CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

7b. Bijlage behorende bij 24bb009062 over Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen City Sprinters & Nieuwe Stations

Raad Besluitvormingsronde 20 januari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Kennisnemen van het bericht11.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• De combinatie liggingen maaiveld met deels verhoogd (als spoordijk), en met deels verdiept (met lokaal een brugdek) zijn kansrijk en bieden voordelen voor de inpassing in het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland en/of in de steden Delft en Schiedam, maar zijn veel duurder. Na deze NKO in Q1 2025 wordt in een addendum bepaald welke 1 tot 2 zinvolle combinatieliggingen (maaiveld, verdiept (met lokaal een brugdek), verhoogd (spoordijk)) kansrijk is en worden uitgewerkt.

72

De beoordeling (4/5) Bouwsteen 4: Station Dordrecht Leerpark als begin- en eindstation • Niet kansrijk. De meerwaarde van deze bouwsteen ten opzichte van bediening door de Brabantse Sprinters (bouwsteen 2b) is beperkt. Dordrecht Leerpark als begin- en eindpunt vergt grote investeringen: een vrije kruising en grootschalige aanpak van station Dordrecht en een derde spoor naar Leerpark. Het betreft een factor 10 (€70 vs. €725 mln. excl. btw) ten opzichte van bouwsteen 2b. Vooral de inpassing van de vrije kruising Rotterdam Vreewijk (in stedelijk gebied) is een moeilijke opgave.

73

De beoordeling (5/5) Bouwsteen 5 en 6: 8x per uur • 8x is kansrijk in samenhang met een stevig economisch programma en flankerend beleid. Het leidt tot een kwaliteitsverhoging die bijdraagt aan de doelstellingen van de MIRT-Verkenning. • Het verhogen van het aantal sprinters naar 8 per uur is alleen mogelijk als de reeds rijdende 8 Intercity’s (IC’s) ook in een 7,5 minuten patroon gaan rijden. Om enkel 8 IC’s per uur te rijden binnen de Oude Lijn (bouwsteen 5) is minder aantrekkelijk dan om de 8 IC’s door te rijden over de gehele corridor tot Arnhem/Den Bosch (bouwsteen 6) vanwege de extra reistijd van 2,5 tot 5 minuten wat leidt tot een verlies van 12.000 IC-reizigers per dag. • Om verder te gaan met de variant waarin de 8 IC’s doorrijden over de gehele corridor tot Arnhem/Den Bosch (conform Toekomstbeeld OV), zijn afspraken nodig op de Landelijke OV en Spoortafel over de infrastructurele aanpassingen die daarvoor nodig zijn. Bouwsteen 7: 12x per uur • Een frequentieverhoging naar 12 keer per uur is op basis van de programmering van de verstedelijking richting 2040 nu overgedimensioneerd. • 12x per uur is nu niet kansrijk, maar blijft in beeld voor de toekomst. Deze werken we niet uit in deze MIRTVerkenning. • Voor 12 keer per uur is grootschalige infrastructuur nodig en kent een grote inpassingsopgave. Ook is sprake van een exploitatietekort.

• 12x per uur een City-Sprinter maakt verdere groei van IC-treinen en internationale treinen onmogelijk en beperkt de groeimogelijkheden voor goederentreinen, zonder aanleg van grootschalige infrastructuur.

74

Overzicht van de beoordeling - per thema

Draa gvlak

Inves terin gsko sten **

Tech nie

k

eid Inpas baar h

Exte rne E ffecte n

Duur zaam heid

Bouwstenen en liggingen 1 Korter stoppen van Sprinters 2a Rijswijk Buiten 2b Dordrecht Leerpark 3 Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle Schiedam Kethel Rotterdam Van Nelle Westelijke ligging Oostelijke ligging Viersporen Delft-Schiedam optie A Verhoogd optie B Maaiveld opties C, D, E, F, G 4 Dordrecht Leerpark als begin- en eindstation 5 8x per uur binnen Oude Lijn 6 8x per uur binnen TBOV* 7 12 City-Sprinters per uur optie a) 1 grote vrije kruising in Rotterdam optie b) 2 vrije kruisingen (Rotterdam/Rijswijk) optie c) 2 vrije kruisingen (Rotterdam/Midden-Delfland) * conclusie betreft effect binnen Oude Lijn gebied Legenda: ** x1.000.000, excl BTW en prijspeil 2024 grote negatieve impact *** factoren ten opzichte van maaiveld optie negatieve impact neutraal grote positieve impact

Bere ikbaa rheid /Mob iliteit

Leefo mge ving

Kans en vo or m ense n

Vers tedeli jking

De achterliggende analyses per thema hebben we samengevat in de onderstaande beoordelingsmatrix.

0 125 70-90 ca 1-7 miljard 240-270 320-610 320-330 570-610 520-ca 6 miljard factor 3 *** 520 factor 2 tot 12 *** 725-1.170 20 100 1.080-2.050 850 1.020 1.420

75

De onderzoeksopdracht voor de volgende fase In de MIRT-Verkenning Oude Lijn wordt in de beoordelingsfase, het volgende nader uitgewerkt om te komen tot een voorkeursalternatief: • • • • •

Nieuw station Rijswijk Buiten met de locaties “`t Haantje” en de “Parkloper”; Nieuw station Dordrecht Leerpark met de locaties “Leerpark” en “Leerpark Zuid”; Nieuw station Schiedam Kethel met zowel de Noordelijke als Zuidelijke toegang; Nieuw station Rotterdam Van Nelle met de Westelijke liggingen “West” en “Sparta”; De twee extra sporen tussen Delft-Schiedam die nodig zijn voor de nieuwe stations Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle met de maaiveld ligging en een nadere uitwerking van maximaal 1 tot 2 zinvolle combinatieliggingen (maaiveld, verdiept (met lokaal een brugdek), verhoogd (spoordijk)); • Voor de 8x per uur wordt: • inzichtelijk gemaakt wanneer naar verwachting de 8x per uur wenselijk is gegeven (de ontwikkeling in) de verstedelijking, het economisch programma en het flankerend beleid. Het zesde werkspoor van de MIRT verkenning voert dit uit in nauwe samenwerking met de desbetreffende gemeenten, provincie en deelstudie CS/NS. • globaal inzichtelijk gemaakt welke maatregelen en welke investeringen nodig zijn voor de frequentieverhoging op de volledige corridor conform het Toekomstbeeld OV (TBOV).

76

11. proces Het vervolg Opgave, en aanpak naar beslismoment BO 5 oktober 2023

77

Vervolg – beoordelings- en besluitvormingsfase Een MIRT-Verkenning bestaat uit twee fasen: de Analytische fase en de Beoordelings- en besluitvormingsfase. In de Analytische fase hebben we een breed scala aan oplossingen verkend en getoetst aan de hand van het Beoordelingskader. Dit heeft geleid tot deze Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO). De kansrijke bouwstenen, liggingen en locaties werken we in de Beoordelingsfase verder uit, met als resultaat een Voorkeursbeslissing. In mei 2025 wordt de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau verwacht, met daarin alle te onderzoeken bouwstenen en liggingen. De deelstudie City-Sprinter en Nieuwe Stations zal na het vaststellen van de NKO, de ‘Beoordelings- en besluitvormingsfase’ van de MIRT-verkenning als volgt uitvoeren:

78

Bijlagenen aanpak Opgave, proces naar beslismoment BO 5 oktober 2023

79

Bijlage 1: Overzicht van de analyse-rapporten (1/2) 1. MIRT-verkenning Oude Lijn – Verstedelijking & Kansen voor mensen – door Buck Consultants International, Definitief concept - 17 september 2024 2. MIRT-Verkenning Oude Lijn – Deelstudie City-Sprinter & Nieuwe Stations - Analytische fase stap 3 - Logistieke Analyse – Definitief-concept - 12 juni 2024 3. MIRT-Verkenning Oude Lijn – Deelstudie City-Sprinter & Nieuwe Stations - Analytische fase stap 3 - Kansen voor mensen vergroten – Definitief-concept - 12 juni 2024 4. Rapport Thema - Verbeteren leefomgevingskwaliteit – Impactanalyse – BJ2474-MI-RP-240308-0970, Definitief concept-1.0 - 12 juni 2024 5. MIRT-Verkenning Oude Lijn – Deelstudie City-Sprinter & Nieuwe Stations - Analytische fase stap 3 - Impactanalyse thema Mobiliteit & bereikbaarheid – Definitief-concept - 12 juni 2024 6. Rapport Thema - Duurzaamheid en klimaatadaptatie – Impactanalyse – BJ2474-MI-RP-240308-0980, Definitief concept-1.0 - 12 juni 2024 7. Rapport Thema - Externe effecten – Impactanalyse – BJ2474-MI-RP-240308-0990, Definitief concept-1.0 - 12 juni 2024 8. Rapport Thema - Inpasbaarheid – Impactanalyse – BJ2474-MI-RP-240308-1000, Definitief concept-1.0 - 12 juni 2024 9. Rapport Thema - Techniek – Impactanalyse – BJ2474-MI-RP-240308-1010, Definitief concept-1.0 - 12 juni 2024 10.

MIRT-Verkenning Oude Lijn – Deelstudie City-Sprinter & Nieuwe Stations - Analytische fase stap 3 - Impactanalyse Exploitatie – Definitief-concept - 5 juni 2024 11. MIRT-Verkenning Oude Lijn City-Sprinter en Nieuwe Stations – Analytische fase stap 3 - Kostenmemo – V4.0 Definitief - 18 september 2024

80

Bijlage 1: Overzicht van de analyse-rapporten (2/2) 12. Rapportage Opbrengst Omgevingsparticipatie Analytische Fase – 28 november 2024 13. Rapport CS&NS Overzicht meekoppelkansen - BJ2474-MI-ME-240920-0846 – Concept - 29 november 2024 14. Schetsontwerp extra sporen + impact –BJ2474-MI-RP-240715-1105, definitief - 4 september 2024 15. Notitie resultaat uitwerking en analyse viersporigheid – eindconcept 15 november 2024 16. Notitie resultaat huiswerk CS/NS n.a.v. BO OL 10 oktober 2024 – 2 december 2024 17. Notitie Analyse robuustheid betrouwbaarheid twee extra sporen Delft – Schiedam v1.0 – juli 2024 18. Definitief rapport Participatieve Waarde Evaluatie Oude Lijn – juni 2024

81

Bijlage 2: Aanleiding van de MIRT-Verkenning Oude Lijn (1/2) De Zuidelijke Randstad is één van de drukste regio’s van Nederland. Gekenmerkt door een veelzijdige economie, met motoren als de Rotterdamse haven, de Greenport West-Holland en een groeiende kennis- en diensteneconomie in en rond de steden en de campussen in Leiden, Den Haag, Delft, Rotterdam en Dordrecht. De regio groeit de komende decennia verder, door onder andere geconcentreerde verstedelijking nabij hoogwaardig OV. Het rijk en de regiopartijen hebben in het Integraal Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad afgesproken om twee-derde van de totale woningbouwopgave van Zuid-Holland te realiseren in de steden van de Verstedelijkings-alliantie in de nabijheid van de Oude Lijn. Het gaat hierbij om 170.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen. Dat stelt de betrokken partijen voor de opgave om de verdichting op zo’n manier te realiseren, dat bewoners en werkenden op een prettige manier van en naar hun woning en werk kunnen reizen. Dat kan alleen wanneer er in samenhang met de verdichtingsopgave wordt geïnvesteerd om bereikbaarheid en leefomgevingskwaliteit te verbeteren. Het MIRT-Onderzoek bereikbaarheid Rotterdam Den Haag en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) laten bovendien zien dat de economische groei toeneemt als verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang worden opgepakt.

82

Bijlage 2: Aanleiding van de MIRT-Verkenning Oude Lijn (2/2) De vier grote opgaven die daarin te onderscheiden zijn, zijn de volgende: •Realiseren van een grote verstedelijkingsopgave: Er is een grote, urgente woningbouwopgave en een grote behoefte aan werklocaties en bijbehorende voorzieningen die per hoogwaardig Openbaar Vervoer ontsloten zijn. •Verbeteren bereikbaarheid: De grote verstedelijkingsopgave in de Zuidelijke Randstad en de groei van de logistiek zal bij ongewijzigd beleid leiden tot grote en hardnekkige bereikbaarheidsknelpunten op de weg en in het OV; •Verbeteren leefomgevingskwaliteit: De leefomgevingskwaliteit in de Zuidelijke Randstad staat onder druk; •Versterken economische groei: De regio kent een onbenut economisch potentieel door achterblijvende agglomeratiekracht. In de MIRT-verkenning Oude Lijn onderzoeken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en de gemeenten Leiden, Den Haag, Schiedam en Dordrecht (hierna: initiatiefnemers) oplossingen om reizigers prettig van A naar B te laten reizen over de Oude Lijn, op zo’n manier dat de regio zich economisch ontwikkelt en mensen meer kansen krijgen. De initiatiefnemers sturen het project samen aan, en de bestuurders van deze organisaties nemen gezamenlijk besluiten.

83

Bijlage 3: wachttijd voor IC-treinen in bouwsteen 5 (1/2) • In bouwsteen 5 (8x per uur) rijden de City-Sprinters om de 7,5 minuut. • In PHS rijden de IC-treinen Leiden – Rotterdam om de 10 minuten. Daartussen rijdt 2x per uur een IC-trein Den Haag Centraal – Rotterdam. • Het combineren van 7,5 minuten diensten voor City-Sprinters en 10 minuten diensten voor IC-treinen vergt volledig gescheiden infrastructuur voor City-Sprinters en IC-treinen. • Dit is te voorkomen door ook de IC-treinen om de 7,5 minuut te laten rijden. • Van deze 8 IC-treinen rijden er 2 naar Den Haag Centraal. Daardoor ontstaat voorbij Den Haag HS een ongelijke verdeling van treinen. Er is 2x per uur een ‘gat’ van 15 minuten tussen de IC-treinen. Dit is een zogenaamd 7,5/7,5/15 minuten patroon. Dit is niet alleen nadelig voor de reizigers, maar zorgt ook voor een ongelijke verdeling van reizigers over de treinen. • Om aan te sluiten op de IC-dienstregeling voorbij Leiden (om de 10 minuten een IC-trein) moeten 2 IC-treinen 2,5 minuut extra stilstaan op Laan van NOI en 2 IC-treinen daar 5 minuten extra stilstaan (‘plakpunt’). • Dit heeft een negatief effect op de reistijd, maar ook op de exploitatiekosten voor de vervoerder. 00

07½ 15

22½ 30

interval Den Haag HS 22½’ IC naar Den Haag Centraal “plakpunt”

00

10

20

30

interval na Leiden

84

Bijlage 3: wachttijd voor IC-treinen in bouwsteen 6 (2/2) • Dit extra wachten van IC-treinen kunnen we voorkomen door het patroon van elke 7,5 minuut een IC-trein door te trekken voorbij Leiden. • 2x per uur rijdt er een IC-trein naar Den Haag Centraal. Dan keert de IC-trein uit Leiden op Den Haag HS. • Dit is in lijn met de ‘doorgroeireferentie’ na PHS, aangeduid als ‘TBOV’ (Toekomstbeeld Openbaar vervoer). Hierover heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. • Dit vergt aanpassing van de dienstregeling op de corridors Leiden – Arnhem en Amsterdam – Den Bosch. • Hiervoor is ook aanpassing van de infrastructuur op deze corridors nodig. Nog geen afgerond onderzoek beschikbaar. • Dit valt buiten het mandaat van de Oude Lijn. 00

07½ 15

22½

22½

30

interval Den Haag HS naar Den Haag Centraal

00

07½ 15

22½ 30

interval na Leiden

85

Bijlage 4: effect bouwsteen 5 op de bereikbaarheid van Zuid-Holland Bron: impactanalyse Mobiliteit en Bereikbaarheid

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=560e7f03-41ea-4811-b9d4-5eebd5d66120