Beslisnota Onderwijskansenbeleid en verordeningen subsidie
Tekst van het document
5
voorstel
Beslisnota voor de raad Datum
7 oktober 2021
Openbaar
Onderwerp Versienummer
Onderwijskansenbeleid en verordeningen subsidie
Portefeuillehouder Informant Afdeling Telefoon Email
M.W.J. van Willigen Anja Koets Maatschappelijke Ontwikkeling (038) 498 72658 A.Koets@zwolle.nl
Financiële gevolgen Betreft doel Begroting wijzigen Dekking ten laste van
1.3.2 We realiseren een krachtige doorgaande leerlijn Nee
Bijlagen
1 Notitie Onderwijskansenbeleid 2021 – 2024 2 Advies van de Participatieraad over het Onderwijskansenbeleid 3 Reactie college op het advies van de Participatieraad 4 Verordening subsidie onderwijskansenbeleid 5 Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie
De raad wordt voorgesteld te besluiten om: 1 Kennis te nemen van de Notitie Onderwijskansenbeleid 2021 - 2024. 2 Kennis te nemen van het advies van de Participatieraad over het Onderwijskansenbeleid. 3 Kennis te nemen van de reactie van het college op het advies van de Participatieraad. 4 Hoofdstuk 15 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle, Verordening subsidie onderwijskansenbeleid conform bijlage 4, gewijzigd vast te stellen. 5 Hoofdstuk 16 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle, Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie conform bijlage 5, gewijzigd vast te stellen.
1/5
5
voorstel
Datum
7 oktober 2021
Toelichting op het voorstel Inleiding Het is van belang dat zoveel mogelijk kinderen gelijke kansen hebben in het onderwijs. Dat zij hun capaciteiten kunnen benutten en het maximale uit hunzelf kunnen halen. Daar liggen blijvende opgaven die alleen samen met partners van de gemeente opgepakt kunnen worden. In het afgelopen jaar is ingezet op het verstevigen van deze samenwerking. Met de werkgroep Onderwijskansenbeleid (OKB) wordt gewerkt aan het verbeteren van de onderwijskansen van kinderen van 0 tot 13 jaar met een (risico op een) onderwijsachterstand. Wat en hoe dat opgepakt wordt is verwoord in de nieuwe Notitie Onderwijskansenbeleid en de hoofdstukken 15 en 16 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle. De notitie is uitvoeringsgericht en daarom wordt in deze beslisnota ook wel gesproken over (uitvoerings)beleid. Het Onderwijskansenbeleid wordt ook een integraal onderdeel van de nieuwe Strategische onderwijsagenda die momenteel in ontwikkeling is. In het najaar van 2020 zijn wij gestart met de doorontwikkeling van het zogenoemde Onderwijsachterstandenbeleid in nauwe samenwerking met de kinderopvang, het primair onderwijs, de jeugdgezondheidszorg, Travers Welzijn en Stadkamer. Wij zijn toen gestart met een werkgroep Onderwijsachterstandenbeleid. U bent daarover geïnformeerd aan de hand van de informatienota Doorontwikkeling Onderwijsachterstandenbeleid d.d. 5 oktober 2020.
De resultaten van de doorontwikkeling wordt u aan de hand van deze beslisnota aangeboden. In de werkgroep hebben wij in gezamenlijkheid het volgende tot stand gebracht: • Wij spreken niet meer over Onderwijsachterstandenbeleid, maar over Onderwijskansenbeleid . • Wij beschikken over een nieuw Notitie Onderwijskansenbeleid 2021 – 2024. Deze notitie is uitvoeringsgericht en daarom spreken wij ook wel over (uitvoerings)beleid. • Wij hebben hoofdstuk 15 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle, Verordening subsidie onderwijskansenbeleid in lijn gebracht met het nieuwe (uitvoerings)beleid. • Wij hebben hoofdstuk 16 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle, Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie, in lijn gebracht met het nieuwe (uitvoerings)beleid. Beoogd effect • Hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle zijn in lijn gebracht met het nieuwe Onderwijskansenbeleid en functioneert daarmee als instrument om de beoogde (sub)doelen van het (uitvoerings)beleid te realiseren. • U bent geïnformeerd over de uitkomsten van de doorontwikkeling van het Onderwijsachterstandenbeleid waaronder de door het college vastgestelde nieuwe Notitie Onderwijskansenbeleid. Argumenten 1.1 U bent daardoor geïnformeerd over hoe wij in de werkgroep OKB met onze partners concreet werken aan het verbeteren van onderwijskansen van kinderen van 0 tot 13 jaar.
In de Notitie Onderwijskansenbeleid staat aangegeven welke definitie van de doelgroep wij hanteren, en welk doel, subdoelen, doelstellingen en acties wij willen realiseren. Inmiddels hebben wij binnen de werkgroep OKB een concrete uitvoeringsagenda aan de hand waarvan wij elke actie stap voor stap oppakken. Eerder dit jaar zijn meerdere artikel 45 vragen gesteld die gerelateerd zijn aan Notitie Onderwijskansenbeleid. Hieronder lichten wij u toe hoe de vragen en de beantwoording zich verhouden tot het nieuwe (uitvoerings)beleid. Artikel 45 vragen ChristenUnie over aanpak toename kansenongelijkheid funderend onderwijs (po, vo, mbo), 10 februari 2021 In de beantwoording hebben wij aangegeven dat de coronacrisis ook het belang van het intensiveren van het onderwijsachterstandenbeleid zichtbaarder maakt. Wij gaven aan dat wij in samenwerking met onze partners bijvoorbeeld werken aan afspraken over toeleiding van peuters naar voorschoolse voorzieningen, de overdracht van peuters naar de basisschool, en afspraken over wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen zoals de inzet van het programma Alle Zwolse Kinderen Lezen. U vindt dit terug in de Notitie Onderwijskansenbeleid. 2/5
5
voorstel
Datum
7 oktober 2021
Artikel 45 vragen PvdA over Aanpak onderwijsachterstanden, 25 februari 2021 In de beantwoording hebben wij aangegeven dat wij afspraken gaan maken met de scholen over het voorkomen van segregatie, bevorderen van integratie en het bestrijden van onderwijsachterstanden. Dit vindt u ook terug in de Notitie Onderwijskansenbeleid. Ook hebben wij in de beantwoording gerefereerd aan het Nationaal Programma Onderwijs. Het Nationaal Programma Onderwijs biedt aanvullend mogelijkheden om het Onderwijskansenbeleid een tijdelijke impuls te geven en te versterken. Dit werken wij momenteel uit. Artikel 45 vragen D66 inbreiding en inschrijfbeleid scholen, 31 maart 2021 Wij gaven aan in de beantwoording dat wij met het onderwijs de inschrijvings- en toelatingsprocedures afstemmen. En dat wij u in het najaar graag informeren over de voortgang. Ook dit heeft een plaats gekregen in het Onderwijskansenbeleid. Wij zijn inmiddels gestart met verkennende gesprekken met het onderwijs over hoe wij beter inzicht kunnen krijgen in de huidige situatie om op basis daarvan de procedures af te stemmen. 2.1 en 3.1 U bent daardoor geïnformeerd over het advies van de Participatieraad en onze schriftelijke reactie op het advies. 4.1 Dit aangepaste hoofdstuk 15 wordt zodoende als instrument ingezet voor de realisatie van de (sub)doelen genoemd in de Notitie Onderwijskansenbeleid.
De Verordening subsidie onderwijskansenbeleid biedt alle partners transparantie, duidelijkheid en continuïteit, waarbij gestuurd wordt op het bijdragen van de subsidiabele activiteiten aan de realisatie van de (sub)doelen in het Onderwijskansenbeleid. Partners weten hoeveel subsidie per subsidiabele activiteit maximaal beschikbaar is door het instellen van subsidieplafonds en onder welke voorwaarden. Het is daarbij duidelijk wat valt onder een incidentele en een structurele subsidiabele activiteit. De subsidiabele activiteiten zijn gekoppeld aan de subdoelen en acties in de Notitie Onderwijskansenbeleid. De gegevens die de aanvrager dient aan te leven bij de aanvraag tot subsidievaststelling dragen bij aan het verbeteren van het monitoren, evalueren en indien nodig bijstellen van het (uitvoerings)beleid. Wat betreft de subsidiabele activiteiten zijn de volgende wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie doorgevoerd: • Er wordt specifiek subsidie beschikbaar gesteld voor interventies ten behoeve van vroegschoolse educatie (doelgroepkinderen in groep 1 en 2 in het basisonderwijs). • Er wordt specifiek subsidie beschikbaar gesteld voor een zomervakantieprogramma. • Het programma Alle Zwolse Kinderen Lezen (door Stadkamer) kreeg aanvankelijk incidentele subsidie, dit is nu een structurele activiteitensubsidie.
• Subsidie voor Boekstart en de Voorleesexpress (door Stadkamer) vallen niet meer onder cultuur, maar onder deze verordening. Deze activiteiten passen bij het Onderwijskansenbeleid. • Er wordt specifiek subsidie beschikbaar gesteld voor incidentele activiteiten. 5.1 Dit aangepaste hoofdstuk 16 wordt zodoende als instrument ingezet voor de realisatie van de (sub)doelen genoemd in de Notitie Onderwijskansenbeleid. De Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie biedt alle kinderopvangorganisaties transparantie, duidelijkheid en eenduidigheid, waarbij gestuurd wordt op het bijdragen van de subsidiabele activiteiten aan de realisatie van de (sub)doelen van het Onderwijskansenbeleid. Partners weten hoeveel subsidie per subsidiabele activiteit beschikbaar is en onder welke voorwaarden. De subsidiabele activiteiten zijn gekoppeld aan de subdoelen en acties in het Notitie Onderwijskansenbeleid. De gegevens die de aanvrager dient aan te leven dragen bij aan het verbeteren van het monitoren, evalueren en indien nodig bijstellen van het (uitvoerings)beleid. Wat betreft de subsidiabele activiteiten zijn de volgende wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie doorgevoerd: • De leeftijd voor het extra aanbod voorschoolse educatie (VE peuteropvang) is vervroegd van 2,5 naar 2 jaar. Zodoende wordt eerder en meer ingezet op het verbeteren van de onderwijskansen. 3/5
5
voorstel
Datum
7 oktober 2021
• De inkomensafhankelijke bijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag is gelijkgetrokken aan de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst. Er is daardoor geen onderscheid meer tussen de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag. In de kinderopvangtoeslagtabel wordt aangegeven wat de inkomensafhankelijke bedrage is. Momenteel wordt de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag bepaalt aan de hand van de VNG adviestabel ouderbijdrage. Dit is een gecomprimeerde tabel van de kinderopvangtoeslagtabel en heeft daardoor andere uitkomsten voor de inkomensafhankelijke bijdrage. • De gemeente subsidieert € 1,56 bovenop het fiscaal maximumuurtarief voor (VE) peuteropvang waarover de Belastingdienst de kinderopvangtoeslag bepaalt. Het fiscaal maximumuurtarief wordt jaarlijks door het Rijk geïndexeerd. • De wijze van subsidieverlening aan peuteropvanglocaties die geen extra aanbod voorschoolse educatie bieden is duidelijker. De gemeente neemt bij deze locaties een rol vergelijkbaar als de Belastingdienst op zich voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Dit draagt bij aan de gemeentelijke opdracht om zorg te dragen voor voldoende voorschools aanbod.
• Er wordt vanaf volgend jaar subsidie verstrekt voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor maximaal 10 uur per kalenderjaar per doelgroeppeuter. Deze subsidie volgt uit een wettelijke verplichting voor gemeente om dit te bekostigen vanaf 2022. • Er is duidelijkheid over subsidie voor extra ondersteuning in peuteropvang groepen met gemiddeld meer dan 60% doelgroeppeuters. Momenteel ontvangt Travers Kinderopvang (Doomijn) daarvoor subsidie. In de verordening zijn de voorwaarden voor alle partijen op basis waarvan deze subsidieaanvraag wordt versterkt opgenomen. • Tot slot is er duidelijkheid over de wijze waarop subsidie wordt verleend voor thuisbezoeken van doelgroeppeuters voordat zij starten met peuteropvang voor alle partijen. Momenteel ontvangt Travers Kinderopvang (Doomijn) daarvoor subsidie. Risico’s 5.1 Net als in de huidige situatie wordt geen subsidieplafond voorgesteld voor subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie, waardoor mogelijk meer subsidie verleend moet worden dan aan middelen beschikbaar is. Op basis van berekeningen is een inschatting gemaakt van de te verwachten subsidiebedragen. Deze subsidiebedragen passen ruim genoeg binnen de begroting.
4.1 en 5.1 De middelen voor de te verlenen subsidies kunnen ontoereikend worden, als het Rijk besluit minder middelen voor het budget Onderwijsachterstanden en budget Peuterwerk beschikbaar te stellen van waaruit het Onderwijskansenbeleid wordt bekostigd. Met deze scenario’s wordt rekening gehouden. De verwachting is dat eind 2022 een reserve (incidentele middelen) van ongeveer € 500.000,- op het budget Onderwijsachterstanden aanwezig is. Met dit bedrag kan een verlies aan structurele inkomsten opgevangen worden en geeft het tijd om overwogen keuzes te maken om subsidies en andere uitgaven te verlagen of stop te zetten. Financiën Het verstrekken van subsidies onder de hoofdstukken 15 en 16 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle past binnen de begroting. Communicatie • De betrokken partijen bij het Onderwijskansenbeleid worden na vaststelling van de Verordening subsidie onderwijskansenbeleid en de Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie hierover geïnformeerd. • De Verordening subsidie onderwijskansenbeleid en de Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie worden direct na vaststelling bekendgemaakt. Vervolg In de werkgroep Onderwijskansenbeleid (OKB) wordt structureel verder gewerkt aan de uitvoering van de Notitie Onderwijskansenbeleid. 4/5
5
voorstel
Datum
7 oktober 2021
Openbaarheid Dit voorstel is openbaar. Burgemeester en Wethouders van Zwolle,
voorzitter, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
5/5