CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische VA nav Raadsbrief prognoses jeugdhulp 2026

Raad Besluitvormingsronde 29 juni 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Prognose uitgaven jeugdhulp 20263.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen prognoses uitgaven jeugdhulp. Lizet Klein Nagelvoort (D66), Annemee van de Klundert (VVD), Chanel de Haan (Swollwacht), Anita ter Huerne (ChristenUnie), Laura van de Giessen (CDA) en Hettie van Aalderen (PRO), Yvonne Groen (Stadspartij) De fracties hebben de volgende beleidsmatige- en financiële technische vragen: Beleidsmatig 1. Welke alternatieven voor uithuisplaatsingen zijn beschikbaar voor Zwolse jongeren, ook in het kader van de ambitie ‘0 uithuisplaatsingen’? Antwoord: Het gaat om diverse vormen van intensieve ambulante ondersteuning thuis. Oók na kantoortijden en in het weekend. Het gaat niet om één specifiek product of aanbod, maar om een combinatie waarbij professionals van verschillende organisaties samen maatwerk bieden. Dit vraagt soms een andere houding en een andere inzet van professionals. De insteek van Samenspel in de wijk is daar behulpzaam bij. We denken en werken in maatwerk dat aansluit bij de leefomgeving van inwoners. Dat betekent dat vaak niet één aanbieder of één hulpvorm ‘de oplossing’ is, maar dat het Sociaal wijkteam samen met het gezin en het netwerk bespreekt wat nodig is en wie dan wat te doen heeft. Ook het onderwijs en bijvoorbeeld de wijkagent en een jongerenwerker kunnen dan nodig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin een specialistische jeugdhulpaanbieder in het gezin hulp biedt, terwijl school begeleiding organiseert bij een stageplek en afspraken maakt over deelname aan de lessen en gesprekken met de mentor, in combinatie met afspraken met de politie om de betreffende jongere te helpen uit het criminele circuit te komen en te blijven.

2. Uit welke voorzieningen bestaan de ‘extreme hoge uitgaven’ voor bijzondere casuïstiek (p. 10)? En wat zijn de kosten per voorziening? Antwoord: In enkele uitzonderlijke situaties hebben we te maken met ernstig beschadigde en kwetsbare tieners die al een zeer lange tijd – soms al vanaf hun geboorte – met jeugdzorg te maken hebben en voor wie steeds zwaardere zorg is ingezet, waaronder gesloten jeugdhulp. Meerdere doorplaatsingen maakten de problematiek erger in plaats van minder. Het gaat om jongeren met een problematische thuissituatie en vaak is ook sprake van een verstandelijke beperking en/of forse psychische problematiek. Met de huidige opvattingen over wat goede hulp en ondersteuning aan kinderen en gezinnen is, zouden we dit niet meer zo doen.

Duurzame oplossingen met perspectief, waarmee we daadwerkelijk tot resultaten komen, zijn in die gevallen zeer intensief en met hoge uitgaven. Het gaat dan om een combinatie van een vorm van verblijf met een ambulant, multidisciplinair team dat fulltime inzetbaar is en optimaal aansluit bij de hulpvraag en de sociale omgeving van de jongere. Het Sociaal wijkteam stuurt nadrukkelijk op de tijdelijkheid van de inzet en op een zo normaal mogelijke uitstroom. De uitgaven voor een dergelijke combinatie van hulpvormen bedroeg in 2025 bij enkele jeugdigen soms wel ongeveer € 80.000 per maand. 3. In hoeverre maakt de gemeente Zwolle gebruik van ‘Thuis op Maat (TOM)1? Antwoord: In Zwolle gebruiken we ‘Thuis Op Maat’ als product niet. Inhoudelijk komt het overeen met de manier waarop het Sociaal wijkteam in samenwerking met jeugdhulpaanbieders ambulant maatwerk organiseert.

4. Graag zouden we een uitsplitsing zien van 3269 jongeren in Zwolle waar zij jeugdhulp ontvangen, welke duur en welke intensiteit. Antwoord: In 2025 ontvingen ruim 2800 Zwolse jeugdigen een vorm van ambulante jeugdhulp. De gemiddelde uitgaven daarvoor per jeugdige waren € 10.339. Van deze jeugdigen ontvingen er: - ruim 300 jeugdhulp van Trias Jeugdhulp - ruim 300 jeugdhulp van Dimence - zo'n 280 jeugdhulp van Accare - ruim 200 jeugdhulp van Karakter - zo'n 160 jeugdhulp van STERK voor ouder en kind In 2025 ontvingen 480 Zwolse jeugdigen een vorm van jeugdhulp met verblijf. De gemiddelde uitgaven daarvoor per jeugdige waren € 49.447. Van deze jeugdigen ontvingen: - ruim 240 jeugdhulp van Trias Jeugdhulp - zo'n 30 jeugdhulp van Triade Vitree - zo'n 20 jeugdhulp van Frion - zo'n 20 jeugdhulp van ’s Heerenloo - zo'n 15 jeugdhulp van Omega Groep

1

Omroep Flevoland - Nieuws - Tekort jeugdzorg Lelystad dreigt 11 miljoen euro hoger uit te vallen

5. Naast het Sociaal wijkteam zijn ook andere partijen (zoals de huisarts, rechters en de gecertificeerde instellingen) wettelijk bevoegd jeugdhulp in te zetten (p.4). Hoe verhoudt zich het aantal doorverwijzen van de huisartsen, jeugdbescherming tot het aantal de doorverwijzingen van het Sociaal wijkteam? Antwoord: In 2025 lagen deze verhoudingen ongeveer als volgt: Ambulante jeugdhulp -

Sociaal wijkteam: 68 % Gecertificeerde instellingen: 12 % Huisartsen: 20 %

Verblijf -

Sociaal wijkteam: 45 % Gecertificeerde instellingen: 55 % Huisartsen: 0 %

6. Wat is de stand van zaken van Samenspel in de Wijk? In hoeverre zijn we gestart in de wijken Noord, Oost en Midden? Antwoord: Samenspel is geïmplementeerd in alle vijf wijken van Zwolle en tevens verbreed naar alle domeinen (naast Jeugd ook Wmo en participatie). Alle wijkteams zijn getraind in systemisch werken, hebben vaste Samenspelmomenten en hanteren een uniforme werkwijze. Het Sociaal wijkteam heeft een borgingsteam ingesteld om te sturen op de meerjarige verandering. In dat kader wordt ook gewerkt aan een interne registratie om de werkwijze te monitoren.

7. Zijn er al resultaten van deze maatwerkoplossingen? En hoe zien de maatwerkoplossingen in combinatie met resultaten eruit in 2025? Antwoord: Binnen Samenspel in de wijk is maatwerk de standaard geworden: we sluiten aan bij de leefwereld van inwoners en zoeken samen naar wat nodig is. Daarbij sturen we actief op perspectief en duurzaam resultaat. Binnen Samenspel in de wijk brengen we het gesprek op de vraag achter de vraag en komt onderliggende problematiek op tafel. Door systemische te werken en beter naar de context te kijken waarin de problematiek zich

voordoet, vinden we vaker oplossingen in de sociale basis of in het netwerk van de inwoner, in plaats van direct specialistische zorg in te zetten. Ook oplossingen op het gebied van bestaanszekerheid blijken steeds vaker het verschil te maken. En soms is bijvoorbeeld het anders leren kijken naar een ervaren probleem al voldoende en is geen extra ondersteuning meer nodig. We zien in 2025 duidelijke resultaten van deze manier van werken: inwoners ervaren meer passende hulp dichtbij, betere samenwerking en meer regie over hun situatie. We zien dat vragen die eerder snel tot een zorgtraject leidden, nu vaker anders worden opgepakt.

8. In hoeverre heeft het beleidsteam zich fulltime beziggehouden met het signaleren van trends, opvallende ontwikkelingen en het uitwerken van door ontwikkel vragen (AEF, p. 59)? Antwoord: Het signaleren van trends en ontwikkelingen is onderdeel van het reguliere takenpakket van een beleidsadviseur. In de laatste jaren is de aandacht voor data en de datavaardigheid flink toegenomen. Niet alleen bij de afdeling Informatievoorziening, maar ook bij de beleidsafdelingen. Wat betreft de jeugdzorg maken we gebruik van een dashboard dat wekelijks ververst wordt en dat op basis van beleidsontwikkelingen wordt doorontwikkeld. Elk kwartaal komen beleidsadviseurs met collega's van financiën, een data-analist en medewerkers va het Sociaal wijkteam bijeen voor een duidingssessie. Wat betreft het bredere jeugdbeleid (dus ook inclusief de sociale basis, maken we onder meer gebruik van de rapportage domein: Trends & ontwikkelingen sociaal domein Daarnaast is begin vorig jaar een datateam Sociaal domein opgericht en ontwikkelen we de Monitor Koers Sociaal domein Zwolle, waar Jeugd een onderdeel van is.

9. Als de mentale gezondheid van jongeren landelijk onder druk staat, welke trends zien we ook specifiek terug in Zwolle? Antwoord: Uit de meest recente gezondheidsmonitoren blijkt dat het beeld in Zwolle in lijn is met landelijke trends. Een ruime meerderheid van de 14-16-jarigen voelt zich gelukkig, maar

tegelijkertijd heeft een aanzienlijk deel psychische klachten en ervaart bijna de helft stress, vooral door schooldruk. Onder jongvolwassenen (16–25 jaar) ligt het aandeel met psychische klachten hoger, terwijl het ervaren stressniveau vergelijkbaar is. Stress hangt daar vooral samen met studie en zorgen over de toekomst. Dit laat een herkenbaar dubbel beeld zien: veel jongeren ervaren geluk, terwijl stress en mentale klachten tegelijkertijd veel voorkomen. Professionals herkennen dit in de praktijk. Zij signaleren onder andere stress en overprikkeling, somberheidsklachten, onzekerheid over toekomst en bestaanszekerheid (zoals woningnood en financiële onzekerheid) en een sterke invloed van sociale media. Ook zien zij dat ouders zoeken naar balans in opvoeding en het stellen van grenzen.

10. Wat zijn de wachtlijsten voor jeugdigen voordat zij een beschikking krijgen en wat zijn de wachtlijsten in de tijd van de beschikking naar beschikbare hulp? Antwoord: De wachttijd bij het Sociaal wijkteam is tussen de 4 en 6 weken. Ook bij jeugdhulpaanbieders zijn er wachttijden. Maar dat verschilt per aanbieder en hangt ook af van de hulpvraag. Zie eventueel ook de Beschikbaarheidswijzer 3.0 die verwijzers gebruiken. Soms kan binnen 2 tot 4 weken gestart worden. Maar als er iets bijzonders nodig is, dan kan de wachttijd oplopen tot 6 maanden. In de tussentijd blijft het Sociaal wijkteam betrokken en is de aanbieder in beeld voor als de situatie verergert.

11. Is er inzichtelijk waar we in het proces tijd verliezen in de overdracht tussen partijen casussen? En hoeveel tijd is dat minimaal en maximaal? En hoe vaak overschrijden we de gewenste maximale overdrachtstijd? Antwoord: Het overdragen en doorschuiven van mensen met een hulp, is juist wat we niet meer willen. En zo werken we dus ook niet meer. Vanuit onze visie blijft het Sociaal wijkteam betrokken bij het gezin en halen ze indien nodig een specialist erbij; ook omdat ze met elkaar en met het gezin samen willen blijven werken en elkaar versterken.

12. En in hoeverre dragen de wachtlijsten bij als oorzaak voor het feit dat jongeren (te) lang moeten wachten op passende hulp waardoor problemen verergeren? Antwoord: Het spreekt voor zich dat in veel situaties wachten ongewenst is. Maar het bestaan van wachttijden zien we niet als significante factor waardoor problemen verergeren. Indien sprake is van een wachttijd, blijft het Sociaal wijkteam betrokken en biedt het waar nodig zelf ondersteuning of wordt in overleg met de jeugdige en/of ouder overbruggende hulp ingezet. De jeugd GGZ werkt daarnaast met triage, waarbij jongeren met urgente problematiek voorrang krijgen.

13. Hoe borgt het college dat jongeren met ‘complexe (en kostbare)’ casuïstiek tijdig in beeld zijn voor mogelijke doorstroming naar een WLZ indicatie- en er geen zorgonderbreking is? Antwoord: Senior medewerkers bij het Sociaal wijkteam zijn actief betrokken bij complexe jeugdhulptrajecten met hoge uitgaven en sturen actief op de passendheid van de hulp en indien aan de orde, de zorgvuldige doorstroming naar de Wet langdurige zorg.

14. De samenwerking met scholen en wijkteams worden benadrukt. Waar zitten momenteel nog knelpunten in deze samenwerking? Antwoord: De kwaliteit en invulling van de samenwerking tussen het Sociaal wijkteam en de scholen in de ondersteuningsteams, varieert nog te veel per school. Hierop ondernemen we reeds actie. We stellen samen met de scholen een richtlijn op voor de ondersteuningsteams. Om de ondersteuningsteams te helpen om scherp te blijven op hun opdracht. Daarmee borgen we de opdracht voor ondersteuningsteams om samen af te wegen wat in een specifieke situatie helpend is qua inzet vanuit passend onderwijs (school) en vanuit jeugdhulp/sociaal domein (gemeente). Naar verwachting is die richtlijn in de loop van 2026 gereed. Daarnaast zien we dat het systemisch kijken en werken - zoals dat binnen het Sociaal wijkteam nu de basis is - niet altijd goed wordt begrepen binnen de ondersteuningsteams. Daarom bieden we samen met het onderwijs een basistraining

systemisch werken aan voor alle ondersteuningsteams. Daarmee verbeteren we de aanpak en verbeteren we de samenwerking tussen Sociaal wijkteam, scholen en ouders qua inzichten, taal en werkwijze. Daarnaast breiden we deze werkwijze ook uit naar scholen voor Speciaal Onderwijs.

Financiën 1. Wat is nu de kernboodschap van de raadsbrief? Dat Zwolle zicht heeft op 4 miljoen (van Ark gelden), dat we een miljoen tekort hebben in de jeugdhulp vanaf 2025 of dat de ingezette koers te weinig oplevert? Antwoord: De raadsbrief over de prognose van de uitgaven jeugdhulp 2026 kan als volgt worden samengevat: •

•

•

•

Samen met onze partners blijven we koersvast inzetten op passende en effectieve ondersteuning en hulp in de leefomgeving. Dat heeft in de afgelopen jaren bijgedragen aan de daling van het aantal jeugdigen met jeugdhulp in Zwolle. In lijn met het advies van Van Ark en met de Koers Sociaal domein versterken we de pedagogische omgeving van kinderen, de (mentale) gezondheid en de bestaanszekerheid van ouders en jongeren. Nu we zien dat sinds 2025 het aantal jeugdigen met jeugdhulp in Zwolle niet verder daalt, moeten we de begroting bijstellen, vanwege de besparingen die zijn ingeboekt op basis van maatregelen van het Rijk die geen besparingen zullen opleveren. We verwachten dat het advies van de Commissie Van Ark (begin 2027) zal zijn dat gemeenten gecompenseerd moeten worden. Mits het kabinet dat advies overneemt, kan Zwolle vanaf 2028 rekenen op een compensatie van ruim € 4 miljoen per jaar.

2. Wat zijn de investering voor Samenspel in de Wijk (2024, 2025 en 2026) geweest? En hoe verhoudt zich dat tot de geraamde besparingen? Antwoord: Investeringen Samenspel in de wijk is in 2022 gestart als proeftuin in twee wijken, specifiek op jeugd. Hiervoor zijn destijds incidentele middelen beschikbaar gesteld (zie raadsnota Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg). Op basis van de succesvolle resultaten bij de eindevaluatie is besloten Samenspel uit te breiden naar alle wijken in Zwolle en naar de andere domeinen van het Sociaal wijkteam. Hiervoor is incidenteel budget aangewend

(zie de raadsbrief Evaluatie Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’. Vanaf 2026 ligt de focus op verdere borging. Omdat Samenspel in de wijk een structurele werkwijze is geworden binnen het Sociaal wijkteam, zijn daar geen aanvullende incidentele middelen meer voor nodig. Naast incidentele middelen is bij de begroting 2025 structureel 10 fte (functie sociaal werker) toegevoegd aan het de formatie van het Sociaal Wijkteam om Samenspel in de wijk in alle wijken en wijkteam-breed uit te voeren. Daardoor is er meer ruimte voor zorgvuldige vraagverheldering, meer eigen inzet en om met elkaar en partners te leren van casuïstiek. Deze investering bedroeg in 2025 € 916.000 en vanaf 2026 structureel € 1.220.000. Voor 2025 werd dit nog voor € 200.000 gedekt uit de PPN-middelen Koers Sociaal domein en voor het overige wordt dit structureel gedekt uit de besparing op jeugdhulp als gevolg van Samenspel in de wijk. Geraamde besparingen Na de proeftuinfase hebben we Samenspel in de wijk stap voor stap uitgebreid en verbreed. Het Sociaal wijkteam heeft een borgingsteam ingesteld om Samenspel in de wijk te bestendigen en een monitor te ontwikkelen om de impact te volgen. Daarmee is Samenspel in de wijk als (cultuur)verandering stevig in gang gezet. De borging ervan en het zichtbaar worden van de impact – zeker financieel – heeft doorlooptijd nodig.

Het is een continu leer- en ontwikkeltraject, met langzamerhand steeds meer concrete impact voor de inwoners. En vervolgens leidt het ook tot besparende effecten. In de raadsbrief Eindvaluatie Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ is te lezen dat in de proeftuinfase op casusniveau intensief gemonitord is wat de impact was van de nieuwe werkwijze. Naast dat het leidde tot beter passende inzet van ondersteuning en hulp, leidde het netto ook tot besparingen. Voor in totaal ruim 150 cases uit de proeftuinperiode is gemiddeld € 7.000 per casus bespaard op (niet-ingezette) specialistische jeugdhulp. Deze evaluatie toonde aan dat Samenspel in de wijk inhoudelijk en financieel tot positieve resultaten leidde. En was daarmee de basis om Samenspel in de wijk te verbreden en uit te breiden naar alle wijken. Na de proeftuinperiode en in de fase van verbreding en uitbreiding, hebben we niet meer op casusniveau gemonitord. In deze fase is er nog slechts beperkte data om de impact van Samenspel in de wijk te kunnen meten. Maar aan de hand van de beschikbare gegevens, kunnen we wel bij benadering het besparende effect berekenen. Om te kunnen sturen op de werkwijze, is het Sociaal wijkteam in 2025 gestart met de registratie van Samenspel casuïstiek. Hierdoor zien we dat in 2025 ongeveer 400 casussen via Samenspel gestart zijn, waarvan ruim de helft jeugdcasuïstiek (240) betreft.

Omdat een hulpverleningstraject zich doorgaans niet afspeelt binnen één boekjaar en – zeker bij de complexere hulpvragen - vaak ook langer duurt dan één jaar, ontstaat de

eerder genoemde gemiddelde besparing van € 7.000 per casus doorgaans uiteindelijk pas na zo’n twee jaar. Ter verduidelijking: het uiteindelijke financiële effect van een jeugdhulptraject dat in 2024 is gestart en doorloopt tot in 2025 of 2026, ontstaat pas aan het einde ervan. Het Sociaal wijkteam registreert bij de start dat het via Samenspel is opgepakt, maar vanwege de doorlooptijd ontstaat het totale besparende effect dus één of twee boekjaren later. Voor de geraamde besparing gaan we uit van: - een gemiddelde besparing van €7.000 per jeugdcasus, - 150 jeugdvragen die in 2024 zijn opgepakt via Samenspel in de wijk, en - 240 jeugdvragen die in 2025 zijn opgepakt via Samenspel in de wijk. De besparing berekenen we vervolgens door het gemiddelde aantal jeugdhulpvragen dat via Samenspel in de wijk is opgepakt per jaar (195) te vermenigvuldigen met het gemiddelde besparingspotentieel per (jeugd)hulpvraag (€ 7.000). Dat leidt tot een geraamde besparing door niet-ingezette jeugdhulp van ongeveer € 1.365.000 in 2025. De genoemde investering in de formatie van het Sociaal wijkteam is daarvan reeds afgetrokken. Zoals in de raadsbrief is te lezen hebben we in 2025 de investering van ruim € 700.000 terugverdiend.

Door de uitbreiding van Samenspel in de wijk naar de andere domeinen in het Sociaal wijkteam, leidt Samenspel in de wijk daarnaast tot aanvullende, groeiende besparingen op overige maatwerkvoorzieningen. Over het gemiddelde besparingspotentieel per inwoner met een hulpvraag als het gaat om de overige domeinen (Wmo, participatie) is nu nog onvoldoende informatie beschikbaar. Impact op totale uitgaven Tegelijkertijd met voornoemde besparingen, heeft een aantal andere ontwikkelingen een aanzienlijke, negatieve invloed op de totale uitgaven jeugdhulp en dus op de begroting. In combinatie met de jaarlijks oplopende reeks ingeboekte besparingen, leidt dit onderaan de streep alsnog tot een overschrijding van de begroting. Die andere ontwikkelingen zijn reeds benoemd in de raadsbrief prognose uitgaven jeugdhulp 2026. Het gaat voor een belangrijk deel om enkele bijzonder complexe jeugdhulptrajecten die een grotere impact hebben op de totale uitgaven jeugdhulp dan in de voorgaande jaren. Dit hangt nauw samen met het Rijksbeleid. In 2008 werd eerst gesloten jeugdhulp ingevoerd als oplossing voor zeer onveilige thuissituaties, maar na verloop van tijd werd steeds meer duidelijk over de beschadigende effecten van gesloten jeugdhulp en ontstond de roep om alternatieven.

Momenteel hebben we daardoor te maken met tieners die in het verleden zijn beschadigd door niet-passende jeugdhulp, met vaak veel doorplaatsingen en gesloten plaatsingen. Omdat geen andere oplossingen voorhanden waren en gesloten jeugdhulp als passende voorziening werd beschouwd. In Zwolle gaat het wat betreft gesloten jeugdhulp inmiddels nog slechts om enkele jeugdigen per jaar. In de afgelopen jaren is ook steeds meer aandacht voor doorlopende hulpverlening ná de plaatsing. Dat maakt

dat we steeds vaker betere oplossingen vinden met ondersteuning en hulp die tot duurzame resultaten leidt.

3. In hoeverre is de gemeente Zwolle aan de slag met ‘drijvers van de kostenstijging’ zoals verschuiving van jeugdigen tussen zorgvormen, upcoding of een bovengemiddelde stijging van tarieven (AEF, p. 61)? Wat zijn hiervan de resultaten? Antwoord: Dit heeft voortdurend de aandacht. Zowel regionaal met betrekking tot reële tarieven, als lokaal bij de inzet van specialistische jeugdhulp vanuit het Sociaal wijkteam. In dit kader moet ook de versterking van het Sociaal wijkteam worden gezien, zowel wat betreft de uitbreiding van de capaciteit als de investering in het vakmanschap met gerichte trainingen. Heel specifiek krijgt het aandacht doordat structureel gemonitord wordt wat de duurste trajecten zijn. Senior medewerkers van het Sociaal wijkteam zijn daar intensief bij betrokken. Zoals AEF in het rapport ook aangaf, helpt ons dashboard daarbij om goed zicht te hebben op de jeugdhulptrajecten met de hoogste uitgaven.

4. Welke afspraken tariefstijgingen hebben we contractueel vastgelegd met jeugdhulporganisaties (aanbieders van jeugdhulp)? Antwoord: De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de regionale raamovereenkomst. Artikel 25 van de Verordening jeugdhulp Zwolle 2025 (reële tarieven) en de landelijke Amvb reële prijzen jeugdhulp zijn daarvoor de grondslag. De indexatie wordt gebaseerd op landelijke cijfers over de loonontwikkeling en stijging van materiële kosten. Zie meer specifiek eventueel eis 34 op p. 44 van het Inkoopdocument jeugdhulp regio IJsselland.

5. Hoe voorkomt het college dat Zwolle achteraf geconfronteerd wordt met hoge kosten door onduidelijkheden over het woonplaatsbeginsel? Antwoord: De correcte toepassing van het woonplaatsbeginsel is belegd bij het Sociaal wijkteam. In de werkinstructies is opgenomen dat gecheckt moet worden of de betreffende jeugdige valt onder de wettelijke verantwoordelijkheid van Zwolle.

Het woonplaatsbeginsel dat gold van 2015 tot 2022 leidde landelijk te vaak tot problemen. Met de wijziging van de Jeugdwet per 2022 is dat voor het overgrote deel verleden tijd. De overgangsfase leidde nog wel eens tot onduidelijkheid en verrekeningen.

6. Als ‘Samenspel in de wijk’ meer tijd nodig heeft, wanneer verwachten wij dan wel de volledige besparing te realiseren? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 2.

7. Welke scenario’s zijn er in beeld om te kunnen besparen zonder dat het later tijd tot duurdere zorg? Antwoord: Het scenario dat we volgen is dat we samen met onze partners blijven inzetten op passende en effectieve ondersteuning en hulp in (aansluiting op) de leefomgeving. In lijn met de Koers Sociaal domein en met de systemische kijk- en werkwijze als basis. Daarbij stuurt het Sociaal wijkteam actief op perspectief en duurzaam resultaat. Zie verder ook de antwoorden bij vraag 1, 2, 7 en 13 in het eerste deel van deze technische vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=89f32f09-aa72-48b9-8fd7-7135bc91e8cb