6. Inspreektekst mw van Kooij - Vluchtelingendebat Tippe
Tekst van het document
Geachte raadsleden. Ik ben opgegroeid als kleinkind van een man die onderdak bood aan onderduikers, niet omdat hij in het verzet zat maar omdat je de verdrevenen onderdak biedt. Mijn vader werkte met arbeidsmigranten die bij ons over de vloer kwamen. Het was dan ook een kleine stap om in de jaren 80 vluchtelingen te gaan helpen. Toen we in stadshagen een woning aangeboden kregen naast een tehuis voor jongeren die om diverse redenen niet thuis konden blijven hoefde ik niet lang na te denken. Met veel plezier woonde ik naast ze en de kinderen kwamen veel bij ons over de vloer. Rumoerig was het zeker maar ook gezellig. Maar er trad een verandering op. Mijn dochter woonde aan de veemarkt toen in de IJsselhallen vluchtelingen werden opgevangen. Zij, en andere bewoonsters konden niet meer alleen over straat. Mannen in lange gewaden lieten hun eerste Nederlandse woordjes horen: Jij Seks? De mannen zaten op de stoep en drongen zich op. De jongeren naast ons moesten plotseling het huis uit, terug naar de onveilige familie. Niemand wist waarom. Tot we op een ochtend hoorden dat eind van de week 15 jonge asielzoekers zouden komen. Na veel telefoontjes werd een avondje georganiseerd voor een paar buren. Ik gaf aan bezwaar te hebben. Er was geen
probleem: bij problemen kon ik bij de leiding terecht, of bij politie en woningbouw. Een buurvrouw was blij met ze en bracht koekjes. Een kleine opsomming: de inboedel werd naar buiten gegooid, het schreeuwen ging dag en nacht door, ze voerden paringsdansen uit voor onze jongste dochter, drie werden opgepakt voor groepsverkrachting, onze auto werd gesloopt (schade niet vergoed) spullen in de tuin werden vernield ( schade niet vergoed), we betrapten ze op diefstal van fietsen in de binnenstad ( de leiding vond begrijpelijk want ze kregen weinig geld) , onze hond werd getreiterd met stokken door de schutting, ze renden door de dakgoot, onze kat werd dusdanig mishandeld dat we haar in moesten laten slapen ( op eigen kosten uiteraard), de vriendelijke buurvrouw kwam al gauw klagen dat haar dochter niet veilig was, vechtpartijen onderling waren schering en inslag( de buren moesten ze dan uit elkaar halen want de leiding zat in een safe room), naar school gingen ze niet. Schoonmaken deden ze per definitie niet en regelmatig stond de brandweer op de stoep omdat de keuken in brand stond. De politie, de woningbouw en gemeente deden niets, ook al konden we aantonen wat er gebeurde. Sterker nog, de gemeente noemde mij een racist. Uiteindelijk zijn wij naar de rechter gegaan en hij oordeelde dat een
dergelijke opvang nooit in een woonwijk mag komen. Ze moesten weg. Bij de inspraakavond voor het mercuri hotel ze vertegenwoordiging van de gemeente dat dit nooit had mogen gebeuren. Echter, aan de meeuwenlaan worden opnieuw fouten gemaakt en is de politie vaste klant. Het wordt zorgvuldig uit het nieuws gehouden, dat wel. En nu wilt u een opvang realiseren voor 400 vluchtelingen. De praktijk leert dat dit voornamelijk mannen zijn. Dezelfde fout niet weer maken? U doet alleen maar. De mannen worden bij basisscholen geplaatst, bij sportscholen, bij het winkelcentrum, midden in een kinderrijke buurt. De praktijk leert ook dat aangifte niet mogelijk is, dat de gemeente niet thuis geeft bij problemen. De praktijk leert ook dat deze mensen totaal niet geïntegreerd worden. Ja, ze leren hoe ze een kopje koffie kunnen vragen maar de normen en waarden in Nederland leren ze niet. De mannen zijn amper in Nederland of ze worden, zonder enige vorm van begeleiding los gelaten in de maatschappij. Een Maatschappij die ver staat van hun cultuur, die ze niet begrijpen, vaak ook niet wíllen begrijpen. Mannen met vaak conservatieve normen en waarden, sommige zelfs uit lemen hutjes. Ze maken niet schoon, zien vrouwen
als loslopend wild. Ze spreken hun eigen taal in het AZC en nemen de agressie jegens hun vijand met zich mee. Een vijand die U rustig in hetzelfde AZC plaatst. Los van het feit dat velen niet eens een oorlog hebben meegemaakt plaatst u ook mensen met PTSS bij elkaar op een kluitje. Weet U wat PTSS met en mens doet? Ik wel, ik heb PTSS. U, mijn heer Snijders hebt het over gelijke wetten. U en ik weten dat dit niet waar is. Als een asielzoeker in de fout gaat wordt hij overgeplaatst en krijgt een week geen geld, dat is de straf voor bijvoorbeeld verkrachting zoals onlangs in Maasbracht. Staat U garant voor de veiligheid van de ondernemers en de omwonenden? Staat U garant voor de veiligheid van mijn kleindochters? Kunnen zij straks veilig over straat naar school, naar hun sportclub of gewoon buiten spelen of moeten ouders constant mee om ze veilig te houden. Hoe kunt U een AZC in een woonwijk plaatsen als zelfs de rechter al heeft gezegd dat dit niet verstandig is? Tot slot mijnheer Snijders, hoe kunt u nog slapen? Hoogachtend, Marion van Kooij