CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

B08 Zienswijze_geanonimiseerd

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Zienswijzen & zienswijzenota aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie1.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl overijsselloket@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21

Gemeente Zwolle Lübeckplein 2 8017 JZ ZWOLLE

Inlichtingen bij Dhr. 5.1.2e Telefoon 5.1.2e 5.1.2e

Datum

Kenmerk

Zaaknummer

Pagina

<<besluitdatu

D2025-11-014005

2025-039343

1 van 3

Bijlagen

@overijssel.nl

Uw brief

Uw kenmerk

27-10-2025

m>>

Onderwerp: Reactie Provincie Overijssel Ontwerp Omgevingsvisie Gemeente Zwolle

Geacht college van Burgemeester en Wethouders, Op 27 oktober 2025 heeft u de aangevulde Ontwerp-Omgevingsvisie Gemeente Zwolle ter inzage gelegd. Wij maken via deze brief gebruik om ambtelijk hierop te reageren. Onze reactie is met onze portefeuillehouder voor Wonen, Ruimtelijke Ordening en Participatie, gedeputeerde Liesbeth Grijsen en met onze portefeuillehouder voor Water, Mobiliteit, Inclusiviteit en Handhaving, gedeputeerde Martijn Dadema kortgesloten. Wij hebben geen bezwaar tegen het openbaar maken van onze reactie. Allereerst complimenten voor dit document waarin de grote thema’s in de fysieke leefomgeving goed opgenomen zijn. Gemeente Zwolle heeft hiermee een complete visie gemaakt waarin duidelijk wordt hoe zij richting 2040 (met soms een doorkijk naar 2050) met haar omgeving wil omgaan. Verder veel waardering voor de wijze waarop de gemeente het participatie-traject voor deze OntwerpOmgevingsvisie heeft uitgevoerd. Ook de provincie heeft gedurende dit traject haar inbreng gehad op meerdere ruimtelijke trajecten waaruit deze aangevulde Ontwerp-Omgevingsvisie is opgebouwd, zoals de verstedelijkingsstrategie en sponsstrategie vanuit het Regio Zwolle proces en het Ruimtelijk Toekomst Perspectief (RTP). Als provincie hebben wij voor de zomer ambtelijk een reactie gestuurd op uw Ruimtelijk Toekomst Perspectief.

Veel van deze inbreng zien wij terug in deze Ontwerp-Omgevingsvisie. Aan de hand van thema’s lopen wij hieronder de nu voorliggende Ontwerp Omgevingsvisie langs. WATER, KLIMAATADAPTATIE EN SPONSSTRATEGIE Water, klimaatadaptatie en de sponsstrategie staan prominent vermeld in de Ontwerp- Omgevingsvisie van Zwolle. De gemeente positioneert zich goed binnen alle regionale ontwikkelingen op dit gebied. Positief om te zien dat Zwolle zich onder de basiswaarden als “deltaspons” ziet en benadrukt dat groenblauwe structuren worden uitgebreid en verbeterd, onder andere in gebiedsontwikkeling. Ook beschrijft de Omgevingsvisie hoe Zwolle de sponswerking van de ondergrond vergroot en onderschrijft het de principes van infiltreren, bergen en vertraagd afvoeren vanuit de sponsstrategie. Als opgaven worden water en bodem genoemd als drager voor ruimtelijke ontwikkeling net als meer ruimte voor retentiezones en -gebieden en sponswerking in stedelijk- en buitengebied versterken. We onderschrijven het belang van deze principes voor de duurzame ontwikkeling van gemeente Zwolle. Het is ook goed te zien dat gemeente Zwolle de regionale sponsstrategie borgt in haar Omgevingsvisie. De concept Omgevingsvisie bevat veel haakjes voor de inpassing van groenblauwe structuren, sponswerking en het regionale watersysteem.

We roepen Zwolle op om deze in de daadwerkelijke uitwerking van uitbreidingslocaties goed toe te passen.

Datum verzending <<verzenddatum>>

Van de uitbreidingslocaties die in de Omgevingsvisie worden benoemd ligt Vechtpoort 1 bijvoorbeeld laag, wat risico’s oplevert wat betreft wateroverlast. We merken hierbij op dat dit gebied daardoor alleen in samenhang met groen/blauwe maatregelen bij Vechtpoort 2 ontwikkeld kan worden. Het concept van meerlaags(water)veiligheid zal consequent toegepast moeten worden in de uitbreidingslocaties. Goed om bij de uitwerking van Vechtpoort 1 en 2 hier als drie overheden samen aan te werken. WONEN Voor woningbouw en verstedelijking zitten de hoofdlijnen er goed in. De gemeente voorziet een groei van 15.000 tot 25.000 woningen tot 2040. Er wordt een goede verwijzing gemaakt naar regionale afspraken. De insteek om zoveel mogelijk via inbreiding te realiseren, is in lijn met ons ruimtelijk beleid. Ook het stimuleren voor doorstroming juichen wij toe. We waarderen het dat de gemeente voor een zo compact mogelijke stad gaat. We begrijpen dat voor woningbouw voor sommige doelgroepen toch ingezet wordt op uitleglocaties, zoals Zwolle Zuid en het gebied ten zuiden van Berkum. We onderschrijven dat dit soort gebiedsontwikkeling ook kan bijdragen aan de benodigde blauw-groenstructuur zoals hiervoor is vermeld. ECONOMIE EN VRIJETIJDS ECONOMIE De gemeente gaat 50 tot 135 hectare bedrijventerrein (groot- en kleinschalig) ontwikkelen voor een groeiende economie.

In onze reactie op het ruimtelijk Toekomst Perspectief hebben wij gevraagd om ook het bedrijventerrein bij Voorst meer in beeld te brengen, gelet het economisch belang van dit bedrijventerrein voor de Gemeente Zwolle en de regio. Goed dat hier in de Ontwerp-Omgevingsvisie nu meer aandacht aan is gegeven. Ook het benoemen van de bandbreedte (200ha tot 300ha) voor het grootschalige bovenregionale bedrijventerreinen staat in de Ontwerp-Omgevingsvisie goed benoemd. Verder ondersteunen wij de insteek voor efficiënt ruimtegebruik voor het bedrijventerrein de Marslanden van harte. Tot slot is ook het aspect watergebonden bedrijvigheid meegenomen in deze Ontwerp Omgevingsvisie. MOBILITEIT /BEREIKBAARHEID De positie van Zwolle als schanierpunt voor auto, logistiek en spoor is een terechte constatering en een belangrijke positie voor de brede welvaart binnen de gemeente Zwolle. Onder Paragraaf 1.3 staat “Mobiliteit is een cruciaal en sturend onderdeel voor Zwolle”. cruciaal misschien wel, maar sturend hoeft zeker niet. Spreek dan liever over bereikbaarheid ipv mobiliteit (en zelfs dan hoeft dat niet sturend te zijn).

Dat sluit ook beter aan op de opvolgende alinea, waarin over nabijheid wordt gesproken (nabijheid draagt bij aan bereikbaarheid, niet mobiliteit) Binnen paragraaf 2.9 wordt bij punt 2.9.1 gesproken over “Mobiliteitgroei” zonder de oorzaak daarvan te benoemen; investeringen in mobiliteit en de daaruit voortvloeiende schaalvergroting en toenemende afstand tot voorzieningen hebben geleid tot mobiliteitsgroei. Die duiding is hier wel op z’n plek, want daarmee wordt het niet meer gepresenteerd als een soort natuurfenomeen waar nou eenmaal niets aan te doen is. En het is een belangrijk haakje naar investeren in nabijheid van werk en voorzieningen (3.3.4). Deze duiding staat ook in onze Nieuwe Omgevingsvisie Bij 3.4.1. (Overzicht van opgaven, Mobiliteit) wordt aangegeven om “de opgave op groei aantal auto’s te faciliteren”. Dit klinkt erg behoeftevolgend, terwijl het Zwolse beleid (ook met STOMP) best wel sturend is. Wat ons betreft is de opgave om de groei van het aantal auto's te beperken en vooral in te zetten op goede bereikbaarheid. Dat kan deels met de auto (als laatste optie, conform het genoemde STOMP). Door meer op deelmobiliteit in te zetten, kan het de groei van het aantal auto’s misschien wel gekeerd worden (ondanks een toenemend aantal inwoners). En daarmee hoeft maar een beperkte groei van het aantal auto’s te worden gefaciliteerd. Onder 4.2.3.

geeft u aan in te willen zetten op realisatie van station Zwolle Zuid. Graag zouden wij meer duiding ontvangen op deze ambitie en uitleg hoe deze ambitie zich verhoudt in het totale OV-systeem. Mooi om onder 5.5.4. (Mobiliteit en verstedelijking) te zien dat de Ladder van Duurzame mobiliteit goed wordt toegepast: “Voor het autoverkeer zijn capaciteitsuitbreiding en ingrepen in de infrastructuur alleen een optie, wanneer alle andere maatregelen niet werken.” We zetten vraagtekens bij de uitspraak: “De buitenring wordt in de toekomst de nieuwe binnenring.” Dit suggereert dat er een nieuwe buitenring moet komen. Wij zouden liever zien dat de binnenring en buitenring worden samengevoegd tot een ‘Stadsring’

Pagina 2 van 3

Aan ons eerdere verzoek om in de visie meer aandacht te schenken voor fietsverkeer richting de stad via de doorfietsroutes is gehoor gegeven. ENERGIE Op energiegebied stonden in het RTP alle relevante zaken vermeld. Wel waren er nog kanttekeningen bij het kaartmateriaal. Goed om te zien dat hier een verbeterslag in is gemaakt. NATUUR Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt (op blz 70) beschreven, maar niet zo uitgebreid als de N2000gebieden. U zou nog toevoegingen kunnen doen op basis van de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van de NNN-gebieden (via website provincie). Goed dat Basiskwaliteit Natuur (BKN) genoemd wordt. Dit sluit ook goed aan bij de groenblauwe structuur uit H1.3 en het sterke landschap (H1.5). Hier wordt naar BKN verwezen als een ‘project’. Het is landelijk beleid, maar ook provinciaal beleid om aan onze natuurdoelen te werken. Zie ontwerp-Omgevingsvisie Overijssel. Liefst daarom ook verwijzen naar het provinciale beleid, maar niet als ‘project’. BEHOUD WEIDEVOGELPOPULATIE IN RELATIE TOT GEBIEDSONTWIKKELINGEN Fijn dat onder 4.3.7.4 (blz 63) wordt aangegeven dat rekening wordt gehouden met aanwezigheid van weidevogels.

Wij vragen daarnaast ook aandacht voor de toetsing of voorgestelde (locaties voor) ontwikkelingen straks een plek kunnen krijgen in het omgevingsplan als de instructieregels uit artikelen 4.65, lid 3 en 4.66, lid 3 uit de omgevingsverordening van Overijssel gelden. Het gaat om functies voor nieuwe ontwikkelingen binnen het areaal dat in de omgevingsverordening is aangewezen als Leefgebied weidevogels, zoals voor woningbouw, bedrijventerreinontwikkeling, windturbines en de mogelijke komst van de railterminal. Wij verzoeken u om de tekst in paragraaf 5.2.2 Natuur van de Omgevingsvisie aan te vullen. Wij geven u daarbij het volgende tekstvoorstel in overweging (in te voegen aan het eind van de 5e alinea van paragraaf 5.2.2): “De bescherming van de weidevogelleefgebieden op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel houdt in dat wij ons omgevingsplan daarop moeten toespitsen. Concreet betekent dit dat wij ons omgevingsplan in die gebieden voorzien van een specifiek daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. Het is voor ontwikkelingen binnen weidevogelleefgebieden alleen mogelijk om hiervan af te wijken als er in redelijkheid geen alternatieven zijn.

In die gevallen zorgen we ervoor dat we negatieve effecten op de weidevogelleefgebieden compenseren (in omvang en kwaliteit).” Nogmaals, ook als is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan voordat het omgevingsplan de ontwikkeling kan toelaten: de omvang van een Leefgebied voor weidevogels verkleint niet; per saldo is er sprake van een versterking van de kwaliteit van het Leefgebied voor weidevogels; overblijvende negatieve effecten op Leefgebieden voor weidevogels worden in voldoende mate gecompenseerd. Bovenstaande drie punten zijn voorwaarden uit artikel 4.66, lid 3 van de omgevingsverordening van Overijssel.’ Wij hopen dat met onze reactie u de Ontwerp-Omgevingsvisie verder kunt aanscherpen. Veel succes richting vaststelling van uw Omgevingsvisie. Met vriendelijke groet,

5.1.2e

5.1.2e

Teamleider Ruimte en Bereikbaarbeid Realisatie

Pagina 3 van 3

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

1, 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=bf86d607-55bb-4a07-81f1-384cfaaf52e7