Beantwoording Technische vragen RES 1.0.pdf
Tekst van het document
CU 1. Vraag: In de kaart met zoekgebieden (hoofdstuk 5, hoofdocument RES) wordt een zoekgebied zon op veld getekend in het oostelijk deel van de gemeente (tussen Wijthem en Hessenpoort). Kan toegelicht worden wat de status van dat zoekgebied is? Wat maakt dat specifiek dat gebied naar voren komt uit de Energiegids en niet andere gebieden die in 2017 als 'nader te onderzoeken' zijn aangemerkt? Antwoord: In tegenstelling tot de Zwolse energiegids wordt in de Zwolse omgevingsvisie “Mijn Zwolle van morgen 2030 Omgevingsvisie” (2021) vanuit de verschillende waarden die het buitengebied kent, onderscheid aangebracht om duidelijkheid te geven waar opwek van zonne-energie op maaiveldniveau in het buitengebied kansrijk is, beperkt kansrijk of uitgesloten is. De kaart waar naar verwezen wordt komt uit de Zwolse Omgevingsvisie (blz. 75) en laat een van de kansrijke zones in Zwolle zien. 2. Vraag: Op pagina 25 wordt verwezen naar de CES. Naast geografische clusterenergiestrategieën is onze regio blijkbaar onderdeel van een soort 'rest'-CES. Kan aangegeven worden wat er op dit plak in praktische zin al speelt? Antwoord: Vanuit het Klimaatakkoord worden gemeentes gevraagd een bijdrage aan opwek te leveren via de RES. Een ander onderdeel van het Klimaatakkoord betreft ‘grote industrieën’.
Deze is opgedeeld in meerdere clusters en heeft voor deze industrieën een bredere scope dan alleen opwek. De optelsom van deze industriële clusters heet Cluster Energie Strategieën (CES) en heeft ook effect op het netwerk. De CES is nog niet beschikbaar. 3. Vraag: Op pagina 26 en 27 wordt verwezen naar de systeemstudie 2050 voor Overijssel, en genoemd dat die concrete handelingsperspectieven bevatten. Zijn er handelingsperspectieven die specifiek relevant zijn voor Zwolle en vergen die aanpassingen van beleid of extra inspanningen? Antwoord: De provincie heeft ambtelijk systeemstudie, overigens niet vanuit de RES, laten uitvoeren die niet direct effect hebben op de voorliggende besluiten RES op weg naar 2030. En daarmee ook niet op handelsperspectieven voor Zwolle, voor nu. De studie biedt een goed inzicht in complexe samenhang tussen de diverse energiesystemen en ontwikkelingen. Ze maakt via een viertal scenario’s duidelijk dat een congruente sturing tussen de overheidslagen (internationaal, EU, landelijk, provinciaal, lokaal) erg belangrijk is voor het doen van gerichte interventies (en investeringen door netwerkbeheerders). Desgewenst is de provincie ambtelijk bereid een informatieavond hiertoe te verzorgen voor uw raad. (Zie https://www.overijssel.nl/onderwerpen/economie/nieuwe-energie/energiesysteemtoekomst/)
4. Vraag: Op pagina 33 wordt lokaal eigendom nader uitgewerkt en voor grootschalig zon de definitie gehanteerd van 15 kWp (ondergrens SDE++). Nu blijft wat onduidelijk of daarbij ook gedacht wordt aan zon op dak (van bijv. een bedrijf) en of de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom ook voor die situatie geldt (en andersom: of dergelijke projecten ook meegeteld worden om aan te duiden bij hoeveel % coöperaties betrokken zijn). Kan dat uitgelegd worden? Antwoord: De definitie lokaal eigendom geldt alleen voor bij de gemeente vergunning plichtige initiatiefnemers zon op veld en windmolens, dus ook voor de eigenaren op wiens grond dit plaatsvindt. In de definitie zon op veld is zon op water inbegrepen. Voor zon op dak geldt de definitie niet. Deze zijn overigens ook niet vergunningsplichtig bij de gemeente.
VVD Algemeen 1. Vraag: In hoeverre worden de doelstelling en ambities in de RES onderschrijven door de netwerkbedrijven? Committeren zij zich aan deze strategie en/ of hebben zij een aansluitverplichting? Antwoord: Enexis committeert zich aan deze strategie, het vormt belangrijke input voor hun investeringsplan, waarbij ook Enexis beseft dat gemeentes voor hun bod mede afhankelijk zijn van initiatiefnemers. En het is juist dit investeringsplan dat perspectief moet bieden op zo spoedige mogelijke versterking van de infrastructuur. Enexis heeft géén aansluitverplichting voor de grotere opwek en derhalve inzicht nodig om keuzes te maken. Voor Zwolle cruciaal, zowel voor windenergie, zon-op-veld als ook voor de toegenomen potentie zon-op-dak. 2. Vraag: Welke mogelijkheden heeft de provincie om nakoming van gemeentelijk bod af te dwingen? Welk afwegingskader wordt hierbij gehanteerd? De provincie is niet bevoegd om gemeentes tot realisatie van het bod te dwingen. Voor de RES is een startdocument vastgesteld inclusief een escalatieladder. Daarnaast beschikt de (en elke) provincie vanuit de Wet Ruimtelijk ordening over de bevoegdheid tot een provinciaal Inpassingplan te besluiten (PiP), waarmee een gemeentelijk bestemmingsplan ‘overruled’ wordt. Het afwegingskader is dus de WRO. De Provincie kan dus besluiten dat ergens windmolens of zon op veld mág komen. 3.
Vraag: Zit er een rangorde in de vier hoekpunten/ uitgangspunten? Weegt het ene uitgangspunt zwaarder dan het ander? Antwoord: de hoekpunten kennen geen rangorde. Dat wil zeggen dat de vier hoekpunten elk meegewogen worden bij besluiten over zoekgebieden en over projecten over grootschalige opwek.
4. Vraag: Pag 8. Redelijk afstand tot de aansluitpunten. Worden daarmee de HSMS station bedoeld? Is er een omschrijving van “redelijk”? Antwoord: Inderdaad HSMS stations (Zie bouwsteen bijlage e Netwerk6). Het woord ‘redelijk ’kan gelezen worden in de context van de vier hoekpunten. Een ontwikkeling die hoog scoort op veel aspecten van de hoekpunten, maar wel wat verder afligt van het netwerk kan toch aantrekkelijk zijn. 5. Vraag: Pag 12. - 60/40 is het streven. Wat gaat de stuurgroep doen richting gemeenten die dit niet halen en/of zelfs 0,0 wind in hun bieding hebben meegenomen? Hoe verhoudt zich dit tot het “samen uit samen thuis” principe? Antwoord: De stuurgroep zelf heeft meer een procesrol. De gezamenlijke bestuurders in de regio hebben afgesproken elkaar scherp te houden op de afspraken, inclusief het bod van elke gemeente. Vooralsnog is elk bod goed onderbouwd en van daaruit wordt regionaal gestreefd naar 60%. Onderdeel van het samen uit samen thuis principe is het respecteren van de verschillen. Verschillen die ook zichtbaar zijn in het bod per gemeente. Zo kent Zwolle een relatief hoog bod voor 2030, met relatief weinig wind. 6. Vraag: Pag 13.
Wat is het inwoneraantal van de gehele RES regio West Overijssel? Antwoord: Ongeveer 550.000 volgens CBS https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardbevolking/regionaal/inwoners - Vraag: Wat is het energieverbruik per gemeente in de RES regio? Dat is terug te zien via de bijgevoegde link, waar als voorbeeld het energiegebruik in de gemeente Staphorst wordt getoond: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieverbruik/
7. Pag 14 - Is het mogelijk de figuur (taartdiagram figuur 2) op te maken voor de Zwolse situatie? Deze informatie is per gemeente weergegeven in de bouwsteen elektriciteit, blz. 4 + 5, zij het niet in een taartpunt. Deze info is overigens standaard ligt verouderd, want gebaseerd op de klimaatmonitor. Ontwikkelingen 2020 zijn niet meegenomen
8. Pag 20 - Hoe maak je het begrip “ruimtelijke kwaliteit” objectief om daarmee landschappen te vergelijken en tot afwegingen te komen? Antwoord: kwaliteit laat zich lastig objectiveerbaar maken. De bouwsteen Ruimte geeft in aan de kwalitatieve en af te wegen aspecten. Het is niet de bedoeling om landschappen te vergelijken, maar eerder andersom: welke mogelijkheden, risico’s en kansen bieden bepaalde gebieden. Zo bleken jonge ontginningslandschappen goede mogelijkheden te bieden voor grootschalige opwek. 9. Pag 26 - Is in de studie naar scenario’s rekening gehouden met een scenario waarbij het Rijk besluit tot een groter aandeel in de duurzame opwek? Bijvoorbeeld door toepassing van meer “wind op zee” of kernenergie? Antwoord: Nee. Dat is niet de essentie van de scenario’s. De scenario’s verschillen onderling vooral in leidend sturingsprincipe (CO2-reductie, of GWH opwek, of aardgasvrij of klimaataanpak). De studies bieden niet alleen een goed inzicht in complexe samenhang tussen de diverse energiesystemen en ontwikkelingen, maar daarnaast ook via een viertal scenario’s duidelijk dat een congruente sturing tussen de overheidslagen (internationaal, EU, landelijk, provinciaal, lokaal) erg belangrijk is voor het doen van gerichte interventies (en investeringen door netwerkbeheerders).
Desgewenst is de provincie ambtelijk bereid een informatieavond hiertoe te verzorgen voor uw raad. (Zie https://www.overijssel.nl/onderwerpen/economie/nieuwe-energie/energiesysteemtoekomst/)
10 Pag 28 - Onder voetnoot 2 wordt verwezen naar paragraaf 7.5. Dit is niet correct. Wordt niet 8.5 bedoeld? Antwoord: Ja, dat wordt bedoeld. 11. Pag 31 - Is het mogelijk de figuur aan te leveren voor alleen de Zwolse situatie? Antwoord: Info uit Dashboard klimaatmonitor voor Zwolle. 2019 is laatste jaar.
12. Pag 31 - Zijn er in de regio voorbeelden van lokale of gemeentelijke energie- of warmtebedrijven? Antwoord: Ja die zijn er. Vooral lokale (dus zonder overheid) energiebedrijven die bijvoorbeeld zonneparken of windmolens ontwikkelen en/óf beheren. Begin dit jaar heeft NMO een inventarisatie gemaakt van projecten die (mede) door lokale initiatieven zijn ontwikkeld. In West Overijssel zijn dit 28 projecten, met een opwek capaciteit van 55 GWh. Daarnaast zijn er ongeveer 40 nieuwe projecten in ontwikkeling met een gezamenlijke opwek van 390 GWh. 13.-Pag 31 De partners spreken zich uit voor samenwerking bij kennisontwikkeling. Wanneer kunnen we hier een update over verwachten? Antwoord: De totstandkoming van de Res, vooral de bouwstenen, heeft al geleid tot een forse gezamenlijke kennisontwikkeling. We zijn voornemens op bestuurlijk RES nivo alle RES afspraken te monitoren. Voor de verdere kennisontwikkeling willen de gemeentes in nauwe samenwerking met alliantie NEO werken aan de coproductie van oplossingen. Eind 2021 zal uw raad hiertoe een update ontvangen, tezamen met het uitvoeringsprogramma RES. 14. Pag 34 - Welke 8 koplopers onder de 40 LEI worden hier bedoeld?
Antwoord: Dat zijn coöperaties die vorig jaar -naast het overleg binnen de RES en vanuit NMOeen keer hebben afgestemd over RES: - Goed Veur Mekare, Olst Wijhe - Endona, Heeten - DeventerEnergie, Deventer - Wij Duurzaam Staphorst, Staphorst - Steenergie, Steenwijk - Nieuwleusen Synergie, Nieuwleusen - Groen Gebogen, Dalfsen - Blauwvinger Energie. Zwolle Deze hebben relatief grotere projecten in ontwikkeling of gerealiseerd.De term koplopers moet gelezen worden in termen van bereidheid die ze getoond hebben om mee te werken aan de bouwsteen “Lokaal eigendom” en zich bezig houden met het realiseren van projecten. 15. - Overleg tussen gemeenten en belanghebbenden ook over gemeentegrenzen en RES regio’s. Heeft in dat kader overleg plaatsgevonden over het plaatsen van de windmolens langs de N50? Antwoord: er heeft op RES-nivo geen overleg plaatsgevonden. De windmolens langs de N50 kennen overigens een lange geschiedenis, met intergemeentelijke afstemming.