Artikel 45 vragen Swollwacht d.d. 22 oktober 2023
Tekst van het document
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Zwolle Betreft: vragen artikel 45 betreffende gevolgen voor de omwonenden van de plaatsing van watervilla Turfmarkt 14 Zwolle, 22 oktober 2023 Geacht college, Sinds de Herziening van de bestemming van Turfmarkt 14 (na herziening niet meer deels in beschermd stadgezicht en bij vervanging niet enkel een klassiek binnenvaartschip toegestaan’ ) van 19 april 2021 en de daaruit volgende omgevingsvergunning van mei 2022 voor een grote moderne watervilla op Turfmarkt 14 (direct gevolg van de Herziening) hebben de omwonenden en meerdere politieke partijen zeer kritische vragen gesteld over het proces en de besluitvorming er omtrent Op 6 april 2023 heeft de eigenaar van Turfmarkt 14 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het verwijderen van een dukdalf en het plaatsen van 2 nieuwe meerpalen met als doel de genoemde watervilla te plaatsen. Op 30 juni 2023 ontvingen burgemeester, wethouder en de raad een brief van de omwonenden van de Turfmarkt 14 waarin werd opgeroepen om alles rondom deze vergunning onder een vergrootglas te leggen. Ondanks alle signalen, onduidelijkheden en zorgen van de omwonenden is op maandag 9 oktober de watervilla geplaatst.
Figuur 1 Situatie Turfmarkt 14 vóór en na plaatsing van de watervilla
Zowel het proces als het resultaat zijn zeer te betreuren. Daarom stellen we de volgende vragen:
•
Uit de Woo/Wob stukken blijkt dat de aanpassing van het bestemmingsplan (het afhalen van de status van het beschermd stadsgezicht) in 2021 enkel tot doel heeft gehad om het voor de aanvrager mogelijk te maken om de watervilla te plaatsen.
Vraag 1. Vind het college het gerechtvaardigd om zo ‘creatief’ om te gaan met de grens van het beschermd stadsgezicht van Zwolle met als doel een particuliere vergunning mogelijk te maken?
•
De omwonenden hebben vanaf het begin van het proces aandacht gevraagd en vraagtekens gezet bij het proces.
Zo blijkt uit de WOB stukken dat er binnen de afdeling fysieke leefomgeving de grens van het beschermd stadsgezicht aanvankelijk leidend was. En wordt er vervolgens toch ‘creatief’ omgegaan met de grens om de geplande vergunningaanvraag mogelijk te maken.
Vraag 2. Heeft het college de zorgen en vragen van de omwonenden serieus genomen? 2a. Zo ja, tot welke acties heeft het geleid. 2b. Zo niet, waarom niet?
Vraag 3. Heeft het college een intern onderzoek ingesteld naar het proces rondom de wijziging van het bestemmingsplan en de vergunningverlening? Met als doel de vraagtekens van de omwonenden te onderzoeken en interne processen zo nodig te verbeteren? 3a. Zo ja, wat hield het onderzoek in en wat waren de conclusies? 3b. Zo niet, waarom niet? 3c. Zijn er bij het college andere vergelijkbare casussen bekend waarin de (groepen) omwonenden vraagtekens zetten bij de rechtvaardiging van de vergunningverlening? 3d. Vindt het college het onderzoek art 213a GW passend en geschikt om deze casus verder te onderzoeken? Waarom? 3e. Zou het instellen van het 213a GW onderzoek het college helpen met een grondig intern onderzoek en verbeterplan? Waarom?
•
In de beslisnota rondom de aanpassing van het bestemmingsplan stond vermeld dat met de herziening een aantal punten werden gecorrigeerd en dat de gevolgen klein van aard waren. Dat er daarom geen overleg met de buurt heeft plaatsgevonden.
Vraag 4. Vind het college nog steeds (ook gezien de Figuur 1) dat deze aanpassing van het bestemmingsplan en het afschaffen van het beschermd stadsgezicht tot enkel kleine gevolgen heeft geleid? Vraag 5. Vind het college dat het college haar informatieplicht richting de gemeenteraad voldoende heeft vervuld bij de aanpassing van de bestemmingsplan?
•
De plaatsing van de watervilla heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de omgeving, leefbaarheid en woningwaarden van de omwonenden (zie o.a. Figuur 1).
Vraag 6. Is het college het met ons eens dat de omwonenden planschade hebben geleden door het plaatsen van de watervilla? 6a. Zo ja, op welke wijze is het college van plan de planschade van de omwonenden te vergoeden? 6b. Zo nee, waarom vind het college ondanks de ingrijpende gevolgen dat er nog steeds geen sprake is van planschade?
Vraag 7. Welke lessen trekt het college uit deze casus voor de toekomst?
Als bijlage bij de antwoorden ontvangen we graag de relevante stukken. Met vriendelijke groeten, Asia Golunska Swollwacht