CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende vragen fractie Swollwacht nav beantwoording College - technische vragen PPN

Raad Raadsdebat 23 juni 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beantwoording technische vragen1.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

P-nota bladzijde 4 2. Het klopt dat gemiddeld genomen de financieringsbehoefte toeneemt maar de totale kapitaallasten nemen af en daardoor wordt deze grote opgave beter financieel sluitend te maken. We zien dan ook geen problemen in het voldoende aantrekken van financiering. Niet compleet beantwoord. De volgende passage staat nog open: “Kan het college aangeven wat zij een “normale” schuldquote vindt en onder welke omstandigheden zij een hogere of lagere schuldquote acceptabel vindt?” Antwoord: De provincie Overijssel hanteert het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) bij het uitoefenen van het financieel toezicht op gemeenten (zie www.overijssel.nl). In hoofdstuk 7 van het GTK wordt apart ingegaan op de financiële kengetallen: Met ingang van de begroting 2016 en de jaarrekening 2015 is het voor gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van een gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente.

Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting en worden geprognosticeerd voor vier jaar, zodat transparant wordt waar het gevoerde en voorgestelde beleid heen leidt. Vanuit de kaderstellende en controlerende rol, is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. Bij de invoering van de kengetallen is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Het is aan gemeenten zelf om ervoor te kiezen de kengetallen te normeren. De raad kan het college opdragen maatregelen te treffen als de gemeente de gestelde normen niet haalt. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. Voor de netto schuldquote hanteert de provincie de volgende signaleringswaarden:

Kengetal Netto schuldquote

Minst risicovol <90%

Neutraal 90-130%

Meest risicovol >130%

De netto schuldquote bedraagt voor de gemeente Zwolle 12% (rekening 2024) resp. 23% (begroting 2025). Daarmee vallen we in de laagste risicocategorie (‘minst risicovol’). Binnen de gemeentelijke verantwoording wordt een netto schuldquote tot 130% als acceptabel gezien. Daar blijft de gemeente Zwolle ruim onder. Wanneer een gemeente grote grondposities heeft, kan een hoge schuldquote ook acceptabel zijn, als deze posities op termijn verkocht zullen worden. Met die opbrengst wordt de schuldpositie dan afgebouwd. Een lagere schuldquote is per definitie acceptabel. Een lage schuldquote en daarmee lage rentelasten, hebben een positief effect op de exploitatielasten van een gemeente, en daarmee op de lasten die aan de burger moeten worden doorberekend. P-nota bladzijde 5 9.1 Het nadeel komt door het meer declareren van alle gemeenten in Nederland. Er is door alle gemeenten gezamenlijk een groter beroep gedaan op het BCF waardoor de ingeschatte stelpost te hoog is. De regels van de provincie (onze toezichthouder) schrijven voor dat we structureel een stelpost op mogen nemen ter grootte van het laatst ontvangen saldo BCF. We maken altijd al een afweging of het zelf uitvoeren financieel aantrekkelijker is in gevallen dat dit mogelijk is. Wij zien dit dus ook niet als een oplossing ter dekking van de € 1,4 mln.

De vraag is niet compleet beantwoord: “kan het college aangeven welke taken dit zouden kunnen zijn?” is open gelaten. Voor de verduidelijking nogmaals stellen. Welke taken dit in theorie bijvoorbeeld kunnen zijn? De theorie: Wanneer hebben gemeenten recht op compensatie uit de BCF? Gemeenten hebben recht op btw-compensatie uit het zogenoemde Btw-compensatiefonds wanneer kosten zijn gemaakt voor overheids- of niet-economische activiteiten, ook wel overheidshandelen genoemd. Hier is sprake van als gemeenten: 1. handelen op basis van een wettelijke taak / verplichting, of; 2. gebruikmaken van bevoegdheden die alleen een overheidslichaam heeft (overheidsbevoegdheden). Wanneer diezelfde activiteiten óók door private ondernemers verricht kunnen worden en hierbij sprake is van concurrentie, dan handelt de gemeente als ondernemer en bestaat geen recht op compensatie. Het is van belang om te weten te komen welke taken het college hieronder schaart.

Antwoord: Het Btw-compensatiefonds (BCF) is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer. Deze lijst is niet uitputtend. P-nota bladzijde 12 Er wordt door veel mensen en instanties geschreven over risicomanagement en berekening weerstandscapaciteit. In Zwolle steken we veel energie is risicobewustzijn, minimaal twee keer per jaar vindt overleg plaats met verschillende stakeholders. Vraag: Wie zijn de stakeholders volgens het college? Antwoord: Dit is een breed scala aan medewerkers binnen de gemeente Zwolle met specifieke kennis over risico’s (bijvoorbeeld projectleiders, beleidsmedewerkers, businesscontrollers etc.).

Het hebben van een voldoende buffer is zeker nog van belang waarbij over de hoogte een afweging gemaakt kan worden. De buffer is de algemene reserve. Hierin worden o.a. de resultaten MPV, Berap, jaarrekening en algemene uitkering in gestort of onttrokken. Dat de algemene reserve gegroeid is geeft aan dat er dus positieve resultaten zijn behaald. We willen voorkomen dat de buffer onnodig groot is in relatie tot de actuele risico-inschatting. Opmerking: er is 52% meer buffer is dan strikt noodzakelijk en volgens de afgesproken norm van 100%. Vraag: Wat zijn volgens het college de nadelige consequenties van de vergrootte buffer? Antwoord: De algemene reserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve dient tevens als ‘buffer’ om financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s op te kunnen vangen. De benodigde ‘buffer’ wordt jaarlijks berekend o.b.v. het actuele risicoprofiel van de gemeente. Bij een eventueel surplus leggen we een voorstel voor aan de raad om

deze af te romen om daarmee de beschikbare middelen niet onnodig te ‘beklemmen’. In de PPN 2026-2029 stellen we voor om 50% van het surplus toe te voegen aan de financiële ruimste voor de Strategische Investeringsagenda (SIA) en 50% aan de reserve incidentele bestedingen. Uw raad kan daarin andere keuzes maken.

Jaarlijks doen we bij de PPN daarom een voorstel hoe deze gelden boven de benodigde buffer ingezet gaan worden, voor nu is het voorstel 50% SIA en 50% reserve incidentele bestedingen. Voor de onderbouwing van deze positieve resultaten van Berap en jaarrekening verwijzen we u naar de betreffende documenten. De weerstandsratio van 152% is de uitkomst van het delen van de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve) door de benodigde weerstandscapaciteit. Beide zijn aan veranderingen onderhevig. Vraag: Heeft het college volgens haar inzicht de onbenutte belasting capaciteit gemaximaliseerd? Zo ja, waarom denkt het college dat en zo nee, aan welke onderwerpen zijn volgen het college nog “lucht”? Antwoord: De onbenutte belastingcapaciteit zit voornamelijk in de OZB, maar ook in precario en toeristenbelasting. Het streven is om de OZB niet meer te verhogen dan inflatiecorrectie. Het staat de gemeenten tot nu toe vrij om de belastingen extra te verhogen, die ruimte is nog niet gelimiteerd. Het gevallen kabinet had het voornemen om dit te maximaliseren maar daar zijn nog geen afspraken over gemaakt.

De incidentele vrijval (pagina 8) t.w.v. € 0,5 mln. hangt samen met de kosten voor deelneming aan het warmtebedrijf die in de Begroting 2025 structureel zijn voorzien als zijnde kapitaallasten. De € 0,5 mln. kapitaallasten is een directe afgeleide van het in 2025 verwachte investeringsbesluit project warmtenet Holtenbroek/Aa-landen met geothermie. Dit investeringsbesluit is uitgesteld en daarmee vallen deze kapitaallasten in 2026 incidenteel vrij. Momenteel wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing. Dit zal naar verwachting resulteren in een aangepast investeringsbesluit en daarmee ook herijking van de € 0,5 mln. structurele lasten in de begroting.

Kan het college aangeven waar de vertraging bij het warmte bedrijf is opgelopen en wat de totale budget risico's zijn van de vertraging? Dient de raad nu al rekening te houden met een budget overschrijding door de vertraging, na deze "meevaller"? Antwoord: In de raadsbrief ‘Stand van zaken warmtetransitie Holtenbroek/ Aa-landen’ van 5 december 2024 (dossiernummer 10625, overdracht College-Raad van 12 december 2024) zijn de antwoorden op bovenstaande vragen opgenomen. Zoals bij de eerdere beantwoording is opgenomen, zullen wij u zodra meer duidelijkheid is over de alternatieve oplossing nader informeren over de verwachte investeringsomvang en de bijbehorende financiële risico’s. Voor het oprichten van het warmtebedrijf worden al kosten gemaakt door ambtelijke inzet (capaciteit). In het geval dat we niet tot een (positief) investeringsbesluit komen dan zijn deze kosten voor de gemeente. Dit financiële risico is op dit moment dus al bekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=fd261068-8ada-44be-9db5-cdcfd7bd52ac