CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Beslisnota Hoofdlijnen en besluiten met het oog op de Omgevingswet en specifiek het omgevingsplan

Raad Besluitvormingsronde 7 februari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Hoofdlijnen en besluiten met het oog op de Omgevingswet en specifiek het omgevingsplan3.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

9

voorstel

Beslisnota voor de raad Datum

19 oktober 2021

Openbaar

Onderwerp Versienummer

Hoofdlijnen en besluiten met het oog op de Omgevingswet en specifiek het omgevingsplan 1

Portefeuillehouder Informant Afdeling Telefoon Email

E.W. Anker Patries van den Broek - Bredewold Ruimtelijke Planvorming (038) 498 2362 P.van.den.Broek-Bredewold@zwolle.nl

Financiële gevolgen Betreft doel Begroting wijzigen Dekking ten laste van Bijlagen

6.1.3 We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium Nee Bestaande budgetten 1. Hoofdlijnen en toelichting op besluiten met het oog op de Omgevingswet en specifiek het omgevingsplan; 2. Categorieën van gevallen waarin al dan niet bindend advies voor de raad wordt vastgelegd; 3. Categorieën van gevallen waarin participatie verplicht is gesteld voor de initiatiefnemer van een initiatief voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 4. Tijdlijn van nog te verwachten besluiten in het kader van het omgevingsplan.

De raad wordt voorgesteld te besluiten om: 1 in te stemmen met de hoofdlijnen over de aanpak van het omgevingsplan, zoals omschreven in bijlage 1; 2 gelet op artikel 2.8 en artikel 16.15a van de Omgevingswet een lijst vast te stellen met categorieën van gevallen, zoals genoemd in bijlage 2, categorie II, waarin de raad een bindend advies uitbrengt; 3 tevens de categorieën van gevallen, zoals omschreven in de categorieën I en III in bijlage 2, vast te stellen, waarin de raad - al dan niet - wordt geïnformeerd over bepaalde ontwikkelingen; 4 de lijst met categorieën van gevallen voor bindend advies te evalueren na een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet; 5 gelet op artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet verplichte participatie op te nemen voor de categorieën van gevallen, zoals genoemd in bijlage 3; 6 de lijst met categorieën van gevallen voor verplichte participatie te evalueren na een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet; 7 af te zien van delegatie aan het college van het kunnen vaststellen van delen van het omgevingsplan;

1/9

9

voorstel

Datum

8 9

19 oktober 2021

de bevoegdheid tot het vaststellen van een voorbereidingsbesluit te delegeren aan het college op grond van artikel 4.14, lid 5 Omgevingswet; de inwerkingtredingsdatum van de besluiten in te laten gaan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

2/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

Toelichting op het voorstel

Inleiding Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet, naar verwachting, in werking. Deze wet gaat over de gewenste inrichting van de fysieke leefomgeving en bevat instrumenten om daarop te sturen. Eén van die instrumenten is het omgevingsplan, waarin alle gemeentelijke regels die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving integraal moeten worden samengebracht. Elke gemeente is verplicht tot het opstellen van één omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente. Daarmee is een start gemaakt en geldt de ambitie om dit plan zo snel als mogelijk gereed te hebben. Onder meer de complexiteit van het samenbrengen van de regels zorgt ervoor dat de vaststelling niet eerder dan het derde of vierde kwartaal van 2023 verwacht mag worden. In dit voorstel, zoals uitgewerkt in bijlage 1, zijn enkele richtinggevende uitspraken gevraagd om met voortvarendheid verder te kunnen werken aan het omgevingsplan. Ook worden enkele voorstellen toegelicht, die vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden in moeten gaan. Dit gaat over het bindend adviesrecht voor de raad bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan (van rechtswege) en verplichte participatie. Bij deze voorstellen tot besluitvorming is het belangrijk het besluit nú al te nemen, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, om de positie van uw raad vanaf de inwerkingtreding op dit punt inhoud te geven.

Voor initiatiefnemers ontstaat ook gelijk duidelijkheid. Verder geeft dit voorstel inhoud aan de delegatiemogelijkheid van bevoegdheden van de raad aan het college. Wij hebben dit advies met de raadswerkgroep voorbereid. Deze heeft meegedacht over de begrijpelijkheid, de beslisrijpheid van het stuk en het proces. Beoogd effect Inzicht te geven over het bijeenbrengen van alle regels over de fysieke leefomgeving in één gebiedsdekkend Omgevingsplan voor Gemeente Zwolle, dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet, bijdraagt aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet, en de ambities van Gemeente Zwolle. Daarnaast is het beoogd effect erop gericht enkele besluiten te nemen over: • De positie van de raad bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan om zo te waarborgen dat uw raad betrokken blijft bij ontwikkelingen die grote impact hebben op de fysieke leefomgeving en waarbij meerdere belangen spelen; • De verplichting tot participatie voor initiatiefnemers bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan; • De delegatiemogelijkheden uit de Omgevingswet van de raad aan het college. Argumenten 1.1 De integraliteit van regels binnen de fysieke leefomgeving, samen met de verschillende maatschappelijke opgaven, pleiten voor een aanpak het omgevingsplan in één keer voor heel Zwolle op te stellen. Er is geen eensluidende instructie hoe te komen tot dat éne omgevingsplan.

Iedere gemeente maakt een eigen afweging over de aanpak. Bewust stellen wij voor de aanpak van het hele grondgebied in één keer te verwerken in een omgevingsplan. Er zijn gemeenten die een gebiedsgerichte omzetting 3/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

voorstaan of themagewijs te werk gaan. Die keuze is ook vaak ingegeven doordat lang niet alle gemeenten beschikken over actuele bestemmingsplannen. Maar in Zwolle hebben wij wel actuele bestemmingsplannen.

Onze aanpak geeft de beste uitgangspositie om te komen tot integrale regels. Het biedt de beste kansen om aan te sluiten bij de vele opgaven in het fysieke domein waar Zwolle mee te maken heeft. Naast keuzes die voor Zwolle als geheel gelden, zijn er zeker ook gebiedsgerichte keuzes uit te werken. Bijvoorbeeld voor welke activiteiten toestemming nodig is of hoe de gemeente om wil gaan met de verkregen lokale afwegingsruimte. Bij het maken van die keuzes is het van belang om de consequenties daarvan voor andere gebieden of ontwikkelingen in beeld te hebben. Het opstellen van een omgevingsplan is dan ook een dans door verschillende schaalniveaus zoals dat ook bij het opstellen van de omgevingsvisie al het geval was. 1.2 Wij werken voortvarend aan het omgevingsplan om ruim voor het einde van de overgangstermijn een omgevingsplan te hebben. Hoewel het overgangsrecht tot in elk geval het einde van 2029 de tijd geeft om te komen tot dat éne omgevingsplan, is onze ambitie erop gericht om dit omgevingsplan einde 2023 voor Zwolle gereed te hebben. Tot die tijd hebben wij te maken met een overgangsrechtelijke situatie. Vanaf inwerkingtreden van de Omgevingswet ontstaat er een omgevingsplan van rechtswege. Dit plan wordt onder meer gevormd door onze bestemmingsplannen en de regels die door het rijk aan gemeenten worden doorgegeven, de zogenaamde bruidsschat.

Gemeenten krijgen zelf de beschikking om deze regels zo nodig aan te passen aan wat lokaal wenselijk is. Het overgangsrecht zal zorgen voor interpretatiekwesties, onduidelijkheden, onzekerheden; zeker gelet op de omvang van de stelselwijziging. Dat is een belangrijke reden om voortvarend te werken aan het omgevingsplan. Bovendien zijn er veel opgaven in Zwolle in het fysieke domein. Hoe eerder wij onze instrumenten hebben aangepast aan de Omgevingswet, hoe eerder wij ook kansen kunnen benutten die de wet biedt. Denk daarbij onder meer aan snellere procedures. Het opstellen van het omgevingsplan is complex en vereist diverse deelbesluiten (zie bijlage 4). Het is goed om tijdig te starten, zodat er tijd is om deze besluiten te nemen en langs die weg ook iedereen die bij besluitvorming betrokken is vertrouwd te maken met wat de Omgevingswet ons te bieden heeft. 1.3 Wij benutten actuele bestemmingsplannen om de basis voor het omgevingsplan te vormen. Voor de verdere invulling worden ook beleidsnota’s geanalyseerd. Vanaf 2003 is er in Zwolle veel energie gestoken in het actualiseren en actueel houden van bestemmingsplannen. Daar plukken wij nu de vruchten van! Door actuele bestemmingsplannen te analyseren, kunnen wij een vertaling maken vanuit bestemmingsplannen naar onderdelen van het omgevingsplan. Zo zetten wij bestemmingen om naar functietoekenning.

Deze werkwijze leidt tot de basis voor het omgevingsplan en op die manier blijft ook een bepaalde mate van herkenbaarheid bestaan in de nieuwe structuur. Dat bevordert de rechtszekerheid. Ook bestaand beleid kan nuttige input geven voor het omgevingsplan. Uiteraard is daarbij de omgevingsvisie het fundament. Andere nota’s kunnen aanvullend werken. Door deze manier van werken ontstaat een duidelijke verbinding tussen de verschillende instrumenten en neemt de voorspelbaarheid in handelen van de gemeente toe.

4/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

1.4 Het werken met anterieure overeenkomsten bij verplicht kostenverhaal blijft voorlopig de voorkeur houden, maar of en hoe het publiekrechtelijke spoor onder de Omgevingswet invulling krijgt, wordt wel verder uitgewerkt. De Omgevingswet verplicht, net als de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro), tot kostenverhaal voor kostenverhaalsplichtige activiteiten, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe woning. Dat is niet anders dan onder de Wro. Wel verdwijnt het exploitatieplan als instrument om publiekrechtelijk te voorzien in het verplichte kostenverhaal. Van dit instrument heeft Zwolle tot nu toe geen gebruik gemaakt. De omgevingswet introduceert de mogelijkheid om een publiekrechtelijke kostenverhaalsregeling in het omgevingsplan op te nemen. Hoe een dergelijke regeling eruit ziet en in welke situaties hiervan gebruik gemaakt zou kunnen worden, wordt momenteel nog uitgewerkt. Vooralsnog blijft het de voorkeur om met anterieure overeenkomsten te blijven werken. 2.1 In bijlage 2 is in categorie II opgenomen in welke gevallen de raad een bindend advies uitbrengt wanneer met een omgevingsvergunning wordt afgeweken van een omgevingsplan De Omgevingswet legt de bevoegdheid om te besluiten over een aanvraag waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan bij het college. De raad heeft daarin geen rol.

Onder de Wro waren er situaties waarbij de raad via een verklaring van geen bedenkingen wel invloed had op de besluitvorming van het college. De wetgever heeft met deze wijziging de rolverdeling tussen raad en college willen versterken: de raad gaat over de kaders en stelt daarbij zowel de omgevingsvisie als ook het omgevingsplan vast en het college handelt binnen die kaders door te besluiten over aanvragen omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan binnen de bandbreedte van de omgevingsvisie. Toch zijn er situaties waarbij het, gelet op de rol van de raad, wenselijk kan zijn voor de raad om een bindend advies aan het college mee te geven. De wetgever heeft hierin voorzien en legt in de artikelen 2.8 en 16.15a Omgevingswet de mogelijkheid vast voor een bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het gaat bij bindend advies alleen om situaties waarbij het college een besluit moet nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in afwijking van het omgevingsplan. In bijlage 2 is onder categorie II een lijst opgenomen met omgevingsplanactiviteiten waarvoor bindend advies wordt voorgesteld.

De keuze van deze categorieën is gebaseerd op twee factoren: - het gaat om omgevingsplanactiviteiten met een grote impact op de fysieke leefomgeving en - er spelen veel belangen en de verwachting is dan ook op voorhand dat er meerdere belanghebbenden zullen zijn. Het is belangrijk om dit besluit nú te nemen, op een moment voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, om de positie van de raad vanaf de inwerkingtreding op dit punt inhoud te geven. Het betekent dat uw raad, direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet, een positie heeft bij een aantal gevallen waarin besluitvorming plaatsvindt over een ontwikkeling die afwijkt van het omgevingsplan. 2.2 De lijst van categorieën van gevallen waarin bindend advies wordt voorgesteld, in het licht van de verbeterdoelen van de Omgevingswet zo kort mogelijk gehouden De Omgevingswet kent verschillende verbeterdoelen, waaronder de snellere besluitvorming. Dat is ook de reden dat – ook wanneer moet worden afgeweken van het omgevingsplan – de reguliere procedure van toepassing is. Met een reguliere procedure wordt bedoeld dat een besluit op een aanvraag binnen 5/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

acht weken moet worden genomen en dat er slechts een eenmalige verlenging van zes weken mogelijk is. Wanneer advies van de raad wordt gevraagd, is per definitie sprake van een langere doorlooptijd, zodat de beslistermijn onder druk komt te staan. Dat is de tevens een reden om de lijst, waarin bindend advies wordt afgesproken voor uw raad, zo kort mogelijk te houden. 3.1 Naast categorieën van gevallen voor bindend advies, worden nog twee categorieën van gevallen voorgesteld. Eén lijst sluit aan bij de huidige praktijk en de andere lijst heeft een functie bij de evaluatie. In bijlage 2 worden nog twee categorieën van gevallen voorgesteld, naast de categorieën bindend advies voor de raad. Die onderverdeling is ook een keuze en wordt daarom aan u als besluit voorgelegd. Categorie I omvat alle situaties die onder het huidige recht als “kruimelgevallen” zijn aangewezen. Uw raad heeft hier nu geen bemoeienis mee en het ligt daarom voor de hand om deze lijn door te zetten. Alleen bij gewijzigd gebruik is – gelet op de lijst van bindend advies – een aanpassing gedaan. Wanneer het gewijzigd gebruik woonfuncties mogelijk maakt, is alleen sprake van een “kruimelgeval” wanneer er minder dan 30 woningen worden gerealiseerd.

Categorie III omvat alle aanvragen voor omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, maar niet worden genoemd in de andere twee categorieën. Wij stellen voor om uw raad over deze initiatieven te informeren. Op die manier krijgt u inzicht in het type aanvragen waarbij het college gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid, maar waar u wellicht – achteraf gezien – wel een advies over had willen geven. De gegevens kunnen gebruikt worden bij de evaluatie, die na het eerste jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgevoerd. 4.1 De lijst met gevallen waarin bindend advies voor de gemeenteraad is vastgelegd wordt een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd. Het is zinvol om de verschillende categorieën van gevallen waar al dan niet bindend advies voor geldt te evalueren. Als de wet eenmaal is ingevoerd blijkt of de lijst aanpassing behoeft. Mogelijk ontbreken er nog categorieën van gevallen, waar uw raad toch graag een bindend advies voor zou hebben gehad of heeft uw raad een bindend advies waar dat niet nodig is. Wij stellen voor om de lijsten na een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren, nadat enige ervaring is opgedaan met deze werkwijze.

5.1 Aan de lijst met gevallen waarin bindend advies voor de raad wordt voorgesteld, wordt ook de verplichting tot participatie voor initiatiefnemers gekoppeld Voor initiatiefnemers, die de gemeente benaderen met een ontwikkeling die niet past binnen de kaders van het omgevingsplan, wordt participatie weliswaar warm aanbevolen, maar de wetgever heeft er geen verplichting voor opgenomen. Dat betekent dat een initiatiefnemer ervoor kan kiezen om geen invulling te geven aan participatie bij ontwikkeling van zijn plannen. De Omgevingswet gaat namelijk uit van het vertrouwen dat initiatiefnemers het voordeel zien van participatie en hier niet van af zullen zien. Er is een uitzondering mogelijk op deze regel: verplichte participatie. Ook verplichte participatie moet in het omgevingsplan worden vastgelegd. Zolang het omgevingsplan er nog niet is, is het wenselijk nu al een regeling hierover vast te leggen. Dit om ook hiermee ervaring mee op te doen, direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de lijst zo nodig bij te kunnen stellen wanneer deze wordt geevalueerd.

6/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

Wij stellen voor om de lijst voor verplichte participatie gelijk te stellen aan de lijst waarin bindend advies wordt voorgesteld. In die gevallen dat sprake is van bindend advies, gaat het om situaties die een behoorlijke impact hebben op de fysieke leefomgeving. Ook kun je op voorhand stellen dat er in die gevallen meerdere belangen en belanghebbenden betrokken zijn. Daarom lijkt het logisch beider lijsten gelijk te stellen aan elkaar. 5.2 Ook wanneer participatie niet verplicht is gesteld, is participatie wel degelijk aan de orde. Het maken van een lijstje over verplichte participatie zou de indruk kunnen wekken dat participatie in alle gevallen waarin dit niet verplicht is gesteld, minder belangrijk is of zelfs achterwege gelaten zou kunnen worden. Dat is geenszins het geval! Bij gebiedsontwikkelingen komt het belang van participatie via de Routekaart terug in de toe te passen methode van start voor de start. Deze Zwolse methode van gebiedsontwikkeling, die samen met het Consilium is opgesteld, kan ook worden toegepast bij complexe locatieontwikkelingen. Bij kleinere initiatieven worden afspraken met initiatiefnemers gemaakt over onder meer participatie die in de zogenaamde procesbrief worden vastgelegd. 6.1 De lijst met gevallen waarin verplichte participatie wordt opgelegd aan initiatiefnemers wordt een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd.

Omdat er een koppeling bestaat tussen de lijst met categorieën van gevallen waarin de gemeenteraad een bindend advies kan afgeven en de verplichte participatie, is het logisch om categorie II van bijlage 2 ook vanuit het perspectief van participatie te evalueren. Zie daarvoor bijlage 3, waarin een gelijkluidende lijst is opgenomen. Als de wet eenmaal is ingevoerd, zal blijken of de lijst vanuit de scope van participatie nog aangepast moet worden. Een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet is daarom een goed moment. 7.1 Voorlopig wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan aan het college. Onder de Wro bestaat de mogelijkheid om, bij het vaststellen van een bestemmingsplan, een wijziging of nadere uitwerking te delegeren aan het college. In het zogenaamde “moederplan” worden dan de voorwaarden genoemd waaraan moet worden voldaan, wil van deze mogelijkheid gebruik worden gemaakt. Het voordeel van deze constructie is dat de proceduretijd verkort wordt bij uitwerking van het uitwerkings- of wijzigingsplan. De Omgevingswet kent de figuren wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht niet meer.

Daarvoor in de plaats komt de mogelijkheid om door middel van een delegatiebesluit het college in staat te stellen om delen van het omgevingsplan te wijzigen, onder bij het delegatiebesluit opgenomen voorwaarden. Wij stellen echter voor om van deze mogelijkheid nog geen gebruik te maken zolang er sprake is van een omgevingsplan van rechtswege. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, ontstaat er een omgevingsplan van rechtswege. Van dit omgevingsplan van rechtswege maken (onder andere) alle bestaande bestemmingsplannen deel uit. Die bestemmingsplannen worden als het ware bevroren1. Er kan niets meer aan gewijzigd worden. Deze situatie duurt voort totdat het omgevingsplan van rechtswege is vervangen door een initieel omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente. Voor initiatieven die in deze overgangsfase worden ingediend, kan het college meewerken aan een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan van rechtswege. Ook is het mogelijk dat de raad voor een stukje het 1 Op moment van schrijven staat dit overigens nog ter discussie. Er wordt gewerkt aan Tijdelijke

Alternatieve Maatregelen die mogelijk van invloed zijn op dit uitgangspunt van de wetgever. 7/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

omgevingsplan van rechtswege omzet naar een omgevingsplan. Op die manier worden nieuwe ontwikkelingen niet gefrustreerd. Als echter het college een delegatiebevoegdheid krijgt in deze overgangsfase, dan zou dat betekenen dat het college een partiele wijziging omgevingsplan kan maken op een moment dat de raad nog nadenkt over integrale keuzes voor het gehele omgevingsplan. In het kader van het op te stellen omgevingsplan zal zeker worden nagedacht over delegatiemogelijkheden aan het college. Maar zolang er nog sprake is van een overgangssituatie stellen wij voor van de delegatiemogelijkheid af te zien. 8.1 Gebruik te maken van de bevoegdheid van de raad om het besluit tot het nemen van een voorbereidingsbesluit aan het college te delegeren. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van nu het bestemmingsplan, straks het omgevingsplan, wordt voorbereid. Hiermee ontstaat een aanhoudingsplicht voor bouw- en aanlegactiviteiten. De bestaande situatie wordt tijdelijk bevroren totdat het bestemmingsplan, straks omgevingsplan, is gewijzigd. Dit voorkomt dat moet worden meegewerkt aan een initiatief dat wel past in het vigerende plan, maar niet in het toekomstige plan. Onder de huidige Wro is het nemen van een voorbereidingsbesluit uitsluitend voorbehouden aan de raad.

Onder de Omgevingswet is het echter mogelijk om de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit te delegeren aan het college Wanneer het nodig is dat een voorbereidingsbesluit wordt genomen, is het belangrijk dat er snel gehandeld wordt. Het college kan, vanwege een kortere proceduretijd, sneller handelen dan de raad. Het is daarom wenselijk om deze bevoegdheid aan het college te delegeren. Wel kan de raad over het genomen voorbereidingsbesluit achteraf worden geinformeerd. Bovendien zal, na het nemen van het voorbereidingsbesluit, de raad worden voorgesteld om het omgevingsplan op onderdelen aan te passen. Hoewel er van dit instrument niet vaak gebruik gemaakt wordt, stellen wij toch voor om de bevoegdheid te delegeren. Het uiteindelijke besluit is openbaar. 9.1 De besluiten treden in werking direct nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, ontstaat een overgangsperiode. Er is een omgevingsplan van rechtswege en wij werken ondertussen aan het opstellen van het echte omgevingsplan. In die overgangssituatie willen wij dat Zwolle goed is voorbereid op de Omgevingswet. Daarom zijn de voorgestelde besluiten van belang om voor de inwerkingtreding van de wet te nemen. Risico’s n.v.t. Financiën Het valt onder de bestaande budgetten.

Communicatie Er zijn verschillende gesprekken gevoerd met uw raad en met uw raad en het college samen. In de komende periode maken wij op de website van de gemeente inzichtelijk wat de Omgevingswet betekent voor inwoners en andere stakeholders. Daarvoor wordt de website www.zwolle.nl/omgevingswet ingericht. Op deze website besteden wij aandacht aan basisinformatie

8/9

9

voorstel

Datum

19 oktober 2021

over de Omgevingswet, informatie over het Omgevingsloket, participatie bij initiatieven, het Omgevingsplan enzovoort. Vervolg Wij werken door aan het omgevingsplan en komen met uitgewerkte voorstellen bij u terugkomen. In bijlage 1 hebben wij de aanpak en besluiten toegelicht. In bijlage 4 is een tijdlijn opgesteld waardoor inzicht ontstaat in de nog te nemen besluiten en wanneer die globaal verwacht kunnen worden. Openbaarheid ja Burgemeester en Wethouders van Zwolle,

voorzitter, Peter Snijders

Gemeentesecretaris, Dick Emmer

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=97a20575-fecb-4b02-a26d-42b7ab56a07b