Beantwoording openstaande vragen informatieronde 10 mei door dhr. Werkman, RSJ
Tekst van het document
Beste Marijn, Bij deze ontvang je de antwoorden vanuit het RSJ IJsselland: Vraag Jeroen Doornbos (VVD): Jullie zijn afgelopen jaren zijn de aanbieders geconfronteerd met behoorlijke besparingsdoelstellingen. Deels zijn deze gehaald. Toch zitten we met elkaar weer te praten over miljoenentekorten Heeft u een beeld waar deze tekorten onstaan in de praktijk? Heeft dat te maken met indiceren, afstemmen, aansturen, uitvoeren? Wat is uw eigen analyse van de oorzaken? Beantwoording vanuit RSJ IJsselland Eerst behandelen we hieronder het aspect grip op de kosten en in tweede instantie de ontwikkeling van de kosten. Grip op de kosten Grip op de kosten is bij Jeugdzorg een complex gebeuren. Helemaal in een jaar waarin we overvallen zijn door Corona, waarbij de impact op de kosten gerelateerd aan sluiting van locaties, ziekteverzuim van zorgpersoneel, eventuele inhaalzorg, etc. niet te voorspellen was. Voor Zwolle niet, maar ook niet voor de andere regiogemeenten. De regionale contractmanagers van het RSJ spelen een belangrijke rol in het grip houden op de kosten, aangezien zij met aanbieders contacten onderhouden en afspraken maken over door te voeren verbeteringen. Deze richten zich onder andere op het digitale berichtenverkeer over toewijzingen en declaraties.
Om te kunnen sturen en prognosticeren is het van groot belang dat alle zorgontwikkelingen (aanvragen voor toewijzingen, toewijzingen, declaraties, start- en stopberichten) tijdig, juist en volledig worden ingestuurd door aanbieders en/of gemeenten. Ontwikkelingen monitoring Een eerste integrale versie van RIJM is begin 2020 opgeleverd. Gedurende 2020 is een eerste versie van het prognosemodel opgeleverd, maar de accuraatheid van dit model was niet te toetsen vanwege de bijzondere data die binnenkwam in deze coronaperiode. In het tweede kwartaal van 2021 wordt een nieuwe doorontwikkelde versie opgeleverd, inclusief een goede validatie. Door te gaan werken met dit prognosemodel en het steeds weer aanscherpen daarvan zal alle gemeenten helpen om beter te kunnen prognosticeren. Gedurende de tweede helft van 2020 en de eerste helft van 2021 is hard gewerkt aan het doorontwikkelen van de monitor voor contractmanagement. Op alle relevante onderdelen van de raamovereenkomsten zijn indicatoren ontwikkeld en wordt een signaleringsmodel ingericht. Hierdoor kunnen contractmanagers nu nog beter voorbereid het gesprek aangaan met de aanbieders. Ontwikkeling zorgkosten Zwolle ten opzichte van de regio Het onderling vergelijken van gemeenten kan als “benchmark” interessant zijn en helpen de cijfers te duiden en trends te beoordelen.
Dat moet alleen wel met grote voorzichtigheid gebeuren, omdat gemeenten onderling verschillend begroten, beleid voeren en toewijzen. Vastgesteld kan worden dat er landelijk en daarmee ook in Zwolle te weinig budget vanuit het Rijk via de algemene uitkering beschikbaar wordt
gesteld om kostenneutraal de jeugdzorg uit te voeren. Slechts een enkele gemeente krijgt dat voor elkaar. Op basis van RIJM constateren we dat in de regio het aantal jeugdigen met een declaratie over 2020 toenam van 10.500 in Q1 van 2020 naar bijna 11.000 jeugdigen in Q4 van 2020. De stijging was hier geleidelijk over het jaar. Wat opvalt dat de stijging in Zwolle een iets ander patroon liet zien dan in de regio. In de regio daalde het aantal toewijzingen in Q2 en Q3 en steeg deze weer in Q4. In Zwolle bleef het aantal toewijzingen stabiel van Q1 naar Q2 (ca 3.100 jeugdigen) en steeg deze weer door in Q3 en Q4 (naar ca 3.300 jeugdigen). Naast de gestegen zorgkosten, hadden de gemeenten in 2020 overigens ook te maken met extra nagekomen declaraties die uiterlijk 1 april 2021 ingediend moesten worden, extra kosten vanwege omzetgarantie voor jeugdhulpaanbieders in de maandag maart t/m juni 2020 en een herindexering van de tarieven voor jeugdhulp als gevolg van gestegen loonkosten. Vraag David Hof (D66): Vraag over het afdwingen van tijdige declaraties i.r.t. verhouding wet (5 jaar) en contract (recht op declareren vs recht op betalen). Beantwoording vanuit RSJ IJsselland Zowel door een jurist van de gemeente Zwolle als door een externe stadsadvocaat van Nysingh is hier uitvoerig contact over geweest en is vastgesteld dat de voorgestelde bepalingen houdbaar zijn.
Hieronder volgen wat technische teksten van Nysingh en gedeelde informatie in de Nota van inlichtingen. Stadsadvocaat Nysingh “Verjaring en verval moeten goed van elkaar onderscheiden worden. Verjaring is in de wet geregeld. Verjaring kan gestuit worden, waardoor een nieuwe verjaringstermijn gaat lopen. De wet kent ook vervaltermijnen, maar die zijn hier niet van toepassing. Stuiting van een vervaltermijn is in beginsel niet mogelijk. Verval van enig recht kan ook contractueel geregeld worden, tenzij dat in de wet zou zijn uitgesloten. Dat laatste doet zich hier niet voor. Ik zie daarom geen beletsel voor het opnemen van een dergelijke bepaling. …. Op een contractueel vervalbeding zijn overigens de gewone regels van het contractenrecht van toepassing. Dat betekent bijvoorbeeld dat de gemeente op de vervalbepaling geen beroep zal kunnen doen wanneer dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (art. 6:248 lid 2 BW). Dat zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn in een geval wanneer het voor de opdrachtnemer door toedoen van de gemeente onmogelijk zou zijn om tijdig een factuur in te dienen. ….” Nota van inlichtingen “Het RSJ IJsselland blijft van mening dat een termijn van tenminste drie maanden voor het indienen van een declaratie zondermeer als redelijk kan worden gezien.
Het moet voor een aanbieder haalbaar zijn om uiterlijk 1 april de declaraties in te dienen die betrekking hebben op ondersteuning in het voorafgaande kalenderjaar. In die zin is met de voorgestelde bepaling zowel het belang van de RSJ IJsselland als ook het belang van de aanbieder meegewogen. Ook is in het eerdere antwoord op de vragen bij de
inkooptafel aangegeven dat het beroep van de RSJ op de vervalbepaling ook wordt beheerst door de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Dat brengt met zich dat er zich situaties kunnen voordoen waarin het onaanvaardbaar is om als RSJ IJsselland beroep te doen op een vervalbepaling. Die situaties zijn niet op voorhand expliciet te duiden, maar als voorbeeld is aangegeven dat gedacht zou kunnen worden aan een situatie waarin de aanbieder door toedoen van de RSJ IJsselland of Gemeente niet in staat is om een factuur voor 1 april in te dienen. De bepaling sluit overigens niet uit dat er discussies of correcties plaatsvinden n.a.v. ingediende declaraties, maar uitgangspunt is dat die declaraties dan wel voor 1 april moeten zijn ingediend. ….” Ik vertrouw er op dat hiermee de vragen afdoende zijn beantwoord. Zo niet dan hoor ik dat graag. Groeten, Jan-Bort Werkman Controller Aandachtsgebieden: - P&C-cyclus RSJ-IJsselland - RIJM - Voorzitter werkgroepen Financiën, Monitoring en Backoffice