwege de demissionaire status van de regering controversieel verklaard, waardoor niet duidelijk is waanneer dit voorstel wordt behandeld. Inhoud Wet Regulering Sekswerk Kort gezegd houdt dit wetsvoorstel in dat er een uniforme vergunningplicht komt voor seksbedrijven en dat iedere sekswerker over een vergunning dient te beschikken, die beide in een landelijk register worden opgenomen. Daarnaast wordt ter uitvoering van het regeerakkoord een aanvullend artikel in het Wetboek van Strafecht opgenomen waarin het uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegale prostitutie strafbaar wordt gesteld (het zogeheten pooierverbod) Met uniform wordt bedoeld er landelijke kaders komen waaraan aanvragen getoetst worden. Sekswerkers en seksinrichtingen zonder vergunning zijn in overtreding evenals degenen die gebruikmaken van onvergunde prostitutie.

Met deze maatregelen wil het kabinet komen tot een acceptabele branche waar alleen gewerkt wordt door mannen en vrouwen die ten minste 21 jaar oud zijn, die niet door een ander tot dat werk gedwongen worden, die zich naar verwachting kunnen redden in dat bestaan, en die zich bewust zijn van de risico’s van het werk. Als niet aan deze vier essentiële eisen is voldaan, kan niet van de overheid verwacht worden dat zij prostitutie toestaat, aldus de toelichting op dit wetsvoorstel. Er zijn wel grenzen aan de mogelijkheden om lokaal te anticiperen op dit wetsvoorstel. Zo hebben de rechter en de Autoriteit Persoonsgegevens een stokje gestoken voor de registratie van gegevens van sekswerkers die de gemeenten Amsterdam en Den Haag hadden ingevoerd. Dit maakt dat er voor een vergunningplicht voor sekswerkers zoals in het wetsvoorstel wordt beoogd, momenteel nog geen lokale, wettelijke grondslag bestaat. Lokale situatie Zwolle Er is al jaren sprake van een dalende trend in de traditionele vormen van prostitutiebedrijven. Flexibele vormen waarin zelfstandig werkende sekswerkers hun klanten werven via internet en sociale media nemen toe. Deze trend is ook zichtbaar in onze stad. Het dashboard ‘Samen tegen mensenhandel’ laat zien dat er in 2019 meer dan 1500 unieke seksadvertenties waren in Zwolle. Dit gaat om de advertenties die zichtbaar zijn en geeft niet het hele beeld.

Wel kunnen we constateren dat ook in Zwolle sprake is van sekswerkers die vanuit woningen diensten aanbieden. We constateren daarnaast dat we al geruime tijd hetzelfde aantal vergunningen hebben verleend en dat er geen enkele nieuwe vergunning de afgelopen jaren is aangevraagd. Zwolle beschikt momenteel namelijk over vier vergunde seksinrichtingen, terwijl er volgens de huidige regels plaats is voor tien seksinrichtingen. Het aantal vergunde seksinrichtingen neemt al jaren af. Waren het er in 2000 nog tien, in 2005 8, in 2014 5. Deze trend is niet uniek voor de prostitutiebranche, maar ligt in lijn met de toename van de verkoop van producten en diensten via internet en de groei van het aantal zzp’ers in andere branches in Nederland.

2/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Verder moet niet worden vergeten dat hoofdstuk 3 met name ziet op maatregelen en randvoorwaarden ten aanzien van de vergunde branche. Daar gelden momenteel al strenge eisen ten aanzien van de personen die een seksinrichting exploiteren en hun bedrijfsvoering. Zo vindt er standaard een Bibobtoets plaats en zijn er regelmatig controles. In de afgelopen drie jaar zijn tijdens controles door de politie daar geen overtredingen geconstateerd. Buiten deze seksinrichtingen heeft de politie in de afgelopen drie jaar in 27 situaties opgetreden waarbij er sprake was van niet-vergunde prostitutie. De politie rapporteert hierover aan de burgemeester die vervolgens een bestuursrechtelijke maatregel oplegt die herhaling van de overtreding moet voorkomen. Indien bij deze controles van de politie er signalen zijn van mensenhandel en/of seksuele uitbuiting dan wordt daarop altijd vervolgonderzoek gedaan en hulpverlening aangeboden aan slachtoffers.. Vanuit het prostitutie-uitstapprogramma willen we in 2022 de contacten met organisaties die de belangen van de heterogene doelgroep sekswerkers behartigen versterken om de gehele doelgroep van sekswerkers te (kunnen) bereiken met het (brede) beschikbare ondersteuningsaanbod dat voor deze doelgroep beschikbaar is.

Hierdoor worden zowel sekswerkers met (praktische en hulp)vragen bereikt en ondersteund waardoor de maatschappelijke positie van deze sekswerkers verbetert en worden sekswerkers ondersteund die de prostitutie willen verlaten. Aanpak Mensenhandel De aanpak van mensenhandel heeft prioriteit. Een goede aanpak van mensenhandel gaat over het voorkomen van mensenhandel tot aan het signaleren en stoppen, waarbij daders worden aangepakt en slachtoffers worden opgevangen en begeleiding krijgen. Hoofdstuk 3 APV kan bijdragen aan deze aanpak, het is echter wel een kleine schakel in de aanpak. De regelgeving richt zich namelijk op de legale seksinrichtingen en de situaties waar sprake is van uitbuiting vinden met name in de illegaliteit plaats. Het Rijk, IPO en VNG hebben in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) een basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel geformuleerd voor gemeenten met de afspraak dat gemeenten hieraan vanaf 2022 voldoen.

Aan het basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel wordt voldaan als de gemeente: • werkt aan actieve signalering van mensenhandel; • een (aandachts)functionaris heeft die optreedt als contactpersoon binnen de gemeente, bekend is met de bestuurlijke mogelijkheden om op te treden tegen mensenhandel en bekend is met de instanties waar slachtoffers mensenhandel terecht kunnen; • gemeentelijk beleid en lokale regelgeving heeft dat de aanpak van mensenhandel ondersteunt waarbij beleid gericht is op prostitutie, met daarbij aandacht voor voorlichting en hulpverlening aan prostituees en de aanpak van seksuele uitbuiting hier onderdeel van is. Met herijken van de APV regelgeving voldoet de gemeente Zwolle aan het laatste onderdeel van het basisniveau van de bestuurlijke aanpak. Voorgestelde wijzigingen Zoveel mogelijk anticiperend op het wetsvoorstel Wet regulering sekswerk die tot doel heeft om misstanden in de seksbranche te voorkomen of te verminderen stellen wij voor om hoofdstuk 3 van de APV op de volgende onderdelen te wijzigen:

3/16

16

voorstel

16 december 2021

Datum

-

-

Het beschikken over een bedrijfsplan waarin onder andere is aangegeven welke maatregelen de exploitant treft ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerker zijn opgenomen. De inhoud van dit bedrijfsplan wordt getoetst bij een aanvraag voor een vergunning. Voor bestaande, reeds vergunde seksinrichtingen geldt dat deze verplichting gaat gelden op het moment dat een verlenging van de vergunning wordt aangevraagd (artikel 3:15 APV); Strafbaarstelling van klanten die gebruikmaken van niet-vergunde prostitutie (artikel 3:21 APV); Verhogen van de leeftijdsgrens naar 21 jaar (artikel 3:14 APV).

Beoogd effect Met het actualiseren van het prostitutiehoofdstuk uit de APV beoogt de gemeente bij te dragen aan het creëren van een situatie waarin sekswerkers op een zo veilige en gezonde manier hun beroep kunnen uitoefenen. Argumenten 1. We voldoen aan het basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel, zoals het Rijk, IPO en VNG die in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) hebben geformuleerd. 2. We introduceren aanvullende bepalingen voor seksinrichtingen rondom leeftijdsgrens en bedrijfsplan. Hierdoor versterken we nog meer de positie van de sekswerker. De aanvullende bepalingen zien toe op het verhogen van de leeftijd, het verplichten van het bedrijfsplan dat toeziet op maatregelen die de exploitant treft ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerker en tot slot de strafbaarstelling van klanten die gebruikmaken van niet-vergunde prostitutie. Hierdoor kan er adequaat worden gehandhaafd. 3. We anticiperen zo veel mogelijk op het wetsvoorstel zoals dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Risico’s Financiën Niet van toepassing Communicatie Bij de voorbereiding van dit voorstel is afgestemd met de diverse zorg- en veiligheidspartners en de kwartiermaker mensenhandel. Zodra uw raad heeft ingestemd met dit voorstel, wordt er via de bestaande kanalen gecommuniceerd richting seksinrichtingen.

Vervolg Handhavingsarrangement Na vaststelling van dit voorstel actualiseren we het huidige handhavingsarrangement. In dit arrangement staan de afspraken die de lokale driehoek maakt over de wijze van optreden tegen overtredingen. Het huidige handhavingsarrangement in het prostitutiebeleid is met name gericht op het overtreden van een vergunning. Illegale (niet-vergunde) prostitutie onttrekt zich echter aan elke vorm van toezicht en is daardoor kwetsbaar voor misstanden, zoals mensenhandel en uitbuiting. Het huidige arrangement is verouderd. Om effectief te kunnen handhaven vinden we het noodzakelijk om het arrangement aan te passen op de aanpak van faciliteerders slimmere handhaving.

4/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Slimmere handhaving bestaat onder andere uit het herijken van de maatregelen en samenwerkingsafspraken met partners. In samenspraak met diverse ketenpartners (verschillende gemeenten in de regio Oost-Nederland, politie, Openbaar Ministerie en het RIEC) een handhavingsarrangement opgesteld voor seksinrichtingen en escortbedrijven. Het handhavingsarrangement zorgt ervoor dat handhaving eenduidig en consistent wordt uitgevoerd. Dit arrangement is uitgangspunt voor het herijken van het handhavingsbeleid. Wet regulering sekswerk In het coalitieakkoord 2021-2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” dat op 15 december is gepubliceerd staat dat de Wet regulering sekswerk op diverse onderdelen wordt gewijzigd. Zodra dit voorstel in procedure is gebracht wordt er gekeken welke consequenties dit heeft voor de lokale situatie en brengen wij uw raad hiervan op de hoogte. Openbaarheid Dit voorstel is openbaar Burgemeester en Wethouders van Zwolle,

voorzitter, Peter Snijders

secretaris, Dick Emmer

5/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 (beslistermijn), 1:4 (persoonlijk karakter), 1:6 (intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing) en 1:7 (termijnen) zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; - escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; -

prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; -raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling. Onder een seksbedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een

6/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

parenclub, een escortbedrijf of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen De vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid kan uitsluitend worden verleend voor: - het gebied binnen de stadsgrachten, zoals aangegeven op bijgaande kaart; - het gebied buiten de bebouwde kom; - een aantal uitvalswegen binnen de bebouwde kom, zoals aangegeven op bijgaande kaart Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen Er kan voor in totaal ten hoogste 10 seksbedrijven, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, vergunning worden verleend. Artikel 3:6 Aanvraag 1.

Een aanvraag om vergunning wordt ingediend met een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; c. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; 7/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

f. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; g. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; h. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; i. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; j. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; k. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; l. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. m. indien het een prostitutiebedrijf betreft, een bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:15. 3. Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b.

de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; 8/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:

9/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g.

als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer of kenmerk van de vergunning.

10/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan of een beheersverordening; 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b.

in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

11/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Artikel 3:11 Verlenging vergunning 1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, 3:5, 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden. 2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten. Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1.

Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 06.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees 12/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees 1.Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d.

in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;

13/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4.

De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

14/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders;

c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:17 Raamprostitutie 1.Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.

Artikel 3:19 Straatprostitutie 1.Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

15/16

16

voorstel

Datum

16 december 2021

Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie 1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1.

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Artikel 3:23 Nadere regels Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels stellen over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk.

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6961644d-030f-4952-a107-0dfabccc6ea1