CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

6. De Passende Beoordeling

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 13 september 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie "Mijn Zwolle van Morgen"6.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Passende beoordeling Omgevingsvisie Zwolle

Klant:

Gemeente Zwolle

Referentie: BH8777WATRP2103031424 Status:

Definitief/P01.01

Datum:

24-3-2021

Vertrouwelijk

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Jonkerbosplein 52 6534 AB NIJMEGEN Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T +31 24 323 93 46 F reception.nij-jo@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Passende beoordeling Omgevingsvisie Zwolle Ondertitel: Referentie: BH8777WATRP2103031424 Status: P01.01/Definitief Datum: 24-3-2021 Projectnaam: Passende beoordeling Omgevingsvisie Zwolle Projectnummer: BH8777 Auteur(s): Dorien Grote Beverborg Opgesteld door: Dorien Grote Beverborg Gecontroleerd door: Mark Groen/MG Datum: 17-3-2021 Goedgekeurd door: Mark Groen/MG Datum: 17-3-2021

Classificatie Vertrouwelijk

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

i

Vertrouwelijk

Inhoud 1

Aanleiding

1

2

Aanpak en doel passende beoordeling

2

2.1

Wettelijk kader

2

2.2

Passende beoordeling voor een omgevingsvisie

2

3

Situatie Natura 2000-gebieden

3

3.1

Ligging Natura 2000-gebieden

3

3.2

Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht

5

3.3

Rijntakken

6

3.4

Veluwe

9

3.5

Olde Maten & Veerslootlanden

11

4

Te toetsen beleidsopgaven

12

5

Beoordeling beleidsuitspraken

15

5.1

Stedelijke ontwikkelingen

17

5.2

Recreatieve netwerken

19

5.3

Overige ontwikkelingen

19

6

Cumulatie

20

7

Referenties

22

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

ii

Vertrouwelijk

1

Aanleiding

De gemeente Zwolle beschrijft in de omgevingsvisie de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn, waarin integrale keuzes over de inrichting van gebieden worden gemaakt. Het is een (wens)beeld voor de toekomst, waarin aangegeven wordt waar de gemeente Zwolle naar toe wil. De omgevingsvisie bevat een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid. De omgevingsvisie geeft richting aan het onderliggende omgevingsprogramma en het gebiedsdekkende omgevingsplan. Het achterliggende doel van het omgevingsbeleid is erop gericht de kwaliteit van leven van de inwoners van de gemeente Zwolle te verbeteren. Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld. Deze is onderdeel van de (aanvulling op) de omgevingseffectrapportage (OER) behorend bij de omgevingsvisie.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

1

Vertrouwelijk

2

Aanpak en doel passende beoordeling

2.1

Wettelijk kader

De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor bescherming van Natura 2000-gebieden. Hierin is onder meer beschreven dat plannen en projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet mogen aantasten. Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en stelt de kaders voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de in voornoemde gebieden geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen. In zogenoemde aanwijzingsbesluiten is de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden en natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen vormen de specifieke doelstellingen die in een gebied gelden en die de basis vormen voor een toetsing aan de kaders van de Wet natuurbescherming. Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. In de beheerplannen die voor elk Natura 2000-gebied worden opgesteld, wordt aangegeven hoe de beheerders deze doelen realiseren.

2.2

Passende beoordeling voor een omgevingsvisie

Doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a. van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie gemeente Zwolle en b. met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. Voor het onderdeel stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden heeft de gemeente een Ontwikkelstrategie stikstof (gemeente Zwolle, 2021) vastgesteld waarin diverse maatregelen zijn uitgewerkt. De passende beoordeling vindt plaats op hoofdlijnen, passend bij het detailniveau van de omgevingsvisie.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

2

Vertrouwelijk

3

Situatie Natura 2000-gebieden

3.1

Ligging Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. De Europese afspraken zijn in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De effecten worden beoordeeld aan de hand van de natuurlijke kenmerken (de instandhoudingsdoelstellingen). Voor de Natura 2000-gebieden zijn beheerplannen opgesteld, waarin wordt uitgewerkt op welke wijze, waar, wanneer de (Europese) ‘instandhoudingsdoelstellingen’ gehaald gaan worden. Tevens zijn beheerplannen het uitgangspunt en toetsingskader voor handhaving en vergunningverlening. De instandhoudingsdoelstellingen zijn per gebied te raadplegen op de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.1 In de gemeente Zwolle bevinden zich twee Natura 2000-gebieden: de Rijntakken langs de IJssel en de Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht. Binnen een straal van 10 kilometer rondom Zwolle bevinden zich nog twee Natura 2000-gebieden: Veluwe en Olde Maten & Veerslootlanden (zie figuur 3-1). Ontwikkelingen in de gemeente Zwolle kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van nabijgelegen Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie. Onderstaand wordt op de vier Natura 2000 gebieden ingegaan.

1

https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/de-wilck/de-wilck-doelstelling; https://www.natura2000.nl/gebieden/zuidholland/nieuwkoopse-plassen-de-haeck/nieuwkoopse-plassen-de-haeck-doelstelling; https://www.natura2000.nl/gebieden/zuidholland/broekvelden-vettenbroek-polder-stein/broekvelden-vettenbroek-polder-stein-0 24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

3

Vertrouwelijk

Olde Maten & Veerslootlanden

Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht

Rijntakken Veluwe

Figuur 3-1. Ligging Natura 2000-gebieden (groen) ten opzichte van gemeente Zwolle

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

4

Vertrouwelijk

3.2

Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht

De uiterwaarden Zwarte Water & Vecht betreffen het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht, dat in dit gebied is opgenomen, kronkelt sterk door het landschap. Een deel van de uiterwaarden overstroomt soms onregelmatig tot laat in het voorjaar. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen. Langs het Zwarte Water komen nattere graslanden voor. Dit gebied herbergt veel kievitsbloemgraslanden. Daarnaast komt in het gebied een aantal hardhoutooibosjes voor. Ook komen relicten van blauwgraslanden voor. Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig. In het Natura 2000-beheerplan van dit Natura 2000-gebied (Provincie Overijssel, 2017) worden een viertal knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen benoemd.

Het gaat om: - Te hoge nutriëntenrijkdom van het rivierwater - Afname overstromingsduur en -frequentie wat leidt tot verzuring en vermindering van verspreiding van zaden van onder andere de kievitsbloem - Lange inundatie in groeiseizoen (zomerinundatie) door peilopzet van het IJsselmeer wat ongunstig is voor de kievitsbloemen - Vermindering morfodynamiek waardoor minder sedimentatie van zand en slib op de oeverwallen plaatsvindt en er minder afvoer van strooisel uit de rietlanden is In het Natura 2000-beheerplan is eveneens omschreven dat door de uitvoering van verschillende herstelmaatregelen in de eerste beheerplanperiode verdere achteruitgang van de habitattypen, habitatsoorten en vogels wordt voorkomen. De daaropvolgende perioden wordt ingezet op verdere kwaliteitsverbetering. In onderstaande figuur zijn daarnaast de gevoeligheden voor verschillende storingsfactoren van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied weergegeven. Wanneer het ruimtelijk beleid vanuit de omgevingsvisie deze storingsfactoren versterkt of invloed heeft op bestaande knelpunten in het Natura 2000-gebied bestaat er een risico op (significant) negatieve effecten.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

5

Vertrouwelijk

Figuur 3-2. Gevoeligheid voor verschillende storingsfactoren op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht2

3.3

Rijntakken

De Uiterwaarden IJssel, onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken, omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. De IJssel is een zijtak van de Rijn en loopt van Arnhem tot aan het IJsselmeer. Het landschap is ontstaan in een periode dat de rivier een veel groter deel van de waterafvoer verzorgde en de monding nog een echte delta was. Gedurende het winterhalfjaar stromen grote delen van de uiterwaarden onder. De overstromingsduur en -frequentie variëren sterk van jaar tot jaar. Er zijn grote verschillen in het buitendijkse gebied, verschillen in hoogteligging, afwisseling tussen smalle en brede delen en tussen dichte kleinschalige en grote open delen. Plaatselijk treedt grondwater uit en monden beken uit in het IJsseldal. Zandige kalkrijke oeverwallen en rivierduinen worden afgewisseld met kleiige, vlakke stroomdalen. Het landschap van het noordelijkste deel nabij Zwolle is open 2

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=2

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

6

Vertrouwelijk

en wordt gekenmerkt door grasland. Een aantal vrijwel onvergraven en reliëfrijke uiterwaarden zoals Scherenwelle, vormt een kleinschalig oud cultuurlandschap met daarin stroomdalgraslanden, kievitsbloemhooilanden en glanshaverhooilanden. In reliëfrijke delen komt plaatselijk hardhoutooibos voor. In het Natura 2000-beheerplan (Provincie Gelderland, 2018a) ontbreekt een totaaloverzicht van de knelpunten binnen het Natura 2000-gebied. In de PAS-gebiedsanalyse van het Natura 2000-gebied Rijntakken worden wel knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen benoemd: - Ingeperkt rivierdynamiek waardoor minder bufferende stoffen worden aangevoerd en geen afvoer van strooisel meer plaatsvindt. - Vermesting door overstromingen. - Verzuring en vermesting door stikstofdepositie. - Inadequaat beheer (te hoge graasdruk, te weinig extensief maaibeheer of te vroeg in het seizoen maaien). - Kwetsbare habitattypen/leefgebieden door te kleine aaneengesloten oppervlakten en versnippering - Verstoring door recreatie. - Verslechtering kwaliteit broedhabitat moerasvogels, mede door knelpunten in de waterhuishouding en/of beheer. - Te weinig plas-drasgebieden voor onder andere porseleinhoen en smient. Voor alle habitattypen kan in de eerste planperiode verdere achteruitgang worden voorkomen met de voorgestelde maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan.

Met name de stroomdalgraslanden en de glanshaverhooilanden vragen daarbij extra aandacht voor een goed en zorgvuldig beheer. In deze eerste beheerplanperiode zal op diverse plaatsen een begin worden gemaakt met de opgaven voor kwaliteitsverbetering en uitbreiding. Dat geldt met name voor de droge graslanden en de ooibossen. Aangezien de ontwikkeling van deze habitattypen veel tijd vergt, wordt de doelrealisatie niet eerder dan aan het eind van de 3e planperiode (2030-2036) verwacht. De opgave voor wat betreft ooibos is dan de realisatie van duurzame boskernen. Voor de meeste habitatsoorten wordt de doelstelling in de eerste beheerplanperiode gerealiseerd. Voor de rivierdonderpad zal de instandhoudingsdoelstelling, in de eerste planperiode, waarschijnlijk niet worden gehaald. De rivierdonderpad blijft sterk onder druk staan doordat deze soort wordt verdrongen door uitheemse vissoorten. Voor soorten gebonden aan laagdynamische situaties en met een uitbreidingsdoelstelling (grote modderkruiper en kamsalamander) is het realiseren van de doelstelling lastig. Aan de ene kant worden maatregelen genomen ter verbetering van het leefgebied van deze soorten. Aan de andere kant blijft het leefgebied onder druk staan door het verdwijnen van laagdynamische situaties elders.

De doelstelling voor de moerasbroedvogels en zwarte stern zal niet worden gerealiseerd binnen de eerste beheerplanperiode. Dit doordat er onvoldoende leefgebied tot ontwikkeling is gekomen en doordat in veel leefgebieden de waterhuishouding nog steeds onvoldoende is. Voor het porseleinhoen en de kwartelkoning lijkt de omvang en de kwaliteit van het leefgebied op orde te zijn gebracht. Onduidelijk is hoe de populatie hierop zal reageren. Voor aalscholver, dodaars, ijsvogel, oeverzwaluw en blauwborst zal de doelstelling naar verwachting worden gehaald. Aan het eind van de eerste beheerplanperiode is de omvang en de kwaliteit van het leefgebied voor alle niet-broedvogelsoorten voldoende. Toch voldoen verschillende soorten naar verwachting niet aan de populatiedoelstelling. Dit heeft echter niet met het leefgebied van deze soorten in de Rijntakken te maken, maar wordt veroorzaakt door factoren buiten de Rijntakken. Extra maatregelen in de Rijntakken zijn dan ook niet nodig. In onderstaande figuur zijn daarnaast de gevoeligheden voor verschillende storingsfactoren van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied weergegeven. Wanneer het ruimtelijk beleid

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

7

Vertrouwelijk

vanuit de omgevingsvisie deze storingsfactoren versterkt of invloed heeft op bestaande knelpunten in het Natura 2000-gebied bestaat er een risico op (significant) negatieve effecten.

Niet-broedvogels

Broedvogels

Figuur 3-3. Gevoeligheid voor verschillende storingsfactoren op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Rijntakken3

3

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=2

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

8

Vertrouwelijk

3.4

Veluwe

De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. In het Natura 2000-beheerplan is voor de Veluwe een vijftal knelpunten geformuleerd (Provincie Gelderland, 2018b): - Ontbreken van of onzorgvuldig beheer. - Verzuring en vermesting door stikstofdepositie. - Verdroging door verdamping, grondwateronttrekkingen en grondwaterstandverlagingen. - Verstoring door recreatie.

- Kwetsbare habitattypen/leefgebieden door te kleine aaneengesloten oppervlakten en versnippering. In het Natura 2000-beheerplan is aangegeven dat wanneer de milieucondities op orde kunnen worden gebracht, het juiste beheer wordt gevoerd en de nodige herstelmaatregelen zijn uitgevoerd, naar verwachting de instandhoudingsdoelen voor, op één na, alle habitattypen, binnen de komende drie beheerplanperioden haalbaar zijn. Alleen het halen van de doelen voor het habitattype Blauwgrasland (H6410) is onzeker. Op dit moment is het type niet of nauwelijks aanwezig. Er zijn slechts enkele plaatsen op de Veluwe die, afgezien van stikstofdepositie, kunnen voldoen aan de vereiste milieucondities. Voor de habitatsoorten kan in de 2e of 3e beheerplanperiode een gunstige staat van instandhouding worden bereikt. Dit geldt ook voor de broedvogels. Voor deze soortgroep is extra aandacht nodig voor de duinpieper die momenteel niet op de Veluwe broedt, maar waar gestreefd wordt naar voldoende draagkracht voor hervestiging. In onderstaande figuur zijn daarnaast de gevoeligheden voor verschillende storingsfactoren van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied weergegeven. Wanneer het ruimtelijke beleid vanuit de omgevingsvisie deze storingsfactoren versterkt of invloed heeft op bestaande knelpunten in het Natura 2000-gebied bestaat er een risico op (significant) negatieve effecten.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

9

Vertrouwelijk

Figuur 3-4. Gevoeligheid voor verschillende storingsfactoren op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Veluwe4 4

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=2

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

10

Vertrouwelijk

3.5

Olde Maten & Veerslootlanden

De Olde Maten & Veerslootslanden omvatten een van de laatst bewaard gebleven restanten van onbemeste blauwgraslanden in het Nederlandse laagveengebied. De bodemkundige en hydrologische situatie zijn gunstig voor herstel waar de kwaliteit achteruit gegaan is. Het uitgebreide slotenpatroon in het gebied is een van de belangrijkste leefgebieden van de grote modderkruiper in ons land. In het Natura 2000-beheerplan van Olde Maten & Veerslootlanden (Provincie Overijssel, 2016) zijn de volgende knelpunten beschreven die het behalen van de instandhoudingdoelen bemoeilijken: - Verzuring door te weinig basenrijk grondwater in de wortelzone - Matige kwaliteit oppervlaktewater, mede door bemesting van landbouwpercelen - Verdroging door poreuze kade rondom het reservaatgebied - Gebrek aan onderhoud waardoor de boksloten dichtgroeien waardoor fluctuatie van het grondwater is toegenomen In het Natura 2000-beheerplan is verder omschreven dat door de uitvoering van verschillende herstelmaatregelen in de eerste beheerplanperiode verdere achteruitgang van de habitattypen en habitatsoorten wordt voorkomen. De daaropvolgende perioden wordt ingezet op verdere kwaliteitsverbetering. In onderstaande figuur zijn daarnaast de gevoeligheden voor verschillende storingsfactoren van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied weergegeven.

Wanneer het ruimtelijke beleid vanuit de omgevingsvisie deze storingsfactoren versterkt of invloed heeft op bestaande knelpunten in het Natura 2000-gebied bestaat er een risico op (significant) negatieve effecten.

Figuur 3-5. Gevoeligheid voor verschillende storingsfactoren op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootlanden5 5

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=2

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

11

Vertrouwelijk

4

Te toetsen beleidsopgaven

Onderstaande tabel omvat het totaal aan beleidsuitspraken die onderdeel vormen van het beleid zoals dat nu beoogd is om opgenomen te worden in de omgevingsvisie van gemeente Zwolle. Dit overzicht bevat ook beleidsuitspraken die niet in het planMER zijn beoordeeld, omdat het planMER zich richt op de stedelijke ontwikkelingsopgaven (urbane woningbouw: bouw van woningen in de stad). Omdat ook andere beleidsuitspraken kunnen leiden tot risico’s op Natura 2000-gebieden, zijn deze nu direct meegenomen in deze beoordeling. Voor de beoordeling van het beleid is hoofdzakelijk gekeken naar richtinggevende uitspraken die in de visie zijn uitgewerkt. Het betreffen beleidsinvullingen die nieuw zijn (wordt nu nog niet gedaan of is nog geen beleid voor) en voldoende concreet om te kunnen beoordelen op kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten. Bestaand beleid maakt onderdeel uit van de referentie en is niet beoordeeld. Procesuitspraken zijn dermate onzeker, dan het niet goed mogelijk is effecten te voorspellen. Ook deze zijn niet beoordeeld. Indien hier sprake van is, is dit toegelicht in de laatste kolom van tabel 4-1. Tabel 4-1. Beleidsuitspraken Omgevingsvisie Zwolle Categorie

Beleidsvoornemen

Toelichting

Meenemen in Passende Beoordeling

Principebesluit

Bouw van woningen in de stad (6000)

Om de stedelijke bevolkingsgroei op te vangen worden tot 2030 10.000 woningen gebouwd. 60% daarvan komt in de stad. Inbreidingslocaties zijn: Zwartewaterzone, Oosterenk, (rond de) Binnenstad, Spoorzone.

Ja

Bouw van woningen in Voortzetting de Tippe en Breezicht bestaand beleid Noord (beiden Stadshagen)

Principebesluit

Principebesluit

Bouw van woningen in Breecamp-West en Harculo

Kleinschalige woningbouw in Windesheim en Wijthmen

Voortzetting Erftransformaties bestaand beleid

Concreet besluit

Principebesluit

24-3-2021

Verlagen maximum bouwhoogte hoogbouw

Verbinden stad met buitengebied via stadstraten, waaronder Engelenpad

Om de stedelijke bevolkingsgroei op te vangen worden tot 2030 10.000 woningen gebouwd. 40% daarvan komt aan de rand van de Nee, is geen stad. Een groot deel van deze woningen komt in de Tippe en Breezicht nieuw beleid Noord. Om de stedelijke bevolkingsgroei op te vangen worden tot 2030 10.000 woningen gebouwd. 40% daarvan komt aan de rand van de stad.

Ja

Een deel van deze woningen komen in Breecamp-West (Stadshagen) en op de locatie van de IJsselcentrale Harculo. Om de dorpen levendig en leefbaar te houden voegen we kleine aantallen woningen toe. We onderzoeken de precieze invulling van deze ambitie We faciliteren transformaties van agrarische bebouwing naar woningen (VAB)

Ja

Nee, is geen nieuw beleid

Nee, het effect gaat uit van de Hoogbouw wordt slechts op een paar plaatsen in de stad mogelijk (in woningbouw de stadsruit: 70m, in de stadskrans: 35-34m). Dit was op sommige (eerste regel) en locaties mogelijk tot 100m. niet van het verlagen van de bouwhoogte. We willen de stad beter verbinden met het buitengebied. Dat verloopt grotendeels al via levendige stadstraten. Er is een nieuwe verbinding voorzien tussen Centrum – spoorzone – Ja HS Windesheim richting IJssel: het Engelenpad. Dit pad past zich aan zijn omgeving aan. Van stadstraat in Spoorzone ‘verkleurt’ de route naar een wandel/fietsroute die past bij het buitengebied.

BH8777WATRP2103031424

12

Vertrouwelijk

Principebesluit

Aanleg wandelpaden / openbaar groen langs het Zwartewater

Als onderdeel van de Zwartewaterzone (gebiedsontwikkelingi.r.t. dijkversterking) zijn er langs het Zwartewater nieuwe wandelpaden voorzien. Uitwerking in gebiedsvisie Zwartewaterzone.

Ja

Procesbesluit

Onderzoek naar verandering verkeerssysteem

Om voorbereid te zijn op een mogelijke schaalsprong gaan we onderzoeken of we ons verkeerssysteem anders kunnen inrichten. Doel is een autoluwe binnenstad. Het gebied binnen de ring wordt opgedeeld in kwadranten. Zo krijgt de ring meer de functie van ‘stadsring’.

Nee, nog geen concrete ontwikkeling

Procesbesluit

Mobiliteitshubs

We onderzoeken de mogelijkheid van mobiliteitshubs langs de A28, de Nee, nog geen ringweg en in woonwijken (buurthubs). Hier kan worden overgestapt concrete van auto op (deel)fiets of OV. ontwikkeling

Procesbesluit

Onderzoek naar woningbouw op aanvullende locaties

Aanvullend op de aangewezen kansrijke woningbouwlocaties gaan we Nee, nog geen onderzoeken of woningbouw mogelijk is in Stadsbroek en in de concrete IJsselvizieren (nabij Westenholte) en wat hiervan de effecten zullen ontwikkeling zijn.

Procesbesluit

We onderzoeken of bedrijventerrein Hessenpoort kan uitbreiden met Uitbreiding Hessenpoort circa 40 ha in noordelijke of oostelijke richting. (4)

Bestaand beleid Hessenpoort 3

Ja

Hessenpoort wordt aan de zuidzijde uitgebreid (tussen IKEA en nieuwe N340). Deze concrete uitbreiding is in een eerdere structuurvisie planologisch mogelijk gemaakt.

Nee, is geen nieuw beleid

We onderzoeken de kansen/haalbaarheid van een railterminal nabij Hessenpoort

Nee, nog geen concrete ontwikkeling

Procesbesluit

Railterminal Hessenpoort

Principebesluit

We zetten in op een gebiedsproces om planvorming m.b.t. zon en Clustering grootschalige wind concreet te maken. energieopwek nabij Het gaat onder andere om Tolhuislanden  Realisatie van een hoogspanning – middenspanningstation  Realisatie van een productielocatie groen gas (mestvergister)

Procesbesluit

Zonne-energie op maaiveld in andere gebieden

Ja

We zetten in op Zonne-energie op daken (zonneladder), maar opwek Nee, nog geen op maaiveld zal ook nodig zijn. Naast het gebiedsproces van concrete Tolhuislanden liggen er mogelijk kansen in andere gebieden: ontwikkeling Haersterbroek, bij Wijthmen, Sekdoorn en Hoog-Zuthem.

Om optimaal in te spelen op situaties van hittestress en wateroverlast Verbetering robuuste willen we langs de groen-blauwe structuur de sponswerking van de groen-blauwe structuur, bodem vergroten door gerichte (micro)maatregelen. We passen ons Voortzetting vergroting sponswerking Nee, is geen stedelijk watersysteem zodanig aan dat het flexibeler inspeelt op bestaand beleid bodem (o.a. in nieuw beleid extreme omstandigheden. Dit kan door ontbrekende schakels te Vechtpoort en koppelen (nieuwe watergangen) en pompen te plaatsen zodat Tolhuislanden) uitwisseling met het hoofdwatersysteem (rivieren) eenvoudiger wordt. Principebesluit

Fietsroutenetwerk

Er zijn nieuwe (regionale) fietsroutes voorzien langs spoor ZwolleMeppel, nabij het Engelse Werk en langs het Engelenpad.

Ja

Procesbesluit

Evenementenlocaties

De omgevingsvisie wijst diverse locaties aan voor het houden van grootschalige evenementen. Dit komt voort uit het bestaand evenementenbeleid.

Nee, nog geen concrete ontwikkeling

Principebesluit

Nieuwe indoor eventvoorziening Voorsterpoort-Oost

Zwolle heeft nu de IJsselhallen voor grootschalige indoor evenementen. Deze voorziening gaat verhuizen naar Voorsterpoortoost.

Ja

Kroesenallee

Door de omlegging van de N35 is bij Wijthmen een rare route ontstaan tussen de aansluiting en de Kroesenallee. In de omgevingsvisie wordt voorgesteld om de route in oostelijke richting te verplaatsen. Ja Zo ontstaat een logischer route en nemen gezondheidseffecten (lucht, geluid) in Wijthmen af.

Principebesluit

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

13

Vertrouwelijk

Ambitie

circulariteit

Nee, nog geen Zwolle heeft de ambitie 50% circulair te zijn in 2030 en 100% in 2050. concrete Dit is nog niet in concrete maatregelen uitgewerkt ontwikkeling

Principebesluit

Toevoeging 3 parken

Er is voorzien in toevoeging van 3 nieuwe parken: in Kamperpoort, Assendorp en de Spoorzone / Hanzeland

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

Ja

14

Vertrouwelijk

5

Beoordeling beleidsuitspraken

In deze passende beoordeling zijn op een vergelijkbaar detailniveau als de Omgevingsvisie de nieuwe beleidsuitspraken van gemeente Zwolle beoordeeld op mogelijke risico’s op (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Deze risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de gevolgen van de beleidsuitspraken op de Natura 2000-gebieden rondom Zwolle. Eveneens is aangegeven hoe groot het risico is op een significant negatief effect en welke aandachtspunten er zijn bij de verdere uitwerking van het beleid om deze negatieve effecten te voorkomen. In de paragrafen onder de tabel is een uitgebreidere toelichting gegeven. Tabel 5-1 Boordeling beleidsuitspraken omgevingsvisie Zwolle Nr.

Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

1

Extra woningen leiden tot extra verkeersbewegingen die een Ja, groot risico op depositietoename veroorzaken. significant negatieve Alle omliggende N2000effecten, met name gebieden zijn hier gevoelig door een permanente Bouw van woningen in voor. Daarnaast zullen extra toename van de stad (6000) inwoners recreëren in de stikstofdepositie en in omgeving wat verstoring met mindere mate door zich mee kan brengen. Met verstoring binnen de name in de Rijntakken is dit Rijntakken. een aandachtspunt.

Indien uit vervolgonderzoek blijkt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, Significant dan is saldering met negatief effect is stikstofbronnen in de te voorkomen. omgeving de meest haalbare route om tot een uitvoerbaar project te komen.

2

Ja, groot risico op Idem, waarbij opgemerkt wordt significant negatieve dat deze woningbouwlocatie effecten, met name dichter bij de Rijntakken zijn Bouw van woningen in door een permanente gelegen, met daarbij een Breecamp-West en toename van grotere kans op verstoring door Harculo stikstofdepositie en in de inwoners (rondje met de mindere mate door hond). Harculo ligt daarnaast verstoring binnen de het dichtst bij de Veluwe. Rijntakken.

Indien uit vervolgonderzoek blijkt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, Significant dan is saldering met negatief effect is stikstofbronnen in de te voorkomen. omgeving de meest haalbare route om tot een uitvoerbaar project te komen.

Indien uit vervolgonderzoek blijkt dat er sprake is van een Deze woningbouwlocaties toename van stikstofdepositie liggen ofwel op grotere afstand Ja, klein risico op binnen Natura 2000-gebieden, tot stikstofgevoelige Natura significant negatieve dan is saldering met 2000-gebieden (Wijthmen) of effecten, enige stikstofbronnen in de niet in de directe nabijheid van Significant toename van omgeving de meest haalbare stikstofgevoelige negatief effect is stikstofdepositie is niet route om tot een uitvoerbaar habitattypen/leefgebieden te voorkomen. uitgesloten evenals project te komen. Indien (Windesheim). Omdat het ook enige verstoring binnen knelpunten als gevolg van om kleinschalige woningbouw de Rijntakken. verstoring ontstaan zijn deze gaat zal de invloed beperkter te voorkomen door een goede zijn. zonering of afsluiting in kwetsbare perioden.

3

Kleinschalige woningbouw in Windesheim en Wijthmen

4

Het doel is om een verbinding Indien knelpunten als gevolg Verbinden stad met Ja, klein risico op tussen het Centrum en de van verstoring ontstaan, zijn Significant buitengebied via significant negatieve IJssel te realiseren middels een deze te voorkomen door een negatief effect is stadstraten, waaronder effecten, wanneer blijkt wandel-/fietspad. Deze goede ligging en inrichting van te voorkomen. Engelenpad dat de recreatiedruk te verbinding zal voor meer de recreatieve verbinding en

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

15

Vertrouwelijk

Nr.

Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000 verstoring door aanwezigheid van mensen zorgen. De Rijntakken, waar de IJssel onderdeel van is, is gevoelig voor verstoring.

Risico’s op negatief effect veel verstoring met zich meebrengt.

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie) eventueel zonering of afsluiting van gebieden in kwetsbare perioden.

5

Wandelpaden langs het Zwarte Indien knelpunten als gevolg Water zorgen voor meer Ja, klein risico op van verstoring ontstaan, zijn mensen die het gebied gaan significant negatieve deze te voorkomen door een Aanleg wandelpaden / Significant bezoeken. Met name enkele effecten, wanneer blijkt goede ligging en inrichting van openbaar groen langs negatief effect is vogels van het Natura 2000dat de recreatiedruk te de recreatieve verbinding en het Zwarte Water te voorkomen. gebied Zwarte Water & Vecht, veel verstoring met eventueel zonering of roerdomp en zwarte stern, zijn zich meebrengt. afsluiting van gebieden in zeer gevoelig voor verstoring. kwetsbare perioden.

6

Uitbreiding Hessenpoort (4)

In de uitwerking die reeds plaatsvindt wordt gekeken Uit de nadere uitwerking van naar verschillende het voornemen om Ja, groot risico op optimalisaties, zoals welke bedrijventerrein Hessenpoort significant negatieve type bedrijvigheid toegelaten Significant uit te breiden blijkt dat er effecten, met name wordt, wijze van negatief effect is sprake is van een door een permanente verkeersafwikkeling, interne te voorkomen. depositietoename van 2-3 mol toename van saldering, elektrisch vervoer of N/ha/j op de Uiterwaarden stikstofdepositie. wellicht externe saldering. De Zwarte Water & Vecht. inschatting is dat de bijdrage aanzienlijk beperkt kan worden.

Clustering grootschalige energieopwek nabij Tolhuislanden

Het hoogspanningmiddenspanningsstation veroorzaakt geen depositie Indien uit vervolgonderzoek tijdens de gebruiksfase, blijkt dat er sprake is van een Ja, klein risico op mogelijk wel tijdens de toename van stikstofdepositie significant negatieve aanlegfase. De gassen die binnen Natura 2000-gebieden, Significant effecten, enige vrijkomen vanuit de dan is saldering met negatief effect is toename van mestvergister worden geleverd stikstofbronnen in de te voorkomen. stikstofdepositie is niet aan het gasnet. omgeving de meest haalbare uitgesloten. Stikstofdepositie wordt daarom route om tot een uitvoerbaar alleen veroorzaakt door project te komen. (beperkte) verkeersbewegingen.

8

Fietsroutenetwerk

Het fietsroutenetwerk leidt tot extra fietsers. Verstoring die uitgaat van langsrijdende fietsers is beperkt. Indien knelpunten als gevolg Aandachtspunt is wanneer Ja, klein risico op van verstoring ontstaan, zijn fietsers op bepaalde ingangen significant negatieve deze te voorkomen door een Significant het Natura 2000-gebied kunnen effecten, wanneer blijkt goede ligging en inrichting van negatief effect is betreden en daarmee tot extra dat de recreatiedruk te de recreatieve verbinding en te voorkomen. verstoring zorgen. Hierbij is veel verstoring met eventueel zonering of toegang tot het Natura 2000- zich meebrengt. afsluiting van gebieden in gebied Rijntakken vanuit het kwetsbare perioden. Engelse Werk en het Engelenpad een aandachtspunt.

9

Nieuwe indoor eventvoorziening Voorsterpoort-Oost

Door verplaatsing van de IJsselhallen naar de locatie Voorsterpoort-Oost komt de activiteiten dichter bij Natura

7

24-3-2021

Ja, klein risico op significant negatieve effecten, enige toename van

Indien uit vervolgonderzoek Significant blijkt dat er sprake is van een negatief effect is toename van stikstofdepositie te voorkomen. binnen Natura 2000-gebieden,

BH8777WATRP2103031424

16

Vertrouwelijk

Nr.

Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)

2000-gebied te liggen. De stikstofdepositie is niet dan dient in eerste instantie verkeersaantrekkende werking uitgesloten. verkend te worden of kan daarmee tot extra depositie verkeerstoename beperkt kan leiden dan nu het geval is. worden door stimulering van fiets en OV. Saldering met stikstofbronnen in de omgeving is vervolgens de meest haalbare route om tot een uitvoerbaar project te komen. De aanpassing van de aansluiting N35 met de Kroesenallee leidt tot een efficiëntere verkeersafwikkeling die tevens op (iets) grotere afstand tot het Natura 2000gebied komt te liggen. De gebruiksfase heeft daarmee Nee geen negatieve invloed op Natura 2000-gebieden. De aanlegfase kan wel tot enige depositietoename leiden maar de verwachting is dat dit vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden niet tot een negatieve invloed leidt.

10

Kroesenallee

11

De realisatie van drie nieuwe parken leidt niet tot een Toevoeging 3 parken toename van de milieudruk in de omliggende Natura 2000gebieden.

5.1

Nee

Niet van toepassing

Geen kans op significant negatief effect.

Niet van toepassing

Geen kans op significant negatief effect.

Stedelijke ontwikkelingen

De stedelijke ontwikkelingen omvatten: - Woningbouwlocaties (nummer 1 t/m 3 uit tabel 5-1) - Uitbreiding bedrijventerrein Hessenpoort (nummer 6) - Energieopwekking Tolhuislanden (nummer 7) - Eventvoorziening Voorsterpoort-Oost (nummer 9) Nieuwe woningen worden niet meer aangesloten op het gasnetwerk. Dat bekent dat de toename van stikstofdepositie met name veroorzaakt wordt door extra verkeersbewegingen die het gevolg zijn van meer inwoners in de stad. Afhankelijk of het gaat om een relatief groot aantal woningen en/of een ligging nabij stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, zoals woningen in de stad, Breecamp-West en Harculo (uitspraaknummer 1 en 2) of om kleine ontwikkelingen in omliggende kernen (Windesheim en Wijthmen) is er een groot dan wel klein risico op significant negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Ook de voorgenomen ontwikkelingen ten behoeve energieopwekking bij Tolhuislanden leidt als gevolg van beperkte verkeersbewegingen mogelijk tot een beperkte depositietoename in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht. Daarbij komt dat depositietoename als gevolg van verkeer lastig te mitigeren is omdat geen bronmaatregelen voorhanden zijn. Gemeente Zwolle heeft een ontwikkelstrategie Stikstof vastgesteld (gemeente Zwolle, 2021).

Hierin zijn verschillende instrumenten benoemd die kansrijk zijn om de toename 24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

17

Vertrouwelijk

van stikstofdepositie te beperken. Dit geeft een goede aanzet voor mitigerende maatregelen die bij de verdere uitwerking van dit beleid betrokken kunnen worden. De meest kansrijke instrumenten zijn die waar naar stikstofruimte wordt gezocht middels een salderingsvorm waarbij andere stikstofbronnen worden opgeheven. Op dit moment wordt gewerkt aan een meer gedetailleerde uitwerking van de uitbreiding van het bedrijventerrein Hessenpoort. Hieruit blijkt dat de uitbreiding zorgt voor een permanente depositietoename van ongeveer 2-3 mol N/ha/j op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht. In dat kader worden mogelijkheden verkend om de depositiebijdrage te verkleinen door het doorvoeren van verschillende optimalisaties in de vorm van type bedrijvigheid, verkeersafwikkeling, interne saldering en elektrisch vervoer. Aanvullend is ook externe saldering met bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf een mogelijkheid. Het is eveneens niet uitgesloten dat de verplaatsing van de IJsselhallen naar een nieuwe eventvoorziening in Voorsterpoort-Oost leidt tot een toename van stikstofdepositie vanwege de ligging dichter bij Natura 2000-gebied. Mogelijk liggen hier salderingsopties met de vrijkomende ruimte door het sluiten van de IJsselhallen.

De nieuwe gebouwen zullen meer emissie-arm zijn en het is zinvol om verdere mogelijkheden om verkeersbewegingen te beperken te onderzoeken bij de verdere uitwerking van dit beleid. Stimulering van het openbaar vervoer en de fiets, al dan niet samen met parkeerlocaties buiten de stad zijn mogelijkheden. Daarnaast werkt het Rijk om dit moment aan een Wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) waarbij stikstofdepositie tijdens de bouwfase vergunningvrij wordt. Deze wet is 9 maart 2021 door de Eerste Kamer goedgekeurd. Naast stikstofdepositie is het niet ondenkbaar dat als gevolg van extra inwoners in Zwolle de recreatieve druk in de omliggende Natura 2000-gebieden toeneemt. Dit is vooral voor de vogels van de Rijntakken een aandachtspunt omdat verstoring van leefgebieden één van de knelpunten is voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. Voor het Natura 2000-gebied Zwarte Water & Vecht is dit niet expliciet benoemd in het Natura 2000-beheerplan, maar de kievitsbloemhooilanden zijn wel gevoelig voor betreding. Het bloeiseizoen van de kievitsbloemen trekt vaak grote aantallen bezoekers. Enkele vogelsoorten, zoals de roerdomp en zwarte stern, zijn eveneens gevoelig voor verstoring.

Wanneer bij de uitwerking van het beleid blijkt dat verstoring inderdaad tot een (significant) negatief effect leidt moeten mitigerende maatregelen getroffen worden die gericht zijn op een goede zonering en toegankelijkheid van de gebieden, eventueel aangevuld met het afsluiten van bepaalde gebieden in kwetsbare perioden. Overige minder concrete beleidsuitspraken Op dit moment is nog niet duidelijk of bij het beleidsvoornemen energieopwekking Tolhuislanden ook het plaatsen van windturbines tot de mogelijkheid behoort. Dit onderdeel van de beleidsuitspraak is daarom nog niet concreet genoeg om te beoordelen. Wel wordt hier op voorhand de risico’s die windturbines met zich meebrengen ten aanzien van vogelslachtoffers benoemd. De omliggende Natura 2000-gebieden zijn namelijk aangewezen voor broedvogels en niet-broedvogels. Wanneer de turbines geplaatst worden op locaties waar deze soorten regelmatig langs vliegen, is er een grote kans op regelmatige aanvaringsslachtoffers en daarmee een groot risico op significant negatieve effecten. Bij de uitwerking van dit beleid moet daarom onderzoek plaatsvinden naar de belangrijkste vliegroutes zodat de ligging, het aantal en de opstelling van de turbines hierop afgestemd kan worden.

Naast energieopwekking in Tolhuislanden zijn er nog minder concrete voornemens ten aanzien van zonne-energie op maaiveld ter hoogte van Haersterbroek, bij Wijthmen, Sekdoorn en Hoog-Zuthem. Naast ruimtebeslag, dat mogelijk ten koste gaat van foerageergebied van niet-broedvogels van omliggende Natura 2000-gebieden, resulteren

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

18

Vertrouwelijk

deze ontwikkelingen niet in een verhoging van de milieudruk in Natura 2000-gebieden. De kans op een significant negatief effect is klein.

5.2

Recreatieve netwerken

De recreatieve ontwikkelingen omvatten: - Verbinden stad met buitengebied via stadstraten, waaronder Engelenpad (nummer 4 uit tabel 5-1) - Aanleg wandelpaden / openbaar groen langs het Zwarte Water (nummer 5) - Fietsroutenetwerk (nummer 8) De recreatieve beleidsuitspraken hebben enerzijds tot doel dat mensen vanuit de stad het buitengebied beter kunnen bezoeken en beleven. Anderzijds kan dit het gevolg zijn, bijvoorbeeld door de aanleg van het fietsroutenetwerk, waardoor mensen eerder geneigd zijn de Natura 2000-gebieden te bezoeken. Evenals de extra inwoners als gevolg van de verschillende woningbouwopgaven leiden deze ontwikkelingen ook mogelijk tot een toename van de recreatieve druk in de omliggende Natura 2000gebieden. Zoals hierboven beschreven kan dit met name een knelpunt zijn voor de vogels van de Rijntakken en Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht die gevoelig zijn voor verstoring, maar ook voor de kievitsbloemhooilanden die gevoelig zijn voor betreding. Wanneer bij de uitwerking van het beleid blijkt dat verstoring inderdaad tot een (significant) negatief effect leidt moeten mitigerende maatregelen getroffen worden die gericht zijn op een goede zonering en toegankelijkheid van de gebieden, eventueel aangevuld met het afsluiten van bepaalde gebieden in kwetsbare perioden.

5.3

Overige ontwikkelingen

De overige ontwikkelingen omvatten: - Kroesenallee - Toevoeging 3 parken Deze beleidsuitspraken leiden niet tot een toename van de milieudruk binnen omliggende Natura 2000gebieden waardoor er geen risico is op een (significant) negatief effect.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

19

Vertrouwelijk

6

Cumulatie

De verplichting om in een passende beoordeling ook de effecten van andere plannen en projecten in beschouwing te nemen vindt zijn oorsprong in de Habitatrichtlijn. Art 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn stelt dat bij de passende beoordeling rekening moet worden gehouden met cumulatie van effecten van andere plannen en projecten. Dit is een uitwerking van het voorzorgsbeginsel. Door rekening te houden met cumulatie van effecten wordt beoogd te voorkomen dat een opeenstapeling van op zich kleine effecten uiteindelijk leidt tot significante negatieve effecten. Vaak zijn het juist combinaties van activiteiten die de instandhoudingsdoelstellingen bedreigen (en niet de afzonderlijke activiteiten). Omdat de Omgevingsvisie op een zodanig hoog abstractieniveau is opgesteld en ook de effectbeoordeling meer het karakter heeft van een risico-inschatting met betrekking tot de uitvoerbaarheid in relatie tot de Wet natuurbescherming, zal cumulatie ook op dat detailniveau aansluiten. Cumulatie is gericht op twee aspecten:  Beleid van de Omgevingsvisie dat elkaar in negatieve zin versterkt;  Beleid van de Omgevingsvisie in combinatie met grote ruimtelijke ontwikkelingen die een apart plantraject volgen en niet zijn opgenomen in de visie.

Interne cumulatie beleidswijzigingen Omgevingsvisie In deze passende beoordeling is bekeken in hoeverre beleidswijzigingen binnen de Omgevingsvisie elkaar in negatieve zin versterken. Het gaat hier met name om beleid dat negatieve gevolgen heeft voor die milieucondities die ook een knelpunt zijn voor de duurzame instandhouding van een Natura 2000gebied:  Stikstofdepositie  Verstoring door recreanten Er zijn op dit moment geen andere ontwikkelingen bekend die gedurende de looptijd van de visie de risico’s in negatieve zin kunnen versterken. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beleidsuitspraken en de verschillende invloeden op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zoals in de effectbeoordeling is beschreven. Uit de tabel is op te maken dat verschillende beleidsuitspraken elkaar in negatieve zin kunnen versterken op het gebied van stikstofdepositie en verstoring. Tabel 6-1 Overzicht van de cumulatieve beïnvloeding van de beleidsuitspraken Nr.

Beleidsuitspraak

Stikstofdepositie

Verstoring door recreanten

1

Bouw van woningen in de stad (6000)

x

x

2

Bouw van woningen in Breecamp-West en Harculo

x

x

3

Kleinschalige woningbouw in Windesheim en Wijthmen

x

x

4

Verbinden stad met buitengebied via stadstraten, waaronder Engelenpad

x

5

Aanleg wandelpaden / openbaar groen langs het Zwarte Water

x

6

Uitbreiding Hessenpoort (4)

x

7

Clustering grootschalige energieopwek nabij Tolhuislanden

x

8

Fietsroutenetwerk

9

Nieuwe indoor eventvoorziening Voorsterpoort-Oost

10

Kroesenallee

11

Toevoeging 3 parken

24-3-2021

x x

BH8777WATRP2103031424

20

Vertrouwelijk

Aangezien stikstofdepositie een groot knelpunt is in bijna alle Overijsselse Natura 2000-gebieden en een kleine toename al een significant negatief effect kan veroorzaken, is cumulatie met betrekking tot stikstofdepositie een aandachtspunt. De ontwikkelstrategie stikstof van de gemeente bevat een samenhangend pakket maatregelen om significant negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Hierdoor wordt het risico op (cumulatieve) effecten als gevolg van de Omgevingsvisie kleiner. Door deze integrale aanpak is door middel van interne saldering de kans op significant negatieve gevolgen door stikstofdepositie te verkleinen. Kortom, door een goede integrale aanpak en afweging, die door de Omgevingswet en de omgevingsvisie juist gestimuleerd wordt is er aandacht voor cumulatieve effecten en kan dit voorkomen worden door de juiste uitwerking van het nieuwe beleid.

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

21

Vertrouwelijk

7

Referenties

Gemeente Zwolle, 2021. Ontwikkelstrategie Stikstof, versie 21-1-2021 Provincie Gelderland, 2018a. Beheerplan Natura 2000 Veluwe (057) Provincie Gelderland, 2018b. Beheerplan Natura 2000 Rijntakken (038) Provincie Overijssel, 2016. Natura 2000-beheerplan Olde Maten & Veerslootlanden Provincie Overijssel, 2017. Natura 2000-beheerplan Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht Royal HaskoningDHV, 24 juni 2020. Omgevingseffectrapport, Omgevingsvisie Zwolle

24-3-2021

BH8777WATRP2103031424

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=30a97e1a-27f3-456d-bde6-06f312591fdd